Zoek op de site van VVA:  
 
Powered by freefind
Teksten
 

Speciale publicaties - teksten - voordrachten -
activiteiten via koppelingen bereikbaar


Het VVA stelt er prijs op het intellectuele discours te bevorderen.
We publiceren hier informatieve en ook opiniërende teksten die doen nadenken, die mogelijk reacties oproepen. Uw reacties zijn bij het VVA welkom.


Zie ook de Facebookpagina van het VVA



Index:

INDEX TEKSTEN


-Referentiële teksten



- Natuurlijk - Boekenweekessay van Jan Terlouw

- De ziel

- Betekenis van taalidentiteit, historische identiteit en geografische identiteit in een superdiverse maatschappij - Ludo Beheydts lezing in Hogeschool PXL Hasselt - 1 maart 2018

- Leuven Vlaams - Toespraak van Bart De Wever tijdens een herdenking van 50 jaar Leuven Vlaams 24-2-2018

- Verzet en rede in tijden van nepnieuws - Susan Neiman - de slotbladzijden

- Ons Erfdeel 4/2017

- Studiekeuze moet over meer dan geld en status gaan - Stijn Verrept 5-6-2013 en 5-11-2017

- Hasseltse docent Koen Timmers mobiliseert 250 scholen in 69 landen tegen klimaatverandering 7-1-2017

- Heeft de muziekles nut voor de ontwikkeling van kinderen? - 25-8-2017

-Taal is altijd politiek - actualiteitstekst voorgesteld op de Centrale Raad van het VVA - 18-2-2017
Ghislain Duchâteau (vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA)


- Appel aan de KU Leuven om de decarbonisering nadrukkelijker te ondersteunen 20-1-2017

- Nederlandse identiteit - Verslag van Paul Becue 19-11-2016

- Algemeen Bestuur OVV maandag 16 september 2016 19 u in Mechelen

- Utopia - Inleidende lezing door Marc Eyskens op het symposium "500 jaar Utopia" van het Academisch Cultureel Forum op 26 september 2016 in Brussel

- Hoe de ideale leraar worden? Interview met twee heel ervaren leerkrachten 15-6-2016

- Interview met de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2016 Lukáš Vondrácek
'Muziek is alles: hemel en hel' 30-5-2016

- Dr. in de filosofie en leerkracht basisonderwijs Hester Ijsseling

- Drie vitamines in de opvoedkunde van ouders - 5-4-2016

- Een eigentijdse visie op verrijzenis - 27-3-2016

- Lerarenopleidingen zijn aan hervorming toe - 25-3-2016

- Verruwing van het maatschappelijk debat is echt nefast - 15 januari 2016

- Wurggreep op taal - Debat over de status van het Afrikaans W.Carstens / Max du Preez 25 en 20 november 2015

- Het televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky uit 1971 over de menselijke natuur een waardevol historisch document

- SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR - +T.T. Cloete 21-12-2014

- “Verdwaald in al onze talen. Babel in de Lage Landen” lezing Luc Devoldere

- ‘Willem Elsschot en de kracht van het grootouderschap -
Goede kaas moet rijpen’
Elsschotlezing van 24 februari 2015 door Vlaams minister-president Geert Bourgeois


- Taal en cultuur in de marge van de macht - Els Ruijsendaal (in Europa en de Wereld, 2014)

- Bij het overlijden van de Leuvense filosoof Samuel Ijsseling (+14 mei 2015)

- "Universiteiten verminderen publicatiedruk" - Nederland

- Metamoderniteit of maken we een afscheid mee van het historisch besef?
[Een filosofische nieuwjaarsbrief]’ van Lieven De Cauter* van 2 januari 2015


- 'Politieke emoties - Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan' - recensie 8-9-2014

- 'De democratie voorbij' van Luc Huyse - recensie 9-5-14

- Interview met prof. C. Van Broeckhoven - 21/22-6-2014

- Brussel in Vlaanderen - Vlaanderen in Brussel - Besluiten van de studiedag van 15 februari 2014 van OVV en VKB

- Essayprijs 2013 van het tijdschrift Streven voor Benjamin De Mesel

- Eresaluut aan Mark Grammens

- Journaal voor Vlaanderen

- Academici in de politiek - Getuigenis Michaël Ignatieff - Hendrik Vuye (jan. 2014)

- 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert': een boeiende zoektocht - recensie Walter Lootens 1-1-2014

- Dat heet dan gelovig zijn - Mark Van de Voorde - 23-11-2013

- Verslag “Onderwijshervormingen de verborgen agenda”
Symposium van Pro Flandria – Brussel 9 november 2013

- Actief pluralisme haalt ons uit de seculiere kramp…en moslims uit het religieuze getto
Mark Van de Voorde 2-11-2013

- Surfen tegen lichtsnelheid. Nieuwe technologie maakt deeltjesversneller kleiner

- Publicatiedruk aan de universiteiten - dossier van het huidige discours

- De hele werking van de universiteit staat nu stevig ter discussie

- De noodzaak van verbeelding, droom en symboliek - Ideeën van Marc Colpaert

- Oproep aan Vlaanderen om niet in het verleden te leven - Eric Defoort aug. 2009

- Recensie van 'Teksten voor de toekomst': het geëngageerde denken van Jaap Kruithof door Walter Lotens 27-5-2013

- Kan de school de wereld redden? - Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak - 21-4-2013
- Grenzen aan de groei. Interview met Robert Skidelsky. Hij stelt vragen bij de ratrace - 30 maart 2013
- Rond het discours over kennis en vaardigheden in het onderwijs -
de stem van Frank Furedi voor meer waardering van kennis - 3 april 2013

- “Ik ben een beetje de weg kwijt” - "Rigtingbedonnerd"
- een interview en twee recensies
over Fred de Vries' boek 'Afrikaners. Een volk op drift' - april 2013

- De Woutertje Pieterselezing 2013 n.a.v. de gelijknamige prijs voor het jeugdboek ‘Kelderleven’ 7-3-2013
- 'Dit lifestyle-project kan de massa niet overtuigen’ - Kevin Absillis over België - interview in
Doorbraak - maart 2013

- Universiteitsstudenten krijgen niet genoeg algemene vorming, zegt vicerector Melis - Nieuw vak leert studenten over muur kijken
- De nieuwe universiteit volgens de nieuwe emeriti van de VUB
- Van oorlog naar vrede - H. Van Rompuy en J.M. Barroso n.a.v. de Nobelprijs voor de EU
- Redenen waarom wiskunde zo geweldig is. Ode aan een berucht schoolvak 8-9-2012
- Anna Enquist schrijfster en psychotherapeut
- Economie is een voortzetting van de literatuur.
Interview met schrijver Arnold Grunberg 7-11-2012

- Martin Jacques: Understanding the Rise of China - De opkomst van China begrijpen (podcast 24-1-2011)
- De toekomst die wij willen - red. commentaar Alma De Walsche in MO juni 2012
- Het overheersende Vlaamse discours volgens Hugo De Ridder - 30 mei 2012
- Ligt publicatiedruk aan wetenschapsfraude ten grondslag?
- Reflectie en onderzoek over het concept "multiversum" - 23 mei 2012
- Digitale bibliotheek wordt nieuw leven ingeblazen 9 mei 2012
- Historia docet - Mattias Storme in 'Doorbraak' mei 2012
- 'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50
- Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin
- Dit is een opinieartikel - kijk maar even - Jochem van den Berg en Diederik Smit

- Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012
- De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme
- Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste
- Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain
- Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms
- De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers
- Intellectuelen en de politiek - Ludo Abicht

- In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011
- Filosofie en maatschappelijk engagement - Herman De Dijn 3-2011
- Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)
- De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010
- Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010
- De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum
- De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de 93-jarige Jan Verroken)
- Een Vlaming bestaat wel. - Over Vlaamse identieit
- Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

-Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit (20/7/2010)
- Mensen doen schitteren - Eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs (14 september 2010)
- De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen
- Dossier hervorming middelbaar onderwijs - maart 2009

-Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten (sept. 2009)
-De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009
-
Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie
Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009

-
De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans
-
Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

-
Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme

-
De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex7-1-09
- Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen? Herman Pleij - Pacificatielezing 2008

- Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk
-
Solidariteit - Eric Ponette
- Een foute visie op taal.
TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT 3-4 mei 2008

- Keulen op spokenjacht
MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET 6 mei 2008

- Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008
- De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
- Vlaams Witboek als inspiratiebron voor communautair debat "Waarom meer Vlaanderen?" Thuispagina website Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Het Vlaamse taallandschap verschraalt - Essay van prof. em. dr. Johan Taeldeman, taalkundige + commentaar Ghislain Duchâteau
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: De macht van het getal
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: Een beetje gemakzuchtig
- Gewoon de 'file' blijven 'saven' - interview met prof. em. A. de Swaan over het wereldtalensysteem, het Engels, de integriteit van het Nederlands
- De pagina Boekbesprekingen op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Andere teksten en initiatieven op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV)


Naar boven



Referentiële teksten


Natuurlijk - Boekenweekessay van Jan Terlouw

Synopsis

Geboren in een boerendorp op de Veluwe, groeide Jan Terlouw op tussen de natuur. Hij klom in bomen, bestudeerde bijenvolken en hielp kalfjes geboren worden. Natuur werd voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie, door de schoonheid, de variatie en het mysterie ervan. Het groen, het water, de dijken, de jagende wolken, de wisseling der seizoenen, het fascineert hem mateloos. Maar hij is ook bezorgd, want de natuur is in gevaar. Het tijdperk van het Antropoceen is aangebroken: het menselijk handelen heeft een bepalende invloed op de toestand van de aarde. Wat de aarde in 4,5 miljard jaar heeft ontwikkeld, is de afgelopen eeuw in rap tempo verwoest door de mens. De klimaatverandering is een feit. Het is niet te laat, maar het is wel de hoogste tijd voor drastische maatregelen. Natuurlijk is een ode aan de natuur en een vurig pleidooi om de aarde in betere staat achter te laten voor volgende generaties.

In levenden lijve:

Onder de foto van Jan Terlouw van Sanne Terlouw staat het motto van het essay

‘Een ode aan de natuur en een pleidooi voor duurzaamheid’

‘Natuurlijk’ is een uitgave van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek t.g.v. de Boekenweek 2018 van 10 tot 18 maart en werd geproduceerd door uitgeverij De Kring. Het omvat zes hoofdstukjes en in totaal 64 bladzijden. Het was na een paar dagen volledig uitverkocht.

Recensie

Het motto komt heel sterk tot uiting in het laatste hoofdstuk.

We nemen dat grotendeels over van bladzijde 56 tot 63

‘Veel mensen zijn dol op de natuur en voelen zich ermee verbonden. Op bloemenmarkten is het meestal heel druk. Dierentuinen worden goed bezocht. Natuurtijdschriften worden veel gelezen. Vogelaars getroosten zich grote moeite om een nooit eerdere geziene vogel te spotten. In de zomer van 2017 waren de vogelaars in grote opwinding omdat de steppekiekendief voor het eerst in Nederland heeft gebroed, in de provincie Groningen. Voor het eerst in West-Europa zelfs. Dankzij de bescherming waar vogelaars voor hebben gezorgd, bescherming tegen vossen, marters, katten en andere roofdieren, hebben vier van de vijf geboren jonge dieren kunnen uitvliegen. Mensen met een zo grote passie voor de natuur zijn ongetwijfeld ook voorstanders van een fundamentele verandering in ons productie- en consumptiepatroon.

Nederlands is in mijn ogen voor wat betreft natuur een van de mooiste landen van de wereld. Geen wonder. Er valt zo heerlijk veel regen. In de zomer staan heesters uitbundig in blad, de bomen zijn groot en indrukwekkend, de grasladen en de bermen langs de wegen zijn groen, allemaal dankzij voldoende regenval. Weermannen en –vrouwen zeggen weliswaar dat er prachtig weer op komst is als voor de zoveelste dag heet en droog weer wordt verwacht terwijl het land snakt naar water, maar dat moeten ze waarschijnlijk van hun omroep. Ik neem aan dat velen van hen ook houden van jagende wolken, van storm in je gezicht, van regenvlagen waar je paraplu niet tegen bestand is.

Wat ons land ook zo mooi maakt, is de wisseling van de seizoenen. Lange dagen in de zomer, heerlijk. En dan zie je weer zwermen vogels naar het zuiden trekken, ook mijn geliefde zwaluwen gaan ervandoor, het wordt herfst, de bomen verkleuren, de vallende bladeren draaien spiralen in de storm, het wordt vlagerig donker. Wat een variatie.
In de vorige eeuw volgde dan een winter waarin het altijd wel even zo vroor dat je de heerlijkste sport van de wereld kon beoefenen: schaatsen, over vaarten en meren door het land, door dorpen en steden. In welk ander land is dat mogelijk? Helaas komt het bijna niet meer voor. De winters zijn nu bijna altijd te zacht. Klimaatverandering.
En de lente. Waar bloeien planten zo uitbundig als in Nederland? Ook weer dankzij de regen, dat fantastische fenomeen: levenbrengend water komt uit de lucht vallen. Wat zou ik het missen als ik in een tropisch land woonde.

 

Maar de natuur is in gevaar, daar is geen twijfel over. Is dat gevaar onafwendbaar en onomkeerbaar? Nee, het is oplosbaar, of minstens nog beheersbaar, als we dat willen.

De moeilijkheid is dat de ontwikkelingen zo adembenemend snel over ons heen zijn gerold. In een halve eeuw bleken ineens de economische en financiële structuren die in eeuwen waren gegroeid, niet meer houdbaar. Wat lange tijd uitstekend functioneerde en waarvan we aannamen dat dat alleen maar beter zou worden, bleek ineens door ons toedoen te gaan haperen, af te brokkelen. Een financiële structuur die keer op keer crises veroorzaakt en die door in het geding zijnde belangen zeer moeilijk blijkt te wijzigen. Het resultaat is een samenleving die helemaal is gericht op groei van de economie, waarvoor bij iedere hapering als enig medicijn groei van de economie wordt aangedragen. Een oplossing die keer op keer een crisis veroorzaakt die vervolgens juist vanwege economische belangen heel moeilijk gewijzigd kan worden. Een samenleving waarin vaker de vraag wordt gesteld wat iets oplevert dan wat belangrijk en rechtvaardig is. Een democratie die afbrokkelt ten bate van het grootkapitaal.

Wat voedsel betreft zijn we verspillend. Gemiddeld gooien we per persoon per jaar aanzienlijk meer dan honderd kilo voedsel weg. Landbouw is geïndustrialiseerd en veel te grootschalig geworden, in plaats van duurzaam, ecologisch en kleinschalig. Landen die zijn achtergebleven op het gebied van wetenschap en technologie en die dus niet over de modernste wapens beschikten zoals wij, hebben we leeggeroofd. Technologie heeft voor een belangrijk deel door zijn stormachtige ontwikkeling de inrichting van onze samenleving gedicteerd.

Duurzaam handeling is: het niet slechter achterlaten van de samenleving dan je hem hebt aangetroffen. Tot voor kort was dat geen probleem. We produceerden immers steeds meer. Steeds meer zware arbeid werd door machines overgenomen. We konden steeds betere levensreddende operaties uitvoeren, we ontwikkelden betere medicijnen. En ook een comfortabeler samenleving. Steeds meer mensen waren in staat naar verre bestemmingen te reizen en andere culturen te leren kennen, de wereld werd steeds comfortabeler en prettiger. En nu ineens, sinds minder dan honderd jaar, is dat niet meer zo. In die laatste korte periode brengt al die technologie en ons daaraan aangepaste gedrag de natuur in grote problemen en moet verbetering het afleggen tegen verslechtering.

Deze ommekeer dringt niet snel genoeg tot ons door. We zien geen kans die foute koers te wijzigen. Niet omdat het niet mogelijk is, maar omdat we niet beseffen wat we aan het doen zijn, en dat het roer dringend om moet. En ook dat het best mogelijk is met behoud van ons welzijn, met behoud van de meest essentiële voordelen die wetenschap en technologie ons hebben gebracht, zelfs zonder veel te hoeven inleveren op ons niveau van welvaart.

We bevoordelen grootschaligheid. Hoe meer elektriciteit een bedrijf gebruikt, des te lager het tarief. Landbouw wordt nog steeds verder geïntensiveerd. Multinationals worden met het vooruitzicht op belastingvoordelen naar Nederland gelokt. Volgens hardnekkige geruchten houden sommige ondernemers bewust, om commerciële redenen, de houdbaarheidstijd van hun producten kort. Economisch gewin zit diep ingebakken in het systeem.

Dat wil echter helemaal niet zeggen dat het niet anders kan. Het kan wel degelijk. Wat we nu doen is belasting heffen op toegevoegde waarde, BTW. Is het echt toegevoegde waarde, als een nog prima te repareren product op de afvalberg wordt gegooid en iets nieuws wordt aangeschaft? Of is dat afgenomen waarde? Minder materiaal dat beschikbaar blijft, meer fossiele energie opgebruikt om het nieuwe product te maken, en de daarmee gepaard gaande CO²-productie. Voortdurend meer landbouwproductie per hectare grond. Is het winst als daardoor de grutto verdwijnt?


Het IPCC voorspelt dat deze eeuw nog miljoenen klimaatvluchtelingen op drift zullen raken, vanwege hongersneden en overstromingen. Voor de lange termijn kan de oplossing daarvoor niet het financieren en inrichten van vluchtelingenkampen zijn.

We moeten de natuurverwoesting die gaande is een halt toeroepen, onder andere door de dagelijkse overvloedige en duurzame zonne-energie te gaan gebruiken en door in achterblijvende gebieden ter plekke te investeren in werkgelegenheid, met handelsrelaties die niet in de eerste plaats ons belang dienen.

Er is zó veel nodig, maar ook zó veel mogelijk.

Ik vraag soms aan mensen van een jaar of twintig hoe ze op hun leven zouden willen terugkijken als ze mijn leeftijd hebben bereikt. Zelden zegt iemand dat hij in materieel opzicht rijk wil zijn geworden. De antwoorden gaan in de richting van arbeidsvreugde, goede relaties, lieve en gezonde partner en kinderen, fijne vrienden. En intussen verlangt de structuur van onze samenleving dat ze zich vooral inspannen voor meer materiële welvaart.

Wat kunnen we doen om levensruimte terug te geven aan de natuur?

Om te beginnen zouden politici zich grondig kunnen verdiepen in wat er aan de hand is en de bevolking erover informeren. De overheid kan onderzoek naar duurzame energie en de opslag ervan financieren (niet subsidiëren) en een gelijk speelveld scheppen, zodat duurzame energie eerlijk kan concurreren met fossiele energie. Fossiele energie wordt nu wereldwijd nog bijna vijf maal zo zwaar gesubsidieerd als duurzame energie.

In India zijn ze overigens al zover dat schone energie bijna concurrerend is met energie uit fossiele brandstoffen. In Nederland zijn er gelukkig ook al verheugende projecten gaande. Er worden woningen gebouwd die hun eigen energie opwekken met zonnepanelen en zelfs iets overhouden om de elektrische auto op te laden. En ze zijn nog betaalbaar ook.

Miljoenen woningen en bedrijfsgebouwen kunnen beter worden geïsoleerd, waardoor ze veel minder energie gebruiken. Ook dat is betaalbaar. De overheid zou meer kunnen doen met financieringsgaranties, om het proces te bevorderen.

Totdat er duurzame energie in overvloed beschikbaar zal zijn – en later in deze eeuw zal dat naar mijn overtuiging gaan gebeuren – moeten we zo spaarzaam mogelijk omspringen met de schadelijke fossiele brandstoffen die we nu nog zo verkwisten. Daarna zullen we met energie net zo min zuinig hoeven zijn als met drinkwater in een bergdorp.

Steeds meer bedrijven besluiten om over te stappen op duurzame energie. Wat ze vooral van de overheid verlangen is duidelijkheid voer het komende beleid en een gelijk speelveld voor duurzame energie.

Iedere burger kan iets doen. Geen energie verspillen. Minder vlees eten. Dat helpt een beetje. Dat gedrag straalt uit naar mensen in de omgeving. Helpt ook een beetje. Burgers kunnen ook bij verkiezingen stemmen op de groenste kandidaat van de partij van hun keuze. Dat helpt op den duur nog meer. Het geeft een belangrijk signaal naar politici. En uiteindelijk is in een democratie de wil van de bevolking bepalend voor de daden van politici.

Als zich een storm windkracht tien aandient, reageert het KNMI meteen met code rood. Toen de Merwedebrug in de A27 door haarscheurtjes in de draagconstructie minder veilig werd geacht, moest het vrachtverkeer meteen vijftig kilometer omrijden. Als een griepepidemie dreigt, wordt meteen een inentingscampagne op touw gezet.

Maar toen Shell begin jaren negentig een film maakte waarin op grond van een deugdelijke analyse bleek dat bij ongewijzigd beleid het in 2050 op aarde vier graden warmer zou zijn, gebeurde er niets.

We hebben van nature nu eenmaal geen langetermijn-gen. Hoogste tijd dat we er een ontwikkelen met hulp van onze uitstekende analytische hersens.

Het is niet onmogelijk om de dreigende klimaatcrisis te beteugelen. Het staat hoogstens bepaalde belangen in de weg, maar dat zijn belangen die tot nu toe altijd goed zijn gediend, of minstens lange tijd zijn ontzien. Ingrijpen treft bepaald niet de minstbedeelden in de samenleving.

 

In de wereld van vandaag woeden oorlogen en komen mensen om door terroristische aanslagen. Toch, als het gaat om het aantal slachtoffers, is de wereld veiliger dan ooit. Nee, het grootste gevaar dat ons bedreigt is wat we de natuur aandoen. De oceanen. De tropische regenwouden. De in het wild levende zoogdieren. De bijen. De vlinders. Als we dat inzien, komt het nog wel goed. Want het kan best anders.

We hebben de natuur zo hard nodig: om te ademen, om te eten.

Om er deel van uit te maken.’

Naar boven

 


De ziel

‘Wees een vriend voor je eigen ziel’

AUTEUR Carolien van Welij

Geen mens wil zielloos zijn. Maar wat betekent het om een ziel te hebben? De Noorse literatuurwetenschapper Ole Martin Høystad schreef er een boek over en zegt dat wij beter voor onze ziel moeten zorgen.

Als de ziel ter sprake komt, klinkt al gauw de vraag of ze wel bestaat. Maar dat is eigenlijk niet de vraag waar het om gaat. ‘Het is een uitvinding die we nu eenmaal nodig hebben’, zegt de Noorse literatuurwetenschapper Ole Martin Høystad (1947).
Eerder schreef hij een culturele geschiedenis over het hart, een boek dat in 18 landen werd uitgegeven. En nu is er de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek: De ziel. Een cultuurgeschiedenis. De emeritus-hoogleraar culturele studies geeft hierin een historisch overzicht van de ziel vanuit verschillende invalshoeken: de filosofie, theologie, psychologie en de literatuur. Homerus komt aan bod naast Plato, Augustinus naast Dante en Kafka naast Wittgenstein. Deze geschiedenis van de ziel is een geschiedenis van de ontwikkelingen in de filosofie: als je het over de ziel hebt bij Plato, gaat het ook over zijn ideeënwereld, bij een empirist als Hume over percepties en bij Wittgenstein over taalspelen. Romans leren ons dat de ziel niet een theoretisch concept is. Høystad: ‘Als je Homerus, Joyce of Kafka leest, leer je dat de ziel vlees is, dat ze concreet en persoonlijk is.’


In uw boek gebruikt u in de inleiding het woord ‘taboe’. Is de ziel een taboe?

‘De priesters die ik ontmoette bij lezingen die ik gaf, praten niet graag over de ziel. Dat komt door het zielsbegrip uit de Middeleeuwen. Dat is de ziel van de hemel en de hel, van het eeuwige lijden voor één misstap of voor verkeerde gedachten. Die ziel roept enorme angsten op – dat is de historische last van de ziel.’


En in de maatschappij?

‘De meeste mensen denken wel dat ze een ziel hebben. En de meeste mensen willen een ziel, ze willen niet zielloos zijn. Maar wat de ziel is en wat het betekent om voor een ziel te zorgen, daar is tegenwoordig weinig aandacht voor. We hebben iets verloren, we hebben de ziel een beetje naar achteren geduwd in ons bewustzijn. Tegenwoordig zijn we gepreoccupeerd met ons lichaam: we cultiveren ons lichaam. Je zou kunnen zeggen dat het lichaam de nieuwe ziel is. Maar dan mis je een dimensie. De meeste mensen zullen herkennen dat die dimensie de ziel is.’


Wat is die ziel?

‘We zijn complexe wezens. We hebben een lichaam. En we kunnen twee plus twee optellen: we hebben een rede. Dat zijn objectieve gegevens. Maar wat is er tussen ons lichaam en onze rede? Dat is chaos: impulsen, driften, gevoelens, gedachten, verlangens, wensen, een wil. De ziel is een manier waarop we de chaos van dit innerlijke leven kunnen ordenen en vormen.’


INNERLIJK LEVEN

Met het begrip van de ziel kunnen we volgens Høystad grip krijgen op dat diffuse en wezenlijke dat zich in ons innerlijke leven afspeelt, op de krachten die ons bewegen. De ziel is een verzamelterm voor die som van gevoelens en gedachten, waarnemingen en ideeën, wil en bewustzijn.


Bent u van jongs af aan opgegroeid met een begrip van de ziel?

‘Ik ben een Noor. Noren zijn pragmatisch, realistisch en rationeel. We waren Vikingen, en het duurde lang voor we echte christenen waren. Mijn interesse voor de ziel komt voor een belangrijk deel voort uit mijn academische ontwikkeling. In de filosofische antropologie hield ik me bezig met de vraag: wat is een mens? Wat betekent het om mens te zijn? Als je in de filosofie antwoorden probeert te vinden op die vraag, komt de ziel, die Seele, al snel bovendrijven. Op de achtergrond spelen eigen ervaringen een rol: je ontmoet je eigen complexe innerlijke leven – en dan moet je erachter komen: wie ben ik?’


In welke mate is uw idee van de ziel veranderd door uw eigen ervaringen?

‘Ik dacht eerst dat de ziel een gegeven dimensie is, maar ik ontwikkelde mijn begrip ervan steeds meer in de richting van iets dat gevormd wordt. Gevormd door persoonlijke ontwikkeling, gevormd door onderwijs. Je hebt een ziel zolang je denkt dat je een ziel hebt.


‘De ziel kan helpen om de chaos van ons innerlijke leven te ordenen’

Die ontwikkeling kwam door wat ik las. De Grieken zagen al dat de ziel was uitgevonden. Ons begrip van de ziel is geconstrueerd. Het is een constructie die steeds opnieuw gedeconstrueerd en gereconstrueerd is. Mijn stelling is dat de ziel de hele tijd opnieuw uitgevonden moet worden.’


Welke latere filosofen waren belangrijk voor die ontwikkeling?

‘Kant noemt de ziel een regulatief idee, een idee dat we nodig hebben om niet moreel en existentieel te verdwalen. En dat is waar: we hebben een begrip van de ziel nodig. Maar we hebben niet de redenen van Kant nodig. Hij redeneert als een christen; ik hou ervan om te redeneren als een antropoloog.
De Engelse en Schotse empiristen zoals Hobbes en Locke hadden revolutionaire ideeën over de ziel. Zij waren dapper in hun denken: zij stelden de kerk en de macht ter discussie. Zij waren degenen die de substantie van de ziel wegnamen. Locke zei dat de ziel fictioneel is. Fictie is niet per se iets negatiefs; fictie is verzonnen. En misschien is de ziel ook iets wat we verzinnen. Maar als fictie toch een te negatieve term voor je is, kun je de ziel ook een symbool of een begrip noemen, of ein Bild – een beeld –, zoals Wittgenstein deed.’


ZIELZORG

Sinds Wittgenstein weten we dat onze wereld een wereld van taal is, legt Høystad uit. We hebben een taalspel van de ziel. Het woord ‘ziel’ hebben we uitgevonden voor iets wat zich in het innerlijk van de mens afspeelt. Om grip te krijgen op dit onzichtbare fenomeen gebruiken we beelden. Høystad geeft in zijn boek een voorbeeld van Goethe: ‘Ziel van de mensen, Jij lijkt zo op het water!’ Goethe probeert te vatten wat het wezen van de ziel is, maar als hij het denkt te pakken te hebben, glipt het als zand tussen de vingers. De ziel is vluchtig als water.
Ook in ons dagelijks taalgebruik gebruiken we beelden als we over de ziel spreken: we zeggen bijvoorbeeld dat de ziel oppervlakkig of diep is. Door de taal beeldend te gebruiken kunnen we het ongrijpbare van de ziel toch begrijpelijk maken.
Høystad: ‘Het idee van een gevormde ziel benadrukt dat we vrijheid hebben. We zijn open, onbestemde wezens en we kunnen kiezen wat we willen zijn. Alles wat je doet en niet doet heeft consequenties. Het is aan jou te kiezen wat voor iemand je bent, en wat voor leven je leidt.

Wij mensen zijn constructen: we worden geboren zonder taal, we kunnen niet eens lopen als we geboren worden. We moeten kennis verkrijgen, en dat gaat altijd door. Het trof me hoe weinig we weten, en hoe beslissend het is om van onze capaciteiten gebruik te maken. Dat doen we veel te weinig.’


In welk opzicht?

‘We hebben een enorme hoeveelheid hersencellen, maar we zijn tegenwoordig passief en receptief. We stellen ons bloot aan invloeden van de media. Dat doet iets met ons, en dat is gevaarlijk. Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen niet méér van hun geestelijke vermogens gebruikmaken, en op een meer constructieve manier. Denk aan hoe we de natuur ervaren, of literatuur, vriendschap: hoeveel kunnen we wel niet verwerven in plaats van passief voor een tv of ander beeldscherm te zitten? We moeten meer voor onze ziel zorgen.’


Zorg voor de ziel – wat houdt dat in?

‘Zorgen voor de ziel is zorgen voor jezelf: gnothi seauton, ken jezelf. Dat is hard werken. Het betekent niet narcistisch in jezelf staren. Dat leerde ik van Hannah Arendt: zorgen voor onze ziel is ook zorgen voor onze naasten. Je kunt niet voor je ziel zorgen als je je niet realiseert dat dat altijd, altíjd te maken heeft met andere mensen. Dat is een verbazingwekkend aspect van de ziel: alleen individuen hebben een ziel, maar deze individuele ziel is afhankelijk van andere mensen. Zorg voor de ziel is meer dan je denkt, en het is concreet. Het is niet iets alleen voor geestelijk verzorgers, psychologen en filosofen, of voor spirituele mensen. Het is voor iedereen.’


ZELFKENNIS

Zorg voor de ziel kan volgens Høystad van alles zijn. Wandelen langs de grachten of in de natuur, lezen, muziek luisteren, maar bijvoorbeeld ook: ervoor zorgen dat er geen buitenbeentjes zijn. Let wel op, waarschuwt de schrijver: het cultiveren van de ziel is niet alleen maar een kwestie van klassieke concerten bezoeken. Het gaat erom jezelf vorm te geven als een kunstwerk; het is levenskunst.
In zijn geschiedenis van de ziel komen verschillende vormen van ‘zorg voor de ziel’ voor. Zo draagt de Griekse held Odysseus zorg voor zijn ziel door na zijn terugkomst in Ithaka een ritueel uit te voeren en iets te offeren aan de God Poseidon. Alleen op die manier zal Odysseus’ ziel rust vinden en na zijn dood niet rusteloos hoeven rondzwerven. Bij Plato is zorgen voor de ziel een vorm van zelfkennis. Plato maakt de ziel tot het zelf van de persoon. Voor je ziel zorgen is daarom de belangrijkste opgave van de mens; dat kan door jezelf te kennen, door bezinning en zelfreflectie. Dat aspect is in Høystads ogen nog steeds belangrijk: ‘De ziel is een deel van je zelfkennis.’ Dat anderen daarbij betrokken zijn, laat Plato ook al zien met Socrates, die zichzelf weerspiegeld ziet in de ogen van de mensen met wie hij zijn dialogen voerde. Alleen in die wederkerigheid kun je jezelf begrijpen.


Een van de motto’s in uw boek is een citaat van Nietzsche en in uw slotzinnen haalt u hem aan. Is Nietzsche belangrijk voor u?

‘Hij is een inspirator. Als ik me gedeprimeerd voel, dan pak ik Also sprach Zarathustra van de boekenplank. Nietzsche is een optimistische schrijver – hij geeft energie. Anderhalf jaar was ik ermee bezig om dit boek over de ziel rondom Nietzsche te vormen. Hij gebruikt ongeveer vijftienhonderd keer het woord Seele. En hij becommentarieert de ziel van andere filosofen: de Grieken, Rousseau, Goethe, en meer. Nietzsche heeft kritiek op de ziel: te vaak liegt de ziel over het lichaam. Maar hij wil de ziel niet bestrijden, hij wil een nieuwe ziel. Een ziel zonder schuld, zonder schaamte. Een ziel die zelfverzekerd is.’

‘Zorgen voor je ziel betekent ook: zorgen voor anderen’

Kan Nietzsches ‘nieuwe ziel’ iets betekenen voor onze tijd?

‘Tegenwoordig is er een enorme bezorgdheid over jongeren wat betreft de ziel en het zelf. Het zelf is geconcentreerd op het oppervlakkige, op de buitenkant: jongeren zien zichzelf niet zoals ze zijn, maar beschouwen zichzelf in de hoeveelheid likes op hun iPhone. Dat is een tragedie, omdat ze niet zichzelf accepteren zoals ze zijn. Nietzsches motto is: je moet worden wie je bent. Je moet niet iets anders worden. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het niet.’


Wat kunnen wij praktisch doen?

‘Vergeet wat de buurman over je denkt. Dat doet er niet toe. Ik was blij toen de romanschrijver Paul Auster zei: “Ik heb mezelf nog nooit gegoogeld.” Ik denk dat meer mensen dat motto moeten volgen. Wie moet jou kennen, als je jezelf niet kent? En je leert jezelf niet kennen door Facebook-comments van andere mensen. Negeer het! Lees het niet! Wees niet aanwezig op internet, maar wees online met jezelf. Je moet bevriend zijn met jezelf. Je kunt geen respect van anderen verwachten als je geen respect voor jezelf hebt. Wees een vriend voor je eigen ziel.’

OLE MARTIN HØYSTAD
is literatuurwetenschapper, en emertitus-hoogleraar culturele studies in Noorwegen. In zijn bestseller uit 2007 schreef hij een cultuurgeschiedenis van het hart.

Bron: Blendle (achter betaalmuur)

Naar boven

 



Betekenis van taalidentiteit, historische identiteit en geografische identiteit in een superdiverse maatschappij

Onder die titel hield em. prof. dr. Ludo Beheydt een keynote-lezing op 1 maart 2018 in de Hogeschool PXL tijdens een ontmoetings- en studiedag onderwijs Belgisch en Nederlands Limburg. Hij staat ons expliciet toe zijn lezing te publiceren.

 

'Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Ik wil hier vandaag een pleidooi houden voor een goed doordachte omgang met onze culturele identiteit en tegen een cultuurrelativistisch kosmopolitisme. En daarmee sluit ik welbewust aan bij de oproep die Paul Scheffer in zijn spraakmakende NRC-artikel uit 2000 lanceerde, wanneer hij stelde:
“Een gemakzuchtig multiculturalisme maakt school omdat we onvoldoende onder woorden brengen wat onze samenleving bijeenhoudt  […] Een samenleving die zichzelf verloochent, heeft nieuwkomers niets te bieden.”

Misschien kijkt u in het huidige tijdsgewricht wat verwonderd op van deze boodschap en vraagt u zich meewarig af of ik niet in een achterhoedegevecht van verblinde nostalgici beland ben, die, tegen beter weten in, een achterhaalde visie op een culturele identiteit blijven koesteren?'

Dat is de aanhef van de lezing van prof. Beheydt.

Lees verder

De begeleidende powerpointpresentatie

Naar boven

 


 

Leuven Vlaams - Toespraak van Bart De Wever tijdens een herdenking van 50 jaar Leuven Vlaams 24-2-2018

LEUVEN VLAAMS

De noodzaak van een verbindende leid-identiteit voor het maatschappelijk gedijen van Vlaanderen.

Bart De Wever bracht deze toespraak op een herdenking van 50 jaar Leuven Vlaams in Leuven georganiseerd door N-VA, op 24 februari 2018.

In Doorbraak van 26 februari 2018.

Naar boven

 




Verzet en rede in tijden van nepnieuws - Susan Neiman, de slotbladzijden

Citaat uit een recensie:

'Verzet en rede' is een beknopte, scherpe en bevlogen analyse van de recente politieke ontwikkelingen, heet van de naald, maar daarom niet minder doordacht.

Lemniscaat 2017 - 80 bladijzden
(Vertaling uit het Engels in het Nederlands Marjolijn Stoltenkamp)

De slotbladzijden blz. 74 tot 76

In dit boekje heb ik enkele diep verankerde historische gemeenplaatsen in twijfel getrokken: ‘De aanhangers van Trump en AfD zijn arme mensen die geen baat hebben gehad bij de globalisering.’ ‘De DDR was gewoon een andere Duitse dictatuur.’ De wijze waarop we de geschiedenis interpreteren, geeft vorm aan onze wereld, want onze ideeën over de toekomst zijn ingekaderd in onze beelden van het verleden. Veel van wat als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd, is een ideologie die erop wacht om kritisch te worden bevraagd.

Ik schrijf dit op een moment waarin niets gemakkelijker zou zijn dan me aan te sluiten bij het koor van pessimistische historici. Ik weersta die verleiding niet omdat ik een optimist ben. Optimisme is een weigering feiten onder ogen te zien; hoop is gericht op verandering van die feiten. Hoop als een ideaal opvatten, betekent dat we idealen niet simpelweg als gegeven zien, maar als iets wat gerealiseerd kan worden. Ieder willekeurig dagblad staat vol bewijzen van ons vermogen om kwaad te doen, maar de meeste van onze levensdagen bevestigen evenzeer ons vermogen om goed te doen. Als ons vermogen tot het goede even duidelijk waar te nemen is als ons vermogen tot het kwade, waarom zijn we dan zo geneigd onze aandacht alleen maar te richten op het laatste?

Pessimisme is in de mode. Vroeger waren het de conservatieven die ontkenden dat de mens kon hopen op vooruitgang en die onze achteruitgang benadrukten, maar zij waren filosofisch gezien in ieder geval consequent. Veel mensen die tegenwoordig tot het progressieve politieke kamp behoren, vinden het moeilijk het woord ‘vooruitgang’ zonder ironische aanhalingstekens te gebruiken. Want het concept vooruitgang dat tegenwoordig in vele hoofden rondspookt, is een begrip dat wordt aangeprezen door het neoliberalisme: onbeteugelde economische en technologische groei. Als dàt met ‘vooruitgang’ wordt bedoeld, dan is het geen wonder dat die alom wordt afgewezen. Maar rechts exploiteert ook het cynisme dat ons daarin laat berusten. Als we de wereld zoals ze is in gelatenheid aanzien, dan kunnen we nooit de inspanningen opbrengen die voor echte vooruitgang nodig zijn.

De Verlichting was gericht op morele vooruitgang. Economische en technologische ontwikkeling kan helpen bij de bestrijding van ziekte en armoede, maar ze is nooit een doel op zichzelf geweest. De morele vooruitgang waarvoor de Verlichting heeft gezorgd, blijkt alom: van de afschaffing van marteling en slavernij tot de wettelijke bescherming van burgerrechten en mensenrechten. Het feit dat mensenrechten nog steeds geschonden worden en dat er nieuwe vormen van marteling en slavernij zijn, toont slechts aan dat vooruitgang niet onvermijdelijk is en in handen van mensen ligt. Daarom moeten we de tekenen van vooruitgang erkennen die uit eerdere strijd zijn voortgekomen – niet om op de lauweren ervan te rusten, maar om er kracht aan te ontlenen voor verdere strijd, want al die pogingen hebben bewezen dat vooruitgang mogelijk is.

Ik vermoed dat onze angst om de nadruk te leggen op het goede nieuws berust op een nog primitievere angst, namelijk om vol spot voor naïef te worden versleten. Juist de angst om in verlegenheid te worden gebracht, zou ons in verlegenheid moeten brengen. Toch gedragen we ons vaak als de onderdanen van de keizer en tonen we te weinig ruggengraat om erop te wijzen dat hij geen kleren aan heeft. Nu is er een zogenaamde wereldheerser door de mand gevallen, en de stemmen die uit Amerika opklinken worden steeds luider. Het eerste verzet tegen rechts nationalisme is voorbeeldig, maar het resultaat is nog verre van duidelijk, en het goede nieuws uit Frankrijk en Nederland moet worden gebruikt om meer goed nieuws te creëren, en niet om de strijd te staken. Verzet of berusting: de keus is aan ons.

Susan Neiman

Twee recensies

Hans Dijkhuis in Trouw - 20 september 2017
'Susan Neiman: de geschokten moeten blijven geloven in de Verlichting'

Hans Achterhuis in De Volkskrant - 18 november 2017
'Boeken over grote vraagstukken: Verzet en rede is een teleurstelling, Gewone deugden een groot plezier.'

Naar boven

 


 

STUDIEKEUZE MOET OVER MEER DAN GELD EN STATUS GAAN

Jobkansen, diploma, prestige, salaris. Het lijkt alleen maar daarover te gaan als de toekomst van het onderwijs bedisseld wordt. Maar waarom kijkt niemand naar hoe het kind zich voélt bij zijn keuze, vraagt STIJN VERREPT.

En het geluk van de leerling?

Wie pas na kennismaking met heel wat domeinen zijn studiekeuze maakt, weet beter in welke richting hij zich goed zal voelen.

De discussie over de onderwijshervorming woedt in alle hevigheid. Het is pijnlijk om te zien hoe geëngageerde mensen als Mieke Van Hecke en Peter De Roover met elkaar in de clinch gaan.

Tijdens al die discussies over de kwestie valt het op dat het zo goed als nooit over het geluk van de leerlingen gaat. Het geluk tijdens hun opleiding, of het geluk daarna als ze, al dan niet met een diploma, in de beroepswereld komen.

Ik heb ze gezien, zowel in het secundair onderwijs als aan de universiteit, de jonge mensen die duidelijk niet op hun plaats zaten en via een soort lijdensweg uiteindelijk terechtkwamen op een plek waar ze geen arbeidsvreugde vonden.

Toen ze twaalf jaar waren, was er voor hen gekozen. Zelf kenden ze de verschillende mogelijkheden allicht niet en zeker niet voldoende. Hun ouders vaak evenmin. Wel wisten de ouders – en soms ook al de leerlingen – dat de ene richting ‘prestigieuzer’ is dan de andere. Allen daarheen dus, als het maar enigszins kan.

Wederzijds respect als neveneffect

Eén of twee jaar een heel gamma aanbieden, van zowel vakken uit de meer ‘prestigieuze’ als uit de andere richtingen, kan ertoe bijdragen dat de leerlingen een beter beeld krijgen van hun sterke kanten en hun belangstelling. Het kan er ook toe leiden dat de ouders duidelijker ervaren waarin hun kinderen zich goed voelen of minder goed, wat hun gevoel van eigenwaarde verhoogt of juist vermindert. Dan kan de jongere een studiekeuze maken die hem stimuleert om zijn specifieke talenten te ontwikkelen, zijn eigen weg te gaan en allicht gelukkiger te zijn dan als de keuze was gebeurd op basis van andere criteria.
 
Denk eens aan de vertaler die als schrijnwerker veel gelukkiger zou zijn geweest. Of de metselaar die nu beseft dat hij allicht een schitterend architect was geworden.

Een ander argument om de keuze via één of twee gezamenlijke jaren uit te stellen, is dat jongeren met verschillende achtergronden en talenten elkaar niet alleen kunnen leren kennen maar ook waarderen. ‘Jij kunt dingen niet die ik wel kan, maar zo veel andere dingen kun jij veel beter dan ik.’ Als dat geen meerwaarde betekent voor de maatschappij: meer wederzijds respect.

Ik kan me voorstellen dat het allemaal niet eenvoudig is en dat leerkrachten er vragen bij hebben of de hervorming wel gerealiseerd kan worden zonder kwaliteitsverlies. Ze vragen zich allicht ook af of er voldoende ondersteuning zou komen, want eenvoudig zal het allicht allemaal niet zijn. Ik zou ook heel ongerust zijn.

Maar ik denk nu alleen aan oud-leerlingen die nooit van hun studie hebben genoten of na enige tijd naar een zogenaamd zwakkere richting werden verwezen. En aan de anderen, die er zich juist heel goed bij hebben gevoeld. Aan oud-studenten die met genoegen aan hun studietijd terugdenken, een tijd die hen later naar werk heeft gevoerd waarin ze zich verder kunnen ontplooien. En aan hen die vrij snel wisten dat ze niet op hun plaats zitten en spijt hebben van een opgedrongen keuze. De vertaler die nu weet dat hij als schrijnwerker veel gelukkiger zou zijn geweest, de econoom die vindt dat hij beter loodgieter was geworden. En omgekeerd, de metselaar die zich nu realiseert – en anderen met hem – dat hij allicht een schitterend architect was geworden.

In de hele onderwijsdiscussie gaat het over heel veel, maar over de voorbereiding op een gelukkig (beroeps)leven wordt zelden of nooit iets gezegd. Misschien zou het goed zijn ook dat mee te nemen in de discussie.

STIJN VERREPT
Emeritus gewoon hoogleraar Nederlandse zakelijke communicatie (UA)

 

Eerste publicatie op 5 juni 2013

Naar boven



Hasseltse docent mobiliseert 250 scholen in 69 landen

Gelauwerde Koen Timmers (38) ontvouwt internationaal project tegen klimaatverandering

Tweehonderdvijftig scholen over de hele wereld laten stilstaan bij de klimaatverandering. Het project van de Hasseltse leerkracht Koen Timmers krijgt steun van Microsoft en de dalai lama.

'Leerlingen leren door contact met leeftijdgenoten uit andere landen nieuwe leefwerelden kennen.'

Lees het volledige krantenartikel

KOEN TIMMERS, BIJ DE BESTE DOCENTEN TER WERELD

Leer Koen Timmers beter kennen. Bezoek zijn website

Naar boven


Heeft de muziekles nut voor de onwikkeling van kinderen? - NRC 25-8-2017

‘In de opvoedrubriek van NRC vertelde een moeder dit jaar dat ze écht wilde dat haar dochter, ondanks tegenzin, op pianoles bleef. „Een muziekinstrument leren spelen is goed voor de hersens”, betoogde ze. Pedagoog Bas Levering, die aan de rubriek meewerkt, noemde haar standpunt „niet echt meer van deze tijd”. En die goede uitwerking op de hersenen, daar zag hij ook weinig in. „In sommige gevallen heeft al dat geoefen gewoon weinig zin.”’ …

Maar net als haar vakgenoten vindt ze (Sue Hallam) dat het debat de afgelopen tien jaar te veel over cognitieve ontwikkeling is gegaan. „De sociale en persoonlijke voordelen van muziek zijn veel belangrijker.” Doorzettingsvermogen, zegt ze. Discipline, concentratie, teamgeest en zelfvertrouwen. „Ik hoor het van schooldirecteuren die veel muzieklessen aanbieden. Die hebben het niet over die paar IQ-punten. Ze hebben het over een beter schoolklimaat. Over verlegen kinderen die ineens durven op te treden. Muziek heeft een krachtig effect op emoties.”

Lees het volledige artikel

Naar boven



Taal is altijd politiek - actualiteitstekst voorgesteld op de Centrale Raad van het VVA - 18-2-2017
Ghislain Duchâteau (vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA)

“Taal is niet politiek.” Dat zei een lid van de Eerste Kamer niet lang geleden tegen
me in Den Haag. Ze vergiste zich. Taal is altijd politiek, omdat talen in machtsverhoudingen
tegenover elkaar staan, en je die verhoudingen moet regelen. Daar weten
Vlamingen iets van. Zij vinden dat taal meer is dan een instrument van
communicatie.

Luc Devoldere – Ons Erfdeel februari 2017 blz. 9.
Hoe staat het met de verhouding van de beleidsverantwoordelijken tegenover de toekomst van het onderwijs van het Nederlands?
Hoe staat het met de verhouding van het Nederlands tegenover het Engels als onderwijstaal?

THEMA: TAAL

Op 2 februari 2017 publiceert Th Economist een artikel onder de titel
The giant shoulders of English - The advantages of having a scholarly lingua franca should not obscure the disadvantages / De voordelen te beschikken over een academische lingua franca mag de nadelen ervan niet verhullen.

1. Zelfs de Britten komen tot het besef dat het gebruik van het Engels niet altijd alleen zaligmakend is.
Het exclusief gebruik van het Engels in de wetenschap is af te keuren.
Johnson in zijn artikel pleit voor meer- of tweetaligheid.
Hij komt tot de conclusie dat als alle wetenschappelijk werk enkel in het Engels verricht wordt, dan zullen andere talen niet langer beschikken over de technische woordenschat en uitdrukkingen die in de wetenschap nodig zijn. Het zouden nog enkel thuistalen zijn, niet meer geschikt voor ernstig communicatieverkeer. En dat zou een schande zijn

2. Van An De Moor, lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs, kregen we de volgende inbreng:

‘Gisteren (donderdag 16-2-2017) is in de VLOR (De Vlaamse Onderwijsraad) het ontwerpadvies over het taalbeleid in het hoger onderwijs besproken met als startdoelstelling voorstellen te formuleren om het Decreet op de taalregeling te versoepelen. Ik zat in de VLOR-werkgroep taalbeleid als vertegenwoordiger van de VLHORA en mocht mee de pen vasthouden. Ik heb gelukkig erg kunnen wegen op de adviestekst maar kon niet alles tegenhouden. Zo was mijn tekstvoorstel om het decreet niet te wijzigen voor alle professionele bacheloropleidingen goedgekeurd maar de VLHORA heeft mij teruggefloten. Ik houd nu mijn hart vast voor de definitieve tekst,  …. De UGent wil bv. een groot inhaalmanoeuvre doen omdat er recentelijk een aantal nieuwe gebouwen bijgebouwd is en ze nu meer ruimte hebben om meer Engelstalige opleidingen te organiseren. Bovendien zijn er in de praktijk heel wat achterpoortjes gecreëerd om aan de decretale regels te ontsnappen. Er is een heel grote druk in alle Vlaamse hogeronderwijsinstellingen om onder het motto “internationalisation@home is vandaag essentieel” zoveel mogelijk Engelstalige opleidingen te organiseren.’ 

Vanuit Vlaams-politieke hoek kennen wij evenwel het standpunt dat er tijdens deze legislatuur geen initiatieven worden genomen om de huidige taalregeling voor het hoger onderwijs te wijzigen.

Over deze aangelegenheid schrijven we vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs een brief aan Minister-President Geert Bourgeois en Vice-Minister-President en Minister van Onderwijs Hilde Crevits. Daarin wijzen wij de adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad af.

THEMA: ONDERWIJS

In Nederland

De samenleving verandert in hoog tempo. Dat vraagt om onderwijs dat meebeweegt.
In januari 2016 bracht Platform Onderwijs 2032 zijn visie uit over het onderwijs van de toekomst.
http://onsonderwijs2032.nl/advies/

Het Platform Onderwijs2032 stelt voor om meer evenwicht te brengen tussen de drie hoofddoelen van het onderwijs: kennisontwikkeling, persoonsvorming en maatschappelijke toerusting. Het is daarvoor belangrijk het bestaande curriculum tegen het licht te houden en opnieuw te bepalen wat leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen en dat vast te leggen in een kerncurriculum.
Het komt erop neer dat er een herziening komt van het kerncurriculum waaronder ook het vak Nederlands valt. Daarover wordt in Nederland in het lang en in het breed binnen de wereld van het onderwijs gediscussieerd.

Video Samenvatting Advies: https://youtu.be/NN_cZ5qjdyc

In Vlaanderen

Wij weten dat al sinds 2013 de hervorming van het secundair onderwijs op de politieke agenda staat.
Daarover is er nu een politiek akkoord ontstaan.
- In de eerste graad van het secundair onderwijs wordt de algemene vorming versterkt en moeten alle leerlingen een vooropgesteld niveau halen. Naast de algemene vorming komt er een keuzegedeelte om nieuwe vakken te verkennen of andere uit te diepen.
- Die hervorming houdt in dat in de 2e en 3e graad 29 studiegebieden worden teruggebracht tot 8 studiedomeinen. In de toekomst zullen leerlingen van de 2de en de 3de graad van het secundair onderwijs een richting kunnen kiezen binnen 8 studiedomeinen: Taal en Cultuur; STEM; Kunst en Creatie; Land- en Tuinbouw; Economie en Organisatie; Maatschappij en Welzijn; Sport, Voeding en Horeca.
De hervorming gebeurt op basis van vrijwilligheid van de scholen. Scholen die geen domeinscholen willen worden, hoeven daarin niet mee te stappen.
Ook komen er verschuivingen in de urenverdeling per week voor de verschillende leerjaren.
Het wordt kortom een duidelijke herstructurering van het secundair onderwijs.
Referentie: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/van-29-studiegebieden-naar-8-studiedomeinen-in-2e-en-3e-graad-secundair-onderwijs

Op dit ogenblik is de haalbaarheid van de vooropgezette datum 1 september 2018 helemaal niet zeker. Vermoedelijk wordt dat een schooljaar later: 1 september 2019.

Belangrijk naast die structuurhervorming is ook de curriculumherziening.
Elke studierichting krijgt een zogenaamd curriculumdossier dat de onderwijsverstrekkers samen opmaken. In zo’n dossier staan de doelstellingen (zowel eindtermen als beroepskwalificaties als uitbreidingsdoelen) helder omschreven.
In de voorbereidingstijd op de hervormingen wordt er door de onderwijsdeskundigen dan ook nagedacht over de herziening van de onderwijsdoelen per vak.

Het publieke discours opgezet door het Vlaams onderwijsministerie is gebeurd in dialoog met de hele samenleving. Er zijn 4 centrale vragen: 1. Wat moet elke jongere op school leren om deel te nemen aan de maatschappij van morgen? 2. Wat moet elke jongere op school leren om zich persoonlijk te ontwikkelen? 3. Wat moet elke jongere op school leren om later aan het werk te kunnen? 4. Wat moet elke jongere op school meekrijgen om levenslang verder te kunnen leren?
Ook voor het vak Nederlands worden de eindtermen herzien en wordt gestreefd naar een modernisering van het onderwijs.

Gelijklopend in Nederland en Vlaanderen

Zowel in Nederland als in Vlaanderen werkt men dus gelijklopend aan die onderwijshervormingen.
In het vooruitzicht daarvan heeft de Nederlandse Taalunie nu een overkoepelend advies uitgewerkt voor de toekomst van het onderwijs Nederlands vooral van het voortgezet of secundair onderwijs.
De naam:
"Iedereen taalcompetent! Visie op de rol, de positie en de inhoud van het onderwijs Nederlands in de 21ste eeuw".
http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/Iedereen_taalcompetent.pdf.
Het belang van goed ontwikkelde taalvaardigheid voor studenten in het hoger onderwijs werd eerder al onder de aandacht gebracht met het adviesrapport Vaart met taalvaardigheid; Nederlands in het hoger onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. (http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/NTU14P475%20-%20Rapport%20Raadsadvies_website.pdf ).

Taalvaardigheid is immers ook een basis voor andere competenties die steeds belangrijker worden in onze maatschappij, zoals analytisch vermogen en creativiteit. Het onderwijsadvies over taalonderwijs en taalvaardigheid op álle onderwijsniveaus dat de Taalunie opstelde, komt mede voort uit dit advies van de Raad.
De visietekst ‘Iedereen taalcompetent’ is op 25 januari 2017 aangeboden aan het Comité van Ministers van de Taalunie (die van onderwijs en cultuur in Nederland en Vlaanderen).


Uit de inleiding:

‘Deze tekst drukt de visie uit van het Algemeen Secretariaat van de Taalunie over waar duurzaam onderwijs Nederlands zich in het leerplichtonderwijs op zou moeten richten. Het doel van deze visietekst is tweeërlei.
- Ten eerste
wil de tekst een samenhangend en overkoepelend kader bieden waarbinnen (toekomstige) adviezen van het Algemeen Secretariaat over (deelaspecten van) onderwijs Nederlands en taalbeleid in het leerplichtonderwijs gepositioneerd kunnen worden.
- Ten tweede
wil de tekst een bron van inspiratie zijn voor eenieder die betrokken is bij de vernieuwing van het curriculum voor Nederlands in Vlaanderen en Nederland: beleidsmakers, onderwijsondersteuners, lerarenopleiders, onderwijsonderzoekers, leraren, enz.’ 

‘De visietekst is opgebouwd uit 5 paragrafen. In de eerste paragraaf worden enkele ontwikkelingen besproken die hebben bijgedragen aan het complexe, superdiverse en meertalige karakter van de 21ste-eeuwse samenleving (en dat nog steeds doen). In de tweede paragraaf wordt stilgestaan bij de rol en positie van taal en het Nederlands in de 21ste eeuw. De derde paragraaf zoomt in op het onderwijs Nederlands: op waar eigentijds onderwijs Nederlands volgens ons op zou moeten inzetten, op de rol en positie van een apart vak Nederlands daarbinnen, op het belang van een basisaanbod voor elke leerling en de mogelijkheid tot verdieping, enz. De vierde paragraaf handelt over de kernthema’s en kerninhouden die volgens ons in het onderwijs Nederlands van de 21ste eeuw centraal zouden moeten staan. In de vijfde paragraaf bespreken we een aantal implicaties van onze visie voor beleid en praktijk en voor de inrichting van het onderwijs Nederlands van vandaag en morgen.’

Die belangrijke documenten zijn beschikbaar op de website van het Netwerk Didactiek Nederlands:
http://www.netdidned.be/publicaties.html#IEDEREENTAALCOMPETENT

Wie zich echt maatschappelijk betrokken voelt bij de eigentijdse ontwikkelingen en zeker bij het onderwijs kan deze materie volgen en zich daarover beter informeren aan de hand van de reële teksten dan via de gewone media. Het is mijn bedoeling de rechtgeaarde VVA-kernleden en trouwens alle leden zo veel mogelijk daarvan op de hoogte te stellen en te wijzen op wat belangrijk is in deze materie. Het VVA geeft een dimensie meer aan informatie.

Ghislain Duchâteau
Verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs

Antwerpen, 18 februari 2017.

Naar boven



Appel aan de KU Leuven om de decarbonisering nadrukkelijker te ondersteunen
20-1-2017

OPEN BRIEF

We vragen dat onze universiteit niet langer een deel van haar financiële reserves en pensioenfonds investeert in de ontginnende fossiele brandstofsector, maar in duurzame alternatieven.

Hoe de KU Leuven zich kan aansluiten bij Oxford en Yale

De transitie naar een koolstofarme samenleving tegen het midden van deze eeuw is dé uitdaging van de huidige generaties. Het belang en de urgentie van de klimaatproblematiek brengen ons, wetenschappers, ondersteunend personeel en studenten van de KU Leuven, ertoe om onze universiteit te vragen deze noodzakelijke decarbonisering nadrukkelijker te ondersteunen. We vragen dat onze universiteit niet langer een deel van haar financiële reserves en pensioenfonds investeert in de ontginnende fossiele brandstofsector, maar in duurzame alternatieven.

Om de klimaatopwarming ruimschoots onder de 2 graden Celsius te houden, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs, zal meer dan 80 procent van de fossiele brandstoffen onder de grond moeten blijven. Ontginningsgebieden zullen zelfs moeten sluiten vóór hun voorraden steenkool, olie en gas uitgeput zijn. Een goed georganiseerde afbouw van de fossiele exploitatie en de nodige investeringen in duurzame alternatieven vormen een logisch en verantwoord traject.

Oprukkende woestijnen

Het verontrust ons dat wereldwijd de sector van de fossiele brandstoffen nog steeds een veelvoud aan investeringen en subsidies ontvangt vergeleken met de sector van de hernieuwbare energie. Want de ontginning en verbranding van deze fossiele brandstoffen destabiliseren nu al steeds meer het klimaat. Oprukkende woestijnen, mislukte oogsten en overstromingen verplichten miljoenen mensen hun vertrouwde woonplaatsen te verlaten. Migratiestromen in combinatie met voedsel- en waterschaarste zetten wereldwijd conflicten op scherp. Desondanks is de strategie van vele fossiele brandstofbedrijven er nog steeds een van business as usual. Met deze kennis en competitieve, duurzame alternatieven voorhanden, lijkt het ons niet langer te verantwoorden dat de KU Leuven direct of indirect louter ontginnende fossiele brandstofbedrijven blijft financieren. Het is zinvoller dat onze universiteitbewust investeert in ondernemingen en projecten die actief bijdragen aan duurzame oplossingen. Zo kan de KU Leuven ook met haar investeringsbeleid bijdragen aan een eerlijker en duurzamer wereld.

We roepen ons bestuur op om als eerste Belgische universiteit de fossiele desinvestering volledig te omarmen en zich zo aan te sluiten bij de tientallen gerenommeerde universiteiten die deze stap al hebben gezet, zoals Stanford, Oxford, Yale, Kopenhagen en Stockholm University. Deze unieke kans voor onze universiteit om haar voortrekkersrol in Vlaanderen, België en Europa kracht bij te zetten mogen we niet laten liggen.


Deze brief werd o.m. ondertekend door Johan De Tavernier (vicedecaan Theologie en Religiewetenschappen), Wim Dewulf (hoofdWerktuigkundige Industriële Ingenieurstechnieken), Lode Godderis (Public Health and Primary Care), Kristien Hemmerechts (Engelse literatuur), Paul Herijgers (decaan Geneeskunde),
Hilde Heynen (voorzitter Leuvens Centrum Ruimte en Samenleving), Peter Tom Jones (IOF Industrial Research Manager), Rudi Laermans (vicedecaan Sociale Wetenschappen), Katlijn Malfliet (vicerector Duurzaamheid), Tom Merlevede (mandataris duurzaamheid, Studentenraad), Manuel Sintubin (Aard- en Omgevingswetenschappen), Leo Van Broeck (Architectuur), Nicole van Lipzig (voorzitter Centrum Duurzame Aarde), Marie Vanwingh (voorzitter Studentenraad).

Deze en 300 andere ondertekenaars zijn verbonden aan de KU Leuven. Ze onderschrijven deze brief in eigen naam. Tom Merlevede en Marie Vanwingh ondertekenen in naam van de Studentenraad van de KU Leuven.


Naar boven





Nederlandse identiteit - Verslag van Paul Becue 19-11-2016

Vierde lustrumviering van de Marnixring Lieven Gevaert op 19 november 2016 in het Letterenhuis te Antwerpen met als onderwerp:

“Nederlandse identiteit in een andere taal”

Sprekers Academische zitting (vanaf 14 u tot 19 u; afgewisseld met muzikale intermezzo’s):

-Rik Hemmerijckx, conservator van het provinciaal Emile Verhaerenmuseum in Sint-Amands
-Prof. em. Vic Nachtergaele, em. gewoon hoogleraar Romaanse Letterkunde en oud-rector van de KULAK
-Prof. Dirk De Geest, gewoon hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde en Literatuurwetenschap aan de KU Leuven.

De toespraak van prof. Dirk De Geest heeft VVA-voorzitter Paul Becue samengevat.

Lees de samenvatting

Naar boven


 

Algemeen Bestuur OVV maandag 16 september 2016 19 u Mechelen

Persoonlijke bevindingen Ghislain Duchâteau  - 23 september 2016

Vanuit het VVA-hoofdbestuur werd ondergetekende occasioneel afgevaardigd naar die OVV-vergadering.
Daarover heeft hij dan naar de hoofdbestuursleden verslag uitgebracht.

Wat is het OVV?

Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen of OVV is een Vlaamsgezinde pluralistische vereniging die een koepel wil zijn van Vlaamse verenigingen. Het Overlegcentrum wil beschouwd worden als het hart van de pluralistische zijde van de Vlaamse Beweging. De huidige voorzitter is Willy De Waele.

De koepel omvat op dit ogenblik 36 Vlaamse verenigingen.
De algemene doelstellingen van het OVV geformuleerd door Eric Ponette op 6 november 2002 zijn:
1. Zorg voor, en uitbouw van, de Vlaamse identiteit op taalkundig, cultureel, maatschappelijk, economisch, ecologisch en institutioneel vlak in een geest van ideologisch-pluralistische verdraagzaamheid, met als instrument een zo groot mogelijke bestuursautonomie.
2. Openheid naar, en samenwerking met, de andere volkeren in de Europese Unie op basis van hun respectieve identiteiten, in de eerste plaats nauwe samenwerking met Nederland.
3. Openheid en samenwerking op wereldvlak, in de eerste plaats solidaire steun voor de volkeren in ontwikkelingslanden.
Die doelstellingen komen tot uiting in het OVV-logo.
Statutair (Art. 1 § 2) zijn de opdrachten van het OVV

  • Coördineert de verenigingen van de Vlaamse Beweging
  • Stimuleert activiteiten op het vlak van de Vlaamse Beweging
  • Zorgt voor gezamenlijk optreden van de leden in consensus
  • Zoekt naar gezamenlijke standpunten voor aangelegenheden van Vlaams belang.
De vergadering van 19—9-2016 kreeg tussen de 25 en 30 aanwezigen.

Het verloop van de vergadering

Lees de hele tekst

 

Naar boven


Utopia - Inleidende lezing door Marc Eyskens op het symposium "500 jaar Utopia" van het Academisch Cultureel Forum op 26 september 2016 in Brussel

In samenwerking met de KANTL herdenkt de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten de publicatie van Utopia door Thomas More vijfhonderd jaar geleden. Een initiatief van het Academisch Cultureel Forum.

De herdenking van 1516 ging van start met het symposium 500 jaar Utopie op 28 september 2016 in het Paleis der Academiën te Brussel. In oktober en november vindt vervolgens een lezingenreeks plaats in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren in Gent getiteld ‘Tussen Utopia en Beeldenstorm’.

Tijdens het symposium ‘500 jaar Utopie’ in Brussel gaf Marc Eyskens een knappe inleidende voordracht rond het ‘utopisme’.

U kunt de volledige tekst lezen door hier te klikken

Naar boven


Hoe de ideale leraar worden? Interview met twee heel ervaren leerkrachten 15-6-2016

'Als elke leerkracht gewoon zijn les komt geven, draait een school voor geen meter.' Vraag Mireille Van Craenenbroeck en Lotte Selders, beiden prijswinnende leerkrachten, naar de eigenschappen van een ideale leraar, en er volgt een hele waslijst. Maar zonder bevlogenheid hoef je er niet aan te beginnen, daarover zijn ze het roerend eens. Een klasgesprek over roepingen, samenwerking en de onzin van een vak burgerschapsideeën.

Lees het hele interview

Naar boven



Interview met de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2016 Lukáš Vondrácek
'Muziek is alles: hemel en hel' 30-5-2016

Bescheiden, zo reageerde de Tsjech Lukáš Vondrácek op zijn overwinning. Donderdagavond pakte hij de jury van de Elisabethwedstrijd in met een adem-benemende vertolking van het derde concerto van Sergej Rachmaninov. ‘Muziek is de enige weg.’

Lees het hele interview

Naar boven



Dr. in de filosofie en leerkracht basisonderwijs Hester Ijsseling

Hester IJsseling op Radio Klara in Berg en Dal bij Pat Donnez op zondag 24 april 2016

Roep via de website van Klara het programma Berg en dal op.
http://www.klara.be/filosoof-hester-ijsseling-berg-en-dal

Ga dan naar herbeluister en klik links bovenaan Berg en dal 10:00 tot 11:00 aan en neem je tijd om te luisteren.

Hester IJsseling is een apart geval onder de filosofen. Ze geeft les in het basisonderwijs. Bewust. Ze initieerde Het Socratisch Lokaal, waar leraren met elkaar de dialoog over goed onderwijs voeren. Leren filosoferen, vindt Hester, bij manier van spreken levensnoodzakelijk.

Meer over Hester IJsseling
http://hesterij.blogspot.be/p/over-mij.html

Haar blogspot
http://hesterij.blogspot.be/

Hannah Arendt schrijft: 
"De opvoeding is het punt waar we besluiten of wij genoeg van de wereld houden om er verantwoordelijkheid voor te aanvaarden en haar meteen ook te redden van de ondergang die zonder die vernieuwing, zonder de komst van de nieuwen en de jongeren, onvermijdelijk zou zijn. In de opvoeding besluiten wij ook of we genoeg van onze kinderen houden om hen niet uit onze wereld te verbannen en hen aan hun lot over te laten, noch hun de kans te ontnemen om iets nieuws - iets dat we niet kunnen voorzien - te ondernemen, maar hen integendeel voor te bereiden op hun opdracht: het vernieuwen van een gemeenschappelijke wereld."

Uit: De crisis in de opvoeding (1954)
Geciteerd door Hester IJsseling


Naar boven



Drie vitamines in de opvoedkunde van ouders

Dat zijn: verbondenheid, autonomie en het gevoel competent te zijn.
Veerle Beel haalt die aan in haar artikel “Weg met het perfecte kind” in DS van 5 april 2016.
Ze werden geformuleerd in het geciteerde boek “Vitamines voor groei” van de ontwikkelingspsychologen van de UGent Maarten Vansteenkiste en Bart Soenens.

In haar artikel omschrijft journaliste Veerle Beel hoe kinderen en tieners zich voelen en hoe daarop ingespeeld kan worden.

Lees het artikel

Naar boven


EEN EIGENTIJDSE VISIE OP VERRIJZENIS

De Leuvense rector Rik Torfs is toch in de eerste plaats kerkjurist. Vanuit die functie volgt hij de vakliteratuur en aanverwante domeinen. Zo bespreekt hij tijdens het paasweekend in DS de pas verschenen biografie van Tine Halkes, een bekende katholieke feministische theologe die leefde van 1920 tot 2011. Hij laat daarbij het licht schijnen op die persoonlijkheid, die de feministische theologie gedurende een hele tijd prominent heeft gemaakt in het discours en die ze ook onderwezen heeft aan de universiteit van Nijmegen.


Verder speelt Torfs ook in op het paasgebeuren vanuit christelijke zin. Daarbij staat het thema van de verrijzenis manifest voorop. Hij bekijkt dat thema als concept, onafhankelijk van haar concrete vorm.

Uit zijn artikel ‘Cultuur, religie en feminisme: een evenwichtsoefening door de eeuwen heen – Geloof doet hopen’ (DS 26/27-3-2016) nemen we ter overdenking zijn slotgedeelte over.

Verrijzenis

“Wat mij bij Tine Halkes echter het meest fascineert, is dit. Het heden, de alledaagsheid, bleef voor haar altijd iets dat veranderd moest worden. ‘Zij leefde meer vanuit de verwachting dan vanuit het hier en nu en hield haar blik op de toekomst gericht.’ Dat suggereert ook een deel van de titel van het boek: ‘Ik verwacht iets groots’. Toen Tine die woorden uitsprak, had ze het over de viering van haar negentigste verjaardag in 2010. Maar in existentiële zin heeft die gerichtheid op verwachting ook betekenis. Ze brengt hoop in het leven, enthousiasme. Misschien vloeit de verzwakking van het verrijzenisgeloof in West-Europa voort uit de veranderde cultuur, die het heden verkiest boven de verwachting. Zeker, er zijn ondertussen ook mensen die het hiernamaals verwerpen om praktische redenen, omdat ze ruimtegebrek vrezen en met een staanplaats geen genoegen nemen. Voor alle duidelijkheid: over zo’n primitieve, letterlijke geloofsopvatting heb ik het niet.

Het gaat mij om de verrijzenis als concept, onafhankelijk van haar concrete vorm. Zij is noodzakelijk verbonden met hoop en verlangen. Dat Amerikanen er meer in geloven dan wij is geen toeval, omdat zij ook op andere punten, bijvoorbeeld op economisch vlak, hoopvoller zijn dan Europeanen, die zich vooral vastklampen aan wat ze nu hebben. Anders uitgedrukt: verrijzenis is aantrekkelijker in een cultuur van verlangen dan in de wereld van het status quo.

Toegegeven, Tine Halkes is een beetje passée. Omdat iedereen dat vroeg of laat zal zijn. Maar ook omdat de culturele context is veranderd. Die is grimmiger, minder verdraagzaam dan in Tines hoogdagen.
Ondertussen geeft de fraaie biografie van Tine Halkes, met al het dubbele dat haar kenmerkt, de lezer te denken over het eigen leven. Dat is geen geringe verdienste. Tine schuwde de controverse niet. ‘Ze was liever omstreden dan onbenoemd.’ Dat lukt haar een laatste keer in haar biografie. Een laatste keer? In afwachting van iets groots natuurlijk.”

Annelies van Heijst en Marjet Derks, Catharina Halkes. ‘Ik verwacht iets groots’. Levenswerk van een feministisch theologe – Uitg. Vantilt

Fragment uit de biografie

Naar boven



LERARENOPLEIDINGEN ZIJN AAN HERVORMING TOE - 25-3-2016

Wij zijn nog niet goed bekomen van de gebeurtenissen deze week in Brussel.
Toch gaat het leven zijn gang en andere thema’s komen aan de orde.
Zo is er de conceptnota van Onderwijsminister Hilde Crevits die vandaag in de Vlaamse regering wordt besproken. Ik geef hieronder het bericht dat daarover vandaag in De Standaard is verschenen.

"Onderwijs

Leraaropleiding alleen aan universiteit of hogeschool

25 maart 2016 | lc

Alle lerarenopleidingen worden bachelor- of masteropleidingen aan een hogeschool of universiteit.
Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft een conceptnota klaar om de lerarenopleiding te hervormen. Die is op 25-3-2016 besproken en goedgekeurd door de Vlaamse regering. De centra voor volwassenenonderwijs zullen vanaf eind augustus 2019 stoppen met hun lerarenopleiding.
Alle lerarenopleidingen worden vanaf september 2019 bachelor- of masteropleidingen die onder de verantwoordelijkheid vallen van een hogeschool of een universiteit. Voor wie al gestart is met zijn opleiding in een CVO, komt er een overgangsmaatregel.

Een leraar zal een van de volgende diploma’s moeten hebben: een professionele bachelor in het kleuter-, lager- of secundair onderwijs, een educatieve master in het secundair onderwijs, een professionele bachelor of educatieve master voor leraar in de kunsten. Voor praktijkleraars die alleen maar een diploma secundair hebben – zoals bijvoorbeeld bakkers, slagers, schrijnwerkers – wordt een apart tijdelijk traject uitgewerkt.

In de nota staat ook dat wie leraar wil worden, een instapproef moet afleggen, al maakt het niet uit hoe je daarop scoort."

Het onderwijsbeleid is niet alles. De onderwijsrealiteit is nog wat anders.
Er dreigt een lerarentekort in de nabije toekomst. Heel wat jonge docenten verlaten na heel korte tijd het onderwijs en zoeken een andere baan. Dat gebeurt in Vlaanderen, dat gebeurt in Nederland.

Een lang artikel in Vrij Nederland van gisteren (24-3-2016) geeft de opinie weer van jonge docenten die heel vlug het onderwijs verlaten en die hun onderwijservaringen op een schrijnende wijze aan het licht brengen. Onze onderwijsminister zou moeten doordringen in die onderwijsrealiteit om zich te laten inspireren voor haar plannen over de hervorming van de lerarenopleidingen.

Lees hier het artikel over Docentenuitval

Naar boven



Verruwing van het maatschappelijk debat is echt nefast - 15 januari 2016

Het gaat om meer dan een verschuiving in stijl en omgangsvormen. Het is geen kwestie van goede of slechte smaak. De doelstelling van het debat is veranderd. Confrontatie is de nieuwe basisstrategie. Laat het maar eens goed botsen. Niet in het samenbrengen ligt het antwoord, maar in het uiteendrijven, het verdelen. De winst ligt niet in het verbindende midden, maar in de verhelderende polarisering. Dat neigt eerder naar een destructieve dan een constructieve evolutie van het publieke debat. En is het dat wat we wensen?

Boeiende tijden - Het geloof in het overstijgen van tegenstellingen deemstert weg

Laat het maar eens goed botsen

 

Lees de hele journalistieke tekst

 

Naar boven


 

Wurggreep op taal - Debat over de status van het Afrikaans W.Carstens / Max du Preez 25 en 20 november 2015

As Engels die verstektaal aan universiteite word, sal dit die proses aan die gang sit om Afrikaans die doodsteek te gee, skryf Wannie Carstens

 

Wurggreep op taal

Deur Wannie Carstens. - 25 November 2015 00:01

Journalist Max du Preez heeft het voorbije weekend gevraagd dat de “reboot”-knoppen* ingedrukt moeten worden in het debat over Afrikaans als universiteitstaal. Du Preez heeft geldige vragen gesteld en gepleit voor heel wat minder emotie en meer rede. Ik probeer hem hier te antwoorden.

Max du Preez, joernalis, het die ­afgelope naweek gevra dat die ­“reboot”-knoppie gedruk moet word in die debat oor Afrikaans as universiteitstaal. Du Preez het geldige vrae gevra en gepleit vir heelwat minder emosie en meer rede. Ek probeer hom hier antwoord.

Max du Preez (MdP) zegt: “Hoeveel van onze emoties gaan over taal, onderricht en het belang van studenten en hoeveel over identiteit en ons gevoel van vervreemding in het huidige bestel?”

Max du Preez (MdP) sê: “Hoeveel van ons emosie gaan oor taal, onderrig en die belang van studente en hoeveel oor identiteit en ons gevoel van vervreemding in die huidige bestel?”

---------

  • ‘reboot’-knop: de knop die toelaat een computersysteem van het begin af te herstarten.

---------

As Engels die verstektaal aan universiteite word, sal dit die proses aan die gang sit om Afrikaans die doodsteek te gee, skryf Wannie Carstens.

---------

  • Verstektaal: taal wat nie verdedig word nie; waarby een party afwesig is.

--------

U kunt de beide artikels in het Afrikaans lezen door hier door te klikken met voorang voor het artikel van prof. W. Carstens.

Naar boven


 

Het televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky uit 1971 over de menselijke natuur een waardevol historisch document

Het volledige televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky (1:10:02) over de vraag van de menselijke natuur. Fragmenten uit het historische debat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky zijn de nodige keren de revue gepasseerd de afgelopen jaren. En er wordt regelmatig aan deze twee denkers gerefereerd. Hier zullen we het gehele fascinerend debat over filosofie en politiek vertonen dat in 1971 werd opgenomen voor de Nederlandse televisie.

Noam Chomsky (1928): linguïst, historicus, filosoof, politiek criticus en activist. Als de 'vader van de moderne linguïstiek' (taalkunde) richtte hij zich op het vraagstuk van het aangeborene vs. het aangeleerde. In zijn latere carrière heeft zich verder ontwikkeld als een belangrijke criticus van buitenlands beleid van de Verenigde Staten (van Vietnam tot Zuid-Amerika en het Midden-Oosten) en propaganda in de moderne media met als een van zijn belangrijkste werken "Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media".

Michel Foucault (1926 - 1984 ): Franse filosoof, sociaal theoreticus, historicus en literair criticus. In zijn werk behandeld hij was macht is en hoe dit werkt, de manier waarop ze kennis beïnvloedt en hoe ze gebruikt wordt als een vorm van sociale controle. Hij is het meest bekend van zijn kritische studies van sociale instituten als de psychiatrie, sociale antropologie, het gevangenissysteem en de geschiedenis van de menselijke seksualiteit. Een van zijn belangrijke werken is "Naissance de la prison, Surveiller et punir" (Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis) over de veranderingen in het strafmodel van het straffen van het lichaam (lijfstraffen) naar straffen van de geest.

Deze video bevat de volledige TV-uitzending (1 uur 10 minuten 2 seconden)

Naar boven


SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR

T.T. Cloete

Die bekroonde Suid-Afrikaanse digter prof. TT Cloete is Woensdagoggend 29 juli 2015, kort ná sy 91ste verjaardag op 31 Mei, aan natuurlike oorsake in ʼn private hospitaal in Potchefstroom oorlede.

Een document over hem vindt u
op de NDN-site
.

Op 21 december 2014 publiceert hij een merkwaardig arikel over DIVERSITEIT.
Hier volgt zijn tekst in het Afrikaans.

SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR

Die Europese immigrante wat hulle in 1652 in Suid-Afrika kom vestig het, het Suider-Afrika uit sy isolasie kom bevry.
Daar is tans ‘n woord, of eintlik ‘n ideologie, wat soos ‘n eggo deur almal se koppe loop: diversiteit.
Daar is ‘n eindelose diverse diversiteit. Van party diversiteite hou ons nie. Een daarvan is die diversiteit wat sowat 130 000 jaar gelede ontstaan het deur die migrasie “uit Afrika” na die noorde, ooste en weste toe, terwyl daar in Afrika n gebrek aan diversiteit was suid van die Sahara, ‘n geografies-kulturele skeidslyn.
Daar het in onheuglike tye ‘n mito-chondriale Eva iewers in die omgewing van die Groot Skeurvallei in Afrika ontstaan, en almal op aarde vandag is haar nakomelinge. Party van haar kinders het Egipte bereik en die manjifieke paramides en die sfinks opgerig, nog ander het verder noord migreer en kultuur om die vrugbare Middellandse See gestig, nog ander het nog verder noord, oos en wes migreer en ‘n verstommende diversiteit gestig: in menslike voorkoms, in tale, in kuns en kultuur. Die diversiteit wat ons vandag ken, het ontstaan deur hierdie migrasie uit Afrika.
Intussen het Eva se kinders wat suid migreer het ‘n soort status quo bewaar. Dit het niks met ras of velkleur te make nie, dit het alles te make met isolasie, met gene, met nuuskierigheid en waagmoed of gebrek daaraan, met ondernemingsgees soos van ‘n Da Gama en Dias. Die natuurlike agterstand van die suidwaartse migrante en die voorsprong van die migrante in die ander drie windrigtings is ‘n fenomeen waarvoor daar nie ‘n enkelvoudige verklaring is nie.
Daar is vandag nêrens op aarde nog outogtone (oorspronklike bewonders) nie, daar is net allogtone. Die migrante uit Afrika het die Neanderdallers en Denisovans verdring, en die eintlike outogtone in die huidige Suid-Afrika was die Khoi en San, wat verdring is deur die suidwaartse migrante.
Toe Van Riebeeck aan die suidpunt van Suid-Afrika geland het, was die huidige oorwig mense in hierdie land nog baie, baie ver weg van die Kaap af.

Ek haal maar ‘n willekeurige bron aan: “The San include the indigenous inhabitants of Southern Africa before the south-ward Bantu migrations from Central and East Africa reached their region.” Na die verdwyning van die Khoi en San is almal in hierdie land allogtone.
‘n Sinchroniese of vergelykende geskiedenis gee ons perspektief op diversiteit.
Daar is geen teenhanger in Suidelike Afrika, suid van die Sahara, vir die Chinees Confucius (551-479 v.C) in die verste Verre Ooste nie. Toe was daar al formele onderwys in China en van die oudste koerante op aarde. Daar was geen teenhanger in Suidelike Afrika vir die geniale kunstenaars van die duisende indrukwekkende terracotta-beelde vir die Chinese keiser Qin Shi Huang (wat van 247 tot 220 v.C geheers het) se mausoleum nie, van die verstommendste kuns wat die mens nog voortgebring het.
Daar was geen teenhangers in Suidelike Afrika vir die geniale kunstenaars in Kambodja wat Angkor Wat en Angkor Thom (12de eeu) opgerig het nie, met hul haas onvergelyklike beeldhou- en argitektoniese wonders.
Daar kom ons Weste toe. Turkye word beskou as die grens tussen die Ooste en Weste. Daar was in Suidelike Afrika geen teenhanger vir Instanbul se Hagia Sophia (587-1453) nie, geen suidelike teenhangers van die wiskundige skrywers van die Babiloniese “Plimpton 322” (1800 v.C) of die Egiptiese “Rhindpapirus” (1650 v.C) nie, geen teenhangers vir Pythagoras, Plato, Aristoteles, Sophokles, Dante, en nog later vir Michelangelo of Da Vinci nie.
Die oudste universiteite kom uit Italië, Salerno (9de eeu) en Bologna (11de eeu), maar formele skole het al in klassieke Griekeland en antieke China bestaan, en eintlik begin die akademiese opvoeding al by Plato. Oxford is in 1115 gestig en Cambridge in 1209.
Wat het toe in Suidelike Afrika aangegaan?
Silkaats (ong. 1790-1868) is ‘n goeie historiese vergelykingspunt. Toe Goethe (1749-1832) Faust geskryf het, het Silkaats in Suid-Afrika geleef, sonder dat hy geweet het van die tekstielbedryf wat met die nywerheidsomwentelings presies in sy leeftyd ontwikkel het (1760-1868). Toe was die uitvinders van die boekdrukkuns, Coster (ong. 1370-1439) en Gutenberg (ong. 1398-1468) al lankal dood, en die eerste Europese koerant, die Duitse Relation, het in 1605 verskyn, meer as ‘n eeu voor Silkaats se lewe. Toe het Silkaats niks geweet van sy tydgenoot Beethoven (1770-1827) nie. Toe Silkaats gebore is, was Rembrandt (1606-1669) pas meer as ‘n eeu gelede oorlede.
Wat is in Suidelike Afrika gebou toe die Gotiese katedrale in Europa ontstaan het?
Ek noem maar ‘n paar voorbeelde uit die onoorsigtelike diversiteit.
Wat van taaldiversiteit? Vandag wil party mense in ons land Shakespeare uit die skoolleerplanne haal. Wat het in Suidelike Afrika gebeur toe Shakespeare (1564-1616) sy dramas en gedigte geskryf het?
Ek is hart en siel vir diversiteit, en daarom vir die behoud van Afrikaans.
Ek is nie vir nivellering nie. Van Wyk-Louw was ‘n versiende man. Wat hy as Dertiger-digter geskryf het in LOJALE VERSET en BERIGTE TE VELDE, is vandag geldiger as ooit. Toe al het hy hom verset teen nivellering, die groot, dodelike gelykmaking.
Die ganse skepping getuig vir diversiteit en teen nivellering. Daar is nie net een soort gras, een soort boom, een soort dinosourus, een soort mens, een taal nie. Dié spesies is so uiteenlopend as kan kom. Stel jou voor ‘n skepping waar net een ster was, net een planeet, begroei met net een soort gras, byvoorbeeld klitsgras wat net aan klitsgras kon klou.
Die Psalms en ou Egiptiese gedigte, waat geen teenhangers in Suidelike Afrika gehad het nie, juig oor die diversiteit in die skepping, oor diverse diere of emosies, ensovoorts. Hoe vervelig sou dit gewees het as daar net een soort mens met net een taal was en almal se gesigte het eenders gelyk.
‘n Belangrike aspek van die Europese Renaissance (nie Mbeki se mislukte een nie) was die gebruik van die volkstaal vir die diepste roersels in die siel, en selfs vir wetenskaplike ontdekkings.
Indertyd was Latyn die lingua franca, en terwyl iemand soos die Nederlander Erasmus (1466-1536) nog in Latyn geskryf het, het Dante (1265-1321) lank voor Erasmus, in Italiaans geskryf – sy volkstaal. Erasmus is maklik vertaalbaar, Dante kan deur geen vertaling werklik toeganklik gemaak word nie. Niemand kan aan sy DIVINA COMMEDIA werklik reg laat geskied deur vertaling nie.

Ons denke sit so vas in taal dat selfs sekere filosowe na reg nie vertaal kan word nie. Ek lees Kant se beskrywing van die kunswerk of Freud se siening van Michelangelo se MOSES liefs in Duits, soos ek Satre of Derrida liefs in Frans lees. Ek wil digters in hul taal lees.
Vir baie mense is taal bloot ‘n gebruiksartikel wat , soos Heidegger gesê het, soos brandstof in ‘n motor verbruik word, maar in literêre werke is taal ‘n versterkwater wat die taal nie verbruik nie, maar inlê en bewaar, verseël, sonder vervaldatum.
Daarvoor gee die nivelleerders (wat soms voorgee hulle is vir diversiteit) niks om nie. Hulle wil alles tot ‘n lingua franca of soort Esperanto verengels, tot niks meer nie as ‘n verbruikerstaal.
Alle kultuur hang van taal af, dus ook alle wetenskap. As ons nie taal gehad het nie, kon ons nie op die maan land nie.
Wat ons vandag in Suid-Afrika het en is, is te danke aan diversiteit, ook deur die ontstaan van Afrikaans, met ‘n Europese herkoms, maar inheems omvorm tot wat dit vandag is.
Die historiese feite wat ek vergelykenderwys hierbo genoem het, het hulself geskryf. Hulle is nie te ontken of dood te swyg nie, en dit moet almal in hierdie land tot dankbaarheid en nederigheid stem, want dit is vandag ons kulturele gebruiksgoedere. Ons moet nie die geskiedenis wil herskryf na die politiek van die dag nie. Het ons vandag ‘n punt bereik waar ons die geskiedenis so na die land se omstandighede wil herskryf dat ons huiwer om kultureel kosbare dele daarvan weg te prober dink?
“Niks is suiwer nie,” maar niemand in hierdie land behoort 1652 uit die geskiedenis te probeer wegskryf nie, want van toe af eers is Suid-Afrika uit sy isolasie bevry, deur in te voer wat tot dan toe ontbreek het. Van toe af het ons die natuurlike agterstand begin inhaal danksy die “uit Afrika”-migrasie, en van toe af is ons almal Afropeërs en/of Eurokane.
En Eurokaners, wat ‘n inheemse taal gestig het, waarin literêre werke geskryf is wat kan meeding met die beste in die ooste, noorde en weste en wat nie mag verval nie.
Die mensdom besit vandag ‘n indrukwekkende literêre voorraad, omdat daar diversiteit is, omdat daar dus verskillende perpektiewe op die mens en die kosmos is, waarvan Afrikaans een is. Marais, Leipoldt en die Louws kon in Engels skryf, maar hulle was vir diversiteit pleks daarvan om die reeds ryk Engelse letterkunde verder te verryk. In watter ander taal kon “Oom Gert vertel” geskryf gewees het? Lank gelede het ek daarop gewys dat Bosman in Engels geskryf het, maar sy verhale klink na Afrikaans!
Die literatuur is die kosbaarste besit van enige volk. Wat bly oor as jy Chaucer, Shakespeare en Eliot uit Engels haal, Goethe uit Duits, Baudelaire of Rimbaud uit Frans, Dante uit Italiaans, Sophokles uit Grieks, Vergillius uit Latyn?
Een taal alleen, soos Engels, ten spyte van al sy rykdom, kan nie die diversiteit en rykdom van die skepping vir ons oopmaak nie.

Ek is vir diversiteit.

(ARTIKEL SOOS VERSKYN IN RAPPORT WEEKLIKS - 21 Desember 2014)

Geskryf deur + Prof TT Cloete: digter en afgetrede dosent in Afrikaans en Nederlands


Naar boven


 

“Verdwaald in al onze talen. Babel in de Lage Landen”
lezing Luc Devoldere

Op zaterdag 9 november 2013 te 15 u in de Grote Kerk in Breda hield Luc Devoldere, hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder van Ons Erfdeel vzw, de 30ste Pacificatielezing met de bovenstaande titel. Hij sprak die lezing ook uit tijdens de Academische Zitting in Antwerpen op zaterdag 21 maart 2014 tijdens de Algemene Ledendag van het Verbond der Vlaamse Academici. Hij werd toen de laureaat van de VVA-prijs 2015.

Zijn pacificatielezing werd na zijn optreden in Breda als hoofdstuk gepubliceerd in zijn recente boek ‘Tegen de Kruideniers. Over talen, Europa en geheugen’ (De Bezige Bij Antwerpen). Op  vrijdag 17 oktober 2014 gaf Tineke Beekman de openingslezing van de boekvoorstelling. Twee dagen later publiceerde zij haar tekst op haar blog onder de titel 
Bij de Boekvoorstelling van ‘Tegen de Kruideniers’, door Luc Devoldere
.

Wij danken Luc Devoldere voor zijn bereidwilligheid de tekst van zijn lezing aan ons over te maken om hem in de 4e editie van Vivat Academia toegankelijk te maken voor alle VVA-leden.

De eerste alinea’s wijzen al duidelijk aan dat zijn lezing handelt over taal:

‘Het is met taal zoals met de tijd bij Augustinus: je weet wat het is zolang niemand het je vraagt. Maar als iemand je vraagt uit te leggen wat taal nu eigenlijk is, dan geraak je in grote verlegenheid. We zijn allemaal experten en allemaal even onwetend als het over taal gaat. Dat is omdat we er midden in zitten. Niet alleen de filosoof is gevangen in de netten van de taal, zoals Nietzsche zei: we zitten allemaal verstrikt in dat net.

Taal is alledaags, misschien het meest alledaagse en tegelijk het vreemdste dat ons is overkomen. Niemand van ons bezit de taal, niemand beheerst haar volledig. Als ik sterf, zal de taal, zullen de talen waarin ik heb geleefd, mij overleven. Je zou ons levenslange proberen om de taal de baas te worden kunnen vergelijken met het opslaan van een kamp bij een gletsjer op weg naar een top, die men nooit bereikt.’

Lees de volledige tekst van de lezing van VVA-laureaat 2015 Luc Devoldere

Luc Devoldere (Kortrijk, 1956) studeerde oude talen en wijsbegeerte in Kortrijk en Leuven. Hij was leraar aan het Sint-Barbaracollege in Gent en is nu hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder van de Vlaams-Nederlandse culturele instelling Ons Erfdeel vzw. Hij is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde en publiceerde o.a.
Wachtend op de barbaren. Essays (Lannoo, Tielt, 2002);
De verloren weg. Van Canterbury naar Rome (Atlas, Amsterdam, 2002);
Mijn Italië (Atlas, Amsterdam, 2006);
Lucifers bij de brand. Notities (Atlas, Amsterdam, 2009).

Meer over Luc Devoldere leest u in de vorige editie van Vivat Academia


Naar boven


‘Willem Elsschot en de kracht van het grootouderschap -
Goede kaas moet rijpen’
Elsschotlezing van 24 februari 2015
door Vlaams minister-president Geert Bourgeois

Hoe Geert Bourgeois gestrikt werd voor de lezing en hoe hij zijn keuze voor het onderwerp maakte kunt u lezen in de aanloop van zijn lezing.


Ja die keuze, dat formuleert hij zo:

“Finaal inspireerde de kerstperiode mijn keuze.
Met kerst verzeilt politiek en actualiteit naar de achtergrond. Tenminste, dat maak ik mezelf elk jaar wijs. De warmte van gezin, familie en vrienden staat centraal.
Zo kwam ik op een wat onderbelicht thema: Elsschot als grootvader en als auteur van het onvolprezen dubbel-werk “Tsjip-De Leeuwentemmer”.
Zelf de trotse en gelukkige grootvader van vijf kleinkinderen leek mij dit een mooi aanknopingspunt voor een lezing.” (blz. 4)

Wijzelf zijn bijzonder blij dat de minister-president zijn hele tekst ter beschikking stelt voor publicatie in de vierde editie van Vivat Academia. We veronderstellen dat onze lezers dat ook op prijs stellen en dat ze de hele toespraak met veel genoegen zullen lezen.

Lees de volledige tekst van de Elsschot-Benefietlezing

 

Naar boven



Taal en cultuur in de marge van de macht - Els Ruijsendaal
(in Europa en de Wereld, 2014)

'In weerwil van de oorspronkelijke boodschap − in vrede en welvaart samenleven in ons continent − is de EU voor de burger inmiddels een economisch en technocratisch geheel in het werelddorp geworden. De vervreemding wordt nog eens versterkt door de migratie naar én binnen Europa, waardoor ook de staten zelf een integratieprobleem hebben. Als we hierbij bedenken dat de taal en cultuur de eenheid en eigenheid van de lidstaten en hun cultuurgemeenschappen hebben gevormd, is het logisch dat het taalculturele belang toeneemt, nu de Unie zó omvangrijk is geworden dat de grote verscheidenheid de eigenheid van diezelfde Unie lijkt te verdringen. Een goed taal- en cultuurbeleid kan Europa dus, zoals
Couwenberg (1994, p. 120) het zo kernachtig heeft geformuleerd, “een zeker Europees identiteitsbesef als complement van nationale en regionale identiteit” helpen geven.

Maar vooralsnog verkeren taal en cultuur enigszins in de marge van de Europese ontwikkelingen en lijken zij slechts een kleine rol te spelen in politiek Europa. Dat is gevaarlijker dan men geneigd is te denken. Men zal nu keuzes moeten maken en de consequenties moeten trekken uit het aloude gegeven dat wij als Unie niet bij economie alleen kunnen bestaan.'

Lees de volledige tekst van het essay van prof. Ruijsendaal
uit EUROPA EN DE WERELD - red. Ernst John Kaars Sijpesteijn

Uitgegeven door: Vereniging Democratisch Europa - Europese Beweging Nederland
Amsterdam-Den Haag 2014 pp. 151-162

Els Ruijsendaal is historisch taalkundige, promoveerde op geschiedenis van de grammatica, was studieleider op lerarenopleidingen, universitair docent en is nu als bijzonder hoogleraar verbonden aan het BeNeLux-Universitair Centrum. Ze doet onderzoek op het terrein van terminologie en naamkunde.

 

Naar boven



Bij het overlijden van de Leuvense filosoof Samuel Ijsseling
(+14 mei 2015)

Samuel Ijsseling werd 82 jaar oud.

Hij introduceerde in de Nederlandstalige filosofiewereld de postmoderne Franse denkers,
in het bijzonder de constructivist Jacques Derrida.

IJsseling trad begin jaren vijftig in bij de Paters Augustijnen, waar hij filosofie en theologie studeerde en werd gewijd tot priester. Later maakte hij zich los van zijn katholieke achtergrond en raakte hij gefascineerd door de Griekse godenwereld.

Hij was van 1969 tot 1997 hoogleraar filosofie aan de KU Leuven.

Schreef onder meer de klassieker Mimesis: over schijn en zijn (Ambo, 1990).
Publiceerde in 2007 (samen met Ann Van Sevenant) Wat zou de wereld zijn zonder filosofie? (Klement/Pelckmans).

Zijn overlijdensbericht in NRC

Zijn laatste Knack-interview op 6 juli 2011 met Joël De Ceulaer begint zo:

Nee, internet heeft hij niet. 'Niet omdat ik mij per se tegen de moderniteit wil verzetten, hoor', zegt Samuel IJsseling. 'Ik was destijds een van de eersten die met een elektrische schrijfmachine werkten. Maar dat internet, ach, ik wilde niet meer mee, denk ik. Ik mis het ook niet. Het blijft mij bespaard, zou ik zeggen. Doordat ik niet voortdurend hoef te surfen of te mailen, heb ik een zee van tijd. En ik merk ook dat mensen het fijn vinden om een met de hand geschreven brief te krijgen.'

Het Knack-interview

In 2014 verscheen ‘Dankbaar en aandachtig’ dat Ijsseling samen met zijn filosofische discipel Ger Groot publiceerde. In Liberales schreef Claude Nijs daarover een recensie.

Moeten we dankbaar zijn?

Samuel IJsseling ‘de ideale filosoof’, deed wat de groten kunnen: uitleggen
‘auseinandersetzen’ Bert Bultinck

_________________________________


Naar boven



"Universiteiten verminderen publicatiedruk" - Nederland

Naschrift – van Willy Martin

‘Zes jaar nadat ik deze lezing hield, verscheen in VU-zine, het elektronische nieuwsmagazine van de VU (jaargang 2014, nr. 15), het bericht “Universiteiten verminderen publicatiedruk’. Hierin wordt melding gemaakt van het feit dat de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) op 3 december 2014 de zogeheten San Francisco Declaration on Research Assesment ondertekende. De Nederlandse universiteiten beloven hierin dat ze in hun beleid minder waarde gaan hechten aan de hoeveelheid wetenschappelijke artikelen en de reputatie van het tijdschrift waarin die verschijnen. Karl Dittrich, voorzitter van de VSNU, stelt dat de universiteiten in Nederland de cultuur van publish or perish willen doorbreken en dat het “in de verklaring gaat om de terugkeer naar normaal zuiver gedrag”. Een en ander kan er misschien toe bijdragen dat het publiceren in de eigen moedertaal niet langer als abnormaal/onzuiver gedrag beschouwd wordt.’

Dit naschrift komt na de tweede gepubliceerde lezing van prof. dr. W. Martin “Het Nederlands als vaktaal” blz. 33 in zijn net gepubliceerde boekje ”Nadenken over terminologie. Zeven opstellen over terminologiebeleid” (redactie Els Ruijsendaal en Cornelia Wermuth) – Reeks: NL-Term Cahiers-2

Over de overdreven publicatiedruk aan de universiteiten in Vlaanderen verscheen er in augustus 2013 hier te lande een “mediastorm”. Het VVA schaart zich aan de kant van de critici in de polemiek tegen deze academische anomalie. Daarom publiceert het VVA op deze pagina een samenvatting van de reacties op de Open brief en de Petitie die uitgaat van de Actiegroep Hoger Onderwijs en die de problematiek in de media bracht.

Publicatiedruk aan de universiteiten - dossier van het huidige discours (klik aan in de index bovenaan)


In 2014 is het publieke discours daarover in Vlaanderen blijkbaar verstomd.

In Nederland werd de druk ook sterk aangevoeld, ontstaat er eveneens een reactie daartegen en maken de universiteiten blijkbaar het voornemen om “terug te keren naar normaal zuiver gedrag”. Wij kijken inderdaad uit naar publicaties in het Nederlands op universitair niveau.

Dank aan Willy Martin voor de attendering in zijn boekje.


Naar boven



Metamoderniteit of maken we een afscheid mee van het historisch besef?

Hieronder staat een van de slotalinea’s van ‘Nawoord bij het heden - Metamoderniteit voor beginners [Een filosofische nieuwjaarsbrief]’ van Lieven De Cauter* van 2 januari 2015 in De Wereld Morgen – een bijzonder passende tekst bij deze digitale periodiek.


Is het filosofische spielerei of geeft de tekst een overzicht van de westerse wereldgeschiedenis, overzicht dat uitmondt in een onoverzienbare chaos de auteur dan toch de naam geeft van metamoderniteit.

“Misschien ligt daar wel een van de grote malaises van deze tijd. Het verlies aan historisch besef leidt misschien tot een globalisering van de verwarring. Metamoderniteit is het tijdperk van de verwarring en van de catastrofe, van de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige, maar dan niet als moderne afstand tussen de primitiviteit van de kolonies en de beschaving van het moederland (de koloniale machten), maar als Entropisch Imperium waarin neo-middeleeuws fundamentalisme en hypertechnologie naadloos samenkomen. Wij zijn meer en meer ‘ontijdgenoten’. Ontijgenoten worden we zo goed als zeker.”  

Lees de hele tekst

* Lieven De Cauter:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Lieven_De_Cauter

 

Naar boven


 

Politieke emoties – Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan

Recensie van het boek van Martha Nussbaum door Walter Lootens
in De Wereld Morgen 8-9-2014



Martha Nussbaum, Amerikaans hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago, is een zeer productieve auteur. Ze is gespecialiseerd in de Oudheid en in politieke filosofie en ethiek. Haar nieuwe boek heet 'Politieke emoties' en is nu in een Nederlands vertaling verschenen. Nussbaum houdt daarin een warm pleidooi voor meer empathie in het politieke denken.


Walter Lotens

Zoals zo vaak zegt de ondertitel meer dan de titel van een boek. Dat is ook hier het geval. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan geeft goed weer hoe Nussbaum haar theorie van sociale rechtvaardigheid in verband brengt met haar denken over het belang van emoties en het aanwenden ervan.

Volgens Nussbaum zijn emoties geen wilde, irrationele lichamelijke veranderingen, maar cognitieve oordelen. Daarmee plaatst ze zich in de traditie van de Stoïcijnen, die emoties ook als vormen van cognitie begrepen. Maar in tegenstelling tot de Stoïcijnen, die meenden dat we ons moeten losmaken van externe zaken en ons door de rede laten leiden, vindt Nussbaum nu net dat emoties ons iets zeggen over wat en wie we belangrijk vinden.

Lees de hele recensie

Naar boven



'De democratie voorbij' van Luc Huyse

Luc Huyse (1937) toont met ‘De democratie voorbij’ dat hij nog niets van zijn scherp inzicht heeft verloren. Zijn maatschappelijke analyses blijven pertinent.

Recensie van Walter Lotens in De Wereld Morgen
vrijdag 9 mei 2014

Het woord 'voorbij’ komt regelmatig terug in het werk van Luc Huyse. Eerder schreef hij onder meer De verzuiling voorbij (1987), De politiek voorbij (1994), Alles gaat voorbij, behalve het verleden (2006).



Nu verscheen De democratie voorbij.







Huyse analyseerde de voorbije veertig jaar met zijn scherpe sociologische blik de maatschappelijke ontwikkelingen in België. ‘De uiterste houdbaarheidsdatum voor de democratie zoals we die nu kennen, komt nabij,’ waarschuwt hij. De houdbaarheidsdatum van deze auteur is gelukkig nog lang niet bereikt. Dat bewijst dit boek waarin geleerdheid wijkt voor wijsheid.

Lees de hele recensie

Persoonlijk heb ik het boek met veel belangstelling bijna in één trek uitgelezen. Van harte kan ik het aanbevelen.

G.D.

Luc Huyse in Touché op radio 1 – 1 juni 2014

Het programma met het interview met de Leuvense socioloog wordt in twee delen weergegeven telkens van zowat één uur.

In de aanloop wordt verwezen naar Luc Huyses laatste boek ‘De democratie voorbij’. Lang wordt er niet bij het boek stilgestaan. Wel overduidelijk blijven de ideeën van het boek doorklinken in de opvattingen die van Luc Huyse komen in de antwoorden op de vragen over politiek die hem worden gesteld. Toch interessant zijn zijn reacties in het eerste kwartier van deel 1 op de verkiezingen die nauwelijks een week voordien hebben plaats gegrepen.

Ook de andere thema’s van het uitvoerig interview blijven boeiend. Je moet er wél je tijd voor nemen.

Kans om Touché met Luc Huyse te beluisteren krijg je via de volgende koppeling: http://www.radio1.be/programmas/touc/luc-huyse

Naar boven


Interview met prof. C. Van Broeckhoven 21/22-6-2014

Braindrain alert! Dementieprof Christine Van Broeckhoven
‘Voor België ben ik te oud. De deur naar het buitenland staat open’
21/06/2014 | Ann-Sofie Dekeyser - Foto’s Marco Mertens

De Belgische Stichting Alzheimer Onderzoek moet het vanaf nu zonder haar stellen. Ze stopt ook als meter van de Alzheimer Liga. En dan beginnen al snel de geruchten: Belgisch bekendste prof houdt het voor bekeken. Uitbollen? Christine Van Broeckhoven peinst er nog niet over. ‘We moeten in de Premier League kunnen spelen.’

We noemen haar de dementieprof, maar officieel heet haar functie prof. dr. in de moleculaire biologie en genetica aan de Universiteit Antwerpen, het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en het Instituut Born-Bunge. Veel om te onthouden. Ze identificeerde begin de jaren 90 het eerste gen dat een cruciale rol speelt bij alzheimer. Met haar verdere onderzoek naar de genetische basis van dementie, manisch-depressieve stoornissen en andere zenuwziektes behoort ze tot de wereldtop. Op de universiteit staat het Departement voor Moleculaire Genetica onder haar leiding.

Lees het interview met Christine Van Broeckhoven

 

Naar boven



Brussel in Vlaanderen - Vlaanderen in Brussel

Besluiten van de studiedag van 15 februari 2014

Vlaanderen kan Brussel niet loslaten omdat Brussel in Vlaanderen ligt. De Brusselse en Vlaamse bevolking en economie zijn onlosmakelijk verstrengeld. Vlaanderen en Brussel moeten samenwerken aan een schitterende toekomst. Brussel is een veeltalige, kosmopolitische stad. Dit stelt grote problemen en maar biedt tevens enorme kansen. Het migratieprobleem overschrijdt de draagkracht van Brussel en vloeit over naar de Vlaamse rand. Brussel en Vlaanderen moeten dit samen oplossen.

Het is de taak van de Vlaamse en Brusselse overheid een optimaal inburgeringsbeleid te voeren zodat migranten zich kunnen integreren tot volwaardige burgers, in Brussel en in Vlaanderen. Degelijk onderwijs is de sleutel tot integratie.

Vlaanderen moet nog meer investeren in het Nederlandstalig onderwijs en moet het aandeel van het Nederlandstalig onderwijs verhogen. Tevens moet Vlaanderen de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs hooghouden en erover waken dat alle Nederlandstalige kinderen een plaats vinden in het Nederlandstalig onderwijs. Vlaanderen moet ervoor zorgen dat de Brusselse Vlamingen evengoed als alle Vlamingen daadwerkelijk toegang hebben tot degelijk Nederlandstalig onderwijs.

Te veel leerkrachten ontvluchten het Nederlandstalig onderwijs te Brussel. Deze evolutie moet Vlaanderen tegengaan door financiële en logistieke stimulansen, door voldoende te investeren in kwalitatief onderwijs en door op assertieve wijze de naleving van taalwetten af te dwingen. Brussel is een kosmopolitische veeltalige stad. Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap moeten investeren in de Vlaamse aanwezigheid in Brussel, een noodzaak om Brussel en Vlaanderen welvarend en leefbaar te houden. Dit vormt voor Brussel de garantie dat het zijn rol als hoofdstad kan blijven uitoefenen, dat Vlaanderen zal blijven investeren in Brussel en is de weg naar een harmonieuze samenwerking over de gewestgrenzen heen.

De Vlaamse regering moet de Brussel-norm van 30% niet alleen in theorie laten bestaan, maar daadwerkelijk ook toepassen in het onderwijs, in cultuur en welzijnszorg. Daarvoor zijn ziekenhuizen, bejaardentehuizen en instellingen voor kinderopvang onder Vlaams beheer en met Vlaamse middelen noodzakelijk.

Door de talrijke Nederlandstalige pendelaars die er werken is Brussel vijf dagen op zeven in belangrijke mate Nederlandstalig. Wie werkt in Brussel heeft er ook de verantwoordelijkheid Nederlands te spreken. De economische regio Brussel reikt verder dan het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. Dit vereist een samenwerking over de gewestgrenzen heen, die echter geen wetswijziging, staatshervorming of nieuwe structuren rechtvaardigen. Ondernemers stelden een samenwerkingsplan op, dat door politici werd gekaapt om de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap op te richten en deze met een speciale wet te vergrendelen. Dit is geen blijk van goede wil en wekt alleen maar wantrouwen.

Vruchtbare samenwerking tussen Brussel en Vlaanderen kan enkel in een sfeer van vertrouwen, dat echter wordt ondermijnd zolang meerdere Brusselse politici aanspraak maken op Vlaamse gemeenten.

Het VKB en de 40 verenigingen die lid zijn van het OVV, willen dat Vlaanderen aanwezig blijft in Brussel om er bij te dragen tot de welvaart, om er mee te werken aan een harmonieus en leefbaar Brussel en aan de verdere opbouw van Brussel als een kosmopolitische hoofdstad die geïntegreerd is in en samenwerkt met haar natuurlijke omgeving.

Robrecht Vermeulen, Voorzitter Overlegcentreum van Vlaamse Verenigingen (OVV)
Joost Rampelberg, Voorzitter Vlaams Komitee Brussel (VKB)

 

Naar boven


 

Essayprijs 2013 van het tijdschrift Streven

Beste VVA-vrienden,

Zeker loont het de moeite jullie aandacht te vestigen op de toekenning door het toonaangevende tijdschrift Streven van de Frans Van Bladel Essayprijs aan de nog jonge doctorandus Benjamin De Mesel.  Hij won de prijs met het essay “Wordt het morgen beter? Over wijsheid en vergrijzing”.

PERSBERICHT                                                                                                  28 januari 2014

BENJAMIN DE MESEL (°1982) WINT FRANS VAN BLADEL ESSAYPRIJS 2013

MET ZIJN ESSAY ‘WORDT HET MORGEN BETER? OVER WIJSHEID EN VERGRIJZING’

De jury van de Frans Van Bladel Essayprijs, uitgeloofd door het tijdschrift Streven, schrijft over het winnende essay: “Gewoonlijk wordt de toenemende vergrijzing van de samenleving in politiek en media slechts als een onoverkomelijk en lastenverzwarend probleem afgeschilderd. Tegenover deze communis opinio ontwikkelt de auteur een genuanceerde en evenwichtige argumentatie ten gunste van een mogelijke (hoewel niet vanzelfsprekende) positieve, persoonlijke en maatschappelijke waardering van het ouder worden. Het essay is vlot geschreven, in een rustige, reflexieve toon die goed bij het onderwerp past en die ook stilistisch van rijpheid getuigt. Hoewel de auteur overtuigd is van zijn stellingname en zowaar ‘moed tot waarheid’ aan de dag legt, wordt het betoog nooit moraliserend. De auteur blijkt niet alleen een woordkunstenaar te zijn, maar ook een filosofisch stilist in de trant van een Cornelis Verhoeven, en de jury wil hem beslist aanmoedigen om op deze weg verder te gaan”.

Achtergrond:
De redactie van het cultureel maatschappelijk tijdschrift Streven organiseert deze schrijfwedstrijd jaarlijks om de essayistiek te bevorderen en om jonge auteurs aan te moedigen te publiceren in het blad. Streven staat al tachtig jaar voor kritische reflectie op ontwikkelingen in diverse gebieden: van filosofie tot film, van recht tot kunst, van theologie tot economie. Elke maand verschijnt een honderdtal bladzijden stevige lectuur van deskundige auteurs uit binnen- en buitenland. De jury bestond dit jaar uit de externe leden Elke Brems en Ger Groot en uit de leden van de redactie(raad) van Streven Tinneke Beeckman, Jean-Pierre Rondas en Willie van der Merwe.

Praktisch:
Het winnende essay van Benjamin De Mesel is te lezen in het februarinummer dat vandaag verschijnt. Het nummer is te bestellen via streven@skynet.be.

Op 13 februari 2014 zet Streven de kersverse winnaar van de Frans Van Bladel Essayprijs 2013 in het zonnetje. Streven organiseert dan in samenwerking met de Leerstoel Rector Dhanis en Calamartes een discussieavond over het thema van de essayprijs: ‘Wordt het morgen beter?’. Benjamin De Mesel wordt geïnterviewd door Jean-Pierre Rondas, filosofen Tinneke Beeckman en Maarten Boudry gaan in debat, en Calamartes zorgt voor jazzmuziek. Meer informatie op www.streventijdschrift.be, daar kunt u direct inschrijven. 

Personalia winnaar:

Benjamin De Mesel (°1982) studeerde Slavische Talen met een specialisatie in Russische literatuur en volgde een master na master Nederlandse Taal en Cultuur. Was vijf jaar leraar Russisch en Nederlands voor anderstaligen en studeerde vervolgens filosofie. Momenteel bereidt hij als aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek aan de KU Leuven een proefschrift voor over Wittgenstein en ethiek.





Daarnaast doet hij ook onderzoek naar het statuut van de filosofie. Vorig jaar was hij in dat verband met zijn masterscriptie Inkompetenzkompensationskompetenz. Odo Marquard over filosofie genomineerd voor de Geert Grote Pen 2013. De scriptie is samen met de andere genomineerde scripties gepubliceerd. Een andere literair-filosofische interesse is het werk van Vladimir Nabokov. Dit jaar verschijnt in het Tijdschrift voor Filosofie het artikel ‘Nabokov, Sartre en de triomf van de domheid’.

 

Naar boven


 

‘Eresaluut aan Mark Grammens’

Op 16 november 2013 organiseerden vrienden een hulde aan Marc Grammens bij het einde van zijn unieke uitgave “ Journaal”.

De organisatoren wilden vele sympathisanten betrekken bij deze viering.



Mark Grammens heeft 55 jaar met hart en ziel gewerkt, geijverd, vernieuwd in de Vlaamse journalistiek. Hij leerde het vak in Londen, was redacteur van het excellente jezuïetenblad De Linie, de ster van de Nieuwe, de stichter van het Tijdschrift voor Diplomatie, de bedenker van een boekenblad, de uitgever van de essayreeks Aktueel en gedurende een kwarteeuw, de uitgever en journalist van het eenmansblad Journaal.

 

Huldezitting Mark Grammens

‘Journaal voor Vlaanderen’

16 november 2013 - 10.00 uur
‘Aula Rector Dhanis’ - Stadscampus Universiteit Antwerpen
Kleine Kauwenberg 14-22, 2000

Initiatiefnemers: Richard Celis, Frans Crols, Mathias Danneels,
Wim Merckx, Herman Suykerbuyk, dr. Mia Uytterhoeven-weduwe Rudi Van der Paal.

*
Programma

Inleiding door professor Dirk De Bièvre
*
Wat moet/doet Vlaanderen met zijn identiteit, Nederland en de Europese Unie?
Uitdager: Nelly Maes, Spreker: Axel Buyse.
*
Is een zelfstandiger Vlaanderen de motor van een sociaal-economisch gezonder/meer toekomstgericht Vlaanderen?
Uitdager: Peter De Roover, Spreker: Karel Van Eetvelt
*
De Vlaamse media: goede vierde of foute eerste macht?
Uitdager: Mathias Danneels, Spreker: Rik Van Cauwelaert
*
Slottoespraak Mark Grammens

 

Zaterdag liep de grote Aula Rector Dhanis zo goed als vol voor “Journaal voor Vlaanderen”, waar hulde werd gebracht aan Mark Grammens. Dat honderden aanwezigen op een mistige zaterdagochtend naar de huldezitting kwamen afgezakt, zal Grammens deugd hebben gedaan. Toch zal volgens ’t Pallieterke de politieke relevantie van zijn emotionele slottoespraak minder groot zijn dan wat Unizo-voorzitter Karel van Eetvelt kwam vertellen. Is een zelfstandiger Vlaanderen de motor van een sociaal-economisch gezonder/meer toekomstgericht Vlaanderen? was het thema.

Verslag onder Actueel in ’t Pallieterke van 20 november 2013 bladzijde 5
van Anja Pieters


Daarin valt op dat de eerste spreker, diplomaat Axel Buyse, stelde dat Vlaanderen zijn autonomie en bevoegdheden meer moet benutten en meer investeren in zijn relatie met Nederland, met Europa, met het buitenland. OOK toonde hij zich ongerust over de zorg voor het Nederlands als standaardtaal.

’t Pallieterke titelt zijn verslag met “UNIZO had geen goed nieuws mee voor gevierde Grammens”. Anja Pieters ruimt veel plaats in haar verslag voor de ideeën die Karel van Eetvelt van UNIZO naar voren bracht. De vraag was: “Kan Vlaanderen met zijn kluwen van overlappende overheden en bestuurlijke filevorming wel een goed beleid voeren?”

Een illusie

‘ Van Eetvelt vond van wel. Dat was meteen het belangrijkste signaal van de bijeenkomst. Dat de zelfstandigen en de bedrijfsleiders het territorium van CD&V (en in mindere mate Open Vld?) voorgoed zouden hebben verlaten is een illusie, die de UNIZO-voorzitter beminnelijk, maar bikkelhard de grond inboorde.

In 2009 werden leden van UNIZO, Voka en VKW bevraagd over hun mening over de nood aan meer autonomie voor Vlaanderen. Het “plafond” waartegen Vlaanderen toen telkens weer stootte, was inderdaad te laag, zei Van Eetvelt. Zeventig tot tachtig procent van de bevraagden was toen inderdaad voorstander van meer autonomie. Vrij vertaald, van een copernicaanse omwenteling. “Ze zaten toen niet te wachten op het uiteentrekken van het land, wel op een homogenisering van de bevoegdheidspakketten, van het arbeidsmarktbeleid, het vennootschapsbeleid, het economisch beleid, het energiebeleid…” Voormannen van de ondernemerswereld (Van Eetvelt zelf, maar ook Philippe Muyters, Johan van Overveldt e.a.) zorgden er mee voor dat ook de vraag naar meer Vlaamse autonomie centraal stond.

Prioriteit

Het beeld is vandaag drastisch gewijzigd. Dat streven is geen prioriteit meer. Dezelfde vragen van 2009 werden bij een nieuwe bevraging van de ondernemers in september dit jaar compleet anders beantwoord. Voor de ondernemers is het institutionele kader verre van hun eerste zorg. Nog amper zeven procent vraagt naar nog meer staatshervorming. “De economische context is veranderd. Ondernemers willen in crisistijd dat vooral hun problemen worden opgelost: ze kijken vooral naar de competitiviteit en het rendement op hun vermogen.”

Van Eetvelt richtte zich rechtstreeks tot minister Geert Bourgeois (N-V), aanwezig in de zaal: “Geert weet dat het debat van vandaag moet gaan over de zesde staatshervorming en over wat Vlaanderen daar vandaag mee moet aanvangen.” De uitspraak van Gaston Geens – “wat we zelf doen, doen we beter” – corrigeerde hij in “wat we zelf doen moeten we beter doen”. Geen onbelangrijke nuance. De eerste uitspraak omvat meer autonomie als doelstelling, de tweede veel minder of niet.

Conclusie

Is het plafond nu te laag? Ja en nee. “Volledige autonomie bestaat niet en wie die wil, botst op muren”, relativeerde de UNIZO-man. Een zevende staatshervorming zal er ooit wel komen, en een achtste ook, maar val ons daar nu niet mee lastig”, is de boodschap van onze ondernemers vandaag, en “ze hebben gelijk”, besloot Van Eetvelt. Over transfers moeten we niet klagen. We moeten werken aan “responsabilisering”. Geldstromen zullen altijd blijven bestaan en nodig zijn. Het plafond is wel te laag als we niet verder gaan naar homogenisering van de bevoegdheden. ‘

Het dankwoord van Mark Grammens zelf was volgens de verslaggeefster een emotioneel verhaal. Hij kreeg “een welverdiend lang applaus voor de “hondse job” die hij 25 jaar lang heel moedig heeft uitgeoefend.”


______________________________

Naar boven


  • Journaal voor Vlaanderen


    Het essaybundel “Journaal voor Vlaanderen” met bijdragen van Mark Grammens, Ludo Beheydt, Axel Buyse, Jean-Marie Dedecker, Jacques de Visscher, Carl Devos, Wilfried Dewachter, Jürgen Mettepenningen, Rik Van Cauwelaert, Ivan Van de Cloot, Luckas Vander Taelen, Karel Van Eetvelt werd ter beschikking gesteld op de Huldezitting voor Mark Grammens op 16 november 2013.

    Een staaltje uit ' Journaal voor Vlaanderen'

    pp 98-102 MARK GRAMMENS EN DE STRIJD TEGEN DE VERKLEUTERING EN DE VERLEUGENING VAN DE MEDIA

    Rik Van Cauwelaert

    Begin van de tekst p. 98

    Tien jaar geleden overleed Neil Postman, de Amerikaanse communicatiewetenschapper die in 1985 zijn voor de media onheilspellende boek 'Amusing Ourselves to Death' publiceerde.
    Postman vergistte zich niet. Sommige media naderen stilaan hun stervensuur. Anderen hebben het tijdelijke al voor het eeuwige gewisseld, als gevolg van een overdosis infotainment.
    'Als het public wordt afgeleid door trivia, wanneer het cultuurleven neerkomt op amusement en de ernstige maatschappelijke conversatie in een kleutertaaltje wordt gevoerd, wanneer, kortom, de burgers tot toehoorders en de publieke zaak tot een vaudeville worden herleid, dan komt de natie in gevaar, want dan derigt de cultruurdood.'
    Zo klonk, kort samengevat, de waarschuwing van Postman.

    Inhoud

    - Frans Crols, Journaal voor Vlaanderen
    - Mark Grammens, Geen compromis
    - Ludo Beheydt, Cultuur in Vlaanderen of Vlaamse cultuur
    - Axel Buyse, Nog altijd de beste leerling van de klas? Vlaanderen, de Europese Unie en Nederland
    - Jean Marie De Decker, Over het multiculturele drama in Vlaanderen 'Het laten ontstaan van grote groepen vervreemde migranten is het recept voor een sociale en politieke catastrofe'
    - Jacques De Visscher, Aporieën van het nationalisme
    - Jürgen Mettepenningen, Naar authenticiteit als autoriteit: 1968-2013 denken
    - Rik Van Cauwelaert, Mark Grammens en de strijd tegen de verkleutering en de verleugening van de media
    - Ivan Van de Cloot, Een snedig concurrentiebeleid is een dwingende noodzaak
    - Luckas Vander Talen, Brief aan Mark Grammens
    - Karel Van Eetvelt,
    UNIZO-voorman Karel Van Eetvelt over de opeenvolgende maar onvolmaakte staatshervormingen. 'Laat elke regio toe om een efficiënt en doeltreffend beleid te voeren'

    Meer dan lezenswaard!! (Red. website)

    Bestel het boek: 15 euro met verzendkosten, op journaalvoorvlaanderen@hotmail.com  
    Betaling met overschrijving: Wim Merckx voor “Journaal voor Vlaanderen” BE 97 7330 1824 7649

    Naar boven




  • Academici in de politiek - Getuigenis Michaël Ignatieff - Hendrik Vuye (jan. 2014)



    Proffen in parlement en regering. Soms lukt het, soms niet. De Canadese professor-politicus Michaël Ignatieff schreef er een ontluisterend boekje over. Lessen van overzee en bedenkingen voor het binnenland.

    - Hendrik Vuye (14.01.2014)
    Iedereen kent academici die na een korte carrière in de politiek er de brui aan geven. Zo Paul De Grauwe, ooit de diep-donker-donkerstblauwe ideoloog van VLD. Maar ook Christine Van Broeckhoven (Sp.a), Rik Torfs (CD&V), Eva Brems (Groen), Marleen Temmerman (Sp.a) en Danny Pieters (N-VA). Anderen hebben de politiek verlaten na een verkiezingsnederlaag van hun partij, zo Bea Cantillon (CD&V). Mislukt in de politiek, maar als een vis in het academische water. Elk op hun manier gerespecteerde hoogleraren.

    Maar er zijn ook vele tegenvoorbeelden, namelijk academici die wel een succesvol politicus werden, zo bijvoorbeeld Johan Vande Lanotte (vicepremier Sp.a), Hugo Vandenberghe (fractieleider CD&V), Francis Delpérée (fractieleider cdH en op 72 jaar nog lijsttrekker voor de Kamer), Lode Vereeck (fractieleider LDD), Paul Magnette (voorzitter PS) ... Hoe het Koen Geens (CD&V) zal vergaan, zullen we binnen enkele jaren weten. ...

    In Doorbraak

    Lees het hele artikel

    Naar boven




  • 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert': een boeiende zoektocht - recensie Walter Lootens 1-1-2014

Dirk Geldof is een productief publicist. Na 'Onthaasting', 'Niet meer maar beter' en 'We consumeren ons kapot' en 'Onzekerheid, Over leven in een risicomaatschappij' verschijnt nu 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert'.

Ook in zijn nieuwe boek is het denken van Ulrich Beck en dat van stadsocioloog Eric Corijn duidelijk aanwezig. Het gaat tegenwoordig in de grote steden op deze planeet niet meer over diversiteit tout court, maar over ‘superdiversiteit’, een term die in 2007 voor het eerst werd gelanceerd door de Engelse onderzoeker Steven Vertovec.

Lees de volledige recensie


Naar boven


  • Dat heet dan gelovig zijn - Mark Van de Voorde - 23-11-2013

De meewarige blikken ten spijt is Mark Van de Voorde er trots op dat hij katholiek is. In God geloven is niet alleen goed voor de gezondheid, het brengt ook een vertrouwen schenkende attitude met zich mee.

Mark Van de Voorde

God maakt gelukkig. Onder die intrigerende kop stond een bespreking van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas (DS 21 november). Ik geef het toe, die kop kan boven mijn hoofd worden geplaatst. Ik ben gelukkig en dat zou wel eens met God te maken kunnen hebben. Ik beken: ik geloof. Meer nog, ik ben christen, zelfs katholiek.

Gelovigen hebben meer vertrouwen in de samenleving, de instellingen en de medemensen


Lees verder

Naar boven



  • “Onderwijshervormingen de verborgen agenda”
    Symposium van Pro Flandria – Brussel 9 november 2013


    Verslag door PAN in ’t Pallieterke van 20 november 2011 blz. 11

    Pro Flandria, het netwerk voor ondernemers en academici organiseerde vorige week een heus onderwijssymposium met als titel “Onderwijshervormingen – de verborgen agenda blootgelegd.”

    Voorzitter Kurt Moons gaf in zijn inleiding aan dat er twee fundamentele onderwijshervormingen in de pijplijn zitten. Enerzijds is er het “masterplan” voor het secundair onderwijs en anderzijds het onschuldig lijkend plan om vanaf 2017 “scholengroepen” in te richten. Een grondige analyse van die twee hervormingen deed Moons en de zijnen vrezen dat ze het vooropgestelde doel niet zullen halen, wat zeer nefast zal zijn voor de onderwijskwaliteit.

    Wat stellen de vijf uitgenodigde onderwijsspecialisten daartegenover?

    Lees het hele verslag

    Naar boven



  • Actief pluralisme haalt ons uit de seculiere kramp…en moslims uit het religieuze getto




Mark Van de Voorde


2 november 2013







Ik heb ooit met de Kerstman gesproken. Dat viel dik tegen, want hij had geen mening. Juister gezegd, hij wou geen mening hebben. Of anders nog, hij meende geen mening te mogen hebben. De ontmoeting met de Kerstman had plaats waar hij verondersteld wordt te wonen: op de noordpoolcirkel. Even buiten Rovaniemi, de hoofdplaats van het Finse Lapland, ligt pal op de poolcirkel Santapark. Elke dag wurmt een reusachtige dikke acteur er zich in het rode Kerstmanpak om in een enorme blokhut kinderen een handje te geven en “Ho ho ho” te zeggen. Daar was het dat ik de Kerstman heb ontmoet en ook even kon spreken. Dat viel dus dik tegen. Ik vroeg hem immers hoe hij aankeek tegen religie, in het bijzonder tegen de kerstboodschap van het evangelie. De man keek vanonder de opgeplakte grote witte wenkbrauwen me verwonderd aan en zei dat “hij zich niet inlaat met religie, want neutraal moet zijn”.

Op het eerste gezicht een begrijpelijke, vanzelfsprekende reactie van de geseculariseerde versie van Kerstmis. Bij nader toezien toch een beetje gek, want de Kerstman zou er vandaag niet geweest zijn, alvast niet onder de naam Father Christmas, die verwijst naar Jezus Christus (Christ in het Engels), was er geen religieus Xmas. De Kerstman, aangezien hij een areligieus fenomeen is, kan zich wel distantiëren van het Bijbelse kerstverhaal, maar hij kan eigenlijk niet doen alsof dat religieuze gegeven geen rol speelt in de cultuur die hem mogelijk heeft gemaakt om vandaag zijn acteursrol te spelen.

Lees verder

(Deze tekst verscheen als eerste essay in het boek ‘Hoofddoek Hoofdzonde. Pluralisme en neutraliteit in de seculiere samenleving’. De andere auteurs zijn Ludo Abicht, Marc Van Den Bossche, Alicja Gescinska en Guido Vanheeswijck. - Boekbespreking in Doorbraak, in Kerknet)

Naar boven



  • Surfen tegen lichtsnelheid

    Nieuwe technologie maakt deeltjesversneller kleiner

    Door elektronen te laten ‘surfen’ op een golf, kunnen ze in een compact apparaatje opgejaagd worden tot een energie waar vroeger een tientallen meters grote installatie voor nodig was.

    Deeltjesversnellers zijn groot. De versneller waarmee Europese fysici vorig jaar het Higgs-deeltje ontdekten, de LHC in Genève, is een ring met een omtrek van 27 kilometer. En door die grote omvang zijn ze ook verschrikkelijk duur. Deeltjesfysici maken zich er zorgen over of de volgende generatie versnellers, die nog groter en krachtiger moeten worden, nog wel te betalen zal zijn.

Maar een nieuwe technologie kan misschien een oplossing bieden. Amerikaanse fysici melden in het vakblad Nature Communications dat ze elektronen (deeltjes van atomen) hebben kunnen versnellen tot een energie van 2 gigaelektronvolt over een afstand van slechts één inch (2,54 centimeter). In een klassieke versneller hebben elektronen zowat zestig meter nodig om dezelfde energie te bereiken.

Lees het volledige artikel van Steven Stroeykens


Naar boven



Wetenschappelijke fraude?

‘Het volstaat niet de oppervlakkige fenomenen aan te pakken, we moeten ook naar de oorzaken durven te gaan. De publicatiedruk is criminogeen, hij werkt fraude in de hand.’ Rik Torfs in DS 12-8-2013 p. 6.

Al bij zijn verkiezing tot nieuwe rector uitte Rik Torfs zijn intentie om in te gaan tegen de overdreven publicatiedruk die rust op onderzoekers aan de universiteiten. Een brief van drie jonge onderzoekers in het tijdschrift Nature kreeg zijn neerslag in De Standaard van 3 augustus 2013. In een schrijven gericht aan de drie jonge wetenschappers adviseren wij vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA om in overleg te gaan daarover met de beleidsinstanties van hun universiteit en ook om in dat verband een beroep te doen op de beleidsverantwoordelijken voor het onderwijs in Vlaanderen. Op 5 augustus reageert rector Torfs in DS op deze publicatie met de opiniebijdrage "De waarde van wetenschap". Hij treedt de jonge vorsers voor een goed deel bij en oppert de idee om de criteria aan te passen. Em. prof. Jos Devreese publiceert in overleg met onze Werkgroep op 6 augustus 2013 zijn eigen visie in een opinieartikel in DS van 6 augustus “Wat de universiteiten zelf doen, doen ze beter”, waarin hij de academische vrijheid van de universiteiten inzake beoordeling en benoemingen verdedigt en waarin hij ook stelt dat de onderzoeksfondsen meer en ruimere criteria hanteren dan de betwiste ‘impactfactor’. Ook aan de jonge onderzoekers zelf richt prof. Devreese op woensdag 7 augustus 2013 een gelijkaardig schrijven. Op dezelfde pagina in DS van 6 augustus in zijn opiniebijdrage “De politiek moet de wedloop stoppen” klaagt sociolinguïst Jurgen Jaspers eveneens krachtig de overmatige publicatiedruk aan en wenst vanwege de onderwijsverantwoordelijken een verandering van het huidige systeem, dat nog voortspruit uit het betreffende decreet van 2007.

Open brief en Petitie (5022 handtekeningen op 27-8-2013 te 16 u.)

Een goed gerichte actie tegen de overmatige publicatiedruk komt echt los vanaf 19 augustus 2013.
Een Actiegroep Hoger Onderwijs publiceert een open brief in de toonaangevende media en begint een petitie bij de betrokken academici. Binnen de drie dagen is de petitie gericht aan de minister van Onderwijs, de rectoren van de universiteiten, de betreffende wetenschappelijke instanties die de subsidiëreing en de beoordeling van het wetenschappelijk werk onder hun bevoegdheid hebben ondertekend door ruim 2.000 personen. De berichtgeving verschijnt in De Tijd, De Morgen en De Standaard en gaat in die laatste kranten gepaard met artikels van geëngageerde wetenschappers. In De Morgen publiceert de Brusselse filosoof Philippe Van Parijs zijn tekst "Alle onderzoekers bedriegers?" Het meest opvallend is wel het artikel in De Standaard "Rijmt 'universiteit' nog op 'kwaliteit'?" door Bruno De Wever (Universiteit Gent), Nicolas Standaert (KU Leuven), Guy Vanheeswijck (Universiteit Antwerpen) en Frank Willaert (Universiteit Antwerpen). Zij hekelen vooral dat door de excessieve publicatiedruk "onderzoeksactiviteiten gericht op onmiddellijke dienstverlening aan de gemeenschap in dit systeem meestal niet meetellen: organisatie van tentoonstellingen, kunstcatalogi, tekstedities van cultureel erfgoed, artikels en boeken in het Nederlands bestemd voor een breed publiek." Ook Rik Van De Walle, decaan faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur Universiteit Gent, die de petitie in persoonlijke naam ondertekent, krijgt hier zijn stem.

Het thema van de overdreven publicatiedruk en de beoordeling van jonge onderzoekers in functie van een loopbaanontwikkeling blijft op donderdag 22 augustus 2013 doorwerken in de media. Jan Blommaert hekelt in zijn artikel "Publicatiedruk maakt academische publicaties nauwelijks lezenswaardig" in 'De Wereld morgen' de bittere realiteit van onderzoek en publicatiedruk aan de universiteiten. De reden van de kwaal is volgens hem de losmaking van de organische band tussen onderzoek en publiceren. In zijn artikel "University Inc" in DS van 24 augustus 2013 schrijft Marc Reynebeau de huidige malaise toe aan de Bologna-hervorming in het Europees onderwijs van 2003 toen een concurrentieel wetenschapsmodel de klassieke coöperatieve universiteit verving.

Een onvoorwaardelijke acceptatie van de visie van de Actiegroep Hoger Onderwijs heeft dan plaats gemaakt voor een ruimere interpretatie van de thematiek. Daarbij komen meer objectieve gegevens naar voren, die evenwel worden gehanteerd in de richting van niet enkel grotere nuancering van de benadering van de thematiek, maar evenzeer van kritische opmerkingen tegenover de basisaspiraties van de Actiegroep en de haalbaarheid van hun strevingen. Als beleidspersoonlijkheden aan het woord gelaten worden zowel die uit de politiek als die verantwoordelijkheid droegen of dragen van het universiteitsbeleid, dan zit impliciet in de teksten soms onder de oppervlakte op het interpretatieniveau een verdediging van hun vroeger beleid waartegen nu opstand wordt gepleegd. In dat verband ontbreekt b.v. bij Fientje Moerman elke verwijzing naar het kwalitatief aspect van wetenschappelijk onderzoek en de output daarvan in publicaties. In de opiniëring van de beleidsverantwoordelijken van de universiteiten komen ook wel concrete zakelijke cijfermatige elementen naar voren, waarmee bij veranderingsintenties van de huidige systematiek beslist rekening moet worden gehouden.

Op vrijdag 23 augustus 2013 verscheen nog het opinietstuk 'Zijn er niet teveel doctoraten?' van prof. Bart de Strooper, KU Leuven, directeur VIB en alzheimonderzoeker. Ook hij biedt weerstand tegen de aanklacht van overdreven publicatiedruk en kwantitatieve beoordeling, maar hij geeft wel toe dat er een malaise bestaat voor jonge onderzoekers die carrière willen maken.

Wij blijven het discours in de media volgen, maar we vermoeden dat de opiniëring rond de thematiek van de publicatiedruk en de beoordeling zal uitdoven. Dan wordt het des te meer belangrijk dat de Actiegroep zich goed voorbereidt op hun ontmoetingen met de minister en het Vlaams Parlement en met de vijf rectoren van de Vlaamse universiteiten. De Actiegroep kan zeker constructieve ideeën aanleveren voor wegwerking van anomalieën, voor meer kwalitatieve beoordelingscriteria en voor vermenselijking in het algemeen van het systeem.

Zie hun reactie:

Meer is niet altijd beter: Actiegroep Hoger Onderwijs reageert na mediastorm


De oogst van de artikels van donderdag, vrijdag en zaterdag 22/23/24-8-2013 werd toegevoegd.

Wij bundelen dit discours in een worddocument, dat u hier op uw scherm kunt oproepen.


Naar boven


  • De hele werking van de universiteit staat nu stevig ter discussie

    Het debat breidt zich uit naar de volledige functionering van de universiteit. De kritiek blijft gehandhaafd. Ideeën en voorstellen voor een aanpak, voor ingrijpende verbeteringen worden gelanceerd. Voor Eric Corijn in zijn opiniestuk “Voor een grondig debat over de universiteit" (De Wereld Morgen 24-8-2013) gaat het over veel meer dan over de overmatige publicatiedruk. Het gaat evenzeer over werkdruk, personeel, financiering, structuren en over welke wetenschap en universiteit de gemeenschap feitelijk wil. Voor Jan Blommaert in zijn opinietekst “Nodig. Een syndicaat van academici” (De Wereld Morgen 24-8-2013) kan een syndicaat van academici een constructieve tegenkracht betekenen tegen alles wat nu schots en scheef gaat in de universiteiten.


    Beide artikels kunt u hier op het scherm oproepen.


    Naar boven




  • De noodzaak van verbeelding, droom en symboliek -
    Ideeën van Marc Colpaert


    ONDERWIJS IS OOK EEN OPVOEDINGSPROJECT


    Goed onderwijs brengt jonge mensen vaardigheden en kennis bij die hen later goed van pas zullen komen. Maar in die levensfase van opgroeiende tiener zijn ze ook op zoek naar hun identiteit. In een multiculturele wereld is die zoektocht niet eenvoudig. Daarom moeten leerkrachten meer dan ooit oog hebben voor het aanscherpen van het symbolisch bewustzijn, vindt Marc Colpaert, die zelf vele jaren in het middelbaar en hoger onderwijs lesgaf, als journalist vertrouwd raakte met de culturen van Zuid-Oost-Azië en later het Centrum Intercultureel Management en Internationale Communicatie (CIMIC) oprichtte. In een zeer lezenswaardig boek pleitte hij in 2007 voor de herwaardering van de verbeelding als sleutel tot intercultureel opvoeden en voor het opbouwen van een meervoudige identiteit.

 

Lees de uitspraken van Marc Colpaert in het interview van Chris Dutry met hem

Naar boven


  • Oproep aan Vlaanderen om niet in het verleden te leven


    Die oproep kwam in augustus 2009 van prof. dr. Eric Defoort in zijn column Aanstekelijk Vlaams van Omtrent, cultuurmagazine van het Davidsfonds. Deze vroegere beroepshistoricus is Vlaamsgezind progressief.

  •  



  • Het verhaal van de Vlaamse Beweging ging van start in de 19de eeuw en loopt nog door tot in onze 21ste eeuw. Het gaat dus om een lang verhaal dat bewondering opwekt, omdat het getuigt van een zeldzame volharding bij nu al zovele opeenvolgende generaties. Wat in de romantische 19de eeuw als een taalstrijd, als een inzet voor culturele ontvoogding, van start ging, met de onafhankelijkheid hooguit als een verre droom, is meer dan een eeuw later aangekomen in de (eind?)fase van Vlaamse staatsvorming. We naderen het bevrijdende eindpunt waarop niet het nationale, maar wel het nationale als kwestie wordt opgeheven. Uiteraard kan, na zo’n lang verhaal, een overdreven neiging groeien om te memoreren, te herdenken, onder te gaan in de geschiedenis.

    Zoiets is remmend en zelfs schadelijk. Er is een soort wetmatigheid die ik – voorlopig nog als werkhypothese – heb bedacht: hoe sterker de natie* als een soort evidentie wordt beleefd, hoe meer het terugplooien op de geschiedenis uit het nationale wordt geëvacueerd. Een natie mobiliseert alsmaar minder de geschiedenis naarmate zij alsmaar meer een erkende incarnatie van een geschiedenis (of van geschiedenissen) is. Uiteraard worden naties opgebouwd én afgebroken in de geschiedenis en door de geschiedenis. Dat geldt ook voor de Vlaamse natie. In die zin raken zij dan ook nooit los van geschiedenis.

    Maar zij kunnen wel op een heel verschillende manier ermee omgaan. Het is een dwingende opdracht om te verhinderen dat Vlaanderen als natie slechts aan de toekomst zou kunnen werken vanuit een heden dat volledig is opgevuld met verleden; dat het hierbij niets en nooit vergeet en aldus opgezadeld zit met herinnering die overweldigend en dwingend is voor het heden. Wie zich in deze 21ste eeuw inschrijft in het lange verhaal van de Vlaamse Beweging, ziet Vlaanderen als een natie die in staat is om haar geschiedenis te koesteren, maar zonder dat haar heden en toekomst door die geschiedenis kunnen worden opgeëist. Een Vlaanderen ver weg van niet verwerkt verleden, ver weg van verslaving aan underdogsituaties van weleer.

    Erik Defoort

    * Natie: alle mensen die oorsprong, taal, zeden… gemeen hebben (Bron: Van Dale)


    Naar boven




  • Recensie van 'Teksten voor de toekomst': het geëngageerde denken van Jaap Kruithof door Walter Lotens 27-5-2013

Jaap Kruithof overleed in 2009 en liet een oeuvre na waarvan een groot aantal werken door EPO werd uitgegeven. Drie jaar later stelden Rik Pinxten, Ronald Commers en Luc Desmedt een reader samen met teksten uit het werk van Jaap Kruithof door hen geselecteerd en ingeleid. Het gaat om teksten die grosso modo verschenen zijn tussen 1968 en 2007. Volgens de samenstellers, oud-studenten van hem, zijn het om drie redenen ‘teksten voor de toekomst’. Ten eerste omdat het geëngageerde denken van de ‘passionele rationalist’ Kruithof inspiratie kan bezorgen aan de huidige generatie, ten tweede omdat vele van zijn teksten op een of andere manier visionair zijn en ten derde omdat een aantal uitspraken en analyses nog best aansluiten bij de actualiteit.

‘Teksten voor de toekomst’ is een kanjer van meer dan 500 pagina’s, die bestaat uit vier delen die telkens ingaan op een belangrijk aspect van het denken van de moraalfilosoof. In het eerste en zeker niet toevallig zeer uitgebreide hoofdstuk, ingeleid door Francine Mestrum, werden teksten over politieke filosofie bij elkaar gebracht. In het tweede deel, ingeleid door Kruithofs opvolger Ronald Commers, werden teksten rond ethische kwesties verzameld.

Teksten omtrent ‘Muziek en cultuur’, ook een zeer belangrijke aanwezigheid in het werk van Kruithof, werden ingeleid door Ine Pisters en de teksten rond filosofische en antropologische kwesties werden geduid door Hubert Dethier. In een epiloog, ingeleid door Eric Goeman, werden nog enkele teksten van Kruithof die nooit een definitieve vorm hebben gekregen, opgenomen. Het readerachtige karakter van deze publicatie maakt dat de lezer zijn eigen weg kan zoeken in de denkwereld van Kruithof. De samenstellers en enkele speciale gastschrijvers hebben er echter voor gezorgd dat de teksten op een problematiserende manier in toekomstperspectief werden geplaatst.

Bron: De Wereld Morgen


Lees de hele recensie


Naar boven


  • Kan de school de wereld redden? - Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak - 21-4-2013

    Onder die titel publiceert Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak een bijzonder leesbaar artikel over de verwachtingen die van buiten uit naar het onderwijs toe worden geschoven.
    Daarmee karakteriseert hij heel goed de verhouding tussen het maatschappelijk-ideologisch discours en de reële situatie zoals die observeerbaar is in het onderwijs.


    Zijn conclusie is dan ook:

    “We mogen niet langer alle heil van de school verwachten. Het onderwijs zal nooit iedereen gelukkig maken. De ene wil dat scholen pacifistische kosmopolieten afleveren, terwijl een andere lobbygroep toch vooral aandringt op perfect klaargestoomde arbeidskrachten, klaar om de knelpuntberoepen in te vullen. Verdient het onderwijs niet beter dan telkens weer gebruikt te worden als vehikel in een ideologisch discours?

    Diep vanbinnen wensen we allemaal dat pijnlijke problemen één antwoord kennen. Het zou mooi zijn als we de wereld zouden kunnen veranderen door een leerplan aan te passen. Maar als problemen vele kantjes hebben – en dat ligt in de aard van problemen – dan zal ook de eventuele oplossing vele facetten moeten kennen. Zo hebben ze het mij ooit op school geleerd.”

    Lees het hele artikel


    Naar boven



  • Grenzen aan de groei. Interview met Robert Skidelsky. Hij stelt vragen bij de ratrace - 30 maart 2013

    De economie moet groeien. De welvaart moet omhoog. We moeten langer werken. Het zijn wetmatigheden waar niemand aan twijfelt. Behalve de Britse econoom Robert Skidelsky. Hij schreef er een baanbrekend boek over.

    ‘Ja, ik werk waarschijnlijk te hard', laat econoom Robert Skidelsky zich halverwege het interview ontvallen. Merkwaardig. Want zijn boek Hoeveel is genoeg, geschreven samen met zijn zoon, de filosoof Edward Skidelsky, is juist een pleidooi tégen hard werken. Het stelt vragen bij de ratrace waarin we terechtgekomen zijn. Waarom werken we niet minder? Waarom doen we niet vaker wat we graag doen? Waarom consumeren we steeds meer? Wat hebben we eigenlijk écht nodig? En wat niet? Waarom is iedereen gefocust op groei? Wat maakt een leven tot een goed leven? Het boek is geen zelfhulpgids om de levenskwaliteit te verbeteren. Wel een filosofisch-economisch tractaat dat, zonder pasklare antwoorden te bieden, het denken over ons leven en onze samenleving aanscherpt.

    Lees het volledige interview


    Naar boven



 

  • Rond het discours over kennis en vaardigheden in het onderwijs -
    de stem van Frank Furedi voor meer waardering van kennis - 3 april 2013




    ....Frank Furedi....


     

    The philistines have taken over the classroom

    De filistijnen hebben de klas ingepalmd


    ESSAY: How did we get to a situation where teachers are even more cavalier about knowledge and serious schooling than politicians are?

    Hoe komen we tot een situatie waarbij leraren zich meer bekommeren om kennis en ernstige schooling dan politici?



    “In essence, the main mission of education is to preserve the past so that the young have the cultural and intellectual resources they need to deal with the challenges of the future.”

    “In wezen is de belangrijkste opdracht van onderwijs het verleden in stand te houden opdat de jongeren kunnen beschikken over de culturele en intellectuele bronnen die zij nodig hebben om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan.”

    Frank Furedi



    Aanduiding van de inhoud:

    Engelse leraren verzetten zich bij de hervorming van de onderwijscurricula tegen een verminderen van de aandacht voor vaardigheden ten voordele van kennis.
    De auteur houdt een pleidooi voor waardering in het onderwijs van de verworvenheden uit het verleden als garantie voor de beheersing van de toekomst.

    Bijzonder lezenswaardig artikel in het Engels van een behoudsgezinde intellectuele denker uit de Angelsaksische wereld.


    Naar boven



  • “Ik ben een beetje de weg kwijt” - 'Rigtingbedonnerd' - een interview en twee recensies over Fred de Vries' boek 'Afrikaners. Een volk op drift' - april 2013

    Het boek is in het Nederlands en in het Afrikaans gepubliceerd in 2012. De titel in het Afrikaans is "Rigtingbedonnerd", in het Nederlands "Afrikaners. Een volk op drift".


    Nederlandse versie
    Versie in het Afrikaans


    Samenvatting

    `Wat neuk ons so met die Hollanders?' schreef Afrikaner Max Du Preez geërgerd. Behalve dat de taal overeenkomsten vertoont lijken Afrikaners in weinig meer op hun verre Europese neven en nichten.

    Afrikaners: ze delen een land, een cultuur en een taal, maar de diversiteit is groot, hun problemen zo mogelijk nog groter. Meer en meer worden ze verdrongen uit de Zuid-Afrikaanse maatschappij.
    Vanuit zijn fascinatie voor het land voerde Fred de Vries gesprekken met de meest uiteenlopende Afrikaners. Over de Boerenoorlog, politiek en racisme maar ook over de taal, muziek en literatuur. Hij bezocht blanke sloppenwijken en Afrikaander-emigranten in Australië. Het resultaat is een rijk portret van een volk dat is gehavend door het apartheidsverleden. Uiteindelijk belandt De Vries bij de hamvraag: Is er een plek voor blank in Zuid-Afrika?

    Interview

    In het Afrikaanse e-zine LitNet van 4 april lezen we een lang interview van Annemarié van Niekerk, een Afrikaanse academica en schrijfster, die in Den Haag woont met de Nederlandse auteur Fred de Vries, die dan weer in Zuid-Afrika gevestigd is.


       


    Het is getiteld "Annemarié van Niekerk gesels met Fred De Vries" Het begint zo.

    Fred, jou boek oor die Afrikaner vaar besonder goed in Nederland – jy is selfs vir twee belangrike pryse genomineer. Maar die Afrikaanse uitgawe is net so suksesvol. Ek was nogal nuuskierig oor hoe die boek deur die Afrikaanse gemeenskap ontvang sou word, en was verras oor die positiewe reaksies. My verrastheid was nie omdat ek dink die boek verdien nie ’n goeie ontvangs nie, maar omdat dit so ’n riskante ding was wat jy gedoen het – dit kon so maklik gebackfire het. Eerstens hou mense of volke of in groepe nie daarvan as buitestanders (of mense wat as buitestanders beskou word) hulself as sogenaamde kenners van so ’n groep “aanstel” nie. Dat buitestanders hoegenaamd waag om ’n mening oor so ’n groep uit te spreek, is soms selfs te veel om te verduur. Boonop was ons Afrikaner-volkie wat hierdie saak betref nog altyd hipersensitief. Was jy bewus daarvan dat die skryf van hierdie boek die betreding van ’n gevaarsone was?

    Ek het self ’n enorme hekel aan boeke van buitelanders oor Nederlanders, soos The UnDutchables; an observation of the Netherlands, its culture and its inhabitants van Colin White en Laurie Boucke. Toe ek buiteland toe gegaan het, het ek twee eksemplare daarvan by vriende gekry. Ek het daarin begin lees en onmiddellik kwaad geword. Waarmee bemoei hulle hulle? Wat weet hulle nou eintlik van Nederlanders, van die verskille tussen Rotterdammers en Amsterdammers en Eindhovenaars? Hoe kan hulle sonder om te blik of te bloos sulke algemeenhede oor ’n hele volk kwytraak?

    Ek dink nou ook aan daardie boek van Marcia Luyten wat onlangs verskyn het, Dag Afrika. Ek het, net soos jy, onmiddellik kwaad geword, eintlik ineengekrimp oor die meerderwaardigheid en beterweterigheid waarmee sy oor Afrika skryf. Miskien goed dat jy White en Boucke se boek gelees het voordat jy met jou eie Afrikaner-projek begin het.

    Ja, só ’n boek wou ek nie skryf nie. My idee was om so genuanseerd moontlik te kyk na die Afrikaners en wat met hulle gebeur het na 1990-1994. Daardie vroeë negentigerjare was sonder twyfel traumatiese jare vir die Afrikaner, om so in één klap alle politieke mag te verloor. Boonop het Afrikaners dit natuurlik nie al te maklik in die wêreld gehad nie. Apartheid was die laaste ideologie waaroor jy nog lekker in eenvoudige terme kon dink: swart was goed, blank was sleg. Daardie cliché wou ek afskiet. En ek wou Afrikaners self laat praat.

    Lees verder

    Een eerste recensie

    Afrikaners zijn de weg kwijt - of toch niet?

    Correspondent Fred de Vries over 20 jaar Zuid-Afrika 

    in KaapstadMagazine.nl


    Een tweede recensie

    Afrikaners. Een volk op drift – Fred de Vries

    4 februari 2013

    Het verleden poets je niet zomaar weg
    Recensie door Rein Swart

    in Literair Nederland


    Naar boven



  • De Woutertje Pieterselezing 2013
    n.a.v. de gelijknamige prijs voor het jeugdboek ‘Kelderleven’ 7-3-2013


Op donderdag 7 maart 2013 in Amsterdam kreeg tijdens een plechtige zitting Kristien Dieltiens de Woutertje Pieterseprijs toegekend voor haar opmerkelijk knappe jeugdboek ‘Kelderleven’. Over het boek en de schrijfster kunt u uitvoerig lezen, luisteren en kijken op de website van het Netwerk Didactiek Nederlands.

Majo De Saedeleer, zelf jeugdauteur en heel actief in de wereld van de jeugdliteratuur
hield er de Woutertje Pieterselezing 2013
‘Onder het donker de kleuren. Vetkrijtjes voor cultuuroptimisten.’
 
Wie even de tijd neemt om de volledige tekst te lezen, zal er achteraf zeker geen spijt van hebben, want de lezing bevat originele en zinvolle informatie

'Geachte dames en heren,

Omdat kinderboekenmensen en leesbevorderaars niet alleen maar jeugdliteratuur lezen, mag u de titel van mijn lezing zien als een kleine hulde aan A.F.Th. vander Heijden: 'Onder het plaveisel het moeras'. Maar jeugdliteratuurmensen en leesbevorderaars zijn het aan zichzelf verplicht optimistischer in het leven te staan dan de beoefenaars van de grote literatuur.
Daarom 'Onder het donker de kleuren'.

U kent de techniek die men vooral in kindertekeningen aantreft: hij bestaat eruit dat je twee lagen krijt en verf boven elkaar aanbrengt. De onderste laag breng je aan met vetkrijtjes en ze bestaat uit veelkleurige vlakken. Daarboven komt een laag zwarte verf die alle kleuren bedekt. In die zwarte laag wordt de tekening gekrast zodat de kleur weer te voorschijn komt. Het zwart versterkt de felheid van de kleur. Om kleur te zien heb je licht nodig, maar om kleur te waarderen heb je donker nodig.

Toen de Vlaamse Stichting Lezen nog jong was, zo'n goede 10 jaar geleden, voelden we de behoefte aan een soort charter voor onze vereniging, een geloofsbrief. Wat waren onze beweegredenen, waarop zouden we onze acties baseren, waaraan zouden we plannen toetsen, waaraan zou men de acties van Stichting Lezen kunnen herkennen? Het moet 2004 geweest zijn toen ik onze Gouden Regels voor het eerst aan een publiek presenteerde. Het waren er 11. Ongeveer evenveel als er toehoorders in de zaal zaten. Gaandeweg kregen we meer toehoorders en minder Gouden Regels. In onze brochure van 2006 waren ze gereduceerd tot 5.
Een charter is geen wet. We zouden wel een heel starre vereniging zijn als we onze uitgangspunten niet af en toe opnieuw toetsten. (Het is wel eens gebeurd dat ik in plaats van 'vereniging' 'verenging' typte. Daar moet een mens mee oppassen)'

Lees verder


Naar boven



  • Dit lifestyle-project kan de massa niet overtuigen - Kevin Absillis (UA) over België - interview in Doorbraak - maart 2013

    Peter De Roover en Dirk Rochtus interiewen Kevin Absillis, literatuurwetenschapper UAntwerpen, over de relatie tussen schrijvers en de natie waarvan ze deel uitmaken.

Doorbraak: Hendrik Conscience werd geboren op 3 december 1812 en dus vierden we vorig jaar zijn 200ste geboortedag. Was dat de aanleiding voor het schrijven van het essay? Of zat er meer achter?

Kevin Absillis: 'De heisa in oktober rond het eventuele herdopen van het Pieter De Coninckplein in Antwerpen zette me aan het denken. Ongetwijfeld wilde de culturele wereld een goedbedoelde hulde brengen aan de dichter Herman De Coninck maar evengoed hoopte men natuurlijk om Bart De Wever als aanstaande burgemeester van Antwerpen uit zijn tent te lokken. Dat dit voorstel een hoofdpersonage uit Consciences De leeuw van Vlaenderen (1838) naar de vergeetput zou verwijzen, getuigt volgens mij van de krampachtige manier waarop een links-progressieve bovenlaag omgaat met haar eigen culturele erfgoed. Ik heb familiaal geen enkele band met het Vlaams-nationalisme, en heb er als burger weinig affiniteit mee. Als literatuurwetenschapper bestudeer ik echter hoe literatuur een belangrijke rol speelt in het verbeelden van naties. De manier waarop vele kunstenaars en opiniemakers zich tegenwoordig uitlaten over Conscience – "we hebben het wel gehad met die onleesbare auteur" – vind ik op zijn zachtst gezegd intellectueel weinig stimulerend.'


Lees verder…


Naar boven



  • Universiteitsstudenten krijgen niet genoeg algemene vorming, zegt vicerector Melis - Nieuw vak leert studenten over muur kijken -
    Veto 3913 - 11 februari 2013

De KU Leuven werkt aan een nieuw universiteitsbreed vak dat de voorlopige naam Mens- en Wereldbeelden draagt. In dat vak zullen studenten over de muurtjes tussen de universitaire disciplines leren kijken. In eerste instantie zou het gaan om een keuzevak, maar de bedoeling is dat op termijn elke universiteitsstudent het vak volgt.

Jelle Mampaey

De Leuvense universiteit denkt na over een vak waarin studenten in aanraking komen met kennis uit andere studierichtingen. De voorlopige naam van het vak is Mens- en Wereldbeelden. Het vak zou in eerste instantie een keuzevak zijn, maar het lijkt de bedoeling te evolueren naar een universiteitsbreed plichtvak dat complementair is met de bestaande vakken Religie, Zingeving & Levensbeschouwing (RZL) en Wijsbegeerte. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid: "Het is de bedoeling dat het vak op termijn een vanzelfsprekend onderdeel van een opleiding vormt."

“We willen studenten leren om over de muren tussen verschillende disciplines te kijken,” zegt Melis. “Er wordt al lang gezegd dat universitaire studies in zekere mate te kort schieten op het vlak van algemene vorming. Ook in de middelbare school is er vaak niet genoeg aandacht voor algemene vorming.”

Lees verder

Naar boven


  • De nieuwe universiteit volgens de nieuwe emeriti van de VUB

    De profesoren Eric Corijn, Marc Elchardus, Benjamin Van Camp en Jef Vuchelen, allen geboren in 1946 of 1947 gaan begin 2013 met emeritaat. "Gouden generatie, gouden pensioen," titelt De Standaard in een interview in de krant van 7-8 januari 2013. En nog: "Zij kijken om in verwondering". Hun kijk op de universiteit van nu is voor onze websitebezoekers wellicht interessant.

    Zeker is: de universiteit is lang niet meer de autoritaire antiquiteit waar de babyboomers hun opwachting maakten. 'Benoemingen gebeuren nu veel kritischer', zegt Jef Vuchelen. 'Professoren worden geëvalueerd, de transparantie is veel groter, studenten krijgen veel meer te zeggen.'

    Maar alle vier zijn ze het er ook over eens dat de universiteit nu een bureaucratische machine is geworden, die aanstuurt op een zo groot mogelijk kwantitatieve productie. 'Dat zie ik ook aan het personeel dat daarin gedijt,' stelt Eric Corijn vast, 'dat zijn veeleer vakexperts dan intellectuelen.' Kwantiteit boven kwaliteit, beaamt ook Ben Van Camp.

    'Academici moeten zoveel mogelijk artikels produceren,' zegt Vuchelen, 'maar of dat dan relevante publicaties zijn, vraagt niemand zich nog af. Een risico nemen om een nieuwe idee te ontwikkelen, doet niemand nog, want dat wordt toch niet beloond. Tegelijk is aan de universiteit iedereen een concurrent van elkaar geworden, wat het interne gesprek en de uitwisseling van ideeën in de weg staat.'

    'En dat is zelfs geen voorwerp van discussie,' gaat Van Camp verder. 'Door de massificatie gaat het onafhankelijke en zelfstandige denken erop achteruit. De opleidingen zijn goed, maar de diploma's zijn in waarde genivelleerd. En dan is er nog de toenemende reglementering door de overheid, wat de autonomie van de universiteiten aantast.'

    Mark Elchardus nuanceert: luie professoren krijgen nu, anders dan vroeger, geen kans meer, en 'dat was niet mogelijk zonder een zekere bureaucratisering en competitie. Maar die zijn misschien doorgeslagen. De evaluatiesystemen dreigen de intellectuele functie van de universiteit te versmachten en jagen jong talent weg.'

    'Doorgeslagen' - het woord valt ook bij Vuchelen en Van Camp. Ook als het over studenten gaat, die nu over veel duidelijkere rechten beschikken, maar, zo luidt de kritiek, zich erdoor te veel als contractant en consument gedragen. Vuchelen vraagt zich af of studenten zich wel genoeg bezinnen over hun plichten, 'want tenslotte is het de gemeenschap die hun opleiding betaalt.' Van Camp ziet dat ze nu, door de spreiding van de examens, continu moeten studeren en minder tijd hebben voor het oude studentenbestaan - en voor politiek engagement, aldus Corijn.

    Diezelfde spreiding doet Van Camp eraan twijfelen of studenten nog wel greep kunnen krijgen op de samenhang van de kennis. Corijn wijst ook op de individualisering: elke student kan zijn eigen pakket samenstellen en die vakken in een eigen tempo volgen. 'Dat maakt de universiteit tot een supermarkt, waar elke student zijn credits op een spaarkaart verzamelt.' Hij gelooft ook niet echt dat de universiteit is gedemocratiseerd; ze is veeleer 'gemassificeerd'. Jef Vuchelen deelt die analyse: studenten komen nog altijd overwegend uit de middenklasse.

    Elchardus wanhoopt niet. 'Studenten werken nu harder, zijn opener, en drukken zich beter uit, al schrijven ze wel wat meer dt-fouten. Ik had elk jaar een duizendtal studenten en heb ze mettertijd zien verbeteren. Ik werkte graag met deze veelal open, kordate en enthousiaste mensen.'

    (Interview Marc Reynebeau)

  • Naar boven




 

  • Van oorlog naar vrede - H. Van Rompuy en J.M. Barroso n.a.v. de Nobelprijs voor de EU

    Bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo legden EU-kopstukken Herman Van Rompuy en José Manuel Barroso uit waarom ze fier zijn Europeaan te zijn.

    Oorlog is zo oud als Europa. Ons continent draagt de littekens van speren en zwaarden, kanonnen en geweren, loopgraven en tanks. In 1940 moest mijn vader, toen zeventien jaar oud, zijn eigen graf graven. Hij is eraan ontsnapt. Anders was ik hier niet vandaag. Na twee verschrikkelijke oorlogen die ons continent en de hele wereld hebben overspoeld, is Europa tot duurzame vrede gekomen.

    In de grauwe dagen na de oorlog voelden velen hun hart beklemd door rouw en wrok. Het was dus een gewaagde stap voor de initiatiefnemers van Europa om te zeggen: ja, wij kunnen deze eindeloze cyclus van geweld doorbreken, wij kunnen een einde maken aan de logica van vergelding.Verzoening is wat deze vrede zo bijzonder maakt. Verzoening gaat verder dan vergeten en vergeven, of simpelweg een bladzijde omslaan. ...

    Lees verder


    Naar boven




  • Redenen waarom wiskunde zo geweldig is.
    Ode aan een berucht schoolvak 8-9-2012


    Terwijl het debat over de kwaliteit van ons wiskunde-onderwijs weer volop woedt, vertellen kenners en liefhebbers wat hen zo aanspreekt in het vak waar velen gillend van weglopen. ‘Een mooi bewijs is als een grap die goed wordt verteld.' Joël De Ceulaer

    Je wordt er blij van

    Ze worden er soms lyrisch van, zo mooi is hun vak, zo elegant de bewijzen. De Amerikaanse wiskundige John Allen Paulos vergelijkt een goed bewijs met een goede grap. ‘De schoonheid van een wiskundig bewijs berust er tot op zekere hoogte op hoe elegant en beknopt het is', schrijft hij in Wiskunde en humor. ‘Een stuntelig bewijs voert allerlei overwegingen van buitenaf ten tonele en is wijdlopig of omslachtig. Zo is een grap ook niet leuk meer als hij niet goed wordt verteld, er te veel overbodige details aan worden toegevoegd of op een beeld berust dat veel te ver is doorgevoerd.'
    ‘Ik kan blij worden van een mooi bewijs', zegt Ionica Smeets, het Nederlandse wiskundemeisje dat samen met Jeanine Daems een boek schreef dat wiskunde sexy wil maken: Ik was altijd heel slecht in wiskunde. ‘Als je een tekst schrijft, zoek je naar het juiste woord, maar je kunt altijd nog een beter woord vinden. Als je een wiskundig bewijs ziet, weet je meteen dat het perfect is, dat het nooit zal veranderen. Het bewijs dat de vierkantswortel van twee niet kan worden geschreven als een breuk van gehele getallen, bijvoorbeeld, is van een zuiverheid waar ik heel enthousiast van word.'



    Fractalen

    De sterke verhalen zijn talrijk

    Aan die vierkantswortel van twee kleeft een leuke anekdote. Pythagoras, bekend van de gelijknamige stelling, was in het oude Griekenland een ware sekteleider. ‘Hij ging ervan uit dat het hele universum bestaat uit getallen en de verhouding tussen gehele getallen', vertelt oud-leraar Rik Verhulst, die met In de ban van wiskunde een prachtig geschiedenisboek schreef over zijn vak. ‘Nu wist Pythagoras zelf wel dat de vierkantswortel van twee niet kan geschreven worden als een breuk van gehele getallen – dat kon hij afleiden uit zijn eigen stelling. Maar dat moest geheim blijven, anders zou zijn hele wereldbeeld gekelderd worden. Toen een van zijn volgelingen ermee dreigde het geheim te onthullen, werd die uit een boot gegooid en verdronken.'
    Aan sterke verhalen geen gebrek. Neem nu dat over het 19de-eeuwse genie Carl Friedrich Gauss. Als tienjarig jongetje kreeg hij van zijn leraar de vraag of hij alle getallen van 1 tot en met 100 kon optellen. Het kostte hem, tot verbijstering van die leraar, maar een paar seconden: 5050, wist hij. Gauss had in gedachten alle getallen van 1 tot en met 50 boven de getallen van 100 tot en met 51 gezet. De som is dan telkens 101 (1 + 100, 2 + 99, enzovoort), en 101 maal 50 is 5050.
    Of denk aan de Britse wiskundige G.H. Hardy die op bezoek ging bij zijn leerling Srinivasa Ramanujan. Om het ijs te breken zei Hardy dat hij een taxi had genomen met een bijzonder saai nummer: 1729. ‘Dat is helemaal geen saai nummer', riep Ramanujan meteen. 'Het is het enige getal dat op twee verschillende manieren kan worden geschreven als een som van twee derdemachten.' Voor de liefhebbers: 1729 = 1³ + 12³ en 9³ + 10³.

    Het wapent je tegen denkfouten

    John Allen Paulos heeft er een boek over geschreven: Ongecijferdheid, de wiskundige tegenhanger van analfabetisme. Volgens hem worden ongecijferde mensen ‘gekenmerkt door de neiging om alles heel subjectief te beleven – te worden misleid door hun eigen ervaringen of door de media, die zich meestal richten op mensen en sensatie'.
    Filosoof en wiskundige Jean Paul Van Bendegem geeft een voorbeeld. ‘Onlangs las ik in de krant dat Mohammed tegenwoordig de meest voorkomende naam is in Gent. De spontane reactie van veel mensen zal zijn: oei, de islamisering rukt op. Tot je beseft dat de naamgeving in de islamitische cultuur veel uniformer is dan bij ons. Wij sloven ons uit om onze kinderen een zo origineel mogelijke naam te geven, hoe zeldzamer hoe liever. Uit die ranglijst van populaire namen kun je dus niet besluiten dat er in absolute getallen meer moslims worden geboren. Dat is toch een fundamenteel inzicht.'
    Wie een minimum aan wiskundig inzicht heeft, wordt minder snel voor de gek gehouden, weet ook Ionica Smeets. ‘Mensen, ook journalisten, hebben snel de neiging om van een correlatie een causaal verband te maken. Als twee fenomenen zich tegelijk voordoen, is de verleiding groot om te denken dat het ene veroorzaakt wordt door het andere. Maar meestal is dat niet zo. Er zijn bijvoorbeeld mensen die geloven dat kindervaccins autisme veroorzaken, omdat de opmars van de vaccinatie gelijke tred houdt met het toenemende aantal diagnoses van autisme. Maar dat verband is puur toeval, het ene heeft niets met het andere te maken.

    Het is goed voor je burgerschap

    Peilingen zijn nog zo'n probleem. Journalisten, vinden zowat alle kenners, hechten te veel belang aan kleine verschuivingen, en laten de foutenmarge buiten beschouwing. En die is essentieel. In plaats van elke partij een percentage toe te kennen, zou het beter zijn om elke partij een procentuele vork te geven: partij X haalt in deze peiling tussen de 10 en de 14 procent van de stemmen. Dat zou correcter zijn.
    Een beetje wiskundig inzicht is gezond voor het burgerschap, vindt Van Bendegem. ‘Zo is het interessant om te weten dat geen enkele stemprocedure perfect is. Als je dezelfde mensen met dezelfde voorkeur laat stemmen volgens een andere procedure, zal de uitslag niet dezelfde zijn. Er is zelfs een principieel probleem met collectieve besluitvorming. Als drie mensen (1, 2 en 3) drie partijen moeten rangschikken in volgorde van voorkeur (A, B en C) en 1 verkiest A boven B boven C, en 2 verkiest B boven C boven A en 3 verkiest C boven A boven B, dan verkiest de groep dus A boven B boven C boven A.'
    ‘Wiskunde is de discipline bij uitstek waarbij je leert om correct te redeneren', zegt hoogleraar Paul Igodt, voorzitter van de Vlaamse Wiskunde Olympiade. ‘Een bewijs is een manier om uit bekende uitgangspunten via geijkte regels een geldige conclusie te trekken. Dat is ook in andere domeinen erg belangrijk, bijvoorbeeld in politieke debatten. Wiskunde traint je daarin.'

    Het kan je geld besparen

    Econoom Geert Noels gebruikt graag de oneliner dat de Lotto een belasting op domheid is. En die oneliner klopt, zal elke wiskundige bevestigen. ‘Ik gebruik het voorbeeld vaak in mijn lessen', zegt Van Bendegem. ‘Stel u voor dat u één bepaalde persoon zoekt in Brussel, waar een miljoen mensen wonen. En dat u, om die persoon te vinden, laten we hem Jean Van de Velde noemen, zomaar wat in het wilde weg door de stad begint te wandelen en dan ineens halt houdt voor een deur, aanbelt en verwacht dat Jean Van de Velde opendoet. Toch is de kans dat dat lukt vijf keer groter dan de kans dat je de Lotto wint.'

    Je kunt er rijk mee worden

    Nee, dan kunt u beter wiskunde gaan studeren en uw tanden zetten in een van de beroemde en beruchte Millenniumproblemen: grote, eeuwenoude vraagstukken uit de wiskunde waarop nog niemand een antwoord heeft gevonden. Het Amerikaanse Clay Mathematics Institute heeft voor elk van die problemen een miljoen dollar uitgeloofd. Twee jaar geleden werd dat bedrag vrijgemaakt voor de Rus Grigori Perelman, die de wiskundige wereld met verstomming had geslagen door het legendarische Vermoeden van Poincaré te bewijzen. Alleen was Perelman niet geïnteresseerd in het geld, waarmee hij het cliché van het wereldvreemde, ietwat zonderling wiskundegenie vlot bevestigt. Men vermoedt dat Perelman, die momenteel spoorloos is, ondertussen al broedt op een van de overblijvende problemen.
    ‘Het lijkt allemaal vrij esoterisch', zegt Van Bendegem. ‘Maar ik durf de uitdaging aan om uit te leggen aan een breed publiek waar die problemen over gaan en wat we eraan kunnen hebben. Een van de problemen, de zogenaamde Riemannhypothese, heeft bijvoorbeeld te maken met de verdeling van priemgetallen over de totale verzameling: hoe groter de priemgetallen, hoe zeldzamer ze worden. Als iemand die Riemann-hypothese ooit bewijst, zal dat een grote impact hebben op de codes die vandaag worden gebruikt op het internet.'

    Zelfs het nutteloze is nuttig

    Zelfs pure schoonheid vindt vroeg of laat een toepassing. Eeuwenlang waren die priemgetallen bijvoorbeeld het wiskundige equivalent van l'art pour l'art. Prachtig en elegant en om blij van te worden, maar: nutteloos. Tot men erachter kwam dat ze uitermate geschikt zijn om boodschappen veilig te coderen. Het principe berust op het feit dat elk getal maar op één manier kan worden ontbonden in priemfactoren: elk getal kan op precies één manier geschreven worden als het product van priemgetallen. Als men extreem grote getallen neemt die het product zijn van slechts twee extreem grote priemgetallen, is het quasi onmogelijk om te achterhalen wat die priemgetallen zijn. Ideaal om een boodschap te coderen, dus: het grote getal kent iedereen, die twee priemgetallen kent alleen de ontvanger van de boodschap, bijvoorbeeld de bank.
    ‘En er zijn nog wiskundige fenomenen die vandaag een toepassing hebben gevonden die niemand ooit had kunnen vermoeden', zegt Van Bendegem. ‘Denk aan fractalen of wavelets: die zijn ook al veel langer bekend, maar worden pas sinds kort gebruikt om beelden te comprimeren.'

    De hele wereld verwiskundigt

    Wiskunde duikt overal op. ‘Onze wereld is aan het mathematiseren', zegt Paul Igodt. ‘In steeds meer sectoren speelt wiskunde een steeds grotere rol. Daarom is het zo belangrijk dat wij onze jongeren blijven uitdagen om zich erin te bekwamen. Vandaag investeren vooral China en India in hun knapste koppen. Europa mag niet op zijn lauweren rusten. Het is een nogal mercantiel argument, daarvan ben ik mij bewust, maar dat telt toch ook.'

    Je kunt er mensen mee vermaken

    Een doorsnee familiefeest met een dikke twintig man, meer hebt u niet nodig. Vraag uw publiek hoe groot de kans is dat in die groep minstens twee mensen op dezelfde dag jarig zijn. Klein, zal iedereen denken. Maar in een groep van 23 mensen is die kans al groter dan één op twee. Probeer het eens: vraag aan iedereen om zijn of haar verjaardagsdatum luidop prijs te geven en wacht tot iemand roept: ‘Dan verjaar ik ook.' ‘Vanaf groepen met zestig man is de kans bijna honderd procent', zegt Rik Verhulst. ‘Dat is tegenintuïtief, maar toch klopt het.'

    God is zelf een wiskundige

    Niet alleen de wereld, het hele universum gehoorzaamt aan wiskundige formules. Vreemd, want wiskunde is een menselijke uitvinding en het heelal niet. Wiskunde, vond de Hongaars-Amerikaanse fysicus Eugene Wigner, is ‘onredelijk effectief' om te verklaren hoe de werkelijkheid in elkaar zit. ‘En dat klopt', bevestigt Verhulst. ‘Het Higgsdeeltje, om een recent voorbeeld te geven, werd in de jaren zestig al voorspeld, het kwam toen al tevoorschijn uit de wiskundige formules van de natuurkunde. Zo zijn er in de loop der eeuwen veel theoretische voorspellingen gedaan op basis van louter wiskunde, die later natuurkundig bleken te kloppen.'
    Vreemd is dat eigenlijk niet, vindt Verhulst. ‘De mens is het product van de evolutie', zegt hij. ‘Ook ons brein. Het is niet zo verwonderlijk dat redeneerpatronen die gedeeltelijk aangeboren zijn, overeenstemmen met de manier waarop de wereld in elkaar zit. De wiskunde toont aan dat wij de diepe kenmerken van het universum in ons dragen.'


    Naar boven


 

  • Anna Enquist schrijfster en psychotherapeut

    Thuis was er respect voor het verstand

    Mijn vader was hoogleraar natuurkunde. Ik groeide op tijdens de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Over de bezetting werd nooit gepraat, maar het was wel duidelijk dat iedereen fanatiek toekomstgericht was. Al zit het in mijn natuur alles wat ik doe degelijk te willen doen, mijn jeugd in de jaren vijftig is daar toch ook erg bepalend in geweest.

    Als je hersens had, moest je naar de universiteit

    Dat zeiden mijn ouders en mijn leraren. Hoewel ik eigenlijk pianist wou worden, liet ik mijn oren daar maar naar hangen. En dus deed ik eerst psychologiestudies voor ik naar het conservatorium ging. Toen ik aan de slag kon bij het Nederlands Psychoanalytisch Instituut, dacht ik: word eens volwassen en klapte de piano dicht. Niet veel later begon ik, door het gemis van die uitlaatklep, gedichten te schrijven.

    Die combinatie van jobs hoort bij mij

    Als ik voor een boek zoals Het geheim of Contrapunt piano moet studeren, vind ik dat heel prettig. Wat al mijn bezigheden gemeen hebben, is het oor. Je moet goed kunnen luisteren als je met een patiënt praat, als je piano speelt én als je het ritme van je zinnen wilt doen kloppen.

    Pas na de dood van mijn dochter ging ik weer pianospelen

    Dat was het enige wat ik op dat moment kon; ik ben toen even met mijn psychotherapiepraktijk gestopt. Een aantal jaren na het verlies kwam het verlangen om over mijn dochter te schrijven. De directe emoties had ik al kwijt gekund in de dichtbundel De tussentijd, maar voor dit verhaal wou ik een goede vorm vinden. Toen ik de Goldbergvariaties van Bach instudeerde, een verzameling van korte stukken, bleek dat het ideale vehikel. Het mocht niet sentimenteel of larmoyant worden. Als je je houdt aan de structuur van zo’n heel hecht muziekwerk, kun je niet uit de bocht vliegen.

    De schoonheid van kunst zit in het evenwicht tussen inhoud en vorm

    Bach en Mozart kun je blijven spelen, dat verveelt nooit. Komt omdat de structuur bij hen zo mooi is. De gevoelens zijn ingekaderd.

    Mijn patiënten willen genezen, maar daar draait het helaas niet om

    De therapie dient om de pijn te erkennen en te kijken hoe je er op een gezonde manier mee verder kan. Tegenslagen worden makkelijker om dragen als je beseft dat ze bij het leven horen. Dat is de realiteit.

    Tijd heelt de wonden niet

    Als je een kind verliest, merk je dat je na verloop van tijd toch weer een leven opbouwt en aan dingen plezier beleeft. Toch ben je er niet op uit om de pijn te helen. Het verdriet is immers wat je bindt met dat kind.

    Vroeger had ik met elk boek een plan

    Tegenwoordig rem ik mezelf meteen af als ik een idee krijg. Er is een soort vermoeidheid ingeslopen. We krijgen binnenkort een kleinkindje. Laat ik daar maar wat ruimte voor maken. We zien wel wat er komt.
    Traditie is een houvast

    Kinderen vinden alles wat terugkeert leuk: de vaste feestdagen, altijd dezelfde taart op verjaardagen… Die tradities geven hun een gevoel van overzicht in het warrige tijdsverloop. Tradities houden ook het verleden bij. Als je de band met de geschiedenis verliest, ben je zonder wortels.

    Tekst Peter Van Dyck

    Knack Weekend april 2012.


    Naar boven



  • 'Economie is een voortzetting van de literatuur'. Interview met Arnon Grunberg

Ter gelegenheid van het eerste lustrum van het Tilburgse departement van de menswetenschappen  gaf Arnon Grunberg op 7 november een lezing in de aula van het Cobbenhagengebouw. Univers stelde de beroemdste schrijver van Nederland een paar vragen na afloop.

In zijn lezing, getiteld Het Noodlot, vraagt Grunberg zich af wat de ethiek van Spinoza nog kan betekenen voor de moderne mens. Spinoza was een kind van de Verlichting en geloofde er heilig in dat mensen in staat zijn om een gelukkig en deugdzaam leven te leiden. Dan moeten we wel even onze hartstochten onder controle krijgen en ons bevrijden van alle onware ideeën. ‘Kunnen we dat, en willen we dat?’ vraagt Grunberg zich af.
Grunberg vergelijkt in zijn lezing de moderne mens met Swann, een personage van de Franse schrijver Marcel Proust. Swann laat zich in de liefde vooral leiden door gevoelens als jaloezie en wantrouwen, en bouwt zo hele fantasiewerelden op. De moderne mens lijkt verdacht veel op dit personage, vindt Grunberg. ‘Wij vrezen voortdurend bedrogen te worden en geloven heilig in onze verbeelding. Wij zijn allemaal producenten van fictie.’ De moderne mens verheerlijkt volgens Grunberg het sentiment. Het is te laat om nog terug te keren naar het Spinozistische geloof in dé waarheid.  ‘Het lachwekkende is ons noodloot,’  besloot Grunberg zijn lezing.

Een van de aanwezigen op uw lezing twitterde na afloop: ‘Als Grunberg een serieuze voordracht houdt, klinkt hij als Beatrix tijdens de troonrede, lijkt het wel.’ Is onze Koningin een voorbeeld voor u?

“Ik heb nog nooit geen serieuze voordrachten gehouden. Ik vermoed dat de twitteraar het over mijn dictie had, ik praat inderdaad geen Limburgs. Maar zoals W.F. Hermans al zei is het Nederlands feitelijk een dialect van het Duits, zoals het Zwitserduits dat ook is. Er is veel voor te zeggen de troonrede vanaf nu in het Duits te houden. En Nederland zou wat mij betreft net als Noordrijn-Westfalen een deelstaat van Duitsland mogen worden. Dat is voor alle betrokkenen het beste. Hiermee heb ik uw vraag over de koningin ook beantwoord denk ik.”

Na de lezing ging u in debat met een aantal studenten filosofie. Er heerste nogal wat spraakverwarring. Literatuur en filosofie hebben veel met elkaar gemeen, maar zijn de verschillen niet groter?

Ik meen dat ik dat ook in mijn lezing heb gezegd. Maar ik geloof dat we geen verregaande conclusies moeten verbinden aan de milde spraakverwarring die af en toe leek te heersen. Volgens de Zuid-Afrikaanse schrijver Coetzee hebben de filosofie en de literatuur elkaar nodig, maar waarschijnlijk is een huwelijk zonder spraakverwarring onmogelijk.”

U wantrouwt de rede, zei u in uw lezing. Betekent dit ook dat u de wetenschap wantrouwt?

“Ik geloof dat de wetenschap niet altijd kritisch genoeg is tegenover zichzelf.”

De geesteswetenschappen staan tegenwoordig onder druk. Wat is het nut ervan, vragen sommigen zich af. Wat denkt u ervan, kunnen we de hele handel niet beter opdoeken?

“O nee, laat ze vooral voortbestaan. Ze zijn nuttig om kennis te nemen van de traditie en die voort te zetten. Ik vrees dat hun zwakte ligt in een halfslachtige poging wetenschappelijker te lijken dan ze zijn, of zich onder druk van managers te moderniseren.”

U zei in uw lezing dat het maar de vraag is of Economie, en andere wetenschappelijke disciplines, wel zo wetenschappelijk zijn. De vraag rijst of ze niet eerder een voortzetting van de literatuur zijn via andere middelen. Kunt u dit nader toelichten?

“Economen als Krugman zetten zelf vraagtekens bij de wetenschappelijkheid van hun wetenschap. We kunnen en moeten ons dan afvragen wat dat gedeelte van de economie is dat niet wetenschappelijk is. Indachtig de woorden van Socrates dat schrijvers op waarzeggers lijken, leek me de economie de voortzetting van de literatuur.”

Zijn wetenschappers eigenlijk niet de meest tragische figuren van onze tijd? Druk zoekend naar dé waarheid, die al sinds een paar decennia is afgeschaft?

“Is de waarheid echt afgeschaft? Volgens mij zijn wetenschappers vooral bezig met hun carrière. Gingen ze maar op zoek naar de waarheid, zou ik bijna zeggen.”

‘Het lachwekkende is ons noodlot,’ besloot u de lezing. Is het bestaan voor u één grote, goddeloze komedie?

“‘Goddeloosheid’ is in de context van Spinoza ingewikkeld, want het ‘goddelijke’, als ik hem goed begrijp, is immers alles. Een komedie wel degelijk, maar daarmee ook een tragedie.”

Bron: Univers online – Onafhankelijke website van de Universiteit van Tilburg



Naar boven



  • Martin Jacques: Understanding the Rise of China - De opkomst van China begrijpen (podcast 24-1-2011)

    De economist Martin Jacques gaf een redevoering in het TED Salon in Londen. Hij vraagt zich af: Hoe geven we in het Westen betekenis aan de fenomenale opkomst van China? De auteur van “When China Rules the World” (Als China de wereld overheerst), onderzoekt waarom het Westen dikwijls onbegrip heeft voor de groeiende macht van de Chinese economie. Hij presenteert drie bouwstenen om te begrijpen wat China is en wat het zal worden.

    TEDTalks is een dagelijke video podcast van de beste toespraken en optredens van de TEDConference, waar de leidende denkers en doeners van de wereld in 18 minuten hun allerbeste redevoering brengen.


    http://www.youtube.com/watch?v=imhUmLtlZpw 24'


    Naar boven



  • De toekomst die wij willen - red. commentaar Alma De Walsche in MO juni 2012

Het mondiaal magazine MO besteedt in zijn juni-nummer 2012 ruime aandacht aan de VN-top van 20 tot 22 juni in Rio de Janeiro over duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Die conferentie staat volkomen in het teken van de groene economie.
Het redactioneel commentaar op pagina 4 van journaliste Alma De Walsche geeft een samenvattende en beklijvende kijk op de huidige wereldsituatie en de mogelijke evolutie in de komende decennia.

 

Precies veertig jaar geleden, in 1972, publiceerde de Club van Rome Grenzen aan de groei.
Kort samengevat kwam de boodschap erop neer dat als we zo doorgaan met groeien en als landen als China onze levensstandaard overnemen, de natuurlijke hulpbronnen snel uitgeput zullen zijn en de industriële groei zal stilvallen; 2030 werd naar voor geschoven als het keerpunt. Vandaag stevenen we af op het geschetste scenario. De schaarste aan grondstoffen drijft de prijzen de hoogte in en de klimaatopwarming zet zich door. We hebben een punt bereikt in de geschiedenis waarop de voorwaarden voor ontwikkeling – namelijk het functioneren van het systeem aarde zoals we dat tot nu toe gekend hebben – in gevaar is, zo waarschuwt de International Council for Science. Het financiële systeem kraakt, de economie stagneert en we zinken dieper en dieper weg in de crisis.

Ook in Europa snijdt die diep, in Griekenland, Spanje, Portugal en ook bij ons. Het is een crisis die onze welvaart bedreigt en onze levenskwaliteit aantast. In minder dan vijf jaar is dit oude continent in de greep gekomen van werkloosheid, armoede en sociale onrust en willen ontelbare getalenteerde jonge mensen hun thuisland verlaten, op zoek naar betere oorden.

Economen voorspellen dat het een decennium of drie kan duren voor we hier doorheen gesparteld zijn. Dertig jaar. Dan zullen mijn kinderen mijn leeftijd heben. Het zijn voor hen de jaren die algemeen beschouwd worden als “de schoonste jaren van je leven”, de jaren die je leven vormgeven en op de sporen zetten. Ze zullen het niet makkelijk hebben, hoezeer we hen ook alle kansen hebben willen geven om zich te ontwikkelen en om gelukkig te zijn. Het is helemaal niet zeker dat ze een vaste baan vinden, betaalbaar kunnen wonen, kunnen terugvallen op de sociale zekerheid die wij genoten, dat ze kunnen leven in een democratische samenleving waarin het goed toeven is.

Hoewel het besef van die veelvoudige crisis stilaan doorsijpelt, valt te betwijfelen dat we snel genoeg reageren, aldus Jorgen Randers, wetenschapper van de Club van Rome in zijn recente rapport Een globale vooruitblik voor de komende veertig jaar. De conclusies waar Randers toe komt, zijn niet meteen geruststellend: ‘Onze consumptiedrang en ons kortetermijndenken verhinderen ons krachtdadig te reageren en diepgaande veranderingen te realiseren. De voorbije veertig jaar zijn er meer dan 900 milieuverdragen opgesteld, maar de aftakeling van de planeet gaat door. Het ziet er niet naar uit dat regeringen de nodige regelgeving zullen doorvoeren om de markten te dwingen meer geld te investeren in klimaatvriendelijke oplossingen. En regeringen moeten vooral niet denken dat de markten zullen werken in het belang van de mensheid’, aldus Randers.

Op de conferentie Rio+20 van 20 tot 22 juni is het thema ‘groene economie in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding’. Het VN-ontwikkelingsprogramma UNEP hoopt een manier te vinden om uit de economische crisis te geraken. In de aanloop naar de conferentie is gebleken dat de overheden helemaal niet wakker liggen van de bijeenkomst en dat de VN vooral vertrouwen op de privésector en op marktmechanismen om uit de crisis te geraken. Het is een gevaarlijke piste.

De Braziliaanse econoom Marcos Arruda verwoordt het zo: ‘De globale economie, die een ontwikkelingsmodel volgt dat gebaseerd is op onbegrensde groei, de vrije markt, de maximalisatie van winst en concentratie van macht en middelen, heeft een structureel probleem om “groen” te worden. Wat bedrijven ook beslissen om te doen op het vlak van sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid kan heel belangrijk zijn, maar het volstaat niet. De logica van de markt laat geen ruimte voor eerlijkheid, rechtvaardigheidsprincipes en de draagkracht van de aarde.’

De verschillende initiatieven in de aanloop naar Rio komen tot de gemeenschappelijke vaststelling dat wat we nodig hebben een nieuwe vorm van mondiaal beheer is. Rio+20 is een unieke kans om daar nieuwe grondvesten voor te leggen, zo klinkt het. Om werk te maken van een “herstichting” van het mondiale bestuur en om een langetermijnvisie te ontwikkelen, om de wereldgemeenschap te coachen bij de noodzakelijke transities die ons te wachten staan. Laat Rio+20 een nieuw begin zijn, het lang verhoopte kantelmoment.

Alma De Walsche

Naar boven



  • Het overheersende Vlaamse discours volgens Hugo De Ridder

    Het culturele moest de plaats inruimen voor het mercantiele

    De bekende Vlaamse journalist Hugo De Ridder, auteur van belangwekkende boeken over de recente politieke geschiedenis in België, is 80 jaar geworden. Hij selecteerde uit zijn vroegere
    publicaties die passages die voor jongeren interessant kunnen zijn: hoe het politieke bedrijf werkt, hoe de symbiose tussen politici en journalisten zich ontwikkelt, en allerlei sociale en economische beschouwingen. Het boek werd een “Brief aan mijn kleinkinderen”*.
    N.a.v. de publicatie verscheen in Knack 42e jg. nr. 22 van 30 mei 2012 een interview met Hugo De Ridder onder de titel “De middenklasse kaapt de politiek”. De passage waar het gaat over de Vlaamse gentleman, die overal respect zou afdwingen is zo relevant dat we ze hier voluit overnemen.


    “Vraag: U schrijft dat ‘Eigen Volk Eerst’ de natuurlijke voortzetting is van de slogan ‘Wat we zelf doen, doen we beter’. Is dat een waarschuwing aan het nieuwe Vlaanderen?

    De Ridder: In mijn boek heb ik het daar heel duidelijk over. Wij streden voor een grotere autonomie van Vlaanderen om in hoofdzaak culturele redenen: veralgemening van de beschaafde omgangstaal, volksverheffing, de verankering in Vlaanderen van bedrijven en banken, meer Vlamingen aan de top van de administratie en financiële groepen. Het einddoel was de keurige Nederlandssprekende Vlaming met een brede culturele belangstelling, kortom: de Vlaamse gentleman die door zijn optreden overal respect zou afdwingen. Wij zagen die ook onder ons: Manu Ruys beantwoordde aan dat type, Vic Anciaux, Hugo Schiltz natuurlijk.

Daarvan is nauwelijks nog iets terug te vinden in het overheersende Vlaamse discours. Het culturele moest de plaats inruimen voor het mercantiele. Wat we nu horen, is een permanente hetze tegen de Walen, die ons 2 à 3 miljard zouden kosten. We moeten die transfer zo snel mogelijk stopzetten met als einddoel de splitsing van België in twee of drie onafhankelijke staten. Mij is het niet duidelijk hoe dat kan gebeuren zonder jarenlange conflicten, veel internationaal prestigeverlies en onvermijdelijke verarming. Om wat te bereiken? Een Vlaamse dialectenstaat met vijandige buren.”

Tot zover Hugo De Ridder.

* Hugo De Ridder, Brief aan mijn kleinkinderen. De overvraagde generatie. Lannoo, 264 blz., 19,99 euro.

Naar boven


  • Ligt publicatiedruk aan wetenschapsfraude ten grondslag?

    Eind juni 2012 kwam het ontslag van de Rotterdamse psycholoog D. Smeesters in de media.
    De jonge prof Uri Simonsohn van de Universiteit van Pennsylvania heeft de strijd tegen de wetenschapsfraude bij sociaalpsychologen aangebonden en onthult het gesjoemel in psychologisch onderzoek.

    Dit is nog maar het begin, beweert de Amerikaanse vorser. Ook professor Jozef  Colpaert van de Universiteit Antwerpen publiceerde vroeger al over academisch wangedrag en bij hem zit het blijkbaar nu ook hoog. Colpaert, die al 26 jaar werkzaam is aan de UA, geeft het tijdschrift Computer-Assisted Language Learning: an International Journal’ uit.

    Hij ziet een verband tussen de steeds toenemende publicatiedruk en wetenschapsfraude.
    “Onderzoekers en docenten worden onder steeds grotere druk gezet om een groot aantal publicaties te halen in gerenommeerde internationale tijdschriften. Kwantiteit is het allerbelangrijkste. De manier waarop universiteiten de druk opdrijven is contraproductief en demotiverend. Professoren moeten contractueel een groot aantal publicaties beloven. Ook het geld dat ze met hun projecten in het laatje van de universiteit moeten brengen, staat vast. Aan het essentiële, de ware kennisbijdrage, wordt voorbijgegaan. Professoren dreigen te verworden tot ambtenaren die louter uitvoerend werk verrichten. Dossiers vreten om de concurrentie voor te zijn, strategieën ontwikkelen en netwerking behoren tot de dagelijkse bezigheden. Op kosten van de eigen gezondheid. De toenemende druk op onderzoekers en docenten leidt tot fenomenen waarvan ik vermoed dat ze maar het topje van de ijsberg zijn. Denk aan slapeloosheid, depressie en burn-out. Als uitgever kreeg ik al dreigmails: ‘Als je nu mijn paper niet publiceert, ruïneer je mijn carrière’. Een ander kwalijk gevolg is natuurlijk gesjoemel met gegevens, plagiaat en ander wangedrag. Ik voorspel dat dat alleen maar zal toenemen.” (Citaat uit “Creatief met statistiek” Ann-Sofie Dekeyser DS 30-6/1-7-2012)

    Zou een ‘Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit’ wetenschapsfraude aan banden kunnen leggen? Zou dat ook de redeloze publicatiedruk kunnen tegengaan? Met o.m. kwaliteit boven kwantiteit? Rectoren en decanen, neem uw verantwoordelijkheid op.

    G.D.

Naar boven



Reflectie en onderzoek over het concept "multiversum" - 23 mei 2012

Het concept van het multiversum is een van de meest besproken onderwerpen binnen de fysica. Sommigen geloven dat het een nieuwe stap is richting de ultieme kennis van de kosmische realiteit, anderen vinden het pure onzin. “Het concept kan fout zijn, maar ik vind het de moeite om het verder te onderzoeken”, zegt de fysicus en wiskundige Brian Greene in het nieuwsblad Newsweek.

Lees het hele artikel

Naar boven




  • Digitale bibliotheek wordt nieuw leven ingeblazen - 9 mei 2012

    Europeana, de 'Wikipedia voor de Europese cultuur' dreigt weg te zakken in de vergetelheid, maar vandaag moet daar verandering in komen.

De Mona Lisa van Da Vinci, de bladmuziek van Mozarts Requiem en de eerste druk van Darwins On the Origin of Species samen in één collectie voor alle Europeanen - dat was het idee, vier jaar geleden toen de digitale bibliotheek 'Europeana' werd gelanceerd. Ging de website de eerste dag meteen plat door de massale belangstelling (10 miljoen bezoekers per uur); inmiddels dreigt Europeana weg te zakken in de vergetelheid. Een 'fun event' met onder andere Herman van Rompuy (voorzitter Europese Raad), Neelie Kroes (Europees Commissaris) en de 27 Europese ministers voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet daar vandaag verandering in brengen.

Lees het hele artikel

Naar boven




  • Historia docet - Matthias Storme in 'Doorbraak' mei 2012

Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over ‘De conjunctuur van het historisch besef’ hoe het bewustzijn van de geschiedenis veranderde doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen. Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen.
Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo? En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën?

Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling was van de auteur van een tekst, of van een handeling. Men kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling heeft gehad in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit, beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven, bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan heeft gegeven aan de Vlaamse Beweging in de negentiende en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad [ook al moeten we die daarom niet minimaliseren]. Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag en dat is voor juristen natuurlijk het belangrijkste. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn.
Bovendien ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen?
Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan worden geleerd. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan ‘historiquement correct’ [met de titel van een boek van Jean Sevillia]. Tu quoque?

Matthias Storme

Doorbraak, vrijmoedig maandblad, mei 2012 – Sprekershoek blz. 15.

Naar boven



'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50

Op dinsdag 17 april 2012 werd in de KVS in Brussel Geloven in de toekomst voorgesteld, een boek onder redactie van Hans Geybels, oud-woordvoeder van kardinaal Danneels.
Bekende mensen schreven eraan mee, onder anderen Geert Noels, Michel D'Hooghe en Herman Van Rompuy. Het boek bevat een dertigtal diverse bijdragen. De rode draad door het boek is waarom zingeving in deze onzekere tijden (nog) nodig is.
Voormalig CD&V-minister Wivina Demeester leidde het boek in.

In voorpublicatie schreef Hans Geybels "De tijden zijn slecht. Alweer?"
Volgens hem zijn er in ons leven zoveel 'dringende zaken', dat we geen tijd meer hebben om stil te staan bij het essentiële... en dat is zonde.

Lees zijn tekst

"De Islam die Breivik niet kende" is één van de teksten in het boek.

De kerk zou even duidelijk moeten zijn over de Noorse terrorist als de Turkse islamgeleerde Fetullah Gülen over Bin Laden was, vindt Ides Nicaise (1955). Nicaise is onderzoeker bij het HIVA en docent onderwijs en samenleving aan de KU Leuven. Zijn bijdrage staat in de bundel Geloven in de toekomst (Pelckmans)...

Lees die tekst

Naar boven


 

Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin in 'Streven'

OOK WIJ ZIJN DE ANDER

Het cultureel-maatschappelijke maandblad Streven bekroonde de tekst 'Ook wij zijn de ander' van David Dessin met de Frans Van Bladel-essayprijs 2011 en publiceerde die in zijn januarinummer.
Het werkstuk van David Dessin gaat stevig in de clinch met de 'vorige generatie' die hij in briefvorm wil uitleggen waarom de jonge generatie maatschappelijk onverschillig oogt én zeker wat daarachter schuil gaat.
Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Herman Brusselmans in navolging van Hugo Claus beweren dat vrijheid er maar in kan bestaan zich los te maken van alle vormen van identiteit inbegrepen de Vlaamse. Maar dat postmodernisme ontwikkelde zich paradoxaal genoeg tot een nieuwe soort traditie, die 'elke twijfel die uw tegenstanders zouden kunnen hebben bij voorbaat uitsluit'. Verder roept Dessin: 'Wat u als fundamentele en verlichte kritiek beschouwt, is in werkelijkheid al lang een smakeloze vorm van entertainment geworden, een saai opwindingsproduct dat op de smal geworden markt van de publieke aandacht steeds minder mensen kan bekoren'. Als de vorige generatie de identiteit heeft afgeschaft, waarmee moet de jonge generatie dan nog worstelen? Voor die heldenloze wereld van Claus enz. heeft de jonge generatie amper nog belangstelling en daaruit volgt gelatenheid. 'In een wereld waar officieel geen identiteit of verhaal meer bestaat, valt voor ons niets méér te doen dan te beginnen met een leven van vrij consumentisme.' 'Wij leven in een World of
warcraft
en brengen onze nachten door verwikkeld in een schitterende strijd tussen goed en kwaad'. 'Is de "identiteitsloze" cultuur niet een identiteitshonger aan het creëren die ze uiteindelijk zelf niet meer zal kunnen stillen? En wat dan?'

LLees de hele tekst in Streven

Naar boven




  • Dit is een opinieartikel – kijk maar even
    Sommige stukken kun je overslaan


    Deze tekst sluit op een of andere wijze aan bij de vorige
    "Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit"

    Door Jochem van den Berg en Diederik Smit • donderdag 8 maart 2012, 09:30 - Bron: De speld.

    Internet, digitale cultuur, de consumptiemaatschappij, de open samenleving, globalisering, populisme, individualisering, revolutie en ontvrienden. Het zijn bijna allemaal woorden die iets zeggen. We gaan nu verder met nog meer woorden. Gaat u mee?

    We staan voor een voldongen feit. De meningencultuur in het internettijdperk raast zo hard over de digitale snelweg dat het publieke discours het ondergeschoven kindje dreigt te worden. Verharding, verhuftering en infantilisering zijn het gevolg, met alle nadelige effecten van dien. Dit hebben de afgelopen jaren zojuist aangetoond.

    Lees verder

    Naar boven




  • Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012

Shop twice this weekend’, adviseert een sticker naast de kassa van de WE. Eronder de tekst: ‘Shop till you drop’ en op de ruit ‘Discover yourself as everybody else is already taken’. Ik haast me naar huis, langs ESPRIT-posters met een jonge vrouw: “I wish for a puppy, verderop een meisje: “I wish for a brother”. Dan staat langs de ring reclameborden: Shurgard Self-Storage en ‘Dress less to impress’. Bart Smit verkoopt Toys and Games.

Het winkeldomein waar ik het meest kom is het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord. Dat heeft niet echt de internationale allure van een PC Hooft. Het publiek verdient beneden modaal. Er is veel kleur, blank ziet vaak grauw. Een groot deel van de klanten op het Buikslotermeerplein is laagopgeleid. Zij spreken volgens mij matig Engels. En toch toont het Buikslotermeerplein verachting voor de Nederlandse taal.

Lees verder

Naar boven



De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme

Op 8 maart jl. (1998) bezon het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) zich over de taak van de intellectueel c.q. academicus (d.i. de universitair gevormde) in de hedendaagse maatschappij, met boeiende lezingen van de professoren A. Burms, L. Abicht en F. Van Neste over de intellectuelen tegenover respectievelijk traditie en cultuur, politiek en beroepsethiek en een levendig debat. Graag wil ik hier ook mijn persoonlijke gedachten over dit onderwerp samenvatten.

In onze postmoderne maatschappij waar eenieder meer en meer zijn idealen kiest als in een supermarkt, is het moeilijk nog over gemeenschappelijke idealen te spreken, zelfs onder academici. Toch durf ik een aantal waarden vooropstellen die m.i. in de huidige toestand in ons land moeten worden benadrukt en uitgedragen

Lees verder

Naar boven




 

  • Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste

    Om eerlijk te zijn, deze titel is een tweede keuze. Eerst luidde het: is het ethische gehalte van ons beroep zoek geraakt? Of, zijn we het ethische gehalte van ons beroep kwijt? Of nog, hoe zullen we het ethische gehalte van ons beroep terugvinden ?

Jacques Ellul schrijft in een van zijn boeken : "Dans une société donnée, plus on parle d'une valeur, d'une vertu, d'un projet collectif, plus c'est le signe de son absence".
         
Men spreekt zo dikwijls van 'ethiek': beroepsethiek, bio-ethiek, Business Ethics, de ethiek van de journalist... Zou het kunnen dat dit er op wijst dat we het ethisch besef, de ethische oriëntatie kwijt zijn?

Lees verder

Naar boven



  • Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain

    Naar aanleiding van het onderwerp van vandaag, de tewerkstelling van de jonge Vlamingen, is de vraag steeds opnieuw: waar gaan we naartoe op het stuk van tewerkstelling? Wat zijn daarvan de gevolgen in het algemeen en voor onze jonge academici in het bijzonder?

    Werkgelegenheid houdt vele mensen vandaag gaande. We zijn er “leeg” van.  Niet dat het aan initiatieven inzake “aanzwengeling” van werk ontbreekt.  Integendeel.  Verklaringen dat werk politiek absoluut prioritair op de agenda staat, stapelen zich op, zoals uit talrijke overheidsinitiatieven blijkt : aldus o.m. de jongste top van de G7 te Rijsel, het vertrouwenspact van Jacques Santer en het toekomstcontract van Jean Luc Dehaene; Helmut Kohl heeft voor Duitsland niet minder dan 50 maatregelen op het getouw gezet en zopas 70 miljard DM sociale besparingen aangekondigd.
    Toch blijven we op onze honger.  Dit is ongetwijfeld existentiëler nog meer het geval voor de werkzoekenden, voor de duizenden, die weldra werkloos zullen worden, de gepre-pensioneerden en “steuntrekkers” aller aard, die in de marginaliteit verkeren of geduwd worden.

Lost paradise

Lees verder

Naar boven



  • Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms

    Wie de taak van de intellectueel in onze tijd wil omschrijven, heeft met een speciale moeilijkheid af te rekenen. De intellectueel werd altijd gezien als iemand die in staat is om een kritische afstand te bewaren tegenover de opinies en vooroordelen van de cultuur waartoe hij behoort: van hem werd verwacht dat hij zich zou laten leiden door zijn eigen kritisch oordeel en niet door de heersende denkpatronen. Het probleem is nu dat in onze cultuur de overtuiging heerst dat iedereen de opdracht en de bekwaamheid heeft om zich tegenover de gangbare opvattingen kritisch op te stellen en over allerlei essentiële zaken een zeer eigen mening te hebben. Binnen de huidige common sense geldt het als een soort dogma dat het ideaal van het kritisch oordeel binnen het bereik van elk individu ligt en dat we bovendien de heilige plicht hebben de mening van eender wie onvoorwaardelijk te respecteren. Vandaar dat bijvoorbeeld door de voorstanders van de ‘rechten van het kind’ met een absurde ernst gesproken wordt over de meningen van kinderen. Zo meldt De Standaard van 28 oktober 1996 dat Unicef-België het verontrustend vindt dat nog altijd een kwart van de Belgische gemeenten geen kindergemeenteraad wil of serieuze twijfels heeft over het nut ervan. Wat mij vooral ‘verontrustend’ lijkt is dat een belangrijke organisatie dergelijke onzin in alle ernst kan verdedigen. Kinderen hebben nood aan bescherming en aandacht, maar ze hebben er geen belang bij dat we hen (en ook onszelf) bedriegen door voor te wenden dat we een bijzondere interesse voelen voor hun visie op het gemeentebeleid of andere gelijkaardige kwesties. De vraag die we ons naar aanleiding hiervan moeten stellen is welke inhoud we nog kunnen geven aan de opdracht van de intellectueel in een context waarin de cultus van de kritische afstand en van de eigen mening met kritiekloze vanzelfsprekendheid wordt beoefend.


Lees verder

Naar boven



  • De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers

De discussie omtrent de rol van de intellectueel in onze samenleving ging helemaal uit naar onderwerpen als moraal, criticiteit en ethische regels. Niet verwonderlijk in een tijd waarin de mens zich vragen stelt en waarin hij het gevoel heeft dat de bestaande waarden wegglijden. Maar zoals het meestal gaat als de bespreking naar die onderwerpen uitgaat, beperkte ze zich nu ook tot het detail en de korte termijnhistoriek. De kleine en grote problemen waarmee we nu worden geconfronteerd, werden ten tonele gevoerd, met ondermeer de seksuele agressie en de fel toegenomen economische concurrentie. De geschiedenis ging amper terug tot aan de breuk die de verlichting met zich meebracht.

De analyse op korte termijn is nodig, maar aan de problemen die zich nu voordoen zal de mens geen duurzame oplossing geven als hij zijn perspectief niet verwijdt. De toestand die wij nu beleven is niet nieuw. Zolang de mens geschiedenis heeft geschreven, heeft hij ons gelijksoortige verhalen doorgespeeld. Telkens de mens door een periode van recessie ging heeft hij zich dezelfde vragen gesteld. Indien er ruimte is voor groei en de mens aan zichzelf en aan zijn kinderen een toekomst kan geven zoals hij het wenst, stelt hij zich die vragen niet.

Maar wat als het probleem zich telkens opnieuw, telkens met dezelfde kenmerken herhaalt? Is het dan niet mogelijk dat het gestuurd wordt vanuit een dieperliggende oorzaak en zouden we dan niet beter daar onze aandacht op richten.  

Die dieperliggende oorzaak is bekend, maar we moeten haar durven onder ogen zien. De hoofdoorzaak is overbevolking. ...

Lees verder


Naar boven




  • Intellectuelen en politiek - Ludo Abicht

VAN DE INTERNATIONALE NAAR DE INTERNETIONALE -
IS ER NOG PLAATS VOOR INTELLECTUELEN ?

1. In Biedermann und die Brandstifter  van Max Frisch, een moraliteit over de medeplichtigheid van de doorsneeburger met een stel misdadigers, speelt een zekere Herr Doktor Phil., een typische intellectueel, een cruciale en nefaste rol: hoewel hij wist of kon weten wat die gangsters van plan waren, heeft hij hen tot op het laatste moment gesteund en daarmee de catastrofe mogelijk gemaakt. Wanneer dan de hel losbarst, leest hij een plechtige verklaring af, waarin hij zich uitdrukkelijk en veel te laat van de misdadigers distantieert, maar zijn welgevormde zinnen gaan verloren in het lawaai van de ondergang. Het stuk werd geïnspireerd door de stalinistische putsch van 1948 in Praag, maar kan zonder moeite worden toegepast op de ontelbare intellectuelen die zich in de twintigste eeuw links of rechts geëngageerd hebben en daardoor onmenselijke regimes logistieke steun of minstens legitimiteit bezorgd hebben.

Lees verder

Naar boven




  • In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011

    In een recent stuk over de Vlaamse identiteit stelde ik, tot ontevredenheid van sommige lezers, dat af en toe hele volkeren hun taal afzweren om er een andere over te nemen die hen en hun kinderen meer toekomst belooft. Dat is gebeurd met de meeste Schotten en Ieren, die desondanks hun etnische identiteit behouden hebben. Het is ook gebeurd met wellicht anderhalf miljoen geboren Vlamingen die sedert 1830 in Wallonië, Brussel of zelfs Vlaanderen voor het Frans gekozen hebben. Zij hebben tegelijk ook hun Vlaamse identiteit overboord gegooid, soms (bv.Jacques Brel) heel nadrukkelijk. Acht ik die stap, zo daagt een woordvoerder van de Marnixring mij uit, voor herhaling vatbaar, nu richting Engels?

    Lees verder

    Naar boven





  • Filosofie en maatschappelijk engagement

    De situatie ziet er op dit ogenblik voor de filosofie niet zo slecht uit. Er is de blijvende aantrekkingskracht bij steeds nieuwe generaties studenten; de filosofie slaagt er tot op zekere hoogte in  relevant te zijn in en voor de bredere maatschappij. Er zijn echter factoren die minder goeds voorspellen voor de toekomst: de gevolgen van de ‘vermarkting’ van de universiteit voor de humane wetenschappen en speciaal voor de filosofie, met daaraan gekoppeld de interne, exclusivistische drang naar meer wetenschappelijkheid in de filosofie zelf. Het zal niet eenvoudig zijn tegen deze tendensen in te gaan omdat ze zich voordoen als rationeel en vanzelfsprekend. Is het echter niet juist de taak, ook en vooral van de filosofie, deze rationaliteit en vanzelfsprekendheid in vraag te stellen?

    Het gaat hier natuurlijk niet om een veto uit te spreken tegen bepaalde vormen van filosoferen omdat die een grote exactheid of techniciteit vereisen of nastreven. Dergelijke vormen van filosoferen kunnen zelfs een brede relevantie hebben. Waar het om gaat is in te gaan tegen een verenging van het filosofisch onderzoek om oneigenlijke redenen: omwille van prestige en institutionele aanvaarding.  Wat daarbij dreigt verloren te gaan is in de woorden van Raimond Gaita, “the meditative, critical reflectiviness that is essential to many disciplines in the humanities and certainly to philosophy”(1). Om dat meditatieve en kritische karakter van het filosofisch denken als totaliteit te bewaren moeten filosofen als groep ook in voeling blijven met de eigen culturele en maatschappelijke context. Dat betekent dat de filosofie naast een conversatie wereldwijd met andere filosofen ook de conversatie moet blijven aangaan met de eigen cultuur en maatschappij en wel in de eigen taal.*  Filosofie moet tegelijk local knowledge blijven. Dat precies dergelijke local knowledge van grote relevantie kan zijn, ook internationaal gesproken, wordt niet alleen bewezen in de literatuur, maar ook in de filosofie.

    Misschien is het niet aangewezen de huidige ontwikkelingen te counteren met een beroep op hooggestemde idealen uit het verleden, zoals het belang van de vorming van een maatschappelijke elite, of dat van de filosofie als onontbeerlijk centrum van de universiteit, of dat van een abstracte academische vrijheid. Misschien moeten we als groep zo eerlijk en ernstig mogelijk ingaan op de vele sollicitaties die vanuit de maatschappij in turbulentie op ons afkomen. Zeker moeten we een aantal mantra’s die de geesten beheksen in vraag stellen. Een daarvan is de idee dat concurrentie tussen personen en instellingen ook in de non-profitsectoren de beste of enige manier is om datgene waarover het daar gaat, zoals onderwijs en onderzoek, te promoveren. Een ander is het idee dat zonder vast paradigma geen goed werk geleverd kan worden in de menswetenschappen. Nog een ander mantra is de gedachte dat efficiëntie en productiviteit intrinsiek goed zijn. Die kritische functie van de filosofie lijkt volledig in de verdrukking te komen binnen een ‘vermarkte’ universiteit en een puur wetenschappelijke filosofie. Filosofen (en andere kritische stemmen) moeten hun rol van ‘luis in de pels’ blijven waarmaken, precies ook binnen het heersende universitaire bestel. Dat is hun verantwoordelijkheid als filosoof, ook tegenover hun eigen discipline en universiteit. Dus laten we maar het zoveelste internationaal artikel even uitstellen om kritisch te reflecteren over de toekomst van de eigen discipline en van de (eigen) universiteit in de huidige maatschappelijke context.

    Volgens Raimond Gaita is het in stand houden van een meditatieve en kritische reflectiviteit nauw verbonden met het bewaren van een filosofische levenshouding die onvermijdelijk een soort ethische attitude impliceert, “a spiritual orientation towards truth”. Dat de filosofie als maatschappelijk relevant wordt gewaardeerd zou wel eens kunnen te maken hebben met het feit dat studenten en publiek de aanwezigheid van die attitude ervaren bij vele docenten filosofie. Een dergelijke attitude kan er niet zijn zonder een persoonlijk engagement in de filosofie, een engagement dat zich tegelijk toont in de stijl van filosoferen en doceren (zoals dat ook gebeurt in de literatuur). Ruimte voor een dergelijk filosoferen kan er uiteindelijk alleen maar zijn in een niet-vermarkte universiteit die authentiek onderzoek en reflectie toelaat.*  Indien dat niet meer binnen de universiteit mogelijk is, zal het buiten de universiteit moeten gebeuren.

Herman De Dijn

De tekst is een uittreksel  uit De Dijns artikel ‘De rol van de filosofie in de samenleving’ in Ethische Perspectieven, maart 2011 -  21e jg.  nr. 1, blz.  24-36.

(1) Raimond Gaita in een interview over de noodzaak van een ‘chair of philosophy’ in de Catholic University of Australia.

* Cursivering in vette letter door de redactie van deze site.

Naar boven



  • Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)

    Het ergste is valse hoop

  • Roger Scruton
    Zijn nieuwste publicatie


    Traditie is beter dan revolutie, betoogt de Britse filosoof Roger Scruton. In zijn jongste boek zijn de wereldverbeteraars de echte schurken.

    Vergis u niet, ook in conservatieven schuilt wel eens een rebel. Roger Scruton beleefde zijn uur van de opstand in mei '68 in Parijs, toen hij zijn vrienden uit de middenklasse auto's en winkels zag slopen en op de vuist zag gaan met de politie. ‘Met die onnozele maoïstische hooligans wilde ik niets te maken hebben', herinnert hij zich graag in interviews. ‘In één klap werd ik een conservatief. Ik realiseerde me dat ik de dingen liever wilde behouden dan ze aan stukken te slaan.'

    Lees verder

    Naar boven




    De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010

    De K.U. Leuven onderzoekt hoe docenten het best omgaan met zogenaamde millenniumstudenten. Ook op andere universiteiten zijn lawaaierige, veeleisende en ‘multitaskende’ studenten een groeiend probleem.

Ongegeneerd zitten de studenten vandaag in overvolle auditoria te eten en drinken, te sms’en, gamen, chatten of filmpjes te bekijken.

Op verzoek van verontruste docenten werd daarom nu aan de K.U.Leuven een werkgroep opgericht die moet onderzoeken hoe ze het best omgaan met hun millenniumstudenten. Want zo worden de jongeren genoemd die vanaf de eeuwwisseling aarzelend hun intrede deden in de universiteiten. Millenniumstudenten zijn veeleisend, snel verveeld en voorzien van een laptop, iPod en smartphone.

Lees verder

Naar boven




  • Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010

    Robert Dorsman en Riet de Jong-Goossens zijn de meest eminente vertalers van Zuid-Afrikaanse literatuur in het Nederlands. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de Martinus Nijhoff Prijs / Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Vertalingen 2010 trouwens toegekend aan Riet de Jong-Goossens. Zij krijgt hem uitgereikt op 6 maart 2011.

    Welke Zuid-Afrikaanse romans zijn ten onrechte nog niet vertaald in het Nederlands? En wat zijn de toppers onder Zuid-Afrikaanse romans die onlangs wél vertaald zijn? Boekverkoper Jan Vinck geeft het antwoord op deze twee prangende vragen.

    Het lijstje vind je hier




    Naar boven

  • De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum

  • Beste vrienden,
     
    Het verhaal van de Gulden Sporen is een schoon verhaal, 11 juli is een tof feest, de leeuw is een edel dier, Vlaanderen is een fijn land met een "prachtvolk", zoals ik ooit eens een politicus hoorde jubelen.
    Het is misschien allemaal té schoon om waar te zijn. Dat van die gulden sporen is door ons aller Hendrik Conscience verzonnen, er schijnt niets van te kloppen.  De leeuw schijnt in die tijd een luipaard geweest te zijn.
    11 juli is niet eens een officiële feestdag. En Vlaanderen, tja, wat is dat voor iets? Een Noord-Belgische regio? Een deelstaat zonder bevoegdheden behalve voor het schilderen van de verkeerspalen? Een land op zoek naar zichzelf, naar echte autonomie? Of houden we het toch maar bij de Lamme Goedzak die wel droomt van een onafhankelijk Vlaanderen, maar die, bij het wakker worden, verschrikt naar zijn portefeuille tast?
     
    Ik zal u vandaag een kort relaas brengen over de vrije, onafhankelijke pers die wij niét hebben, en de Belgische ziekte, die jammer genoeg wél bestaat, en springlevend is. En over de manier hoe dat schrale Vlaamse medialandschap liever de ziekte dan de remedie verspreidt.

    Lees de volledige toespraak

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie

    Naar boven




  • De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de nu 101-jarige Jan Verroken)



De Waalse socialisten hebben sinds het begin van de 20e eeuw altijd de eentaligheid van hun grondgebied verdedigd. Dat brengt gewezen CVP-volksvertegenwoordiger Jan Verroken (101) in herinnering.





  • Na de mislukte B-H-V-onderhandelingen is het nuttig om zich de besluiten van het socialistische taalcongres van 1929 nog eens voor de geest te halen – ‘een kantelmoment voor de communautaire dialoog’, aldus Jan Verroken, een van de architecten van de taalgrens.

    De taalgrens is geen Vlaamse schepping, zoals Franstalige politici hun achterban plegen voor te houden. Al sinds 1929 zijn de Waalse socialisten pleitbezorgers van het territorialiteitsbeginsel. ‘De Walen wilden niet weten van tweetaligheid in Wallonië’, vertelt Verroken. ‘Alleen al in de streek rond Charleroi woonden meer dan 30.000 Vlamingen – meer dan de totale bevolking van het toenmalige Charleroi. De Walen waren bang dat een legertje Vlaamse kapelaans in het hart van Wallonië een taalstrijd zou komen voeren.’

    In het huidige gespannen communautaire klimaat kan het geen kwaad ‘het geheugen van de socialisten een beetje op te frissen’.

    Op het beroemde taalcongres van 1929 werd het zogenaamde Compromis des Belges van Camille Huysmans en Jules Destrée fundamenteel bijgestuurd. Socialistisch richtsnoer werd nu dat het Frans de taal was van Wallonië, het Nederlands de taal van Vlaanderen.

    ‘De Franstalige bourgeoisie in Vlaanderen moest de taal van het volk maar leren’, aldus Verroken. Ook in het Harmelcentrum en tijdens de debatten over de taalgrenswet begin jaren 1960 toonden de Waalse socialisten zich voorstanders van de zuivere lijn.

    ‘Meermaals pleitten ze voor het afschaffen van de taalfaciliteiten’ zegt Verroken, die parlementair verslaggever was voor de taalgrenswet. Het wetsontwerp over de taalgrens werd uiteindelijk ‘rechtstaand goedgekeurd, in een commissie geleid door twee Franstalige ministers en waarin de Franstaligen in de meerderheid waren’.

    Het enthousiasme van de Walen was zo groot, herinnert Verroken zich, dat hij in een tweede lezing Spiere opnieuw bij West-Vlaanderen mocht voegen. ‘De sfeer was uitstekend, tot onder druk van bepaalde Brusselse kringen de leugenachtige campagne over de Voerstreek op gang kwam.’

    ‘Waar halen de Waalse socialisten, na 180 jaar extreem territoriaal beleid, het morele recht vandaan om in Halle-Vilvoorde zaken te eisen die zij, in soortgelijke omstandigheden, nooit zouden aanvaarden?’ Dat is voor Verroken de echte vraag vandaag.

    ‘Hopelijk wordt het B-H-V-voorstel van Jean-Luc Dehaene snel onbruikbaar gemaakt,’ besluit hij, ‘want dat is een communautaire clusterbom die op termijn veel nieuwe conflicten kan veroorzaken.’

    Han Renard

    Knack – Nieuws 12-5-2010




    Naar boven

  • Een Vlaming bestaat wel - over Vlaamse identiteit

    Het debat over identeit kan en mag weer gevoerd worden. Identiteit was in de postmoderniteit lang een vies woord. Er bestond alleen zoiets als een wereldburger. Maar dat bleek al vlug een hol begrip. Daarenboven leidde de identiteitsontkenning tot heel wat samenlevingsproblemen. Je mag weer zeggen dat een Vlaming wel bestaat. Bart De Wever geeft een omschrijving daarvan.

    Is er een sluitende definitie van wat een Vlaming eigenlijk is?
    Eenvoudig is dat niet, maar je kunt het wel omschrijven. Er zijn immers objectieve elmenten die ons tot Vlaming maken. De Vlamingen zijn een lotsgemeenschap van zes miljoen mensen, die elkaar kunnen herkennen als spelers van dezelfde ploeg omdat ze een naam hebben. Wij zijn 'De Vlamingen'. We weten dan precies over wie we spreken. De Vlamingen hebben een welomlijnd grondgebied, een gemeenschappelijk verleden en een cultureel patroon. Dat bindt ons aan elkaar op een niveau dat we gemakkelijker met elkaar kunnen communiceren en ageren dan met buitenstaanders.

    Idenditeit is de basis van onze democratie. Volkssoevereiniteit dwingt ons immers te zeggen wie er behoort tot het volk en wie niet. Identiteit creëert een democratische gemeenschap die invulling geeft aan burgerschap. Het behoren tot de club heeft een vanzelfsprekende ethische dimensie, men is immers als individu verbonden met alle anderen en vice versa.

    Er is ook een subjectief element. Je moet het ook willen. Als je het niet wil ga je ook de objectieve factoren niet erkennen. Voor ons is het debat over identiteit veel moeilijker dan in Frankrijk omdat we in een problematische situatie zitten tussen de Belgische identiteit - het oude vaderland - en de nieuwe natie, Vlaanderen, die tegen België opkomt.
    ...
    Het mag niet de bedoeling zijn mensen uit te sluiten door de culturele invulling van identiteit zo te gaan definiëren dat ze de vrijheid van denken of expressie aantast. Maar als minimum mag men het verwerven van de taal vooropstellen. En ook het aanvaarden van de basiswaarden - vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, pluralisme en respect - die wij als verlichte samenleving steeds verder tracthen te verdiepen. ...

    Het kostbare weefsel - Bart De Wever

    Naar boven




  • Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

    De hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen staat op stapel. Midden september 2010 heeft Onderwijsminister P. Smet een eerste oriëntatienota gepubliceerd daarover: 'Mensen doen schitteren.'
    Alle betrokkenen worden daarin uitgenodigd om te reflecteren op de voorgenomen hervorming. Dat doet ook de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten (VVL) samen met een hele serie pedagogische vakverenigingen. Naar aanleiding daarvan publiceert de VVL het themanummer HERVORMING SECUNDAIR ONDERWIJS 42 3 - februari-maart-april 2011.

    De VVL samen met de 9 vakgebonden verenigingen (waaronder geen vakvereniging Nederlands) heeft de redactie opgenomen van 'Gedachten en Aanbevelingen', een uitgebreid document over de LERARES & LERAAR secundair onderwijs, dat op 16 februari 2011 aan onderwijsminister Smet werd overhandigd. Het document telt 42 bladzijden met als onderdelen rond de pijnpunten uit de oriëntatienota: de lerarenopleiding, de verhouding master - bachelor, de ManaMa - de acadmische lerarenopleiding na de academische vakstudie, de gelijke onderwijskansen, de eindterm burgerschapsvorming, vakken en vakgebieden, de clustering van vakken, de eindtermen en tenslotte het taalbeleid Nederlands.

    Het VVA spitst zich nog steeds toe op de hervorming van het hoger onderwijs met daarin speciaal de komende taalregeling. Daarnaast houden we nauwlettend de evolutie van het taalgebruik in het onderwijs in het algemeen in het oog en specifiek het gebruik van onze eigen taal het Nederlands. Steeds maar komen verontrustende signalen onder onze aandacht. Sociolinguïsten en linguïsten constateren een evolutie weg van de standaardtaal, leraren ondergaan de massale invloed van televisie en radio en twijfelen aan de zin van een onderwijs in het Standaardnederlands. Persoonlijk meen ik dat het goed is dat wij tegenwind geven en de betekenis en de waarde van het aanleren van het Algemeen Nederlands ten volle in het licht moeten stellen en het onderwijs in het Standaardnederlands in de mate van het mogelijke moeten ondersteunen.

    Daartoe wil ik het onderdeel Taalbeleid uit het document van de VVL en de 9 vakverenigingen onder uw aandacht brengen. U vindt de tekst van dit onderdeel door onder het citaat in het groen op de koppeling te te klikken. Het document komt heel scherp op voor een revalorisering in het onderwijs van het Standaardnederlands ten overstaan van tussentaal en dialect. Om uw belangstelling op te wekken kopieer ik uit dat document het onderdeeltje:

    "OFFICIELE ONDERWIJSTAAL – LERARENOPLEIDING

    De onderwijstaal van de beginnende leraar moet in orde zijn. Ondanks allerlei
    stellingnamen, geruchten en vergoelijkingen van laksheid is het Algemeen Nederlands
    de officiële, verplichte werktaal van de leraar. Dat Nederlands moet de standaardtaal
    zijn die in Vlaanderen dagelijks te beluisteren is, onder meer op de nieuwsdienst van
    de VRT. Het gaat dus niet op dat, om zogezegd opvoedkundige redenen, vanaf het
    eerste leerjaar het streekeigen Verkavelingsvlaams, laat staan het lokale dialect wordt
    gesproken. Als daarmee de autochtone leerling ‘bij de les gehouden wordt’, hoeveel
    talen moet de leraar dan bovendien nog spreken om de immigranten van verschillende
    afkomst voor zijn onderwijs te winnen?

    Het is jammer dat het moet vastgesteld worden: heel wat studenten in de
    lerarenopleidingen hebben een taalbad nodig van Nederlands taaleigen. Woordkeuze,
    woordgroepen, vaste verbindingen, uitdrukkingen, zegswijzen, enz. verschillen vaak
    van die in de regiolecten en dialecten en de daaruit bijeengeraapte vormen van
    Verkavelingsvlaams. Wie zijn dialectische spraak meent ‘op te trekken’ tot
    Algemeen Nederlands door de klanken wat aan te passen, vergist zich.

    De mens wordt geboren met het vermogen om taal te leren. Maar elke mens moet een
    / zijn taal wel echt léren: dat vraagt niet alleen een goed gehoor en een geschikte stem.
    Dat vraagt evenzeer oplettendheid, leergierigheid, oefening, discipline, zelfkritiek en
    -respect. Het denken aanscherpen en verdiepen en de communicatie verbeteren is ook
    de eerste opdracht van levenslang leren.

    Hier wringt nog te vaak het schoentje. De (kandidaat-)leraar is niet zelden
    ongemotiveerd om het algemeen Nederlands consequent met de leerlingen te spreken.
    Dit kan niet langer aanvaard worden.

    Elke vakleraar is ook leraar Nederlands. Het leren van een leraar is een aanbod.
    Overdracht van kennis en kunde en standaardtaal biedt hij geïntegreerd aan. Voor
    jongeren is taalverwerving in se gemakkelijk. In het verleden is de klemtoon gelegd op de schrijftaal,
    en vaak nog bijzonder op de spelling "


    Klik hier voor het volledige document over het Taalbeleid

    Naar boven



  • Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit

De Vlaamse regering heeft haar fiat gegeven aan een grondige hervorming van het hoger onderwijs. De hervorming is het gevolg van een al jaren aan de gang zijnde evolutie in het onderwijs. Als gevolg van de Europese 'Bologna'-hervorming werd het hogeronderwijslandschap in 2003 al op een nieuwe leest geschoeid. Zo werd de bachelor/masterstructuur opgezet. Opleidingen werden ook ingedeeld in professioneel gerichte opleidingen en academisch gerichte opleidingen. 'Academisch' slaat op het feit dat er een grote verwevenheid is tussen onderwijs en onderzoek in het onderwijscurriculum. Vandaag bieden universiteiten alleen maar academische opleidingen aan. Hogescholen bieden 'professionele' opleidingen én 'opleidingen van academisch niveau'. Maar die laatste categorie is moeilijk houdbaar. Zo werden de opleidingen niet als gelijkwaardig beoordeeld in het buitenland. De vraag rees of die academisch gerichte opleidingen niet beter werden ondergebracht bij universiteiten. Ze leiden immers ook naar een 'masterdiploma' zoals de universitaire opleidingen. De hervorming moet de diplomering veel transparanter maken.

De voorbije maanden werden voorbereidende studies en aanbevelingen gemaakt, onder andere door een werkgroep onder leiding van Peter Leyman (SERV/Voka) en door een speciale commissie in het Vlaams Parlement onder leiding van Fientje Moerman (Open VLD). Vanaf het academiejaar 2013-2014 wordt de integratie 'uitgerold'. “De hele operatie zal zo'n tien jaar in beslag nemen en is hopelijk tegen 2024 afgerond”, zei minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a). De komende maanden worden de noodzakelijke decreten geschreven. Die moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement.

De details op een rijtje

De tweecycli-opleidingen 'van academisch niveau' aan de hogescholen worden, op enkele uitzonderingen na (zie verder), geïntegreerd in de universiteiten. Die laatste worden bevoegd voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid, de kwaliteitszorg, het personeelsbeleid en de diploma-uitreiking. Het gaat concreet om opleidingen van het lange type uit zeven studiegebieden die zullen leiden tot een universitair diploma: architectuur, gezondheidszorg (bijvoorbeeld kinesitherapie), industriële wetenschappen en technologie (bijvoorbeeld industrieel ingenieur), biotechniek, productontwikkeling, toegepaste taalkunde (bijvoorbeeld vertaler-tolk) en handelswetenschappen & bedrijfskunde (handelsingenieur). Grofweg zullen zo'n 20 000 studenten de overstap maken van hogeschool naar universiteit. De helft zou onder dak komen bij de K.U.Leuven.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de nautische wetenschappen. Die blijven door de Hogere Zeevaartschool in Antwerpen georganiseerd worden. Ook voor de muziek- en podiumkunsten verandert er niet veel. Er was te veel discussie over een verhuizing naar de universiteiten. De audiovisuele en beeldende kunstopleidingen blijven in principe ook bij de hogescholen. Daarvoor worden wel - met medebestuur van de universiteiten - 'schools of arts' opgericht. “Aan de eigenheid van de opleidingen wordt niet getornd”, benadrukt Smet. Onder andere de technologiefederatie Agoria vreest dat de opleiding tot industrieel ingenieur bij een overgang naar de universiteiten te veel op de opleiding tot burgerlijk ingenieur gaat lijken. Dat zal niet het geval zijn, luidt het.

De integratie van het gros van de academische hogeschoolopleidingen betekent niet dat de studenten ook fysiek naar de universiteitscampussen moeten verhuizen. De opleidingen kunnen gewoon voort worden georganiseerd op de huidige locaties.

Op financieel vlak wil de overheid zowel de professionele bachelors bij de hogescholen als de academische masteropleidingen ondersteunen. Tegen 2014 wordt bovenop de voorziene verhoging van de onderwijsenveloppe (volgend jaar bijvoorbeeld 60 miljoen euro), 42 miljoen extra voorzien. Daarvan komt 12,9 miljoen euro van het budget van minister van Innovatie Ingrid Lieten (sp.a). Tegen 2024 moet de extra injectie in het hoger onderwijs 225,9 miljoen bedragen.

20-07-2010

Naar boven



  • Mensen doen schitteren

    Nota hervorming secundair onderwijs voorgesteld 14 september 2010
  • Ik stelde vandaag een eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs voor. Die ligt nu ter discussie voor aan alle onderwijspartners. Deze nota is opgebouwd rond 2 pijlers. De eerste daarvan betreft het inhoudelijke aspect van ons middelbaar onderwijs (eindtermen die de overheid vastlegt), de tweede de structuur van het secundair onderwijs.

    Vlaanderen heeft een sterk secundair onderwijs, dat blijkt uit vele internationale rapporten. Maar toch werden er in diverse onderzoeken ook al een aantal werkpunten blootgelegd. De Vlaamse Regering stelde in haar regeerakkoord dat ze in deze legislatuur een decreet tot de reorganisatie van het secundair onderwijs zou uitwerken dat aan deze pijnpunten zou tegemoetkomen en dat de bestaande sterke aspecten nog verder zou uitdiepen.

    De nota vertrekt vanuit een aantal zeer concrete analyses en probleemstellingen. Zo moet deze hervorming er allereerst voor zorgen dat de sociale ongelijkheid in onze samenleving niet langer wordt bestendigd en zelfs gereproduceerd door ons onderwijssyteem. Concreet moeten daarom de resultaten van de zwakst presterende leerlingen opgetrokken. Daarnaast moet ze ook de ongekwalificeerde uitstroom, die momenteel op 15% ligt, terugdringen. Ten derde moet de reorganisatie remediërend zijn voor de problemen die er vandaag worden ervaren rond studiekeuze en schoolloopbaan. Vooral de overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs verdient daarbij bijzondere aandacht. Een vierde werkpunt is het opkrikken van het welbevinden van leerlingen. De nota vraagt ook bijkomende aandacht voor het opleiden van leerlingen tot kritische en verantwoorde burgers. Tot slot wil de nota ook een plaats geven aan nieuwe vormen van leren. Digitalisering en beeldcultuur hebben een grote impact op het maatschappelijk leven. Minister Smet wil dat het onderwijs de mogelijkheden van de nieuwe leervormen benut.

    Er zijn ook elementen die in deze nota nog niet werden behandeld maar die wel worden opgenomen in het volgende rapport over de hervorming van het secundair onderwijs. Zo is er allereerst de reorganisatie van het onderwijslandschap (studieaanbod scholen, scholengemeenschappen en vrije keuze) en de personeelsmateries.

    >> Download hier het volledige persbericht

    >> Download hier de oriënteringsnota rond de hervorming van het secundair onderwijs (versie 14/09/2010)

    Naar boven

  • De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen

    De Commissie-Monard heeft in ongeveer een jaar tijd op vraag van toenmalig onderwijsminister Vandenbroucke een heel uitgebreide visienota geschreven over de hervorming van het secundair onderwijs: 84 pagina’s met nog eens 83 pagina’s bijlagen. Hier zoemen we alleen in op enkele cruciale aspecten.
    De nota zelf is te lezen op http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2009/bijlagen/0424-visienota-SO.pdf .


    Naar boven


  • Dossier hervorming van het middelbaar onderwijs - maart 2009

    Er was nogal wat media-aandacht (b.v. DS 21 maart) voor een rapport dat (maart 2009) nog in ontwikkeling is over de hervorming in de komende jaren van het middelbaar onderwijs.
    Minister Frank Vandenbroucke reageert op het lek naar de pers. Hij doet dat wel in SchoolDirect (nieuwsbrief voor de schooldirecties).
    De gelekte nota over secundair onderwijs: waarover gaat het echt?

    Katrien De Paepe en Rita Bollaert, beiden leraressen in het middelbaar onderwijs, zijn niet gerust in de 'update' van het secundair onderwijs zoals zij menen dat de minister het wenst. ‘Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat u de intellectuele lat naar omlaag wil halen'
    Opnieuw meer aandacht voor kennisverwerving gewenst, stellen ze.

    Daarop reageert minister F. Vandenbroucke met zijn lezersbrief Kennis op 25-3-2009.

    Een aanzienlijke groep onderwijsonderzoekers van de KU Leuven geeft haar visie in "Wondermiddelen in het onderwijs bestaan niet" - 25-3-2009

    Leraar Nederlands en Russisch Benjamin De Mesel pleit voor
    'Doceer verbeelding'. - 25-3-2009


    Naar boven






  • Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten (sept. 2009)


    In Ethische Perspectieven  van juni 2009 brengt Philippe Van Parijs uitvoerig verslag uit over het zevende Ethisch Forum van de Universitaire Stichting, dat in november 2008 in Brussel bijeenkwam. De deelnemers boven zich over de vraag of de evaluatie en de rangschikking (‘ranking’) van onze universiteiten afgewezen moeten worden, aangeklaagd, gesaboteerd, en of we dergelijke lijsten en de eraan ten gronde liggende normen eerder moeten gebruiken, herwerken en uitbreiden, zodat onze universiteiten hun taken beter gaan vervullen zonder het leven van de deelnemers, van hoogleraar tot student, te verzuren. Deze klassering van universiteiten zullen we immers nooit meer kwijtraken.Prof. Van Parijs staat onder meer stil bij twee erg belangrijke kwesties: de mate waarin de klassering van universiteiten beïnvloed wordt door een taalvoordeel of –nadeel, en de mate waarin ze de maatschappelijke ongelijkheid vergroot. De eerste kwestie stelt ons voor de vraag hoe de invloed van de taal, als die niet het Engels is, gecompenseerd kan worden bij de ‘ranking’. Hoe krijgt de ‘klant’, de overheid, het eigen universiteitsbeleid een correct idee van de mate waarin een universiteit het ideaal van de universiteit of de eigen invulling ervan benadert? Het meten van de hoeveelheid en de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties is maar een fractie van het werk, en het is duidelijk dat daarin al zeer veel misloopt ten voordele van Angelsaksische universiteiten en van wetenschap enkel in het Engels. De thans gevolgde onderzoeksmethodes, die tot een rangschikking leiden, lijken de drang naar een podiumplaats te stimuleren, eerder dan een intrinsieke versterking in te luiden van de universiteit en van haar plaats in onderzoek, vorming en in het maatschappelijk netwerk.Het in Londen gevestigde adviesbureau voor hoger onderwijs Quacquarelli Symonds zou ernaar streven zeven bijkomende talen te gebruiken, naast het Engels. Van Parijs: ten eerste zullen daarmee de meeste talen waarin de universiteiten functioneren nog steeds niet opgenomen zij. Ten tweede en meer fundamenteel zorgt de wereldwijde verspreiding van het Engels als tweede taal, vooral onder hoog opgeleiden, voor een blijvende verhoging van de relatieve bekendheid van Angelsaksische instellingen, ver boven hun relatieve kwaliteit. Dit taalvoordeel alleen al maakt het hopeloos om een eerlijke en zinnige megaranking (en dus ook de overeenkomstige multirankings) op te stellen op basis van wereldwijde collegiale beoordeling of een gelijkaardige goedkope methodologie. Professor Van Parijs besluit dat we de classificatie van de universiteiten zullen moeten hertekenen, zodat ze zowel instellingen als beleidsmakers aanzetten om de intellectuele en de sociale waarden te eren die we associëren met het beste van onze universiteitstraditie.
    Anders vernielt dit vergelijken datgene waar het om te doen was.

    Vanuit de EU-commissie kwam de aankondiging op 28 november 2008 dat een openbare aanbesteding uitgeschreven is in verband met het ontwerpen en het testen van de haalbaarheid van een multidimensionale classificatie van universiteiten op wereldschaal. ZE heeft als doel soortgelijke instellingen op wereldschaal te vergelijken en te standaardiseren, zowel in hun geheel als op verschillende studiegebieden. De gedachte is dat de toegenomen transparantie tot betere ontwikkelingsstrategieën leidt, tot betere kwaliteit en tot gemakkelijker keuze voor studenten. Over de twee hiervoor aangestipte kwesties zwijgt de beschrijving van de opdracht (document 318523-2008).

    Bron: Nieuwsbrief ANV vzw – nr. 2 – september 2009 blz. 3.

    Naar boven


 

  • De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009

Inleiding

De Europese Unie telt 27 lidstaten; daarvan zijn er 11 met een kleiner aantal inwoners dan Vlaanderen. Dat zijn: Denemarken, Ierland, Finland, Luxemburg, Slowakije, Slovenië, Litouwen, Letland, Estland, Cyprus en Malta. Die zijn dus allemaal bevoegd voor hun eigen SZ.
Doc er is meer: in verschillende federale landen zijn ook de deelstaten gedeeltelijk bevoegd voor hun eigen SZ. Dat is zo in de Verenigde Staten en Canada, doch ook dichter bij huis, namelijk in de Zwitserse kantons, in Baskenland en Catalonië, in Schotland en in mindere mate in de Duitse Länder.
De SZ, dat is de betaling van uw geneeskundige verzorging, dat zijn de kinderbijslagen voor uw kinderen of kleinkinderen, dat zijn de vergoedingen wanneer u werkloos wordt of met brugpensioen gaat, en dat zijn uw pensioenen. Daar komt nog bij: de vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid bij ziekte en moederschap, bij beroepsziekten en bij arbeidsongevallen.

Stelling

Mijn stelling is dat de SZ, die nu een bevoegdheid is van de federale Belgische overheid, moet overgedragen worden aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
De inwoners van Brussel moeten dan de keuze krijgen tussen het SZ-stelsel van die beide gemeenschappen.
Tegelijkertijd stel ik aan de Franse Gemeenschap een onderhandelde, en dus voorwaardelijke, financiële solidariteit voor.

Lees verder

Naar boven




  • Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie - Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009

    Experts op het vlak van diplomatie en journalistiek debatteerden op dinsdag 5 mei in de Antwerpse Lessius Hogeschool over de internationale identiteit en beeldvorming van Vlaanderen en de rol die de Vlaamse burger daarin kan spelen. De bijeenkomst vond plaats op initiatief van de Beweging Vlaanderen-Europa vzw en heeft de ambitie om vanuit de referaten, het debat en de interactie met het publiek een aantal voorstellen op de tafel te brengen voor de beleidsnota 2009-2014 van de toekomstige Vlaamse minister voor buitenlands beleid in de nieuwe Vlaamse regering.


  • De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans

    David Criekemans (van de UAntwerpen) ging dieper in op de mogelijkheden van publieksdiplomatie voor regio's met wetgevende bevoegdheid zoals Vlaanderen.

    Lees zijn referaat van op het symposium van 5 mei 2009

  • Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

    Ellen Huijgh (die verbonden is aan het gerenommeerde Clingendael Instituut) lichtte de publieksdiplomatie van Quebec toe als inspiratiebron voor Vlaanderen.

    Lees haar referaat van op het symposium van 5 mei 2009

Naar boven



 

  • Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme

Van Lodewijk De Raet naar Gaston Eyskens

Vlaamse zoektocht naar eigen "markt"

Interview Marc Platel

't Pallieterke - 25 maart 2009

Bibliotheken vol over de Vlaamse politieke geschiedenis, over het Vlaamse denken over zichzelf, over Vlaanderen en zijn culturele ontwikkeling en nog veel andere grote en kleine kanten van het Vlaamse zijn en doen, we weten wie onze "grote figuren" zijn, over dat alles zijn we stilaan meer dan grondig geïnformeerd. Over wat de geschiedenis van de Vlaamse zoektocht naar Vlaamse welvaart moet voorstellen, over het economisch denken en doen in Vlaanderen was het tot gisteren grotendeels tasten in het duister. Daarover moest het eerste wetenschappelijke overzicht nog altijd geschreven worden. Alsof de Vlaamse beweging dan toch "maar" een culturele taalbeweging wilde zijn, alsof Vlamingen geen interesse durfden hebben voor hun eigen welvaart.

Uit die wetenschappelijke historische duisternis heeft de Antwerpse historicus Olivier Boehme ons nu verlost. Laat het meteen duidelijk zijn, hij doet dat op een meer dan boeiende en voor niet "deskundige" lezers op een behoorlijk vlotte manier. Het is wel een kanjer van net geen duizend dichtbedrukte bladzijden over wat de Vlaamse "Greep naar de markt" zou moeten geweest zijn - de allusie op dat andere historische standaardwerk van Bruno De Wever over de geschiedenis van het VNV, de "Greep naar de macht" ligt voor de hand - over de "sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging" in de periode tussen de twee wereldoorlogen.(1) Veertien hoofdstukken waarvan de meeste naar nog meer verhelderend studiewerk vragen. Een boek dat ook een bijsturing van onze eigen kijk op de communautaire geschiedenis van dit apenland veronderstelt. (2)

Lees verder


 


De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex 7-1-09

Luc van Doorslaer over het belang van taal in de Belgische politiek en samenleving. Van Doorslaer is als docent-onderzoeker in de vertaalwetenschap en journalism studies verbonden aan Lessius Antwerpen en de KU Leuven. Hij werkt ook als zelfstandig tv-journalist.


'Vanuit ons postmoderne, progressieve en internationalistische wereldbeeld ontkennen we graag dat vandaag de dag het taalgegeven nog een doorslaggevende rol speelt', schrijft taalwetenschapper Luc van Doorslaer. 'Wij associëren taalgrenzen met belemmeringen die niet passen bij een mondiale burger.' Met twee recente, hedendaagse voorbeelden wijst hij er echter op dat we ons vaak bezondigen aan wishful thinking als we er van uitgaan dat taal en cultuur in onze mondiale 21ste eeuw verwaarloosbare categorieën geworden zijn.

Lees verder

Naar boven





  • Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen?

    OVER DE MENTALE BOEDELSCHEIDING TUSSEN NOORD EN ZUID
    Wat hebben Vlaanderen en Nederland nog met elkaar gemeen?
    Dat was het thema van de 25ste Pacificatielezing die HERMAN PLEIJ op zaterdag 8 november 2008 gaf in het Stadhuis van Gent. 'De Hollandse gezelligheid komt uit Vlaanderen. En het is niet bij gezelligheid gebleven.'

    Lees verder

Naar boven



  • Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk

    Zijn fenomenen in 'de rand' ook alleen maar randfenomenen? Moeten we ons echt zo druk maken over vijftien woningen in Vilvoorde waarvan de drempel verhoogd wordt middels een taaltest? Of over 91 kavels in Zaventem, een handvol kinderen in Liedekerke, een paar tientallen leefloners in Geraardsbergen, 300 handelaars in Overijse die de openingsuren al eens eentalig Frans afficheren? Ja dus, onrust is op zijn plaats. Zeker nu de rand een offensieve rol opeist in het gevoelige debat over hoe we de Vlaamse identiteit definiëren.

    Lees meer





  • Solidariteit - Eric Ponette

    Solidariteit met zwakkeren en minderbedeelden in de samenleving is een belangrijke menselijke waarde.
    Maatschappelijke solidariteit is echter geen absoluut begrip: ze heeft bepaalde kenmerken en is aan randvoorwaarden verbonden.
    Wanneer de Vlamingen een gebrek aan solidariteit verweten wordt door te pleiten voor een eigen Sociale Zekerheid (SZ), moet onderzocht worden of die beschuldiging terecht is: ze moet getoetst worden aan die kenmerken en randvoorwaarden.

    Lees meer

    Naar boven




  • Een foute visie op taal.
    TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT
    3-4 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet hebben een boek geschreven 'taal, onderwijs en de samenleving'. 'Kennis van het Nederlands dreigt meer dan ooit het hedendaagse 'Schild en Vriend' geworden', schrijven ze in een bewerkte versie van hun voorwoord. En: het beleid van de ministers Keulen en Vandenbroucke mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten.

    Lees meer


  • Keulen op spokenjacht
    MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET
    6 mei 2008

    Marino Keulen en Frank Vandenbroucke begrijpen de kritiek niet die Jan Blommaert en Piet Van Avermaet dit weekeinde formuleerden op hun beleid. 'In het parallelle universum van Blommaert en Van Avermaet kan je wellicht les geven in 180 talen tegelijk.'

    Lees meer

  • Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet schrijven over mijn taalbeleid: 'Het mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten, en de concentratie op zogeheten taalachterstanden trekt de aandacht weg van de diepere, structurele oorzaken van ongelijkheid.' Mijn visie zou 'gepolitiseerd' zijn en 'taalideologie verwarren met taalrealiteit'. Frank Vandenbroucke

    Lees meer

    Recensie: zie NDN-website - rubriek Publicaties:
    Een academisch pamflet tegen de "Beleidsbrief"

    Naar boven





  • De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
    • betreffende de algemene uitgangspunten en doelstellingen van Vlaanderen inzake de volgende staatshervorming (Stuk 1339)
    • betreffende de uitbouw van de financiële en fiscale autonomie in de volgende staatshervorming (Stuk 1340)
    • betreffende Brussel in de volgende staatshervorming (Stuk 1341)
    • betreffende het tot stand brengen van meer coherente bevoegdheidspakketten in de volgende staatshervorming (Stuk 1342)
    • betreffende een aantal specifieke aandachtspunten voor de volgende staatshervorming (stuk 1343) 
      Bron: OVV - Woord houden!

      Naar boven




 
 
Thuispagina | Naar boven