Zoek op de site van VVA:  
 Powered by freefind
Documenten
 
 

Deze pagina is bedoeld om documenten met een ruimere draagwijdte te tonen rond problematieken die voor Vlaamse academici en intellectuelen van betekenis zijn.

Deze pagina zal dus een wat statischer karakter vertonen. We zullen de documenten langer op deze webbladzijde laten staan en ter beschikking houden van belangstellenden.


"Een conservatief meent dat vrijheid en gelijkheid pas betekenis krijgen door leven in een gemeenschap. Je bent wie je bent door overdracht van tradities en gewoontes. Waarden en deugden zijn daarbij belangijker dan winstbejag: geluk verkrijg je niet uitsluitend door materieel bezit. Wie alleen eigenbelang nastreeft, vernietigt het sociale weefsel. Ook economisch succes hangt af van overgeleverde waarden en normen"

Tinneke Beeckman, filosofe, in haar Column 'Consequent conservatief?'
DS 11-2-2013 blz. 31.

 


 

INDEX ARCHIEF VIVAT ACADEMIA (proefversie)

 

INDEX DOCUMENTEN

Toekomstverkenningen Richard Celis 2016

Nederlands-Vlaams Taalcongres "Nederlands schept kansen" 10-10-2015

Taalgebruik in het Hoger Onderwijs -
Een moedertaalcharter voor het Nederlands KANTL

Orde van de Vlaamse Leeuw 2015 voor Rik Van Cauwelaert

Ons Erfdeel Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift en zijn hoofdredacteur

Afrikaanse literatuur in de Lage Landen

Masterplan hervorming S.O. - Versie 4.06.2013

Recente website over de hervorming van het secundair onderwijs

13e Orde van de Vlaamse Draak voor An De Moor - 13 november 2013

Brusselnota van het Verbond Vlaams Overheidspersoneel (VVO)

Vlaamse ruit naast Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap

OPROEP VAN HET OVERLEGCENTRUM VAN VLAAMSE VERENIGINGEN (OVV)
Vlaamse politici, neem uw verantwoordelijkheid op in het Vlaams Parlement voor het Nederlands in het hoger onderwijs!

Verder gaande verengelsing van het hoger onderwijs via het integratiedecreet van de Vlaamse regering

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren: Boodschap aan de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen Vlaams Parlement - Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs

Integratie van academische hogeschoolopleidingen

Hoorzitting in het Nederlands Parlement op maandag 11 juni 2012 over Nederlands en Engels als instructietaal in het hoger onderwijs

Handvest voor Vlaanderen

Open brief over de standaardtaalnorm bij de VRT - 15 november 2011 en antwoord van de VRT

De hoorzitting in de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement van dinsdag 18 oktober 2011 over "Samen taalgrenzen verleggen" de conceptnota talenbeid minister Pascal Smet (22-7-2011): de beschikbare documenten

Taal in de klas. Het Standaardnederlands in onderwijsleersituaties - prof. em. dr. Frans Daems

De Nederlandse Onderwijsraad pleit voor een goed doordacht taalbeleid
in zijn Advies: "Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs"

Paneldebat "De voertaal in het hoger onderwijs" Gewestdag - Gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen Orde van den Prince zaterdag 26 februari 2011 Aalst

SYMPOSIUM BETER ENGELS OF BETER NEDERLANDS? - Taal in het hoger onderwijs met koppelingen naar de meest recente documenten betreffende de intenties voor de hervorming van het hoger onderwijs

Academische zitting "Het Nederlands bedreigd?" Brugge zaterdag 6 november 2010 - 15 u.

Congres en debat Nederland - Vlaanderen over Nederlands in het hoger onderwijs op 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement


INDEX ARCHIEF VIVAT ACADEMIA (proefversie)

Index Vivat Academia (zonder voetnoot)

Vivat Ac_1_juli 70

Beeckman
De Beule

P.F.
R.

Dr. Jur.
Dr. Med.

1

1

Motie staatshervorming : geen culturele autonomie onder controle unitair parlement.

X

 

 

1

2

Ten geleide eerste nummer

X

 

 

1

3

Gouw Antwerpen : 500ste ontmoeting

X

 

 

1

5

In memoriam Mevr. Carpentier-Janssen

X

 

 

1

5

De strijd voor het Vlaams onderwijs te Brussel

X

 

 

1

6

Gouw Oost-Vlaanderen

X

 

 

1

6

Gouw West-Vlaanderen

X

 

 

1

7

Ter Uwer informatie : V.V.-alfabet

X

 

 

1

8

Personalia

Vivat Ac_1_juli 70


Vivat Ac_2_nov 70

Beeckman
Vereenooghe

P.F.
P.

Dr. Jur.
H. Ir.

2

1

Motie tegen vrijheid van de familievader

Van Eecke

H.

Dr. Jur.

2

2

Brussel splijtzwam of verbindingsteken

X

 

 

2

3

Ons bestuur voor het akademisch jaar 1870-1971

Redactie

 

 

2

4

De jaarlijkse algemene ledenvergadering te Asse op 18 oktober 1970 (verslag)

De Kleermaeker

L.

Lic.  Sc. Inf.

2

6

Gouw Brabant:  vergadering 6 nov 1970

H.

Fr.

 

2

7

Gouw Limburg: akad. Jaar 70-71

X

 

 

2

7

Gouw Oost-Vl : overzicht werking 69-70

X

 

 

2

8

Gouw West-Vl 

X

 

 

2

11

Gouw Antwerpen : overzicht derde reeks 69-70

X

 

 

2

13

Personalia

Vivat Ac_2_nov 70

Vivat Ac_3-4_jan-maart 71

OVV

 

 

3+4

1

Motie OVV Brussel beperkt tot 19 gemeenten

X

 

 

3+4

2

Vlaams onderwijs te Brussel

Grammens

Fl.

 

3+4

2

Een brief om over na te denken  ivm vrijheid van het gezinshoofd

De Kleermaeker

L.

Lic.  Sc. Inf.

3+4

3

De V.V.L.-Perskonferentie over het schoolpakt

X

 

 

3+4

4

Engels als tweede taal in het secundair onderwijs (V.V.L=Ver. Vl. Leerkrachten)

X

 

 

3+4

4

Aanwezigheid van de Vlamingen in het Hof van Cassatie

X

 

 

3+4

5

Studentenmuseum

X

 

 

3+4

6

Stichting ons erfdeel

X

 

 

3+4

7

Neerlandia

X

 

 

3+4

7

Scherven schoonheid

Soenen

J.

 

3+4

8

Is de Vlaamse Beweging overbodig ?

Hendrickx
De Vleeshauwer

Fr.
J.

Ir.
Dr . jur.

3+4

9

Gouw Limburg

X

 

 

3+4

10

Gouw Oost-Vl

Vereenooghe

P.

 

3+4

11

Gouw West-Vl (Prof. Dr. Lathouwers over Sovjet-literatuur)

X

 

 

3+4

15

Gouw Antwerpen : verslag eerste reeks 70-71

De Kleermaeker

L.

Lic.  Sc. Inf.

3+4

18

Gouw Brabant (Mr. W. Beernink over Noord-Nederl. benadering Vl. Strijd + Min. H. Fayat over toekomst Nederlands in Brussel)

Redactie

 

 

3+4

20

Meer dan 5000 frank gestolen !!

Personalia

 

 

3+4

21

FDF overwinning visceraal refleks


Vivat Ac_3-4_jan-maart 71




Naar boven



DOCUMENTEN


Toekomstverkenningen Richard Celis 2016

Vandaag vooruitkijken naar waar Vlaanderen morgen voor staat

Een aantal vooraanstaande verenigingen sloegen in 2012 de handen in elkaar voor een vijfjarenproject dat inzoomt op de toekomst voor Vlaanderen  binnen Europa en in een globaliserende wereld via publieke conferenties op academisch niveau. De Toekomstverkenningen kregen de naam mee van Richard Celis (erevoorzitter van de Beweging Vlaanderen-Europa) uit waardering voor zijn levenslang engagement om de Vlaamse emancipatie vanuit variërende platformen te actualiseren. De Beweging Vlaanderen-Europa is, samen met een aantal andere Vlaamse verenigingen zoals de Marnixring Internationale Serviceclub, VOS-Vlaamse Vredesbeweging en de Vlaamse Volksbeweging, initiatiefnemer. Het Fonds voor Vlaanderen en Pro Vives verlenen steun. Diverse andere Vlaamse verenigingen werken eveneens actief mee. De openingsconferentie in 2012 handelde over de Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa. De editie 2013 had het sociaal beleid voor en door Vlaanderen als onderwerp. In 2014 stond de noodzakelijke aanpak centraal  om de economische welvaart van Vlaanderen duurzaam veilig te stellen. Vorig jaar lag de focus op de problematiek van asiel en migratie, haperende integratie en toenemende islamradicalisering. De conferentie 2016 sluit de Toekomstverkenningen af.

Klik op de jaaraanduidingen voor een samenvattend verslag

TRC

PRANGEND ACTUEEL THEMA

De conferentie 2016 vormde het slot van het vijfjarenproject en vond plaats op 10 december om 14 uur in de Aula Rector Dhanis van de Universiteit Antwerpen. Ze had een thema dat uitermate prangend is: de onderlinge verhouding en wisselwerking tussen de Lage Landen en de Europese Unie.: ‘Op weg naar 2030. De Lage Landen in Europa. Welke toekomstvisie? De slotconferentie kwam tot stand in een samenwerking tussen diverse Vlaamse organisaties . Ze werd voorgezeten door professor Jan De Groof (Europacollege Brugge en Universiteit Tilburg).

De euforie omtrent de Europese roeping lijkt weggeëbd. Een ’eurokritische’ houding overstemt in zekere zin een vroegere ‘eurofiele’ bezieling. Deze tendensen gaan ook niet voorbij aan de samenleving in Vlaanderen en Nederland. Wat worden de krijtlijnen voor een nieuw evenwicht? Zal een actief partnerschap Vlaanderen-Eiuropa in Europa met zijn onzekere toekomst aan belang winnen? Grijpen we naar het concept van een ‘confederaal’ Europa? Zoeken we tegelijkertijd naar de kernbevoegdheden die aan aan het Europees niveau kunnen toebedeeld worden om voor de samenleving in 2030 de beste toekomstkansen te bieden? Op sommige beleidsdomeinen minder Europese inmenging maar op andere domeinen dan weer méér Europa? Met als rode draad: hoe wordt de toekomst van de kinderen van onze kinderen het best behartigd?

MARKANTE SPREKERS

Hoofdsprekers waren de houders van de universitaire leerstoel “Europese waarden: discoursen en perspectieven”:
de professoren Noël Clycq (Universiteit Antwerpen) en Luuk van Middelaar (UCL).
Daarna volgde een paneldiscussie gemodereerd door  journalist Guy Tegenbos en met als deelnemers
prof. Matthias Storme die geëngageerd is in de Vlaamse Beweging en doceert aan de KU Leuven
prof. Hendrik Vos, directeur van het Centrum voor EU Studies aan de Universiteit Gent,
Kim Putters die voorzitter is van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Nederland,
en filosofe/columniste Tinneke Beeckman.
Cathy Berx, gouverneur van de provincie Antwerpen, hield de slottoespraak namens Vlaams minister-president Geert Bourgeois.

NAKLANK

De paradoxale wens van de kiezer vandaag is meer Europa maar minder Brussel, of: minder regels maar meer daadkracht om bv. sterk te staan tegen Trump. Dat en veel meer kwam ter sprake op het jaarlijks congres dat deze keer als thema had “Op weg naar 2030. De Lage Landen in Europa. Welke toekomstvisie?”

Vooral inspirerend waren de inleidende referaten van Noël Clyck en Luuk van Middelaar. Bezielend waren de tussenkomsten van de panelleden met Tinneke Beeckman, Kim Putters, Hendrik Vos en Matthias Storme. Er waren meer dan 400 aanwezigen.

Noël Clicq Luuk van Middelaar

 

De organisatoren samen met de sprekers van 10 december 2016

 

Initiator Richard Celis dankt met een slotwoord Aandachtig gehoor


Verslag op Doorbraak

Bron: http://www.vlaandereneuropa.net/toekomstverkenningen/ 

Download de uitnodiging

Naar boven

 



Nederlands-Vlaams Taalcongres "Nederlands schept kansen" 10-10-2015

Aan het begin van de Week van het Nederlands hielden diverse Nederlands-Vlaamse middenveldpartijen en de Interparlementaire Commissie van de Taalunie een Taalcongres in het Vlaams Parlement. Het congres was gewijd aan de talrijke kansen tot samenwerking die het Nederlands biedt en mondde uit in vier concrete beleidsaanbevelingen aan het Comité van Ministers van de Taalunie. Later dit jaar hebben de Nederlandse en Vlaamse ministers van Onderwijs en Cultuur deze aanbevelingen besproken en beantwoord. Vlaams minister-president Geert Bourgeois sprak alvast zijn waardering uit voor het initiatief van parlementen en middenveld.

Het thema van de eerste Week van het Nederlands van de Taalunie en haar partners was “Iedereen aan het woord!”. De Interparlementaire Commissie van de Taalunie heeft dit letterlijk opgenomen door diverse Nederlands-Vlaamse middenveldpartijen in het Vlaams Parlement een podium te bieden om direct mee te praten over het gezamenlijke Nederlands-Vlaamse taalbeleid.

De Nederlands-Vlaamse middenveldpartijen vragen aandacht voor blijvende gezamenlijke investeringen in onze taal omdat ze ons tal van samenwerkingsmogelijkheden biedt binnen en tussen de Nederlandstalige samenlevingen, met anderstalige buurlanden en -regio’s en in tal van landen in de wereld.

In vier werksessies werd gefocust op:

  1. het belang van de standaardtaal met waardering voor variëteiten en variaties;
  2. het belang van taal- en spraaktechnologie in het Nederlands, ook voor Suriname;
  3. waardering van laagdrempelige meertaligheid ten behoeve van grensarbeid en -toerisme;
  4. de meerwaarde van het onderwijs Nederlands wereldwijd voor de Nederlandstalige landen.

Tijdens de werksessies werden inleidende filmpjes getoond, onder meer van de Vlaamse sector Samenlevingsopbouw en de Federatie van de Centra voor Basiseducatie, Stichting NOB en Vlamingen in de Wereld. Er kwamen diverse sprekers aan het woord zoals de Nederlandse schrijver Abdelkader Benali, de Surinaamse onderwijsdeskundige Lila Gobardhan-Rambocus en de Noord-Franse en Slovaakse docenten Nederlands Armand Héroguel en Marketa Štefková.

Op basis van de vier werksessies formuleerde de Interparlementaire Commissie concrete beleidsaanbevelingen aan het Comité van Ministers van de Taalunie,
Wilfried Vandaele, de voorzitter van de Interparlementaire Commissie, vatte de overkoepelende boodschap samen als een krachtige oproep aan het Comité van Ministers om gezamenlijk in het Nederlands te blijven investeren omdat het ons zo veel oplevert.

De aanbevelingen werden namens het Comité van Ministers in ontvangst genomen door Geert Joris, algemeen secretaris van de Taalunie. Joris bedankte de organiserende partijen voor de positieve aandacht die ze voor het Nederlands creëren en verzekerde dat het Comité van Ministers de vier aanbevelingen in het najaar zal bespreken en beantwoorden.

Tijdens de afsluitende plenaire sessie van het Taalcongres benadrukte Vlaams minister-president Geert Bourgeois het belang van Nederlands-Vlaamse samenwerking voor het Nederlands en sprak hij alvast zijn waardering uit voor het initiatief van de Interparlementaire Commissie van de Taalunie en de diverse Nederlands-Vlaamse middenveldorganisaties.

Zijn boodschap was duidelijk: “Dit Taalcongres brengt de verbindende kracht en de sterke troeven van een gedeelde taal onder de aandacht. Samen staan we sterk om onze taal te promoten: overheden, officiële instanties, maar evenzeer de talloze verenigingen en geëngageerde burgers die zich op belangeloze wijze inzetten voor de Nederlandse taal”.

Tot slot bedankte An De Moor, voorzitter van de stuurgroep voor het Taalcongres, alle deelnemende partijen voor de voorbeeldige samenwerking. Ze besloot: “Ik hoop dat de aanbevelingen het beleid van de Taalunie verder zullen versterken en dat het middenveld ook in de toekomst bij het beleid van de Taalunie betrokken zal blijven onder het motto dat het Standaardnederlands kansen schept”.

Organiserende partijen: Nederlandse Taalunie, ANV, Orde van den Prince, Ons Erfdeel, Verbond der Vlaamse Academici, Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland, Vlamingen in de Wereld, Actiegroep Nederlands Vanzelfsprekend, Marnixring.

Bron: Persbericht Nederlandse Taalunie

Concrete beleidsaanbevelingen Taalcongres 10 oktober 2015

Hieronder vindt u het verslag en het programma van het Taalcongres en de reactie van het Comité van Ministers op de beleidsaanbevelingen.

Naar boven

 


 

Taalgebruik in het Hoger Onderwijs
Een moedertaalcharter voor het Nederlands - KANTL


standpunt sinds oktober 2010 van de

KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR
NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE

Koningstraat 18 - 9000 GENT
www.kantl.be

Situering

Op 16 juli 2010 besliste de Vlaamse regering de wetgeving i.v.m. het taalgebruik in het Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen) te versoepelen. Met het oog op de internationalisering van dit H.O. zal het Engels een ruimere plaats toebedeeld krijgen: een bacheloropleiding kan haar aanbod tot één derde in het Engels verzorgen, en het aandeel van het Engels kan oplopen tot 50 % in de aansluitende master. Bij ‘speerpunt’masters (het voorbeeld van materiaalkunde wordt gegeven) en excellentiecentra – waar hoogwaardig onderzoek op internationaal niveau wordt verricht - moet dat tot 100% kunnen oplopen. De vroegere voorwaarde, nl. dat deze opleiding binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands moet worden aangeboden, wordt nu versoepeld tot een verplicht aanbod binnen Vlaanderen.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) heeft van de overheid de zorg voor het Nederlands en de studie van de Nederlandse taal en cultuur als opdracht gekregen. Zij wil garanties dat de wetgeving het Nederlands in alle domeinen van de samenleving beschermt. ...

Lees verder

 

Naar boven

 



Orde van de Vlaamse Leeuw 2015 voor Rik Van Cauwelaert

Rik Van Cauwelaert ontving op 9 juli de Orde van de Vlaamse Leeuw 2015 in het stadhuis van Aalst.

In dat verband
1. werd een perstekst gepubliceerd

Rik Van Cauwelaert ontvangt de Orde van de Vlaamse Leeuw 2015

Rik Van Cauwelaert is de nieuwe drager van de Orde van de Vlaamse Leeuw. De onderscheiding wordt al meer dan 35 jaar toegekend als erkenning van een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap, omwille van prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen of voor initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Met Rik van Cauwelaert gaat de Orde van de Vlaamse Leeuw naar een grijze eminentie van de Vlaamse politiekiek journalistiek. “Voor zijn kritische maar altijd erg gefundeerde ontleding van het Belgische politieke kluwen, met een zeer onafhankelijke maar tegelijk ook complexloos Vlaamsbewuste stem is Rik Van Cauwelaert de onderscheiding meer dan waard. licht Matthias Storme, voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw, de nominatie toe.

Lees de hele perstekst

2. sprak J.P. Rondas een laudatio uit

Rik van Cauwelaert: een leeuw, opgenomen in zijn eigen Orde

Orde van de Vlaamse Leeuw voor Rik van Cauwelaert

Feestrede van Jean-Pierre Rondas in het Stadhuis van Aalst op donderdag 9 juli 2015

Vlaamse vrienden,
Geachte burgemeester en schepenen,

Rik van Cauwelaert is de 32ste laureaat in de Orde van de Vlaamse Leeuw, en de zesde journalist in deze Orde na Gaston Durnez, Mark Grammens, Marc Platel, Manu Ruys en Kees Middelhoff. Stuk voor stuk karakterkoppen die elk in hun eigen journalistieke context voor een journalistieke stijl stonden en staan. Kees Middelhoff, de enige overledene van het zestal, trad tot de Orde toe in het jaar 2000, wat wil zeggen dat de afgelopen vijftien jaar de jury geen noodzaak heeft gezien in het bekronen van een journalist. Dat zegt minder over deze jury dan wel over de volte-face, de ommezwaai die de Vlaamse journalistiek genomen heeft in haar houding tegenover Vlaanderen. De Vlaamse pers in het algemeen is in dezen geëvolueerd van professionele appreciatie van naar platte vooringenomenheid tegen de Vlaamse Beweging.

Tot zover de regel, die dan bevestigd hoort te worden door op zijn minst één uitzondering vast te stellen. Over deze uitzondering wil ik het hebben. Het is niet alleen dat zijn naam klinkt als een klok vol historische boventonen, maar ook dat die naam spontaan bij me opkomt als er bijvoorbeeld in een filippine gevraagd wordt naar ‘Vlaams journalist’. Dan denk ik onmiddellijk aan Rik van Cauwelaert.

Lees de hele feestrede

3. sprak Rik van Cauwelaert een dankwoord uit

Vlaanderen niet omvormen tot klein-België
Dankwoord bij het ontvangen van de Orde van de Vlaamse Leeuw

Foto: Rik van Cauwelaert, An De Moor (voorzitter Beweging Vlaanderen-Europa) en Matthias Storme (voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw). (c) Jan Lievens

Op 9 juli kreeg journalist Rik van Cauwelaert de Orde van de Vlaamse Leeuw. Doorbraak publiceert het dankwoord dat hij die avond uitsprak.

In zijn beruchte Carnets du Roi uit 1903 laat de dichter en journalist Paul Gérardy koning Leopold II een aantal wenken meegeven aan de troonopvolger, zijn neef, de toekomstige Albert I.
Het boek oogstte in de kranten van toen een storm van verontwaardiging. Begrijpelijk als je leest wat Gérardy zijn Leopold II in de mond legt. ‘Er bestaat een soort van letterknechten dat ik lange tijd ten onrechte als zeer gevaarlijk beschouwde. Individuen, die met een notitieboekje rondlopen op plaatsen waar ze niet zijn uitgenodigd, en die zich bemoeien met zaken waar ze niet mee te maken hebben. Maar stilaan begreep ik dat de schadelijkheid van journalisten sterk overdreven was. Zij denken immers niet na en hebben dus ook niks van doen met de vrije meningsuiting.’

De Nederlandse dichter Lévi Weemoedt heeft dat ooit nog kernachtiger gesteld in zijn puntdicht:
‘Toen God het niet meer wist,
schiep Hij de journalist.’

Geloof mij, ik ben opgelucht dat bij de Beweging Vlaanderen-Europa niet in die termen over de journalistiek wordt gedacht.

Toen ik enkele maanden geleden een telefoon kreeg van de voorzitter met de mededeling dat de vereniging mij de Orde van de Vlaamse Leeuw wilde toekennen, heb ik in al mijn ijdelheid die onderscheiding aanvaard.

Lees het hele dankwoord

4. hield An De Moor de afsluitende toespraak

11-julitoespraak n.a.v. uitreiking Orde van de Vlaamse Leeuw aan Rik Van Cauwelaert

Aalst, 9 juli 2015

Geachte Minister, Volksvertegenwoordigers, burgemeester, leden van het schepencollege en de gemeenteraad, mevrouw en meneer Van Cauwelaert, andere Ordedragers, geachte aanwezigen

“Een van de kenmerken van Vlamingen is respect. Als je een Vlaming respect geeft, krijg je respect terug, net als in een relatie”, zei de voorzitter van de VVB in een interessant interview in het TV-programma Ter Zake enige tijd geleden.

Respect tonen t.o.v. markante Vlamingen is een van de doelstellingen van onze vzw Beweging Vlaanderen-Europa tijdens onze campagne Vlaanderen Feest!. U zei zelf, mijnheer Van Cauwelaert, n.a.v. de herdenking van uw oudoom Frans Van Cauwelaert, dat onze Vlaamse feestdag hoe dan ook de gelegenheid bij uitstek is om, zoals volgens het Boek der Wijsheid, onze roemrijke mannen te prijzen. Dat doen we onder meer door Gulden Sporen uit te reiken. Morgen geef ik bv. de musicoloog Jan Dewilde in het stadhuis van Brugge een Gulden Spoor voor Culturele Uitstraling en op onze Vlaamse feestdag mag ik aan Fernand Huts een Gulden Spoor voor Economische Uitstraling uitreiken in het stadhuis van Antwerpen. De meest prestigieuze bekroning is volgens velen de Orde van de Vlaamse Leeuw. U hoorde vanavond al uitgebreid waarom Rik Van Cauwelaert de nieuwe Ordedrager is. In zijn onderbouwde opiniestukken spaart hij als een van de weinigen in de Vlaamse pers zijn kritiek niet op nationale organisaties die de ontwikkeling van Vlaanderen afremmen. Ik denk bv. aan de column ‘Paleis der Natie’over ‘De taak van de mutualiteit’ in De Tijd van 18 april 2015: "In werkelijkheid zijn de ziekenfondsen, net als de aanverwante vakbonden, dienstenbedrijven geworden die hun leden tevreden moeten stemmen. […] De voorbije decennia werden de Belgische cijfers van de sociale zekerheid, veelal uit communautaire overwegingen, geregeld bijgekleurd, om niet te zeggen bijeen gelogen." Hij slaat hier nagels met koppen. Respect, mijnheer Van Cauwelaert!

Lees de hele toespraak

5. Zong Mary Boduin in primeur haar eigen rake tekst over Vlaanderen

VLAANDEREN
Tekst : Mary Boduin (Sabam : onder de titel Parel)

Je bent te braaf, te buitenspel
Je loopt maar zelden in de kijker
Je droomt dan ook op schaalmodel,
Lijk je berooid toch ben je rijker
Over wat je hebt praat je niet fier
Je zou liever je tong afbijten
Toch ongerept en vol van zwier
Vlaand'ren, parel voor het grijpen

Lees de hele tekst van het lied


Zie http://www.vlaandereneuropa.net/orde-van-de-vlaamse-leeuw/


Naar boven

 



Ons Erfdeel Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift
en zijn Hoofdredacteur

 

Het tijdschrift bevat, naast beschouwingen over literatuur, beeldende kunsten, muziek, theater en film, ook artikelen over uiteenlopende maatschappelijke verschijnselen in Vlaanderen en Nederland. Het blad besteedt eveneens aandacht aan taal- en cultuurpolitieke activiteiten.


Het tijdschrift maakt deel uit van ONS ERFDEEL VZW, de Vlaams-Nederlandse culturele instelling die de cultuur van Vlaanderen en Nederland in het buitenland wil bekendmaken en de culturele samenwerking tussen de Nederlandssprekenden wil bevorderen. Deze doelstellingen probeert Ons Erfdeel vzw te realiseren door het uitgeven en verspreiden van tijdschriften en boeken in het Nederlands en in andere talen, door een groeiende aanwezigheid op het internet en door het organiseren van manifestaties, debatten en evenementen.

In 1957 richtte Jozef Deleu het tijdschrift Ons Erfdeel op. Het succes van het blad maakte eind jaren zestig van de vorige eeuw een professionelere opzet noodzakelijk. Daarom werd in 1970 de Stichting Ons Erfdeel vzw opgericht. Zowel in Nederland als in Vlaanderen geniet deze culturele instelling wettelijke erkenning. In levensbeschouwelijk en politiek opzicht is ze volledig onafhankelijk.

Jozef Deleu ging in 2002 met pensioen. Deleu werd als hoofdredacteur van Ons Erfdeel opgevolgd door de classicus en essayist Luc Devoldere. Het tijdschrift biedt nog steeds een waaier aan informatie over het artistieke, culturele en maatschappelijke leven in het Vlaams gewest en Nederland. Door de positieve maar kritische houding ten aanzien van de samenwerking tussen alle Nederlandstaligen heeft het blad een gezaghebbende stem in het openbare debat.

Nu verschijnt Ons Erfdeel in een oplage van 8000 exemplaren per nummer waardoor het tijdschrift één van de meest verspreide culturele bladen in de Nederlanden is. Per jaargang verschijnen er vier nummers , elk nummer zowat 200 bladzijden dik. De abonnementsprijs voor België is € 65, voor Nederland is dat twee euro meer en voor de andere landen is het twaalf euro duurder.

Een persstem bij de verschijning van het eerste nummer van jaargang 2014:
Toef Jaeger in NRC Boeken over Ons Erfdeel 1/2014: ‘Ons Erfdeel  is waarschijnlijk een van de dikste tijdschriften: zo’n 200 bladzijden, en dan ook nog vrijwel louter essayistiek. Politieke essayistiek: over het krakende Europa – een sterk stuk van Kris Deschouwer. Polemische essayistiek van de jonge criticus en romanschrijver Joost de Vries, die zijn pijlen subtiel en geraffineerd richt op Arnon Grunberg, wiens ironie ‘i m p o te n t ’ blijkt te zijn wanneer het gaat om het overtuigend schetsen van personages en hun morele dilemma’s. Een geval van tot mislukken gedoemde vadermoord, maar wél interessant.
Ook fraai: Jeroen Vullings’ poging om zo neutraal mogelijk over het fabuleuze succes van Herman Koch te schrijven. Helemaal lukt dat niet maar de mengeling van ergernis en ontzag maakt dat het een betrokken essay is. Historische essayistiek: over de Eerste Wereldoorlog. Over kunst (Philip Aguirre Y Otegui) en haar relevantie voor de (Spaanse) maatschappij. Zelfs de Zwarte Piet-discussie komt kort voorbij: Ons Erfdeel straalt uit dat het gelezen zou moeten worden door politici en beleidsmakers.’

Zeker voor ons van betekenis zijn de blogteksten die horen bij het tijdschrift. Daarin komen eveneens berichten over taal, cultuur, literatuur en maatschappij in Vlaanderen en Nederland, plus nieuws over Ons Erfdeel vzw. Daarbij zijn er heel wat koppelingen naar artikelen uit het tijdschrift Ons Erfdeel.

Een onvoorstelbare bron van informatie in dat verband is het archief bij de blog, dat loopt vanaf 2007 tot op vandaag.

De vzw geeft daarnaast nog andere publicaties uit om de verspreiding van de Nederlandse cultuur in het buitenland te bevorderen, zoals:

Rechtstreekse toegang tot de rijke site van Ons Erfdeel hebt u via deze koppeling:
http://www.onserfdeel.be/nl.

De drijvende kracht achter het tijdschrift Ons Erfdeel is zijn hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder Luc Devoldere.

Wie is hij?


‘Luc Devoldere (°1956) studeerde Oude Talen en Wijsbegeerte in Kortrijk en Leuven, gaf achttien jaar les aan het Sint-Barbaracollege te Gent en is sinds 1996 verbonden aan de Stichting Ons Erfdeel, waarvan hij in 2002 hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder werd. Devoldere prolifeerde zich binnen onze letteren vooral als essayist. Hij is de auteur van talloze bijdragen in culturele en literaire tijdschriften en in krantenbijlagen. Uit die artikels, die getuigen van grote eruditie, fijne perceptie en scherpe analyse, spreekt de gedrevenheid en het engagement van de intellectueel die pleit voor een samengaan van de rijke traditie van de Europese cultuur en de vernieuwingen en uitdagingen van de moderniteit. Diezelfde kenmerken en uitgangspunten zijn terug te vinden in zijn boeken, waarvan 'Wachtend op de barbaren' bekroond werd met de Prijs Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2004, terwijl de Prijs Essay van de Provincie West-Vlaanderen in 2008 naar 'Mijn Italië' ging. Door zijn redactioneel en bestuurlijk werk bij Ons Erfdeel vzw bekleedt Luc Devoldere een belangrijke plaats binnen het cultureel-maatschappelijk leven in Vlaanderen en Nederland. Door die grote betrokkenheid bij wat er in ons taalgebied gebeurt, heeft Devoldere een heel duidelijke kijk op de recente evoluties binnen kunst en cultuur in het algemeen en binnen de taal en letteren in het bijzonder. De standpunten die hij in toespraken en geschriften daaromtrent verwoordt, zijn erg relevant en bepalen mede het debat.’ Hij is sinds 19 april 2009 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL). De meeste van zijn teksten zijn bereikbaar op het internet.

Bron: http://www.kantl.be/index.php?pag=72&item=378

De filosofe Tineke Beeckman bespreekt op 17 oktober 2014 de laatste boekpublicatie van Luc Devoldere:‘Tegen de Kruideniers. Over talen, Europa en geheugen’ De Bezige Bij Antwerpen. Zie ook de bespreking in Het Pallieterke van 5 december 2014: Luc Devoldere over Pompeï, Venetiê en Joris van Severen met als ondertitel ‘Het verleden is teruggevonden en voor altijd verloren’.

Op 31 oktober 2013 hield Luc Devoldere de 30ste Pacificatielezing in de Grote Kerk in Breda. Ze refereert aan de Pacificatie van Gent uit 1576. Titel van de lezing: ‘VERDWAALD IN AL ONZE TALEN, Babel in de Lage Landen’.

Zou een persoonlijkheid als die van Luc Devoldere vanwege het VVA niet meer dan wat vluchtige aandacht waard zijn? Mogelijk zelfs de VVA-prijs van Academicus van het Jaar 2015.

G.D.

Naar boven

 



AFRIKAANSE LITERATUUR IN DE LAGE LANDEN



in de rubriek Poolshoogte van het toonaangevende Zuid-Afrikaanse e-zine LitNet

door Ingrid Glorie

“Van 19 t/m 28 september 2014 wordt in Nederland en Vlaanderen de Week van de Afrikaanse roman gehouden. De vijf Zuid-Afrikaanse schrijvers die speciaal voor dit rondreizende literatuurfestival naar de Lage Landen komen, zijn Etienne van Heerden, Irma Joubert, Sonja Loots, Kirby van der Merwe en Marita van der Vyver; Chanette Paul is in dezelfde periode ook in Europa en zal aan enkele evenementen meewerken. Het programma van de Week van de Afrikaanse roman bestaat uit boekpresentaties, openbare debatten, een expat-avond, een letterkundig symposium en een ontmoeting tussen de Zuid-Afrikaanse schrijvers en Nederlandse vertalers. Alle activiteiten worden opgezet in samenwerking met bekende Nederlandse en Vlaamse boekwinkels, universiteiten en festivalorganisaties. Dat betekent dat de schrijvers de lezers opzoeken in hun eigen omgeving. Hierdoor zal er hopelijk een nieuw publiek bereikt worden van lezers voor wie de Afrikaanstalige literatuur tot dusver grotendeels onbekend terrein is gebleven. De focus van de Week ligt op de Afrikaanstalige roman, en dus niet op poëzie of dramateksten. Ondanks de enorme waardering die er in de Lage Landen bestaat voor het werk van dichters als Ingrid Jonker, Breyten Breytenbach, Antjie Krog en Ronelda Kamfer, is de verwachting dat er met de concentratie op romans een breder publiek zal kunnen worden bereikt, en dat de nieuwe belangstelling ook duurzamer zal zijn. Daarnaast gaat de aandacht specifiek uit naar Afrikaanse romans in Nederlandse vertaling en dus niet in de oorspronkelijke taal. Dit heeft ten eerste te maken met het feit dat het voor Nederlandse en Vlaamse lezers die weinig ervaring hebben met het Afrikaans, in de praktijk toch een flinke klus blijkt te zijn om een volledige roman in die taal te lezen. En ten tweede zijn Afrikaanstalige boeken in de Lage Landen moeilijk te krijgen.”

Zo begint Ingrid Glorie haar overzicht van de belangstelling en de studie van de literatuur in het Afrikaans in Nederland en Vlaanderen n.a.v. de Week van de Afrikaanse roman. Haar essay blijft helemaal niet beperkt tot deze inleiding. Zij overschouwt van ongeveer 1950 tot nu de gerichtheid van de culturele wereld in Nederland en Vlaanderen naar Zuid-Afrika en zijn hoogst waardevolle literatuur. Ingrid Glorie vermeldt de Seminaries Afrikaanse Literatuur die tot voor enkele jaren in de Universiteit Hasselt georganiseerd werden door Luc Renders en zijn vrouw Vera. Ingrid Glorie was er nagenoeg altijd aanwezig. Toen al konden we haar gedrevenheid voor het Afrikaans en de literatuur in het Afrikaans ervaren. Sindsdien is die steeds maar toegenomen. Zij is nu ook weer de (pro)motor van de Week van de Afrikaanse roman.

Zij is treffend en volledig in haar overzicht. Dat kan dus een leidraad zijn voor iedereen die het vlammetje  voor de literatuur in het Afrikaans in Zuid-Afrika in de geest voelt opflakkeren. Daarom bevelen wij het lezen van haar tekst graag en met overtuiging aan.


Lees de volledige tekst in de bijgewerkte versie die Ingrid Glorie ons persoonlijk toestuurde.

Naar boven



Masterplan hervorming S.O. - Versie 4.06.2013

Dit masterplan geeft uitvoering aan:

Regeerakkoord : “Het secundair onderwijs wordt vernieuwd op basis van een breed draagvlak bij alle stakeholdersgroepen. Het rapport ‘Kwaliteit en kansen voor elke leerlingen. Een visie op de vernieuwing van het secundair onderwijs’, voorgesteld door de Commissie-Monard in april 2009, is een goede basis om de discussie te voeren. De doelstellingen zijn: de prestaties van de moeilijk lerenden en de meest gemotiveerden op Europees topniveau brengen, en het aantal niet gekwalificeerde schoolverlaters verminderen. Het welbevinden van de leerlingen en de leerkrachten moet in de toekomstige hervorming centraal staan.”

De non-paper “Voorstel aanpak hervorming S.O. en loopbaanpact” goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 06.07.2012, waarin staat dat er een conceptnota (inhoud – structuur – personeel – landschap – financies – andere aanverwante dossiers zoals bvb. CLB) goedgekeurd moet worden door de Vlaamse Regering ) met vervolgens overleg en discussie in de commissie onderwijs, vervolgens desgevallend aanpassing van de conceptnota en vervolgens consultatiefase met stakeholders.

De motie van de heer Kris Van Dijck, de dames Vera Celis, Kathleen Deckx en Fatma Pehlivan, de heer Jos De Meyer en de dames Kathleen Helsen en Sabine Poleyn van  28 november 2012 (stuk 1820 (2012-2013) – Nr.1). In deze motie vraagt het Vlaams Parlement aan de Vlaamse Regering

1° tegen het einde van de legislatuur een masterplan/ontwerp van decreet uit te werken dat de noodzakelijke hervorming van het secundair onderwijs uitwerkt;
2° een geactualiseerde sterkte-zwakteanalyse van het secundair onderwijs als aftoetskader hiervoor te gebruiken, alsook duidelijke doelstellingen te hanteren;
3° tegelijkertijd een plan van aanpak met concrete maatregelen op kortere termijn, middellange en lange termijn uit te werken, alsook een timing uit te werken.

Dit masterplan beschrijft in de eerste twee delen de sterktes en verbeterpunten en de doelstellingen van ons secundair onderwijs. Het derde deel beschrijft  per thema in eerste instantie puntsgewijs het perspectief op middellange en lange termijn en schetst vervolgens de maatregelen die op korte termijn, i.e. tijdens deze legislatuur nog genomen kunnen worden mét een decretale verankering daar waar nodig.

Er is veel gedebatteerd in de samenleving en er is gebleken dat met een stapsgewijze en doelgerichte aanpak met veel mogelijkheden voor de scholen het meeste maatschappelijk draagvlak zal kunnen verworven worden.
De verdere te nemen stappen met voorliggend masterplan SO  betreft het voorleggen aan de VLOR en de SERV voor advies. Eveneens werd tijdens verschillende actualiteitsdebatten in het Vlaams parlement het engagement genomen om het masterplan SO voor te leggen aan de commissie onderwijs en vorming van het Vlaams Parlement.

Voor enkele onderdelen van het masterplan is een decretale basis noodzakelijk. Vele andere maatregelen dienen ingevoerd te worden bij Besluit van de Vlaamse regering of via afspraken met andere actoren.

Lees de hele tekst (in pdf) of in Word


Hervorming secundair onderwijs: draaiboek goedgekeurd

Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel
Vrijdag 17 januari 2014

Na de goedkeuring van het masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs, gaf de Vlaamse Regering vandaag haar akkoord over het draaiboek voor de uitrol ervan. Een deel van de inhoudelijke en structurele maatregelen zijn reeds klaar. Een ander belangrijk gedeelte wordt nog tijdens deze legislatuur afgerond.  Ook de informatieverstrekking loopt. Onder andere met drukbezochte uiteenzettingen voor vakbonden, schooldirecteurs en leraars door onderwijsminister Pascal Smet.

Na een breed maatschappelijk debat werd eerder in deze legislatuur beslist om de hervorming van het secundair onderwijs niet in een decreet, maar in een masterplan te vervatten. Dit masterplan werd begin juni vorig door de Vlaamse Regering goedgekeurd.  Vandaag volgde de goedkeuring van het draaiboek voor de uitrol van het masterplan. Het draaiboek geeft een volledig overzicht van alle maatregelen die deel uitmaken van het masterplan. Het geeft weer wat elk van deze maatregelen inhoudt en gaat in op de manier waarop ze zullen uitgerold worden. Een duidelijke timing en stand van zaken maakt het draaiboek tot een duidelijk stappenplan voor deze en de volgende legislatuur.

Een deel van de maatregelen zijn overigens klaar en zullen snel zichtbaar zijn in de scholen. Een ander belangrijk deel is opgestart en zal nog tijdens deze legislatuur vooruitgang maken en/of afgerond worden.

Lees de volledige tekst van het persbericht

Naar boven



Nieuwe website over hervorming secundair onderwijs online

Begin juni bereikte de Vlaamse regering het akkoord over de hervorming van het secundair onderwijs.
Wat houdt het masterplan nu concreet in?
Wat verandert er al in het schooljaar 2014-2015? Zullen A-, B- en C-attesten blijven bestaan?

Een nieuwe site zet vanaf 20 juni 2013 de krachtlijnen op een rij en geeft antwoorden op de meest gestelde vragen. Alle informatie over de geplande hervorming van het secundair onderwijs is bijeengebracht op deze website
Heb je toch nog specifieke vragen?
Stuur dan een mail naar hervorming.secundaironderwijs@vlaanderen.be


Naar boven



13e Orde van de Vlaamse Draak voor An De Moor - 13 november 2013

Woensdag 13 november 2013 - Vlaams Overleg Gent

Onder grote belangstelling kreeg An De Moor, lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA, de Orde van de Gentse Draak toegekend.

Zij kreeg die voor haar jarenlange inzet  voor meer taalzorg, meer taalfierheid en meer taalwaakzaamheid in het openbare leven.

Van harte proficiat ook vanuit de rangen van het Verbond der Vlaamse Academici!

U kunt de tekst van de laudatio voor haar hier lezen.
Haar beklijvend dankwoord kunt u hier oproepen.

.

Naar boven




Brusselnota van het Verbond Vlaams Overheidspersoneel (VVO)

wo, 16/10/2013 - 16:03 — Gastauteur
Gastauteurs Jef Cassimons, voorzitter VVO, en Jos de Greef, secretaris VVO: "De zesde staatshervorming valt bijzonder nadelig uit voor de Nederlandstalige Brusselaars. Van de Vlaamse regering verwachten wij initiatieven om, ter compensatie van de nadelen voor de Nederlandstalige Brusselaars in de zesde staatshervorming, deze gemeenschap (nog) beter te ondersteunen. Het VVO heeft met haar Brusselnota een plan uitgetekend om de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel een toekomst te verzekeren." 

Hierna de tekst van de Brusselnota

Bron: Nieuw Pierke nr. 159 – 21 okt. 2013

Deze Brusselnota werd op 30 september 2013 verstuurd naar de Minister-president van de Vlaamse regering; de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel; de Vlaamse ministers in de Brusselse regering, de leden van de VGC en de leden van de commissie “Brussel en de Vlaamse Rand” in het Vlaams parlement.

Met volgende begeleidende brief: "Graag hadden wij uw reacties vernomen op onze Brusselnota en op de voorstellen van prof. Vuye, en welke stappen u zult nemen om de belangen van de Nederlandstalige Brusselaars, die evenwaardig als de Antwerpenaars, Limburgers etc. tot de Vlaamse Gemeenschap behoren, te verdedigen. Het is onze bedoeling, rekening houdend met uw antwoorden en opmerkingen, en in overleg met andere Vlaamse verenigingen, begin volgend jaar, de situatie opnieuw te evalueren. Deze zullen ook gebundeld worden en gepubliceerd in een volgend nummer van ‘Nieuw Klimaat’, het ledenblad van het VVO."

Naar boven



Vlaamse ruit naast Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap


In “Nieuw Klimaat”, de driemaandelijkse publicatie van het Verbond van Vlaams Overheidspersoneel (VVO) editie nr. 344 van oktober-december 2012 verscheen als hoofdartikel “Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap ofte Brussels Metropolitan Region (BMR), een paard van Troje?”
met als inleiding een situering van de onderstaande persoonlijke tekst van dr. Robrecht Vermeulen, voorzitter van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV), en een situatie van Brussel en zijn hinterland. Dat laatste is een uittreksel uit het regeringsakkoord, besteed aan die hoofdstedelijke gemeenschap. De discussietekst van dr. Vermeulen is bedoeld om reacties los te weken. Het is een eigen visietekst van de auteur, die we hier ook met zijn goedkeuring opnemen. Om zijn tekst correct te kunnen plaatsen moet hij worden gelezen met kennis van zaken. Daarom zetten we ook hier het excerpt 2.5. Brussel en zijn hinderland voorop.

Brussel vormt een zeer belangrijke economische pool, zowel op Belgische als op Europese schaal. Zijn sociaal economische invloed strekt zich veel verder uit dan het grondgebied van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De sociaal-economische zone van zijn “hinterland”, rekening houdend met het woonmilieu, de migraties, de tewerkstelling en de uitwisselingen tussen het centrum en de rand, beslaat een grootstedelijke zone van 1,8 miljoen inwoners die zich uitstrekt over bijna 35 gemeenten, die in Vlaanderen en Wallonië liggen. Nauwe samenwerkingsverbanden tussen Brussel en zijn hinterland zijn essentieel en voordelig voor elk van de drie Gewesten. Deze verbanden zijn in het bijzonder belangrijk op het vlak van werk, economie, ruimtelijke ordening, mobiliteit, openbare werken en milieu.

Om deze samenwerking actief te promoten, zal de bijzondere wet een hoofdstedelijke gemeenschap oprichten. De vertegenwoordigers van de Gewestelijke regeringen zullen er in zetelen. De bijzondere wet zal bepalen dat alle gemeenten van de oude provincie Brabant net als de federale overheid van rechtswege lid zijn van de hoofdstedelijke gemeenschap. De provincies zullen er vrijwillig bij kunnen aansluiten. Deze hoofdstedelijke gemeenschap zal als missie hebben het overleg tussen die laatste te organiseren over onderwerpen, waarvoor de Gewesten bevoegd zijn, maar die het belang van de Gewesten overschrijden. De drie Gewesten sluiten een samenwerkingsakkoord om de nadere regels en het voorwerp van dit overleg vast te leggen.

In de hoofdstedelijke gemeenschap zullen de drie Gewesten overleggen over de mobiliteit, de verkeersveiligheid en de wegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. Over het sluiten of onbruikbaar maken van de op- en afritten van de ring zal vooraf overlegd worden.

Binnen de NMBS zal een structuur worden opgericht, waarin de drie Gewesten en de federale staat zullen zijn vertegenwoordigd om samen het Gewestelijk Express Net (GEN) uit te baten.”



BMR - Hoofdstedelijke Gemeenschap of Vlaamse ruit ?


 
Het OVV heeft zich uitgesproken tegen BMR (Brussels Metropolitan Region) zoals voorgesteld door Voka en tegen de hoofdstedelijke gemeenschap zoals het in het federale regeerakkoord staat. Voka blijft het project verdedigen. We denken dat ze zich vergissen, maar we weten dat ze zich niet helemaal vergissen. Onze kritiek op BMR en de hoofdstedelijke gemeenschap is te zwak onderbouwd en daarom niet helemaal geloofwaardig. Om onze kritiek geloofwaardiger te maken moeten we ze koppelen aan een beter voorstel. 
De “Vlaamse ruit” waarover een tiental jaar geleden veel gesproken en geschreven werd zou dit betere voorstel kunnen zijn.

.


Het uitgangspunt van BMR steunt op de vaststelling dat de economische ontwikkeling in Europa hoofdzakelijk plaats vindt rond “groeipolen”.  Door de economische eenmaking van Europa gaan de groeipolen over de staatsgrenzen heen.  Het is logisch dat de economische groeipolen in België ook over de gewestgrenzen zouden gaan. Brussel is een van de belangrijkste groeipolen in Europa en het belang van Brussel als groeipool is groter dan dat van andere Vlaamse centra. Daarom zegt Voka dat Vlaanderen zich volop moet inzetten om aanwezig te zijn en mee te profiteren van de groeipool Brussel. Louter economisch gezien, is die stelling correct. Voka is een werkgeversorganisatie. Indien het doel van de Vlaamse ondernemers enkel zou zijn de economische groei van de onderneming en zo groot mogelijk rendement van het kapitaal, dan zouden zij inderdaad moeten kiezen voor de groeipool Brussel.

Uplace is een project voor een groot winkelcomplex. Indien het doel van de ondernemer is zoveel mogelijk winst maken met die investering, dan is het plan Uplace zeer goed te verdedigen. Het ligt dicht bij de grootste groeipool van Europa en dicht bij zeer veel welstellende potentiële klanten. De ondernemer die zich enkel als doel stelt zoveel mogelijk winst te willen maken, hoeft zich niet te bekommeren om de nadelen, zoals verkeersproblemen, schade aan het milieu, verfransing of verengelsing van een brede Vlaamse omgeving, verstoren van het lokale sociale weefsel.  Uplace zou grote verkeersproblemen veroorzaken, maar die moeten dan maar opgelost worden door de overheid met belastingsgeld.

Ik denk dat, zowel voor BMR als voor Uplace, er een fout in deze redenering zit. Het doel van de werkgevers mag niet enkel zijn economische groei en maximale winst uit kapitaal. De Vlaamse ondernemers zouden zich ook moeten inzetten voor het algemeen belang van hun volk. Het is op basis daarvan dat het Vlaams Economisch Verbond opgericht werd.

Voka rechtvaardigt zijn houding inzake BMR, en ook de verhuis naar Brussel, door erop te wijzen dat ze zo de Vlaamse aanwezigheid in Brussel versterken. Ook daarin zit er volgens mij een denkfout. Door zich volop in te zetten voor Brussel en voor de groeipool Brussel, versterken ze het Franstalige Brusselse establishment. Hun hoop dat ze daarmee de Vlaamse invloed op Brussel en op het Franstalige establishment zouden versterken, wordt tegengesproken door de Belgische geschiedenis. Vlaanderen investeert reeds 180 jaar mankracht en kapitaal in Brussel en is er toch niet in geslaagd een volwaardige positie in Brussel te verwerven. Zolang Brussel zich vijandig opstelt t.o.v. Vlaanderen is het niet in het belang van Vlaanderen de Brusselse groeipool eenzijdig te versterken.  Parallel met de ontwikkeling van de Brusselse groeipool zou er steeds een minstens even sterke ontwikkeling van een Vlaamse groeipool moeten zijn, zodat Vlaanderen efficiënt weerwerk kan bieden tegen een te machtig en opdringerig Brussel.

Voka verantwoordt zijn houding inzake BMR ook door erop te wijzen dat een sterke groeipool een economische realiteit is waaraan niets te veranderen is. Dus moet Vlaanderen ervoor zorgen dat het maximaal profiteert van die groeizone. Ook dat is een foute redenering. De sterke groeipool Brussel is een feit, maar het is niet een feit dat op zichzelf onstaan is. Het is het gevolg van beleidsbeslissingen. Dat Leuven in de plannen voor BMR niet betrokken wordt, omdat het een groeipool op zichzelf is, toont aan dat een Vlaamse groeipool dicht bij Brussel en los van Brussel mogelijk is.
 
De Vlaamse regering en de Vlaamsgezinde ondernemers hebben de mogelijkheid de economische groeipolen te beïnvloeden. Zolang Brussel zich vijandig opstelt t.o.v. Vlaanderen zouden de Vlaamse regering en de Vlaamsgezinde ondernemers zich moeten inzetten op het versterken van een Vlaamse economische groeipool, zonder zich daarom terug te trekken uit Brussel.  

Deze Vlaamse groeipool zou de “Vlaamse ruit” kunnen zijn, bestaande uit Antwerpen, Gent, Leuven en de Vlaamse rand rond Brussel. Deze Vlaamse ruit heeft ruimschoots de mogelijkheden om een sterke groeipool te worden vooral op het gebied van wetenschappelijk vorsingswerk, vernieuwende en hoog technologische industrie en logistiek. Op die gebieden wordt nu reeds uitmuntend werk verricht in Leuven (IMEC), Gent (biotechnologie) en ook in Antwerpen, Mechelen en Zaventem. Indien Vlaanderen een Vlaamse groeipool zou uitbouwen die even sterk of sterker is dan de Brusselse groeipool, dan kan het op voet van gelijkheid spreken met Brussel. Dan zou Brussel moeten beslissen of het deel wil uitmaken van de Vlaamse groeipool, hetgeen voor beide partijen de beste oplossing zou zijn. Brussel kan ook, omwille van de francofonie, ervoor kiezen om zich verder vijandig op te stellen t.o.v. Vlaanderen, uitbreiding van Brussel te eisen, voorrechten voor Franstaligen in Vlaams-Brabant te eisen en de tweetaligheid van Brussel tegen te werken. Maar dan zou het ook de nadelen van die beslissing erbij moeten nemen. 

Vlaanderen kan ook verder gaan met volle meewerking en steun aan de uitbouw van de Brusselse groeipool en zo Brussel versterken. Dan komt Vlaanderen steeds op de tweede plaats en blijft het een aanhangsel van Brussel. Dan kan Vlaanderen geen eisen stellen aan Brussel en kan Brussel het zich verder veroorloven om uitbreiding van Brussel en voorrechten voor Franstaligen in Vlaams Brabant te eisen. 

Het uitbouwen van een sterke Vlaamse groeipool hoeft niet gericht te zijn tegen Brussel en is best verenigbaar met het bestaan van een sterke Brusselse groeipool en met een sterke Vlaamse aanwezigheid in Brussel. Brussel heeft andere troeven dan de rest van Vlaanderen. Brussel kan verder ontwikkelen als groeipool voor administratie, diensten, financiën, congressen. Vlaanderen en de Vlaamse ondernemers moeten daaraan hun volle medewerking verlenen en er ook sterk aanwezig blijven. Brussel kan ervoor kiezen dat te doen los van de rest van Vlaanderen.  Ook in dat geval moeten Vlaanderen en de Vlaamse ondernemers ervoor zorgen dat ze daarin ook hun aandeel hebben. Het ware voor iedereen beter dat dit zou gebeuren in samenwerking met Vlaanderen, zodat Vlaanderen kan mee genieten van de troeven van Brussel en Brussel volop kan deelnemen aan de Vlaamse groeipool.
 
Vlaamsgezinde ondernemers kunnen de uitbouw van een Vlaamse groeipool bevorderen door in Vlaanderen te investeren. De Vlaamse overheid kan dat stimuleren door in Vlaanderen een gunstig investeringsklimaat te verzekeren en door de communicatie tussen de Vlaamse gemeenten en de bereikbaarheid van ondernemingen in Vlaanderen te bevorderen. Dat brengt ons tot het belang van de verkeersmiddelen, het GEN, de Brusselse ring, het nieuwe tramnet van De Lijn en andere infrastructuurwerken.
 
De Brusselse groeipool werd gecreëerd en wordt verder bevorderd, doordat alle verkeersmiddelen gecentreerd zijn op Brussel. De meerderheid van de treinroutes loopt over Brussel en de meeste grote snelwegen gaan naar de Brusselse ring. Dat creëert enorme problemen voor Brussel, maar heeft ook als gevolg dat voor ondernemingen de communicatie met Brussel het gemakkelijkst is en dat wie gemakkelijk wil gevonden worden, zich in Brussel moet vestigen. Daarom hebben o.a. Voka en de KBC hun hoofdzetel naar Brussel verplaatst. Deze centrumfunctie van Brussel zal nog versterkt worden door het Gewestelijk Express Net (GEN). Door het GEN zal de invloed van Brussel, met daaarbij de verfransingsdruk, zich uitbreiden tot steden binnen een straal van ongeveer 30 km. rond Brussel. 

Een ander en beter verkeersbeleid is nochtans mogelijk. De projecten om het verkeer naar en in Brussel te verbeteren zijn noodzakelijk en het is zinloos ons daartegen te verzetten. We kunnen wel ijveren voor een beter project dat de negatieve gevolgen van het GEN voor Vlaanderen zou opvangen en neutraliseren. Hieronder een paar voorbeelden:     
Om de Brusselse en Leuvense ring te ontlasten en om het verkeer tussen de steden  en gemeenten van de Vlaamse ruit te verbeteren en tevens de Vlaamse economische groeipool te versterken, zou een autosnelweg dwars door de Vlaamse ruit aangelegd moeten worden, zoals in 2005 reeds voorgesteld werd (zie http://www.wegenforum.nl/viewtopic.php?f=12&t=705).   
Deze autosnelweg zou gaan van Haasrode, ten Oosten van Leuven naar Mechelen, Willebroek en Sint-Niklaas en daar aansluiten op de E17. Om de Vlaamse ruit volledig te ontsluiten zou er een aftakking moeten komen van Willebroek naar Dendermonde en Aalst en daar aansluiten op de E40.  Wie even de kaart bekijkt ziet dat dit de logische manier is om het verkeer rond Brussel te onlasten en om de bereikbaardheid van de verschillende steden van de Vlaamse ruit te verbeteren en zo de groeipool Vlaamse ruit te stimuleren. Toch staan die wegen niet op het programma van de Belgische en Vlaamse planners. Daar verkiest men een tweedeks Brusselse ring.
 
Dat herinnert ons aan de strijd die we hebben moeten voeren om de aanleg van de E3, nu E17, te bekomen. Toen een halve eeuw geleden autosnelwegen werden aangelegd, werden die allemaal gericht op Brussel. Zo heeft men de groeipool Brussel gemaakt. Er was slechts één uitzondering, namelijk de  autosnelweg van Antwerpen naar Luik, want die was nodig om het Waalse industriebekken te verbinden met de Antwerpse haven. De E3 is er uiteindelijk gekomen met als compensatie dat terzelfdertijd de autoroute de Wallonie aangelegd werd. De E3 is een zeer drukke weg met enorm economisch belang geworden, zowat de ruggengraat van de Vlaamse industrie. De Brusselse machthebbers wisten heel goed waarom ze de aanleg van de E3 zo lang mogelijk moesten vertragen.
 
Ook de treinverbindingen zijn nu hoofdzakelijk gericht op Brussel. Zowat alle grote lijnen lopen over Brussel. Dat zal nog versterkt worden door het Brussels GEN. Er zouden snelle en frekwente treinverbindingen moeten komen tussen de steden van de Vlaamse ruit. Dat zou een Vlaams GEN moeten zijn als tegengewicht voor het Brussels GEN.  Daarmee zou tevens een oplossing aangereikt worden voor de oververzadiging van de Brusselse Noord-Zuid-verbinding. 

Vlaanderen zou de nadelen verbonden aan een Brussels GEN kunnen afwenden door minstens even hoogwaardig openbaar vervoer uit te bouwen binnen de Vlaamse ruit. De Lijn heeft plannen voor de aanleg van vier nieuwe tramlijnen naar en rond Brussel.  Drie tramlijnen lopen naar Brussel, hetgeen nogmaals de centrumfunctie van Brussel zal versterken. Gelukkig zijn er ook plannen voor een tramlijn van Jette naar de luchthaven en verder naar Tervuren. Deze tramlijnen zijn nodig, maar het is spijtig dat het zwaartepunt niet op het verkeer tussen de Vlaamse centra rond Brussel zal liggen.

Projecten voor betere communicatie binnen de Vlaamse ruit, hoeven niet gericht te zijn tegen Brussel. Door goede samenwerking kunnen daarmee heel wat Brusselse verkeersproblemen aangepakt worden zonder de economische bloei van Brussel te belemmeren. Hiermee zou de groei van Brussel buiten haar grenzen wel afgeremd kunnen worden en dat zou voor de meeste Brusselaars voordelig zijn.
Projectontwikkelaars die grote winsten willen maken in Brussel en daarbij de factuur voor verkeers- en milieuproblemen doorschuiven naar de Vlaamse belastingbetaler, zouden hierdoor wel gehinderd kunnen worden. 

Het uitbouwen van goede en snelle weg- en spoorverbindigen tussen de steden van de Vlaamse ruit kan een nieuwe doelstelling van de Vlaamse beweging worden. Misschien kunnen we het gevaar van BMR en Hoofdstedelijke Gemeenschap afwenden door de Vlaamse ruit als groeipool ui te bouwen, zonder daarom de welvaart van Brussel en de Vlaamse aanwezigheid in Brussel te verzwakken.

Robrecht Vermeulen

1 december 2012

.

Naar boven


OPROEP VAN HET OVERLEGCENTRUM VAN VLAAMSE VERENIGINGEN (OVV):

Vlaamse politici, neem uw verantwoordelijkheid op in het Vlaams Parlement voor het Nederlands in het hoger onderwijs!

.

Op 21 juni werd het ontwerp van decreet inzake taal in het hoger onderwijs nagenoeg ongewijzigd goedgekeurd in de Commissie Onderwijs. Hierbij werd, ondanks de steun van andere organisaties zoals de Marnixring Internationale Serviceclub en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, geen rekening gehouden met de amendementen van het OVV met zijn 41 lidverenigingen. Die amendementen werden tussen 25 april en 15 juni bezorgd aan alle leden van de Commissie Onderwijs, aan de fractievoorzitters van alle politieke partijen in het Vlaams Parlement, aan alle Vlaamse partijvoorzitters en aan alle ministers en de minister-president van de Vlaamse Regering.

Aangezien de stemming over dit onderwerp tijdens de plenaire zitting van het Vlaams Parlement voor binnenkort gepland is, roept het OVV alle politici indringend op om het ontwerp alsnog aan te passen op volgende essentiële punten:

° In de bachelors zullen tot 18,33 % van de vakken per opleidingsjaar, en in de masters zelfs tot 50 % van de vakken, kunnen worden verengelst. Het nog steeds geldende decreet van 2003 voorziet als limieten voor de bachelors 10 % en voor de masters “in beperkte mate”.
Dat 25 % van de vakken in de masters in het Engels gedoceerd zou worden, is aanvaardbaar: daardoor kan de doelstelling om de studenten vertrouwd te maken met de internationalisering even goed bereikt worden als met 50 %.

° Studenten, die hun opleiding voortaan volledig in het Nederlands willen krijgen, worden verwezen naar slechts één plaats binnen de Vlaamse Gemeenschap. Dat is antidemocratisch.
Studenten moeten het recht behouden om in elke instelling hun curriculum in het Nederlands te doorlopen.

° Vakken kunnen volgens de tekst in het Engels gedoceerd worden vanaf het eerste bachelorjaar. Dat is een bijkomende hindernis voor de sociaal zwakste groepen en vele allochtonen, bij wie de verwerving van een voldoende hoog niveau van het Nederlands voor hogere studies al een eerste obstakel vormt.
De verwijzing van Engelstalige vakken naar het derde bachelorjaar is aanvaardbaar.

° Het recht om examen af te leggen in het Nederlands wordt verder ingeperkt dan in het huidige decreet van 2003, waarin slechts een uitzondering wordt gemaakt voor vakken die een andere taal tot voorwerp hebben en vakken die worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs.
Wij wensen dat dit recht, zoals in het decreet van 2003, behouden blijft.

° Ook voor de postinitiële opleidingen (“bachelor na bachelor”, “master na master”, postgraduaat, permanente vorming, nascholing en bijscholing) moet het principe gelden dat het Nederlands de onderwijstaal is. Anderstaligheid is slechts aanvaardbaar als de meerwaarde daarvan en de functionaliteit voor de opleiding blijkt uit de expliciet gemotiveerde beslissing van de inrichtende hogere onderwijsinstelling.

Ons pleidooi voor het behoud van het Nederlands in het hoger onderwijs is gebaseerd op de bezorgdheid voor de kwaliteit van de kennisoverdracht en op onze sociale bekommernis. En verder op onze vrees voor verschraling van het Nederlands als wetenschapstaal, met cascade-effect naar het secundair onderwijs, en op het EU-principe “eenheid in verscheidenheid”.
Wij wijzen een beperkte invoering van het Engels, om de studenten beter voor te bereiden op de internationalisering, niet af. Maar wij verwerpen de verregaande verengelsing die mogelijk wordt door het ontwerp van decreet.
Om die redenen stellen wij de hierboven vermelde alternatieven voor. Indien daarop niet wordt ingegaan, wordt het huidige decreet van 2003 beter behouden.

Vlaamse politici, wij rekenen op u om het Nederlands als de belangrijkste taal in ons hoger onderwijs te beschermen en niet door het Engels te laten verdringen, op het ogenblik dat er in Nederland gezagvolle stemmen opgaan om daar de verregaande verengelsing terug te schroeven. Het is 5 vóór 12.

Namens het OVV,
Robrecht Vermeulen, OVV-voorzitter,

Eric Ponette en Ghislain Duchâteau, afgevaardigd door het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) voor het dossier “ Taal Hoger Onderwijs”

Contact : eric.ponette@skynet.be en ghislain.duchateau@telenet.be

Deze tekst werd als 'Open brief' gestuurd naar alle Vlaamse volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement.

Dat doet het ANV vzw eveneens op het laatste moment voor de plenaire vergadering en beslissing van het Vlaams Parlement op donderdag 5 juli 2012 met de volgende brief aan alle Vlaamse volksvertegenwoordigers

Geachte heer Vlaams volksvertegenwoordiger,
Geachte mevrouw Vlaams volksvertegenwoordiger,

Namens de vzw Algemeen Nederlands Verbond (vzw ANV), lid van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV), vragen wij op de valreep uw aandacht voor de onderstaande punten in verband met de parlementaire behandeling op 4 juli van het voorstel van minister Smet betreffende de ‘versoepeling’ van het taalregiem in het hoger onderwijs. De voorgenomen ‘versoepeling’, een eufemisme voor verregaande verengelsing, verontrust onze leden in hoge mate, mede naar aanleiding van wat zij in het Nederlandse hoger onderwijs hebben zien gebeuren. Wij menen dat een significante amendering of het intrekken van dit taalhoofdstuk 3 van het allergrootste belang is voor Vlaanderen. Èn voor Nederland. Kiest u voor amendering, dan is het eerder aan u toegezonden voorstel van het OVV (Open brief van het OVV aan de Vlaamse parlementsleden, gedateerd 27 juni 2012) een mogelijke piste.

1. Het is een fundamenteel recht van elke Vlaamse burger om in Vlaanderen regulier onderwijs te volgen in de officiële taal van Vlaanderen, de Nederlandse taal. De Vlaamse burger moet erop kunnen vertrouwen, dat de Vlaamse overheid er zorg voor draagt dat het onderwijs op alle niveaus inclusief het hoogste niveau, aan deze terechte verwachting van de Vlaamse burger beantwoordt. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar moeten een force majeur karakter hebben. Dit recht op onderwijs in de ‘eigen taal’ heeft kenmerken van een ‘mensenrecht’ in alle lidstaten van de Europese Unie. Het zou binnen de Unie voor de rechter afdwingbaar moeten zijn. Het voorliggende decreet biedt geen enkele garantie dat de Vlaamse burger hoger onderwijs kan blijven volgen met Nederlands als voertaal.

2. Het Taalhoofdstuk 3 in het ontwerp van decreet is bijzonder ondoorzichtig en laat alle interpretaties toe die de betrokken onderwijsinstellingen gewenst achten. De ervaring met het vigerende Vlaamse decreet uit 2003, en de ontwikkelingen in Nederland, hebben aangetoond dat de instellingen in staat zijn buitengewoon creatief met deze wetgeving om te gaan. Het decreet biedt ook geen mogelijkheid om de uitvoering door de instellingen te toetsen aan de bedoelingen van de wetgever.

3. Hoger onderwijs is de toegang tot een veelheid van beroepen. Meer dan 90% van de afgestudeerden van Vlaamse instellingen oefent een beroep uit in Vlaanderen. Deze mensen hebben beroepen als arts; rechter of advocaat; leraar middelbaar of hoger onderwijs; overheidsambtenaar; ingenieur of beheerder bij overheidsbedrijven, KMO’s of grote bedrijven; enzovoort. Vrijwel al deze mensen gebruiken hoofdzakelijk de Nederlandse taal omdat dat de taal van hun werkomgeving is. Het ontwerp van decreet biedt geen enkele garantie dat, om slechts één voorbeeld te noemen, een in Vlaanderen werkzame arts zich in goed (medisch) Nederlands zal kunnen uitdrukken bij het overleg met patiënten of collega’s.

4. In Nederland lijkt de wal het schip van de verengelsing te keren. In het land waar universitaire ‘masters’ op alle universiteiten verengelst zijn, heeft staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs en Cultuur kort geleden toegegeven dat het (Engelse) taalgebruik wellicht uit de hand gelopen is. Voor het eerst in de laatste decennia is in Nederland op regeringsniveau een kanttekening geplaatst bij de ongebreidelde verengelsing van het hoger onderwijs! De staatssecretaris stelt voor dat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) wordt ingeschakeld om voor onderwijsprogramma’s te adviseren of gebruik van een andere taal dan het Nederlands nodig of gewenst is. Of juist de NVAO moet worden aangewezen voor het gestelde doel laten wij in het midden, maar dàt de wenselijkheid van een Engelstalig opleidingsonderdeel door een ‘derde instantie’ wordt beoordeeld is inderdaad noodzakelijk. In het voorliggende Vlaamse ontwerp van decreet vinden wij niets terug van een dergelijke toetsing.

5. Het hoger onderwijs stelt bij herhaling dat de vakliteratuur en studieboeken vrijwel uitsluitend in het Engels gesteld zijn, en dat het daarom voor de hand ligt om ook in de lessen Engels te gebruiken. Vóór omstreeks 1990 waren Nederlandstalige studieboeken en tijdschriften helemaal geen uitzonderingen. In de meeste Europese landen is de situatie nu, gelijkaardig aan die in Nederland en Vlaanderen twintig jaar geleden. Als Nederlandstalige wetenschappers geen boeken en artikelen meer schrijven in het Nederlands, verwondert het niet dat die boeken en tijdschriften niet meer bestaan. De afwezigheid van Nederlandse en Vlaamse wetenschappelijke auteurs van studie- en handboeken, heeft een kwalitatieve achteruitgang van het niveau van onze academici tot gevolg, en een verschrompeling van de Nederlandse taal op alle gebieden van de wetenschap. Dat kan alleen nog hersteld worden door de inzet van gerichte financiële middelen door de overheden in Vlaanderen en Nederland. Maar daarvan is geen sprake, in Nederland noch in Vlaanderen. Ook niet in het voorliggende decreet.

6. In de twintigste eeuw stonden Vlaamse en Nederlandse academici hoog aangeschreven vanwege hun talenkennis. Zij vonden daardoor relatief gemakkelijk hun weg in andere landen en internationale bedrijven en instellingen. Nederlands, Engels, Frans en Duits was het standaardkwartet, waar nog wel eens een taal bij kwam. Voor de jongste generatie Nederlandse academici geldt dit niet meer vanwege de strenge oriëntering op Engels: Duits en Frans zijn voor velen afgevallen en de kwaliteit van het Nederlands is volgens hetzelfde hoger onderwijs onder de maat. Een dergelijke ontwikkeling hopen wij dat in Vlaanderen kan worden voorkomen.

7. Het onderwijs in het algemeen en het hoger onderwijs in het bijzonder, zijn de krachtigste instrumenten die een gemeenschap ten dienste staan om de taal en het gebruik daarvan te ontwikkelen. Doet men het omgekeerde, wat het gevolg zou zijn van dit ontwerp tot verregaande verengelsing van het hoger onderwijs, dan zal het gebruik van het Nederlands in de loop van de tijd slordiger worden, en na een lange periode van sociale, economische en culturele stagnatie verdwijnen. De relevantie van het aanleren en optimaal gebruiken van de Nederlandse taal wordt dan immers door de leden van de Vlaamse gemeenschap niet meer ingezien. Alle studies die het uitsterven van talen onderzoeken hebben dit scenario beschreven.
En dàt willen wij niet. 

Namens de vzw ANV, lid van het OVV,

Marc Cels, voorzitter
Jan Roukens, secretaris
Jan Deckers, penningmeester
Hugo Rau, bestuurslid
Herman Gevaert, bestuurslid

Ook het Verbond van Vlaams Overheidspersoneel ondersteunt het amenderingsintiatief van het OVV met de volgende Open brief

Onderwerp: Open brief OVV aan de Vlaamse Parlementsleden taal HO ; Ontwerp van decreet betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten, stuk 1655 * stemming plenaire vergadering donderdag 5 juli * ultieme oproep.
Urgentie: Hoog

Geacht Vlaams parlementslid,

Op 27 juni 2012 ontving u een open brief vanwege het OVV (Overlegcentrum van Vlaamse verenigingen) met de oproep ‘Vlaamse politici, neem uw verantwoordelijkheid op in het Vlaams Parlement voor het Nederlands in het hoger onderwijs!’ (bijgevoegd).

Die open brief stelde o.a.
Op 21 juni werd het ontwerp van decreet inzake taal in het hoger onderwijs nagenoeg ongewijzigd goedgekeurd in de Commissie Onderwijs. Hierbij werd, ondanks de steun van andere organisaties zoals de Marnixring Internationale Serviceclub en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, geen rekening gehouden met de amendementen van het OVV met zijn 41 lidverenigingen. Die amendementen werden tussen 25 april en 15 juni bezorgd aan alle leden van de Commissie Onderwijs, aan de fractievoorzitters van alle politieke partijen in het Vlaams Parlement, aan alle Vlaamse partijvoorzitters en aan alle ministers en de minister-president van de Vlaamse Regering.

Aangezien de stemming over dit onderwerp tijdens de plenaire vergadering van overmorgen, donderdag 5 juli, zal plaatsvinden, roept het VVO (Verbond van Vlaams Overheidspersoneel), een lidvereniging van het OVV, op zijn beurt alle politici indringend op om het ontwerp alsnog aan te passen op essentiële punten zoals bijgevoegd uiteengezet .

Met de meeste hoogachting.

Jef Cassimons, voorzitter van het VVO.

Directe ondersteuning komt ook van de Vlaamse Volksbeweging (VVB)

Aan de leden van de Vlaamse Regering,
Aan alle leden van het Vlaamse Parlement,

Betreft: stemming ontwerp van decreet inzake taal in het hoger onderwijs

Geachte Mevrouw, Geachte Heer,

Zeer binnenkort zal er in plenaire zitting gestemd worden over het ontwerp van decreet inzake taal in het hoger onderwijs. Met grote bezorgdheid ziet de Vlaamse Volksbeweging deze stemming tegemoet en daarom vraag ik met klem bijgevoegde documenten aandachtig te willen lezen:     
- Het persbericht van het OVV (Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen) i.v.m. het ontwerp van decreet inzake taal in het hoger onderwijs verstuurd op 26/06 ll.
– “Moedertaal” een artikel van dr. Luc Bonneux (verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in Den Haag) uit het tijdschrift “Medisch Contact”.  
  
De bezorgdheid van de VVB is zeker en vast niet ingegeven vanuit een eventuele oubollige verkramptheid tegenover het Engels dan wel uit grote zorg voor de kwaliteit van de kennisoverdracht. Een kwaliteit die er in het verleden steeds voor gezorgd heeft dat de Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs hoge ogen gooiden in de lijst van Europese onderwijsinstellingen. En op de tweede plaats uit sociale bekommernis. De democratisering van de Vlaamse onderwijsinstellingen kan onder geen enkel beding toch teruggeschroefd worden!

Daarom roept de VVB u allen op om dit ontwerp van decreet niet zonder meer te stemmen. Hou a. u. b. rekening met de bedenkingen geformuleerd door de leden van de taalwerkgroep van het OVV en amendeer het ontwerp van decreet. Indien het Vlaams Parlement dat echter niet wenst te doen, wordt beter het huidige decreet van 2003 gehandhaafd.

Dank voor uw gewaardeerde aandacht,                                                                                        
met vriendelijke groet,

Guido Moons, algemeen voorzitter VVB 

Goedkeuring van het integratiedecreet met de taalregeling hoger onderwijs
in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement op donderdag 5 juli 2012

Alle inspanningen vanuit de Vlaamse verenigingen om betekenisvolle amendementen aan te brengen aan de ontwerptekst van hoofdstuk 3 met de taalregeling hoger onderwijs waren te vergeefs. De tekst is nagenoeg ongewijzigd aangenomen met meer dan 2/3e van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Daaruit spruit voort dat we een verregaande verengelsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen mogen verwachten. Het evenwicht tussen de behoefte aan internationalisering met Engelstalige cursussen en de noodzaak van het behoud van het Nederlands als onderwijstaal voor het hoger onderwijs is nu manifest verbroken. Dat evenwicht schraagde de taalregeling in artikel 91 van het structuurdecreet van 4 april 2003.

Het OVV heeft meteen aansluitend bij de beslissing van het Vlaams Parlement de volgende mededeling ruim verspreid.

MEDEDELING van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV): 7 juli 2012



Het OVV zet de strijd verder voor het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal in het hoger onderwijs



Het Dagelijks Bestuur van het OVV (DB-OVV) stelt tot zijn ontgoocheling vast dat op 5 juli in het Vlaams Parlement een decreet werd goedgekeurd dat een verregaande verengelsing van het hoger onderwijs mogelijk maakt.
Het DB-OVV betreurt bovendien dat met geen enkel, door het OVV voorgesteld, amendement rekening werd gehouden.

Als gevolg van de goedkeuring van dit decreet zullen tot 50 % van de vakken in de masters  verengelst kunnen worden en zal de verengelsing van de bachelors kunnen starten vanaf het eerste jaar. Verder zullen de studenten, die hun hele curriculum in het Nederlands willen volgen, slechts op één plaats binnen de Vlaamse Gemeenschap terecht kunnen en wordt het recht om examen in het Nederlands af te leggen ingeperkt.

Het DB-OVV is ervan overtuigd dat de politieke partijen, die het decreet goedkeurden, na verloop van tijd zullen inzien dat de genuanceerde kennisoverdracht door het decreet geschaad zal worden en dat het decreet een asociale dimensie heeft. En verder dat het decreet het Nederlands als wetenschapstaal bedreigt en een aanfluiting is van het EU-principe “eenheid in verscheidenheid”.

Daarom gaat het DB-OVV meer dan ooit verder met zijn strijd voor het behoud en de bevordering van het Nederlands in het hoger onderwijs, zonder een beperkte invoering van het Engels af te wijzen.

Het DB-OVV dankt alle lidverenigingen, evenals de Marnixring Internationale Serviceclub, de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en andere verenigingen, die hun steun verleenden aan de OVV-actie tegen een te verregaande verengelsing van het hoger onderwijs.

Namens het DB-OVV,
Robrecht Vermeulen, OVV-voorzitter

Contact: Eric Ponette en Ghislain Duchâteau, afgevaardigd door het OVV voor het dossier “Taal Hoger Onderwijs”

Contact: eric.ponette@skynet.be en ghislain.duchateau@telenet.be

Naar boven


Verder gaande verengelsing van het hoger onderwijs via het integratiedecreet van de Vlaamse regering

Het ontwerp van integratiedecreet met een verruiming van de taalregeling werd op 1 juni 2012 door de Vlaamse regering definitief goedgekeurd en op 21 juni 2012 door de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen van het Vlaams Parlement

Namiddagzitting van de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen donderdag 21 juni 2012.

5 technische ontwerpdecreten rond het hoger onderwijs én het integratiedecreet stonden op de agenda. De 5 decreten werden zonder veel omhaal en unaniem goedgekeurd.
Het integratiedecreet met in hoofdstuk drie de wijzigingen aan de taalregeling in het hoger onderwijs werd uitvoerig besproken. Er waren amendementen van de VLD met ondersteuning van andere oppositiepartijen van meer technische aard en één amendement over de taalregeling. Daarbij worden in functie zijnde professoren als ze in het Engels doceren ook onderworpen aan dezelfde regeling voor beheersing van het Engels als de aankomende docenten. Het amendement in eerste orde van het Vlaams Belang bepleitte de schrapping van het hele hoofdstuk 3 over de taalregeling uit het decreet. Andere amendementen waren ‘geïnspireerd vanuit de Vlaamse beweging’ en werden slechts op het nippertje ingediend, na constatering dat de andere partijen over de taalregeling niet wilden amenderen De amendementen van de meerderheidspartijen met de VLD werden unaniem goedgekeurd. De amendementen vanuit het Vlaams Belang werden weggestemd. Het integratiedecreet in zijn geheel werd goedgekeurd met twee tegenstemmen en twee onthoudingen. Commissievoorzitter Bouckaert heeft zich onthouden en ook mevrouw Gerda Vansteenberge, die de tekst van het integratiedecreet goed vond, maar samen met haar partijgenoten de taalregeling afkeurde.

Ghislain Duchâteau
21 juni 2012.

Uittreksels gericht op de taalregeling hoger onderwijs uit het officieel verslag vindt u hier.
Een koppeling naar het verslag in extenso vindt u hier.

Hier is de actuele informatie daarover.

Na adviezen van Vlor, SERV en VRWI en na afloop van de onderhandelingen in het VOC-HO, heeft de Vlaamse regering op 23 maart 2012 het voorontwerp van Integratiedecreet voor de tweede maal goedgekeurd. Op 23 december 2011 had ze al haar principiële goedkeuring gegeven. Na ontvangst van het advies van de Raad van State op 31 mei 2012 heeft de Vlaamse regering het ontwerp op 1 juni 2012 definitief goedgekeurd en is het ook meteen verzonden naar het Vlaamse Parlement voor behandeling. Op 21 juni 2012 heeft de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen het integratiedecreet met de komende nieuwe taalregeling goedgekeurd. Het ontwerp regelt de integratie van de academiserende hogeschoolopleidingen in de universiteiten en regelt de oprichting van de Schools of Arts aan de hogescholen.
Het ontwerp omvat ook wijzigingen aan de taalregeling, regelt in 160 artikels in totaal ook de rechtspositie van het personeel en de financiering van de hervormingsoperatie. Op donderdag 5 juli 2012 wordt het behandeld en wellicht goedgekeurd door de plenaire zitting van het Vlaams Parlement.

Uit de contacten die wij tot dusver hadden, blijkt dat er tussen de politieke partijen keihard is onderhandeld over de grens heen van de scheiding tussen de meerderheid en de oppositie. De meerderheid heeft de minderheidspartij VLD nodig om tot een goedkeuring te komen met tweederde van de stemmen. Daarvan heeft die partij gebruik gemaakt om haar wil het hoger onderwijs zo verregaand mogelijk te verengelsen op te dringen. Andere partijen beweren dan weer dat er nieuwe grendels werden ingebouwd die tot ontmoediging moeten leiden voor de hogere onderwijsinstituten om Engelstalige cursussen te organiseren.

* Op de webstek van de afdeling Hoger onderwijs kunt u de belangrijkste documenten van het integratiedossier raadplegen.

Hier is  de correcte koppeling naar de website van het Onderwijsministerie - afdeling Hoger onderwijs:

http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/integratie/default.htm

* Op die pagina staat in het kadertje bovenaan de tekst van het voorontwerp van decreet en de memorie van toelichting in twee pdf-documenten versie 23 december 2011.

Voorontwerp van decreet betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten

Memorie van toelichting

Die pagina bevat ook acht documenten uit dat integratiedossier

* In de tekst van het ontwerp tot integratiedecreet vinden wij hoofdstuk 3 “Wijziging in de taalregeling”. Dat zijn de artikels 47 tot en met 68.
Vanaf oktober 2010 circuleerde een eerste versie van die tekst. Ten opzichte van die eerste versie is de tekst gewijzigd op bepaalde punten. Een derde versie sluit bij de versie van 23 dec. 2011 aan.
De definitief goedgekeurde versie van 1 juni 2012 zal wellicht geen of nauwelijks wijzigingen vertonen t.o.v. de versie van 23 maart 2012.

De Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA volgt de evolutie op de voet.

De Vlaamse regering keurde op 1 juni de ontwerptekst definitief goed en stuurde hem naar het Vlaamse parlement waar het op donderdag 21 juni tot een beslissende behandeling en goedkeuring kwam binnen de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen. Daarna beslist uiteindelijk de plenaire zitting van het Vlaamse Parlement. Stemming ten laatste op 13 juli 2012. Daarna begint het zomerreces.

[Tekst PDF icoon(8,8 MB)     Dossier ]

Het OVV stuurde op 15 juni 2012 naar de Vlaamse volksvertegenwoordigers een dringend verzoek om zijn 5 voorstellen van amendementen formeel in te dienen en te ondersteunen. Lees hieronder verder.

_________________

Gemandateerd door het Dagelijks Bestuur van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en ondersteund door de Werkgroep Taal & Onderwijs van het VVA en de Werkgroep Taal van het OVV hebben wij na een kritische benadering van de ontwerptekst een synthesetekst geschreven voor zo ruim mogelijke verspreiding met onze kijk op het decreet dat gelegaliseerd zou worden.

Van taalbescherming naar taalverdringing

Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) is bezorgd over de evolutie van het voorontwerp van decreet inzake de taal in het hoger onderwijs en vraagt aan de onderwijsverantwoordelijken om zich over het thema grondig te bezinnen en aan de politici om het voorontwerp  aan te passen op essentiële punten.

Het begin oogt nochtans mooi.
Eén van de eerste artikels van het voorontwerp van decreet over taal in het hoger onderwijs, goedgekeurd door de Vlaamse regering op 23.12.11 en 23.03.12, luidt: “De onderwijstaal in de hogescholen en universiteiten is het Nederlands”.

Naarmate men echter het hele stuk doorworstelt, valt men van de ene onaangename verrassing in de andere:

° In de bachelors zullen tot 18,33 % van de vakken per opleidingsjaar, en in de masters zelfs tot 50 % van de vakken, kunnen worden verengelst. Het nog steeds geldende decreet van 2003 voorziet als limieten voor de bachelors 10 % en voor de masters “in beperkte mate”.
Dat 25 % van de vakken in de masters in het Engels zou gedoceerd worden, is aanvaardbaar: daardoor kan de doelstelling om de studenten vertrouwd te maken met de internationalisering even goed bereikt worden als met 50 %.

° Studenten, die hun opleiding voortaan volledig in het Nederlands willen krijgen, worden verwezen naar slechts één plaats binnen de Vlaamse Gemeenschap. Dat is antidemocratisch.
Studenten moeten het recht behouden om in elke instelling hun curriculum in het Nederlands te doorlopen.

° Vakken kunnen volgens de tekst in het Engels gedoceerd worden vanaf het eerste bachelorjaar. Dat is een bijkomende hindernis voor de sociaal zwakste groepen en vele allochtonen, bij wie de verwerving van een voldoende hoog niveau van het Nederlands voor hogere studies al een eerste obstakel vormt.
De verwijzing van Engelstalige vakken  naar het derde bachelorjaar is aanvaardbaar.

° Het recht om examen af te leggen in het Nederlands wordt verder ingeperkt dan in het huidige decreet van 2003, waarin slechts een uitzondering wordt gemaakt voor vakken die een andere taal tot voorwerp hebben en vakken die worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs.
Wij wensen dat dit recht, zoals in het decreet van 2003, behouden blijft.

° Ook voor de postinitiële opleidingen (“bachelor na bachelor”, “master na master”, postgraduaat, permanente vorming, nascholing en bijscholing) moet het principe gelden dat het Nederlands de onderwijstaal is. Anderstaligheid is slechts aanvaardbaar als de meerwaarde daarvan en de functionaliteit voor de opleiding blijkt uit de expliciet gemotiveerde beslissing van de inrichtende hogere onderwijsinstelling.

Besluit:

Ons pleidooi voor het behoud van het Nederlands in het hoger onderwijs is gebaseerd op de bezorgdheid voor de kwaliteit van de kennisoverdracht en op onze sociale bekommernis. En verder op onze vrees voor verschraling van het Nederlands als wetenschapstaal, met cascade-effect naar het secundair onderwijs, en op het EU-principe “eenheid in verscheidenheid”.

Wij wijzen een beperkte invoering van het Engels, om de studenten beter voor te bereiden op de internationalisering, niet af. Doch wij verwerpen de verregaande verengelsing die mogelijk wordt door het voorontwerp van decreet.

Om die redenen stellen wij een aantal alternatieven voor. Indien daarop niet wordt ingegaan, wordt het huidige decreet van 2003 beter behouden. Wie zijn taal onvoldoende respecteert, verliest een belangrijk element van zijn identiteit. Zijn de onderwijsverantwoordelijken van onze hogere onderwijsinstellingen zich wel bewust van de waarde en de draagkracht van het Nederlands voor hun onderwijs? Worden onze politici de ondergravers van onze taal in het komende debat in het Vlaams Parlement?

Namens Robrecht Vermeulen, OVV-voorzitter,

Eric Ponette en Ghislain Duchâteau, afgevaardigd door het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) voor het dossier “ Taal Hoger Onderwijs”

3 mei 2012 

Contact : eric.ponette@skynet.be en ghislain.duchateau@telenet.be

Victa placet mihi causa

____________

Eén van de officiële adviesorganen is de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR). Hij bracht over het ontwerp van integratiedecreet in het algemeen positief advies uit op 14 februari 2012, maar had fundamentele bezwaren tegen de taalregeling: ze gaat niet vér genoeg!! We citeren:

"Taalversoepeling: te weinig garanties
De Vlor heeft fundamentele bedenkingen bij de taalregeling. Hij vraagt de overheid met aandrang om die opnieuw te bekijken. Als ze behouden blijft, is er geen sprake meer van de door de Vlor gesteunde versoepeling. Meteen rijst dan de vraag of we de bestaande regeling niet beter kunnen handhaven. De ontelbare controlemechanismen verhogen de planlast voor de instellingen gevoelig. De complexiteit van de regelgeving, de onduidelijke definities en de inconsequenties zetten de haalbaarheid van de regeling op de helling. De Vlor vreest dat ze onuitvoerbaar zal blijken en dat de zogenaamde versoepeling eigenlijk neerkomt op een verstrenging. In het voorontwerp wordt te weinig beseft dat (kwalitatieve) anderstalige opleidingen een meerwaarde zijn voor de student, het personeel en de instellingen, vooral in de huidige internationale context."

Ook wij willen de betaande regeling handhaven als de verregaande verengelsing in het ontwerp van het decreet behouden blijft.

G.D.

Naar boven


De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL): Boodschap aan de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen Vlaams Parlement -
Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs

Brief van 14 juni 2012

Voortschrijdende verengelsing van het Vlaamse Hoger Onderwijs

Ter attentie van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement

Geachte dames en heren voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en leden van de Commissie onderwijs in het Vlaams Parlement

Na de nodige adviezen en onderhandelingen heeft de Vlaamse regering op 23 maart 2012 het voorontwerp van Integratiedecreet voor de tweede maal goedgekeurd. Op 23 december 2011 had ze al haar principiële goedkeuring gegeven. Na ontvangst van het advies van de Raad van State op 31 mei 2012 heeft de Vlaamse regering het voorontwerp op 1 juni 2012 definitief goedgekeurd en is het ook meteen verzonden naar het Vlaamse Parlement voor behandeling. Het voorontwerp regelt de integratie van de academiserende hogeschoolopleidingen in de universiteiten en regelt de oprichting van de Schools of Arts aan de hogescholen.
Het is de bedoeling dat het voor het zomerreces aangenomen wordt door het Vlaams Parlement.
De bespreking in het Vlaamse Parlement wordt verwacht tussen 5 juni en 13 juli 2012. Stemming ten laatste op 13 juli 2012.


Het voorontwerp omvat ook wijzigingen aan de taalregeling. Hierover is alarm geslagen door het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en de Vereniging van Vlaamse Academici  (VVA). Zij hebben een tekst bezorgd met 'Krachtlijnen van Kritiek' , en daaraan worden ook vijf amendementen toegevoegd waarvan de strekking in essentie is het delicate taalevenwicht uit het Structuurdecreet van 2003 zoveel mogelijk te behouden.
In de context van deze belangrijke beslissingen wenst de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde de leden van de Commissie Onderwijs haar bezorgdheid te uiten over de sluipende degradatie van het Nederlands als taal van hoger onderwijs, en te herinneren aan haar oproep van 2010 om het Nederlands als volwaardige en multifunctionele taal te beschermen middels een ‘Charter voor de moedertaal’.

Voor uw informatie en meningvorming volgt hier het standpunt van de KANTL, zoals het in 2010 werd aangenomen, en ook terug te vinden is op de KANTL-website,
onder http://www.kantl.be/index.php?pag=141.


In de hoop dat deze aanbevelingen u kunnen inspireren

En met achtingsvolle groet
-- 
Willy Vandeweghe
vast secretaris  KANTL
Koningstraat 18
B-9000 Gent

Tel.: 09/265 93 42
Fax: 09/265 93 49
URL: www.kantl.be

***

Na het rapport van de Commissie Ad Hoc aan de Vlaamse regering over de verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs in juni 2010 reageerde de Koninklijke Academie in oktober 2010 met een degelijk opiniestuk, waarbij ze enkele vragen stelt bij de beleidsnota van de commissie en waarbij ze voortreffelijke denksporen suggereert over de positie van de onderwijstaal en het Nederlands in het hoger onderwijs.

U kunt hier de integrale tekst lezen.

Taalgebruik Hoger Onderwijs 2010

Een moedertaalcharter voor het Nederlands

Situering

Op 16 juli 2010 besliste de Vlaamse regering de wetgeving i.v.m. het taalgebruik in het Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen) te versoepelen. Met het oog op de internationalisering van dit H.O. zal het Engels een ruimere plaats toebedeeld krijgen: een bacheloropleiding kan haar aanbod tot één derde in het Engels verzorgen, en het aandeel van het Engels kan oplopen tot 50 % in de aansluitende master. Bij 'speerpunt'masters (het voorbeeld van materiaalkunde wordt gegeven) en excellentiecentra - waar hoogwaardig onderzoek op internationaal niveau wordt verricht - moet dat tot 100% kunnen oplopen. De vroegere voorwaarde, nl. dat deze opleiding binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands moet worden aangeboden, wordt nu versoepeld tot een verplicht aanbod binnen Vlaanderen.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) heeft van de overheid de zorg voor het Nederlands en de studie van de Nederlandse taal en cultuur als opdracht gekregen. Zij wil garanties dat de wetgeving het Nederlands in alle domeinen van de samenleving beschermt.

1 Het Engels als lingua franca

Het Engels is al een aantal decennia de meest gebruikelijke taal om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te presenteren. Het speelt hier tot op zekere hoogte de rol die het Latijn in vroeger tijden speelde, met het belangrijke verschil dat het Engels als levende taal ook in veel andere maatschappelijke domeinen opduikt (bedrijfsleven, scheepvaart, luchtverkeer, jongerencultuur), wat een veel bredere toegankelijkheid waarborgt. Dit betekent echter niet dat de rol van andere wereldtalen als Frans, Duits, Spaans zou zijn uitgespeeld, met name waar het de menswetenschappen betreft. Juist het feit dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek in verschillende talen worden gepubliceerd, draagt ertoe bij dat de diversiteit van waardevolle onderzoekstradities gehandhaafd blijft.
De elementen voor de discussie liggen anders als het gaat over het Engels als instructietaal in het Hoger Onderwijs in niet-Angelsakische landen. Binnen de EU hebben die landen met de Bolognahervorming hun opleidingen op Angelsaksische leest geschoeid, met de invoering van de graden bachelors en masters. In het officiële discours hierover wordt de nadruk gelegd op de bevordering van de internationale herkenbaarheid en wederzijdse erkenning van diploma's, maar op de achtergrond speelt zeker de opvatting mee dat het hoger onderwijs een markt is, waarop de diverse instellingen met elkaar de concurrentie aangaan om het grootste aantal (buitenlandse) studenten.

Het aanbod van Engelstalig hoger onderwijs wordt dan een belangrijk element in de zogenaamde 'strijd om het talent', waarbij men de brain drain die de voorbije decennia eenzijdig richting Amerika ging, weer in Europese richting probeert om te buigen.

Wat men hierbij echter niet uit het oog mag verliezen, is dat het Europese model van hoger onderwijs maatschappelijk anders is ingebed dan het Angelsaksische, en grotendeels bekostigd wordt uit overheidsmiddelen. In de continentaal-Europese visie wordt Hoger Onderwijs niet louter gezien als een economische factor, maar ook als een emancipatie-instrument: men acht het van groot belang dat alle lagen van de bevolking er toegang toe hebben, en dat er geen financiële drempels worden ingebouwd die bepaalde sociale groepen buiten de deur houden. Aangezien overheidsmiddelen voortkomen uit belastingen die door alle burgers naar hun draagkracht worden opgebracht, is het dan ook de legitieme verwachting van die burgers dat hun kinderen ook hoger onderwijs kunnen genieten in hun eigen taal.
Overdracht van kennis is een onderneming die van alle betrokkenen een grote intellectuele inspanning vergt. Het inbouwen van extra linguïstische drempels kan dit proces bemoeilijken en zelfs hypothekeren. Als zowel docenten als studenten moeten overschakelen op een andere taal dan hun moedertaal (waarbij de kwaliteit van dat Engels nog buiten beschouwing blijft), dan levert dat een substantieel kwaliteitsverlies op (onderzoek aan de Technische Universiteit Delft spreekt van 15% kwaliteitsverlies zowel aan de kant van de docent als van de student). Deze omstandigheid moet een argument zijn voor de beleidsmakers om zich heel restrictief op te stellen waar het om verengelsing van de onderwijstaal gaat.

2 Erosie van de moedertaal

Het commissierapport dat door het Vlaams parlement en de Vlaamse regering als uitgangspunt werd genomen, stelt dat internationalisering "er niet toe (mag) leiden dat de rol van het Nederlands als academische taal erodeert." Voor de bruikbaarheid en het prestige van een taal is het inderdaad van primordiaal belang dat zij alle functies bestrijkt waaronder ook de hogere van wetenschap, onderzoek en hoger onderwijs. De verwijzing naar erosie van het Nederlands heeft te maken met het gevaar van functieverlies, en daarmee gepaard gaand prestigeverlies van een taal. Het valt ook moeilijk uit te leggen dat een taalbeleid enerzijds het Nederlands uit een aantal functiedomeinen aan de top zou verjagen, maar tegelijk aan de basis kennis van het Nederlands zou opleggen aan immigranten als noodzakelijke voorwaarde voor hun integratie. Niemand heeft er belang bij dat de topwetenschap wordt opgesloten in een soort van linguïstische 'gated community', een nieuw mandarijnendom. Deze variant op de vroegere 'ivoren toren', met een linguïstische scheiding tussen de hooggespecialiseerden aan de ene kant en het brede maatschappelijke veld aan de andere, is het laatste wat een echte kennismaatschappij kan gebruiken. Een rapport uit 2003 van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen over taalgebruik in het H.O. wijst reeds op het gevaar van een taalbarrière tussen wetenschappers enerzijds en technici, leraars, hulpverleners anderzijds.

3 Een charter voor de moedertaal

In de beslissing van de Vlaamse regering worden voor de verengelsing becijferbare doelstellingen geformuleerd (een derde Engels in de bachelor, de helft of 100% in de master, althans bij welbepaalde opleidingen), de moedertaalbescherming moet gegarandeerd worden door de verplichting van de ene Nederlandstalige opleiding in Vlaanderen. Wil men echter de erosie van het Nederlands tegengaan en de taal vrijwaren over het volledige spectrum van functies, dan is het wenselijk ook aan deze doelstellingen bindende afspraken te verbinden. Er zijn concrete stimulansen nodig voor de gewenste doorstroming van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de samenleving in brede zin. Een soort van 'moedertaalcharter' dat een garantie inhoudt voor een optimale functionele dekking van het Nederlands, zou heel wat weerstand kunnen wegnemen tegen verengelsing waar dat om redenen van specialisatie en rationele aanwending van de middelen wenselijk is.

(i) Men kan de realisatie van wetenschappelijke output in de moedertaal bevorderen door in het carrièreverloop van wetenschappers ook maatschappelijk gerichte wetenschappelijke activiteit een zwaarder gewicht te geven, d.w.z. publicaties en lezingen die erop gericht zijn het kennisdomein in eigen land bekender te maken. Nu geldt publicatie in A1-tijdschriften (tijdschriften met de hoogste internationale ranking, overwegend Engelstalig) als meest zwaarwegende argument bij aanstelling en bevordering van academisch personeel, terwijl artikels en boekpublicaties in de eigen taal veel minder gewicht in de schaal werpen, met een feitelijke degradatie van die eigen taal tot gevolg. Dat perverse effect kan tegengegaan worden door in de financiering van universiteiten naast de wetenschappelijke (A1, A2, B1, …) ook een maatschappelijke of M-index te laten meetellen, waarbij de 'M' ook kan staan voor 'moedertaal'. Naast (kennis)economisch belang moet m.a.w. ook maatschappelijk belang als volwaardige factor meegenomen worden bij het beoordelen van projecten. Excellentie wordt op die manier ook verankerd en gepropageerd in de eigen gemeenschap.

(ii) Gegarandeerd moeten blijven dat voor iedere discipline, hoe gespecialiseerd ook, handboeken en terminologie in het Nederlands ontwikkeld worden.

(iii) In het wetenschapsbeleid moet onderzoek naar aspecten van de eigen gemeenschap (sociologisch, historisch, taalkundig, cultureel enz.) los gemaakt worden van de eis van het Engels als publicatietaal. De disseminatie van dit onderzoek gebeurt in de eerste plaats in de richting van de belanghebbenden, wat concreet inhoudt dat die in belangrijke mate in het Nederlands gesteld zijn. Dat moet uiteraard gepaard met aangepaste rapportering voor het internationale publiek, en daar is punt (iv) van belang.

(iv) Een krachtig vertaalbeleid m.b.t. hoogstaand Nederlandstalig academisch werk (met name in de alfa- en gammawetenschappen) kan internationale verspreiding ondersteunen. Omgekeerd kan vertaling van Engelstalig werk met een hoge maatschappelijke impact in de bètawetenschappen, de resultaten van onderzoek breder ter beschikking stellen van de financierders ervan, het maatschappelijke veld in Vlaanderen. Het vertaalbeleid zou een hoge rendementswinst kunnen opleveren zowel in de richting van internationalisering bij die disciplines die meer gericht zijn op en verbonden met de eigen taal en cultuur, als in de richting van nationale verankering voor disciplines die van zichzelf internationaal georiënteerd zijn. Dat 'nationale' vertaalbeleid heeft uiteraard alle belang bij samenwerking met Nederland, bij voorkeur via de Nederlandse Taalunie.

Tot slot

De KANTL staat achter de inspanningen van overheid en universiteiten om kwaliteit en internationale uitstraling van de wetenschap in Vlaanderen te bevorderen. Zij vraagt tegelijk om mensen en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten voor de gewenste maatschappelijke verankering van wetenschap en onderzoek, waarbij de taal van zijn burgers de rol speelt waar die burgers recht op hebben.

Oktober 2010

Bron: http://www.kantl.be/index.php?pag=141

Naar boven


Integratie van academische hogeschoolopleidingen

Informatie vanuit de Associatie KU Leuven

Sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur hebben we in Vlaanderen een tweeledige hoger onderwijsstructuur met professionele en academische opleidingen. De professionele opleidingen worden aangeboden aan hogescholen. De academische opleidingen worden aangeboden door hogescholen en universiteiten.

De Vlaamse overheid besliste in 2010 dat de academische opleidingen van de hogescholen zullen integreren in de Vlaamse universiteiten.

Op deze website bundelen we alle informatie over het integratieproces. Enerzijds vind je de beslissingen en plannen van de overheid terug. Anderzijds kaderen we de concrete integratie-aanpak van de Associatie KU Leuven. Deze website geeft je een antwoord op 6 belangrijke vragen:

http://www.kuleuven.be/integratie/

Naar boven


Hoorzitting in het Nederlands Parlement op maandag 11 juni 2012 over Nederlands en Engels als instructietaal in het hoger onderwijs

Hoorzitting

De allereerste keer organiseert de Interparlementaire Commissie (IPC) van de Nederlandse Taalunie een publieke hoorzitting over de instructietaal in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen.

In de voormiddagzitting zaten vertegenwoordigers van de politieke partijen uit Nederland en Vlaanderen tegenover onderwijsexperts met 4 Nederlanders en 4 Vlamingen. De Nederlanders waren J.A. Bruijn, voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, F. van der Duyn Schouten, vicevoorzitter van de Onderwijsraad, Ger Groot, bijzonder hoogleraar Filosofie en Literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen en een vervangster voor Sebastiaan Hameleers, voorzitter Interstedelijk Studenten Overleg. De Vlamingen waren Albert Oosterhof, uitvoerder Onderzoek Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, Frank Fleerackers, hoogleraar Rechten HUB en KUL, Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid van de KUL en Michiel Horsten, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten.

In de eerste ronde mocht een Nederlands volksvertegenwoordiger vragen stellen aan een Vlaams expert en een Vlaams volksvertegenwoordiger aan een Nederlandse deskundige.

Albert Oosterhof schetste de toestand van anderstaligheid in het hoger onderwijs in Vlaanderen en in Nederland. In Vlaanderen zijn de hogere onderwijsinstellingen gebonden aan de regelgeving van het Structuurdecreet van 4 april 2003, is er slechts beperkte verengelsing in de bacheloropleidingen, maar wel wat meer in de masteropleidingen. In vergelijking met Nederland is dat een schijntje. Daar is Nederlands nog dominant de instructietaal in de bacheloropleidingen maar in de masteropleidingen is zowat 50% van de opleidingen Engelstalig.

De Nederlanders J.A. Bruijn en F. van der Duyn spraken zich vanuit hun universiteit onomwonden uit voor verdere verengelsing vanuit hun specifieke invalshoeken enerzijds de biochemische wetenschappen en anderzijds de economische studierichtingen en bleven hun positionering in het discours consequent volhouden tot het einde. Tegenpool vormde F. Fleerackers vanuit de Vlaamse positie, die op excellente wijze de terughoudendheid en weerstand verdedigde van het Vlaamse beleid en nog wenste amendering aan te brengen aan het huidige ontwerp van de Vlaamse regering inzake verruiming van de taalregeling in het hoger onderwijs. Tegenpool vormde eveneens de Nederlandse prof Ger Groot die het belang aantoonde van het Nederlands als instructietaal omwille van de gerichtheid van het onderwijs naar de eigen volksgemeenschap en de eigen cultuur. Vicerector L. Melis verantwoordde het onderwijsbeleid ter zake van de KUL waar een evenwicht wordt nagestreefd tussen de behoefte aan Nederlandstalig hoger onderwijs en de wens tot verdere internationalisering. Hij beklemtoonde de neiging tot overdreven en ontoepasbare bepalingen in het ontwerp van decreet van de Vlaamse regering waar de hogere onderwijsinstellingen gehouden zijn aan heel was administratieve beregeling om conform met de regelgeving te kunnen functioneren. De Nederlandse en Vlaamse studenten wensten enerzijds de internationalisering als argument voor Engelstaligheid te hanteren, anderzijds pleitte vooral Michiel Horsten voor een genuanceerde kijk op de problematiek. Zij gaven blijk van geëngageerde belangstelling voor de besproken thematiek, maar men kon de indruk niet ontlopen dat zij zich in de perceptie laten meetronen door de tendens van vanzelfsprekendheid van meer Engelstalig hoger onderwijs.

De tweede ronde was een vrij gesprek tussen de volksvertegenwoordigers en de experts.
Opvallend daarin was een dame-volksvertegenwoordiger uit de regio Eindhoven, die de noodzakelijke internationalisering en daarbij aansluitend de Engelstaligheid van het hoger onderwijs fervent vanuit economische motieven in het licht probeerde te stellen. Ook kwam nog duidelijk tot uiting dat de universiteiten van Wageningen en Maastricht nagenoeg volledig verengelst zijn. F. Fleerackers beklemtoonde de ligging van Maastricht, nagenoeg op een knooppunt van Nederland-Vlaanderen, Duitsland en Wallonië-Frankrijk, waar de universiteit een reuzenkans gemist heeft om onderwijs in te richten in het Nederlands, het Frans en het Duits. Ook de behoefte aan echte anderstaligheid dan de meestal bedoelde Engelstaligheid werd bepleit. Er blijkt een onstellende achteruitgang te constateren in het onderwijs in de beheersing van het Frans en het Duits ten opzichte van een paar decennia geleden. Studenten die toen nog vlot wetenschappelijke teksten in het Frans of het Duits konden lezen, kunnen dat nu niet meer. De Engelse eenheidsworst die nu wordt voorgeschoteld is beslist niet voluit te appreciëren. Cultuurverlies en contactverlies met de Franstalige en Duitstalige gebieden zijn te betreuren.

In de namiddagzitting waren prominent aanwezig de Vlaamse minister Pascal Smet en de Nederlandse demissionaire minister Marja van Bijsterveldt. Vlaamse volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele heeft zijn lunch moeten opofferen om een vlug rapport te noteren om naar de beide ministers van onderwijs toe zo goed mogelijk verslag uit te brengen van het inhoudelijk verloop van de voormiddagzitting. Een zevenpuntige agenda werd afgewerkt, maar de meeste tijd bleef het thema van de onderwijstaal toch aan de orde.

Te signaleren valt hier toch de vraag van Wilfried Vandaele aan minister Van Bijsterveldt over het incident aan de Radboud Universiteit waar een afstudeerstudente haar scriptie verplicht werd in het Engels te schrijven, hoewel de inhoud en het doel op een volkomen Nederlandstalig ziekenhuis was georiënteerd. Mevrouw Van Bijsterveldt stelde dat de beslissing berustte op een interne reglementering van de universiteit die het Engels voorschreef voor deze studie en waarbij dan ook de scriptie verplicht in het Engels moest worden geschreven. Staatssecretaris Zijlstra voor het hoger onderwijs had onderzoek naar de wettelijkheid daarvan laten uitvoeren en baseerde zich daarop om te stellen dat de studente in haar aanspraken tegen de wettelijkheid in ageerde en dat het verzoek terecht op basis van juridische argumentatie werd afgewezen. De volksvertegenwoordiger kon zich bijzonder moeilijk inleven in een dergelijke situatie en drong aan op verdere reflectie daarover. Mevrouw Van Bijsterveldt repliceerde dat de wettelijkheid hier gerespecteerd werd.

Verder haalde zij de recente opstelling van Staatssecretaris Zijlstra opnieuw aan. Hij erkende in een parlementair overleg de tendens van de Nederlandse universiteiten om vooral in de masteropleidingen voluit te verengelsen. Hij stelde dat in overeenstemming met de Nederlandse wet de onderwijstaal het Nederlands is. Er kan echter een uitzondering daarop worden gemaakt als er functionaliteit van het gebruik van het Engels aangetoond kan worden.
De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) krijgt de opdracht om de functionaliteit van de Engelstalige masters aan de universiteiten te onderzoeken. Bij gebrek aan voldoende functionaliteit zouden de universiteiten die studierichtingen opnieuw in het Nederlands moeten organiseren.

Ook relevant is de mededeling van de Nederlandse minister dat het Nederlands beleid de problematiek van de onderwijstaal verder zal opvolgen. De Nederlandse Taalunie zal dat in het komende 5-jarenplan opnieuw als werkthema behartigen. De Raad voor Nederlandse Taal en Letteren binnen de Nederlandse Taalunie zal daarbij een richtinggevende rol vervullen.

Als laatste agendapunt noteerden we de formele overhandiging aan de ministers en de parlementsleden van de Interparlementaire Commissie van het rapport van de Nederlandse Taalunie en NJR het bureau “Jongeren, de Nederlandse taal & participatie”. Het is het resultaat van een zogenaamd kwalitatief onderzoek naar de attitudes van jongeren tussen 15 en 24 jaar tegenover het Nederlands, zijn variëteiten, het onderwijs. De onderzoeksresultaten zijn in elk geval meer dan merkwaardig. We berichten er elders uitgebreider over (http://users.telenet.be/ndn//actua.html#VERSLAGNTUJONGEREN ).

Achteraf

Er was ruime publieke belangstelling voor de hoorzitting nog meer in de voormiddag dan in de namiddag, hoewel ook de namiddagzitting omwille van de voortzetting van de thematiek van de voormiddag zeker ook belangwekkend was. Bij gesprekken met bekende mensen uit het publiek bleek achteraf eens te meer dat de perceptie rond de thematiek van het hoger onderwijs vanuit het referentiekader van de Vlaming en van de Nederlandse aanwezige bijzonder verschillend overkwam. Dat voert tot gebrek aan elementaire communicatie onder elkaar over het gehalte van het beleefd gebeuren in de hoorzitting. Dat leidde o.m. in een kort privé gesprek na de zitting tussen Wilfried Vandaele en een docente uit een Nederlandse hogeschool tot een heftige bruuske aanvaring, waarbij de dame de volksvertegenwoordiger omwille van zijn kritische vraag over het Radboudincident verweet een onmogelijk en aftands nationalisme te handhaven. Beiden gingen geschokt hun eigen weg. Diezelfde dame en ook andere aanwezige lectoren uit hogescholen beklaagden er zich terecht over dat de onderwijstaal voor het hoger onderwijs enkel aan de orde is gekomen voor de universiteiten en dat dezelfde thematiek ten opzichte van de hogescholen onbesproken werd gelaten.

Als we even nadenken over de betekenis en de draagwijdte van de hoorzitting als dusdanig, dan constateren we in de eerste plaats dat er direct concreet gedebatteerd werd gericht over de thematiek van de hoorzitting. Dan constateren we eveneens dat ondanks alle overdenkingen daarbij dat er twee kampen tegenover elkaar blijven staan, die geen toenadering vertoonden tot elkaar: de voorstanders van het behoud en de ondersteuning van het Nederlands als onderwijstaal in het hoger onderwijs en de voorstanders van een opmerkelijke verdere verengelsing op basis vooral van hun argument van internationalisering. In dat perspectief verklaarde de Vlaamse minister Smet zijn decretaal ontwerp van de taalregeling met verdere verruiming naar anderstaligheid, zeg maar Engelstaligheid toe, een goed ontwerp en verwacht hij zonder amendering in de komende weken de goedkeuring in het Vlaamse parlement.

De griffie van de 2e Kamer is belast met het officieel rapport van de hoorzitting, maar dat mag ten vroegste worden verwacht in december 2012. Eerder kan wel een voorlopige versie worden gevraagd en ter beschikking gesteld. Deze laattijdigheid komt de draagkracht van deze hoorzitting allerminst ten goede. Positief is daartegenover de attitude van de Nederlandse demissionaire minister en haar staatssecretaris hoger onderwijs, dat zij de problematiek van de onderwijstaal in het hoger onderwijs effectief willen opvolgen en de toepassing van de wettelijke beregeling zullen nastreven  Afwachten maar!  Ook de nabije goedkeuring van het integratiedecreet met de verruiming naar anderstaligheid van het Vlaamse hoger onderwijs vergt constante nauwgezette opvolging in de toepassing van de beregeling in de universiteiten en de hogescholen.

Ghislain Duchâteau

13 juni 2012

Naar boven


.

Handvest voor Vlaanderen

23 mei 2012

De Vlaamse meerderheidspartijen CD&V, SP.A en N-VA hebben een Handvest voor Vlaanderen klaar. Dat is een basistekst met grondrechten die de Vlaamse samenleving kenmerken. De meerderheid nodigt de oppositiepartijen uit om de tekst mee te onderschrijven…

Vlaamse politici zoeken al decennia naar een soort Vlaamse grondwet. In de vorige legislatuur dienden verschillende partijen een voorstel in, maar tot een consensus kwam het nooit.

De meerderheidspartijen hebben nu wel een tekst klaar. Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) heeft het over een "identiteitskaart van Vlaanderen, met een tijdloos karakter". De tekst neemt vooral de rechten en vrijheden over van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en van de Belgische grondwet. "We zijn de eerste deelstaat in de Europese Unie die het Europees Handvest implementeert. Dit is een uniek moment", zegt Peeters.

Hoewel het woord "natie" in de preambule staat, is de tekst geen echte grondwet of onafhankelijkheidsverklaring. "Zo'n basistekst voor een deelstaat is niet uitzonderlijk. Alle Duitse deelstaten hebben er een", zegt CD&V-fractieleider Ludwig Caluwé.

N-VA-fractieleider Kris Van Dijck ziet het Handvest als een "statement" tegen het negatieve beeld dat sommigen over Vlaanderen in het buitenland hebben. De SP.A wijst vooral op de sociale punten uit de tekst. "Vlaanderen is hiermee verankerd als sociale entiteit", zegt fractieleider Bart Van Malderen.

De oppositie heeft bezwaren en het is nog niet duidelijk of ze het Handvest voor Vlaanderen mee zullen ondersteunen.

Bron:  http://www.deredactie.be/

Lees hier het Handvest voor Vlaanderen


Naar boven


 


Open brief over de standaardtaalnorm bij de VRT - 15 november 2011 en antwoord van de VRT

Aan de Vlaamse Radio en Televisie (VRT)

Mevrouw Sandra De Preter, gedelegeerd bestuurder van de VRT
De Heer Voorzitter en de Leden van de Raad van bestuur van de VRT
De Heer Ruud Hendrickx, taaladviseur van de VRT
De Leden van de Werkgroep die een nieuw taalcharter voorbereidt
Alle verantwoordelijke medewerkers van de VRT

met kopie aan Mevrouw Ingrid Lieten,
Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding

met kopie aan de heer Pascal Smet,
Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel



Open brief  aan de VRT


Ons verrukkelijke Standaardnederlands is dé norm en moet dé norm blijven bij onze openbare omroep

Woorden wekken, voorbeelden trekken: de openbare omroep moet verstaanbaar zijn voor iedereen. Het taalgebruik van de openbare omroep is  ook van uitzonderlijk belang voor de taal- en attitudevorming van jongeren in en door het onderwijs. Die algemene verstaanbaarheid en die voorbeeldfunctie voor jongeren zijn er alleen door taal te gebruiken die voldoet aan de officiële norm, het Standaardnederlands.


Laten we niet aan de kant blijven staan, maar samen van wal steken om het Standaardnederlands binnen de VRT als norm aan boord te houden en niet alleen tijdens de nieuwsuitzendingen.
Van alle medewerkers van de VRT mag verwacht worden dat zij in de uitzendingen in overeenstemming met het bestaande Taalcharter ons verrukkelijke Standaardnederlands in zijn gaafste vorm en op doeltreffende wijze blijven hanteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de VRT om dat te beslissen. Dat is onze boodschap. Dat wensen wij.


Het Verbond der Vlaamse Academici is met deze redenering in goed gezelschap.

Ruth Joos schreef op 31 oktober jl. in De Standaard een schitterende column ‘Taal overboord?’ Aanleiding was het op de VRT-taaldag aangekondigde nieuwe Taalcharter. Daarin maakt de VRT haar intentie duidelijk om binnen de standaardtaal variatie toe te staan. Ruth Joos vraagt zich af: “Als de VRT de liefde voor taal al niet meer als het allerhoogste goed beschouwt, waar moet je het virus [van een verrukkelijke standaardtaal als een besmettelijke ziekte] dan nog oplopen?”

Prof. Ludo Beheydt sloeg op de VRT-taaldag nagels met koppen: “Is het juist voor de achtergestelde groepen in onze maatschappij niet belangrijk dat zij in de media in contact kunnen komen met de algemeen geaccepteerde standaardtaal, die ook hun de mogelijkheid biedt om optimaal talig te functioneren in de maatschappij? Is de keuze voor een acceptatie van ‘wilde variatie’ niet veel sterker maatschappijbevestigend? Immers, de vertrouwdheid met de standaardtaal biedt ook vandaag nog de beste doorstijgkansen, zowel voor dialectsprekers als voor nieuwkomers met een andere thuistaal? Het valt mij trouwens op dat de ontkenners van het belang van de standaardtaal hun pleidooi zelf wel steevast in diezelfde verketterde standaardtaal houden, wellicht omdat ze beseffen dat hun stem alleen ruimschalig gehoord wordt als ze in die standaardtaal te horen is.”

Minister Ingrid Lieten kwam verrassend uit de hoek op diezelfde VRT-taaldag: “Er zal altijd nood zijn aan een overkoepelende taal, een Standaardnederlands dat de norm moet zijn. De VRTR heeft daar een uitgesproken taak. De VRT is immers gemeenschapsbindend. Het Standaardnederlands is het eerste visitekaartje om onszelf te presenteren. Elke dag moeten we van de VRT lessen krijgen in correct taalgebruik.”

Mia Doornaert zei even later: “Het is vandaag moeilijk voor NT2-mensen om Nederlands te leren. Ze kunnen niet eens naar een Vlaams feuilleton kijken.”

Alle teksten en filmpjes van de VRT-taaldag zijn terug te vinden op http://www.vrt.be/taal/taalbeleid    

Minister Pascal Smet in de inleiding van zijn talenbeleidsnota ‘Samen taalgrenzen verleggen’ (22 juli 2011): “Een rijke kennis van het Standaardnederlands als standaardtaal blijft ook in deze nota de eerste prioriteit.  …  We zetten daarom in op de competenties van de school om de ambitie van een rijke kennis van het Standaardnederlands een centrale plaats in een talenplan te geven, op de competenties van alle leraren om rijk Standaardnederlands te hanteren in de omgang met de kinderen, en op het creëren van stimuli voor taalarme en anderstalige kinderen om zoveel mogelijk en zo vroeg mogelijk actief met het Standaardnederlands in aanraking te komen.”

Frans Daems, didacticus Nederlands en taalkundige (UA) (5 november 2011):  “Als we willen dat jongeren de standaardtaal niet alleen goed verwerven, maar dat zij er ook van doordrongen worden in welke formele en ook minder formele situaties de standaardtaal op haar plaats is en goed bruikbaar, dan moet de VRT de jongeren in en door allerlei programma’s voorbeelden van ‘good practice’ aanbieden. Dat geldt voor de nieuwsjournaals of Ketnet, maar dat is absoluut niet genoeg, het moet ook gelden voor een zeer groot aantal programma’s zoals Vlaanderen Vakantieland, sportprogramma’s enz. De basisgedachte hierbij is van leerpsychologische aard: taalleren en vorming van taalattitudes vinden in belangrijke mate plaats door en dankzij het taalaanbod in allerlei situaties en contexten.”

Wilfried Vandaele (Vlaams Volksvertegenwoordiger – Vicevoorzitter Vlaams-Nederlandse Interparlementaire Commissie bij de Nederlandse Taalunie) was  heel duidelijk in zijn persbericht van 28 oktober jl.:Duizenden buitenlanders en nieuwkomers bij ons doen hun best om onze standaardtaal te leren. Maar als ze de tv of de radio aanzetten, begrijpen ze sommige dingen vaak niet. Dat is een schande! Laten we dus alstublieft ophouden met het gezeur over ‘tussentaal’ en ‘varianten’ en eindelijk proberen via de openbare omroep een heldere standaard neer te zetten !“

Tijdens de hoorzitting over de Nederlands-Vlaamse samenwerking in het Vlaams Parlement op 23 juni zei Luc Devoldere, afgevaardigd bestuurder van Ons Erfdeel, over de vervagende norm: “Het typisch Vlaamse probleem is dat die tolerantie er kwam op een moment van nog altijd zeer zwakke standaardisering.” Hij vindt dat een cultureel probleem van de eerste orde en roept dan ook de overheid, het onderwijs en de media op om hun rolmodel niet te verwaarlozen.

Heel recent koos ook de eerbiedwaardige Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde uitdrukkelijk voor de verdediging van de ‘standaardtaal’. Ze schrijft letterlijk: “Het is de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.” En ze voegt er meteen het volgende aan toe dat ook de media viseert, namelijk: “Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.”
De academie is ervan overtuigd dat de standaardtaal haar ‘rechtmatige plaats in de openbare ruimte moet blijven behouden’ en dat de media hierin een cruciale rol spelen. Als argument voor haar positie stelt ze “dat het voorhouden van een norm juist emanciperend kan werken. Dat geldt niet alleen voor Nederlandstaligen. Ook anderstaligen, onder wie onze Franstalige landgenoten, en nieuwkomers, aan wie we terecht vragen onze taal te leren, zijn gebaat bij een duidelijke norm.”



Vanwege de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici

- Prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter VVA
- Prof. emeritus dr. Eric Ponette, pro-voorzitter VVA
- Prof. dr. Matthias Storme, pro-voorzitter VVA
- Lic. Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter VVA
en verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs
- Prof. emeritus dr. Jos Devreese
- Prof. emeritus dr. Stijn Verrept
- Lic. An De Moor
- Lic. Leo Derynck
- Dr. Jan Roukens, oud-medewerker Europese Commissie
- Prof. dr. Els Ruijsendaal

De inhoud van deze stellingname wordt ondersteund door

- vzw Algemeen Nederlands Verbond (ANV),  
- de Beweging Vlaanderen-Europa,
- de Marnixring Internationale Serviceclub,
- Ons Erfdeel,
- de Orde van den Prince,
- het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV),
- de Stichting Nederlands,
- het Vlaams Geneesheren Verbond,
- de Vlaamse Volksbeweging (VVB),
- vtb-Kultuur,  
- De Warande vzw.

____________________________

Contact:
Ghislain Duchâteau, Eendrachtlaan 3 – B-3500 Hasselt
Tel.: 0032 (0)11 22 86 25
E-post: ghislain.duchateau@telenet.be

Hasselt, 15 november 2011.

____________________________

Antwoord van de VRT op de Open brief van 15 november 2011

13-12-2011 16:53


Ter attentie van:
- Prof. dr. Frank Fleerackers
- Prof. emeritus dr. Eric Ponette
- Prof. dr. Matthias Storme
- Lic. Ghislain Duchâteau
- Prof. emeritus dr. Jos Devreese
- Prof. emeritus dr. Stijn Verrept
- Lic. An De Moor
- Lic. Leo Derynck
- Dr. Jan Roukens
- Prof. dr. Els Ruijsendaal

 

Geachte leden van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici,

Enige tijd geleden hebt u in een open brief uw bezorgdheid uitgesproken over het voorstel van taalbeleid dat op de Taaldag 2011 gepresenteerd is. Sta ons toe enige nuancering aan te brengen bij de berichtgeving daarover in de media.

We delen uiteraard uw bezorgdheid om een verzorgd en verstaanbaar taalgebruik bij de omroep en onderschrijven uw pleidooi voor het hanteren van de standaardtaal als norm volledig. Ook het belang van een verstaanbaar taalgebruik en de vormende aspecten van de taal die de omroep hanteert, kan nauwelijks overschat worden.

In de discussie die op de Taaldag volgde, werd de indruk gewekt dat de omroep afstapte van het Standaardnederlands. Er mag geen twijfel over bestaan: de openbare omroep blijft resoluut kiezen voor de standaardtaal als norm. Die norm wordt gevoed door taalgebruikers die bewust hun taal verzorgen en wordt beschreven op de taaladviessite van de Nederlandse Taalunie en in de naslagwerken over het Nederlands. De VRT past als grote taalgebruiker die norm toe en zet daardoor ook mee de norm.

De VRT verbindt er zich toe, zoals bepaald in de Beheersovereenkomst 2012-2016, dat al haar medewerkers in hun publieke uitingen een aantrekkelijke, duidelijke, verstaanbare en correcte standaardtaal hanteren. Uiteraard hoort bij elke uiting een eigen stijl en register, van informeel tot formeel. De VRT gebruikt daarom standaardtaal in verschillende registers, met een passende woordkeus, zinsbouw en klankkleur, zonder te verglijden in dialect of tussentaal. Wie de standaardtaal wil verwerven, moet zich aan de VRT-medewerkers kunnen spiegelen.

Alleen in bepaalde rollen en genres kan een afwijking van de standaardtaal overwogen worden. De VRT betrekt bijvoorbeeld externe experts en programmamakers met een bijzondere competentie bij haar aanbod. De kwaliteit van hun taalgebruik is een belangrijk criterium, maar niet het enige. In bepaalde fictieprojecten kunnen andere varianten dan standaardtaal te horen zijn, maar de VRT stelt wel uitdrukkelijk dat fictie voor kinderen met bijzondere aandacht voor de standaardtaal gemaakt wordt.

De VRT besteedt ook veel aandacht aan kwaliteitszorg en zal voor elk programma vastleggen welke registers van de standaardtaal en eventueel welke andere varianten gebruikt zullen worden, aangepast aan het medium, het net, het programmagenre en de rol van de spreker.
Zij zal erop toezien dat die afspraken nageleefd worden.

Met een betere contextualisering van het gebruik van de taalnorm hebben we een dubbel doel voor ogen: enerzijds onze maatschappelijke relevantie bewaren, anderzijds de publieke en ethische kwaliteit van ons aanbod nog beter waarborgen.

We hopen van harte dat we u met deze toelichting een genuanceerder beeld van ons taalbeleid hebben kunnen schetsen en blijven samen met u en vele anderen graag ijveren voor een verzorgde en verstaanbare taal.

Met vriendelijke groeten,

Luc Van den Brande                             Sandra De Preter
Voorzitter raad van bestuur                   Gedelegeerd bestuurder

Naar boven



De hoorzitting in de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement van dinsdag 18 oktober 2011 over "Samen taalgrenzen verleggen" de conceptnota talenbeid minister Pascal Smet (22-7-2011): de beschikbare documenten



Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen




Agenda    dinsdag 18 oktober 2011 14 uur

Hoorzitting over de conceptnota 'Samen taalgrenzen verleggen' van de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, met als sprekers:
- prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA), bijgestaan door An De Moor en Ghislain Duchâteau van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA
- prof. dr. Piet Van de Craen, vakgroep Taal- en Letterkunde, VUB
- prof. dr. Kris Van den Branden, directeur van het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO), K.U. Leuven
- de heer Robrecht Vermeulen, voorzitter en de heer Jan Roukens, lid van de Taalwerkgroep, van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen (OVV)
- de heer Claude Soete, zorgcoördinator van de platformgroep "Thuistaal niet het Nederlands Kortrijk" (TNN)

De documenten stellen we hier bereikbaar naarmate ze beschikbaar zijn:

* De uiteenzetting namens het VVA van prof. dr. Frank Fleerackers en
lic. An De Moor (officieel verslag - voorlopige versie)
Klik hier
* De powerpointpresentatie van prof. dr. Piet Van de Craen (VUB)
Klik hier
* De powerpointpresentatie van prof. dr. Kris Van den Branden (KUL)
Klik hier
* De tekst van dr. Robrecht Vermeulen en dr. Jan Roukens (Werkgroep Taal OVV)
Klik hier
* De tekst van Claude Soete (TNN)
Klik hier

Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen

Stand van zaken
Samenstelling


Agenda    donderdag 17 november 2011 10:00 uur  
 


Nota van de Vlaamse Regering. Conceptnota. Samen taalgrenzen verleggen. Ingediend door de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel
-1346 (2011-2012) -Nr. 1 nota van de regering     Tekst PDF icoon    Dossier
-1346 (2011-2012) -Nr. 2 verslag hoorzitting/gedachtewisseling     Dossier

Gedachtewisseling met de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel.

Tijdens de zitting van 17 november hebben vele volksvertegenwoordigers uit de Commissie beschouwingen en vragen aangereikt aan minister Smet. Hij heeft de gelegenheid niet meer gehad om daarop te antwoorden.
Daartoe werd op donderdag 24 november 2011 te 14 u. een nieuwe zitting gepland met dit thema op de agenda. Ook toen was de zitting openbaar.

_______________________________

Omdat het VVA deelgenomen heeft aan de hoorzitting is het goed dat wij deze aangelegenheid van dichtbij opvolgen. De Werkgroep Taal en Onderwijs was vertegenwoordigd tijdens de openbare zitting.

Op 26 januari 2012 hebben de Vlaamse verenigingen die zich bekommeren om de didactiek van het Nederlands -
Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), Lopon² en Vereniging Onderwijs Nederlands (VON) - een
Visie- en ondersteuningstekst bij de conceptnota "Samen taalgrenzen verleggen" - minister Smet - 26-1-2012
aan de minister, zijn kabinet en aan de Vlaamse onderwijsadministratie overgemaakt.
Daarop is geen reactie gekomen.

In twee besloten vergaderingen van het kabinet en de administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming werden actiepunten geselecteerd, de financiële implicaties eervan werden afgewogen en een actieplan werd opgesteld.

Intussen hebben ook hier de politieke partijen keiharde onderhandelingen over gevoerd. We mogen de publicatie van dat actieplan binnenkort verwachten. We zijn benieuwd welke impact die beleidsuitvoering zal hebben voor het Vlaamse onderwijs. (30 maart 2012)


Naar boven


Taal in de klas. Het Standaardnederlands in onderwijsleersituaties - prof. em. dr. Frans Daems

In de klas zijn er veel raakpunten tussen communicatie en instructie. Uit communicatie-oogpunt doen zich aan de leraar of docent verschillende vragen voor. Normalerwijze is het Standaardnederlands de taalvariëteit voor het onderwijs en we weten ook dat de marges van wat we als standaardtaal opvatten, verbreden. Wanneer we wensen dat leerlingen of studenten kennis van en vaardigheid in de standaardtaal verwerven, moeten we als leraar of docent zorgen voor een behoorlijk taalaanbod en oefenmogelijkheden in die taalvariëteit. Hoe gaan we er dan mee om wanneer leerlingen of studenten in de les spontaan een jongerentaalregister, tussentaal of dialect spreken en zich zo van de standaardtaal distantiëren? Hoe reageren we als anderstalige leerlingen of studenten met elkaar spontaan in een vreemde taal communiceren? Verbieden we dat of gebruiken we het als opstap naar versterking van hun Nederlands? In een bevraging onder 360 studenten lerarenopleiding bleek de grote meerderheid het oneens met de uitspraak “Allochtone leerlingen mogen tijdens groepswerk in hun eigen moedertaal overleggen” (Van den Branden & Verhelst, 2009, p. 113*). De onderzoekers registreerden soortgelijke opvattingen bij kleuterleidsters (o.c., p. 114). In het belang van leerlingen en studenten is het wenselijk dat een onderwijsinstelling een gezamenlijk coherent, consistent en genuanceerd standpunt inneemt. Zo’n genuanceerd standpunt houdt in dat de keuze voor een bepaalde variëteit functioneel bepaald wordt door de aard van de situatie. Dat betekent dat Standaardnederlands de voertaal is in alle onderwijsleersituaties, maar ook dat leerlingen of studenten evenzeer als leraren en docenten weten in welke situaties een andere taalvariëteit of taal functioneel zijn.

Prof. em. dr. Frans Daems

Elke leraar is taalleraar. Een referentiekader voor taalbeleid in de larenopleiding p. 16.
In: Naar taalkrachtige lerarenopleidingen. BOUWSTENEN VOOR TAALBELEID, Plantyn 2010.


* Van den Branden, K. & Verhelst, M. (2009). Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs, in Jaspers, J. (red.), De klank van de stad. Stedelijke meertaligheid en interculturele communicatie, Leuven/Den Haag: Acco, 105-137.

Naar boven


De Nederlandse Onderwijsraad pleit voor een goed doordacht taalbeleid
in zijn Advies: "Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs"


11 oktober 2011

In dit advies staat de vraag centraal hoe de overheid, de onderwijsinstellingen en andere actoren in het onderwijs een evenwichtig taalbeleid kunnen voeren, waardoor enerzijds de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engelstalige opleidingen wordt bevorderd en anderzijds de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap gewaarborgd blijft. Het advies is geschreven op verzoek van de Eerste Kamer.

De Onderwijsraad is van mening dat het hoger onderwijs hoeder is van de Nederlandse taal en
cultuur, maar ook een essentiële functie vervult in de internationale kenniseconomie. Vanuit dit standpunt doet de raad de volgende aanbevelingen.

Formuleer op instellingsniveau een duidelijke en gemotiveerde visie

De raad adviseert de overheid om van iedere instelling voor hoger onderwijs een duidelijke
en gemotiveerde visie op internationalisering en het gebruik van talen binnen de opleidingen
te vragen. Een nationaal debat kan behulpzaam zijn bij de ontwikkeling van een visie hierover.
Het instellingsbestuur zou in het jaarverslag verantwoording moeten afleggen over de reden
waarom in een opleiding een bepaalde taal of bepaalde talen worden gebruikt. Het verdient
aanbeveling de visie op het gebruik van talen helder te communiceren naar aankomende studenten, medewerkers en de samenleving.

Bevorder, handhaaf en bewaak de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs

Kwaliteitsaspecten die verband houden met het Engels als één van de talen of de taal van de
opleiding, dienen een belangrijk onderdeel te zijn van de beoordeling door de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie). Voldoende taalbeheersing door docenten is van groot belang. Het verdient aanbeveling dit niveau van taalbeheersing bij de universiteiten op te nemen in de basis kwalificatie onderwijs.

Zorg voor een beheersing van het Engels door studenten die recht doet aan academische eisen

Internationalisering van het hoger onderwijs stelt eisen aan de taalvaardigheden van studenten. Dit geldt niet alleen voor buitenlandse, maar ook voor Nederlandse studenten. De raad is van mening dat de eindtermen van mbo, havo en vwo vergelijkbaar moeten zijn met de eisen met betrekking tot taalbeheersing die aan buitenlandse studenten worden gesteld.

Zorg voor een substantiële kennismaking van buitenlandse studenten en docenten met de Nederlandse taal en cultuur

Instellingen van hoger onderwijs dienen buitenlandse studenten en docenten die langer dan
een jaar in Nederland onderwijs volgen of geven, in de gelegenheid te stellen zich de Nederlandse taal en cultuur op een zodanig niveau eigen te maken dat zij desgewenst op een verantwoorde manier in Nederland in het onderwijs en de samenleving kunnen participeren. De kwaliteit van de aangeboden voorzieningen dient beoordeeld te worden door de NVAO.

De website van de Onderwijsraad Nederland

Download

Naar boven



Paneldebat "De voertaal in het hoger onderwijs" Gewestdag - Gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen Orde van den Prince zaterdag 26 februari 2011 Aalst

Orde van den Prince

Vlaams-Nederlands Genootschap voor taal en cultuur

Programma

 

13.00 u.

Ontvangst met koffie in de foyer van auditorium 1O04, van de KAHO Sint-Lieven, Campus Dirk Martens.

 

13.50 u.

Welkom door Denderlandvoorzitter Pieter Van Lierde.
Situering van het thema door Gewestpresident Germaan Van Verdeghem.

 

14.00 u.

Inleiding taalregelgeving door prof. Godelieve Laureys.
Voorstelling van de panelleden.
Standpunten t.a.v. versoepeling taalregelgeving.
Videoboodschappen.

 

15.15 u.

Pauze

 

15.45 u.

Panelreacties op stellingen.
Interactie met het publiek m.b.v. stemmachines.
Slotsynthese.

 

17.00 u.

Receptie in de Wintertuin.

In het panel zetelden:
- Ererector André Oosterlinck (KU Leuven)
- Prof. Frank Fleerackers (HU Brussel - Voorzitter VVA)
- Prof. Marc Van Oostendorp (Univ. Leiden en Meertensinstituut Amsterdam)
- Dr. Elke Peters (Lessius Hogeschool)

Moderator was Prof. Godelieve Laureys (UGent)

Locatie: KAHO Sint-Lieven, Campus Dirk Martens - Kwalestraat 154 - 9320 Aalst-Nieuwerkerken

Alle verdere informatie op http://ovdp.net/Algemeen/gewestdagOZVl/PrinceStek/index.html

Een relaas van het panelgesprek wordt voorzien voor achteraf.

Het was een puik georganiseerde namiddag met een rijke inhoud. De voor- en tegenargumenten van de sprekers wogen tegen elkaar op. Een goed verstaander kon bij kritisch nadenken zijn eigen opinie versterken of bijstellen.

Enkele foto's

André Oosterlinck en Frank Fleerackers
Marc Van Oostendorp
Gedragscode T.U. Eindhoven
Elke Peters
Studente geeft haar mening
Een aandachtig publiek
Stelling 4
Het panel geconfronteerd met vraag 5

 

Het verslag (Dorothea Van Hoyweghen)

Voor het volledige verslag klik hier (publicatie in PrincEzine)

Met veel dank voor de welwillende toezending door de verslaggeester

Voor de powerpointpresentatie klik hier

Korte getuigenissen door studenten klik hier

G.D.

Naar boven


SYMPOSIUM BETER ENGELS OF BETER NEDERLANDS?
Taal in het hoger onderwijs

zie onderaan deze tekst de koppelingen naar de meest recente documenten m.b.t.
de komende hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen

Het Verbond der Vlaamse Academici was mede-initiatiefnemer

Zaterdag 13 maart 2010 te 14 uur

Aula Jan Fabre Universiteit Antwerpen

Campus Middelheim - 2020 Antwerpen

Enerzijds winnen de pleidooien veld om aan de universiteiten en hogescholen een verruiming van de taalregeling voor de initiële opleidingen bachelor en master tot stand te laten komen. Anderzijds meent een behoorlijk groot aantal verenigingen in Vlaanderen en Nederland dat het in 2003 moeizaam verworven evenwicht tussen de handhaving van het Nederlands als onderwijstaal in het hoger onderwijs en het streven naar internationalisering niet verstoord mag worden ten nadele van het gebruik van het Nederlands als onderwijstaal aan universiteiten en hogescholen.

Onder voorzitterschap van An De Moor kwamen de volgende vragen aan de orde op het symposium:

- Wat is de wetenschappelijke invalshoek om doceren in een andere taal dan het Nederlands te bepleiten?
- Welke argumenten hanteren de voorstanders  van verruiming van de taalregeling?
- Welke argumenten worden daartegenover geplaatst om de bestaande taalregeling juist te handhaven?
- Kunnen er verbeteringen worden voorzien aan de taalregeling?
- Hoe kijken de ondernemingen aan tegen deze problematiek?
- Wat denken de studenten zelf over de onderwijstaal in hun lessen?

Sprekers waren

- dr. Diana Vinke (Onderwijsdeskundige Technische Universiteit Eindhoven)
- prof. dr. Marc Cogen
(Rechtenfaculteit RU-Gent)
- prof.
dr. Frank Fleerackers (Decaan Rechtenfaculteit HUB en voorzitter VVA)
- mevr. Hakima El Meziane (Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen)
- prof. em. dr. Jozef Devreese (Theoretische fysica vaste stof Universiteit Antwerpen)

- Uiteenzetting Marc Cogen

- Uiteenzetting Frank Fleerackers

- Verslag van het symposium (Marnixring)

Foto's

De sprekers
Het auditorium
Prof. dr. Frank Fleerackers
Prof. em. dr. Jozef Devreese
Dr. Diana Vinke en prof. dr. Marc Cogen
De receptie

Een Commissie ad hoc Hoger Onderwijs van het Vlaamse Parlement heeft van februari tot eind juni 2010 gewerkt aan een maatschappelijke beleidsnota op de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Die beleidsnota moet de belangrijkste inhoud opleveren voor ontwerpdecreten over die hervorming.
Een incorporatie van de academiserende hogescholen in de Vlaamse universiteiten wordt voorzien en ook een bijkomende financiering.

Daarbij komt de thematiek internationalisering en het taalregime voor het hoger onderwijs ook aan de orde. De regeling bestaat sinds 4 april 2003. De verantwoordelijken van universiteiten en hogescholen willen de regeling verruimen naar meer gebruik van het Engels in de opleidingen. Vele Vlaamse verenigingen waaronder het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) willen dat helemaal niet. De voorzitter van het VVA, prof. dr. Frank Fleerackers, decaan Rechtsfaculteit van de Hogeschool Universiteit Brussel, werd gevraagd voor de Commissie ad hoc in een hoorzitting op 5 mei 2010 om daarover de visie van het VVA naar voren te brengen.  

Wij ondersteunden hem zoveel mogelijk en hebben onze standpunten in overleg grondig voorbereid in de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA. Vanuit de Beweging Vlaanderen-Europa en het VVA werd een Memorandumtekst als onderbouwing van het betoog van Voorzitter Fleerackers aan de Commissie overgemaakt. Die tekst werd ook aan het Kabinet Pascal Smet bezorgd.

Commissie ad hoc Hoger Onderwijs
Agenda    woensdag 5 mei 2010 9.30 uur    
  • Hoorzitting over de hervorming van het hoger onderwijs, onderdeel internationalisering en taalgebruik, met:
    - prof. dr. Alain Verschoren, voorzitter van de Vlaamse Interuniversitaire Raad
    - prof. dr. Paul De Knop, rector van de Vrije Universiteit Brussel
    - prof. dr. Kristiaan Versluys, directeur Onderwijsaangelegenheden Universiteit Gent
    - prof. dr. Peter Vandenabeele, voorzitter van de opleiding Biochemie en Biotechnologie aan de Faculteit Wetenschappen van de Universiteit Gent
    - prof. dr. Mieke Van Herreweghe, hoogleraar Engelse taalkunde aan de Universiteit Gent
    - prof. dr. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid aan de K.U.Leuven
    - prof. dr. Frank Fleerackers, voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA)

    Verslag van de hoorzitting

  • Maatschappelijke beleidsnota over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen 25 juni 2010

    Lees hier de volledige tekst

    Met die nota en een door de commissie ruim goedgekeurde resolutie voor het beleid heeft de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs haar opdracht vervuld en haar werkzaamheden beëindigd.

  • Persbericht van 19 juli 2010 vanuit het Kabinet P. Smet over de integratie van de academische opleidingen in universiteiten en extra middelen hoger onderwijs. Daarin vervat als bijlagen de dia's van de persconferentie van de minister en zijn nota aan de leden van de Vlaamse regering

    Lees hier die documenten

    Daarin zult u lezen dat ook de taalregeling wordt aangepast: verruiming tot Engelstalig onderwijs in de bacheloropleidingen tot 30 studiepunten en aanpassing van de equivalentieregel voor de opleidingen op masterniveau georganiseerd voor buitenlandse studenten.

    Uit de maatschappelijke beleidsnota – Beleidsstellingen blz. 50:

    "5. Internationalisering en taalregeling
    5.1. Uitgaande van het principe dat het Nederlands de bestuurs- en onderwijstaal is in het
    hoger onderwijs, wordt aan de instellingen meer ruimte gelaten om andere talen te hanteren
    als onderwijstaal, met dien verstande
    (1) dat dit op bachelorniveau tot 30 studiepunten wordt beperkt in de niet-taalopleidingen en
    (2) dat wat betreft de masteropleidingen de equivalentieregel principieel wordt behouden op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap, maar dat de Vlaamse Regering kan afwijken op advies van de Erkenningscommissie
    "

    De tekst van het ontwerpdecreet, een tweede maal door de Vlaamse regereing goedgekeurd op 23 maart 2012, blijkt heel wat verder te gaan dan de beide beleidsstellingen aanbevelen.

  • Taalgebruik Hoger Onderwijs 2010 - Een moedertaalcharter voor het Nederlands in het Hoger Onderwijs

    "In afwachting van een definitieve positietekst, wil dit opiniestuk ...een aantal vragen stellen bij de beleidsnota van de commissie, en enkele denksporen suggereren."

    Willy Vandeweghe,
    Voorzitter Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde

    Lees de tekst



Het Nederlands bedreigd?

In 2010 viert de Nederlandse Taalunie haar 30-jarig bestaan.

In de rand van de officiële viering op 20 november, organiseren tal van Brugse culturele verenigingen voorafgaandelijk een veertiendaagse, waar Vlamingen van binnen en buiten Brugge en alle bezoekers aan onze stad nauw bij betrokken zullen worden.

Zo organiseerden Marnixring Internationale Serviceclub, de Orde van den Prince en het Verbond der Vlaamse Academici Afdeling Brugge op zaterdag 6 november een academische zitting onder de wel actuele titel "Het Nederlands bedreigd?"

Met deze gebeurtenis wilden de organisatoren een forse en betekenisvolle bijdrage leveren voor het bevorderen en het verspreiden van het Nederlands als cultuurtaal.

Programma

14.30 u. Ontvangst
15.00 u. Academisch gedeelte
- "Nederlands, Engels, ... concurrende of complementaire onderwijstalen in het hoger onderwijs?"
Prof. Dr. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid K/U. Leuven
- "Verkavelingsvlaams. Vlaanderen op weg naar een eigen taal?"
Prof. Dr. José Cajot, hoogleraar
- "Migratie en Nederlands in Brussel en de rand" Geert Van Istendael, auteur
Moderator: De heer Bob Vanhaverbeke
16.45 u. Korte pauze
17.00 u. Vraagstelling

Toespraken

Nederlands, Engels,…concurrerende of complementaire onderwijstalen in het hoger onderwijs?




Prof. Dr. Ludo Melis

Vicerector Onderwijsbeleid K.U. Leuven


.

De Vlaamse gemeenschap heeft aan de Universiteiten een drievoudige opdracht gegeven: onderzoek, onderwijs en dienstverlening aan samenleving en maatschappij.
Het vervullen van deze opdracht geeft aan de universiteiten een sleutelrol om de dynamiek in Vlaanderen te bevorderen, de toekomst vorm te geven en zo heet welzijn van de hele gemeenschap te bevorderen.
Het universitaire beleid op alle niveaus – Vlaanderen, universiteiten, faculteiten, opleidingen – moet getoetst worden aan deze algemene doelstellingen; dit geldt ook voor het taalbeleid in universitair onderwijs.

In dit kader is het noodzakelijk dimensies te bepalen waaraan men mogelijke antwoorden kan toetsen op de vraag naar de keuze van de onderwijstaal of onderwijstalen. Hierbij spelen de volgende dimensies zeker een sleutelrol:
- de instroom en de taalkennis van de studenten aan de start, mede in het licht van de democratisering van het universitaire onderwijs en de wens iedereen met talent maximale kansen te geven;
- het leerproces en meer bepaald de rol van taal in het ontwikkelen van academische competenties;
- de kansen van de afgestudeerden in de geglobaliseerde maatschappij;
- de rol van de universitair gevormden in de gemeenschap;
- de vereisten van de verschillende disciplines, in het bijzonder de vereiste dat elke academisch gevormde op zijn of haar niveau deel kan nemen aan het wetenschappelijke debat en dus een gepast gebruik kan maken van de forumtaal;
- de verschillende interagerende schalen waarop Vlaamse universiteiten actief zullen zijn.

In het licht van deze dimensies kan men vier posities kritisch beschouwen:
- het Nederlands als enige onderwijstaal (met uitzondering van specifieke gevallen zoals het universitaire onderwijs van vreemde talen en cultueren);
- het Engels (of een andere taal) als taal voor het universitaire onderwijs;
- een combinatie van het Nederlands met andere onderwijstalen, waarbij er kwantitatieve beperkingen gelden;
- en kwalitatief gestructureerde complementariteit van onderwijstalen.

De eerste positie – die overigens nergens meer wordt gerealiseerd – gaat uit van de XIXe-eeuwse inkapseling van de universiteit binnen de natiestaat en gaat voorbij aan de copmplexiteit van de huidige situatie zowel op het vlak van onderzoek als wat de plaats die academisch gevormden zullen innemen in de wereld. Zij laat onvoldoende toe dat de studenten op hun niveau deelnemen aan de onderzoeksgemeenschap door hen in een passieve rol te plaatsen ten opzichte van het debat in een andere forumtaal; zij heeft ook tot gevolg dat de afgestudeerden niet goed uitgerust zijn om hun plaats in een geglobaliseerde maatschappij op te nemen. De optie het Nederlands als enige onderwijstaal in het hoger onderwijs te gebruiken is dus niet te weerhouden.

De tweede positie, een volledige omschakeling naar het Engels, is evenzeer te verwerpen zowel vanuit het standpunt van de lerenden als vanuit de belangen van de gemeenschap. Voor de instroom van studenten heeft deze optie ten minste drie negatieve gevolgen:
ten eerste moet er een bijkomende horde worden genomen, wat negatieve effecten zal hebben en de democratisering zal tegenwerken; bij de initiële conceptualisering binnen een discipline is er een bijzondere rol weggelegd voor de taal van het secundair onderwijs, zodat aanwezige en nieuwe kennis en inzichten kunnen worden geïntegreerd;
de arbeidsmarkt vraagt, in vele gevallen, een grondige beheersing van de discipline in de landstaal en de uitsluiting van het Nederalnds tijdens de vorming zal dan een handicap blijken. Ook de belangen van de gemeenschap zijn niet gediend door deze optie: naast een minder goede voorbereiding op de arbeidsmarkt, bestaat het risico op een segregatie tussen universitair gevormde en andere leden van de gemeenschap. Tenslotte kan men negatieve effecten verwachten op de mogelijkheden van het Nederlands: wetenschappelijke woordenschat, academisch discours.

Gegeven de relevante dimensies is het derhalve niet mogelijk te kiezen voor een eenvoudige oplossing: Nederlands of Engels; een combinatie van meerdere talen is de enige optie, waarbij de vraag rijst hoe de combinatie vorm te geven.

De huidige regelgeving gaat uit van kwantitatieve beperkingen en van de verplichting taalequivalenten aan te bieden zodra deze kwantitatieve beperkingen worden overschreden. Deze oplossing is weinig bevredigend. Naast de discussie over de juiste bepaling van de ruimte voor anderstalige opleidingsonderdelen (bijvoorbeeld 10% in de bachelor of meer), zijn er drie overwegingen die aanzetten tot een andere aanpak: de regeling is niet efficiënt omdat zij kostenverhogend is; zij is niet effectief omdat zij leidt tot een opsplitsing van de universitaire gemeenschap in een Nederlandstalige en een internationale subgemeenschap en zo hindert zij de vorming van internationale openheid bij de studenten; zij mist een visie op de rol van talen in de universitaire vorming omdat er geen beredeneerde keuzes betreffende de onderwijstaal van specifieke opleidingsonderdelen worden geformuleerd.

Een beleid dat vertrekt van een kwalitatieve complementariteit geeft hierop een antwoord. De kerncomponenten hiervan zijn:
- In de laatste fase van de academische bachelor wordt een mobiliteitsvenster uitgebouwd, die anderstalig kan zijn; dit venster komt overeen met een semester.
- Op het einde van de academische bachelor beschikken de studenten over een goede passieve kennis van de academische forumtaal van de discipline en van een actieve basiskennis van deze forumtaal.
- In de bachelor met professionele oriëntatie wordt een talenbeleid uitgewerkt dat een antwoord biedt op de eisen van het beroepenveld en dat terdege rekening houdt met de instroom.
- In de master worden er zowel nederlandstalige als anderstalige opties en leerpaden aangeboden; deze zijn niet equivalent in enge zin, maar integendeel gestructureerd in functie van de noden van de afgestudeerden en van de samenleving en maatschappij. Zij leiden wel tot gelijkwaardige diploma’s.
- Het taalbeleid beperkt zich niet tot het opleidingsenaanbod maar omvat twee andere componenten: een taalbeleid ter ondersteuning van de docenten – normen voor de kennis van het Nederlands, het Engels of een andere forumtaal en ondersteuning om deze normen te bereiken – en van de studenten: ondersteuning voor academisch Nederlands, academisch Engels of een andere taal.

De gekozen optie is een dynamische optie; zij is dus aan tegenstrijdige krachten onderworpen en daarom is het noodzakelijk dat verdedigers van de moedertaal en van de internationale talen, binnen dit kader van complementariteit, waakzaam blijven om het juiste evenwicht te bewaren.

Een woordje commentaar:

Deze uiteenzetting zou kunnen doen denken dat de Vlaamse wetgever zou moeten afwijken van het huidige bestaande principe dat het Nederlands de onderwijstaal is van het hoger onderwijs. Dat perspectief is echter niet aan de orde bij de regelgever die de intentie heeft het Nederlands te handhaven als bestuurstaal en zeker ook als onderwijstaal. De beperkte verruiming naar anderstaligheid van toelaatbaarheid van 17 % of 30 studiepunten in de bacheloropleiding ligt wel in de bedoeling en voor de masters kunnen enkel opleidingen voor buitenlandse studenten in het Engels worden voorzien met daarbij één equivalente opleiding in het Nederlands voor het hele Vlaamse gewest. (G.D.)



Verkavelingsvlaams
Vlaanderen op weg naar een eigen taal – los van Nederland?



Prof. Dr. José Cajot
Laatste loopbaanfunctie: hoogleraar Duits, hoofd van het departement Toegepaste Taalkunde, directeur van de campus VLEKHO van de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst te Brussel.




Toen de Vlamingen zich in de tweede helft van de negentiende eeuw in België begonnen te ontvoogden, kenden ze weinig Frans en spraken ze nauwelijks Nederlands. Een kleine elite van Vlaamse filologen beantwoordde de Vlaamse behoefte aan een eigen cultuurtaal door in principe het noordelijke Nederlands te propageren. Maar van een echte “taalovername” is in Vlaanderen nooit sprake geweest. Nederlands werd hier niet door rechtstreeks contact met Nederland geleerd, maar via leerboeken, geschreven door Vlaamse (hoog)leraren die zich voorzichtig op Nederland inspireerden – zonder zelf goed Nederlands te kennen, laat staan te kunnen. De meeste Vlamingen gingen ervan uit dat slechts hun uitspraak van dialectklanken en hun woordenschat van Franse woorden gezuiverd hoefden te worden. Het Vlaamse leerparcours leidde tot een formeel schriftelijk taalgebruik dat zich tot nog toe over het algemeen binnen de normgrenzen beweegt die men ook in Nederland voor dit taaldomein aanlegt.

De gesproken taal werd ook van het noordelijke Nederlands afgeleid. Het Vlaamse uitspraakideaal werd vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw verankerd in de informatieve uitzendingen van de officiële Vlaamse radio-omroep. We noemen het daarom Journaalnederlands. Deze norm heeft in Vlaanderen nadien nauwelijks wijzigingen ondergaan, waardoor hij nu nogal wat afwijkt van de intussen wel geëvolueerde moderne noordelijke uitspraak.

DE jaren vijftig, zestig en zeventig waren de gouden jaren voor de taalzorg. Die concentreerde zich vooral op zuiveringsoperaties: ZN betekende zowel “Zuid-Nederlands” als “zeg niet”. In bepaalde Vlaamse intellectuele kringen was de wil om op taal- en cultuurgebied dichter bij Nederland aan te leunen, manifest aanwezig. Daarvan getuigt het Taalunieverdrag van 1980.

Hoewel de staatsgrens als fysieke barrière opgeheven werd, is de communicatiekloof binnen het Nederlandse taalgebied in de laatste kwarteeuw weer toegenomen en neemt de neiging af om in de taal van Nederland een voorbeeld te zien. In 1989, het jaar waarin ook de Vlaamse TV soaps dankzij VTM aan hun opgang kunnen beginnen, verwoorden twee letterkundigen elk op hun eigen manier dat de modale Vlaming een andere weg inslaat.
De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans stelt zich de vraag: “Waarom lukt het Nederlandse dialectsprekers binnen de Nederlandse rijksgrenzen wel foutloos algemeen beschaafd Nederlands te schrijven, en waarom slagen de Belgen, die zoveel lawaai maken over hun taal, daarin zo goed als nooit?”. De andere is Geert Van Istendael. Hij gaf aan de gesproken taal die tussen dialect en Nederlands staat – maar geen van beide wil zijn – de succesrijke naam ‘Verkavelingsvlaams’.

De ontplooiing van een gesproken Nederlandse omgangstaal laat inderdaad op zich wachten. Slechts een minderheid van de Vlamingen is in staat vloeiend goed Nederlands te spreken; hun mondelinge repertoire bestaat meestal uit gelezen, gereciteerde of voorbereide tekstsoorten.

Waarom spreken vele eminente wetenschappers, evolutiebiologen, medici, politici, psychologen, trendwatchers, driemichelinsterrenkoks en quizmasters in Vlaamse tv-talkshows of überhaupt als ze niet aflezen, een duidelijk Verkavelingsvlaams en oriënteren zij zich niet op de Journaalnederlandse norm die in de belendende nieuwsstudio beleden wordt? Waarom horen we in de Vlaamse TV-series: “Wette, ik denk ekik da’em diën Ben nie choe fersta!”?

Toen de Vlamingen in de jaren dertig via de radio kennismaakten met gesproken Nederlands, deed het Algemeen Beschaafd Nederlands, het ABN, zijn intrede in de Vlaamse huiskamer. Jonge ouders begonnen uit ideologische en pedagogische overwegingen “op de letter” te spreken. Ook de toename van de mobiliteit en van de mondelinge communicatie versnelde de behoefte aan een bovenregionale spreektaal. Alleen had het Journaalnederlands  van de taalgeleerden nauwelijks oog en oor gehad voor informeel gesproken taalgebruik. Het kon dus de alledaagse domeinen niet aan die in Vlaanderen tot dan toe door de dialecten verwerkt werden. Voor direct contact met de Nederlandse norm of mondelinge deelname aan de noordelijke taalgemeenschap waren de grote rivieren te breed of te diep, en was het Vlaamse identiteitsbesef te sterk. Dat Vlaamse isolationisme heeft een zelfstandig standaardiseringsproces op gang gebracht. Het gesproken Vlaamse radiowoord, de schrijftaal en de her en der gesprokkelde taalwenken dienden daarbij tot bron en voorbeeld. Van de Vlamingen was niet te verwachten dat ze zich van de ene dag op de andere van voltijds dialectgebruiker tot vlot spreker van een ongedwongen Nederlands konden opwerken. Zij pasten hun taalgebruik hoofdzakelijk aan elkaar aan, met inachtneming van bepaalde (socio-economsiche) dominanties die er binnen Vlaanderen bestaan. Dit wil zeggen dat aan de taalvormen van het centrum (Leuven, Brussel, Antwerpen) het hoogste aanzien toegekend wordt.

Het tussentaaltje van een halve eeuw geleden is op dit ogenblik geen overgangsverschijnsel meer. Hoewel het niet homogeen is, verkeert het in volle consolidatie. “Tussentaal” mag in geen geval nog als “onderweg (naar beter)” of als een fase in een taalleerproces opgevat worden. Ze is ook veel meer dan de verkeerstaal van nieuwe woonwijken. “Verkavelingsvlaams” is de informele omgangstaal van alledag, op het werk; in de winkel, de taal waarin de “communicatieve” Vlaamse politicus debatteert, ook het idioom van de uitleg in de wiskundeles of zelfs van talrijke nieuwslezers onder elkaar tijdens hun redactievergaderingen.

Variatie wordt binnen Vlaanderen ruim getolereerd – wat wil je anders bij een omgangstaal die nog volop in evolutie is. Maar tegenover de noordelijke taalgebruikers is men hoegenaamd niet meegaand. Veel Vlamingen ergeren zich aan van alles bij “Hollanders”. Vlamingen hebben een hekel aan de uitspraak van Paul de Leeuw, tenminste als ze die al zouden kennen. Want ze kijken nauwelijks nog naar een Nederlandse zender. Ze vinden “Hun lopen weg” verschrikkelijk, maar “Waar loop ‘em naartoe?” normaal. Het is uniek in de hele wereld: Australiërs en Engelsen, Noord-Amerikanen en Zuid-Afrikanen, Ieren en Indiërs verstaan elkaars mondelinge Engelse cultuurproducten zónder ondertitels – ondanks enorme taal- en identiteitsverschillen. Hoe is het te begrijpen waarom buren op een klein lapje grond tussen Antwerpen en Amsterdam op elkaar gepakt, daar niet in slagen?

Nederland heeft een aantal pertinente redenen om Vlaanderen niet helemaal als volwaardige partner binnen dezelfde taalgemeenschap te beschouwen. Het verschil gaat hier niet om sprekersaantallen of territoriale omvang. Het Zuiden kán door het Noorden op taalgebied niet echt au sérieux genomen worden: de standaardisering is er namelijk te onvoltooid, en het resultaat ervan te heterogeen en te verschillend. De Vlamingen van hun kant vinden dat hun autonomie en hun economisch-culturele prestaties het taaloverwicht van Nederland over hen niet langer verantwoorden, en zoeken een oplossing voor die ongelijkheid en hun ongelijk in de afscheiding of in een “bicentrisch” model. Maar deze tweepoligheid houdt het gevaar in dat men de verschillen tussen de twee polen gaat uitvergroten. Men overdrijft de tegenstelling en is blind voor de gelijkenis, omdat derden of vierden enz. ontbreken. Het multipolaire Engels relativeert zijn grote verschillen en heet bipolaire Nederlands verabsoluteert zijn kleine. Binationale bipolaire taalgebieden zijn daarom ook uitzonderlijker en hun bestaan is vaak kortstondiger dan pluri- of monocentrische.

Mijn bevindingen zullen veel taalgenoten in Noord en Zuid niet verblijden en laten niet-moedertalige landgenoten (Franstaligen, migranten) een verwarrende situatie zien – die allerminst een aantrekkelijke uitnodiging is om de taal te leren. De verhouding tussen Noord en Zuid wordt tegenwoordig gekenmerkt door te weinig contact en acceptatie enerzijds, en te veel irritatie, zelfs aversie anderzijds. Tom Naegels drukte het op 10 maart 2010 in De Standaard als volgt uit: “ergens in de ontvoogding van Vlaanderen is er iets misgelopen. […]  We hadden al onze rug gekeerd naar het Frans […]; en nu willen we zelfs geen deel uitmaken van onze eigen cultuurzone? Wij zijn zelfs geen periferie. Een normale periferie weet wat er in het centrum gebeurt. Wij zijn een geamputeerde periferie, die zichzelf tot centrum heeft uitgeroepen”.

Een woordje commentaar:

Het risico dat men in zijn visie op het taalgebruik veralgemeent of wat overdrijft is bij dit onderwerp niet denkbeeldig. Is er een algemeen Verkavelingsvlaams? Kan men het taalgebruik zo algemeen noemen zowel in West-Vlaanderen als in Limburg? Wellicht niet. Er is alleen de manifeste tussentaal van het Antwerps-Brabants. Daarbij rijst de vraag of spreker en alle toehoorders wel eenzelfde begrip hebben over de term Verkavelingsvlaams. Er is toch de omgangstaal die we op studiedagen en conferenties horen en die als spreektaal toch gekarakteriseerd mag worden als Algemeen Nederlands of Standaardnederlands.
Waar trekken we de grens tussen standaardtaal en substandaardtaal? Deze overwegingen kunnen mogelijk de hele visie van de spreker wel wat relativeren. Zolang wij bovenregionaal in onze spreektaal zonder hinder kunnen communiceren, zit het niet echt fout. We mogen evenwel de huidige tendens naar expansie van het Brabants-Antwerps niet onderschatten. We geloven eigenlijk toch niet dat dit fenomeen zal voeren tot een aparte taal voor Vlaanderen ten overstaan van het Nederlands dat de Nederlanders en wij Vlamingen hanteren in de normale communicatieve interactie.
Bijzondere aandacht voor deze problematiek is wel nodig in het onderwijs waar leraren en leerlingen een gretige behoefte hebben aan duidelijke normgeving inzake mondeling taalgebruik. In het onderwijs is het Standaardnederlands verankerd en die keuze is meer dan verantwoord
(G.D.)



Migratie en Nederlands in Brussel en de rand


Geert Van Istendael
Dichter-essayist

.

.

De verfransing van Brussel is pas ingezet na 1850. Zelfs na Wereldoorlog II was ze nog ver van voltooid. Parallel daarmee is de immigratie op gang gekomen, ook al sinds de XIXde eeuw. Na de jaren ’60 van de XXste eeuw nam de immigratie toe en was zij niet meer uitsluitend Europees. De helft van de Brusselaars is buitenlands of van recente buitenlandse herkomst. Zeventig procent van de kinderen die geboren worden heeft noch het Nederlands noch het Frans als huistaal. Het woord taal heeft in Brussel dan ook allang geen enkelvoud meer. De Franstalige school heeft die evolutie lange tijd genegeerd, met catastrofale gevolgen. De Nederlandstalige school heeft oplossingen proberen te vinden, maar stoot nu op de grenzen van haar mogelijkheden.

Vandaag heeft het Nederlands duidelijk een hogere status dan nog maar twintig of dertig jaar geleden. Toch blijven veel Vlamingen van buiten Brussel de stad hardnekkig behandelen als was zij een francofoon bolwerk. Het belangrijkste probleem van Brussel is intussen niet langer de taal. Werkloosheid en armoede zijn in de hoofdstad van Europa stukken hoger dan in de minst ontwikkelde gebieden van de Unie.


Naar boven


Congres en debat Nederland - Vlaanderen over Nederlands in het hoger onderwijs
op 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement

Congres en debat Nederland – Vlaanderen 2008
10 oktober 2008, Vlaams Parlement

Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap

een gezamenlijk project van de stichting Nederlands, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie NL-TERM, het Algemeen Nederlands Verbond in Vlaanderen.

Tijdens het congres werd de Lofprijs 2007 van de stichting Nederlands uitgereikt aan de laureaat, de publicist Thomas von der Dunk

Beknopt verslag met samenvattingen van de sprekers

Openingszitting

De openingszitting werd voorgezeten door Arno Schauwers, voorzitter van de Stichting Nederlands. Hij gaf al vlug het woord aan mevrouw Monica van Kerrebroeck, CD&V, voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement.

Enkele thema’s van haar toespraak. Zij verwijst naar het openbaar pleidooi van Vlaamse Minister Ceyssens voor meer colleges in het Engels. Zij verwijst daarbij naar het antwoord van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Essentieel in dat antwoord is dat elke Vlaamse jongere een Nederlandstalig diploma moet kunnen verwerven. Zij verwijst eveneens naar de adviezen aan de minister van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en de Vlaamse Onderwijsraad. Zij haalt eveneens het algemene talenbeleid aan van de onderwijsminister.
Verder spiegelt zij voor dat er een evaluatie wordt voorzien van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Volgens haar is dit congres meebepalend voor de beslissingen die in dat verband moeten worden genomen.

Inleiding tot het congres Dr. Yvo J.D. Peeters, ondervoorzitter ANV vzw
namens de organiserende verenigingen

Samenvatting

Terwijl in de derde wereld nog vele volkeren strijden voor onderwijs in eigen taal, verkwanselen de Nederlandse en Vlaamse politieke en academische overheden dit fundamentele mensenrecht.

Vanuit een mis begrepen internationalisme wordt sinds enige tijd een niet-aflatende campagne gevoerd ten voordele van het Engels. Vooral in Vlaanderen, dat amper iets meer dan een halve eeuw het recht op hoger onderwijs in de moedertaal heeft bevochten, zou men beter moeten weten.

Maar ook grotere taalgebieden zoals Italiaans, Duits en zelfs Frans lijden onder verengelsing.

Opleiding en navorsing in een andere, daarenboven dominante, taal leidt nochtans tot conceptuele verenging, terminologische verarming en bovenal tot impliciete overname van maatschappelijke denkbeelden uit de dominante taal.

De dominantie van het Engels is in essentie niet cultureel maar wel een factor van de economische en politieke dominantie van de Verenigde Staten op wereldvlak en een hoeksteen van onze gecommercialiseerde maatschappij. Het hele Bologna-proces is geen Europeanisering van ons onderwijs maar wel een Amerikanisering. Evenzeer werken programma’s als Erasmus, Socrates en Da Vinci de verengelsing van Europa in de hand, ook al is het formele doel een veeltalig Europa te bewerkstelligen.

Het is bijgevolg hoog tijd in dit verband een alternatieve strategie te ontwikkelen.

Stand van zaken

Voor dit gedeelte neemt prof. dr. Willy Martin het voorzitterschap waar. Hij geeft meteen het woord aan prof. em. dr. Jozef T. Devreese, die gedurende het toegestane kwartiertje spreektijd het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal behandelt met een terugblik en een vooruitblik.

Aan de hand van treffende afbeeldingen in zijn powperpointpresentatie geeft hij een synoptisch overzicht van de evolutie van het Nederlands vanaf de eerste vindplaats van een Germaans woord in een Latijnse bron (‘wad’ AD 107). Hij beklemtoont de betekenis voor de Nederlandse woordenschat van een Simon Stevin, die de meeste van zijn werken in het Nederlands publiceerde. Hij verwijst ook met fierheid naar de Nobelprijswinnaar Corneel Heymans. Hij stelt dat de wetenschappen zich meertalig moeten ontwikkelen. Voor de huidige en de komende situatie zegt hij pertinent dat de huidige taalregeling van art. 91 van het structuurdecreet behouden moet blijven zowel voor de bachelors- als voor de mastersopleidingen. Die huidige tekst geeft een evenwichtige regeling aan tussen onderwijs in het Nederlands en onderwijs in een andere taal met het oog op internationalisering. Beleidsvoerders, raak nu niet aan die taalregeling.

Dr. Albert Oosterhof brengt verslag uit van zijn onderzoek “Engels voertaal aan onze universiteiten? Een invantaris voor de Culturele Commissie Vlaanderen-Nederland

Samenvatting

Deze presentatie geeft een overzicht van de doelstellingen, werkwijze en resultaten van een enquête die in het voorjaar van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) werd uitgevoerd. De bedoeling was te inventariseren welk aandeel andere talen dan het Engels hebben in het onderwijs aan de Nederlandse en de Vlaamse universiteiten en wat de toekomstperspectieven zijn. In 2000/2001 voerde het secretariaat van CVN ook al een enquête uit bij de rectores magnifici van de universiteiten. Die CVN-werkwijze werd dus in 2007 herhaald om een indruk te krijgen van de evoluties die zich hebben voorgedaan wat betreft de onderwijstaal in het hoger onderwijs.

Ik geef op basis van enkele eerdere rapporten kort weer wat de achtergronden zijn van deze inventaris. Ik zal kort ingaan op de geldende wetgeving ten aanzien van de onderwijstaal in Vlaanderen en Nederland. In 2001 legde CVN contact met verschillende bewindslieden uit Vlaanderen en Nederland. Daarbij doet CVN enkele aanbevelingen, vooral over het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. De commissie stelt dat bacheloropleidingen volledig in het Nederlands zouden moeten verlopen, terwijl in de masters het aandeel van het Engels hooguit 20% mag zijn. De doelstelling van de inventaris in opdracht van CVN is na te gaan of recente ontwikkelingen in overeenstemming zijn met dergelijke aanbevelingen.
 
Verder wordt uiteengezet hoe de resultaten precies tot stand zijn gekomen. Een belangrijke opmerking is dat diensten die zich bezighouden met externe relaties en communicatie niet noodzakelijk een reëel beeld geven van het aandeel van het Engels. Het is daarbij ook mogelijk dat instellingen het aandeel van het Engels juist groter voorstellen dan het is, omdat ze een internationale uitstraling nastreven.

In de presentatie werd een samenvatting gegeven van de resultaten van de inventarisatie. De gegevens uit de enquête geven een beeld van de situatie in Vlaanderen tegenover Nederland, aan verschillende universiteiten. Aan de meeste Nederlandse universiteiten blijft het aandeel van het Engels in het bacheloronderwijs beperkt, maar wordt in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven. Er is in Nederland over het algemeen sprake van een toename van het gebruik van het Engels. Aan Vlaamse universiteiten is het aandeel van het Engels echter beperkter.

Bij die stand van zaken voegt Jan Roukens van de stichting Nederlands zijn bevindingen

Samenvatting

Taalgebruik in het Europese hoger onderwijs en in de wetenschap

Het referaat put de kwantitatieve gegevens voornamelijk uit een recent gepubliceerde studie van de Academic Cooperation Association (ACA), een vereniging van universiteiten en hogescholen in Europa die zich mede ten doel heeft gesteld de internationalisering van het hoger onderwijs te ondersteunen. In dat kader werd de studie English-Taught Programmes in European Higher Education uitgevoerd, over de situatie in 2007. Een eerdere studie over 2002 maakte het mogelijk een zekere ontwikkeling aan te tonen.
Hoewel de ACA wordt beschouwd als een organisatie met een missie, en dus niet neutraal, maakt de studie over 2007 een betrouwbare indruk. Er is veel onderzocht en naar achtergronden gepeild, terwijl de onzekerheidsmarges inherent aan enquêtes zorgvuldig in kaart zijn gebracht. Dat maakt de studie waardevol, ook voor wie de overtuigingen van de ACA niet deelt.
Uit de studie blijkt dat Nederland ver voorop loopt in Europa wat de verengelsing van het hoger onderwijs betreft. Het absolute aantal Engelstalige programma’s in Nederland is bijna tweemaal zo groot als in het tweede land in absolute aantallen, Duitsland (774 tegenover 415). Niettemin is Duitsland vijfmaal zo groot als Nederland. België speelt in dit geweld een bescheiden rol en is een Europese middenmoter: 43 Engelstalige programma’s werden vastgesteld. De studie maakt geen onderscheid tussen Nederlandstalig en Franstalig België; aangenomen is dat de twee landsdelen wat dit betreft gelijk opgaan.
Het fenomeen van de vervanging van de nationale taal door Engels in het hoger onderwijs is overigens een verschijnsel dat veel meer voorkomt in het Noorden en Noordwesten van de EU dan elders. In midden-Europa komt het weinig voor, in de orde van enkele procenten, terwijl het in het Zuid-Europa bijna niet voorkomt. Niettemin lijken de discussies over het verschijnsel in het Zuiden het hevigst, terwijl er in Nederland nauwelijks over gesproken wordt. Tot dit congres.
De studie komt tot de conclusie dat het aanbieden van Engelstalige programma’s niet aantoonbaar bijdraagt tot een toename van buitenlandse studenten. Meer buitenlandse studenten is nu juist de reden waarom in Nederland – maar ook in Vlaanderen - herhaaldelijk wordt aangedrongen op een vergroting van het aanbod Engelstalige programma’s.
Interessant is dat de verengelsing gedreven wordt door de leiding van de onderwijsinstellingen (80% vóór), en dat studenten er lauw tot negatief tegenover staan (omstreeks 25% vóór). Dat contrasteert met de opvatting dat het de jongeren zijn die de moderniteit zoeken en dus………de Engelse taal.

Nederlands of Engels? 

Prof. dr. Willy Clijsters zit dit laatste gedeelte van de ochtendzitting voor. Eerste spreker van het drietal is mevrouw dr. Diana Vinke. Zij brengt rond de thematiek van onderwijskwaliteit en voertaal verslag uit van haar doctoraal onderzoek in 1995 aan de Technische Hogeschool van Delft. Zij spreekt in dat verband over de “Kwaliteit van kennisoverdracht. Een vergelijkend onderzoek”.

Samenvatting

De centrale vraag van deze presentatie is of onderzoek naar het gebruik van Engels als instructietaal in het hoger onderwijs effect heeft op de onderwijskwaliteit en of de invoering van het Engels in onze universiteiten afhankelijk moet zijn van de resultaten van dergelijk onderzoek. Een onderzoek naar de ervaringen van docenten aan Nederlandse universiteiten wijst uit dat een meerderheid weinig of geen verschil ervaart tussen het verzorgen van onderwijs in het Nederlands en in het Engels. Wel treden er een aantal negatieve effecten op bij het Engels als voertaal: het voorbereiden kost hen meer tijd en bij het geven van colleges ervaren zij talige beperkingen, een groter (mentale) vermoeidheid, minder improvisatievermogen, minder tevredenheid over hun eigen onderwijs. Verder hechten ze meer belang aan goede doceervaardigheden (om talige beperkingen te compenseren). Uit observatieonderzoek naar (effectief) doceergedrag blijkt dat het gebruik van Engels als voertaal leidt tot een beperkte vermindering van redundantie, expressiviteit, helderheid, nauwkeurigheid, spreektempo (in 1 onderzoek) en ontlokken van verbale reacties bij leerlingen (1 onderzoek). Wel is effectief doceergedrag waarneembaar te verbeteren door training in een Engelstalige situatie. Deze training is het meest effectief in het begintraject, als een docent begint met het verzorgen van Engelstalig onderwijs. Onderzoek naar hoe studenten colleges ervaren wijst uit dat er voor hen geen consistente verschillen zijn tussen Nederlandstalige en Engelstalige colleges. In beide talen herkennen en ervaren ze effectief doceergedrag als zodanig. Wel ervaren ze in het Engels het ontbreken van dat gedrag als storend: het vermindert hun concentratie. Onderzoek naar wat studenten van colleges begrijpen, tenslotte, geeft aan dat Engels als instructietaal geen langetermijn effect heeft op de leerresultaten van studenten. In het begin is hun begrip wel minder, maar na gewenning verdwijnt dit effect. Het gebruik van Engels heeft mogelijk zelfs een positief effect op hun leerproces: studenten lijken meer kritische verwerkingsstrategieën te gebruiken.
Wat betekenen deze onderzoeksresultaten nu voor de onderwijskwaliteit? Dit is afhankelijk van de onderwijsopvatting die je hebt. Lange tijd lag de nadruk op onderwijs als kennisoverdracht van de docent naar de student. Uitgaande van deze stroming impliceert het gebruik van het Engels een vermindering van de onderwijskwaliteit. Recentere opvattingen beschouwen onderwijs als een actief proces aan de kant van de lerende: kennis ontstaat als de lerende die construeert. Uitgaande van deze stroming leidt het gebruik van het Engels niet tot vermindering van de onderwijskwaliteit.
Onderzoek naar de relatie tussen het Engels als voertaal en de kwaliteit van onderwijs geeft dus niet zonder meer uitsluitsel over de invoering van het Engels in onze universiteiten. Hiervoor zijn er andere, relevantere vragen te beantwoorden. De meest relevante vraag lijkt te zijn wat ‘de’ Nederlandse taal te winnen of te verliezen heeft als we het Engels of Nederlands gebruiken als onderwijs- en wetenschapstaal.
[- Wat is het effect van de voertaal Engels op de beheersing van de moedertaal?
- Wat is de invloed van de voertaal Engels op de ontwikkeling van de Nederlandse taal?
- Wat is de invloed van het Nederlands als voertaal en wetenschapstaal op de ontwikkeling van de Nederlandse taal (bij de gemiddelde gebruiker?
- Wat is het potentieel verlies van de Nederlandse taal bij het Engels als voertaal?]

Gebruikte onderzoeken Nederland:
-Huibregtse (2000). Effect en didactiek van tweetalig voortgezet onderwijs in Nederland. Utrecht: W.C.C. proefschrift.
- Jansen, E.P.W.A. et al. (2001). De relatie tussen onderwijsopzet en studieresultaat. ORD Proceedings, 28e Onderwijs Research Dagen, Universiteit van Amsterdam, SCO-Kohnstamm Instituut/ILO, pp. 263-265.
- Klaassen, R.G. (2001). Engels als voertaal. -  ISBN 90-517-0568-9 (vervolgonderzoek na de scriptie van Vinke, A.A.)
- Vinke, A.A. (1995). English as the medium of instruction in Dutch engineering education. Delft: Delft University Press. ISBN 90-407-1168-2

Tweede spreker was prof. dr. Jaap van Marle.

Samenvatting

Verlies van taalbereik: culturele en sociale gevolgen op termijn

Hoe ernstig is het eigenlijk dat het Engels in opmars is (lijkt te zijn) als onderwijstaal? Zoals van een vraag als deze mag worden verwacht, is het antwoord niet zo maar duidelijk. Immers het antwoord is gekoppeld aan een aantal vooronderstellingen t.a.v. wat ‘standaardtalen’ eigenlijk zijn, respectievelijk zouden moeten zijn. Vooropgesteld dit, veel personen realiseren zich niet dat ‘standaardtalen’ – nationale talen is misschien wel een juistere benaming – veel jonger zijn dan veelal wordt aangenomen. Nationale talen zoals het Duits, het Engels, en het Nederlands zijn namelijk in hoge mate 19e-eeuwse uitvindingen, althans wanneer men onder een nationale taal een algemeen aanvaarde norm voor zowel mondeling als schriftelijk taalgebruik verstaat.

Kortom, wanneer wij spreken over nationale talen, dan hebben we het over een betrekkelijk recent fenomeen. Nu kan men de nationale talen koesteren omdat men ze als zeer waardevol ervaart, en daar is niets op tegen, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat nationale talen veel minder monolithische entiteiten zijn dan men misschien wel zou verwachten. Nationale talen zijn met name aan veel meer verandering onderhevig dan velen zouden denken (en waarschijnlijk ook zouden willen). Wie ‘oude’ nieuwsprogramma’s – en onder ‘oud’ versta ik dan, de jaren ’60 – op de televisie terugziet, zal gefrappeerd zijn door de volstrekt andere normen die nog geen vijftig jaar geleden voor mondeling taalgebruik golden. Die programma’s kunnen eenvoudigweg tot geen andere conclusie leiden dan dat de grootschalige informalisering die onze samenleving zo grondig heeft veranderd, ook het Nederlands bepaald niet onberoerd heeft gelaten. In dit verband is vooral interessant te constateren dat de oorspronkelijke normen op grote schaal zijn losgelaten.

Hoe zit dat nu met de opmars van het Engels? Natuurlijk, juist door het loslaten van de normen krijgt het Engels een kans, het dringt gemakkelijker binnen dan in een tijd dat de nationale taal in hoge mate ‘maakbaar’ werd geacht (namelijk d.m.v. het onderwijs). En dat Engelse woorden en uitdrukkingen gemakkelijk binnendringen, is duidelijk. Heel iets anders is het verdringen van het Nederlands door het Engels in bepaalde domeinen, bijvoorbeeld het onderwijs. In potentie is dat een gevaarlijker ontwikkeling omdat dit laatste direct samenhangt met ‘het domein’ van het Nederlands, d.i. het geheel aan situaties waarbinnen het Nederlands wordt gehanteerd. Wanneer het enkel en alleen het academisch onderwijs zou betreffen, dan zou men hier misschien nog overheen kunnen stappen, wijzend op het feit dat onderzoek (het fundament van academisch onderwijs) nu eenmaal per definitie een internationale aangelegenheid is. Echter, de inktvlekwerking is in Nederland al duidelijk zichtbaar: het oprukken van tweetalig onderwijs in lagere en middelbare scholen, d.i. onderwijs waarin naast het Nederlands nog een andere taal als onderwijstaal fungeert (in de regel natuurlijk vrijwel steeds het Engels).

Ook al kan ook over deze ontwikkeling genuanceerd worden gedacht, het risico dat het Nederlands geleidelijk aan een tweederangs taal zou kunnen worden, is niet helemaal denkbeeldig. Momenteel staan de ‘klassieke’ nationale talen toch al onder druk, en het opgeven van bijvoorbeeld het Nederlands als onderwijstaal sluit daar in feite rechtstreeks bij aan. En ook omgekeerd, wanneer het Nederlands geen onderwijstaal meer zou zijn, dan neemt de status van het Nederlands verder af. Anders gezegd, wie met lede ogen het afnemend prestige van de nationale talen aanziet (niet slechts waarneembaar bij het Nederlands!), doet er verstandig aan om op dit punt waakzaam te zijn. Het risico is niet zo zeer dat het Nederlands zou verdwijnen, maar vooral dat het afzakt tot tweederangs taal. 

Laatste spreker in dit rijtje van drie is prof. dr. Reiner Arntz, Universität Hildesheim.

Samenvatting

Moedertaal of vreemde taal: bekeken vanuit een ander taalgebied

Meer dan één cultuurtaal moet zich tegenwoordig verdedigen tegen een al te grote invloed van de lingua franca Engels. Dat betreft de status van die talen op nationaal en internatio­naal vlak, maar ook hun structuur, in het bijzonder hun woordenschat. Voortdurend drin­gen er immers nieuwe leenwoorden uit het Engels die talen binnen. – In deze tijden van globalisering betwijfelt niemand de noodzaak van een taal waarmee men zich overal ter wereld verstaanbaar kan maken, maar er moeten duidelijke grenzen zijn.

Ook in de communicatie tussen vakmensen mag die lingua franca niet de plaats innemen van de respectieve moedertalen, want dat zou voor alle cultuurtalen funest zijn, behalve voor de lingua franca zelf. Om te beginnen zouden de talen in kwestie in hoge mate aan prestige inboeten, zeker in domeinen van het weten die een hoog aanzien genieten. En nog erger zouden de gevolgen zijn voor de vakmensen die toevallig niet de lingua franca als moedertaal hebben. Het begrijpen van moeilijke verbanden en zeker het formuleren van nieuwe, originele gedachten lukt immers het best in de moedertaal.

Een oplossing voor het internationale talenprobleem kan er ook niet in bestaan dat men overal alleen nog de moedertaal en de lingua franca Engels leert. Op die manier bewust afzien van veeltaligheid – wat in sommige landen al gebeurt – leidt onvermijdelijk tot geringschatting van de andere cultuurtalen. Het effect daarvan is bovendien dat er vaak op een erg laag niveau gecommuniceerd wordt, doordat het Engels voor allebei de gespreks­partners een vreemde taal blijft.

In tegenstelling met zo’n mogelijke trend heeft de Europese Unie bewust voor het principe van de veeltaligheid gekozen. Sinds lang steunt ze het ontwikkelen van taalprogramma’s die het leren van minder verbreide talen moeten vergemakkelijken. En in dat kader speelt de ‘passieve meertaligheid’ een belangrijke rol: de gesprekspartners begrijpen elkaars taal, maar spreken allebei hun eigen taal.

Tegen deze achtergrond wordt de taalcursus "Kontrastsprache Niederländisch” voorge­steld, die de spreker samen met zijn collega prof. dr. Jos Wilmots van de Universiteit Hasselt heeft samengesteld en die in de afgelopen tien jaar met succes is uitgetest bij talrijke Duitse studenten. In deze methode, die intussen als boek is verschenen bij de Duitse uitgeverij Egert, staat de verwantschap en de vergelijking van beide talen centraal. Bovendien is de cursus modulair opgebouwd: eerst is de leesvaardigheid aan de orde, waarmee de leerder vlug opschiet, daarna pas komen de spreek en schrijfvaardigheid.

Een belangrijk streefdoel van deze opzet is het Nederlands als middelgrote Europese cul­tuurtaal meer bekendheid te geven en het gebruik van het Engels als lingua franca tussen sprekers van zo sterk verwante talen als het Duits en het Nederlands overbodig te maken. Dat laatste lukt echter alleen als een grote meerderheid van Nederlandstaligen zich be­wust is van de waarde van hun moedertaal en zich actief inzet voor het gebruik van het Nederlands als taal van de wetenschap.

_____________

Voor de lunchpauze kreeg uit handen van Stichting Nederlands Voorzitter Arno Schrauwers Thomas van der Dunk de LOF-prijs 2007 van de stichting Nederlands.
Thomas was kandidaat voor de Lofprijs, omdat hij op 23 november 2007 in de Volkskrant een pittig en keurig artikel schreef over de vlucht van de Nederlandse 'elite' naar het Engels. Engels op de universiteit zet de Nederlandse studenten op afstand en sluit de elite af van de rest van Nederlands, aldus Von der Dunk in dat artikel.
Wat personalia over de gevierde publicist.
Thomas von der Dunk (1961)  studeerde van 1979 tot 1988 aan de Universiteit van Amsterdam kunstgeschiedenis en archeologie (specialisatie: architectuur).

Was van 1989 tot 1993 als Assistent-in-opleiding verbonden aan de vakgroep geschiedenis in Leiden, waar hij op 10 maart 1994 promoveerde op 'Das deutsche Denkmal. Ein Abriss in Stein' (handelseditie 1999) over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk van de veertiende tot de achttiende eeuw.
Van 1994 tot 2002 was hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de vakgroepen geschiedenis in Utrecht en Leiden. Sinds 2002 is hij gevestigd als zelfstandig publicist en politiek commentator.
Van zijn hand verschenen o.m. als cultuurhistorische studies: De schaduw van het Teutoburgerwoud (2000), Een Kathedraal voor Amsterdam (2003), Een Hollands Heiligdom (2007); als politieke bundels: Alleen op de Wereld (2001), Rusland en Europa (2003), Buiten is het koud en guur (2004). Hij dankte van harte en op een pittige, geestige wijze voor de hem toegekende prijs.

______________

 


De congresdeelnemers in De Schelp

Nederlands als taal van onderwijs en wetenschap

De namiddagzitting werd geleid door lic. Ghislain J.J. Duchâteau. Hij verleende eerst het woord aan prof. dr. Joop van der Horst.

Samenvatting

Over de maakbaarheid van taal van hoger onderwijs en wetenschap

De maakbaarheid van taal, zowel op microniveau (taalverzorging) als op
macroniveau (taalpolitiek), is net als veel andere historische
gebeurtenissen slecht aantoonbaar. Hebben de inspanningen (het gewenste)
effect? Maar even moeilijk als het aantonen van de effecten is het
aantonen dat ze geen effect hebben. Ergo: het is in belangrijke mate een
geloof. Wel, er is niets tegen een geloof; maar het is meer dan
waarschijnlijk dat dit geloof zijn langste tijd gehad heeft.

De tweede spreker was Dr. Renata de Bies van de Universiteit Paramaribo. Zij sprak over het Nederlandstalig hoger onderwijs in Suriname.

Samenvatting

Renata de Bies en Reiner Arntz

Notities met betrekking tot het Nederlands in Suriname, in het bijzonder het Nederlands als onderwijstaal.
Ondanks zijn dominante positie in de Surinaamse gemeenschap voert het Nederlands in Suriname anno 2008 nog steeds strijd, met name in het domein van het onderwijs om deze positie die het door strijd heeft verworven, te behouden.

De eerste strijd van het Nederlands is al gevoerd. Het doel ervan was een dominante positie te verwerven in de Surinaamse maatschappij. De strijd met het Nederlands als aanvaller werd voornamelijk gevoerd tegen het toenmalige Nengre (Negerengels) dat nu is uitgegroeid tot het Sranan. Deze is een hardnekkige, bewuste en openlijke strijd geweest, en het Nederlands is niet zonder kleerscheuren uit deze strijd gekomen. Het Nederlands kreeg een ander gezicht, een Surinaams gezicht en gaat nu door het leven als Surinaams-Nederlands, het natiolect van het Nederlands in Suriname. Dit Surinaamse gezicht van het Nederlands zorgt voor zijn behoud in Suriname, want het is dit Surinaams-Nederlands dat de veeltalige situatie in Suriname in evenwicht houdt en taalconflicten voorkomt.

De tweede strijd die het Nederlands in Suriname voert, nu dan wel als Surinaams-Nederlands, is een subtielere. Het Surinaams-Nederlands wordt op zeer onopvallende manier bevochten door het Engels, de taal van globalisering. Deze strijd kent echter ook momenten van openlijke aanvallen en externe factoren helpen een handje mee in het voordeel van het Engels.

Maar toch blijft het Nederlands (anno 2008) vooralsnog zijn positie behouden in Suriname.

Wie uiteindelijk deze strijd zal winnen is nog niet duidelijk, misschien zal de discussie na deze voordracht enig inzicht verschaffen in de toekomst van het Nederlands in Suriname, met name in het hoger onderwijs.

Deze voordracht is bedoeld om de discussie over de positie van het Nederlands in het Hoger Onderwijs op gang te brengen is in 2 delen verdeeld.

Deel I: Vernederlandsing van de Surinaamse Maatschappij (ongeveer 1876-1954). Strijd tegen het Nengre
In dit deel komen aan de orde:
Inleiding =. Korte bespreking stabiele veeltaligheid in Suriname. Elke taal heeft eigen functie.
Maatschappelijk leven door Sranantongo en Surinaams-Nederlands beheerst
1. Wat is SN ( korte geschiedenis Nederlands in Suriname, ontstaan SN, functies SN, rol SN, Norm Nederlands in Suriname
2. Nederlands in Surinaams Onderwijs. (vernederlandsing Suriname, strijd tegen Nengre)
    a. Koloniale tijd (1876-1954) Geen hoger onderwijs. Nederlands enige instructietaal etnocentrische norm
    b. Van autonoom deel tot onafhankelijke staat (1954-1980)
Wet hoger onderwijs : Universiteit dateert  bijv.  Van 1968. Instructietaal Nederlands. Terminologie in HO Nederlandstalig (bijv. Geneeskundige school ) Namen faculteiten in het Nederlands
Deel II: Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij
1. Subtiele verengelsing Surinaamse maatschappij, al ingezet voor 1975 Engelse invloed Lexicon SN bewijs (1975 Eerste kreten invoering Engels )
2. Taalbeleid en taalpolitiek Suriname is tweesporen beleid
     1.Taalpoltiek ten gunste van het Engels      
        a.  Jaarrede 2001 president bespreekt bevordering rol Engels
 b. 2007/2008 invoering Engels als vak derde klas basisonderwijs piloot project MOP 2001- 2005   introductie Engels als tweede taal
         c. Externe factoren bevordering Engels
         1995 Suriname lid Caricom roep Engels als eerste of tweede taal groter
         2007 Suriname lid CSME (Caribbean Single Market and Economy)
         d. Interne factoren
         Dilemma van het Nederlands (identiteit)
     2. Taalpolitiek ten gunste van het Nederlands
         2005 Suriname lid NTU. Nog steeds geen standaardisatie SN
     3. Verengelsing Maatschappij inclusief Hoger Onderwijs
         Media zelden of nooit ondertiteling op tv. Nieuws in het Engels op de radio;
         Terminologie (namen studies en instituten en instructietaal HO

Prof. dr. Willy Martin, voorzitter NL-Term, trad nu op als spreker. Hij behandelde “Het Nederlands als vaktaal

Samenvatting

Om te komen tot een antwoord op de vraag 'hoe staat het met het Nederlands als vaktaal?' is er een zevenstappenplan ontwikkeld. De zeven stappen zien eruit als volgt:

1. Taal bestaat bij de gratie van variatie
(maakt duidelijk dat er verschillende soorten taal zijn waarbij onder meer de meer algemene wordt 'gevoed' door de minder algemene)

2. Wat is vaktaal?
(definieert vaktaal door middel van haar inhoud en specifieke communicatieve situaties)

3. Wie is wie in vaktaal?
(gaat in op de verschillende communicatieve situaties die eigen zijn aan vaktaal; de figuren 1, 2 en 3 zijn daarbij van belang)

ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 1: Algemene Taal vs. Vaktaal
ALGEMENE
VAKTAAL TAAL
Fig. 2 Vaktaal vs. Algemene Taal
ALGEMENE
TAAL
VAKTAAL
Fig. 3 Vaktaal vs. Algemene Taal

4. Vaktaal en wetenschapstaal
(wetenschapstaal wordt gedefinieerd als wetenschappelijke vaktaal met een eigen problematiek bij de kennisoverdracht/communicatie)

5. Hoe belangrijk is vaktaal/wetenschapstaal voor moedertaal?
(wetenschapstaal is niet 'gans de (algemene) taal' maar staat er niet los van (zie fig. 1) en heeft een belangrijke impact op haar groei)

6. Hoe 'gans de wetenschap' is de taal?
(als die taal het Nederlands is, is haar rol bij vakinterne communicatie almaar beperkter geworden, wat niet noodzakelijk tot dramatische gevolgen hoeft te leiden zolang er voldoende ruimte is voor vakinterne – vakexterne communicatie)

7. Als u het mij vraagt...
(hierin worden een aantal aanbevelingen gedaan naar Overheid, Wetenschappers en hun Bestuurders toe met betrekking tot het hoger onderwijs, het meten van de resultaten van onderzoek, het populariseren van die resultaten, de aanleg van een databank 'Overheidsterminologie' en de bouw van een Vaktaalcorpus; deze aanbevelingen moeten leiden tot een optimale situatie anno 2008: een waarbij onze wetenschappers en internationaal 'meepraten' én er toch voldoende doorstroming blijft vanuit de wetenschappelijke vaktalen naar de algemene standaardtaal toe.)

Debat en conclusies - Een nieuw elan

Debat met een Forum en congresdeelnemers onder
voorzitterschap van Hugo Weckx, voormalig Vlaams minister van cultuur
Els Ruijsendaal, rapporteur, Benelux-universitair centrum
Forumdeelnemers:
- Renata de Bies, Anton de Kom universiteit Paramaribo
- Reiner Arntz, Universität Hildesheim
- Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus en publicist, Amsterdam
- Dirk De Cock, lid Vlaams Parlement, VlaamsProgressieven

- Erik Meijer, lid Europarlement, fractieleider Socialistische Partij

Vooral de inbreng van de congresdeelnemers leverde heel wat denk- en gespreksstof op.

Opgemerkte tussenkomsten van Yvo Peeters en Eric Ponette

Yvo Peeters

       Eric Ponette

Els Ruijsendaal bracht tot slot een keurig, volledig en mooi ingekleurd verslag uit van de werkzaamheden van deze congresdag.

De inhoud van het congres wordt binnen een heel kort tijdbestek vastgelegd in een verslagboek, waaruit geput kan worden voor het verdere openbare debat over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en wetenschap.

Het Ampzing Genootschap luisterde het congres op met kruimige liederen en muziek. Het maakte een schitterende reportage over het congres vanuit zijn eigen luchtige invalshoek. Aanbevolen is dat audiovisueel prestatiestukje te bekijken en te beluisteren. Je vindt het op de webstek van het Ampzing Genootschap.
Klik hier

Redactie en foto’s Ghislain Duchâteau

In april 2010 verscheen:


De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement - Lees daarover op deze site op de pagina Teksten.

Wie zich de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs eigen wil maken, krijgt in deze publicatie alle informatie aangeboden die hij/zij zich maar kan wensen.




 

 

 

 
 
Thuispagina | Naar boven