Taal hoger onderwijs
 

Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs

Engels of Nederlands
in het hoger onderwijs?


Nederlands toch!


Recent

- Zorgt de verengelsing van ons onderwijs voor meer welvaart? Rapport VARIO doet aan 'wishful thinking' Yvan Vandenberghe - 1-9-2020

- Engels is noodzakelijk, maar niet voldoende - Luc Devoldere 13-12-2019
TAAL en HOGER ONDERWIJS

- Brief van VVA gericht aan Minister-president Jan Jambon en Viceminister-president Ben Weyts
om de verruiming van de verengelsing van de bacheloropleidingen tot 50 % te schrappen in het voorontwerp van onderwijsdecreet – 15 januari 2020

- Against English. Pleidooi voor het Nederlands met de recensie 'De Engelse vloedgolf. Een bundel pleidooien voor het Nederlands (L. Beheydt in Neerlandia 2019-04)

- Laat die buitenlandse studenten gewoon Nederlands leren - Rudi Wester 1-4-2019

- Oproep aan de Tweede Kamer (Nederland) over de verengelsing van het onderwijs - van 194 prominenten: volledige tekst - 29 maart 2019

- De volledige verengelsing aan de Universiteit Twente.
Een hoogleraar wiskunde en statistiek vertelt vrijmoedig hoe het eraan toe gaat. - 21 maart 2019

- Verengelsing is geen geneuzel, minister Van Engelshoven.
Zorgelijk dat de minister de teloorgang van het ­Nederlands in het hoger onderwijs bagatelliseert.

Annette de Groot, Erik Jurgens, Jean Pierre Rawie en Ad Verbrugge - 21 november 2018

- Verengelsing is eerder instrument voor onderwijstoerisme dan voor cultuuruitwisseling - Henk Wolf 12 oktober 2018

- Lezing over "Taaltrots" van Peter Debrabandere - Alden Biesen 6 oktober 2018

- Colloquium Engels in het Hoger Onderwijs - Gent vrijdag 14 september 2018

- Mekkeren over taal - 11 mei 2018

- Colloquium internationalisering van universiteiten en de eigen taal KULeuven – vrijdag 4 mei 2018

- Annette de Groot fileert verengelsing - 14 april 2018

- Verengelsing leidt tot verenging. Universiteit rijmt niet op diversiteit - Guy Leemans in het ts. VOS nr. 3 maart 2018

- FORUM: OVER TWEETALIGHEID EN DE VERENGELSING VAN HET UNIVERSITAIRE ONDERWIJS - Annette de Groot in
De Psycholoog - februari 2018

- De verengelsing van het hoger onderwijs - Bart Maddens 1-2-2018

***

-Taalgebruik in het Hoger Onderwijs

- Een moedertaalcharter voor het Nederlands - KANTL

- Verengelsing of de wet van de sterkste - Gita Deneckere (boekexcerpt - 8-10-2017)

- Onderwijsminister Van Engelshoven houdt zich nu op de vlakte over de doorgeschoten verengelsing in het Nederlandse hoger onderwijs

- Hebben Engelse bachelors enig nut? - Bart Maddens (31-10-2017)

- ‘Aan het eind van de weg ligt een schraal Engels’ – Hendrik Vos (27-9-2017)

- De onbesuisde oververengelsing kritisch benaderd 1 en 2 Artikelen uit Mare Leids Universitair Weekblad

- Algemeen Nederlands of English? (Redactioneel hoofdartikel in 'De Zes' mei, juni, juli 2017)

- Engels met angels - VVL-Ideeën 48/4 mei 2017

- Universiteit voert debat over onderwijstaal - Yves T'Sjoen 7-3-2017

- VVA-brief aan de Vlaamse regering m.b.t. het VLOR-adviesrapport Taalbeleid in het Hoger Onderwijs 21-2-2017

- De verengelsing ten top gedreven - Ghislain Duchâteau 1-12-2016

- Voor u gelezen: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’
29 juni 2015 door An De Moor

- I have there no words for... - naar het groot Manifest der Nederlandse Taal
artikel van Jurriaan Huskens tegen de totalitaire verengelsing 22-6-2015


- Stuit de opmars van het Engels. Pleidooi voor het Nederlands in het universitair onderwijs - Piet Gerbrandy - januari 2015

- Geen Engels maar Nederlands bij Geesteswetenschappen - manifest en petitie

- Verengelsing van het onderwijs: symptoom van vermarkting - V-SB-Nieuwsbrief 37 – juni-juli 2014

- Rector De Paepe spreekt, maar niet over het Nederlands als onderwijstaal
- Engelse pletwals - Kaat Teerlinck en Hendrik Vos UGent - juni 2014
- Het internationale symposium
‘National Languages in Higher Education, Science and Technology’
te Athene, 7 november 2013 - Kort verslag van dr. Jan Roukens

- Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012
- Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie 28 november 2011
- 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011
- Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klaassen in De Groene Amgerstammer 25-10-2011
-
Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011
-
Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats!
- De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen
- Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands - Arno Schrauwers 13-7-2011
- De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels.

- Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er een kritische nabeschOUWing aan toe
-
August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent - openingsdebat op dinsdag 23 november 2011: verengelsing van het hoger onderwijs
- De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
Gita Deneckere 22-11-2010

- Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010
- Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010
- Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese
- Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens
- De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement
- Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs 15-9-2009
- Herinvoering Nederlands aan de universiteiten
- Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs
- Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs
- Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince
- Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
- Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

- Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008

- Leuven Engels ?
- Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld.

- Uitdaging, fait accompli of blessing?
-
Een vals dilemma
- Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs
-
De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008
- Het neoliberalisme spreekt Engels - DE TAAL IS GANS DE WETENSCHAP, Marc Reynebeau 19-1-2008
- Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese .12-2010
- De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG
- Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief, Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs.
- Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

- Ananasengels
- 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…

- "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"



Zorgt de verengelsing van ons onderwijs voor meer welvaart? Rapport VARIO doet aan 'wishful thinking' Yvan Vandenberghe - 1-9-2020

Opnieuw staan een aantal rectoren gereed om de in het Nederlands gedoceerde cursussen aan hun universiteit te beperken. Je vraagt je af waarom.

Natuurlijk willen ze aan de goede kant van de geschiedenis staan. Zoals veel bekende Vlamingen beschikken ze over een behoorlijke dosis oikofobie en als rectoren zijn ze bovendien wat megalomaan. Maar ze willen vooral de voorbijrazende trein niet missen. Niemand weet echter waar die trein naar toe rijdt en in welk station hij stopt.

Lees het hele artikel van em. prof. dr. Yvan Vandenberghe

Naar boven



Engels is noodzakelijk, maar niet voldoende

TAAL en HOGER ONDERWIJS


Door Luc Devoldere - 13/12/2019

'Een gemeenschappelijke omgangstaal? Die is nodig. Maar Luc Devoldere waarschuwt voor adoratie van het Engels‘Die verzwakt de kennis en het prestige van het Nederlands, en doet a fortiori de motivatie afnemen voor het leren van andere, vreemde talen.’

In Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben, beschouwingen die tegen de tijdgeest ingingen, heeft Nietzsche duidelijk gemaakt dat de studie van de geschiedenis ook nadelen heeft, als ze het leven en het heden stremt. Het is met een lingua franca niet anders.' ...

Lees dit bijzonder relevant en helder artikel van de hoofdredacteur van De Lage Landen. Het is voor elke bewuste Nederlandssprekende van betekenis.

Naar boven


Brief gericht aan Minister-president Jan Jambon en Viceminister-president Ben Weyts om de verruiming van de verengelsing van de bacheloropleidingen tot 50 % te schrappen in het voorontwerp van onderwijsdecreet – 15 januari 2020

[Die bepaling is intussen geschrapt]

De brief werd vanuit de VVA verstuurd namens de Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA.

Hasselt, 15 januari 2020.

Aan de heer
Jan Jambon persoonlijk
Vlaams minister-president en minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management
Aan de heer
Ben Weyts persoonlijk
Viceminister-president bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand

Betreft: Ontwerpdecreet Onderwijs OD XXX  - Taalregeling hoger onderwijs

De Vereniging Vlaamse Academici (VVA) voelt zich sinds het eerste initiatief rond het taalgebruik in het hoger onderwijs van Vlaams Volksvertegenwoordiger Ludo Sannen in 2002 bij dat thema betrokken. Sindsdien hebben wij via de VVA-Werkgroep Taal en Onderwijs de hele evolutie van de taalregeling voor het hoger onderwijs van nabij gevolgd tot op de dag van vandaag.

Wij constateren dat sinds de bijzonder verregaande versoepeling van de decretale regeling rond het taalgebruik in het hoger onderwijs in 2012 de aandrang van de bestuurders en verantwoordelijken van het hoger onderwijs om die taalregeling te versoepelen blijvend druk blijft leggen op de politici die verantwoordelijk zijn voor de taalregeling in het hoger onderwijs.

Wij verwijzen nu naar
“Hoofdstuk 11. Wijzigingen codex hoger onderwijs
Laatste zin:
Voor bachelors wordt het aandeel anderstalige opleidingen opgetrokken tot maximaal 9%.

Artikel 96
Momenteel is een anderstalige initiële bacheloropleiding gedefinieerd als een initiële bacheloropleiding waarvan de omvang van de opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, aangeboden in een andere onderwijstaal dan het Nederlands in het modeltraject van die opleiding hoger is dan 18,33% van de totale omvang van de in die opleiding aangeboden opleidingsonderdelen, uitgedrukt in studiepunten, in het modeltraject.
Bij een masteropleiding is dat percentage vastgelegd op 50%. Met het voorliggende artikel wordt voor de initiële bacheloropleidingen dit percentage ook opgetrokken naar 50%. Er zijn geen reden om op dit ogenblik nog een onderscheid te maken tussen deze opleidingen.”
Wij waren verbaasd dat het aandeel anderstalige bachelorsopleidingen werd opgetrokken tot 9%, zoals dat in het regeerakkoord staat, maar daar kunnen we nog begrip voor opbrengen.

Maar een toelating tot (lees) verengelsing van de bacheloropleidingen tot 50 % komt ons totaal ongewenst voor. We constateren evenwel dat het door de Vlaamse regering in eerste lezing goedgekeurde voorontwerp OD XXX door u beiden ondertekend is.

We weten dat

    - de tekst nog een hele weg moet afleggen vooraleer hij definitief wordt goedgekeurd.
    - artikel 96 uw beider goedkeuring niet heeft en dat het ondanks uzelf in de tekst is opgenomen.
    Het is ook niet het standpunt van uw politieke partij.
    - uw coalitiepartners in de Vlaamse regering het behoud van de tekst willen bepleiten.
    - u het met hen heel moeilijk zult hebben om het in de loop van de behandeling te doen schrappen.
    - een aantal hogeronderwijsinstellingen erop rekenen dat het betreffende artikel met toelating tot 50% van bacheloropleidingen in een andere taal in de decretale tekst behouden blijft en dat ze de verengelsing vooruitlopend flink aan het organiseren zijn.

Ondanks deze feitelijke omstandigheden vragen wij u met vastberadenheid u in te zetten om die maatregel te weren uit OD XXX.

De maatschappelijke impact in het algemeen en op het Vlaamse hoger onderwijs inzake taalgebruik in het bijzonder zou niet te onderschatten zijn. De verdringing van het Nederlands in het hoger onderwijs zou bovendien pertinent verder worden gezet.
Voor uw partij zou dat vooral bij de Vlaamse en Vlaams voelende academici bijzonder ongunstig overkomen.

Wij verwijzen hierbij naar het verzet in Nederland tegen de verdergaande verengelsing van de Nederlandse universiteiten.
Wij verwijzen eveneens naar de stemmen die uit universitaire kringen zelf opgaan van weldenkende hoogleraren om niet verder te verengelsen. Zo worden u en uw partij rechtstreeks aangesproken in het artikel in De Standaard verschenen op 14 januari 202 “Gelijke kansen? Forget it” door de hoogleraren Gita Deneckere, Bruno De Wever, Bart Maddens, Dave Sinardet, Hendrik Vos en Antoon Vrints.

Onze enige vraag is: zet uw politiek talent, uw politieke overtuigingskracht in om de betwiste maatregel uit de tekst van het ontwerpdecreet in de volgende behandelingen in de ministerraad kordaat te weren. Wij rekenen op u.

Lic. Ghislain Duchateau, coördinator
namens de Vereniging Vlaamse Academici (VVA) – vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs:
em. prof. dr. Eric Ponette, prof. dr. Matthias Storme, prof. dr. Frank Fleerackers, prof. dr. Els Ruijsendaal, em. prof. dr. Stijn Verrept, em. prof. Jozef Devreese, dr. Jan Roukens, lic. Paul Becue, lic. An De Moor, lic. Peter Debrabandere

Contact:
Ghislain Duchateau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
E-post: ghislain.duchateau@telenet.be
Tel.: 011 22 86 25


Naar boven



 

Against English. Pleidooi voor het Nederlands met de recensie 'De Engelse vloedgolf. Een bundel pleidooien voor het Nederlands (L. Beheydt in Neerlandia 2019-04)

Samenstelling Lotte Jense, Niek Pas, Daniël Rovers, Koen van Gulik
Uitg. Wereldbibliotheek – Amsterdam (€ 19,99)



Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers & Koen van Gulik,
Against Englis: Een pleidooi voor het Nederlands,
Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2019,
ISBN 978 90 2845 022 6, 192 pp.
Prijs: € 17,99


Het Engels heeft het Nederlands al bijna verdrongen aan de universiteiten en neemt sluipenderwijs het middelbaar en lager onderwijs over. Maar dan zestig procent van wat er aan vertaalde romans in de boekhandel ligt, komt uit het Engelse taalgebied. Onze media? Helemaal gericht op Amerikaanse voorbeelden, alsof er geen Italiaanse, Franse, Spaanse en Duitse nieuwsbronnen bestaan.

Met de dominantie van de taal komt ook de dominantie van het denken. Het Anglo-Amerikaanse wereldbeeld bepaalt de kijk op economie, politiek en overheid. De overheid dient zich terug te trekken en zo veel mogelijk over te laten aan het individu. En de samenleving? Die wordt onderworpen aan het principe van de markt. Alwaar men het liefst in Engels jargon spreekt.

Dit is een pamflet tegen de verengelsing van de wereld en een pleidooi voor diversiteit, te beginnen met het Nederlands. (binnenkant flap)

Weg met het Engels!
Leve het Nederlands!


Dit boek is geboren uit verzet. Verzet tegen de verengelsing van taal en maatschappij. En wat ons nog opstandiger maakt, is dat iedereen daar de schouders over lijkt op te halen. Steeds weer hoor je dezelfde reacties, de ene nog onnozeler dan de andere: ‘Het kan toch geen kwaad?’ Of ‘Wie spreekt er dan géén Engels?’ Of zelfs: ‘Je wilt en kunt de vooruitgang toch niet tegenhouden?’ Ons ongenoegen wordt breed gedeeld, zoals blijkt uit de bijdragen aan deze bundel. Dus weg met het Engels! Leve het Nederlands!

Lotte Jensen, Niek Pas, Daniël Rovers, Koen van Gulik (achterflaptekst)

Met bijdragen van 27 auteurs.

Boekvoorbeeld met in extenso enkele bijdragen

Over en rond de bundel:
- De Volkskrant
- Spui25
- Neerlandistiek

Recensie

De Engelse vloedgolf

Een bundel pleidooien voor het Nederlands

Ludo Beheydt*

De verengelsing van het hoger onderwijs in Nederland is doorgeschoten. Dat blijkt onder meer uit de felle reacties tegen de ondoordachte verengelsing van allerlei opleidingen en uit de poging van het ministerie van OCW         om met een wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid het aantal opleidingen in een andere taal te reduceren en de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs te verstevigen. Symptomatisch voor de maatschappelijke commotie die is ontstaan rond de versnelde verengelsing van het hoger onderwijs en de wetenschap, is de pas verschenen bundel Against English: Een pleidooi voor het Nederlands.

Het is goed dat het ongenoegen tegen de ongecontroleerde wildgroei in Engelstalige opleidingen geventileerd wordt. En de bundeling van zeer uiteenlopende reacties heeft een belangrijke maatschappelijke functie: die toont alvast ontegensprekelijk aan dat overhaaste verengelsing niet op onverdeeld enthousiasme kan rekenen. Dat de bundel een caleidoscopische afspiegeling is van heel diverse ongenoegens over verengelsing in het algemeen, is begrijpelijk, maar laat wel een wat warrige indruk na bij de lezer. De pamflettistische bedoeling wordt enigszins afgezwakt, omdat vanuit zoveel verschillende standpunten en in zoveel verschillende stijlen en bovendien met veel overlapping gereageerd wordt.


Het hoger onderwijs wordt op een onverantwoorde manier losgerukt van de cultuurgemeenschap waarin het is ingebed en waardoor het wordt betaald

Reizang en klaagliederen
We krijgen nogal wat verbrokkelde, anekdotische veerhalen over de gevolgen van de verengelsing. Die verhalen zijn bij elkaar genomen symptomatisch voor een niet altijd even helder verwoorde terechte kritiek. Zo is het getuigenis dat een Nederlandse roman in het Engels moet worden gelezen of dat een Amsterdamse universiteit niet in het Nederlands wil communiceren vanwege te duur, natuurlijk hilarisch, maar tegelijk ook schrijnend en tekenend voor een terecht gevoel van onbehagen. En er zijn wel meer van die ervaringen die de lezer alarmeren, zeker die van niet begrijpende buitenlanders. Jammer alleen dat er geen heldere en boeiende synthese geboden wordt van de her en der verspreide relevante argumenten tegen de Engels vloedgolf. Want die zijn er wel, alleen zijn ze niet systematisch geordend en uitgewerkt, ook niet in het inleidende protest van de redacteuren. Daardoor krijgt de bundel meer het karakter van een reizang van klaagliederen dan van een goed gericht manifest.

Kloof tussen haves en have-nots
De woekerende kaalslag van het Engels in onderwijs en wetenschap is natuurlijk al eerder genuanceerd becommentarieerd. Bijvoorbeeld in het Manifest dat een aantal professoren in 2015 de wereld in gestuurd heeft. Maar, net zoals in deze bundel, ontbrak ook daarin het omstandig toegelichte fundamentele tegenargument tegen de haast totalitaire verengelsing van het hoger onderwijs en tegen de “met absolute vastberadenheid uitgevoerde ondermijning van de Nederlandse taal en cultuur” (Claudia di Palermo). Dat fundamentele en wezenlijke tegenargument heeft ook hier weer te weinig aandacht gekregen. Als het al terloops is aangeraakt in de inleiding of door Ad Verbrugge en Gita Deneckere, is het toch nergens in al zijn tragische consequenties uitgewerkt. Dat argument is dat het hoger onderwijs in Nederland op een onverantwoorde manier wordt gescheiden, om niet te zeggen losgerukt, van de cultuurgemeenschap waarin het is ingebed en waardoor het bovendien wordt betaald. De kloof tussen de haves en have-nots wordt onoverbrugbaar gemaakt door de taalkeuze van de elite. Dat de elite daarmee zelf het wantrouwen, de rancune en de maatschappelijke frustratie voedt die leidt tot polarisatie en populisme, is misschien wel impliciet aan te voelen in afzonderlijke bijdrages, maar is nergens expliciet verwoord.
Die groeiende sociolinguïstische kloof is veel erger dan het in de bundel als mantra’s herhaalde jammerlijke gebrek aan trots op de eigen taal, de lachwekkende modieuze ‘Engelse ziekte’ en het ridicule Nederlandse dedain tegenover de eigen taal. Het Nederlandse Elite-engels polariseert de Nederlandse gemeenschap, die daardoor sectaire verdeelder en onleefbaarder dreigt te worden.


Nederlands wordt niet meer bekeken als een volwaardige standaardtaal, waarin je zaken kan doen, onderwijs kan organiseren, wetenschap bedrijven of serieuze boeken kan schrijven.

 Bezigheidstaaltje voor Dutchies
Behalve de sociale kloof heeft de verengelsing ook andere ontwrichtende gevolgen en die komen allemaal expliciet of impliciet aan de orde in de bundel. Zo bijvoorbeeld de funeste weerslag op het Nederlands, dat door de anglofiele elite gedegradeerd wordt tot een bezigheidstaaltje voor Dutchies. Dutchies? Ja, een nieuw woord voor mij. Het is een smalende expatbenaming voor die arme ‘inboorlingen’ die in Amsterdam nog Nederlands onder elkaar praten. De neerbuigendheid die van dit Engelse verkleinwoord afdruipt, druipt ook af op het Nederlands. Nederlands wordt niet meer bekeken als een volwaardige standaardtaal, waarin je zaken kan doen, onderwijs kan organiseren, wetenschap bedrijven of serieuze boeken kan schrijven. Nederlands is kennelijk ook niet meer de moeite van het leren waard. Deze attitude blijft natuurlijk niet zonder gevolg voor het Nederlands zelf. De taal verschraalt als we ze niet meer gebruiken voor alle facetten van het leven. Als we geen biochemie, ingenieurswetenschappen, theoretische wiskunde, filosofie, rechtswetenschap, neuropsychologie etc. meer praktiseren in het Nederlands, ontbreekt allengs het nodige vocabularium voor de nieuwe ontwikkelingen in deze disciplines en verengt het Nederlands tot een huis-, tuin- en keukentaal.


Dat Engels is Globish, “een verweekt en verbleekt Engels op krukken”, terwijl het eigen Nederlands, door academische verwaarlozing onttakeld, ook niet meer aan de maat is.

Onverkwikkelijke halftaligheid
In enkele meer doorwrochte stukken, onder meer van Piet Gerbrandy, Annette de groot en Ad Verbrugge, is er ook uitvoerig aandacht voor het gevolg van de verengelsing op het taalprofiel van de gebruikers van het Importengels. Wat blijkt: zowel studenten als docenten blijven vallen tussen de wal van het Nederlands en het schip van het Engels. Dat Engels is Globish, “een verweekt en verbleekt Engels op krukken”, terwijl het eigen Nederlands, door academische verwaarlozing onttakeld, ook niet meer aan de maat is. Onverkwikkelijke halftaligheid is het resultaat.
Wie de bijzonder diverse bundel Against English onbevooroordeeld doorleest, zal zich gaandeweg een genuanceerd oordeel kunnen vormen over de betekenis en de waarde van de eigen taal en zal beslist niet terechtkomen in de ongenuanceerde afwijzing van het Engels die de titel suggereert. De overweging dat een Engelse koine ondertussen een realiteit is en dus een belangrijk te verwerven goed in een geglobaliseerde wereld, zal passend gerelativeerd worden door de vele argumenten om aan het Nederlands de volwaardige plaats te geven die het toekomt. De bundel is daarom alleen al een aanrader voor al wie zich geïnformeerd wil mengen in het debat over taalbeleid.

* Ludo Beheydt is emeritus hoogleraar Civilisation néerlandaise en Linguistique néerlandaise aan de Université catholique de Louvain. Hij is lid van de redactie van Neerlandia.
Contact: ludo.beheydt@skynet.be

De recensie ‘De Engelse vloedgolf. Een bundel pleidooien voor het Nederlands’ van Ludo Beheydt
verscheen in het ANV-tijdschrift Neerlandia Jg. 123 2019 nr. 04 op de pp. 46-47.

Naar boven



Laat die buitenlandse studenten gewoon Nederlands leren -
Rudi Wester 1-4-2019

Het bijzondere van de discussie over het behoud of het stimuleren van het Nederlands in het hoger onderwijs is dat ik nog niet één keer de maatregel heb gelezen die het meest voor de hand ligt: laat die buitenlandse studenten gewoon Nederlands leren om hier te studeren, de bèta-wetenschappen uitgezonderd. Zelfs de 172 hoogleraren, schrijvers en ‘andere prominenten’ kwamen in hun manifest (O&D, 29 maart) niet op dit idee. En ook columnist Bert Wagendorp voelde zich met het Nederlands, zijn favoriete taal weliswaar, ‘opgesloten in een klein hoekje van de wereld’. (Ten eerste, 29 maart). Niet nodig. Er spreken of lezen minstens 24 miljoen mensen Nederlands: 17 miljoen in Nederland,7 miljoen in België en ook in Zuid-Afrika kom je met het Nederlands behoorlijk ver. Vergelijk dat eens met Zweden (10 miljoen) of Hongaren (idem). Als je in Frankrijk wilt studeren, moet je Frans leren om de colleges te kunnen volgen. Terecht. Nederlanders denken zó slecht over hun eigen taal, dat dit idee hun volstrekt belachelijk voorkomt. Maar is dat zo?

Plezier

Het is voor een buitenlander net zo moeilijk om Nederlands te leren als voor een Nederlander het Frans. Toen ik directeur was van het Institut Néerlandais, het Nederlands cultureel centrum in Parijs, volgden meer dan 700 Fransen daar met veel plezier Nederlandse les, soms ook om zakelijke redenen: in Nederland was meer werk te vinden dan in Frankrijk. En als directeur van het Literair Vertalingenfonds, nu het Letterenfonds, sprak ik met tientallen Duitse, Engelse, Japanse, Poolse, et cetera vertalers vanuit het Nederlands die het een ongelooflijk mooie taal vonden. Zo soepel. Je hoefde maar een woordje ervoor te zetten of je had een nieuw woord (on-menselijk). En dan al die speelse woorden (‘blokkeerfriezen’) en al die prachtige uitdrukkingen en gezegdes in het Nederlands! Stella Bergsma en Sylvia Witteman geven wekelijks in de Volkskrant een voorbeeld in hun ‘Lexicon der onterecht vergeten woorden’.

Eigen taal

Er komen dan misschien wat minder buitenlanders studeren aan de Nederlandse hogescholen en universiteiten, maar dat is niet erg. Zelfs ‘de prominenten’ concluderen dat door de grote toestroom ‘er steeds minder geld per student beschikbaar’ is. De voordelen van meer Nederlands dan Engels in het hoger onderwijs zijn talrijk. Ten eerste kunnen al die docenten zich tenminste behoorlijk uitdrukken in hun eigen taal, en de nuances in hun betogen aanbrengen die in het hoger onderwijs zo buitengewoon noodzakelijk zijn. Ten tweede mogen studenten dan eindelijk hun scripties schrijven in hun moerstaal in plaats van krukkig Engels. Ten derde krijgen vertalers Nederlands-Engels meer werk, en kunnen ze hun vaardigheden loslaten op het vertalen in goed Engels van al die wetenschappelijke artikelen, want ook daar heb ik verschrikkelijke dingen gezien. Ten vierde zijn veel leraren Nederlands nodig voor al die buitenlandse studenten. En tot slot: het Nederlands krijgt dan weer de status die het verdient: de A-status. En ach, dat Engels spreken we allemaal toch wel.

Bron: De Volkskrant 1-4-2019

Rudi Wester is oud-directeur van het Institut Néerlandais te Parijs

Naar boven



Oproep aan de Tweede Kamer (Nederland) over de verengelsing van het onderwijs - van 194 prominenten: volledige tekst

29 maart 2019
(Een verkorte versie van deze tekst verscheen op 29 maart 2019 als opiniestuk in de Volkskrant: ‘Kamerleden, de toekomst van het Nederlands ligt in uw handen’.)

Oproep aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Preambule

Geachte leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Door schending van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), met name art. 1.3 en art. 7.2, wordt inmiddels driekwart van de masteropleidingen aan de Nederlandse universiteiten alleen nog maar in het Engels verzorgd, terwijl het niveau van dat Engels ver achterblijft bij de taalvaardigheid in de moedertaal. Ook de bacheloropleidingen worden nu in een rap tempo verengelst, zodat het gevaar dreigt dat we in ons land binnen enkele jaren hoofdzakelijk Engelstalige universiteiten krijgen, met wat restjes Nederlands hier en daar. Onze taal raakt zo haar academische status kwijt.

Er bestaan in de meeste gevallen geen goede inhoudelijke redenen voor een volledige verengelsing van het onderwijsprogramma. Oorzaken van deze ontwikkeling zijn dan ook vooral het huidige systeem van bekostiging en een eenzijdige kijk op het proces van globalisering. De Nederlandse universiteiten, met de VSNU voorop, blijken niet in staat om een gezamenlijk beleid te ontwikkelen waarin de kwaliteit van onderwijs en de zorg voor onze taal gewaarborgd zijn.

De verwaarlozing van de Nederlandse taal aan onze universiteiten en soms zelfs de openlijke minachting daarvoor leiden niet alleen tot een dramatische daling van het aantal studenten dat kiest voor de studie Nederlands, maar ondergraven het hele stelsel van publiek bekostigd onderwijs.

De grote toestroom van buitenlandse studenten – vooral veroorzaakt door deze verengelsing – heeft namelijk mede tot gevolg dat er steeds minder geld per student beschikbaar is. Kind van de rekening zijn dus in de eerste plaats de studenten zelf, die hoe dan ook slechter onderwijs krijgen en van wie de Nederlandse taalvaardigheid op academisch niveau wordt prijsgegeven, wat tevens een verschraling inhoudt van hun culturele en persoonlijke vorming. En aangezien een goede Nederlandse taalvaardigheid voor veel beroepsgroepen van groot belang blijft, heeft een verminderde taalvaardigheid met name voor de wat taalzwakkere studenten ook nadelige gevolgen voor hun positie op de arbeidsmarkt.

De huidige ontwikkeling leidt bovendien tot een verdere sociale tweedeling van onze samenleving en werkt etnische segregatie in de hand. Zij ondermijnt daarnaast de samenhang van het Nederlandse onderwijsgebouw als geheel, bemoeilijkt de werving van academisch geschoolde leraren voor het onderwijs en plaatst de universiteit op verdere afstand van de samenleving.

Onze publiek bekostigde universiteiten en de VSNU, evenals steeds meer hogescholen, miskennen helaas hun maatschappelijke en culturele verantwoordelijkheid en moeten daarom door de politiek tot de orde worden geroepen. Er dient op korte termijn een zinnige balans te komen tussen het gebruik van het Nederlands en het Engels in het hoger onderwijs.

Mede vanwege de doorgeslagen verengelsing van het hoger onderwijs is er momenteel nieuwe wetgeving in de maak. Zolang echter onvoldoende wordt onderkend wat de aard is van de huidige problemen, is nieuwe wetgeving alleen geen garantie voor verbetering. Daarom schetsen wij hieronder tien prangende kwesties rond het proces van verengelsing. Wij verzoeken u met klem om hiervan kennis te nemen en hopen dat u zich daarvan bij de behandeling van de nieuwe wet rekenschap zult geven.

Lees de hele tekst met ook de Uitwerking in 10 punten en de Oproep zelf


Naar boven



De volledige verengelsing aan de Universiteit Twente.
Een hoogleraar wiskunde en statistiek vertelt vrijmoedig hoe het eraan toe gaat.
21-3-2019

Dick Meijer, docent wiskunde Universiteit Twente, bij ‘Voor de Ommekeer’

Lang maar volwaardig gesprek in de diepte met een wiskundige en statisticus over de nadelen van de volledige verengelsing aan de Universiteit Twente.


De verengelsing aan Nederlandse universiteiten is al langer onderwerp van gesprek. Met name de humaniora laten in het publieke debat flink van zich horen. In dit gesprek vertelt Dick Meijer dat hij als docent wiskunde ook aanloopt tegen het toenemende gebruik van Engels. Veel studenten beheersen die taal niet op een adequaat niveau, met als gevolg dat Meijer zijn taalgebruik moet aanpassen aan dat van de studenten. En dit komt de bevlogenheid en interactie van zijn lessen niet ten goede. Hij pleit daarom voor meer aandacht voor het Nederlands binnen zijn vakgebied. Juist voor studenten van exacte wetenschappen is voeling voor taal heel belangrijk, bijvoorbeeld bij het interpreteren van de context van wiskundige problemen of het uitleggen en verklaren van onderzoeksresultaten in bredere verbanden. Hoe kan het tij worden gekeerd?

Dick Meijer: Door verengelsing staat toegankelijkheid onderwijs onder druk

Video: HOOGLERARENGESPREK van Ad Verbrugghe met Dick Meyer over wiskunde en taal 46’16”

https://youtu.be/c7w6n30_gyQ

.

Naar boven




VERENGELSING IS GEEN GENEUZEL, MINISTER VAN ENGELSHOVEN


Zorgelijk dat de minister de teloorgang van het ­Nederlands in het hoger onderwijs bagatelliseert. Annette de Groot, Erik Jurgens, Jean Pierre Rawie en Ad Verbrugge - 21 november 2018, 16:45

in De Volkskrant

‘Het taalbeleid van minister Van Engelshoven is als een hof waarin het Engels ongehinderd kan gedijen en het Nederlands als onkruid verpietert.’

Lees de hele aanklacht van de vier eminente auteurs van de tekst


Naar boven



Verengelsing is eerder instrument voor onderwijstoerisme dan voor cultuuruitwisseling

Geplaatst op 12 oktober 2018 16:00 door Henk Wolf

Henk Wolf  - docent taalkunde NHL Hogeschool in Leeuwarden en Groningen


In de studiegidsen en later in de online-onderwijscatalogus van de instelling waar ik werk, staat zolang ik me kan herinneren bij elke cursus in welke taal of talen die wordt aangeboden. Nou heb ik me daar nooit veel van aangetrokken. Tenzij de vaardigheid in een specifieke taal de kern van de cursus vormt, pas ik de taal eigenlijk altijd bij de groep aan. Zo heb ik de afgelopen jaren in vijf talen onderwijs gegeven, soms met verschillende talen binnen één college. Ik heb studenten daarbij altijd aangemoedigd om zoveel mogelijk hun eigen taal te gebruiken, als ze zich daarbij prettiger voelden. En als iemand die taal niet verstond, dan vatte ik het gezegde even samen.


Uitwisseling als doel

Natuurlijk had dat wel grenzen. Ik heb een paar studenten gehad met Lingala of Arabisch als eerste taal. Die talen beheers ik niet, dus die studenten moesten bij het beantwoorden van hun tentamenvragen en bij het stellen van vragen tijdens het college uitwijken naar een andere taal. Dat vind ik jammer, maar ik heb wel geprobeerd om bij cursussen taalwetenschap steeds voorbeelden uit die talen als illustratie te gebruiken.

Voor mij is dat hoe internationalisering eruit zou moeten zien: zoveel mogelijk van de rijkdom aan culturen en talen tot gelding laten komen. Als internationalisering ergens toe moet leiden, dan is dat volgens mij dat mensen in contact komen met cultuurelementen die ze anders niet zouden tegenkomen, om ervan te leren. En taal is waarschijnlijk een van de opvallendste elementen van iemands cultuur – en een van de leerbaarste.

Internationalisering waarbij de taal van het gastland geen voornaam en vanzelfsprekend deel van de leerwinst vormt, is zoiets als een met veel tamtam aangekondigde wijnproeverij in de Dordogne, waar alleen één aangelengde niet-Franse wijn wordt geschonken. Als een masterclass van Wibi Soerjadi en Jaap van Zweden, die daarbij alleen maar op de kazoo mogen spelen. Als een Venetië dat voor het gemak van haastige toeristen een aantal kanalen dempt. Dat kun je volgens mij beter laten.


Internationalisering kan in elke taal

Toen ik veel jonger was dan nu, reisde ik veel, meestal in het kader van uitwisselingen tussen groepen jongeren uit meertalige gebieden. Die reizen stonden in het kader van cultuurverschillen, meertaligheid en de omgang ermee. Ik heb er verschillende talen op verschillende niveaus van geleerd, naast een heleboel andere leuke en nuttige dingen. En ik heb er geleerd dat je in elke taal internationaal kunt doen. Soms is de voertaal het Engels en dat kan een prima keuze zijn, maar op internationale congressen kunnen ook prima vier voertalen zijn. Een internationale uitwisseling kan ook Fries, Duits en Sorbisch als voertalen hebben. Of Nederlands en Frans. Of alleen Nederlands. Of er is geen ‘voertaal’ en iedereen praat naar keuze Nederlands of Duits, twee talen die toch al zoveel op elkaar lijken dat een tweetalig gesprek met een beetje oefening best mogelijk is.

De deelnemers aan die uitwisselingen spraken zelf allemaal meer dan één taal en leerden er graag nieuwe talen bij. Het volgen van minicursussen in een aantal van de aanwezige talen was vaak deel van het programma en heel wat deelnemers van toen hebben ondertussen in verschillende landen gewoond en er een paar vreemde talen bij geleerd. Verschillende van hen zijn nu zelfs beroepsmatig actief in organisaties die de taalverscheidenheid willen bevorderen.


Verengelsing met oogkleppen op

Hoe anders wordt internationalisering in grote onderwijsinstituten nu bekeken. Die internationalisering houdt geen rekening met de talen van de aanwezigen en is ook niet gericht op het leren van elkaars talen, waarbij meertaligheid – “English now, please!” – zelfs actief wordt afgestraft. Het is verengelsing met oogkleppen op.

Waar je een groep Duitsers net zo goed in het Duits of – met wat oefening – in het Nederlands college kunt geven, gebeurt dat in het Engels. Waar je best tussen talen kunt wisselen, wordt alleen Engels gesproken. Nederlandse studenten leren door die internationalisering geen Hindi of Chinees, Indiërs en Chinezen kunnen hier vier jaar of langer rond hebben gelopen en nog steeds geen Nederlands spreken. Het Engels is geen bruggetje dat wordt gebruikt om de eerste paar maanden college in te geven tot de buitenlandse studenten en collega’s Nederlands hebben geleerd, het blijft de taal waarin mensen communiceren die soms al jaren in Nederland wonen. Met als gevolg dat het Nederlands uit functies wordt gedrukt waarin het eerder functioneerde, zonder dat er een rijk taalaanbod voor in de plaats komt. Dat is geen internationale verrijking, dat is onderwijstoerisme.


Verengelsing is verarming

De Nederlandse verengelsing van het hoger onderwijs betekent in mijn ogen voor de Nederlandse studenten veel verarming. Dat vroeger de formele voertaal op college Nederlands was, betekende nooit dat er alleen maar Nederlands werd gebruikt. Ik heb als student en later als docent altijd materiaal in een groot aantal talen gelezen. Bij Engelstalig onderwijs gebeurt dat niet, want dat is echt eentalig. Al die Nederlandstalige wetenschappelijke artikelen die geschreven zijn, worden simpelweg niet meer voorgeschreven. Studenten nemen er geen kennis meer van. Anders dan vroeger wordt er niets meer in het Duits of Frans of Afrikaans of Fries opgegeven. Dat is een geweldige verarming van de voorraad potentiële collegestof en het is een verarming in de algemene (taal)ontwikkeling van studenten.

Uiteraard hebben die ontwikkelingen als gevolg dat de laatste collega’s die nog weleens wat in andere talen schreven dan het Engels, nu ook op die taal overschakelen. En dat is voor de vitaliteit van die andere talen ook niet goed. Ook dat is verarming.


Jin ferbrekke

Het Fries heeft het werkwoord jin ferbrekke, dat zoiets betekent als ‘tegen je zin in plaats van je moedertaal een andere taal spreken’. Wie in Friesland uitvaardigt dat de voertaal in een instituut of bij een gelegenheid Nederlands is, krijgt al snel boze Friese bewegers achter zich aan die eisen dat mensen zich niet hoeven te ferbrekken. Er is zelfs een taalwet die Friezen in Friesland formeel het recht toekent om zich in het contact met de overheid, in de rechtszaal of tijdens vergaderingen van gemeenteraden en Provinciale Staten niet te ferbrekken.

Jin ferbrekke drukt impliciet uit dat het spreken van de eigen taal een recht is en de druk om een andere taal te gebruiken een vorm van onrecht. Dat is een manier van denken die in Friesland veel aanweziger lijkt dan in de rest van Nederland. Misschien moet je wel lang in Friesland hebben gewoond om het moderne type onderwijsinternationalisering te beschouwen als een de facto verbod op het spreken van de eigen taal, en daarmee als iets onrechtvaardigs. Dat is dan een zienswijze die ik, hoewel ik er geen staatsgrens mee overschrijd, graag aan de Nederlandse poule van ideeën wil bijdragen.


Nederlands fenomeen

Dat de eigen taal in Nederland zomaar uit een belangrijk maatschappelijk domein verbannen kan worden, is iets wat bij buitenlanders die niet alleen als onderwijstoerist langskomen bevreemding opwekt. Keer op keer hoor ik van immigranten uit andere Europese landen hoe vreemd ze het vinden dat Nederlandse universiteiten en hogescholen voor het Engels zo’n grote plaats inruimen, bijna alsof dat Engels de eigen lands- of streektaal zou zijn. Mijn Portugese collega mocht haar colleges in het Engels geven, maar begon na een paar weken Nederlands en na een paar maanden Fries te spreken. Na drie jaar spreekt ze beide talen vloeiend en spreekt ze vol minachting over ‘die Limburgse man’ die al twintig jaar in Friesland woonde en nog beweerde dat ie geen Fries verstond. Een Italiaanse vriend sprak binnen een paar weken Nederlands en ergerde zich aan de mensen die Engels tegen hem bleven spreken en aan ‘al die Chinese studenten’ die alleen maar studeerden en geen contact legden met de Friese bevolking. Hij zat nog op Friese les toen hij voor de liefde naar weer een ander land verhuisde. Vlaamse, Galicische en Catalaanse bezoekers vragen zich hardop af waarom er op de Friese campus in Leeuwarden meer Engelstalige dan Friestalige cursussen worden aangeboden.


Het frame van taalverscheidenheid als obstakel

Ik heb ooit samengewerkt met een Galicische universiteit, waar het een erezaak was dat studenten een groot deel van hun vakken naar keuze in het Spaans of Galicisch konden volgen. In een tweetalig gebied is culturele uitwisseling, in elk geval op talig vlak, met weinig moeite te realiseren. Je zou zeggen dat wie zo gek is op internationalisering omdat die gelegenheid geeft tot het opsteken van iets nieuws, allereerst een aanbod schept waarbij uit de al aanwezige taalrijkdom wordt geput. Maar van die mogelijkheid wordt in Nederland weinig gebruik gemaakt.

Soms krijg ik het idee dat Nederlandse onderwijsmanagers niet zozeer willen dat mensen een heleboel van elkaars talen en culturen opsteken, maar dat ze al die verscheidenheid vooral als een obstakel beschouwen voor het internationale (onderwijs)toerisme. Het zijn de managers die het niet als rijkdom beschouwen dat bij het studeren in Italië het leren van het Italiaans hoort, maar die dat als last beschouwen. Het zijn de mensen die geloven dat bijna iedereen Engels spreekt, omdat zij dat toevallig doen. En die vinden dat wie nog geen Engels spreekt, dat snel moet gaan doen om het de onderwijstoerist makkelijk te maken. Die de conciërges en restaurantmedewerkers op Engelse les sturen om de buitenlanders te bedienen, in plaats van cursussen Nederlands aan te bieden voor wie nog niet in staat is in de landstaal een broodje te bestellen.

Dat mag dan een frame zijn dat bij mijn nationale cultuur hoort, het is ook een frame waar ik nadrukkelijk niet in wil stappen.

Bron: Neerlandistiek

Naar boven




Lezing over "Taaltrots" van Peter Debrabandere - Alden Biesen 6 oktober 2018

Slotcongres 50 jaar Marnixring Internationale Serviceclub Onze pijlers peilen, Alden Biesen, 6 oktober 2018

Over “TAALTROTS”

Lezing Peter Debrabandere

Docent Hogeschool Vives, Brugge
Hoofdredacteur Neerlandia
Lid Marnixring Gent Borluut

Lid Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA

Dames en heren,

Van Willem Frederik Hermans is bekend dat hij zich mateloos ergerde aan de minachting die de Nederlanders koesteren voor hun eigen natie. Hij moet ooit gezegd hebben: “Ik ken geen één volk dat zijn taal zo minacht als het Nederlandse volk.” Als Hermans nu nog leefde, dan zou hij vaststellen dat het alleen maar erger geworden is … en dat de Vlamingen zich langzamerhand bij de Nederlanders aansluiten. Want ja, vergeet niet dat in Vlaanderen alleen de V-partijen de opmars van het Engels in het hoger onderwijs willen tegenhouden. De druk om de poorten wagenwijd open te zetten voor nog meer Engels, is enorm.

Lees de treffend geformuleerde tekst van Debrabanderes lezing over de realiteit van de huidige houding tegenover onze eigen taal: waar is onze taaltrots gebleven?

Naar boven


 

Colloquium Engels in het Hoger Onderwijs - Gent vrijdag 14 september 2018

In vier opeenvolgende schuifjes rapporteert Doorbraak-journalist Joris Sterckx over het verloop van het boeiend colloquium rond de hete thematiek van het veelvuldig taalgebruik van het Engels aan de universiteiten en aan de hogescholen.

Achtereenvolgens komen de feiten aan de beurt, dan de uitspraken van een zogenaamde autoriteit, daarna het debat en tot slot vijf beklijvende concluderende bedenkingen met daarbij het laken van de beurt van prof. Van Splunder.

Het is in dit geval beslist betere journalistiek.
We keken vooral uit niet zozeer naar de respectieve standpunten dan wel naar mogelijk nieuwe relevante argumentatie en naar de overtuigingskracht van de argumenten. Toch bijzonder lezenswaard om ons inzicht te bevestigen, te nuanceren of te verbeteren.

Ghislain Duchâteau, coördinator Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA.

.


English or no English? That’s the question

20 september 2018 Joris Sterckx

Deel een van een vierdelig verslag van de studiedag ‘Engels in het HO’ aan de Universiteit Gent. Vandaag de feiten, morgen de autoriteit, overmorgen het debat en daarna iets extra.

In de indrukwekkende stadsbibliotheek De Krook organiseerde het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs samen met de Lemma Onderzoeksgroep van de UGent de studiedag ‘Engels in het hoger onderwijs’. Dat wilde ik niet missen.

Iedereen heeft een mening over Engels in het hoger onderwijs


Iedereen heeft een mening over Engels in het hoger onderwijs. Het nut en de wenselijkheid ervan zijn voer voor verhitte discussies. Gelukkig laat de wetenschap ons toe om onze onwillekeurige emotionele reacties te negeren en op zoek te gaan naar de feiten. Dat is precies wat de UGent ons voorschotelde tijdens het eerste deel van de studiedag.’

Naar het artikel English or no English? That's the question

.

De wetenschappelijke erosie van het Nederlands

21 september 2018 Joris Sterckx

Deel twee van een vierdelig verslag van de studiedag ‘Engels in het HO’ aan de UGent. Gisteren de feiten, vandaag de autoriteit, morgen het debat en overmorgen iets extra.

Jan Blommaert is hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering en directeur van Babylon, Center for the Study of Superdiversity aan Tilburg Universiteit. Op de studiedag ‘Engels in het HO’ van de UGent gaf hij na de feitenparade als laatste voor het middageten een keynote over de verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs.

Blommaert begon met toe te geven dat hij de uiteenzetting die hij had voorbereid doorgaans in het Engels gaf. Hij had zich voorgenomen geen Engelse begrippen te gebruiken. Het is bij dat voornemen gebleven. Niettemin gaf hij een boeiende en genuanceerde lezing vanuit sociolinguïstisch perspectief over verengelsing. Dat betekent dat hij kijkt naar feitelijk talig gedrag en de invloed van de specifieke sociale context daarop.

Lesgeven in het Engels

‘Eigenlijk’, zei Jan Blommaert, ‘gaat het debat over één segment van het geheel: lesgeven in het Engels.’ Anders gezegd: het Engels als mondelinge onderwijstaal staat ter discussie. De officiële situatie aan de Vlaamse universiteiten is er momenteel een van een meertalig regime: mondeling in het Nederlands en schriftelijk in het Engels. Maar de realiteit is contextafhankelijk en dus genuanceerder.
ook al krijgen studenten les in het Engels, ze blijven toch het Nederlands gebruiken

Maar vormt het Engels dan een bedreiging voor het Nederlands aan de Vlaamse universiteiten? Volgens Jan Blommaert alvast niet.

Naar het artikel De Wetenschappelijke erosie van het Nederlands



Engels vanaf het eerste leerjaar


22 september 2018 Joris Sterckx

Deel drie van een vierdelig verslag van de studiedag ‘Engels in het hoger onderwijs’ aan de UGent. Eergisteren de feiten, gisteren de autoriteit, vandaag het debat en morgen iets extra.

Paard van Troje

Je kan internationaliseren zonder te verengelsen


Professor Annette De Groot noemde de verengelsing het paard van Troje. Ze is niet tegen internationalisering, maar ‘je kan internationaliseren zonder te verengelsen’. Nog hekelde De Groot de verbloemde Nederlandstalige opleidingen, waarbij de colleges in het Engels worden gegeven en de studenten die het vak zogezegd in het Nederlands volgen buiten de lessen nog wat Nederlandstalige literatuur opgelegd krijgen die ze als zelfstudie dienen te verwerken.
In haar flamboyante betoog, dat de toegestane spreektijd ruimschoots overschreed, maakte Annette De Groot brandhout van de zogenaamde ‘international classroom’. Een argument pro-Engels is immers dat het bevorderlijk zou zijn voor wederzijds intercultureel begrip en integratie. Niks van aan, fulmineerde professor De Groot. ‘Nederlandstalige studenten en anderstalige studenten vermengen zich niet.’ Bovendien vreest De Groot voor een verarming van de Nederlandse taalvaardigheid bij studenten, een talige verenging die ze vergeleek met 1984.

Het debat

Een betere opwarmer voor het debat was nauwelijks denkbaar. Het panel oogde bovendien veelbelovend. Voor de toehoorder van links naar rechts zaten Presley Bergen van Beter Onderwijs Nederland (BON), rechtenstudente van Zimbabwaanse afkomst Nozizwe Dube, Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA), directeur van de Erasmus Hogeschool Ann Brusseel en Gents vice-rector en kernfysicus Peter Lievens. Al gauw werd duidelijk dat de feiten van de ochtend plaats moesten maken voor de perspectieven en de motieven. Het debat draaide rond drie grote aspecten: kwaliteit, internationalisering en sociale mobiliteit.

Naar het artikel Engels vanaf het eerste leerjaar

.

Simon Stevin en 4 andere bedenkingen

23 september 2018 Joris Sterckx

Slotdeel van een vierdelig verslag van de studiedag ‘Engels in het HO’ aan de UGent. Eerst waren er de feiten, daarna de autoriteit, gisteren het debat en vandaag iets extra’s.

We ronden het vierluik af met vijf bedenkingen en een Awoert-prijs.


Vijf bedenkingen

Ja, het Engels bedreigt het Nederlands in ons hoger onderwijs. De feiten die An De Moor presenteerde, volstaan om dat in te zien. In Nederland, waar er geen bij wet vastgelegd minimumaanbod aan Nederlandstalige opleidingen is, is 74% van de masteropleidingen in het Engels en heb je al een drietal opleidingen die helemaal in het Engels zijn. Ann Brusseel vroeg tijdens het debat ambitie voor zowel het Nederlands als het Engels: ‘Het ene sluit het andere niet uit’. De situatie in Nederland spreekt dat echter tegen.

De UGent zal de bescherming van het Nederlands als academische taal niet op zich nemen. Het discours van vicerector Peter Lievens** was duidelijk: de ULeuven wil een soepelere taalwetgeving om meer in het Engels te kunnen aanbieden. Volgens hem is die versoepeling nodig om buitenlandse topstudenten- en onderzoekers aan te trekken. Kortom, om zelf wereldtop te blijven. Vicerector Lievens pleitte er dan ook voor het Engels ‘te omarmen’.

Moet Vlaams belastinggeld gaan naar de facilitering van de aantrek van buitenlandse studenten en docenten? Anders gezegd: wat mag de Vlaming van de hogere opleidingsinstituten verwachten in ruil voor zijn belastingcenten? Onderwijs in zijn taal? Vrij toegankelijke wetenschappelijke literatuur in zijn taal? Of nog anders gezegd: de Vlaming investeert in de universiteiten. Is het nog de ambitie van de universiteiten om op evenredige manier te investeren in de Vlaming?

Wie bedacht het woord evenredig dat ik in de vorige zin gebruikte? Inderdaad. Wanneer staat een nieuwe Simon Stevin op? Vlaanderen heeft in zijn geschiedenis een briljante geleerde die heeft aangetoond dat het Nederlands een volwaardige en elegante academische taal kan zijn, zodanig zelfs dat veel van dat wetenschappelijke jargon is doorgedrongen in ons alledaagse taalgebruik. Die moeite wordt nu bijna niet meer gedaan.

Vlaanderen beschouwt de grijze massa als zijn voornaamste grondstof, het komt erop aan die zo goed mogelijk te ontginnen. Sociale mobiliteit mag dus echt wel een voorname bekommernis zijn van de universiteiten en hogescholen. En dan niet van de happy few die doctoreren, maar van zoveel mogelijk Vlamingen. Nozizwe Dube merkte op dat studenten niet mogen uitgesloten worden omdat een opleiding niet in het Nederlands bestaat. Het ongetwijfeld goed bedoelde voorstel van Ann Brusseel om Engels vanaf het eerste leerjaar te geven, voelt toch ergens aan als een wat cynisch pleidooi voor meer verengelsing. Proberen we ons ook even in te beelden hoe zoiets de slaagkansen zou bevorderen van het anderstalige kind in een Vlaamse school.

Maar eerlijk is eerlijk, Van Splunder was de enige die zich van rol vergiste tijdens het colloquium. Onthou vooral dat de studiedag boeiend en genuanceerd was, dat er geen eenduidige antwoorden bestaan op de thematiek van de verengelsing en dat één dag veel te weinig is, maar toch genoeg om met een hoofd vol vragen huiswaarts te gaan. Het debat gaat voort …

Maar eerlijk is eerlijk, Van Splunder was de enige die zich van rol vergiste tijdens het colloquium. Onthoud vooral dat de studiedag boeiend en genuanceerd was, dat er geen eenduidige antwoorden bestaan op de thematiek van de verengelsing en dat één dag veel te weinig is, maar toch genoeg om met een hoofd vol vragen huiswaarts te gaan. Het debat gaat voort ...

Naar boven


 

Mekkeren over taal - 11 mei 2018

ELMA DRAYER

In september vorig jaar wijdde de Amsterdamse emeritus hoogleraar taalpsychologie Annette de Groot haar afscheidsrede aan de verengelsing. Overtuigend toonde ze daarin aan dat het concept leidt tot 'een verlies aan uitdrukkingsvaardigheid bij docenten en studenten', met 'verminderde levendigheid, nuance en diepgang' tot gevolg. Stel juist het leren van Nederlands verplicht voor buitenlandse studenten en docenten, opperde ze. Laat beide voertalen náást elkaar bestaan. Dat heeft niks met 'xenofoob taalnationalisme' te maken, zei ze erbij. 'Wel met respect voor de taal waaraan we een belangrijk deel van onze identiteit ontlenen en waarin we ons het best kunnen uitdrukken.'

Voor de tekst: klik hier

De Volkskrant 11 mei 2018

Naar boven


 

Colloquium internationalisering van universiteiten en de eigen taal KULeuven –
vrijdag 4 mei 2018

Over het colloquium

HET COLLOQUIUM

Alle presentaties van het colloquium

DE PRESENTATIES

Bevindingen

Een schare van buitenlandse universitaire professoren behandelden dit thema. Over het algemeen erkenden zij de drang om hoe langer hoe meer het hoger onderwijs in hun land te verengelsen. Toch behandelden de meeste eminenties de thematiek behoorlijk goed genuanceerd.

Tot slot van het colloquium formuleerde de dagvoorzitter prof. dr. Danny Pieters tien (10) beleidsaanbevelingen. Zij waren in hoofdzaak gericht op de belangenbehartiging van de thuistaal voor hoger onderwijs en voor onderzoek op wetenschappelijk niveau.


Zelf heb ik ze uit het Engels vertaald. Het Engels was gekozen als voertaal voor het internationaal colloquium. De beleidsaanbevelingen hebben een zo relevant karakter dat ze ruime verspreiding verdienen ook naar het algemeen publiek toe en dat de Vlaamse politici ze zorgvuldig bestuderen en conserveren voor de verwezenlijking ervan nu en voor het moment wanneer de onderwijstaal van het hoger onderwijs in Vlaanderen opnieuw ter discussie wordt gesteld.

Tien beleidsaanbevelingen voor verdere actie
door prof. Danny Pieters op het einde van de conferentie
“Internationalisering van universiteiten en de nationale taal”, op 4 mei 2018 in Leuven

1.     Alle universiteiten moeten waarborgen dat alle loopbanen (behalve die intrinsiek een kennis van een vreemde taal impliceren, zoals taalonderwijs) toegankelijk zouden zijn op basis van een studieprogramma in de thuistaal; elke universiteit zal de overeenstemmende onderwijssporen zelf voorzien of door netwerken tussen universiteiten.
2.     Alle studenten brengen een deel van hun curriculum in het buitenland door of hebben in het eigen land internationale ervaring.
3.     De buitenlandse ervaring moet de student echt onderdompelen in het bezochte land, in zijn cultuur en taal; hem/haar niet opsluiten in een getto van Engels sprekende buitenlandse studenten.
4.     Onderzoekers hebben de plicht om de eigen wetenschappelijke taal te ontwikkelen; om ze aan te zetten dat te doen moeten subsidiëring en erkenning van het onderzoek afhankelijk worden gemaakt van de publicatie van de onderzoeksresultaten in de thuistaal (aansluitend bij mogelijke andere talen).
5.     Er moet een fonds worden ingesteld om de vertaling van onderzoek in het Engels naar de thuistaal en van de thuistaal in het Engels te financieren.
6.     Prijzen of beloningen moeten in het leven worden geroepen voor wie het beste heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de eigen wetenschappelijke taal in zijn/hun vak.
7.     Bijzondere subsidiëring moet worden ingesteld voor onderzoek in de thuistaal over hoogst belangrijke onderwerpen die niet afdoende aanwezig zijn op de internationale wetenschappelijke scène.
8.     Bijeenkomsten en documenten die een officieel karakter hebben, die nieuwe regels in het leven roepen, nieuwe rechten en plichten, moeten steeds worden gesteld in de officiële, thuistaal.
9.     Het is gewettigd te verwachten dat alle aangeworven buitenlandse stafleden de officiële, thuistaal van de universiteit kennen of leren. Het tempo en de graad waarin een buitenlandse collega de thuistaal moet beheersen kan verschillen; op zeker tijdstip evenwel moet die beheersing aanwezig zijn en aangetoond worden.
10.  De personen die zich bekommeren om de verdediging van de eigen taal en cultuur moeten elkaar vinden en netwerken, zo nodig in het Engels, om de taalkundige diversiteit te promoten.

***

VAN ‘LEUVEN VLAAMS’ naar ‘LEUVEN ENGELS’?

Vijftig jaar nadat de KU Leuven helemaal Nederlandstalig is geworden, wijdde de oudste universiteit van de Lage Landen een studiedag aan de internationalisering van het hoger onderwijs en de eigen taal. Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel vzw, deelt zijn indrukken van de dag. Hoe verleidelijk klinkt de sirene van de “truly international university”?

7 MEI 2018 - IN BLOG: ONS ERFDEEL


Naar boven


Annette de Groot fileert verengelsing - 14 april 2018

Verbijsterende bevindingen over de taalproblematiek in het hoger onderwijs vanuit de taalpsychologie.

Deze wetenschappelijke bevindingen werden volkomen buiten beschouwing gelaten in het Leuvens colloquium van vrijdag 4 mei ll.

‘Op het Youtubekanaal van ‘Voor de Ommekeer‘ – in de reeks Gesprekken over een wereld in verandering - spreekt Ad Verbrugge, hoogleraar Universiteit Amsterdam, met emeritus hoogleraar taalpsychologie Annette de Groot van dezelfde universiteit over ongebalanceerde tweetaligheid in relatie tot de verengelsing van het hoger onderwijs. Annette de Groot bespreekt zaken als de woordenschat in de eerste en de tweede taal, de problemen bij accenten van docenten die in een tweede taal spreken in relatie tot de verstaanbaarheid, de moeilijkheden aan de kant van de spreker en luisteraar en de gevolgen die dat alles heeft voor de begrijpelijkheid van colleges en de ontwikkeling van het Nederlands. Een gesprek dat mij eerlijk gezegd over de volle lengte op het puntje van mijn stoel liet zitten. Het is de zeer exacte, met onderzoek onderbouwde fundering van onze stellingname tegen de verregaande verengelsing. Een verademing van helderheid en urgentie in tijden waarin onduidelijkheid en oneigenlijke argumentatie de werkelijkheid moeten verbloemen. Annette de Groot roept op tot een moratorium om verdere verengelsing te voorkomen. Voor de Ommekeer zal regelmatig aandacht aan onderwijs besteden.’

Gerard Verhoef – van BON = Beter Onderwijs Nederlands

Interview: Verengelsing hoger onderwijs bedreigt denk- en uitdrukkingsvermogen …   56’05”



Merkpunt of vertrekpunt is zeker te kijken en luisteren vanaf minuut 30.

Bron: Beter Onderwijs Nederlands [BON]

Naar boven

.


.

Verengelsing leidt tot verenging. Universiteit rijmt niet op diversiteit -
Guy Leemans in het ts. VOS nr. 3 maart 2018

We leven in een kleurrijke samenleving, sociologen spreken over een “superdiverse” maatschappij. Etnologen en biologen betreuren de verdwijning van inheemse volkeren en culturen en de verscheidenheid aan soorten. Maar raar maar waar blijven diezelfde academici veelal doofstom als het gaat om de vernietiging van de diversiteit aan de universiteiten.

 Artikel in het VOS-tijdschrift van maart 2018 – Auteur Guy Leemans

Klik door naar het artikel
van Guy Leemans


Naar boven



FORUM: OVER TWEETALIGHEID EN DE VERENGELSING VAN HET UNIVERSITAIRE ONDERWIJS -
Annette de Groot in De Psycholoog - februari 2018


“Welcome to
the campus”



Engels als voertaal aan de universiteit rukt op. Inmiddels is zo’n twintig procent van de bacheloropleidingen en zeventig procent van
de masteropleidingen volledig in het Engels. De typische Nederlandse universitaire student en docent is evenwel ongebalanceerd tweetalig, met het Nederlands als eerste en dominante moedertaal en het Engels als later verworven, zwakkere tweede taal, betoogt taalpsycholoog Annette de Groot in deze forumbijdrage. ‘Alleen al daarom valt het te
verwachten dat we een prijs zullen betalen voor het verheffen van het Engels boven het Nederlands aan onze universiteiten.’

Lees het hele artikel in pdf


Naar boven




De verengelsing van het hoger onderwijs

 1-2-2018

In het jaar dat nu begint vieren we de vijftigste verjaardag van Leuven Vlaams.  Naar aanleiding daarvan organiseerde de VVB van Leuven in oktober al een boeiende lezing door Peter Debrabandere, over de verengelsing van het hoger onderwijs.  Iemand merkte daar op dat de periode van onderwijs in het Nederlands misschien maar een kort intermezzo zal blijken in de geschiedenis van de KU Leuven.  Eerst werd daar les gegeven in het Latijn, daarna in het Frans, nu eventjes in het Nederlands, maar binnenkort misschien enkel nog in het Engels.
Zo een vaart zal het allicht niet lopen.  Maar toch staat het Nederlandstalige karakter van het hoger onderwijs zwaar onder druk.  Eind vorig jaar nog pleitte de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VAIO) ervoor om de taalregeling voor het hoger onderwijs drastisch te versoepelen.  Dat zou nodig zijn om internationaal toptalent aan te trekken. 
 
Zo wil de VAIO dat er meer Engelstalige bachelors komen.  Vandaag mag slechts 6% van alle bacheloropleidingen in Vlaanderen Engelstalig zijn.  Maar dit quotum moet volgens het VIAO-advies worden opgetrokken.  Het gevaar bestaat dat politici hier oor naar zullen hebben.  Ze zullen erop wijzen dat meer Engelstalige bachelors geen probleem kan zijn, zolang de equivalentieregel maar blijft bestaan.  Die bepaalt immers dat een anderstalige bachelor enkel kan worden georganiseerd als er in Vlaanderen een equivalente opleiding wordt aangeboden die helemaal Nederlandstalig is.  Dezelfde regel bestaat ook voor de masters. 

De equivalentieregel is echter niet waterdicht.  De universiteiten kunnen uitzonderingen aanvragen, die vlot worden toegestaan door de Vlaamse regering.  Bovendien bestaan de equivalente Nederlandstalige opleidingen vaak enkel op papier.  Het zijn spookopleidingen.  De Nederlandstalige vakken blijken in de praktijk niet te bestaan.  De studenten moeten ofwel aan ‘zelfstudie’ doen, ofwel aansluiten bij de Engelstalige vakken (“Pour les Flamands la même chose”, maar dan in het Engels).  Deze taalfraude werd al herhaaldelijk aan de kaak gesteld, bijvoorbeeld door het Leuvense studentenblad Veto.  De Vlaamse regering doet echter alsof haar neus bloedt en vindt dat de studenten zelf klacht moeten indienen daartegen.

Het fenomeen van de spookopleidingen beperkt zich grotendeels tot de masteropleidingen.  Maar als de 6%-drempel voor anderstalige bachelors wordt verhoogd, zoals de VAIO wil, dan zal het fenomeen ook doordringen tot de bachelors. 

Het organiseren van Engelstalige bacheloropleidingen is louter een mercantiel prestigeproject.  Daarmee willen universiteiten elkaar de loef afsteken en internationale zichtbaarheid verwerven.   Maar voor een doorsnee Vlaamse student heeft dat weinig meerwaarde.  Erger nog, die studenten dreigen daarvan de dupe te worden.   Er is nu al te weinig personeel om de instromende Vlaamse studenten intensief te begeleiden.   Vooral de sociaal zwakkere studenten en de studenten met een migratie-achtergrond hebben zulke begeleiding nochtans hard nodig.  Nieuwe Engelstalige bachelors zullen onvermijdelijk een deel van de beperkte personeels- en begeleidingscapaciteit opslorpen.  Daardoor dreigt het Nederlandstalige aanbod te verschralen.  En Vlaamse studenten zullen nog meer aan hun lot worden overgelaten. 

Er zijn ook geen wetenschappelijke redenen voor Engelstalige bachelors.  Op het vlak van de gespecialiseerde master-opleidingen, en zeker de master-na-masteropleidingen, hebben Vlaamse universiteiten heel wat te bieden aan buitenlandse studenten.  Op dit niveau kunnen gespecialiseerde Engelstalige opleidingen in bepaalde gevallen zinvol zijn.  Maar de meeste bacheloropleidingen zijn vrij algemeen.  Waarom zouden studenten van de andere kant van de wereld naar Vlaanderen moeten komen voor een inleidende cursus statistiek of filosofie?
  
In een context van schaarse middelen moeten er prioriteiten worden gesteld. Het aanbieden van Engelstalig universitair basisonderwijs aan buitenlandse studenten lijkt me geen prioriteit voor de Vlaamse belastingbetaler. 
Het is de taak van de Vlaamse overheid om het recht op hoger onderwijs in eigen taal te vrijwaren.  De universiteiten zelf zijn in deze niet te vertrouwen.   Zonder wettelijk keurslijf dreigen dit grotendeels Engelstalige instellingen te worden, bestuurd in het Engels en met onderwijs in het Engels.  Het is dan ook belangrijk dat de taalregels voor het hoger onderwijs niet worden versoepeld.  Bovendien moet de overheid scherper toezien op de naleving ervan.  In 2019 moet dat voor de N-VA een breekpunt worden bij de regeringsvorming.  En de Vlaamse Beweging mag niet toelaten dat één van haar belangrijkste verwezenlijkingen onderuit wordt gehaald.

Bart Maddens

Naar boven




Taalgebruik in het Hoger Onderwijs
Een moedertaalcharter voor het Nederlands - KANTL

standpunt sinds oktober 2010 van de

KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR
NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE

Koningstraat 18 - 9000 GENT
www.kantl.be

Situering

Op 16 juli 2010 besliste de Vlaamse regering de wetgeving i.v.m. het taalgebruik in het Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen) te versoepelen. Met het oog op de internationalisering van dit H.O. zal het Engels een ruimere plaats toebedeeld krijgen: een bacheloropleiding kan haar aanbod tot één derde in het Engels verzorgen, en het aandeel van het Engels kan oplopen tot 50 % in de aansluitende master. Bij ‘speerpunt’masters (het voorbeeld van materiaalkunde wordt gegeven) en excellentiecentra – waar hoogwaardig onderzoek op internationaal niveau wordt verricht - moet dat tot 100% kunnen oplopen. De vroegere voorwaarde, nl. dat deze opleiding binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands moet worden aangeboden, wordt nu versoepeld tot een verplicht aanbod binnen Vlaanderen.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) heeft van de overheid de zorg voor het Nederlands en de studie van de Nederlandse taal en cultuur als opdracht gekregen. Zij wil garanties dat de wetgeving het Nederlands in alle domeinen van de samenleving beschermt. ...

Lees verder

Naar boven


Verengelsing of de wet van de sterkste
(Uit de ivoren toren - 200 jaar Universiteit Gent - Gita Deneckere)

De taalwetgeving op het hoger onderwijs is een van de belangrijkste erfenissen van de Vlaamse beweging. Toch zet de verengelsing van het hoger onderwijs zich ook aan de Vlaamse universiteiten met rasse schreden door. Geen haan die ernaar kraait. In 2012 werd het wettelijke taalregime omgevormd, om meer buitenlandse studenten aan te trekken enerzijds en de ‘eigen’ studenten beter voor te bereiden op een internationale loopbaan anderzijds. Op bachelorniveau kunnen maximaal 30 van de 180 studiepunten in een andere taal dan het Nederlands worden aangeboden. Op masterniveau kan de opleiding wel volledig in een andere taal, op voorwaarde dat dezelfde opleiding aan een andere Vlaamse universiteit overwegend in het Nederlands wordt gedoceerd. Algauw bleek dat er bijzonder creatief met de nieuwe wet wordt omgesprongen, met spookopleidingen in het Nederlands en studenten die de facto tot zelfstudie worden gedwongen als ze zich niet willen inschrijven voor het Engelstalige equivalent.

Toch zijn de Vlaamse universiteiten vragende partij om de taalteugels nog meer te vieren, zo blijkt uit het ‘Advies taalbeleid’ van de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) van februari 2017. De Gentse emeritus Engelse literatuur Kries Versluys, die de adviescommissie voorzat en vele jaren onderwijsdirecteur was, vindt de bestaande taalwetgeving van een ‘onvoorstelbare technocratische absurditeit’ die dringend op de schop moet. Opleidingen op masterniveau moeten volledig vrij zijn in hun taalkeuze. Daarbij beklemtoont Versluys dat het geen enkele zin heeft masterstudenten die in een Nederlandssprekende professionele werkomgeving terechtkomen, zoals artsen, tandartsen, juristen … in het Engels te onderwijzen. Ook neerlandici en historici, actief in het domein van het Nederlandstalig ‘erfgoed’, kunnen het best in het Nederlands opgeleid worden. In onderzoeksgerichte disciplines is het een ander verhaal. In grote labo’s werken soms twintig nationaliteiten die Engels spreken onder elkaar. ‘Moeten al die passanten Nederlands leren?’ vraagt Versluys zich af. Het creëert een dubbele standaard met laagopgeleide passanten, die wél Nederlands moeten leren om zich in te burgeren, terwijl men dat van de hoogopgeleide migrant-universiteitsprofessor die er de skills en de brains voor heeft blijkbaar niet kan verwachten. De Nederlandse taaltest voor anderstalige professoren die zich hier wel degelijk vestigen, wordt integendeel als te streng en te weinig uitnodigend beschouwd.

De taal van het onderwijs is geen technocratische aangelegenheid, maar verdient een breed maatschappelijk-politiek debat. Pleidooien voor meertaligheid in onze super-diverse samenleving klinken goed, maar in de context van het hoger onderwijs in Vlaanderen gaat het om een vrijwel exclusieve verengelsing naar het voorbeeld van Nederland, waar intussen ongeveer 60% van de opleidingen in het Engels wordt gegeven. Vlaamse universiteiten en hogescholen verengelsen sinds de versoepeling in 2012 eveneens in ijltempo, alle taalbarrières ten spijt. Soms zijn daar natuurlijk zeer goede redenen voor. Toch is het zorgwekkend dat in vrijwel alle opleidingen het aandeel Nederlandstalige vakken zienderogen terugloopt. Die evolutie valt niet zozeer toe te schrijven aan de toenemende aanwezigheid van anderstalige docenten en studenten, maar vooral aan Nederlandstalige docenten die steeds vaker in het Engels lesgeven aan hoofdzakelijk Nederlandstalige studenten.

De verengelsing vergroot onmiskenbaar de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden, en dat uitgerekend op een ogenblik dat het hoger onderwijs als sociale emancipatiemachine stokt. Een universiteit die het Nederlands zelf niet cultiveert, vervreemdt zich van de bevolking die belastingen betaalt om haar in het algemeen belang te financieren. Als internationaliseringsbeleid aan universiteiten en hogescholen exclusief neerkomt op een utilitaire verengelsing, levert dat een maatschappelijk en een cultureel deficit op. De uitbreiding van het Engels als lingua franca kan dan wel de mobiliteit en uitwisseling van studenten en docenten bevorderen, de dominantie van één taal zorgt er tegelijk voor dat zowat alle andere talen en culturen – ook het Frans, het Duits of het Arabisch – in de verdrukking komen en dus minder te bieden hebben in de culturele uitwisseling. Het Erasmusprogramma (1987) beoogde oorspronkelijk de onderdompeling in de taal en cultuur van de ontvangende universiteit. Eenheid in verscheidenheid, zoals August Vermeylen Europa zag. De Bolognahervormingen hebben het kosmopolitisme van Erasmus en de vorming van een Europese polis echter verlaten voor het rendementsdenken. Het hoger onderwijs werd dienstbaar gemaakt aan de Europese onderwijsmarkt waar concurrentie het sturende principe is. De component ‘volksverheffing’ kan in die context vrij vertaald worden naar het verheffen van Vlaanderen tot topregio in de kenniseconomie.

Een algemene ontgrendeling van het taalregime en het prijsgeven van de taal aan de vrije markt leiden niet tot meertaligheid, maar tot de overwinning van de sterkste en meest prestigieuze taal, het Engels. Wie het Nederlands als onderwijstaal wil behouden, moet de positie van onze taal aan de hogeschool en universiteit dan ook wettelijk verankeren (of verankerd houden). De ‘glocalisering’ of het inzicht dat de globalisering in de kern ook altijd een lokale dimensie heeft, kan opnieuw verbinding tot stand brengen tussen internationale wetenschap en lokale maatschappelijke domeinen waar de lokale talen (in het meervoud) mutatis mutandis aan belang en relevantie winnen. Zo kan de universiteit opnieuw een plaats van bildung en beschaving zijn, waar de band tussen wetenschap en maatschappij letterlijk gecultiveerd wordt in en door de taal.

Gita Deneckere

Uittreksel uit Hoofdstuk 6 Taal blz. 186-187 uit het boek “Uit de ivoren toren – 200 jaar Universiteit Gent” van Gita Deneckere – Uitg. TIJDSBEELD, Gent 2017.

Over de boekpublicatie

.

Referenties

Debat: verengelsing van het hoger onderwijs UGentMemorie
- dinsdag 23 november 2010 Aula UGent.

Bij de afbeelding in het boek van Gita Deneckere bladzijde 187 staat de volgende tekst in het klein gedrukt:

Affiche debat verengelsing, 2010
In tegenstelling tot de bijwijlen zeer heftige strijd voor de vernederlandsing is er nauwelijks een publiek debat over de snel voortschrijdende verengelsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
Tijdens het August Vermeylenjaar 2010-2011 bindt UGentMemorie de kat de bel aan.

(Gent, UGentMemorie, affiche Randoald Sabbe en Jan Hespeel)


Naar boven





Onderwijsminister Van Engelshoven houdt zich nu op de vlakte over de doorgeschoten verengelsing in het Nederlandse hoger onderwijs

Onderwijsminister Van Engelshoven wil pas in juni met haar visie komen. Eerst wat werkbezoekjes afleggen. Toch bevat haar brief aan de Tweede Kamer over de procesaanpak perspectief.


Bericht van DUB - Universiteit Utrecht

Haar brief aan de Tweede Kamer rond de Procesaanpak uitwerking visie internationalisering hoger onderwijs.

.

Naar boven


.

Hebben Engelse bachelors enig nut?

Bij 'masters' kan Engels thuishoren, bij 'bachelors' zelden

31 OKTOBER 2017 Bart Maddens
Gewezen vice-rector Freddy Mortier van de UGent is het niet eens met mijn verzet tegen meer Engelstalige bacheloropleidingen. ‘Vanop de Vlaams-nationale wachttoren heb ik een fors “ontwaakt” laten horen’, schrijft hij in De Morgen van 26 oktober.

Ridiculisering en stigmatisering

De verdedigers van het recht op onderwijs in eigen taal zijn bekrompen nationalisten

Academici die het ooit hebben aangedurfd om vragen te stellen bij de verengelsing van hun universiteit zullen dit soort van taalgebruik wel herkennen. Het is de gebruikelijke reactie: ridiculisering en stigmatisering. De verdedigers van het recht op onderwijs in eigen taal zijn bekrompen nationalisten. Zij hebben een haast fundamentalistische afkeer van anderstalig onderwijs. Maar dat is natuurlijk onzin. Met het grootste deel van Mortiers vertoog ben ik het volmondig eens. Uiteraard is het logisch dat sommige gespecialiseerde vakken in het Engels worden gedoceerd. Uiteraard moet taal ernstig genomen worden tijdens de opleiding. Uiteraard is meertaligheid een essentieel leerresultaat aan de universiteit.
Dat laatste vind ik zelfs zo belangrijk dat ik het niet wil overlaten aan Vlaamse profs die hun vak in het Engels doceren. In mijn eigen Faculteit heb ik altijd gepleit voor de integratie van taalvakken en inhoudelijke vakken. Dat houdt bijvoorbeeld in dat studenten voor een seminarie een paper schrijven of een presentatie houden in het Engels, en daarbij worden begeleid door Engelse taaldocenten. Inmiddels pasten wij dat al toe voor zowel het Nederlands, het Engels als het Frans. Het bestaande decreet biedt daartoe overigens alle mogelijkheden.

Mercantiel prestiegeproject

Vlaamse studenten zullen nog meer aan hun lot worden overgelaten

Het organiseren van Engelstalige bacheloropleidingen daarentegen is louter een mercantiel prestigeproject. Daarmee willen universiteiten elkaar de loef afsteken en internationale zichtbaarheid verwerven. Maar voor de doorsnee Vlaamse student stelt dat weinig voor. Erger, hij dreigt daarvan de dupe te worden. Er is nu al te weinig personeel om de instromende Vlaamse studenten intensief te begeleiden. Vooral de sociaal zwakkere studenten en de studenten met een migratie-achtergrond hebben zulke begeleiding nochtans hard nodig. De nieuwe Engelstalige bachelors zullen onvermijdelijk een deel van de beperkte personeels- en begeleidingscapaciteit opslorpen. Daardoor dreigt het Nederlandstalige aanbod te verschralen. En Vlaamse studenten zullen nog meer aan hun lot worden overgelaten.

Er zijn ook geen wetenschappelijke redenen voor Engelstalige bachelors. Op het vlak van de gespecialiseerde master-opleidingen, en zeker de master-na-masteropleidingen, hebben Vlaamse universiteiten heel wat te bieden aan buitenlandse studenten. Dat staat buiten kijf. De meeste bacheloropleidingen echter zijn vrij algemeen. Waarom zouden studenten van de andere kant van de wereld naar Vlaanderen moeten komen voor een inleidende cursus statistiek of filosofie?

Universitair onderwijs

Engelstalig universitair basisonderwijs aanbieden aan buitenlandse studenten lijkt me geen prioriteit voor de Vlaamse belastingbetaler

De middelen zijn schaars en dan moet men prioriteiten stellen. Engelstalig universitair basisonderwijs aanbieden aan buitenlandse studenten lijkt me geen prioriteit voor de Vlaamse belastingbetaler. Het is dan ook volkomen terecht dat het Vlaams Parlement weinig ruimte heeft gelaten voor anderstalige opleidingen op bachelor-niveau. Laten we het zo houden. In het belang van vooral de studenten zelf. En ja, dat is misschien wel een ontwaakt! waard.

Dit stuk verscheen eerder in Demorgen.be (zit achter de betaalmuur).

Wel te bereiken in Doorbraak.be met daarbij de reacties.

Bart Maddens doceert politieke wetenschappen aan de KU Leuven.
In 2010 kreeg hij de VVA-Prijs Academicus van het jaar.


Naar boven


.

Taalbeleid in het hoger onderwijs
OBA Amsterdam, 6 oktober 2017

KNAW

Notities bij het debat - An De Moor

De verschillende tussenkomsten worden kort samengevat. De vragen en opmerkinen vanuit het publiek komen aan de orde. De eigen inbreng van An met de visie van de Taalunie op de thematiek wordt volledig opgenomen. De vier stellingen van het debat worden in punten voorgesteld:
1. De international classroom kan kwaliteitsverhogend werken, mits serieus beleid wordt ontwikkeld m.b.t. didactische vaardigheden, taalvaardigheid en interculturele competenties.
2. De keuze voor een taal moet primair bij een opleiding liggen.
3. Engelstaligheid vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het hoger onderwijs.
4. Engelstaligheid vormt een bedreiging voor de verbinding van wetenschap met de samenleving.

Lees de notities

Naar boven


.

‘Aan het eind van de weg ligt een schraal Engels’ – Hendrik Vos (27-9-2017)

Gesprek van Bruno Comer met prof. dr. Hendrik Vos – eerder verschenen in het tijdschrift ‘Over taal’.

‘Een grondig debat voeren, zodat we weten waarmee we bezig zijn’, dat is wat volgens Hendrik Vos in de eerste plaats moet gebeuren inzake de verengelsing van het hoger onderwijs. ‘Je staat ervan te kijken hoe die evolutie sluipend tot stand komt, gewoon omdat de betrokkenen vinden ‘dat het nu eenmaal zo is’ of ‘dat er geen weg terug is’.
Het is moeilijk om uit te maken aan welke Vlaamse universiteit dit proces het verst gevorderd is, maar vast staat dat Nederland op dat vlak nog verder geëvolueerd is. Daar worden 60% van de cursussen in het Engels gegeven en bij de masteropleiding loopt dat op tot meer dan 70%.  Daarover is nu een groot debat aan de gang bij onze noorderburen. Zo schrijft de kunsthistoricus Thomas Von der Dunk dat de opmars van het Engels in de leslokalen nieuwe franskiljons kweekt en tot absurde situaties leidt waardoor Duitse studenten die in Nederland studeren, Marx en Nietzsche in het Engels moeten lezen.

Lees de hele tekst

Naar boven


.

DE ONBESUISDE OVERVERENGELSING KRITISCH BENADERD 1

Mare is het Leids universitair weekblad

1 juni 2017 – 40 jg. nr. 30

Column: Eerst leren nadenken.

Marit de Roij is student geschiedenis en Russische studies

Eerder dit jaar volgde ik voor mijn Nederlandstalige bachelor met een groep Nederlandse studenten een college van een Nederlandse docent. ‘Willen jullie het college in het Engels doen?’ vroeg hij tijdens de eerste bijeenkomst. Een doodnormale vraag, anno 2017.

Het vak was immers voor het geval er zich internationale studenten zouden melden als Engelstalig gebrandmerkt in de studiegids. Het feit dat de docent ons de keuze gaf om in onze eigen taal met elkaar te praten getuigde eigenlijk al van een zeldzame flexibiliteit. Er werd democratisch besloten het vak in het Nederlands te geven. Tenzij, zo waarschuwde hij, er een week later toch een internationale student op zou duiken. Dan zou de voertaal van het college direct worden omgegooid.

Dat is de positie die de Nederlandse taal inneemt op universiteiten.

.

DE ONBESUISDE OVERVERENGELSING KRITISCH BENADERD 2

Mare is het Leids universitair weekblad
22 juni 2017 – 40ste jg. nr. 32

Opinie: Red ons van het Engels
Waarom het Nederlands in de bachelor behouden moet blijven

Rint Sybesma is hoogleraar Chinese taalkunde

Nu de Engelstalige bachelors oprukken, leiden we een elite op die zich niet adequaat in het Nederlands kan uitdrukken, waarschuwt Rint Sybesma. ‘Internationalisering kan ook zonder het belang van de student en de samenleving te schaden.’

Ja hoor, daar gaan we weer: opnieuw schakelen er een paar bachelor-opleidingen over op het Engels (Mare 30, 1 juni). Dit keer gaat het om informatica en natuur- en sterrenkunde. Het zijn niet de eerste, en als ik de geluiden her en der goed interpreteer zullen het ook niet de laatste zijn. 

Waarom al die opleidingen in het Engels moeten? Om de buitenlandse student te accommoderen. En dat terwijl het hoger onderwijs in Nederland primair bedoeld is voor Nederlandse studenten. Is die Engelstaligheid in de bachelor dan in hun belang? Dat is niet het geval. En er zijn andere consequenties waar we ons van bewust moeten zijn als we deze trein helpen doordenderen.

Het is niet in het belang van de Nederlandse student.
Het is niet in het belang van de Nederlandse samenleving.
Het is niet in het belang van het Nederlands.

http://www.mareonline.nl/archive/2017/06/22/opinie-red-ons-van-het-engels


Naar boven



.

Algemeen Nederlands of English?

Redactioneel hoofdartikel in ‘De Zes’, 28ste jg. 2016-2017 – nr. 4 – mei, juni, juli
(met nieuws uit en over de zes faciliteitengemeenten)

Bekommerd als we zijn om het behoud en de versterking van het Nederlandstalig karakter van onze zes Vlaamse gemeenten met faciliteiten rond Brussel, hebben we ons weer eens moeten ergeren aan datgene wat een eigen Vlaamse adviesraad ons heeft voorgeschoteld. We waren uiteraard al bekommerd om wat we in eigen regio meemaken inzake toenemende taalachterstand.

Wat schreven we daarover al in ons augustusnummer van vorig jaar? We verwezen naar een artikel in De Standaard van 17 maart vorig jaar van de hand van Tom Yserbaert. In onze secundaire scholen van de Vlaamse gordel rond Brussel wordt het Nederlands alhier steeds gebrekkiger. Het cijfer van het aantal Nederlandssprekende kinderen wordt in het basis- en secundair onderwijs met het jaar kleiner. Een onderzoek van de kennis van het Nederlands wijst uit dat het niveau van al te veel leerlingen slechts dat van het vierde leerjaar basisonderwijs is. De kloof met kinderen met een goede taalbeheersing wordt er jaar na jaar groter. Er is hierbij sprake van taalachterstand, kansarmoede en diversiteit.

Ook in de uitgaven van vzw de Rand en de plaatselijke gemeenschapscentra wordt die taalachterstand in onze Vlaamse gordel rond Brussel aangekaart en vastgesteld dat ze vooral in gezinnen in armoede en met een beperkter sociaal en cultureel kapitaal toeneemt.

Als we die problematiek doortrekken naar de grote steden en per slot van rekening naar heel Vlaanderen, dan zijn en worden wij met de dag minder en minder optimistisch over de toekomst van ons Nederlands.

Koppel daaraan bovendien de toenemende invloed van een telegramstijl in de sociale media, de afnemende lees- en schrijfvaardigheid, de steeds geringere belangstelling voor een correct en vlot taalgebruik en het toenemend tussentaalgebruik in de mondelinge communicatie. We zijn hiermee op weg naar een scheiding tussen enerzijds het Algemeen Nederlands en anderzijds het Poldernederlands (Waai zaain blaai) uit het noorden naast onze Zuid-Nederlandse tussentaal (Oe noemde gij?).

De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), het hoogste adviesorgaan voor onderwijs en vorming bij het Vlaams ministerie van Onderwijs, heeft tot onze verbazing en ontgoocheling over deze misgroei geen bezorgd woord gerept.

Op 14 februari bracht de raad een eenparig advies uit dat schadelijk zou kunnen zijn voor het voortbestaan van onze taal. Het stelt – en wij citeren uit ‘Nederlands/Landstaal en uit het advies zelf’ – dat de huidige taalregeling voor het hoger onderwijs eenvoudiger en soepeler moet. De Vlaamse student dient beter voorbereid te worden op een rol in de internationale kennismaatschappij en de taalwetgeving mag hierbij geen struikelblok zijn. Wel moet gezorgd worden – maar we vinden deze wel-zin een doekje voor het bloeden – dat het slechte Nederlandse voorbeeld vermeden wordt en dat het Nederlands als wetenschappelijke taal versterkt wordt. Want zeg nu zelf, als je het Nederlands in de bachelorjaren haast halveert en in de masterjaren haast de keel oversnijdt, hoe kan je zo het Nederlands versterken?

Nu kan volgens het Vlaams taaldecreet op bachelorniveau maximaal 18,3 % van de opleidingen in het Engels gegeven worden. Op masterniveau is dat 50 %. Volgens de VLOR zijn we daar heel ver van verwijderd. In 2015 zou amper 1,85 % van de bacheloropleidingen in het Engels gegeven zijn. Bij de masters is dit 21,59 %.

Deze cijfers zijn evenwel volgens andere bronnen theorie. De praktijk is dat er heel wat spookcursussen bestaan (je kan mits zelfstudie een cursus in het Nederlands volgen terwijl de feitelijke cursus vaak in het Engels gegeven wordt omdat één of meer studenten Nederlandsonkundig zeggen te zijn) of dat er ook morele druk bestaat zodat de realiteit veel hogere cijfers oplevert. En schijn bedriegt. Want een opleiding waarvan vier vakken in het Engels worden gegeven, wordt geteld als een opleiding in het Nederlands. Terloops en illustratief een citaat uit een artikel in De Standaard van 14 april 2017 van de hand van Gita Deneckere, Bruno De Wever en Antoon Vrints: ‘Nagenoeg alle Vlaamse masteropleidingen ingenieurswetenschappen zijn vandaag al verengelst.’

Concreet pleit de VLOR ervoor dat de instellingen zelf hun taalbeleid bepalen. En als er dan toch taalquota moeten blijven, zou dit 50 % moeten worden voor de bahelors en dan moet men dit cijfer soepel kunnen hanteren. Voor de mastersopleiding vraagt de VLOR de volledige vrijheid.

Volgens cijfergegevens in het rapport zelf blijkt dat het aantal Engelstalige programma’s in Europa steeg van 725 in 2001 naar 9089 in 2014. Of meer dan een vertwaalfvoudiging in dertien jaar. Slechts 6 % van alle programma’s is volledig in het Engels. Bovendien schrijft zich niet meer dan 1,3 % van de totale studenteninschrijvingen voor deze opleidingen in. Het komt ons voor dat men erg veel eieren legt onder deze 1,3 % van de studenteninschrijvingen.


Gelukkig is de Vlaamse regering daar voorlopig niet op ingegaan. Het advies wordt als voortijdig beschouwd omdat er nog voldoende Engelse speelruimte is. De enige voorgestelde wijziging waar de regering mee akkoord gegaan is, is een deelaspect van de opvang van buitenlandse professoren. Die moeten nu in plaats van binnen drie jaar pas binnen vijf jaar een taalexamen van B2-niveau afleggen. Zij zijn met al hun pedagogische diploma’s per slot van rekening geen schoonmaaksters/schoonmakers die soms bij hun in dienst treden al moeten bewijzen dat zij Nederlands kennen.

Vrijheid, blijheid wil de VLOR. Op het ogenblik dat Groot-Brittannië de brexit of de BRuitgang afkondigt en op eigen benen wil staan om zichzelf te kunnen blijven, lijken onze afgevaardigden inde VLOR met hun advies te willen vragen: Hoe kunnen wij de vernederlandsing van onze hogescholen en universiteiten, waarvoor wij in Gent al meer dan honderd jaar geleden en in Leuven, waarvoor wij in de zestiger jaren met Leuven Vlaams de straat optrokken, zo vlug mogelijk omzetten in een steenkolenengels op kosten van de Vlaamse Gemeenschap?

----------------------

Zie: Advies taalregeling hoger onderwijs VLOR Raad Hoger Onderwijs



.

Engels met angels

VLOR-ADVIES 14 februari 2017

WETENSCHAPSBEOEFENING

Artikel in VVL-Ideeën Vereniging Vlaamse Leerkrachten 48/4 p. 5

De Vereniging Vlaamse Leerkrachten vooral bezorgd om de taalgebruikssituatie in middelbare scholen kant zich in dit artikel heftig tegen de aandrang van de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) voor verdere verengelsing in het hoger onderwijs.



De VLOR, in casu de Raad Hoger Onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad, heeft op 14 februari 2017 het ‘Advies taalbeleid in het Vlaamse hoger onderwijs’ uitgebracht met eenparigheid van stemmen’. In de VLOR hebben de pedagogische lerarenverenigingen secundair onderwijs geen officiële vertegenwoordiging. De demarches om dat wel te bekomen zijn door de vorige onderwijsministers steeds weer negatief beantwoord.

WE ZULLEN DOORGAAN…

Opnieuw wordt de allesbehalve spontane en door het grote publiek helemaal niet gedragen tendens bekrachtigd om het Engels door te drukken als (alternatieve) onderwijstaal in de Vlaamse universitaire/hogere onderwijsinstellingen.

Het fatsoen stelt dat geen Engelse leergang ingericht kan worden als er geen Nederlandse bestaat. Dat wordt in de praktijk evenwel met vuile streken genegeerd. Toon valselijk aan dat er voor een Nederlandstalige leergang onvoldoende inschrijvingen zijn, zodat een Engelse vlotjes ingericht kan worden. De universiteit die ex mandato en steeds weer zelfverklaard in alles de waarheid nastreeft en verdedigt, bedriegt onbeschaamd de burger die haar geldelijk onderhoudt.

Steeds meer Engels aanbieden onder intellectuelen verbetert allicht de kwaliteit van de academische vaktaal Engels. Gebruik van Engels naast Nederlands, daar is niets mis mee: meertaligheid is een geestelijk en zakelijk voordeel. Gebruik van Engels in plaats van Nederlands schaadt wanneer bij elke nieuwe creatie van Engelse terminologie, geen gelegenheid geboden wordt / blijft bestaan om een Nederlands equivalent te introduceren?

Citaat
“De VLOR pleit voor een anderstalig aanbod dat aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet. Zo moet er ook over gewaakt worden dat anderstalige opleidingen geen drempel vormen voor kansengroepen. Instellingen moeten hier oog voor hebben en ook in de nodige ondersteuning voorzien. Er mag ook niet uit het oog verloren worden dat anderstalige opleidingen voor bepaalde studenten uit kansengroepen ook een kans kunnen zijn”.  Uit introducerende brief p. 1+2 van 2
Deze passus wil de kool en de geit sparen. Er wordt wat te veel ook  gebruikt in de stellingname. Eigenlijk lees je wat de volgende zin onder het subtiteltje ‘Geen/andere quota’ meedeelt. “De VLOR pleit voor een uitbreiding van het aantal anderstalige opleidingen om de internationale aantrekkingskracht van het Vlaamse hoger onderwijs te stimuleren”.

Engels verdringt het Nederlands. De hoogopgeleiden vervreemden van de intellectuele middenklasse, die in de samenleving evenwel de grote meerderheid vormt. Dat resulteert over tien à vijftien jaar in een definitieve breuklijn tussen de bovenlaag en de vele andere lagen van de bevolking. De hoogopgeleiden evolueren van een elite naar een kaste. Is dat geen arrogantie, brutaal (zelf)bedrog?
In die andere lagen zal de meertaligheid nog hoog aangeschreven staan, want noodzakelijk blijven in de internationale context.
De Engels gerichte bovenlaag dreigt naar eentaligheid te evolueren, aangezien overal het argument meegaat dat Engels de lingua franca is.

INTERNATIONALISERING

Kiezen voor internationalisering is een goede keuze maken in de al kleiner geworden wereld. Alleen, de moedertaal is het platform, de uitgangssituatie om in een andere taal te studeren. Dat is voor Japanse en Finse studenten zo. Hoe zou het dan anders zijn voor studenten die in Vlaanderen lager en secundair hebben gevolgd!

Citaat
Hogeronderwijsinstellingen halen diverse redenen aan om Engelstalige opleidingen aan te bieden. Zij zien dit meestal als een manier om buitenlandse studenten aan te trekken en meer specifiek ‘brain gain’ te promoten. Ook kan men zo studententekorten in de eigen instelling compenseren.
Verder bevorderen Engelstalige opleidingen de ontwikkeling van internationale competenties nodig voor het leven en werken in een internationale maatschappij. Door middel van Engelstalige opleidingen breiden Nederlandstalige studenten immers hun kennis van het Engels uit en staan ze sterker op de internationale markt.
Uit het Advies  1.4 p.8

Dit laatste argument is in zekere zin een drogreden. Het hoger onderwijs biedt in Engelstalige opleidingen (academische) vaktaal en jargon aan. Dat Engels van insiders is in het beste geval een uitbreiding van de studie die aangeboden wordt in de taallessen Engels in het secundair onderwijs en in het departement Germaanse talen in het  hoger onderwijs. In feite komen, zonder bewaking, de twee stromen Engels linguïstisch gezien mogelijk met elkaar in concurrentie.

WAARSCHUWING

Hoe meer Engelstalig hoger onderwijs wordt ingericht, des te meer dreigt het secundair onderwijs gecontamineerd te worden met in het Engels te geven vakken.

Naar boven




  • Universiteit voert debat over onderwijstaal -
    Yves T'Sjoen 7-3-2017


    Vorige week maakte De Standaard in de bijdrage ‘N-VA tegen meer Engelstalige opleidingen’ bekend dat de “Universiteit Gent [af wil] van de strikte regeltjes die Engelstalige opleidingen belemmeren” (2 maart). Naar verluidt wil het bestuur “meer autonomie” inzake taalbeleid en kunnen de taalnormen voor hoger onderwijs worden versoepeld. Aanleiding voor het persbericht is een advies van de VLOR, de Vlaamse Onderwijsraad, waarin “de afschaffing van die quota” wordt bepleit. De VLOR, waarin ook de hogere onderwijsinstellingen vertegenwoordigd zijn, toont zich met het advies weinig bewust van het verleden en houdt geen rekening met de taalcompetenties van het overgrote deel van het studentenpubliek aan Vlaamse universiteiten.


    Taalquota

    De quota bepalen dat 35% van de masteropleidingen en 6% van de bacheloropleidingen in een andere taal dan het Nederlands mogen worden aangeboden. Indien een Engelstalige opleiding bestaat, moet die strikt genomen minstens aan een andere universiteit ook in het Nederlands worden voorzien. Aan deze taalregeling wordt nu getornd. In tegenstelling tot de uitspraken van N-VA over de kwestie, zo meldt De Standaard, stelt het kabinet van Hilde Crevits, minister van onderwijs, dat het advies van de VLOR (nog) niet ter sprake kwam in de regering.

    Enkele maanden geleden kwamen de taalvoorwaarden voor het hoger onderwijs al ter sprake. Het ging toen over de termijn waarbinnen anderstalige professoren de kans krijgen zich het Nederlands, de wettelijk bepaalde voertaal van de Universiteit Gent, eigen te maken en het getuigschrift Nederlandse taalvaardigheid niveau B2 te behalen. Nu is dat nog drie jaar, binnenkort is het een termijn van vijf jaar.

    Het mag duidelijk zijn dat bestuurders van de Universiteit Gent, althans volgens de woordvoerder, ijveren voor een meer flexibele hantering van de taalnorm. Méér buitenlandse studenten die Nederlands-onkundig zijn moeten een opleiding kunnen volgen aan de Alma Mater en moedertaalsprekers Nederlands krijgen dankzij een Engelstalige specialisatieopleiding gemakkelijker toegang tot het internationale circuit van het vakgebied. Het zijn argumenten die de revue passeren.


    Pro & contra

    Er zijn pro’s en contra’s. De Raad voor Nederlandse taal en letteren van de Taalunie stelde recent een rapport samen waarin aanbevelingen worden geformuleerd voor het “Nederlands als taal van wetenschap en hoger onderwijs” (september 2016). In de notitie van 26 pagina’s presenteert de Raad, het adviesorgaan van het Comité van Ministers in Nederland en Vlaanderen, een genuanceerde visie op het taalbeleid voor tertiair onderwijs in het Nederlandse taalgebied. In de Nieuwsbrief 5 (oktober 2016), met de titel ‘Niet alles Engels, please’ en gepubliceerd in het online tijdschrift van de Taalunie Taalunie:bericht, betoogt Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Raad) dat er vooral geen kruistocht moet worden gevoerd tegen het Engels. Ik citeer: “Wij zien het belang van het Engels als internationale wetenschappelijke publicatietaal en het belang van het Engels voor de internationalisering van het hoger onderwijs. Maar dat volledige opleidingen zomaar verengelsen, vinden wij wel een punt van zorg. Vaak gebeurt het niet om weldoordachte redenen, maar vanuit commerciële overwegingen”.

    Vooral het woordje “zomaar” springt in het oog, en natuurlijk ook de “commerciële overwegingen”. De door de VLOR voorgestelde en in de praktijk al enkele jaren ingezette versoepeling van de taalquota is in vele gevallen gebaseerd op weinig beredeneerde keuzes. We moeten inderdaad niet “zomaar” het hoger onderwijs verengelsen. Daarover moet goed worden nagedacht en het is van belang dat daarover een breed maatschappelijk debat wordt gevoerd. We zijn het aan de samenleving verplicht. Indien naast een Engelstalige opleiding in Vlaanderen altijd aan “een andere universiteit in Vlaanderen dezelfde studie grotendeels in het Nederlands” moet worden aangeboden, zo stelt de Vlaamse regelgeving, dan hangt daar een behoorlijk prijskaartje aan vast. Wie zal dat betalen? De economische reden mag geen aanleiding zijn om dan maar alles te verengelsen. Hoe ver gaat de versoepeling eigenlijk?


    Cijfers en argumenten

    Overigens komt de Raad van de Taalunie ook met cijfergegevens. De Standaard citeert in hetzelfde artikel CD&V-parlementslid Kathleen Helsen. Er is sprake van “1,85 procent van de bacheloropleidingen” die vandaag Engelstalig zijn “en 21,59 procent van de masters”. Indien de norm is bepaald op respectievelijk maximaal 6% en 35%, dan is er nog verengelsingsmarge. De cijfers komen inderdaad overeen met wat in de Nieuwsbrief van de Taalunie staat. Ter vergelijking: aan Nederlandse universiteiten worden 66% van de masteropleidingen in het Nederlands aangeboden en 18% van de bacheloropleidingen (in de hogescholen respectievelijk 25% en 6%).

    Het mag duidelijk zijn dat wie tornt aan de quota de deur openzet naar een groeiende verengelsing van het hoger onderwijs. Er zijn soms goede redenen om die stap te zetten – zo wijst een recente discussie uit die ik voerde met studenten van verschillende faculteiten aan de Universiteit Gent. Er zijn vakgebieden die sterk internationaal zijn georiënteerd en waarvoor de wetenschappelijke lingua franca het Engels is. Wie mondiaal wil meespelen op wetenschappelijk gebied, moet in het Engels publiceren en is gebaat bij een Engelstalige opleiding. Tegelijk mogen we de eigen moedertaal niet uit het oog verliezen. Ook in het Nederlands kan en moet gelijkwaardig (excellent) onderzoek plaatsvinden. Het academisch vertoog over een vakdiscipline kan en moet ook in het Nederlands worden gevoerd. De meeste gediplomeerden komen terecht op de arbeidsmarkt van ons taalgebied en moeten zich als universitairen uitstekend kunnen uitdrukken in het Nederlands, en ook de vakterminologie in de eigen moedertaal beheersen. Het is niet een verhaal van ‘of-of’ maar ‘en-en’.


    Oproep

    Ik roep de bevoegde universiteitsbestuurders, politici, professoren en studenten op in het licht van het taaldebat de Kroniek van de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit (Archief RUG) te lezen. Op instigatie van professor Karel de Clerck is in 1980, ter gelegenheid van de viering van de vernederlandsing van de Gentsche Hoogeschool (1930-1980), is een bijzonder lezenswaardig panorama samengesteld waarin een eeuw van verbeten strijd voor een Vlaamse universiteit in Gent rijk is gedocumenteerd. Velen hebben zich na de Hollandse tijd, vanaf de onafhankelijk van België, tot de taalwetgeving van 1930 ingezet voor hoger onderwijs in het Nederlands. Die strijd is gevoerd in de overtuiging dat een cultuurgemeenschap en een universiteit zich niet moeten isoleren door te opteren voor eentalig moedertaalonderwijs. Zo genuanceerd waren de pleitbezorgers van een vernederlandste universiteit in vele gevallen wel.

    Enkele maanden geleden, op 27 december, stuurde ik de opleidingsverantwoordelijken de aanbevelingen van de Taalunie inzake “Nederlands als taal van wetenschap en hoger onderwijs” met het verzoek de leden van de opleiding daarover te informeren. Het rapport kan onderaan het Taalunie:bericht worden gedownload. Daarmee is in zoverre ik dat weet nog niets gedaan. De eigen opleiding Taal- en Letterkunde is per definitie meertalig en het Nederlands is één van de bestudeerde talen op academisch niveau. Het taaldebat speelt in een talenopleiding misschien minder. Al klinkt dat nu zeer paradoxaal. Personeelsleden die in de opleiding actief zijn, mogen zich hopelijk meer betrokken en taalgevoelig noemen dan collega’s werkzaam in andere disciplines. Daarom ondersteun ik openlijk het initiatief van de collega’s van de vakgroep Geschiedenis die op dinsdag in auditorium A van de Blandijn (faculteit Letteren en Wijsbegeerte) een debat organiseren met als titel ‘Going English? Wie betaalt de rekening?’ . Verengelsing hoeft geen sluimerend of woekerend bestaan te leiden. Daarover is debat nodig. Voorafgaand aan dat debat formuleer ik mijn reserves bij het advies van de VLOR en roep op om met open vizier, niet partijpolitiek gestuurd, en ernstig na te denken over de consequenties van de geadviseerde versoepeling van de taalwetgeving.

    Tot besluit citeer uit de Kroniek het Belgische Staatsblad van 16 april 1930, waarin het eerste artikel van de door koning Albert I ondertekende wet “betreffende het gebruik der talen aan de universiteit te Gent” is weergegeven: “Te rekenen van het academisch jaar 1930-1931, wordt het onderwijs, aan de universiteit te Gent in het Nederlandsch gegeven. Het Nederlandsch is de bestuurstaal van de universiteit”.
    De verkiezing van de nieuwe rector en vicerector moet over veel gaan, maar zeker ook over taal. Er zijn faculteiten waar bijna alle opleidingen in het Engels worden gedoceerd en waar misschien nog maar weinig discussie bestaat over de administratieve, bestuurs- en vooral de onderrichtstaal. Overigens zullen niet alleen professoren maar ook studenten van de Universiteit Gent tijdens de verkiezing hun stem uitbrengen. Het is goed te beseffen dat aan onze Alma Mater in vele jaren van verfransing en dedain ten opzichte van het Nederlands culturele ontvoogding en taalbewustzijn gedurende meer dan een eeuw de inzet van een verbeten strijd is geweest. Een strijd die in 1930 is beslecht maar nu weer wordt open verklaard.


    Kroniek van de strijd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Karel de Clerck (red.), Archief R.U.G., Gent, 1980 en 1985 (tweede druk).

    De tekst verschijnt als ook  blog op de webstek van het Instituut voor Publieksgeschiedenis van de Universiteit Gent

    Naar boven





    VVA-brief aan de Vlaamse regering m.b.t. het VLOR-adviesrapport Taalbeleid in het Hoger Onderwijs 21-2-2017




    Geachte heer Minister-President van de Vlaamse regering,
    Geachte mevrouw de Vice-Minister-President en Minister van Onderwijs van de Vlaamse regering,


    Betreft: VLOR-adviesrapport over Taalbeleid in het Vlaamse Hoger Onderwijs d.d. 14-2-2017

    Met veel belangstelling hebben we het Adviesrapport van de Vlaamse Onderwijsraad gelezen.
    Wij waarderen de belangstelling die het rapport wijdt aan een Nederlands taalbeleid voor de Vlaamse hogere onderwijsinstellingen. Als VVA-Werkgroepleden Taal en Onderwijs zijn ook wij ervan overtuigd dat constructieve initiatieven nog meer studierendement voor de studenten tot gevolg kunnen hebben.
    Wij hebben bovendien oog en oor voor de redeneringen in het adviesrapport m.b.t. de internationalisering en bijgevolg voor mogelijke implicaties voor anderstalig taalgebruik in het Vlaamse hoger onderwijs. In dat verband moeten wij wel heel duidelijk stellen dat wij ons echt niet kunnen vinden in de aanbevelingen uit het adviesrapport voor mogelijke wijzigingen aan de huidige taalregeling.

    Wij hebben het ontstaan van de decretale taalregeling voor universiteiten en hogescholen van dichtbij gevolgd in 2002-2003. Wij hebben ook de implementatie van anderstalige opleidingen weten te decreteren in een herziening van de taalregeling in 2012. Uit onze bevindingen blijkt dat de taalregeling in al die jaren tot 2016 tot op zekere hoogte haar nut heeft bewezen. Een doorgeschoten situatie van verregaande verengelsing zoals zich dat in Nederland in die jaren heeft voltrokken, is in het Vlaamse hoger onderwijs in zekere mate door de decretale taalregeling vermeden.

    Daarom zijn wij zo vrij u onze overtuiging met klem over te maken dat wij het politiek hoegenaamd niet opportuun achten om de huidige geldende kwantitatieve normen voor de bachelor- en voor de masteropleidingen naar hogere percentages van toelaatbaarheid te verhogen. Ook zien wij er behoorlijk aanzienlijke nadelen in voor de hogere onderwijsinstellingen en voor de betrokken studenten dat de equivalentieregel zou worden afgeschaft.

    Wij wensen u uitdrukkelijk te bevestigen dat wij er een heel groot maatschappelijk belang aan hechten dat de initiële bepaling van de taalregeling ‘de onderwijstaal van universiteiten en hogescholen is het Nederlands’ ten volle in haar draagwijdte gevrijwaard wordt en niet door de steeds maar aanhoudende druk van de verantwoordelijken van het hoger onderwijs uitgehold dreigt te worden.

    De wens van de Vereniging Vlaamse Academici – VVA – vanuit zijn Werkgroep Taal en Onderwijs - is dan ook duidelijk: het is niet aangewezen een wijziging aan de huidige taalregeling op de politieke agenda te plaatsen en zeker geen wijziging aan de decretale beschikkingen aan te brengen.

    Met de betuiging van onze oprechte hoogachting

    Vanuit de werkgroep Taal en Onderwijs van de Vereniging Vlaamse Academici (VVA)

    De VVA-Voorzitter Paul Becue
    De verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs vicevoorzitter VVA Ghislain Duchateau
    De leden van de Werkgroep Taal en Onderwijs VVA Eric Ponette, Matthias Storme, Frank Fleerackers,
    Els Ruijsendaal, Stijn Verrept, Jan Roukens, Jozef Devreese, An De Moor, Peter Debrabandere

    Contact: ghislain.duchateau@telenet.be  – tel. 011 22 86 25


    Naar boven






  • DE VERENGELSING TEN TOP GEDREVEN

    De beleidsvoerders van universiteiten en minder die van de hogescholen blijven constant drukking uitoefenen op de publieke opinie, in feite op de vertegenwoordigers van het volk om de wettelijke taalregeling voor het hoger onderwijs te verruimen naar steeds meer verengelsing.

    Een paar dagen geleden heeft het Leuvens studentenblad Veto nog een bijdrage geleverd tot het discours, die ernstig tot nadenken stemt. Daarin wordt niet alleen aangetoond dat de universiteiten van Leuven, Gent en Brussel op stiekeme en slinkse wijze de huidige taalregeling met de voeten treden onder het oogluikend toezien van de regeringscommissarissen door Engelstalige opleidingen te propageren en de studenten ertoe aan te zetten om de equivalente Nederlandstalige opleidingen te mijden. Daarvoor worden er geen lessen meer gegeven, die berusten op ‘zelfstudie’! Zie Veto.

    Iets eerder werd er in de kranten nog gepleit voor versoepeling van de taalvereiste voor buitenlandse professoren die na drie jaar moeten aantonen dat ze een bepaald niveau van het Nederlands moeten beheersen.

    Via de media zullen de Vlaamse volksvertegenwoordigers van de politieke partijen en de onderwijsminister zelf het ook maar geweten hebben. De universiteitsverantwoordelijken blijven de druk opvoeren om een decretale wijziging van het artikel over de taalregeling af te dwingen. Wij weten dat noch de minister, noch de volksvertegenwoordigers van de partijen en zeker van de grootste meerderheidspartij voor deze legislatuur er toch echt geen oren naar hebben.

    Niet alleen opiniërende artikels oefenen die druk uit. Ook de officiële adviesorganen die het beleid moeten stofferen met creatieve ideeën worden daartoe ingeschakeld. Heel duidelijk komt daartoe de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) in het vizier. Heel wat verantwoordelijken uit het onderwijs en uit het hoger onderwijs hebben zitting in die raad. Ook daar wordt aangestuurd op decretale wetswijziging. Eens te meer moet worden verwacht dat ook de Vlor adviesteksten redigeert om naar ‘versoepeling’ te amenderen en een verdere verengelsing in de hand te werken.

    Laten we echter zeker niet vergeten dat de herziening van het decreet op het hoger onderwijs van 2012 met daarin het artikel met de taalregeling al een onvoorstelbare ‘verruiming’  naar verengelsing toe van ons universitair onderwijs heeft tot stand gebracht. De meest flagrante verruiming was de introductie van de zogenaamde anderstalige opleidingen. Dat heeft meteen een verengelsing van opleidingen en opleidingsonderdelen in ijltempo tot stand gebracht ondanks de barrières uit het artikel over de taalregeling.

    In Nederland waar zowat 60 % van de opleidingen in het Engels worden gegeven is er sinds 2014 en 2015 vanuit de universiteiten zelf al ruim bezwaar aangetekend tegen die tendens en met goede argumenten. Zie het Groot Manifest hieronder. Aansluitend op het artikel in Veto publiceert De Standaard van donderdag 1 december 2016 het artikel “Verengelsing maakt onderwijs slechter” van drie professoren uit de vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. Het artikel ook met goede argumenten gestoffeerd neemt uitdrukkelijk stelling tegen de steeds maar toenemende verengelsing in het hoger onderwijs.

    De Vereniging Vlaamse Academici (VVA) bij monde van zijn Werkgroep Taal en Onderwijs heeft vanaf het begin van de decretale initiatieven gewaarschuwd voor de nefaste gevolgen van een buitensporige verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. VVA is sinds 2002 tot op de dag van vandaag met grote intensiteit de evolutie van die problematiek blijven volgen. Ook in de aanloopperiode van de decretale wijziging van 2012 heeft het VVA zijn visie daarover aan alle Vlaamse partijen zowel mondeling als schriftelijk in contacten met de volksvertegenwoordigers van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement duidelijk kenbaar gemaakt. Het VVA ondersteunt dan ook met genoegen en met nadruk het opinieartikel van prof. Deneckere, prof. De Wever en prof. Vrints in De Standaard van 1 december 2016.

    Stop de verdringing van het Nederlands als onderwijstaal in het hoger onderwijs.

    Herwaardeer de kwaliteit van het hoger onderwijs in het Nederlands.

    Het gaat hier om een fundamentele maatschappelijke aangelegenheid.


    Res tua agitur.

    1 december 2016

    Ghislain Duchâteau
    Vicevoorzitter VVA
    Verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs VVA


    Naar boven






  • Voor u gelezen: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’ 29 juni 2015 door An De Moor

    Naar boven


    _________________________


  • I have there no words for…


    Geplaatst: 22 juni 2015, 10:09
    Door: Jurriaan Huskens



    In de NRC van afgelopen weekend stond een opiniestuk van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge, getiteld: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’ (via Blendle, via NRC). Hij houdt hier een pleidooi voor het behoud van het Nederlands als de voornaamste voertaal in het hoger onderwijs. Dat lijkt roeien tegen de stroom in, want de meeste universiteiten – inclusief de UT (Universiteit Twente) – stevenen af op invoering van het Engels als voertaal in alle opleidingen, zelfs al op bachelor-niveau. Ik vind zijn argumenten zeer de moeite waard, en iedereen die deze discussie voert zou zich zijn argumenten aan moeten trekken.

    Echt diepgaand taalbegrip

    De crux zit hem m.i. in de taalbeheersing van studenten en docenten, en daarmee uiteindelijk in de kwaliteit die we studenten kunnen bieden in het onderwijs dat ze hier komen volgen. Ongeacht hoe goed iemands Engels is, een echt diepgaand taalbegrip, goede argumentatie, nuancering, etc. kunnen en moeten vanuit de moederstaal ontstaan en gevoed worden. Verbrugge merkt op dat die ontwikkeling primair in de ouderlijke omgeving en het voorbereidend onderwijs plaatsvindt. De hamvraag is of we er daarmee zijn, dat wil zeggen, zijn studenten dan voldoende taalkundig onderlegd om succesvol een opleiding af te ronden en de hen voorgespiegelde maatschappelijke rol naar behoren te kunnen spelen?

    Abstractievermogen

    Verbrugge merkt op dat er in het hoger onderwijs weinig gestructureerd vervolg meer gegeven wordt aan de taalontwikkeling van studenten. Deze is echter zeker ook voor de natuurwetenschappelijke en technische opleidingen van belang! Niet alleen omdat heel veel aspecten in de toekomstige banen van afgestudeerden draaien om communicatie, goede rapporten, overtuigingskracht, maar juist ook omdat inhoudelijke verdieping en ontwikkeling van het abstractievermogen gepaard gaan met de mate waarmee we over die inhoud kunnen praten, denken, concepten onder woorden kunnen brengen, etc. Natuurlijk zijn er verslagen en tentamens, maar hoe vaak corrigeren, bespreken en beoordelen we de taalvaardigheid, de kwaliteit van een betoog, de structuur van een verhaal? Als docent betrokken bij natuurwetenschappelijke opleidingen zie ik dat we dat wellicht een beetje doen bij het bachelorverslag, niet of nauwelijks daarvoor. Is dat erg?

    Extra horde

    Zolang het onderwijs in de moerstaal plaatsvindt gaat die ontwikkeling impliciet wél verder: docenten kunnen hun eigen, rijker ontwikkelde taal gebruiken, gevarieerder uitleggen, duidelijker nuanceren. Studenten pikken dat op, leren spelenderwijs net zo formuleren en kunnen in hun producten beter focussen op de inhoud en meer op de structuur en opbouw letten van hun verhaal. En daarmee kan ook de feedback erop door docenten weer sneller en gedetailleerder gegeven worden. Ik weet uit eigen ervaring dat een taalkundig gezien slecht verhaal vaak ook qua opbouw en structuur slecht is. Dat komt lang niet altijd omdat de betreffende persoon niet in staat is een goed verhaal te produceren, maar de extra horde die er bovenop komt als de taal niet de eigen taal is, blijkt voor velen een dusdanig complicerende factor te zijn dat ook de andere aspecten van het product eronder lijden.

    Fingerspitzengefühl

    Erger nog, en dat is misschien wel het belangrijkste argument: door jaren lang onderwezen te worden in een taalarmere omgeving – en dat is de situatie die we met een Engelstalige bachelor nu bewust dreigen op te zoeken ! – staat de eigen taalontwikkeling van de studenten al die tijd stil. We praten hier dus duidelijk niet over de kwaliteit van het Engels van docenten en studenten, zoals dat bijvoorbeeld gepeild wordt bij de beoordeling Engelsvaardigheid zoals die nu onder de UT-docenten gehouden wordt. Het gaat om ‘Fingerspitzengefühl’ of dat ‘gewisses Etwas’, om het maar in goed Nederlands te houden, datgene wat een docent extra mee kan geven dat maakt dat het begrip bij studenten zich verdiept, detailleert, nuanceert... De zeer weinige docenten voor wie het Engels de moerstaal is kunnen dit tekort nooit opvangen. Daardoor zullen de producten die studenten moeten leveren tijdens hun opleiding – en daarna! – niet meer de kwaliteit kunnen hebben als die van de huidige Nederlandstalige opleidingen. En daarmee wordt de Engelstalig afgestudeerde een taal- én kansarmere afgestudeerde.
    Kortom: moeten de bachelor-opleidingen allemaal Engelstalig worden? I have there no words for…

    Jurriaan Huskens

    Bron: UT-Nieuws

    Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish
    Ad Verbrugge keert zich tegen de haast totalitaire wijze waarop het Engels in ons hoger onderwijs wordt doorgevoerd.

    Be proud
    Spreek Dutch

    In het hoger onderwijs wordt het Nederlands vervangen door uitgekleed Engels.
    Ongelooflijk dom, vindt Ad Verbrugge

    Ad Verbrugge

    Laatst was ik op Tilburg University waar ik zitting mocht nemen in een paneldiscussie over de onrust aan de Nederlandse universiteiten. Op de gevel van het gebouw waar ik die middag moest zijn, prijkten de naam Dante Building. Binnen hingen er bordjes met Ground Floor, Lecture Hall etc. Op de Vrije Universiteit te Amsterdam staat bovenaan zulke bordjes ook nog eens ‘you are at’; alsof je zo’n bordje ooit zou kunnen lezen zonder je op die plaats te bevinden.

    Deze bordjes zijn dan ook vooral een statement. Men wil ermee laten zien dat alles op deze universiteiten is gericht op de internationale wereld van de wetenschap: je hoeft je hier echt geen zorgen te maken dat je je ook maar enigszins zou moeten verdiepen in de nationale taal of cultuur. Ook de paneldiscussie vond plaats in het Engels. Gezien de achtergrond van de deelnemers was Nederengels het hoogst haalbare – ook voor mijzelf trouwens.

    Dit is een illustratie van de stille revolutie die zich momenteel voltrekt op onze universiteiten, ja in ons hoger onderwijs als zodanig. Die zijn namelijk massaal aan het verengelsen. Hoewel dit een grote weerslag heeft op de praktijk van onderzoek en onderwijs – en direct raakt aan de maatschappelijke rol en betekenis van de universiteit – vindt er vrijwel geen discussie over plaats.

    Lees de hele tekst

    HET GROOT MANIFEST DER NEDERLANDSE TAAL                             27 juni2015
     
    MANIFEST VAN HET TAALCOLLECTIEF                                                                       
    Een pleidooi voor een taalrenaissance in het hoger onderwijs van de 21e eeuw – te beginnen met Nederlands

     De talen hebben het zwaar te verduren in ons hoger onderwijs. Kleine talenstudies aan universiteiten worden opgeheven, studierichtingen als Duits en Frans verdwijnen of worden geïntegreerd in algemene letterenstudies en veel lerarenopleidingen in de talen staan onder druk, zeker in het hbo. De kennis van talen als Duits en Frans is onder studenten in enkele decennia dramatisch afgenomen en het is in de meeste opleidingen een zeldzaamheid geworden om gebruik te maken van Duitse of Franse boeken. Ondertussen laat ook de beheersing van het Nederlands te wensen over.

    Lees de hele tekst en ondersteun:

    Het groot manifest der Nederlandse taal


Naar boven


_________________________


  • Stuit de opmars van het Engels. Pleidooi voor het Nederlands in het universitair onderwijs - Piet Gerbrandy - januari 2015

    Piet Gerbrandy is een van de auteurs van het manifest en de petitie, waarover we het in het volgende artikel hebben. Nu publiceert hij in het tijdschrift Onze Taal 1 – 2015 pp. 4-6
    (MAANDBLAD VAN HET GENOOTSCHAP ONZE TAAL) een daarbij aansluitend artikel met nog eens heel keurig en vlot geformuleerd de argumenten die pleiten tegen de verengelsing van het hoger onderwijs in Nederland. Hij licht daarmee de actie toe.

    In een raak geformuleerde eerste alinea beschrijft hij de ideale taalbeheersing van de intellectueel. Dan onderstreept hij het belang van de beheersing van het Nederlands en stelt dat het hoger onderwijs tegen de huidige tendens in in beginsel in het Nederlands moet worden gegeven.

    'Ofschoon het niet gemakkelijk is de essentie van intellect en beschaving te omschrijven, hebben we er doorgaans weinig moeite mee die eigenschappen aan te wijzen bij iemand die erover beschikt. Je herkent de beschaafde intellectueel aan zijn of haar taalgebruik, dat niet alleen foutloos en adequaat is, maar in nuancering en wendbaarheid getuigt van scherpte en eruditie. De intellectueel beheerst zijn moedertaal in al haar finesses en is, waar het om lezen en schrijven gaat, gevoelig voor stilistische variatie, subtiele allusies en fijnzinnige ironie. Helder, grondig en origineel denken vindt zijn uitdrukking in vlekkeloos proza dat esprit ademt. Niemand beheerst die vorm van taalgebruik van nature. De combinatie van lezen, denken en schrijven vergt een intellectuele vorming die vele jaren in beslag neemt. Het zijn de middelbare scholen, maar ook de universiteiten die daarvoor de verantwoordelijkheid op zich zouden moeten nemen.

    Er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, maar het komt niet vaak voor dat iemand een vreemde taal even goed leert spreken, begrijpen en schrijven als zijn moedertaal. Wil je een voortreffelijk spreker, lezer of schrijver worden, dan leer je dat in de taal waarin je bent grootgebracht. Pas wanneer je die tot in alle hoeken en gaten aanvoelt en doorgrondt, zul je de stap kunnen maken naar een vergelijkbare competentie in een later verworven code. Wie in ons land op het hoogste niveau wil meedraaien, zowel in de wetenschap als op maatschappelijke posities, dient zich in de allereerste plaats toe te leggen op een volkomen beheersing van het Nederlands.

    Aan de Nederlandse universiteiten valt reeds geruime tijd een ontwikkeling waar te nemen waarbij het Engels het Nederlands dreigt te overvleugelen. Hoewel ik het belang van Engels als lingua franca van de wetenschap geenszins wil bagatelliseren, pleit ik ervoor dat het onderwijs aan onze instellingen van hoger onderwijs in beginsel in het Nederlands plaatsvindt. Voor de geesteswetenschappen geldt dat in verhevigde mate. Het wordt tijd om in te grijpen en het roer om te gooien, voordat het te laat is. Vandaar dat ik met enkele collega’s van beide Amsterdamse universiteiten een manifest heb geschreven waarin wij onze zorgen uiten. Daarnaast hebben we een petitie op touw gezet, die we binnenkort hopen aan te bieden aan de colleges van bestuur van die universiteiten waar geesteswetenschappen worden beoefend. Dat wij niet de enigen zijn die bezwaar maken tegen de toenemende rol van het Engels, blijkt bijvoorbeeld uit een interview met filosoof Ger Groot in Trouw, eind november.'

    Lees de hele tekst

    Naar boven


    _________________________



  • Geen Engels, maar Nederlands bij Geesteswetenschappen - manifest en petitie

    MANIFEST

    ‘Engelstalig onderwijs kan funest zijn voor intellectuele vorming’

    Door Dirk Wolthekker
    Onderwijs 27 oktober 2014 18:18 |

    Een aantal medewerkers van het Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology (Acasa) van UvA en VU hebben een manifest opgesteld waarin ze pleiten voor het behoud van het Nederlands binnen hun instituut.
    Lucinda Dirven (UvA, oude geschiedenis), Emilie van Opstall (archeologie, VU), Mieke Koenen (klassieke talen, VU) en Piet Gerbrandy (klassieke talen, UvA) hebben een manifest opgesteld waarin ze hun faculteitsbesturen en de colleges van bestuur van UvA en VU oproepen een halt toe te roepen aan de dominante positie van het Engels in het onderwijs.
    Het viertal schrijft dat iemand die toegang heeft of wil hebben tot de intellectuele voorhoede van de samenleving weliswaar vlekkeloos het Engels onder de knie moet hebben en ook Frans en Duits moet kunnen lezen, maar dat ‘de perfecte beheersing van hun moedertaal bepaalt of ze in eigen land kunnen meedraaien op het hoogste niveau’.
    ‘Al een aantal jaren zien we dat Nederlandse universiteiten het gebruik van Engels in het onderwijs stimuleren. Deze trend komt enerzijds voort uit de correcte constatering dat in een globaliserende academie de beheersing van het Engels onontbeerlijk is geworden, anderzijds spelen financiële factoren een rol: door Engelstalig onderwijs aan te bieden hoopt men buitenlandse studenten aan te trekken.’
    Volgens de wetenschappers nemen de geesteswetenschappen binnen de universiteit een speciale positie in als het gaat om het gebruik van het Engels, juist omdat binnen de geesteswetenschappen ook het vreemdetalenonderwijs plaatsvindt. Engelstalig onderwijs kan volgens de vier ‘funest zijn voor de intellectuele vorming van onze Nederlandse studenten’, het kan er bovendien toe leiden ‘dat andere talen in het gedrang komen’ en bovendien zouden er volgens hen ‘cultuurpolitieke redenen zijn om het gebruik van de moedertaal te koesteren’.
    De vier willen trouwens het Engels niet per se uitbannen. Sterker nog: aan masterstudenten die worden voorbereid op een academische carrière zou de universiteit een cursus academisch Engels moeten aanbieden.

    ENGELSTALIG ONDERWIJS BINNEN ACASA?
    Een manifest tot behoud van het Nederlands
    Amsterdam, 27 oktober 2014
    Lucinda Dirven, Emilie van Opstall, Mieke Koenen, Piet Gerbrandy

    Zie hier voor het hele manifest. (6 bladzijden in pdf)

    PETITIE

    Geen Engels, maar Nederlands bij Geesteswetenschappen

    De petitie gaat uit van dezelfde docenten en wetenschappelijke medewerkers van de Universiteit van Amsterdam en van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    "Uitsluitend in het Engels college geven devalueert Geesteswetenschappen: teken voor het behoud van de Nederlandse taal.
    Engels is niet meer weg te denken uit het academische onderzoek. Internationalisering is prima, maar moeten onze colleges van begin tot eind Engelstalig zijn? En moet dat bij iedere opleiding?
     
    Wij vinden van niet: 

    Zoals een student geneeskunde het beste mensen leert opereren met een scherp mes, zo leert een student in de Geesteswetenschappen het beste analyseren, argumenteren en schrijven in zijn eigen moedertaal. Bovendien leiden wij de meesten van onze studenten op voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Het Nederlands van academici moet dus gewoon heel goed zijn: dat geldt voor de leraar, de journalist, de advocaat, de communicatiedeskundige, enzovoorts.

    De taak van de universiteiten is zorg te dragen voor onderwijs van kwaliteit. Toch willen steeds meer Colleges van Bestuur van Nederlandse universiteiten Engels overal als voertaal opleggen. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van veel opleidingen.

    Daarom stellen wij: 

    Colleges binnen de Geesteswetenschappen moeten Nederlandstalig zijn, tenzij opleidingen zelf anders beslissen.

    Beperk het Engels tot Mastervakken die opleiden voor academisch onderzoek."

    Lucinda Dirven, Piet Gerbrandy, Mieke Koenen, Emilie van Opstall  

    Onderteken de petitie:  
    http://www.petities24.com/geen_engels_maar_nederlands_bij_geesteswetenschappen


    Naar boven


    _________________________



  • Verengelsing van het onderwijs: symptoom van vermarkting

    donderdag 3 juli 2014

    V-SB-Nieuwsbrief 37 – juni-juli 2014
    e-nieuwsbrief van de Vlaams-Socialistische Beweging

    Het lijkt bijna traditie te worden: wanneer het school- of academiejaar begint of eindigt, staat er altijd wel iemand (politicus, 'onderwijsmens', ondernemer, expert,...) op om ervoor te pleiten dat we eindelijk de enggeestige, Vlaamse benadering inzake de onderwijstaal zouden moeten laten varen. De vervlaamsing van de Gentse hoogeschool, Leuven Vlaams,... dat was allemaal wel nuttig in de geest van de tijd, zo luidt het (als er al de moeite gedaan wordt dieper in te gaan op de historische context), maar de tijden zijn nu eenmaal veranderd. Ditmaal was het de beurt aan Anne de Paepe, rector van de Universiteit Gent, om de discussie aan te zwengelen, daarin onmiddellijk gevolgd door het Verbond van Belgische Ondernemingen.

    Wij hebben toch onze bedenkingen bij deze evolutie, en niet alleen vanuit een 'traditionele' Vlaamsgezinde taalreflex maar vooral vanuit onze linkse achtergrond. Zoals onderzoeker Frank van Splunder opmerkt (DS 17/06/2014), zonder er evenwel ook maar een klein geluidje van verzet bij te laten horen: “Overigens wordt het onderwijs niet alleen steeds internationaler georganiseerd, maar ook marktgerichter. Het is niet toevallig dat het Engels meestal gepropageerd wordt vanuit (neo)liberale hoek: het Engels is de taal van de 'onderwijsmarkt'.” Dat is trouwens ook waar De Paepe's argumenten op neer komen: “Alleen zo kunnen we internationaal meetellen!” Het gegeven dat buitenlands (en ander) personeel dat aan door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde universiteiten komt doceren, het Nederlands moet beheersen, zou teveel talent ervan weerhouden voor een carrière(stukje) in Vlaanderen te kiezen, zo luidt het. Daaraan wordt dan al gauw een ander argument verbonden, namelijk dat dit de zoektocht naar buitenlandse studenten zou verhinderen.

    Volgens ons is het niet de primaire taak van het Vlaamse onderwijs om te concurreren op een geïnternationaliseerde markt, maar om Vlaanderen te voorzien van kwaliteitsvol onderwijs, die de Vlaamse jeugd opleidt om zelfstandige en kritische burgers te worden. …

    Verder:
    Ten slotte, en allicht belangrijker, dreigt een verengelsing ook te leiden tot een verschraling op het niveau van de kwaliteit van het onderwijs. Hoe je het draait of keert, zowel les geven als les krijgen in een andere taal dan je moedertaal leidt er hoe dan ook toe dat je je uitdrukkingsmogelijkheden beperkt: wie als Nederlandstalige in het Engels les krijgt van een andere Nederlandstalige, krijgt informatie die reeds tweemaal door een 'taalfilter' is verarmd. Sowieso leidt de overgang van middelbaar naar universitair onderwijs tot een taalsprong (van 'normaal' naar academisch taalgebruik en vakjargon); de verengelsing van het hoger onderwijs zou daar nog een extra hindernis aan toevoegen.

    Lees de hele tekst - de tekst in pdf-formaat

    Naar boven


    _________________________


  • Rector De Paepe spreekt, maar niet over het Nederlands als onderwijstaal

    Een grote kop op pagina 6 van De Standaard van zat.14 – zond. 15 juni 2014 dringt zich op: “Er moeten meer opleidingen in het Engels kunnen.”  De rector beroept zich zoals haar collega’s aan andere universiteiten en haar voorgangers op de klassieke ‘dooddoener’ internationalisering. Universiteiten in Vlaanderen geloven alleen maar daarin en zetten alles in om hun streven naar internationalisering toch maar publiek aan de man of de vrouw te brengen.

    Moeten we alle heil verwachten van die internationalisering? Moet dat blijvend de dominerende factor zijn die alle beleid aan onze hogere onderwijsinstellingen stuurt? En moet de onderwijstaal, het Nederlands, het daardoor blijvend ontgelden? Nog meer cursussen in het Engels betekent nog meer verdringing van het Nederlands als onderwijstaal. Leiden we talentrijke jongeren die naar de universiteit trekken enkel op om internationaal te functioneren? Zijn universiteiten dan geen instellingen die uit onze eigen maatschappij zijn gegroeid en die voor die eigen maatschappij zijn ingesteld? Mogen onze jongeren die later een positie verwerven in onze eigen maatschappij dan geen hoger onderwijs meer krijgen in de eigen taal?

    De druk om het Nederlands uit onze universiteiten te weren was in het begin van de jaren 2000 al manifest. Die druk heeft een taalregeling voor het hoger onderwijs uitgelokt met het structuurdecreet van juli 2012 die een onvoorstelbare verruiming heeft tot stand gebracht voor anderstalig onderwijs, hoewel bovenaan de taalregeling nog steeds staat dat het Nederlands de onderwijstaal is. In die regeling werd inderdaad bepaald dat in de initiële opleidingen voor de bachelors een verruiming werd voorzien tot 18,33 procent, één derde. Door datzelfde decreet wordt toegestaan dat voor de initiële masteropleidingen afgeweken mag worden van het principe dat Nederlands de onderwijstaal is in 50 % van de opleidingen. In datzelfde decreet wordt het begrip anderstalige opleidingen opgenomen waardoor de ruimte voor Engelstaligheid nogmaals enorm wordt vergroot ondanks de beperkende regels daarvoor. In datzelfde decreet wordt bevestigd dat voor onderwijs in de bachelor-na-bachelor en master-na-masteropleidingen geen enkele taalbeperking bestaat. Handhaving en controle van die wetgeving zijn in de regeling voorzien, maar betekenen in werkelijkheid nagenoeg niets, omdat ze grotendeels enkel in het jaarrapport van de universiteiten moeten worden voorzien en die geven de indruk dat met de toepassing van de taalregeling in die hogere onderwijsinstellingen alles in orde is.

    Dat alles betekent dat in de universiteiten nauwelijks nog enig bewustzijn aanwezig is over het bestaan van die taalregeling en dat ze op het gebied van het taalgebruik voor hun opleidingen gewoon hun gang kunnen blijven gaan en maar steeds meer gaan verengelsen. Toelating voor de zogenaamde ‘anderstalige opleidingen’ blijft wel nodig, maar de beoordeling van de toelatingsaanvragen ligt in handen van commissies die enkel de Engelstaligheid gunstig gezind zijn,  die pro forma vergaderen en die zowat alle aanvragen gunstig adviseren naar de Vlaamse overheid toe die dan ook geen rem wil zetten op die goedkeuring.

    Heel de bewust gecreëerde sfeer naar het Engels toe aan de Vlaamse universiteiten betekent druk om enkel in het Engels te publiceren met als gevolg de degradatie tot nagenoeg nul van de wetenschapsbeoefening in het Nederlands. Tweetalige of Engelstalige opschriften en mededelingen binnen de universitaire gebouwen doen een taalbewuste bezoeker opkijken. Er zijn doctoraatsverdedigingen die volledig in het Engels verlopen aan sommige faculteiten van Vlaamse universiteiten, waar in Nederland enkel de doctoraatsscriptie in het Engels gesteld is maar de verdediging adequaat in het Nederlands gebeurt.

    Het is meer dan nodig dat tegenover die onversaagde verengelsing ten koste van het eigen Nederlands als onderwijstaal een luide publieke kreet wordt gelanceerd. Het is nodig dat de Vlaamse politici zich ervan bewust moeten zijn, dat ze weer niet gaan toegeven door nog meer ‘versoepeling’ van een al te zeer verruimde taalregeling voor het hoger onderwijs met nog meer verdringing van de eigen taal in de decretale regelgeving in Vlaanderen. De roep naar verengelsing zal blijven aanhouden. De roep van de huidige Gentse rector zal blijven galmen en weerklank vinden in de media om de druk kracht te blijven geven. Vanuit het bewustzijn dat hier een grens ruim wordt overschreden en dat er nu al een overdreven en onnodige verengelsing ons hoger onderwijs teistert, moeten we vastberaden een hand opsteken en stellen: Niet meer, niet verder, niet langer die verengelsing! Stop ermee. Het is meer dan genoeg. Laat onze kinderen als ze naar de universiteit trekken, ook nog studeren in het Nederlands!

    Ghislain Duchâteau
    Vicevoorzitter Verbond der Vlaamse Academici,
    Verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs.

    ghislain.duchateau@telenet.be


    Naar boven


    _________________________




  • Engelse pletwals - Kaat Teerlinck en Hendrik Vos UGent juni 2014

    De verschuiving van het Nederlands naar het Engels aan de universiteiten is volop aan de gang. In het eerste nummer van Neerlandia/Nederlands van Nu van 2014 pleitten zowel Rik Torfs, rector van de Katholieke Universiteit Leuven, als Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden, voor een serene, redelijke en pragmatische aanpak. Beiden gaan ervan uit dat het Nederlands nog wel een toekomst heeft aan de universiteiten, maar dat we zeker niet krampachtig en defensief mogen vasthouden aan dat Nederlands als onderwijstaal.

    Hun pleidooien klinken overtuigend, gematigd en gebalanceerd. Universiteiten moeten zelf de keuze hebben om, zeker voor de masteropleidingen, over te schakelen naar het Engels. De vraag is hoe groot die keuzevrijheid in de realiteit nog is. In vele faculteiten, zeker in de menswetenschappen, leeft het gevoel dat er eigenlijk niet veel andere opties meer zijn. Er is op relatief korte termijn een klimaat ontstaan waarin de geleidelijke verengelsing als een noodzaak wordt ervaren. En ‘geleidelijk’ is dan wellicht een understatement: ieder jaar groeit de lijst met vakken die niet meer in het Nederlands worden aangeboden. Waar deze beweging ophoudt, en of ze ooit zal ophouden, is niet duidelijk. Stolker is wat dat betreft wel duidelijk in zijn bijdrage: “Verengelsing van de academie is niet te stoppen.”

    Er is een sfeer gegroeid van hoe meer Engels in het onderwijs, hoe beter. Wie zich daartegen verzet, wordt al snel weggezet als ofwel een sukkelaar die zelf het Engels niet goed machtig is, ofwel een Vlaams-nationalist met heimwee naar Bokrijk. Er klinkt bijgevolg niet veel protest.

    Die dominante sfeer heeft alles te maken met het belang van internationalisering voor de universiteiten. Geen rector geeft tegenwoordig nog een speech zonder dat het woord internationalisering een paar keer valt. Ook Torfs geeft het aan: “Met het Nederlands en het Frans […] als universitaire talen, raken wij […] achterop in de wereldwijde concurrentiestrijd.”.

    Het is stilaan een mantra geworden: onderwijs moet in het Engels, want anders verdwijnen onze universiteiten in de marge. “Deelnemen is een voorwaarde om te winnen”, aldus Torfs. Maar wat valt er eigenlijk te winnen? Ligt er ergens een meer?

    Veel aspecten van het universitaire leven verlopen vandaag in heel belangrijke mate in het Engels. Aan onze universiteiten wordt er graag en gretig Engels gesproken. In de wandelgangen, met buitenlandse collega’s. In de publicaties, omdat toonaangevende tijdschriften slechts manuscripten in het Engels aanvaarden. Het zou dom zijn om daar niet aan mee te doen, ondanks het risico dat het kan leiden tot een verschraling van de wetenschappelijke debatten. Maar haast automatisch wordt er nu van uitgegaan dat ook in de auditoria de lessen meer en meer in het Engels moeten worden gedoceerd.

    En dat gebeurt nu dus volop. Soms is dat knullig, maar we stand our little man. In het heetst van het betoog loopt het soms een beetje fout. Dat is niet zo erg.

    Er is een ander probleem. Professoren staan voor auditoria om te begeesteren. Om de dingen uit te leggen zodat ze blijven plakken, tot aan het examen en graag ook daarna. Taal is daarbij het wapen. Lesgeven gaat niet zozeer om de correcte woorden. Die staan al in de leerboeken. Als onderwijs het aflezen is van leerboeken, dan stoppen we er beter mee. Dat spaart iedereen tijd en de moeite van het komen. Een leerboek leest nog zo vlot in je studeerkamer of op het terras bij twee biertjes.

    Lesgeven, zeker in de menswetenschappen, is zoeken naar de fraaie formulering, naar de zin die mooi valt en perfect raakt. De anekdote komt omdat het er het goed moment voor is, en niet omdat ze de avond voordien is ingeoefend met Google Translate. De woorden moeten de juiste kleur hebben en de juiste klank, op dat moment en voor dat publiek. En het mag nijg zijn, en ook chill of cool. Het Nederlands is rekbaar. Als het verhaal daarmee aan kracht wint, mogen er vele woorden in de zinnen worden gesmokkeld.

    Schreef Hugo Claus zijn boeken in het Nederlands omdat hij in Engels niet verder raakte dan live, laugh, love? Zou het kunnen dat Tom Lanoye het Engels niet beheerst? Of zouden zij in het Nederlands schrijven omdat je een verhaal met al zijn gedoe en emoties het best kunt brengen in de taal die je het best beheerst? En is dat nu per se verspilling van talent?

    Aan de universiteiten is de trend anders. Daar wordt het betoog, waarin nuance nochtans erg belangrijk is, steeds vaker gebracht in een taal die we minder goed vast hebben. Een taal waarvan we het woordenrepertoire per definitie minder goed beheersen, taaltesten ten spijt. Dat is dapper en we doppen onze eigen boontjes. Maar de verhalen worden schraler, het onderwijs banaler.
    De voorbije jaren fnuikte een bepaalde onderzoekscultuur al heel wat creativiteit, althans in de disciplines die wij het best kennen. Met Engels onderwijs is de volgende pletwals vertrokken. Geen honderd jaar na de vernederlandsing van onze Gentse universiteit vordert de verengelsing hier snel.

    Zoals gezegd zijn daar wel een aantal goede argumenten voor te verzinnen. Torfs en Stolker geven er voldoende. Maar ze gaan eraan voorbij dat er eigenlijk op het terrein, in de faculteiten, in de departementen en in de vakgroepen, niet veel keuzevrijheid meer is. Er is een dominante sfeer die maar in één richting werkt, namelijk méér Engels, en wel zo snel mogelijk. Dat er aan dat Engelse onderwijs ook nadelen verbonden zijn, wordt niet ter sprake gebracht. Universiteiten verlenen hun bestaansrecht grotendeels aan het lef dat ze hebben, aan de brutaliteit om alles te durven problematiseren, om vaste waarheden ter discussie te stellen. Maar als het gaat over het onderwijs in het Engels wordt er helemaal niets geproblematiseerd. Internationalisering is immers een boot die we niet mogen missen. Zij die hem wel missen, zijn studenten die minder vertrouwd zijn met andere talen. Degenen die nog geen buitenlandse reizen maakten omdat dat buiten het gezinsbudget viel. Jongens en meisjes die niet al citytrippend met de mama en de papa van de ene plek naar de andere hopten of van wie de ouders geen Amerikaanse vrienden hebben die Engelse kranten laten slingeren.

    Natuurlijk is internationalisering geweldig. Taalkennis is ontzettend belangrijk en als het beste leerboek in het Engels is geschreven, moeten we dat vooral gebruiken. We wensen het iedereen toe om een semester in Berlijn te studeren, Zweeds te leren in Göteborg of een jaar te feesten op de Ramblas. Iedereen pikt er wel iets op wat de moeite waard is, al is het een lief of wat meer inzicht in het leven.

    Wie echt bekommerd is om internationalisering, wil iedereen die ervaring gunnen en niet alleen wie het vandaag kan betalen. Het loslaten van Nederlands als onderwijstaal heeft daar weinig mee te maken. Lesgeven in het Nederlands heeft ook niets te maken met vendelgezwaai of nationalistische kramp. Het heeft alles te maken met goed, geëngageerd en democratisch onderwijs.

    Kaat Teerlinck is als stagiaire verbonden aan het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent. Contact: kaat.teerlinck@ugent.be. Hendrik Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij doceert Europese Politieke Integratie, het Beleid van de Europese Unie, Besluitvorming in de Europese Unie en Actuele Vraagstukken van de Europese Politiek. Contact: hendrik.vos@ugent.be


    In Neerlandia/Nederlands van Nu, Nederlands-Vlaams tijdschrift voor taal, cultuur en maatschappij, jg. 118, nr. 2 | 2014 blz. 6-7.


    Naar boven


    _________________________


  • Het internationale symposium
    ‘National Languages in Higher Education, Science and Technology’
    te Athene, 7 november 2013 - Kort verslag van dr. Jan Roukens


    Organisatoren van dit symposium waren de Europese Vereniging voor Terminologie (EVT) en de Griekse Vereniging voor Terminologie (ELETO). Medebegunstigers waren de Délégation Général à la langue française et aux langues de France (DGLFLF) en de stichting Nederlands (sN). Het symposium vond plaats in het historische Kostis Palamas gebouw op de campus van de universiteit van Athene. De gebruikte talen waren Grieks, Frans en Engels, waartussen werd vertolkt.

    Het symposium in Athene kadert in een reeks die gedeeltelijk door de EVT werd geïnitieerd (Ljubljana, 2009), maar ook door de universiteit van Tallinn (2011) en de stichting Nederlands i.s.m. anderen (Brussel, 2008). De reeks zal worden voortgezet in andere Europese landen, met als doel de bewustwording in geheel Europa en de ontwikkeling van actiekernen te bevorderen.

    De problematiek is welbekend, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Steeds meer schakelen instellingen voor hoger onderwijs, in het bijzonder universiteiten, over van het Nederlands als taal van onderwijs en onderzoek, naar het Engels. Dit proces wordt ontnederlandsing respectievelijk verengelsing genoemd. Deze ontwikkeling is vooral op initiatief van de bestuurders van universiteiten in gang gezet, in Nederland midden jaren ’90 van de vorige eeuw. De opvolgende Nederlandse regeringen hebben zich vanaf die periode warme voorstanders getoond van deze verengelsing. Sinds enkele jaren is deze tendens overgeslagen naar de Vlaamse regering, die in juli 2012 een decreet liet goedkeuren dat een verruiming van het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs beoogde. In Nederland heeft een parlementair debat te gronde over deze kwestie nooit plaatsgehad.

    In Athene werd geconstateerd dat de verengelsing van de universiteiten in Nederland bijna een eindpunt heeft bereikt met de volledige verengelsing van de tweede cyclus (zog. Masters) en een groot deel van de eerste cyclus (Bachelor). Nederland loopt hiermee ver ‘voorop’ in Europa. Ook werd geconstateerd dat de Nederlandse wetenschapstaal in feite is opgehouden te bestaan, dood is, omdat Nederlandse wetenschappers zich niet meer in het Nederlands uitdrukken en dat ook niet meer blijken te kunnen, en omdat aan de Nederlandse wetenschappelijke terminologie al bijna een decennium geen aandacht wordt besteed. Voor Vlaanderen betekent dit niet veel goeds, het lijkt niet waarschijnlijk dat Vlaamse wetenschappers buiten de Nederlanders om de Nederlandse wetenschapstaal overeind kunnen houden, zelfs als zij dat zouden willen.

    De Noordse landen (Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken) volgen Nederland op ruime afstand. De tendens daar is te streven naar een 50-50 verhouding tussen de nationale taal (talen) en het Engels. Een onnadenkend streven, dat ook in Vlaanderen opgeld doet en de kenmerken vertoont van de soort compromissen die tussen handelaren wordt gesloten. Ook het grote Duitsland blijkt gevoelig voor de oprukkende verengelsing, terwijl centraal Europa en de romaans- en Griekstalige landen minder gevoelig zijn. Deze schijnbaar gunstige ontwikkeling kan echter tegen vallen: uit onderzoek van de evolutie van de laatste drie jaar blijkt immers dat de universiteiten in Frankrijk, Italië en Spanje in absolute zin nog niet erg onder de verengelsing lijden, maar daarentegen aan een grote inhaalslag lijken te zijn begonnen met toenames over deze periode van honderden procenten.

    De achtergronden voor de verengelsing zijn nogal divers en in hun samenhang complex. In dit verband kunnen wij daar niet op ingaan. Maar kennis daarvan is erg belangrijk voor wie het kwaad van de verengelsing te gronde wil bestrijden.
    De Europese Unie is in deze kwestie principieel correct (eenheid in verscheidenheid) maar praktisch niet steeds consequent.

    De Aanbevelingen van Athene

    Door de deelnemers van het symposium in Athene werd een aantal aanbevelingen aangenomen, met de bemerking dat deze nader moeten worden uitgewerkt en van commentaar voorzien. Het is de bedoeling dat zij worden aangeboden aan de verantwoordelijke nationale, regionale en Europese autoriteiten met het verzoek daar rekening mee te houden bij de besluitvorming. Ook zullen deze aanbevelingen voortdurend worden geëvalueerd, verbeterd en uitgebreid.

    I
    Burgers hebben het recht op alle relevante niveaus onderwezen te worden in de officiële talen van het land of de regio waar zij wonen. Om het burgers mogelijk te maken te functioneren in internationale verbanden, zullen zij geschoold worden in het gebruik van meer talen.
    II
    Het gebruik van een bepaalde onderwijstaal in publieke scholen is een zaak van algemeen maatschappelijk belang en daarom onderhevig aan democratische besluitvorming. Het is niet een kwestie die besloten wordt door de scholen zelf.
    III
    De geschreven en de gesproken taal zijn beide essentieel voor de overdracht van kennis op alle opleidingsniveaus. Het is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van overheden te verzekeren dat deze vitale instrumenten die taak optimaal kunnen vervullen.
    IV
    De gangbare praktijk om kwaliteit in het hoger onderwijs uitsluitend vast te stellen op grond van de aantallen publicaties en verwijzingen, en de voorkeur die gegeven wordt aan de Engelse taal voor deze publicaties, dient te worden afgeschaft als zijnde discriminerend, ontoereikend en onnauwkeurig.
    V
    Wetenschappelijke vooruitgang is van belang voor elke cultuur en is een integraal deel van elke cultuur. Vastlegging daarvan in de verschillende cultuurtalen is normaal en noodzakelijk.

    Jan Roukens, Brussel, 24 november 2013


  • Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012


    In de rubriek “Pinnekesdraad”  van het Nederlandse tijdschrift “Medisch contact” publiceert  de Vlaamse epidemioloog Luc Bonneux, werkzaam in Nederland, een kort artikel met als titel “Moedertaal” (9 maart 2012 | 67 nr. 10). “Hoewel het nogal provocatief geschreven is, klinkt het verfrissend op een ogenblik dat Vlaamse politieke partijen het hoger onderwijs verregaand willen verengelsen.” ( em. prof. dr. Eric Ponette)



    Begin

    Het Engels wordt de voertaal aan de Nederlandse onderzoeksinstellingen. Of toch een variant op klompen, een voertaal te vergelijken met het vulgair Latijn in de Middeleeuwen. Uit dit volkslatijn zijn veel grote cultuurtalen ontstaan, maar dat heeft wel een duizend jaar geduurd. Het klompenengels is een gedegenereerd pidgin van enige honderden woorden. Dat gaat prima om bijvoorbeeld uit te leggen hoe je een bepaald vaccin moet maken. Om te kunnen communiceren heb je maar een paar honderd woorden nodig, de technische details zijn bestemd voor een paar experts. Maar zo gauw je wat zegt over de complexiteit van het leven, gezondheid en ziekte, heb je een echte taal nodig, met fijn gevoelen voor detail en nuance.

    Slot

    De deskundigencultuur die zich hult in een vreemde taal is een erfgenaam van de inquisitie.
    De triomf van de Verlichting was minder de wetenschap, dan het delen van kennis met het volk. Scientia vincerit tenebras, kennis verdrijft het duister. Dat kan slechts als de mensen je begrijpen. De taal van ware kennis is niet het Engels, maar de taal van je moeder.

    Lees de hele tekst


    Naar boven

  • Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie - 28 november 2011



    Engels is geen probleem voor student, correct Nederlands wel


    VAN ONZE REDACTIE ONDERWIJS − 28/11/11, 00:00

    Het is natuurlijk prachtig dat een groeiend aantal hogescholen en universiteiten Engelstalig onderwijs geeft. Zo kweken zij mondige wereldburgers, die zich later prima kunnen redden op een internationaal kantoor in Singapore of Berlijn. (aldus Trouw!)

    Toch zet de Nederlandse Taalunie twee kanttekeningen bij deze trend. De eerste is: meer dan 90 procent van de studenten belandt gewoon achter een bureau in Rotterdam of Amersfoort. Daar is de voertaal hoofdzakelijk Nederlands. En die taal leren ze op zo'n Engelstalige opleiding nauwelijks meer beheersen, aldus de tweede kanttekening.

    Volgens de wet moet onderwijs in het Nederlands gegeven worden. "Daar kan onder voorwaarden van afgeweken worden", zei Linda van den Bosch, secretaris van de Taalunie, dinsdag op een symposium van Avans Hogeschool in Breda. "Maar het lijkt erop dat die uitzondering steeds meer regel wordt."

    In 2010 waren er ongeveer 1300 Engelstalige opleidingen en cursussen in Nederland, een groei van acht procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Van den Bosch vermoedt dat de onderwijsinstellingen met dit aanbod extra buitenlandse studenten willen trekken. Daar lopen er zo'n 50.000 van rond; de overgrote meerderheid (600.000) is echter nog altijd Nederlander.

    Moet die meerderheid per se colleges in het Engels volgen? Voor de kleine groep die als onderzoeker gaat
    werken is een Engelstalige opleiding evident, benadrukt Van den Bosch. Zij adviseert hogescholen en universiteiten om hun beleid af te stemmen op de taalvaardigheid die de studenten op de werkvloer moeten beheersen. Dat betekent: meer investeren in beter Nederlands.mailIcon

    Noot:
    Het is onvoorstelbaar hoeveel de Nederlandse Taalunie (NTU) doet voor het onderwijs van het Nederlands.
    Laten we daar onze bewondering en dankbaarheid voor uitspreken. Een voorbeeld daarvan is de Implementatieconferentie die de NTU origaniseerde op 8 en 9 december 2011 in Hoeven (Nederland). Klik even de koppeling aan naar het verslag van die conferentie waar onder didactici uit Nederland, Vlaanderen en Suriname de vernieuwingen in het onderwijs Nederlands aan elkaar werden voorgesteld.


    Linde Van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, kreeg net de LOF-prijs voor de bevordering van het Nederlands toegekend vanwege de Stichting Nederlands en het ANV vzw. Dat is een terechte honorering van haar werk en dat van de NTU.

    Naar boven


  • 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011



    We bedienen de buitenlandse studenten beter met goed Nederlands dan met krom Engels. Dat stelt taalkundige en publicist Rik Smits.




    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...',  
    Of er een Nederlandse volksaard bestaat of niet, één karaktertrek hebben bijna alle welopgevoede en hoogopgeleide Nederlanders gemeen: een kleinerende blik op de eigen cultuur. Uitdrukkingen als 'we zijn maar een klein landje' en het weinig complimenteuze 'op zijn Hollands' getuigen daarvan, maar ook onze buitensporige bewondering voor dominante buitenlandse culturen. Omstreeks 1900 domineerde Frankrijk, dus wilde elke kunstenaar naar Parijs, kwam er facultatief Franse les op de lagere school en adverteerde bijvoorbeeld magazijn de Bijenkorf met lange lappen geheel in het Frans gestelde tekst.

    Katzwijm
    Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt Nederland kritiekloos in katzwijm voor de Engels-Amerikaanse cultuur: Populaire radiostations brengen vrijwel uitsluitend Engelstalige muziek ten gehore, bioscopen tonen vrijwel uitsluitend films uit de Hollywoodstal en we volgen de Amerikaanse presidentsverkiezingen alsof het om de president van Nederland gaat. Maar ook onze politici kijken in het algemeen vooral over het water en staan meer dan in welk ander continentaal Europees land ook met de rug naar Europa.

    Heel bijzonder is hoe we ons van onszelf vervreemden en ons daarover ook nog eens vol zelfoverschatting op de borst kloppen met onze mythische talenkennis. Pardon: onze kennis van het Engels, want iemand die een woordje Duits of Frans spreekt, moet je tegenwoordig met een lantaarntje zoeken. Maar ook dat Engels bestaat vooral in onze verbeelding, het niveau ervan overstijgt lang niet altijd dat van een automatisch vertaalde Koreaanse gebruiksaanwijzing.

    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...', maar meer nog dat dat de NCRV in de opvoedende jeugdserie Spangas een lerares Engels doodleuk het tenenkrommende 'I think I will go soon to bed' laat uitbraken (22 december 2011).

    Onverstaanbaar Dutchglish
    Ook onze hogescholen en universiteiten laten zich niet onbetuigd. Al decennia koeterwaalsen daar hele congreszalen in onverstaanbaar Dutchglish omdat er mogelijk een buitenlander in de zaal zit (dat mag dan best een Italiaan, Argentijn of Algerijn zijn, daar zijn we ruimhartig in). Erger is dat ze grote delen van hun onderwijs ook zo aanbieden - malligheid als Engelstalige colleges Turks aan Nederlandse studenten. In Maastricht zijn zelfs de inschrijvingsformulieren alleen nog in het Engels verkrijgbaar. Dit alles ter wille van de 'internationale uitstraling' en het aantrekken van buitenlandse studenten. Tja.

    Geen ander land benadeelt de eigen bloem der natie moedwillig zo ernstig. Dat Engels is een handicap omdat studenten, ook als hun Engels zo goed zou zijn als ze zelf denken (quod non), nodeloos moeten meehobbelen in een taal die niet de hunne is. Bovendien is het Engels van het collegegevend personeel doorgaans van het niveau kolenhok.

    Sprinkhanen
    En nu ontdekte het Nuffic ook nog dat die felbegeerde buitenlanders zich als sprinkhanen gedragen: ze komen, vreten de collegeruif leeg en hoppen verder. Geen wonder, want we trekken precies de verkeerden aan. 'Onze sterke kant is onze Engelstaligheid', zei Nuffic-directeur Van den Eijnden in de Volkskrant van 23 december. Maar dan toch alleen voor studenten die niets met Nederland hebben maar te arm zijn voor de draconische collegegelden van Engeland en Amerika. Daartegenover maken we het buitenlanders die gemotiveerd naar Nederland komen zo onaantrekkelijk mogelijk door ze geen toegang te geven tot onze taal.

    Zo'n twintig jaar geleden ontwierp de Rotterdamse hoogleraar Sciarone cursussen Nederlands voor studenten uit China waarbij onder meer veel woordjes geleerd moesten worden. De Nederlandse onderwijswereld, waar men toen al op kennis neerkeek, verguisde hem, maar zijn Chinezen waren er dolblij mee en leerden de taal vlot. Het is tijd om eindelijk de waarheid onder ogen te zien en op te houden met dat rare Engels. Tijd om te investeren in goede voorzieningen voor buitenlandse studenten om Nederlands te leren en onze cultuur te leren kennen.

    Rik Smits is taalkundige en publicist.

    Bron: De Volkskrant Opinie 29-12-2011


    Naar boven


  • Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klassen in De Groene Amsterdammer 25-10-2011

    De hoogleraar wil aan zijn college beginnen. Hij heeft een laptop in zijn hand, kijkt wat verongelijkt om zich heen: 'I'm searching for a stekkerdoos, have somebody seen it?' Dit is de Nederlandse universitaire onderwijspraktijk anno 2011. Toen minister van onderwijs Jo Ritzen eind jaren tachtig opriep Engels voertaal te maken aan de Nederlandse universiteiten kreeg hij nog een storm van verontwaardiging over zich heen. Inmiddels lijkt het erop dat het gebruik van Engels usual business is aan de Nederlandse universiteit.

     Masteropleidingen zijn overwegend Engelstalig, alle universiteiten bieden bachelorvakken aan in het Engels en de Radboud Universiteit Nijmegen heeft onlangs twee en een half miljoen uitgetrokken om het hele onderwijs tweetalig te maken.  De commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) heeft in 2007 een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar het Engels als onderwijstaal. De cijfers zijn onduidelijk en beleid varieert van faculteit tot faculteit. De kernvraag blijft onbeantwoord. Voor wie internationaliseren we eigenlijk?

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011



    Hoe slim is het eigenlijk, om buitenlandse studenten Engelstalig onderwijs te bieden? Volgens Ger Groot, die in Parijs studeerde, onthouden we hun zo iets heel wezenlijks: "De ontdekking van een andere cultuur en dus vrijwel altijd een andere taal."

    Ik koesterde weinig tedere gevoelens voor Frankrijk toen ik ruim dertig jaar geleden in Parijs een jaar lang filosofie ging studeren. Mijn wereldkaart was overwegend angelsaksisch ingekleurd: daarin verschilde ik niet van het gros van mijn landgenoten. Maar Parijs lag relatief dichtbij, leek het niet aan charmes te ontbreken en filosofisch was er in die tijd inderdaad één en ander te beleven.
    Een jaar later lag de situatie er heel anders voor. Met mijn Frans, bij aankomst nog nauwelijks meer dan rudimentair, kon ik na een maandje bijles al heel best uit de voeten.
    Het Parijse leven had me bevrijd uit de vanzelfsprekendheid van de Hollandse manier van doen. Niet alles wat uit Frankrijk kwam bleek als 'chauvinisme' te kunnen worden afgedaan. Qua ideeënrijkdom moest het land in ieder geval heel serieus worden genomen. Het publieke debat had er een niveau waar Nederland een voorbeeld aan kon nemen.
    Daarnaast bleek de Franse levensstijl één van de prettigste samenlevingen te hebben voortgebracht die de wereld kent - al waren de rankings van de internationale organisaties daar nog niet helemaal achter.

    Dankzij mijn studiejaar in Frankrijk was dat land, kortom, voor mij pas begonnen te bestaan. En in weerwil van mijn latere omzwervingen door Europa is dat in dertig jaar niet veranderd. Nog altijd weiger ik te geloven dat Frankrijk, bij een internationaal conflict, bij voorbaat ongelijk moet hebben - zoals in Nederland al snel wordt gedacht. ...

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats! Alex Vanneste U.A

    Samenvatting

    In deze bijdrage behandelen wij een aantal positieve effecten en potentiële bedreigingen van de invoering van Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen (en Nederland).
    Onderwijs in het Engels is eigenlijk een verplichting geworden in de huidige geglobaliseerde academische
    wereld. Het invoeren van Engels kan een negatieve impact hebben op de onderwijskwaliteit en op de meertaligheid, zeker indien Engels te snel wordt geïntroduceerd en zonder oog te hebben voor alle mogelijke gevolgen. Alle universiteiten moeten eigenlijk zo snel mogelijk een coherent en realistisch beleidsplan ontwikkelen inzake academisch onderwijs, met eerbied voor de studenten, de professoren, de Nederlandstalige
    maatschappij en, vooral, academische excellentie.

    Artikel in het tijdschrift TORP (ts. voor Onderwijsrecht en -Beleid) jg. 2011-2012 nr. 1

    Het artikel is heel informatief, overtuigend en sterk inzichtverrijkend (G.D.)

    Lees het hele artikel

    Naar boven

  • De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen

    De Groningse professoren zijn het niet eens of de verengelsing zinvol is.
    Engelstalige scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland worden steeds meer bezocht door van huis uit eentalige Nederlandse kinderen. En in het hoger onderwijs moeten meer en meer Nederlandstalige studies plaatsmaken voor Engelse varianten. Wat heeft dit voor gevolgen?

    Het debat kunt u hiervolgen.

    Naar boven



  • Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands

    Arno Schrauwers uit zijn teleurstelling bij zijn afscheid als voorzitter van de
    Stichting Nederlands


    Ergens tussen 14 april 2002 (sN-nieuwsbrief nr.8) en 16 januari 2003 (sN-nieuwsbrief nr. 9) ben ik voorzitter geworden als opvolger van Wim Jansen, aanvankelijk als a.i., maar dat adjectief is er gaandeweg vanaf gesleten. Nu juli 2011 houd ik het voor gezien. Dat betekent niet dat ik geen hart meer heb voor de Nederlandse taal, maar dat ik tot de slotsom heb moeten komen dat ik er niet in geslaagd ben het Nederlands als belangrijk thema op de Nederlands(talig)e kaart te zetten. Individueel zeggenNederlanders dat ze het bezit van de eigen taal op hoge prijs stellen, maar in de praktijk blijkt daar er weinig van. Het Nederlands staat onder druk. Op steeds meer plaatsen moet het Nederlands wijken voor het Engels. Dat gebeurt soms met toestemming van de controlerende macht, maar vaker nog door weg te kijken. Het volk laat zich weinig horen.

    Lees de hele tekst op de pagina Artikels rond taal, taalgebruik, taalpolitiek

    Naar boven

  • De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
    Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels


    “Engels in het hoger onderwijs”

    Op steeds meer hogescholen en universiteiten wordt een belangrijk deel van het onderwijs in het Engels gegeven. De meningen daarover zijn verdeeld. Wat vind jij ervan?
    Vul de online enquête in en discussieer mee door je opmerking hieronder te plaatsen.

    Eerst meer over het onderwerp lezen?

    Aanvullende leessuggesties?
    Mail de redactie: dwvdnt@taalunie.org

    Naar boven


  • Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er wat kritische nabeschouwingen aan toe

    Het eerste is getiteld “Geen haan die ernaar kraait – August Vermeylen en de verengelsing van het hoger onderwijs" blz. 4-13. van Gita Deneckere en Ruben Mantels beiden verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de UGent.

    Het tweede is van de hand van prof. Jozef T. Devreese, actief lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici en draagt als titel “Meer Engels? Neen, meer excellentie” blz. 14-19.

    Inleiding tot het eerste artikel:

    “Dames en heren, wij zijn de drie kraaiende hanen die ons volk wakker zullen maken.”
    In het najaar van 1910 trokken de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van
    Cauwelaert en de liberaal Louis Franck eensgezind de hort op voor de vernederlandsing
    van de Gentse universiteit. Van het afgeladen volle Nieuw Circus in Gent tot het
    kleinste wijkcafé in de Antwerpse Kiel spraken deze “schitterende redenaars” over het
    “levensbelang” van hoger onderwijs in de eigen taal. Driehonderdtwintig meetings
    later hadden ze 100.000 handtekeningen verzameld op een monsterpetitie die ook de
    steun kreeg van 500 gemeentebesturen. In maart 1911 werd het wetsvoorstel ingediend
    dat de geleidelijke invoering van het Nederlands aan de Gentse universiteit in
    het vooruitzicht stelde.
    Honderd jaar later schiet Vlaanderen niet wakker als de Vlaamse regering, waar de
    N-VA deel van uitmaakt, een consensus bereikt over de versoepeling van de taalwetgeving
    op het hoger onderwijs. …

    Lees het artikel in pdf-formaat vanaf de website van Ons Erfdeel

    Na een kritische lectuur voegen wij bij beide artikels enkele nabeschouwingen toe

    Artikel 1 hinkt afwisselend op een linker en op een rechter voet. Enerzijds wordt de verengelsing van het hoger onderwijs verantwoord en opgehemeld en anderzijds worden er de nadelen van in het licht gesteld. Uiteindelijk is het een tweeslachtig artikel geworden waarbij men de positie van de beide auteurs niet achterhaalt: zijn ze voor of tegen?

    Het artikel is wel gestoffeerd met een aantal ideeën die tot reflectie aanzetten. De titel verwijst alvast naar de vanzelfsprekendheid waarmee de verruiming van de mogelijkheden tot Engelstalig hoger onderwijs wordt bejegend. De perceptie van de noodzaak van de internationalisering in een dominante kenniseconomie verklaart die vanzelfsprekendheid tot op grote hoogte. Internationalisering blijkt in dergelijke discussies als een doorslaggevend argument te worden gehanteerd. Internationalisering is gezaghebbend en verantwoordt blijkbaar een beleid tot verdere verruiming van het gebruik van het Engels als onderwijstaal ondanks de beginformulering van art. 91 van het Structuurdecreet van 4 april 2003 dat het Nederlands de onderwijstaal is in het hoger onderwijs. Hier blijkt een overmatig gebruik van het begrip ‘internationalisering’ om die verruiming te verantwoorden. Er zijn beslist tegenargumenten om die slokop in de discussie te relativeren.

    Opvallend is ook weer in het artikel 1 dat het hier zou gaan om een evidente grote verruiming van de toelaatbaarheid tot Engelstalig hoger onderwijs in afwijking van het principe van art. 91. De grondprincipes van het huidige artikel blijven in de nieuwe regeling behouden en als de hogere onderwijsinstellingen een ernstig taalbeleid willen voeren voor hun onderwijs, dan beperken zij Engelstalige opleidingen of opleidingsonderdelen tot het strikt noodzakelijke en bevorderen ze de taalbekwaamheid van docenten en studenten in het Nederlands en in het Engels.

    Omdat artikel 1 ook verslag uitbrengt van het panelgesprek dat gevoerd werd bij de opening van het August Vermeylenjaar aan de UGent op 23 november 2011 worden ook de opinies weergegeven van de panelleden in dat debat. Het is ontstellend hoe lichtzinnig en echt onoordeelkundig opinies van nochtans competent verwachte sprekers overkomen voor wie zich reëel om de status van het Nederlands als onderwijstaal bekommert. De uitbundigste voorstander van verengelsing blijkt in die groep panelleden toch wel de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet die zich zonder bekommernis voor de eigen taal uitlaat voor een gemeenschappelijke Europese taal. Ook Siegfried Bracke roept onbewimpeld uit: “Hoe kun je hier tegen zijn”. Volgens hem is de verengelsing een opportuniteit die we pragmatisch moeten aangrijpen en waarvoor een té knellende taalwetgeving moet worden aangepast. Als beleidsvoerders uit het hoger onderwijs roepen dat de huidige regeling te  knéllend is, dan is het niet moeilijk dat met lichtzinnige overtuiging over te nemen en uit te galmen.

    Aanleiding tot de tweevoetigheid of tweeslachtigheid van artikel 1 zijn wel de citaten van August Vermeylen zelf die tot leidraad in het debat moesten dienen. Wie kent niet zijn kreet “Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn om Europeeërs te worden”? Hij zei dat in een totaal andere context en met duidelijk als gezaghebbende universiteitsrector en politicus de prioriteit van de eigen taal voor het hoger onderwijs voor ogen. Niets belet ons Europees te denken en tezelfdertijd de eigen taal en cultuur als een hoogst belangrijk gegeven van de eigen identiteit te beleven. Studeren in het Nederlands geeft uitermate meer kans tot studierendement en kan voeren tot een maatschappelijke functie die ten dienste kan worden gesteld van de eigen gemeenschap.

    Artikel 2 van prof. Devreese wekt voor de lectuur het vermoeden dat hier een tegengewicht wordt aangereikt voor de zogenaamde onomkeerbaarheid van de verengelsing in het hoger onderwijs. Het artikel is korter, geen verslag, maar een argumentatie voor een redelijker attitude ten overstaan van de besproken thematiek. Het staat ook preciezer en veel concreter bij de beperkte verruimingsmogelijkheden die het Vlaamse Parlement voorziet goed te keuren in zijn hervorming van het hoger onderwijs in de komende maanden. Zijn standpunt is bijzonder genuanceerd en moet matigend en redelijk overkomen bij een weldenkende kritische lezer: “Het decreet van 4 april 2003 over het taalgebruik in het universitair en hoger onderwijs biedt ruimte voor een evenwicht waarbij aan de eigen landstaal onverminderd de plaats wordt verzekerd die haar toekomt, terwijl eveneens ruimte wordt geschapen voor deelcurricula in vreemde talen, veelal in het Engels, zowel voor onze eigen studenten als voor gaststudenten”.  In het licht daarvan moet de voorziene verruiming klein zijn en moeten de politieke en academische beleidsvoerders hun verantwoordelijkheid opnemen om het Nederlands zijn plaats in wetenschap en onderwijs te laten behouden als de studies gericht zijn op een functionaliteit binnen de eigen gemeenschap. In veruit de meeste professionele bacheloropleidingen is dat zo en zouden Engelstalige cursussen volkomen misplaatst zijn. Ook vele masteropleidingen kunnen gericht zijn op de eigen taalgemeenschap en behoeven geen verengelsing als dusdanig.

    Van groot gewicht lijkt mij ook het pleidooi van de auteur van artikel 2 voor excellentie in universitaire seminaries en laboratoria. Hij besluit terecht zijn tekst met de volgende treffende zin: “De enige manier om onze universiteiten grotere internationale uitstraling te bezorgen is het versterken van de excellentie van het wetenschappelijke onderzoek.” Het taalgebruik is daar niet zo relevant: ook buitenlandse studenten kunnen hieraan in het Nederlands participeren en Vlaamse studenten kunnen dat met hun buitenlandse studiegenoten in het Engels beleven.

    Tot besluit kunnen we stellen dat hier een intellectueel eerlijke reflectie over de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs meer dan wenselijk is en dat meehuilen met de wolven in het bos hoogst ongepast en onwenselijk is. Wat is er mooier en efficiënter dan te kunnen communiceren in de eigen taal? en dat is toevallig volgens de 30-jarige Nederlandse Taalunie toch ook een wereldtaal. Laat die taal, dat Nederlands, dan gedijen in het intellectuele universum die het hoger onderwijs biedt.

    Ghislain Duchâteau

    Hasselt, 8 februari 2011

    Naar boven


  • August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent -
    openingsdebat op dinsdag 23 november 2010:
    verengelsing van het hoger onderwijs

    ‘Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden’

    Openingsdebat van het August Vermeylenjaar over de verengelsing van het hoger onderwijs met:

    • Pascal Smet (minister van Onderwijs)
    • Fientje Moerman (Vlaams parlementslid)
    • Siegfried Bracke (federaal Kamerlid)
    • Kris Versluys (directeur onderwijsaangelegenheden UGent)
    • Tom Demeyer (VVS-studentenvertegenwoordiger)

    Rector Paul Van Cauwenberge en prof. dr. Gita Deneckere leiden het debat in.
    Moderator: Marc Reynebeau

    23 november 2010, 20 uur, Aula van de UGent, Voldersstraat 9, Gent.

    Organisatie: UNIVERSITEIT GENT – VAKGROEP GESCHIEDENIS – INSTITUUT VOOR PUBLIEKSRECHT

    Informatie over het August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent: klik hier

    Zie de tekst: De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK Gita Deneckere 22-11-2010

    De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
    Gita Deneckere 22-11-2010

    De auteur vreest dat de nakende versoepeling van de taalwetgeving een dualiteit zal creëren in het hoger onderwijs in Vlaanderen, met aan de ene kant de ‘topstudent' die internationaal gerekruteerd wordt en aan de andere kant de gemiddelde millenniumstudent.

    Lees die tekst

    Naar boven


  • Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010


    Ik heb niets tegen het Engels, zegt GUIDO VANHEESWIJCK, wel tegen de onnadenkende manier waarop het in het hoger onderwijs wordt ingevoerd. Voorts wekt het bij hem verbazing dat voetstoots wordt aangenomen dat het zo het beste is.




    De heisa rond de voorstellen van Pascal Smet om het Engels als tweede taal in te voeren heeft tenminste het voordeel dat de discussie rond het talenbeleid in het Vlaamse onderwijs wordt aangezwengeld. Die is tot dusver immers nagenoeg helemaal afwezig, hoewel er de laatste maanden belangrijke beslissingen in dat verband zijn genomen. Eigenlijk is het paradoxaal. Terwijl het gekrakeel rond Brussel en de zoveelste staatshervorming elke dag wordt becommentarieerd, worden er in de marge van die aandacht minstens even belangrijke beslissingen genomen over de groei van het Engels en de teloorgang van het Nederlands (en andere talen) in het hoger onderwijs.

    Lees verder


    Naar boven


  • Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010

    De internationalisering en het taalregime in het hoger onderwijs zijn opnieuw aan de orde. De Vlaamse regering besliste onlangs een ‘versoepeling’ van de wetgeving op de onderwijstaal voor te stellen aan het Vlaams Parlement. Maar waarom onderwijs geven in een vreemde taal?

    Door Jozef T. Devreese, professor emeritus in de fysica van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven

    Het Vlaams decreet van 4 april 2003 bepaalt dat het Nederlands de onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is. Het decreet geeft tevens aan in welke mate en voor welke onderdelen van de bachelor- en masteropleidingen een andere taal kan worden gebruikt.

    Over een aantal algemene doelstellingen van het taalbeleid voor het universitair en het hoger onderwijs bestaat een ruime consensus: een evenwicht realiseren tussen het gebruik van het Nederlands en van vreemde talen (in het bijzonder het Engels) als onderwijstaal; de studenten optimaal internationaal onderdompelen, afhankelijk van de finaliteit van hun studie; en de maximale internationale uitstraling van onze universiteiten en laboratoria stimuleren.

    Wanneer het over de modaliteiten gaat om die doelstellingen te realiseren, lopen de meningen echter uiteen. Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van de onderwijstaal is dat Engelstalig onderwijs nodig is om buitenlandse topstudenten aan te trekken en onze internationale uitstraling te vergroten.

    Tot voor kort trokken we buitenlandse studenten en vorsers aan door geselecteerde specialisatieopleidingen in het Engels aan te bieden, met een apart getuigschrift en gesteund door excellentiepolen in het onderzoek. Dit waren de eenjarige ManaMa-opleidingen, master na master. Via wetenschappelijke samenwerkingsverbanden leidde dit tot een levendige internationale uitwisseling van studenten. De getuigschriften van die opleidingen waren niet gelijk aan, maar hoger dan een masterdiploma.

    Spanningsveld

    Die opleidingen zijn recentelijk echter ‘ingedaald’ in de Nederlandstalige masteropleidingen, in een poging tot rationalisatie. Daardoor ontstaat een spanningsveld omdat Nederlandsonkundige studenten zullen afhaken. Dat was een van de argumenten om de Nederlandstalige masteropleidingen te verengelsen en het taaldecreet aan te passen.

    Er bestonden evenwel alternatieven. Het was niet het taaldecreet dat aangepast moest worden. Belangrijker is de rationalisatie die kan worden doorgevoerd via het financieringsdecreet voor het hoger onderwijs. Op die manier kunnen de specialisaties gericht op buitenlandse studenten opnieuw ontkoppeld worden van het masterdiploma. Andere landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië organiseren dergelijke internationale opleidingen als een ‘doctoral school’. Voorbeelden uit de wetenschappen zijn de Les Houches-school in Frankrijk en het Abdus Salam Centre in het Italiaanse Triëst.

    Ook na het nieuwe voorstel van de Vlaamse regering aan het Vlaams Parlement blijft de inrichting van specialisatiecursussen, los van het masterdiploma, een vruchtbare optie die daarenboven toelaat de basismasteropleiding verder overwegend in het Nederlands in te richten.

    Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van het hoger onderwijs is dat het Engels de taal van de wetenschap is. Deze stelling is fout. Veeleer geldt dat wiskunde de taal van de wetenschap is. En een nieuwe taal leer je toch het best vertrekkend vanuit je eigen moedertaal? De Franse grammatica leren we ook niet in het Engels.

    Onze studenten komen nu al evenwichtig in contact met vreemde talen, vooral met het Engels. Tijdens de bachelor- en masteropleiding verloopt de basisopleiding in het Nederlands, met een zinvol aantal lessen in het Engels. De studenten volgen (vooral vanaf de masteropleiding) seminaries in het Engels en zij gebruiken, afhankelijk van de discipline, ook anderstalige handboeken.

    Lat

    Doctorandi, de meest relevante deelgroep voor internationalisering in sommige studierichtingen, komen via werkbesprekingen in het laboratorium, seminaries en (internationale) symposia ruim in contact met het Engels. Het blijkt dat de Vlaamse afgestudeerden op internationale congressen, na de alumni van bijvoorbeeld Cambridge en Oxford, het Engels, de ‘lingua franca’ van vandaag, nu reeds het best beheersen. Dat illustreert hoe het evenwicht Nederlands-Engels voor onze studenten kan worden bereikt binnen het decreet van 2003.
    De masteropleiding is trouwens niet de ideale omgeving ter bevordering van onze internationale uitstraling. Dat niveau legt de lat niet voldoende hoog voor het aantrekken van de betere buitenlandse studenten op basis van de excellentie van onze laboratoria en onderzoekers. In de praktijk zien we, op het masterniveau, buitenlandse studenten met soms relatief beperkte capaciteiten en vaardigheden die toch een diploma behalen en dan meteen gerechtigd zijn leraar te worden in ons secundair onderwijs. Zij kennen meestal weinig of geen Nederlands.

    Een veel meer geschikt niveau voor internationalisering ligt hoger dan dat van het regulier mastercurriculum: de oprichting van internationaal toegankelijke doctorale scholen geassocieerd aan de excellentiecentra van onze universiteiten. De lat ligt dan eveneens hoger voor buitenlandse studenten die willen studeren aan onze universiteiten. Wat hier wordt voorgesteld, is consistent met wat in landen zoals Duitsland en Frankrijk in de praktijk wordt gebracht.

    Met dank aan prof. Devreese die ons het artikel heeft doorgestuurd


    Naar boven

  • Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese

    woensdag 25 augustus 2010

    Meer Engels in het Vlaamse hoger onderwijs zal leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal, vreest hoogleraar fysica Jos Devreese.



    Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies

    Recent besliste de Vlaamse regering om (met uitzondering van de kunstopleidingen) alle academische opleidingen van de hogescholen over te hevelen naar de universiteiten. Die gelegenheid wordt ook aangegrepen om het taalregime in het hoger onderwijs te versoepelen. Het Nederlands blijft dé onderwijstaal, maar de niet-taalopleidingen zullen ook meer in een andere taal mogen worden gegeven. Concreet: het Engels wordt dan de lingua franca.

    Een decreet van 4 april 2003 laat al toe dat voor 10 procent van het programma van een bacheloropleiding (of 18 studiepunten) een andere taal wordt gebruikt. Ook voor een masteropleiding mag dat, als ze binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands wordt aangeboden. De nieuwe regeling trekt het aandeel in een andere onderwijstaal voor een bacheloropleiding op tot 30 studiepunten en eist nog steeds dat een anderstalige masteropleiding een Nederlandstalig equivalent krijgt, maar dan binnen Vlaanderen. Dat studenten door deze regeling meer in het Engels les moeten volgen en blokken, stuit op kritiek van Vlaamse academici.

    Een van hen is Jos Devreese, fysicus en emeritus hoogleraar van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is ook actief binnen het Verbond van Vlaamse Academici (VVA), maar is daarom niet principieel tegen het gebruik van een andere taal in het hoger onderwijs. “Zeker niet”, zegt Devreese. “In mijn academische loopbaan heb ik talrijke internationale onderzoeksprojecten, verenigingen en congressen geleid. Voorts ben ik auteur of medeauteur van honderden wetenschappelijke artikels. Ik weet dus dat in mijn domein het Engels de werktaal is, ook al is het vaak gebroken Engels.”


    Een sleutelwoord in de taalregeling van 2003 voor het hoger onderwijs is “evenwicht”.

    Jos Devreese: “In de context van internationalisering en mondialisering heeft het decreet van 2003 een goede balans gecreëerd tussen het principe van het Nederlands als onderwijstaal en het gebruik van andere talen in de opleidingen. Zo merk ik ook dat buitenlandse vorsers in onze onderzoeksgroepen eveneens voor contacten in het Engels zorgen met de studenten in de masteropleidingen. Mijn bezorgdheid is dat een soepeler regeling nadelig zal zijn voor de onderwijstaal Nederlands.”

    U geeft de voorkeur aan “meer excellentie in plaats van meer Engels”?

    Devreese: “De output van ons hoger onderwijs bevestigt die stelling. Vlaamse doctorandi en afgestudeerden komen op internationale congressen en in onderzoeksgroepen in het buitenland na de alumni van Cambridge en Oxford het best uit hun woorden in het Engels. Ze kennen bovendien vaak nog andere talen. Door het decreet van 2003 komen Vlaamse studenten nu al met het Engels in contact in de bachelor- en masteropleidingen en dat is heel goed. Ook voor hun proefschriften moeten ze veel Engelstalige bronnen raadplegen. Maar om goede buitenlandse studenten aan te trekken, hoeft dat niet verder uitgebreid te worden. Specialisatie- of master-na-masteropleidingen in het Engels zijn veel geschikter. Ze sluiten aan bij onze wetenschappelijke excellentiecentra en dragen bij tot een levendige internationale uitwisseling. Belangrijk is ook de factor diversiteit. In de theoretische fysica bijvoorbeeld beschouw ik de afleidingen van de Franse school met Pierre-Simon Laplace en Joseph Louis Lagrange als poëzie. De Duitse school brengt meer doorwrochte bewijsvoeringen. Die veelheid van stijlen is vruchtbaarder voor de wetenschapsontwikkeling dan een beperking tot bijvoorbeeld enkel de Angelsaksische benadering.”

    Vooral de rectoren van de universiteiten hebben aangedrongen op meer Engels in de opleidingen. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) somt drie redenen op: de nood aan vakspecifieke kennis in sommige wetenschapsdomeinen, meer buitenlandse studie-ervaring voor Vlaamse studenten en de internationale profilering van de Vlaamse universiteiten.

    Devreese: “Die valabele doelstellingen kunnen ook perfect worden bereikt met het decreet van 2003. En nogmaals: internationale uitstraling kan volgens mij vooral tot stand worden gebracht via specialisatieopleidingen. De aantrekkingskracht voor buitenlandse studenten hangt dan niet alleen af van de onderwijstaal, maar veel meer van de kwaliteit van die opleidingen en de daarmee geassocieerde excellentiecentra. Op het niveau van de masteropleidingen zal meer Engels daartoe niet veel bijdragen. Uit eigen ervaring weet ik dat de gemiddelde buitenlandse student die zich voor een masterprogramma in Vlaanderen meldt, relatief zwak is en dat ook een opleiding in het Engels dat niet rechtzet. Elders ziet men dat anders. Aan de Technische Universiteit van Berlijn bijvoorbeeld wordt aan buitenlandse studenten voor een masteropleiding gevraagd dat ze minstens een passieve kennis van het Duits hebben.”

    De universiteitsrectoren stuurden erop aan een derde van de bacheloropleidingen in een andere taal te geven en dat aandeel voor de masteropleidingen op te trekken naar 50 of 100 procent. Een meerderheid in het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse regering heeft die ambities toch nog aanzienlijk teruggeschroefd?

    Devreese: “Desondanks vind ik dat die politieke consensus het evenwicht in het decreet van 2003 onnodig verstoort. Het grootste gevaar is dat de deur op een kier wordt gezet voor steeds meer en uitsluitend Engelstalige masteropleidingen en dat we naar Nederlandse toestanden verglijden. Een cruciale vraag is of onze universiteiten worden gefinancierd om op de eerste plaats Vlaamse jongeren optimaal of te leiden of om – ook minder uitmuntende – studenten uit het buitenland aan te trekken.”

    De geplande versoepeling zal volgens u vooral leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal?

    Devreese: “Ja. Als masteropleidingen in het Engels worden gegeven, zullen gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal verloren gaan. Het loont dan ook steeds minder de moeite om Nederlandstalige handboeken te maken. Dat zal zich zelfs doorzetten tot op het niveau van het secundair onderwijs. Denkt u dat Italië, Duitsland of Frankrijk in hun hoger onderwijs niet zullen vasthouden aan de eigen taal? Afstappen van de regeling van 2003 getuigt volgens mij van een Vlaams gebrek aan zelfrespect.”

    Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zegt dat alleen de relevantie voor een opleiding het gebruik van een andere taal kan motiveren. Voor Europees en internationaal recht bijvoorbeeld is het Engels aangewezen, maar niet voor wie hier advocaat aan de balie wil worden. Smet zegt dat het Vlaamse hoger onderwijs niet mag doorslaan zoals in Nederland.

    Devreese: “Ik hoor het hem graag zeggen, want ongeveer 90 procent van de afgestudeerden van de Vlaamse universiteiten en hogescholen heeft een loopbaan in Vlaanderen. In Nederland verlopen naar schatting al 20 tot 30 procent van alle hogere opleidingen in het Engels. In Vlaanderen is dat 2 tot 3 procent en in Frankrijk nog minder. Een taal kent veel subtiliteiten en nuances. Dat sijpelt door in het onderwijs. Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies op drie vlakken. Veel docenten beheersen het Engels zelf onvoldoende. Vlaamse studenten krijgen het moeilijker om de leerstof goed op te nemen. En zoals gezegd, zijn te veel buitenlandse studenten die zich bij ons voor een masteropleiding inschrijven, relatief zwak.”

    Frank Fleerackers, decaan van de Rechtenfaculteit van de Hogeschool-Universiteit Brussel en VVA-voorzitter, waarschuwt dat achttienjarigen kunnen struikelen door een “dubbele taalsprong”: ze moeten het vakjargon van een opleiding leren en dat tegelijk in het Engels doen.

    Devreese: “Zijn bekommernis is heel terecht.”

    De versoepeling van het decreet van 2003 komt er net op een moment dat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering. Betreurt u dat?

    Devreese: “Mijn kritische houding is louter cultureel geïnspireerd. Ze staat los van politieke strekkingen of partijen.”

    Maar u vindt wel dat de Vlaamse regering op haar stappen moet terugkeren?

    Devreese: “Uit debatten met verantwoordelijken van het hoger onderwijs en de bedrijfswereld heb ik geleerd dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen als het gaat over het belang van het Nederlands als onderwijstaal en van het evenwicht dat er moet zijn wanneer voor opleidingen ook een andere taal wordt gebruikt. Maar de voorgestelde versoepeling dreigt vooral een hefboom te worden voor een verregaande en moeilijk omkeerbare verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. Daarom pleit ik voor het behoud van het decreet van 2003. Misschien vinden sommigen dat conservatief. Maar als iets goed is, moet je het niet veranderen.”

    Patrick Martens
    Uit: Knack
    25 augustus 2010

    Knack.be Nieuws, duiding en discussie

    Naar boven

  • Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens

    geschreven in de aanloop van het Congres van 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement

    In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels. Meer dan de helft van de masteropleidingen wordt in het Engels gegeven. Jan Roukens, bestuurslid van de Stichting Nederlands, houdt in De Kwestie een pleidooi tegen de afbreuk van het academische Nederlands en wijst op de risico’s. “Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat, als vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is”.

    ___________________

“Met de bedienden spraken wij Vlaams,” vertelt de Brusselse elite die het nog heeft meegemaakt. Bedienden sliepen onder de nok en werkten in het souterrain. Da­mes en heren woonden tussen zolder en kelder, en spraken Frans onder elkaar.

Vlamingen die wilden meetellen in dat goede België konden stude­ren, in het Frans. Nederlands was immers niet geschikt voor hoger onderwijs of wetenschapsbeoefe­ning.

Nederlandstalig onderwijs werd pas in 1932 toegelaten in de juridische faculteit van de Gentse universiteit.
Gevolg was dat de elites in België, ook de Vlamingen onder hen, tot na de Tweede Wereldoorlog Franstalig waren of werden. De gevolgen van deze nu onvoorstel­bare taal­discriminatie laten zich nog steeds voelen, in sociale ver­houdingen en in de politiek.
De Nederlandse taalrechten die de Vlamingen ruim een halve eeuw geleden na veel strijd ver­worven hebben, laten zij zich niet gauw afnemen.

Aan de Nederlandse universiteiten heerste een halve eeuw geleden onbedreigd het Nederlands.

Iedereen sprak Nederlands, ook docenten en studenten uit het buitenland, al waren dat er weinig. Nederlanders telden internationaal mee in de academische discipli­nes en het bedrijfsleven, zij ken­den drie andere moderne talen en werden daarvoor gewaardeerd. Na 5 eeuwen stapsgewijze ont­wikkeling van het Nederlands tot cultuur- en wetenschapstaal die zich kon meten met andere Euro­pese talen, werd eind vorige eeuw vrij plotseling een andere weg in­geslagen. Niet terug naar het La­tijn, maar vooruit naar het Engels.
Wat waren de motieven van de­genen die deze omslag bewerkten en waaraan ontleenden zij hun in­zichten? Waren het de managers, vaak oud-bedrijfsleiders of be­drijfseconomen, die de universi­taire colleges van bestuur gingen bemannen en de traditionele auto­riteit van de hoogleraren verdron­gen? De tijdgeesten heetten glo­balisering en privatisering, ook van het onderwijs. Neoliberalen spraken van het in de markt zetten van de universiteit die het product ingenieurs, artsen, juristen en doctorandussen leverde voor de wereldmarkt.
Een meerderheid van de politieke klasse gedoogde dit beleid, ook al was het in strijd met de wet en ook al moesten de banden met de Ne­derlandse samenleving losser worden.
Extreem voorbeeld is de universi­teit Maastricht. Maastricht hanteert de slagzin ‘En­gels, tenzij …’ en bagatelliseert het rapport ‘Neder­lands, tenzij …’ van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akade­mie van Wetenschappen). De uni­versiteit schrijft “op weg naar een internati­onale academie” te zijn: bestuur en beheer spreken er En­gels en ook docenten en studen­ten wor­den verondersteld Engels te spre­ken.

Men stelt geen vragen bij de kwa­liteit van het onderwijs dat onder druk staat als vrijwel alle betrok­kenen een taal gebruiken die de hunne niet is. Voor welke markt deze universiteit de vooral Ne­derlandse studenten klaarstoomt, is niet duidelijk. De meesten zullen in Nederland werk zoeken, en daar moeite hebben zich aan de taal aan te passen.

Steeds meer Nederlandse en Vlaamse culturele en weten­schappelijke organisaties maken zich zorgen en wensen dat het Nederlands helemaal terugkeert in de collegezalen.

Het is niet wenselijk dat Neder­landse universiteiten de toekom­stige intellectuelen opleiden in het Engels, om in Nederland in gebro­ken Engels of gebroken Neder­lands te functioneren. Help!... de dokter, de rechter of zelfs de mi­nister spreken een soort Engels, dat willen Nederlanders toch niet meemaken?

Studenten moeten daarom in ei­gen land in de eigen taal kunnen studeren en examens doen, ook al is dat anno 2008 niet meer het geval voor de meeste studierich­tingen in Nederland.

Ook ‘Europa’ moet zich zorgen maken over de voortvarendheid waarmee in Nederland het aca­demische Nederlands wordt afge­broken. Die ontwikkeling leidt tot culturele eenvormigheid en eenta­ligheid en staat haaks op het poli­tieke project ‘Europa’, en het soci­aal-culturele model dat Europa voor ogen staat met de nadruk op culturele en taaldiversiteit en meertaligheid. Als het Neder­landse voorbeeld in meer Euro­pese landen zou worden gevolgd, leidt dat tot voortschrijdende poli­tieke onlust en onrust.
(auteur: Jan Roukens)

Jan Roukens is bestuurslid van de stichting Ne­derlands. Hij is coördi­nator van het congres over ‘Ne­derlands in het hoger onderwijs en in de we­tenschap’, dat de stichting Neder­lands en de verenigingen NL-Term en Algemeen Neder­lands Verbond (ANV) op 10 okto­ber organiseren in het Vlaams Parlement in Brussel.

Deze opiniebijdrage werd eerder gepubliceerd in Transfer (www.transfermagazine.nl), het vakblad over de internationalisering van het hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Uit een inventariserend onderzoek dat Albert Oosterhof (UGent) vorig jaar uitvoerde in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland blijkt dat in Nederland in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven wordt. Aan de Vlaamse universiteiten is het aan­deel van het Engels (doorgaans) beperkter en het is over de voor­bije jaren ook hooguit in (relatief) beperkte mate toegenomen.

Bron: De Taalsector.be


Naar boven

  • De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement

    Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap?

    Albert Oosterhof, Willy Martin, Jan Roukens & Els Ruijsendaal (red.). (2010).
    Gent: Academia Press. X + 180 pagina’s -17 euro.

    De bundel behandelt de vraag hoe we om moeten gaan met de voertaal in ons hoger onderwijs. Moet de onderwijstaal zo veel mogelijk Nederlands blijven, mogen er ook andere talen een rol spelen, of moeten instellingen voor hoger onderwijs massaal overschakelen op het Engels? Welke keuzen moeten gemaakt worden ten overstaan van de taal waarin wetenschappelijke publicaties worden gesteld?

    Op 10 oktober 2008 werd over de onderwijstaal in het hoger onderwijs en in de wetenschap een congres gehouden in het Vlaamse Parlement in Brussel. De deelnemers werden verzocht hun bijdragen te publiceren en van de meesten kon een artikel worden opgenomen in deze bundel. Omwille van een totaalbeeld rond deze problematiek kregen in de loop van 2009 een aantal academici en anderen de gelegenheid bepaalde aspecten van de problematiek bijkomend  toe te lichten. Enkele bijdragen in dit boek zijn (bewerkte) versies van artikelen die al elders verschenen zijn. Bijdragen werden verzameld zowel uit Vlaanderen en Nederland als van buiten het Nederlandse taalgebied.

    De bundel omvat vier delen. In het eerste deel (De voertaal in ons hoger onderwijs: Stand van zaken en achtergronden) zitten twee artikelen waarin de resultaten worden besproken van recente kwantitatieve studies naar het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Vandenbussche bespreekt de studie van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, waarin een beeld wordt gegeven van de situatie in ons taalgebied. Oosterhof gaat in op de algemene relevantie van enquêteresultaten, waarbij hij ook enkele gegevens uit de ACA-studie die English-Taught Programmes in European Higher Education (Wächter & Maiworm 2008) presenteert.

    Het tweede deel (Nederlands of Engels?) bevat artikelen die antwoord geven op de vraag of ons hoger onderwijs en de wetenschap het Nederlands en/of het Engels als onderwijstaal moet gebruiken. Hierin zijn teksten opgenomen die vooral ook een bijdrage leveren aan de opinievorming over de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. In de eerste bijdrage, van Van Marle, worden de gevolgen van de ‘verengelsing’ besproken voor (de positie van) de Nederlandse taal in het algemeen en in het bijzonder onze standaardtaal. De wat kortere bijdragen van Devreese (wetenschapper) en De Cock (politicus) zijn in andere vorm eerder verschenen als opiniestukken in landelijke kranten. Beiden presenteren argumenten tegen de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. Ook in het essay van Von der Dunk staan kritische kanttekeningen bij deze ontwikkelingen. Hij brengt als nuancering aan dat er bepaalde vakken zijn waarvoor het begrijpelijker is dat cursussen in het Engels worden gegeven. Het gaat dan om vakgebieden die inderdaad in groten getale buitenlandse studenten trekken, of die uit de aard der zaak bij uitstek internationaal zijn.

    De bijdragen in het derde deel van de bundel  (De internationale context) plaatsen deze discussie over de onderwijstaal in een internationaal/Europees of intercultureel perspectief. Peeters bespreekt een aantal ontwikkelingen op het internationale toneel die illustratief zijn voor de invloed die het Engels heeft op andere talen, taalgebieden en culturen in Europa en de wereld. Zijn artikel biedt ook een overzicht van relevante internationale literatuur en onderzoeksprojecten ter zake. Arntz bekijkt de ontwikkelingen die internationaal leiden tot de verengelsing van het hoger onderwijs vanuit een Duits perspectief en bespreekt een aantal voorstellen en projecten die er juist voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Duitsers en Nederlanders hun eigen talen kunnen blijven gebruiken in communicatie op internationaal niveau. Van Keymeulen (taalkundige) betoogt dat internationalisering van de wetenschap en de dominantie van het Engels kunnen leiden tot verschraling en verlies aan internationale culturele diversiteit. Draaisma (psycholoog) en Celens (ingenieur) bespreken een aantal internationale ontwikkelingen in hun specifieke vakgebieden en de (deels) nadelige gevolgen van de opkomst van het Engels als voertaal.

    In het vierde deel van de bundel wordt de discussie toegespitst op maatregelen die in verschillende contexten genomen (moeten) worden als reactie op de ‘verengelsing’ en op verschillende scenario’s die zich in de toekomst voor kunnen doen. Martin bekijkt de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse wetenschappelijke vaktalen en brengt deze gevolgen in verband met functie- en domeinverlies van het Nederlands in het algemeen. Een aantal maatregelen worden voorgesteld die ons dichter kunnen brengen bij een ideale situatie voor het Nederlands als cultuurtaal in relatie tot wetenschappelijke vaktalen. Van der Horst gaat in op de vraag in hoeverre een taalsituatie beïnvloed kan worden door de inspanningen van taalverzorgers en taalpolitici. Zijn stelling is dat het wetenschappelijk gezien nog maar de vraag is of taalpolitiek effect heeft, een stelling die uiteraard relevant is voor de discussie over wat er moet gebeuren als reactie op de aanwezigheid  van het Engels in het hoger onderwijs. Vanneste presenteert in zijn bijdrage een discussie over het beleid dat aan een specifieke instelling, de Universiteit Antwerpen, gevoerd wordt in verband met de onderwijstaal. Sercu denkt na over de implicaties van een ruimer gebruik van het Engels als onderwijstaal op het niveau van het hoger onderwijs voor het secundair onderwijs. Els Ruijsendaal brengt een afsluitende bijdrage vanuit het perspectief dat de organisatoren van het congres in 2008 hadden. Vanuit die doelstellingen wordt een samenvattend overzicht gegeven van verschillende facetten die tijdens het congres in oktober 2008 en nu ook in deze bundel aan de orde zijn gekomen.

    Zie het Woord vooraf  tot  de bundel VII tot IX

    Deze bundel verscheen nagenoeg gelijktijdig met het Symposium in de Aula Jan Fabre U.A.
    op zaterdag 13 maart 2010 “Beter Engels of beter Nederlands? Taal in het hoger onderwijs”.


    Naar boven

  • Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs - 15-9-2009

    Open brief

    Antwerpen, 15 september 2009.


    Aan de Rectoren van de Vlaamse Universiteiten
    Aan de Algemene Directeurs van de Vlaamse Hogescholen

    Ter kennisgeving aan

    de Voorzitter van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen
    de Fractievoorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen in het Vlaamse Parlement


    Hooggeachte heer Rector,
    Hooggeachte heer/mevrouw Algemene Directeur,


    Het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) volgt al jarenlang de evolutie van het taalgebruik aan de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse hogescholen. Het was intensief betrokken bij de totstandkoming van het Structuurdecreet op het hoger onderwijs van 4 april 2003. Het kent de regelgeving van het hoofdstuk Taal en de artikels 90 over de bestuurstaal en 91 over de onderwijstaal.

    Daarbij heeft het VVA geconstateerd dat de regelgeving van art. 91 voor het gebruik als onderwijstaal in de hogere onderwijsinstellingen ruimschoots ruimte biedt voor internationalisering en tegelijkertijd het Nederlands honoreert als onderwijstaal.

    Sinds de toepassing van het decreet zijn er vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen stemmen opgegaan om die regeling van art. 91 zoals dat genoemd wordt te ‘versoepelen’. Om gehoor te geven aan die aspiraties heeft de onderwijsminister een informatieronde belegd om zeker van de normale adviesorganen voor het hoger onderwijs daarover een opinie en een advies te ontvangen. Wij kennen de adviesrapporten van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad. De onderwijsminister heeft wegens het einde van de legislatuur daaraan geen decretaal gevolg gegeven.

    Wij constateren dat vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen verder aangedrongen wordt op veranderingen in de huidige regelgeving van artikel 91 van het structuurdecreet.

    Wij verklaren hierbij met stelligheid dat wij de huidige regeling willen behouden en dat wij menen dat een verruiming van de regelgeving naar nog meer verengelsing toe in de initiële opleidingen in het hoger onderwijs geenszins de belangen van de universiteiten en hogescholen, noch die van de studenten noch die van de Vlaamse gemeenschap dienen.

    Wij menen dat de argumentatie zoals vervat in de adviezen van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad onvoldoende overtuigend zijn om aan de huidige regelgeving veranderingen aan te brengen.

    Wij willen daartegenover de constructieve argumentatie aanreiken zoals die vervat ligt in het  artikel van prof. emeritus dr. Erik Ponette TAAL HOGER ONDERWIJS EN INTERNATIONALISERING in de ‘Periodiek’
    van het Vlaams Geneeskundigen Verbond, jan-feb 2009 http://www.vgv.be/pdf/nper/Periodiek%20jan%20feb%20maa%202009.pdf
    Wij voegen de tekst van dit artikel als bijlage bij deze brief als intrinsiek deel uitmakend van ons schrijven.

    Opportunistische redenen om een regelgeving te bedingen naar meer verengelsing van de initiële bachelor- en mastersopleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs achten wij onaanvaardbaar. Wij verzoeken u daarom met aandrang de thematiek die hier aan de orde is opnieuw zorgvuldig te overwegen en dan daaruit de passende conclusies te trekken ten bate van het Vlaamse hoger onderwijs, zijn studenten en potentiële studenten en ten bate van de toekomst van onze Vlaamse volksgemeenschap. Het Nederlands heeft daarbij een veel hogere waarde dan wat u nu als dusdanig inschat.

    Wij houden ons aanbevolen voor verdere gedachtewisselingen en contacten rond deze voor ons bijzonder belangrijke thematiek.

    Wij richten dit schrijven aan u met de volledige steun van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV).

    Wij groeten u met onze bijzondere hoogachting

    Frank Fleerackers, Voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici,

    Ghislain Duchâteau, Ondervoorzitter en verantwoordelijke voor de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.

    namens het Hoofdbestuur en de Centrale Raad van het VVA

    Contact: Ghislain Duchâteau, Eendrachtlaan 3 – 3500 Hasselt
    Tel.: 011 22 86 25
    E-post: ghislain.duchateau@telenet.be

    Herinvoering Nederlands aan de universiteiten

    In de tekst worden enkele thema's aangeduid die tijdens het hierboven vermelde congres zullen worden ingeleid en bediscussieerd. Het congres zal worden besloten met een rondetafeldiscussie over stellingen, die aan het slot aan politici en beleidsfunctionarissen zullen worden voorgelegd.

    In veel studierichtingen is het in 2008 niet meer mogelijk aan een Nederlandse universiteit in het Nederlands af te studeren. Wie dat toch wil, studeert af in Vlaanderen. Enkele universiteiten zijn wat de latere studiejaren betreft volledig op Engels overgeschakeld, zoals de Landbouwuniversiteit en de
    technische universiteiten. De andere volgen op steeds kleinere afstand.

    De geleidelijke vernederlandsing van het hoger onderwijs in Nederland dat na drie eeuwen in de 19e eeuw vrijwel voltooid was, is in twee decennia teruggeploegd. Niet naar het Latijn maar naar het Engels. In Vlaanderen verliep het anders. Tot de emancipatie in het begin van de 20e eeuw werd het
    Nederlands in Vlaanderen niet toegelaten tot het hoger onderwijs. De overgang van Franstalig naar Nederlandstalig hoger onderwijs in 1930, ligt veel Vlamingen nog vers in het geheugen. Het prijsgeven van het Nederlands voor een andere taal ligt daarom gevoelig. Hoewel de argumenten voor verengelsing in Vlaanderen dezelfde zijn als in Nederland, zorgt deze gevoeligheid ervoor dat de verengelsing via regelgeving maar ook in de praktijk wordt weerstaan.
    Lees meer

    Naar boven

  • Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs

  • Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince

    Daarin staan o.m. als bijdragen: Woord vooraf De Verengelsing van het hoger onderwijs (red.), CVN-rapport over het Engels in het hoger onderwijs (Wim Vandenbussche), Waarom zou Nederlandstalig onderwijs niet goed zijn? (Ger Groot), Een kans met Nederlands. Engels doceren is helemaal niet progressief (Dirk De Cock), Meer Engels? Nee, meer Excellentie (Jozef T. Devreese), De taal is gans de wetenschap. Het neoliberalisme spreekt Engels (Marc Reynebeau), De lat hoog voor talen, ook in het hoger onderwijs (Frank Vandenbroucke) ...

    Naar boven

  • Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
    NV-A persbericht van 9-4-2008 - Politiek.net

    Een drietal maanden geleden kondigde Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) aan dat hij het onderwijsveld zou vragen om te onderzoeken of de taalregeling in ons hoger onderwijs aangepast moet worden. Zowel de VLOR als de VRWB gaven recent een omstandig advies. Beide organisaties pleiten voor een (beperkte) versoepeling van de huidige taalregeling. De studentenvertegenwoordigers (VVS) zijn op hun beurt erg voorzichtig in hun advies en namen dan ook een opmerkelijk minderheidsstandpunt in bij het VLOR-advies. Vlaams parlementslid Piet De Bruyn (N-VA) vraagt een parlementaire hoorzitting aan over deze gevoelige kwestie.
    Lees meer

    Naar boven

  • Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
    Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

    pdf-document



  • Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
    Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
    Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008


  • Leuven Engels ?

    ma, 10/03/2008 - 20:18 — Frank Fleerackers
    Vier decennia na Leuven Vlaams, veertig jaar na mei ’68, staat een Leuvens minister op de barricaden om de Engelse taal een breder forum te bieden in onze universiteiten. Vraag is hoever een gemeenschap in haar belangrijkste educatieve context afstand mag nemen van haar moedertaal? Dat de meeste Vlaamse docenten de Engelse taal onvoldoende machtig zijn, werd reeds meermaals geduid. Laat docenten goed Nederlands hanteren, geen dialect doch evenmin overwegend Engels of Frans, zodat ze studenten tot voorbeeld dienen. Eerst dus beter Nederlands, dan pas beter Engels, honni soit qui mal y pense.

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie - Onderwijs

    Naar boven

  • Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
    De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld

    26-2-2008

    Wetenschappers wereldwijd hebben de keuze: publiceren in het Engels of genegeerd worden. Het werk van onderzoekers die niet vloeiend Engels spreken wordt niet erkend, zeggen wetenschappers die oproepen tot een ander beleid.

    De meeste wetenschappelijke publicaties waarin wetenschappers hun onderzoek delen, zijn alleen in het Engels en eisen dat alle artikelen in het Engels worden aangeleverd. Ook tijdens wetenschappelijke bijeenkomsten is de voertaal meestal Engels. (JS/JPS)

    Daartegen rijst nu verzet...

    Naar boven

  • Uitdaging, fait accompli of blessing? De 4 auteurs melden zich aan als leden van de interparlementaire commissie Taalunie - twee Nederlandse parlementsleden en twee leden van het Vlaamse Parlement o.w. M. van Kerrebroeck, die voorzitter is van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement - 31-1-2008

  • Een vals dilemma, Ludo Abicht 24-1-2008

  • Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingenin verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008

  • Het neoliberalisme spreekt Engels Marc Reynebeau 19-1-2008

  • Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese 21-12-2010

    Naar boven

  • De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams
    Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG

  • Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief,
    Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger op 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

    Naar boven

  • Ananasengels

    Het kan toch niet de bedoeling zijn om voor Vlaamse studenten het Engels als doceertaal te moeten kiezen om een paar buitenlandse Erasmusstudenten ter wille te zijn. Buitenlandse studenten of vorsers die langere tijd bij ons verblijven zijn overigens vaak vragende partij voor een opleiding in het Nederlands. Als ze de leszaal verlaten, staan ze immers in Vlaanderen en daar spreekt men Nederlands.
    Jacques Van Keymeulen,
    docent Nederlandse taalkunde UGent

    Lees meer

    Naar boven

  • 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
    L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…


    De positie van het Engels in de wereld wordt met de dag sterker.
    Sommige mensen denken daarom dat het genoeg is om alleen die taal als
    vreemde taal te leren: binnenkort kun je dan met bijna de hele wereld
    communiceren. Op de weblog ESL worden 46 argumenten gegeven waarom
    we toch ook nog andere talen zouden moeten leren: omdat er nog altijd
    vijf miljard mensen zijn die geen Engels spreken bijvoorbeeld, om
    concurrerend te kunnen zijn op de arbeidsmarkt, om je geestelijke
    universum uit te breiden, of om de kans te vergroten een zielsverwant
    te vinden. Geheel toepasselijk zijn alle 46 argumenten overigens in
    het Frans gesteld.
    Lees meer

  • "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"

    Naar boven


.