Redactioneel


* Conflicten in persoonlijke relaties:
een vervormd signaal van een onbeantwoorde behoefte aan veilige hechting – Danny Verstraeten




* Laus epistolae – Jos Journée





* 'De lessen van Zweig', essay over ‘De wereld van gisteren’ van Stefan Zweig – Pascal Verbeken



* ‘Doorbraak’ – Sponserdiner – Paul Becue



* Digitale vaardigheden - ict-bekwaamheid leraar.
Het mag best wat spannender zijn – Interview Minou op den Velde met Antoine van den Beemt




 






 



 


 
 

Editie nummer 7 - (11) juli 2016

 
Redactioneel



Beste VVA-leden
Beste Lezers



Met deze 7e editie van ons VVA-e-zine sluiten we de werking van het Academiejaar 2015-2016 voor de afdelingen en voor het hoofdbestuur van de vereniging zo goed als af. Dat kunnen we doen met ook een blik op onze Vlaamse feestdag op 11 juli, wanneer we nog eens prettig aanvoelen hoe we samen een gemeenschap vormen.

Niemand minder dan An De Moor schraagt met haar vlotte verschijning maar evenzeer met haar enorme inzet ook dit jaar de organisatie van Vlaanderen Feest rond 11 juli. Ze doet dat om het gebeuren weer tot een succes te maken met zang, activiteiten, toespraken en andere festiviteiten.

An De Moor is zoals we dat konden meemaken tijdens de VVA-Algemene Ledendag op zaterdag 16 april in C-mine in Genk door het VVA ook uitgeroepen tot Vlaamse Academica van het jaar 2016. Zoals we toen te beluisteren kregen, zijn haar verdiensten voor de Vlaamse volksgemeenschap en voor onze taal, het Nederlands, niet gering. We zijn er in het VVA dan ook heel blij mee dat de toekenning van de VVA-prijs 2016 aan An De Moor een flinke weerklank heeft gekregen ook buiten het VVA tot in het buitenland toe.

Zo heeft de Nederlandse Taalunie in zijn Taalunie:Bericht van mei 2016 er aandacht aan besteed. De Orde vanden Prince was er tijdens de Academische Zitting in Genk en heeft
een keurig verslag gewijd aan de toekenning van de prijs van Academica van het Jaar 2016. N.a.v. van de prijstoekenning werd An De Moor herhaaldelijk geïnterviewd. Frits Spits van de Taalstaat op Radio 1 Nederland deed dat in Hilversum. Ook verscheen een interview van An in Magazine VO, een publicatie van de Raad van het Voortgezet Onderwijs (VO) in Nederland. Als didactica Nederlands kreeg An De Moor daarin de gelegenheid belangwekkende ideeën rond het onderwijs naar voren te brengen. Zelfs het Jaarboek 2016 van Nieuwen Bos, haar vroegere middelbare school in Gent, publiceerde een bericht ‘Onderscheiding voor inzet Nederlandse Taal – An De Moor (Odisee) oud-leerling 1980 verkozen tot academica van het jaar’.

Dat alles hoeft ons zeker niet af te leiden van deze 7e editie van ons elektronisch magazine. Daarin bieden we vijf artikels aan, waarvan er twee vanuit het VVA voortkomen: VVA-voorzitter vanaf 1 september Paul Becue heeft het over zijn ervaring met het tijdschrift Doorbraak; Jos Journée, trouw lid van de Limburgse VVA-afdeling vergast ons op zijn overzicht van de briefkunst, die door de digitalisering in deze tijd lijkt te verdwijnen. Daarnaast brengen we een psychologisch artikel van mevrouw dr. Danny Verstraeten over de diepere grondslag van persoonlijke relaties. Journalist Pascal Verbeken schreef een essay rond de autobiografie van de Oostenrijkse schrijver van Joodse afkomst Stefan Zweig, dat we hier via een koppeling toegankelijk maken. We besluiten deze editie met een diepteblik in het eigentijds onderwijs vanuit een Nederlandse invalshoek bekeken. Het is een interview met de Nederlandse communicatiespecialist Antoine van den Beemt rond digitale vaardigheden en de ict-bekwaamheid van leraren.

Voor deze editie hebben we er veelal hyperteksten in bezorgd met nogal wat koppelingen naar de onderliggende documenten. Met doorklikken krijg je als lezer toegang tot de ideeënrijkdom die zich op het computerscherm ontvouwt.

Editie nr. 8 verschijnt tijdens de Week van het Nederlands van de Taalunie tussen 8 en 15 oktober 2016 en wordt integraal gewijd aan de Nederlandse literatuur. Deze speciale editie is de VVA-bijdrage tot die week.

Een fijne Vlaamse feestdag toegewenst en evenzeer nog prettige zomerdagen thuis en elders.


Ghislain Duchâteau,
vicevoorzitter VVA en eindredacteur


Omhoog

Conflicten in persoonlijke relaties:
een vervormd signaal van een onbeantwoorde behoefte aan veilige hechting – Danny Verstraeten

Van belangenconflict naar behoefte aan veilige hechting

 

Danny Verstraeten is Doctor in de Psychologie, relatietherapeute en psychoanalytica.
Zij doctoreerde in 1974 aan de afdeling Motivatiepsychologie van de Kuleuven op een proefschrift over 'De realiteitsgraad van toekomstverwachtingen bij adolescenten'.
Daarna was ze lange tijd staflid van het Communicatiecentrum in Lovenjoel, ze werkte als onderzoeksleider en -coördinator aan de afdeling Psychiatrie van de Kuleuven en ze was docent aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, nu deel van de Hogeschool Odisee.  Daarnaast had Dr. Verstraeten een privépraktijk. Van bij het begin tot aan het einde van haar loopbaan in 2008 was ze docent aan de opleiding Relatie- en communicatiewetenschappen van de Uhasselt, waar haar lessen haar wetenschappelijke en therapeutische evolutie volgden.
Steeds bleef ze geboeid door het diepe verlangen van ieder mens naar verbondenheid. Vriendschapsbanden, partnerliefde, familiebanden, iedereen heeft ze nodig, maar vaak wordt er ook veel pijn door geleden. Voor een relatietherapeute is dat 'dagelijkse kost'.

Vooral in de Zuid-Amerikaanse psychoanalytische beweging vond zij dezelfde begeestering terug voor het begrijpen van de banden tussen mensen.

Hoe kunnen we nog beter begrijpen waar het in die strijd om gaat en dan vooral op het terrein van de partnerrelatie? We hebben daartoe een nieuwe manier van kijken nodig om conflicten in relaties te verstaan. We vinden die manier van kijken in de attachmenttheorie of de gehechtheidstheorie. Ook relatietherapeuten gaan er meestal van uit dat conflicten in de eerste plaats met een gevecht om autonomie of gelijkwaardigheid te maken hebben. De meeste proberen om destructieve ruzies tussen partners te verhelpen of te voorkomen door vaardigheden voor conflictoplossing bij te brengen. Dat is een erfenis van de jaren 1970 toen men relatieproblemen niet langer ging toeschrijven aan persoonlijkheidskenmerken of persoonlijkheidsstoornissen, maar aan de interactie tussen de partners. Uit onderzoek bleek dat niet de intra-persoonlijke variabelen belangrijk waren voor een succesvol huwelijk maar wel de inter-persoonlijke variabelen, de manier waarop de partners met elkaar interageerden (zie ook Verstraeten, 2000; Davilla, 2003). De focus werd daarbij vooral gericht op conflictuele interacties want uit dezelfde studies bleek hoe negatief gedrag tussen de partners het huwelijk schade toebracht. Het negatieve mekaar verwijten en onder druk zetten om te verkrijgen wat men wilde, moest vervangen worden door meer constructief gedrag volgens de methodes van het sociale leren. Daaruit ontstond gedragsgerichte koppeltherapie die tot doel had koppels meer effectieve communicatie en probleemoplossende vaardigheden bij te brengen, die hen zouden toelaten hun conflicten op een positieve manier aan te pakken i.p.v. op een wederzijds bestraffende (verwijtende) manier. Er werd van dan af aan koppels geleerd te onderhandelen i.p.v. te bekvechten. Maar de redenen voor of de betekenis van deze ineffectieve gedragingen, de vraag of deze redenen misschien in de persoonlijkheid lagen, bijvoorbeeld in angst voor intimiteit of voor afwijzing, werden, zoals relatietherapeute Joanne Davilla (ibid.) terecht stelt, niet onder de aandacht genomen. Het dominante model voor relaties was een ruilmodel en één dat de machtsbalans centraal stelde. Het dominante model voor relaties en relatietherapie was gedragsmatig en op conflictoplossing gericht. Ook in Vlaanderen was dit, naar Amerikaans voorbeeld, het toonaangevende model. Dat leidde tot de paradoxale situatie dat koppels in relatietherapie en in allerlei vormingsprogramma’s wel leerden hoe ze voor hun belangen moesten opkomen, hun terrein konden verdedigen en op een efficiënte manier over conflicten moesten communiceren, m.a.w., zeker leerden hun autonomie te versterken, maar dat ze eigenlijk weinig expliciet geholpen werden om met hun vele vormen van oud en recent liefdesverdriet in het reine te komen. Uit internationale onderzoeksgegevens bleek gaandeweg dat een aantal koppels met deze gedragsmatige aanpak niet geholpen werd en dat aanvankelijke resultaten niet stand hielden. Onderhandelingen over wie wat doet in een gezin gaan immers niet over die taken maar over hoe de relatie ervaren wordt. Om daar inzicht in te krijgen is een authentiek model van liefde nodig eerder dan een model van machtsverhoudingen en conflictoplossing.

Zo een mogelijk model van liefde, niet het enige, wordt ons geboden door de attachment- of de gehechtheidstheorie. De attachmenttheorie zegt ons iets over wat er aan de basis ligt van relatieconflicten. Op het meest fundamentele niveau gaat het bij gehechtheid om een zoeken van veiligheid bij een ander. Conflict, ruzie, verwijten, kunnen een teken zijn dat aan deze behoefte aan ervaren veiligheid (felt security) niet voldaan wordt. Het is bekend dat volwassen gehechtheidsrelaties wezenlijk vergelijkbaar zijn met deze tussen moeder en kind (Bowlby, 1969; Hazan en Shaver, 1987) en dat partners nood hebben aan de zekerheid dat de ander liefhebbend, beschikbaar en ondersteunend is. Deze zekerheid gaat gepaard met een gevoel van zelfwaarde tegenover de gehechtheidsfiguur en tegenover anderen in het algemeen, een gevoel dat men niet verworpen of verlaten zal worden. Eender welk gebeuren in de dagelijkse omgang kan het gehechtheidssysteem activeren, kan een trigger zijn voor een gevoel van onbeschikbaarheid vanwege de gehechtheidsfiguur. De vuilnisbak die desgevraagd niet buitengezet wordt, kan, zeker wanneer er meer gelijkaardige ervaringen zijn, de angst en de pijn opwekken dat men eigenlijk niet geliefd is. De belangrijke bijdrage van de attachmenttheorie ligt nu hierin dat zij beschreven heeft hoe iemand, een jong dier, een kind, een volwassene reageert wanneer er niet tegemoetgekomen wordt aan de gehechtsheidsnood. De eerste reactie tis een reactie van protest: huilen, roepen, zoeken, tot de band hersteld is. M.a.w., negatieve gedragingen, verwijten, aanklampen! Wanneer de angst heel groot geweest is, zal er zelfs bij de letterlijke of figuurlijke hereniging of inwilliging van een verzoek aanvankelijk ook nog boosheid zijn. We kennen toch allemaal de ervaring dat we angstig waren om de afwezigheid van een geliefde persoon en bij het eerste weerzien boos werden: waar ben je zo lang geweest, waarom was je er niet als ik op je rekende?

De gehechtheidstheorie helpt ons af van het negatieve imago van afhankelijkheid. Ieder mens is afhankelijk van diegenen aan wie hij of zij gehecht is. Een veilige gehechtheid is zelfs basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van autonomie, in de testbatterijen voor astronauten zitten metingen van hun gehechtheid. Wie niet veilig gehecht is, wordt niet in de ruimte losgelaten. Weerom zien we dat verbondenheid en autonomie niet in tegenspraak zijn maar wel dat er ogenschijnlijk destructieve reacties optreden wanneer de verbondenheid bedreigd is. We krijgen daarmee dus ook een andere duiding van de ruzies tussen partners: er is niet zozeer of niet in de eerste plaats een conflict over terreinverdeling of machtsverhouding maar veeleer een protestactie bij een bedreiging van het veilige gevoel van gehechtheid. De verwijten en hoogoplopende ruzies zijn een primitieve manier om de veilige gehechtheid te claimen die men van de gehechtheidsfiguur verwacht, het zijn vervormde signalen van gehechtheid (Kobak, Ruckdeschel en Hazan, 1994). De attachmenttheorie werpt ook een nieuw licht op wat Freud en Klein de doodsdrift noemden. Misschien gaat het niet om zo een vreemd iets als een doodsdrift maar wel om een min of meer gewelddadige reactie op angst en onveiligheid, zowel bij de kleine baby als bij de ontgoochelde partner. Deze intense reactie zal bij de moeder van een kleine baby een complementaire reactie van nabijheid, koestering en zorg oproepen, maar ook niet bij allemaal: sommige moeders kunnen de emoties van hun kinderen moeilijker aan door hun eigen gehechtheidsgeschiedenis. In relaties tussen volwassenen is het geruststellende antwoord niet zo evident. De voorgeschiedenis speelt in volwassen relaties een grote rol: wie als baby of kind veilig gehecht is, in Kleins termen wie een goed innerlijk object meedraagt dat niet stukgemaakt is door angst en boosheid, zal in latere relaties ook zowel zelfverzekerd als ondersteunend met de ander kunnen omgaan. Maar evengoed zullen daar nog momenten van angst en crisis en van destructieve reacties opduiken wanneer men zich bedreigd voelt in zijn gehechtheidsbehoefte. Om koppels dan echt te helpen, moet eerst en vooral de betekenis van hun ruzies echt begrepen worden. En vervolgens moet er hulp komen om ondersteunend te kunnen omgaan met elkaar, om empathisch en beschikbaar te zijn, om tegemoet te kunnen komen aan elkaars behoeften. Zoals men onveilig gehechte moeders kan helpen om toch voor hun kinderen een veilige gehechtheidsfiguur te worden (Van IJzendoorn, Fonagy), door hun sensitieve responsiviteit, hun reflectief functioneren te bevorderen, zo zou men hetzelfde kunnen doen voor partners. En diegenen die door een ongunstige gehechtheidsgeschiedenis bang geworden zijn van afhankelijkheid, die een soort ongevoeligheid hebben ontwikkeld die hen meer veiligheid schijnt te geven dan de band met een ander, die kunnen in een geduldig verwerkingsproces geholpen worden om hun verdedigingsmechanismen beetje bij beetje te verzachten tot groter welzijn van henzelf en hun partners.


Partners zijn gehechtheidsfiguren voor mekaar


Banden tussen mensen hebben dus alles te maken met gehechtheid. In de gehechtheidstheoretische zin van het woord wil dit zeggen dat mensen, los van de bevrediging van andere behoeften zoals honger of dorst of seks, een oorspronkelijke behoefte hebben aan een persoonlijke band met een geprivilegieerde ander, de gehechtheidsfiguur. Voor het kleine kind is dat in principe de moeder maar onderzoek heeft aangetoond dat er ook andere gehechtheidsfiguren kunnen zijn. Het gehechtheidsgedragssysteem ontwikkelt zich bij alle kinderen maar kan verschillen in kwaliteit. Veilig gehechte kinderen ontwikkelen door de herhaalde ervaringen van de betrouwbaarheid van hun gehechtheidsfiguur een algemene houding van vertrouwen in haar, en bij uitbreiding in andere mensen en in zichzelf. Dit vertrouwen laat hen toe geleidelijk los te komen van de aanvankelijke gehechtheidsfiguur en zelfstandig op ontdekking te gaan. We zegden reeds dat autonomie en verbondenheid geenszins tegengesteld zijn. De nood aan een gehechtheidsband blijft bestaan ‘from the cradle to the grave’ zoals Bowlby zegt, en in het volwassen leven wordt de partner een nieuw soort gehechtheidsfiguur. Dat maakt scheiding ook zo moeilijk, zelfs bij ruzies en bij een verlies van verlangen en begeerte, blijft de partner toch nog de gehechtheidsfiguur. Nabijheid, feitelijke en emotionele bereikbaarheid en begrip (‘sensitieve responsiviteit’) zijn de cruciale elementen voor de ontwikkeling van een veilige gehechtheid. Ze kunnen eveneens beschouwd worden als noodzakelijke bestanddelen van verbondenheid in een intieme relatie.

In een partnerrelatie is men over en weer gehechtheidsfiguur voor elkaar. Aan beide kanten wordt veiligheid gezocht, maar ook geboden. Het kunnen inspelen op mekaars behoefte aan ervaren veiligheid is onmisbaar voor het tot stand komen en het voortbestaan van een relatie. Wat een relatie consolideert, is niet een evenwichtige ruilverhouding zoals binnen het paradigma van het sociale leren en van het systeemdenken gesteld wordt, maar wel de ervaren betrouwbaarheid. Het is niet altijd eenvoudig om de signalen te herkennen waarmee iemand aangeeft dat er aan deze behoefte op een belangrijke manier niet tegemoetgekomen wordt. Vooral kwaadheid is moeilijk te decoderen. De partner voelt zich door een verwijt beschuldigd en op zijn/haar beurt afgewezen zodat er tussen beiden een kortsluiting komt, er is geen begrip meer mogelijk terwijl het dat is waar men juist naar op zoek is. Dat versterkt alleen de kwaadheid, niet begrepen worden is een grote frustratie die tot heftige emoties kan leiden. Het mogen en kunnen verwoorden van deze behoefte aan ervaren veiligheid, aan een liefhebbende en ondersteunende partner, een trouwe metgezel die er voor je is als je hem/haar nodig hebt, is onontbeerlijk voor het welslagen van een relatie. Al te lang werd een dergelijke nood afgedaan als te infantiel, lag er een taboe op afhankelijkheid. Maar men kan nooit begrijpen wat er tussen partners gebeurt en hoe onredelijk intens de emoties kunnen oplaaien, wanneer men hier geen rekening mee houdt. Partners in nood moeten hierbij geholpen worden, ze moeten de onderliggende behoefte aan veilige gehechtheid bij zichzelf en bij de ander leren herkennen, tolereren en bevestigen. Vaak zal dat inhouden dat ze ook bevestigend leren staan tegenover mekaars drang naar autonomie, zoals een goede moeder ook bevestigend toekijkt als het kind op ontdekking gaat, en vertrouwen wekkend reageert wanneer het even struikelt, in plaats van te zeggen: ‘zie je wel, je was beter hier gebleven!’  Uit ons eigen onderzoek met studenten aan het HIG bleek een belangrijke pijler van de tevredenheid over een relatie het gevoel te zijn dat de relatie juist bijdraagt tot persoonlijke ontplooiing (Verstraeten, 2000). Dat kan als die relatie een veilige uitvalsbasis is. Wie dat niet (meer) kan bieden of ervaren, heeft hulp nodig om de huidige en/of oudere kwetsuren in gehechtheidsrelaties te herstellen.


Bibliografie

BOWLBY, J., (1969; 1997), Attachment and Loss. Vol. I. Attachment. London, Pimlico.

DAVILA, J., (2003), Attachment processes in couple therapy: informing behavioural models. In: Johnson, S.M. & Whiffen, V.E. (Eds), Attachment processes in couple and family therapy. New York, Guilford Press.

FONAGY, P., GERGELY, G., JURIST, E. & TARGET, M., (2004), Affect regulation, mentalization and the develpment of the self. London, Karnac.

HAZAN, C. & SHAVER, P.R., (1987), Romantic love conceptualized as an attachment process. Journal of Personality and Social Pschology, 52, 511-534.

KOBAK, R.R., RUCKDESCHEL, K. & HAZAN, C., (1994), From symptom to signal: anattachment view of emotion in marital therapy. In: Johnson, S.M. & GREENBERGL, L., The heart of the matter: perspective on emotion in marital therapy. New Your, Brunner/Mazel.

VAN IJZENDOORN, M.H., Gehechtheid van ouders en kinderen. Intergenerationele overdracht van gehechtheid in theorie, (klinisch) onderzoek en gevalsbeschrijvingen. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.

VERSTRAETEN, D., (2000), Het gelaat van de liefde. Brussel, Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.  


Bron:

De tekst is met uitdrukkelijke instemming van de auteur overgenomen uit De genereuze samenleving. Over de ware aard van menselijke relaties – Afscheidscollege Danny Verstraeten Integrale tekst (2006), 19-25. Publicatie Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (nu behorend bij de Hogeschool Odisee).



Omhoog

Laus epistolae – Jos Journée

 


‘Brieven waren een plezier om te schrijven en te krijgen. Ze legden dromen en dagelijkse besognes vast, de bloemkoolneus van de drankverkoper, de bladluizen op de rozen, recepten en vermaningen, verslagen van begrafenissen, etentjes en wandelingen in het park. Het waren geschenken, daden van intimiteit. Ze vormden illustraties van een levensstijl die we al te gemakkelijk hebben afgedankt. In een brief kon je nog zeggen wat je voelde zonder je zorgen te maken dat dat, zonder jouw medeweten, zou worden rondgebazuind aan miljoenen anderen. Je kon grappig doen, hatelijk of gewaagd, zonder de angst berispt te worden. Meer nog, elke brief vormde een literaire pauze, een reflectie op het leven zelf, een novelle of een essaytje, bestemd voor één specifieke, gekozen ontvanger.’

Claire Messud, Amerikaanse schrijfster in een fictieve brief aan Virginia Wolf

(DS 24-6-2016)

 

Lof van de brief

Latijnse titel, naar analogie met ‘Laus Stultitiae’
van Erasmus

Jos Journée
Lid van het VVA-Afdeling Limburg

‘Lieve Peter,
Bij het begin van het nieuwe jaar …’, zo begon de eerste brief die wij met pen en inkt uit het potje, op mooi geïllustreerd briefpapier op de wereld brachten, met de stellige belofte weer een jaar braaf te zijn …

In ‘De Loteling’ van Hendrik Conscience ontmoeten we de historische brief die jan, de zoon bij het leger schreef aan zijn moeder: ‘Ik neem de pen in de hand …’
En verderop in het verhaal: ‘Beminde Jan – Hoe gaat het met uw gezondheid? God zij geloofd zijn wij allemaal nog gezonde en de os en de koe ook …’

De apostelen hadden veel vroeger al heel veel brieven geschreven!
Genoeg voor een dagelijkse lezing het hele jaar door.
Epistel heette dat.

Communicatie per brief had steeds een bijzondere plaats in onze cultuur.
Zo hadden we de ‘Herderlijke brieven’ van de bisschop of van de aartsbisschop. Ze werden ’s zondags voorgelezen van op de preekstoel. De bisschop van brugge meldde enige tijd geleden zelfs dat het grote zonde was voor de Volksunie te stemmen!
De kardinaal ging nog verder op glad ijs. Hij uitte op gestrenge toon, in een herderlijke brief, voor te lezen ‘in alle kerken en kapellen des lands’ – niet mis te verstane bedreigingen naar professoren en studenten indien ze zich nog langer zouden verzetten tegen het behoud van de Franstalige universiteit te Leuven: ‘Het Mandement Suenens’!

Laten we Suenens vergeten.
Denken we liever aan de in ‘De bibliotheek der Nederlandse Letteren’ verschenen:
31 brieven van Hadewijch, brieven die zo’n belangrijke rol speelden in de 13de-eeuwse Dietse Minnemystiek.

Maar ook de ‘minne’ tussen mensen, zelfs tussen abten en abdissen kreeg een onvergetelijke plaats in de geschiedenis en in de literatuur: de brieven van Abélard en Héloïse! Zelfs Jean-Jacques Rousseau vond hierin inspiratie voor zijn werk.

De liefdebrieven van Robert Schumann aan Klara Wieck, zijn geliefde pianiste en latere echtgenote zijn van een sublieme fijnzinnigheid … de romantiek van zijn pianocomposities, de romantiek ook van het geschreven woord!: … dit schrijf ik bij zonsopgang … mocht het zijn dat alleen een morgenrood ons van elkaar scheidde …’ – Mooi!

Minder bekend zijn de liefdesbrieven van Hendrik de achtste aan Anna Boleyn.
‘ … Dit werd geschreven met de hand van hem, die zich zo graag zou blijven noemen …
uw Hendrik, Rex’.
Jawel!

De vurige liefdesbrief van Hamlet aan Ophelia kadert helemaal in de passionele tradite van Shakespeare (1601). Shakespeare mogen we niet vertalen, die nemen we ‘puur’.
De brief wordt door Polonius aan koning Claudius voorgelezen als bewijs van Hamlets liefde.

‘To the celestial and my soul’s idol, the most beautified Ophelia.

‘Doubt thou the stars and fire
Doubt that the sun doth move
Doubt thuth te be a liar
But never doubt I love
O dear Ophelia, I am ill at these numbers
I have not art to reckon my groans: but that
I love thee best. O most best, believe it. Adieu.
Thine evermore most dear lady, whilst
This machine is to him

Hamlet’.

Op de zolder van het kasteel van de graven d’Oultremont in Duras (vroeger graafschap, nu deelgemeente van Sint-Truiden) werd bij toeval door de latere graaf de Liedekercke de correspondentie gevonden tussen koning Willem I der Nederlanden en gravin Henriette d’Oultremont de Wégimont.

Op basis van deze stukken en na verder zeer uitgebreid historisch onderzoek schreef wijlen de Limburgse gouverneur Louis Roppe een 350 pagina’s historisch werk, meermaals bekroond in Vlaanderen en in Nederland: Een omstreden huwelijk.
Deze correspondentie in het Frans getuigt van een zeldzame voornaamheid, van wederzijdse steun, maar tevens van de hel die beiden hebben doorgemaakt tot aan het dramatisch hoogtepunt, de troonsafstand in 1840.

‘Chère Henriette, je m’empresse de vous adresser quelques mots pour vous assurer de tout le bonheur que j’éprouve en songeant que je suis parvenu à surmonter toutes les difficultés qui sembloient rendre impassible que mes voeux les plus chères puissent s’ accomplir ..
Votre tout dévoué et meilleur ami, Guillaume’.

1830 – Leopold I van Saksen Coburg komt op de troon van het pas onafhankelijke België. Zijn grote liefde, toen nog als prins ging uit naar prinses Charlotte van Wales.
Na een aanvankelijk blauwtje te hebben opgelopen trouwde hij op 2 mei 1816 en werd dus de potentiële prins-gemaal van de koningin van Engeland. Een jaar later stierf Charlotte bij haar eerste bevalling.
Zij was toen de ‘Diana’ van Engeland. Haar liefdesbrieven werden door het Hof onlangs vrijgegeven. Uit een brief van juli 1815 noteren we ‘Ziehier prins, in vervoering aanvaard ik de hand, het hart dat u mij aanbiedt …’. Naar verluidt stuurde ze ook een haarlok!

De schrijver van ‘Tartarin de Tarascon’ – in een beminnelijke satire bekend als blufferige Zuid-Fransman, zoals die alleen in Frankrijk bestaan – was ook de schrijver van ‘Lettres de mon Moulin’. De molen van Alphonse Daudet staat in Fontevieille in de Provence en is nu museum.

Ook vrienden schreven frequent naar elkaar. Friedrich Nietsche schreef op 7 oktober 1874 vanuit Basel: ‘Gisteravond, mijn goede vriend, ben ik uit de bergen teruggekeerd, en vanmorgen wordt het nakende winterleven begonnen met een verjaardagsbrief aan jou …’

De briefroman bestaat grotendeels uit gefingeerde correspondentie. Beroemde voorbeelden zijn ‘Julie ou la nouvelle Héloïse’ van Jean-Jacques Rousseau, en ‘Die Leiden des jungen Werthers’ van Goethe.
En in ons eigen taalgebied kennen we de ‘Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart’ van Betje Wolff en Aagje Deken en ‘Rolande met de Bles’ van Herman Teirlinck.
Betje Wolff was ook de auteur van ‘Brieven over den weg tot het waar genoegen’.

De politiek had ook zijn historische brieven!
Jules Destrée, nochtans een Waal schreef in zijn: ‘Brief aan de Koning’ … ‘Sire, il n’y a pas des Belges …’. Dat was andere koek …

Naast het verhaal van ‘Saïdjah en Adinda’ en het mooie gedicht ‘Ik weet niet waar ik sterven zal’ is het negentiende hoofdstuk van Max Havelaar vrijwel volledig gewijd aan de brieven van de ‘assistent-resident’ van Lebak: Multatuli. Eerste ‘leesbaar’ boek na de literaire ‘pruikentijd’ en zopas op 11 maart 2007 verkozen tot ‘het derde beste Nederlandstalige boek aller tijden’ na raadpleging van 15.000 Nederlanders door hun publieke omroep.

En later in de geschiedenis der mensheid vinden we, met een gelijkaardige ontstellende thematiek, de brieven van Johann Moritz in dat prachtige boek van de schrijver uit Roemenië Virgil Gheorghiu: ‘Het vijfentwintigste uur’. De inleiding werd geschreven door de bekende Franse filosoof Gabriël Marcel.

‘Mijn liefste Teresa,
Ik heb de drie brieven ontvangen. Je schrijft dat je verscheurd bent. Ik vind geen antwoord op deze woorden.’ Dit is niet geschreven door een getormenteerde dichter, maar door Karol Wojtyla. De tekst dateert uit 1976. Deze bisschop werd paus en ontpopte zich als een zeer conservatief kerkleider op het vlak van de seksuele ethiek, aldus ‘De Standaard’. Maar, zo schrijft de Standaard: ‘Niets menselijk was hem vreemd. De ‘intense vriendschap’ met Anna-Theresa Tymieniecka kan blijken uit de ruim 350 brieven die de twee elkaar hebben geschreven. Tymieniecka schonk ze in 2008 aan de nationale bibliotheek van Polen, maar daar werden ze ‘veilig’ opgeborgen. De BBC kon kopieën ervan inkijken. Anna Teresa Tymieniecka was een Amerikaans-Poolse filosofe. Uit deze brieven blijkt nergens dat Wojtyla gezondigd zou hebben tegen de gelofte van kuisheid.

Clint Eastwood, maakte, gefascineerd door brieven die de Japanse Luitenant-Generaal Tadamichi Kuribayaschi naar huis stuurde de film ‘Letters from Iwo Jima’ genomineerd voor een Oscar in vier categorieën.

Pen of muis …   Ce que l’on conçoit bien s’ énonce clairement,
                                 Et les mots pour le dire arrivent aisément’.

                                 (Boileau – L’Art Poétique vers 153 en 154)


Omhoog


'De lessen van Zweig', essay over ‘De wereld van gisteren’ van Stefan Zweig – Pascal Verbeken

 


In de reeks Bladgoud 2015 (DS) kiest journalist Pascal Verbeken voor De Wereld van Gisteren, de autobiografie van Stefan Zweig.


Sommige boeken zijn het equivalent van een multifunctioneel Zwitsers legermes dat je wapent voor wat we gemeenzaam ‘het leven’ noemen. Ze bieden niet alleen leesplezier, maar ook kennis en wijsheid.

Zo blader ik af en toe in Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid van de zeventiende-eeuwse Spaanse jezuïet Baltasar Gracián: een bundel amorele levensregels in dienst van zelfbehoud en macht. Om een biotoop als de Wetstraat te doorgronden, verschaft Gracián meestal meer inzicht dan de verzamelde krantencommentaren van de dag. Bovendien is Handorakel ook bruikbaar als tijdloze overlevingsgids in de killingfields van de werkvloer en het sociale verkeer. Maar als invloedrijkste leermeester van mijn boekenkast moet de cynische, geslepen Gracián het afleggen tegen een schrijver die zowat zijn tegenpool is: de Oostenrijks-Joodse humanist Stefan Zweig.

Rasverteller Zweig was ooit een van de meest gelezen schrijvers ter wereld. Zijn werk verscheen in meer dan vijftig talen en omvat bijna alle genres. Daaronder ook zijn autobiografie De wereld van gisteren, een vuistdikke bundel herinneringen aan het krakende, scheurende Europa in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog. Ik ken geen scherper geslepen lens om naar de huidige tijd en het huidige Europa te kijken dan dit boek.

Laat ik beginnen bij Zweigs einde.


Randall Casaer


In de avond van 22 februari 1942 speelde hij een laatste partijtje schaak met een buurman in het Braziliaanse Petropolis en bracht vervolgens zichzelf en zijn vrouw Lotte om het leven met een overdosis van het slaapmiddel Veronal. Zweig was zestig. In een nagelaten notitie bedankte hij Brazilië dat hem als emigrant op de vlucht voor het naziregime asiel geboden had en drukte hij zijn wanhoop uit over de donkere toekomst van Europa.
De wereld van gisteren, postuum verschenen in 1944, kun je lezen als de lange versie van deze afscheidsbrief. Zweig zet de magazijnen van zijn geheugen open en richt zich tot de volgende generaties, in de hoop dat ze lering trekken uit de onwaarschijnlijke opeenvolging van omwentelingen die zijn gedoemde generatie onderging.

Als rondreizende kosmopoliet maakte Zweig de twee bloedigste oorlogen uit de wereldgeschiedenis mee, hij zag het fascisme en bolsjewisme opkomen, geld waardeloos worden, revolutie, hongersnood en epidemieën uitbreken. Van de machtige, bijna duizend jaar oude Oostenrijkse monarchie waarin hij geboren werd, bleef aan zijn dood niets meer over. ‘Al de vale paarden van de apocalyps zijn door mijn leven gestormd’, noteert hij. Hij was rijk en arm, vrij en onvrij, thuis en ontheemd. Zijn werk werd bejubeld en even later in het openbaar op brandstapels gegooid.

Voor Europa fataal in een draaikolk kwam, leefde Zweig in wat hij ‘de gouden eeuw van de zekerheid’ noemt. Brandpunt is Wenen, de artistieke metropool waarin hij opgroeide, het centrum van een vermeend multicultureel modelland dat uitblonk in stabiliteit. De Oostenrijkse kroon werd uitgegeven in zuiver goud en leek daarmee bestand tegen de eeuwigheid. Wetenschap en techniek galoppeerden vooruit als nooit tevoren. Zelfs in de buitenwijken van de hoofdstad brandde ’s avonds elektrisch licht in de straten, als symbool van de rede die doordrong tot de donkerste uithoeken. ‘Aan barbaarse vormen van regressie, zoals oorlogen tussen Europese volkeren, hechtte men even weinig geloof als aan heksen en spoken’, schrijft Zweig.

De Belgische les

Lees verder


Omhoog

'Doorbraak' - Sponsordiner - Paul Becue

 

Paul Becue studeerde Rechten, Toegepaste Economische Wetenschappen en Politieke en Sociale wetenschappen.
Hij was voorzitter van de VVA-afdeling Antwerpen, organiseerde de Algemene Ledendag in Anwerpen in 2015.
Al geruime tijd is hij lid van de Centrale Raad en het Hoofdbestuur van het VVA. Vanaf 1 september 2016 is Paul Becue de algemene voorzitter van het VVA
. Hij is ook lid van de redactie van ons e-zine.

Sinds kort dient er zich bij de harde perskern van de Vlaamse beweging een nieuw fenomeen aan: het sponsordiner. De spits werd afgebeten door Doorbraak op 25 april 2016, met als gastsprekers Hendrik Vuye en Veerle Wouters. Maar ook het Pallieterke liet zich niet onbetuigd: op 9 mei hadden zij een sponsordiner met aIs gastspreker Ivan Van de Cloot van de denktank Itinera.

Vechten tegen de bierkaai

De Vlaams nationalistische pers heeft het dan ook niet gemakkelijk. VVA-Antwerpen had op 8 maart  2016 reeds Carl Van Camp, de hoofdredacteur van ’t Pallieterke, als gastspreker. Hij maakte toen een relaas van de geschiedenis van het Pallieterke, maar ook voor welke financiële uitdagingen het stond. Hij benadrukte dat ze veel liever abonnementen hadden, dan de losse verkopen in de kiosk, omdat ze zo de verwachte cash flow beter konden inschatten.

Naast het sponsordiner geeft Pallieterke sinds kort ook boeken uit: in juni 2015 verscheen “Jef Nys: de beginjaren als cartoonist”. Nys is de alombekende vader van stripfiguur Jommeke die zijn carrière startte bij het Pallieterke. In december 2015 kwam “ ’t Pallieterke van Bruno De Winter (1945-55)” uit: een relaas over de beginjaren. Beide boeken zijn schappelijk geprijsd en in eigen beheer uitgegeven. Het toont wel de dynamische aanpak aan van de nieuwe redactie.

“Doorbraak” sponsordiner

Op 25 april 2016 vond dan het eerste sponsordiner van Doorbraak plaats in de Brasserie Jardin Public te Berchem. Er was naar schatting 40 tot 50 man aanwezig, en ik moet zeggen dat het de kern was van de Vlaamse Beweging. Er waren trouwens ook ex-laureaten van de VVA-prijs present.

Jean-Pierre Rondas hield de welkomstrede en sprak ook een slotwoordje uit. Hij stippelde aan dat om de goede zaak te ondersteunen, er deze keer geen dessert zou zijn! Ik zat aan tafel naast de eindredacteur Harry De Paepe.

De maat van de monarchie

Hendrik Vuye en Veerle Wouters gaven na het hoofdmenu hun commentaren rond het boek “De maat van de monarchie: macht en middelen van het Belgisch Koningshuis”,  dat op 13 april was voorgesteld aan de pers. Het werd uitgegeven door de uitgeverij Vrijdag van Rudy Van Schoonbeek, die blijkbaar Pelckmans heeft afgelost voor publicaties met een Vlaamsgezind karakter. Beide auteurs zijn zeker niet aan hun proefstuk toe. Ze zijn op vraag van voorzitter Bart De Wever de initiatiefnemers van het nieuwe ‘constitutioneel project’ van de N-VA:  Objectief V, het Studiecentrum Confederalisme. Het moet tegen de verkiezingen van 2019 het pad effenen voor nieuwe stappen in de staatshervorming en dossiers voorbereiden voor de partij. Vuye is trouwens voormalig N-VA-fractieleider in de Kamer en werd in die hoedanigheid vervangen door Peter De Roover (ex-voorzitter VVB). Zowel dit laatste, als hun nieuwe boek, hebben reeds heel wat stof doen opwaaien. Onlangs kaartten ze nog aan dat het niet grondwettelijk was dat Koningin Mathilde de voorzitter van de Wereldbank in audiëntie ontving, omdat enkel de Koning dit voorrecht heeft. Beiden nemen dus zeker geen blad voor de mond. Mathilde zou immers politiek niet gedekt zijn.

Hun recente boek heeft dus ook heel wat discussies doen oplaaien. Indirect kwam het zelfs op de voorpagina van de Paris Match dd. 20 april 2016 (de Belgische editie weliswaar): “Belgique. La monarchie en danger. Un livre fait polémique”.  In het boek worden de invloed en de middelen van het Belgisch koningshuis onderzocht. Wat kost dat koningshuis? Hoeveel macht heeft koning Filip? Is de koning nog van tel bij de regeringsvorming? Is de monarchie nog van tel in een bijna confederaal België. De auteurs leggen in het boek de vinger op de tere plekken en pleiten voor een modern ‘republikeins’ koningschap. Ze geven zo 25 concrete suggesties voor een ‘modern’ koningschap.

Belang “Doorbraak”

Doorbraak bestaat reeds lang. Het werd vroeger nog opgericht door de jonge Wilfried Martens. We kunnen niet ontkennen dat Doorbraak een belangrijke invloed uitoefent. Het magazine wordt trouwens geregeld geciteerd in de Standaard. We verwijzen ook naar de interessante website: www.doorbraak.be. Tal van opiniemakers geven er hun mening.

Conclusie

Ondanks de hoge prijs werd het een geslaagde avond en dat om diverse redenen:

-Ten eerste had je interessante toespraken en kon je daar iets bij leren;
-Ten tweede is het een gelegenheid om je netwerk binnen de Vlaamse Beweging uit te bouwen. Om die reden reeds zou er altijd iemand van VVA aanwezig moeten zijn;
-Ten derde biedt het een gelegenheid aan VVA om artikelen te schrijven die op de website van Doorbraak gepubliceerd worden. 

Dat laatste was trouwens een van de punten die voortkwamen uit de Werkgroep over de Toekomst van het VVA: het is een mogelijkheid om aan het VVA zo meer visibiliteit te geven. Indien er ‘vlotte pennen’ zijn die zich geroepen voelen, aarzel niet je diensten aan te bieden. Doorbraak is trouwens op zoek naar schrijvers. Voor economische onderwerpen bv. is er een lacune.

De volgende afspraak is in het najaar, met Jean-Marie De Decker als gastspreker. Hij was trouwens ook die avond al aanwezig.  We kijken er alvast naar uit met … dessert!

20 juni 2016


Omhoog

Digitale vaardigheden - ict-bekwaamheid leraren

'Het mag best wat spannender zijn' – Interview Minou op den Velde met Antoine van den Beemt

 

Antoine van den Beemt (48) is universitair docent aan de Technische Universiteit Eindhoven. In 2014 publiceerde hij het boek 'Leren met Interactieve Media'. In opdracht van Kennisnet analyseerde hij middels flankerend onderzoek 152 scripties van leraren in opleiding over gebruik van ict in het onderwijs. Op 15 juni 2016 sprak hij op de Onderzoeksconferentie in Amersfoort.

 

INTERVIEW

'Het mag best wat spannender en innovatiever'

Waarom gebruikt de ene docent wel informatie- en communicatietechnologie (ict) en de andere niet? Antoine van den Beemt onderzocht deze vraag. Hij analyseerde 152 scripties van leraren in opleiding over gebruik van ict in het onderwijs en vertelt daar over op de Onderzoeksconferentie van Kennisnet en het NRO.

Welk beeld heb je via je onderzoek gekregen over ict-gebruik in het onderwijs?

"We zagen dat er in klassen wel ict gebruikt wordt, maar heel beperkt en oppervlakkig. Soms proberen enthousiaste leraren iets uit met games, YouTube-filmpjes of digitale prentenboeken. Het zou best wat spannender en innovatiever kunnen. Bijna iedere basisschool in Nederland heeft nu digiborden hangen, maar ze worden niet volledig benut. Vaak gebruikt alleen de leraar ze, en dan vooral voor klassikale instructie, bijna als een klassiek schoolbord.

Je ziet zelden leerlingen aan het digibord staan, terwijl je daar wel software voor hebt. Met sommige software kun je ook differentiëren. Je kunt het slimmere groepje moeilijkere sommen geven en een groepje dat achterloopt een gemiddeld niveau sommen. Vervolgens laat je ze tegen elkaar racen. Dit soort innovatieve toepassingen bestaat al, maar wordt te weinig gebruikt."

Hoe komt dat?

Lees verder

 

 

Omhoog

Colofon

Redactie van het e-zine 'Vivat academia" Editie

- Bruno Comer, hoofdredactie
- Ghislain Duchâteau, eindredactie
- Paul Becue, redactielid

Afmelding

Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar
het VVA-secretariaat