Teksten
 

Speciale publicaties - teksten - voordrachten -
activiteiten via koppelingen bereikbaar


Het VVA stelt er prijs op het intellectuele discours te bevorderen.
We publiceren hier informatieve en ook opiniërende teksten die doen nadenken, die mogelijk reacties oproepen. Uw reacties zijn bij het VVA welkom.


Zie ook de Facebookpagina van het VVA



Index:

INDEX TEKSTEN


- I Referentiële teksten

- II - Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs



- I Referentiële teksten

- Hoe de ideale leraar worden? Interview met twee heel ervaren leerkrachten 15-6-2016

- Interview met de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2016 Lukáš Vondrácek
'Muziek is alles: hemel en hel' 30-5-2016

- Dr. in de filosofie en leerkracht basisonderwijs Hester Ijsseling

- Drie vitamines in de opvoedkunde van ouders - 5-4-2016

- Een eigentijdse visie op verrijzenis - 27-3-2016

- Lerarenopleidingen zijn aan hervorming toe - 25-3-2016

- Verruwing van het maatschappelijk debat is echt nefast - 15 januari 2016

- Wurggreep op taal - Debat over de status van het Afrikaans W.Carstens / Max du Preez 25 en 20 november 2015

- Het televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky uit 1971 over de menselijke natuur een waardevol historisch document

- SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR - +T.T. Cloete 21-12-2014

- “Verdwaald in al onze talen. Babel in de Lage Landen” lezing Luc Devoldere

- ‘Willem Elsschot en de kracht van het grootouderschap -
Goede kaas moet rijpen’
Elsschotlezing van 24 februari 2015 door Vlaams minister-president Geert Bourgeois


- Taal en cultuur in de marge van de macht - Els Ruijsendaal (in Europa en de Wereld, 2014)

- Bij het overlijden van de Leuvense filosoof Samuel Ijsseling (+14 mei 2015)

- "Universiteiten verminderen publicatiedruk" - Nederland

- Metamoderniteit of maken we een afscheid mee van het historisch besef?
[Een filosofische nieuwjaarsbrief]’ van Lieven De Cauter* van 2 januari 2015


- 'Politieke emoties - Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan' - recensie 8-9-2014

- 'De democratie voorbij' van Luc Huyse - recensie 9-5-14

- Interview met prof. C. Van Broeckhoven - 21/22-6-2014

- Brussel in Vlaanderen - Vlaanderen in Brussel - Besluiten van de studiedag van 15 februari 2014 van OVV en VKB

- Essayprijs 2013 van het tijdschrift Streven voor Benjamin De Mesel

- Eresaluut aan Mark Grammens

- Journaal voor Vlaanderen

- Academici in de politiek - Getuigenis Michaël Ignatieff - Hendrik Vuye (jan. 2014)

- 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert': een boeiende zoektocht - recensie Walter Lootens 1-1-2014

- Dat heet dan gelovig zijn - Mark Van de Voorde - 23-11-2013

- Verslag “Onderwijshervormingen de verborgen agenda”
Symposium van Pro Flandria – Brussel 9 november 2013

- Actief pluralisme haalt ons uit de seculiere kramp…en moslims uit het religieuze getto
Mark Van de Voorde 2-11-2013

- Surfen tegen lichtsnelheid. Nieuwe technologie maakt deeltjesversneller kleiner

- Publicatiedruk aan de universiteiten - dossier van het huidige discours

- De hele werking van de universiteit staat nu stevig ter discussie

- De noodzaak van verbeelding, droom en symboliek - Ideeën van Marc Colpaert

- Oproep aan Vlaanderen om niet in het verleden te leven - Eric Defoort aug. 2009

- Recensie van 'Teksten voor de toekomst': het geëngageerde denken van Jaap Kruithof door Walter Lotens 27-5-2013

- Kan de school de wereld redden? - Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak - 21-4-2013
- Grenzen aan de groei. Interview met Robert Skidelsky. Hij stelt vragen bij de ratrace - 30 maart 2013
- Rond het discours over kennis en vaardigheden in het onderwijs -
de stem van Frank Furedi voor meer waardering van kennis - 3 april 2013

- “Ik ben een beetje de weg kwijt” - "Rigtingbedonnerd"
- een interview en twee recensies
over Fred de Vries' boek 'Afrikaners. Een volk op drift' - april 2013

- De Woutertje Pieterselezing 2013 n.a.v. de gelijknamige prijs voor het jeugdboek ‘Kelderleven’ 7-3-2013
- 'Dit lifestyle-project kan de massa niet overtuigen’ - Kevin Absillis over België - interview in
Doorbraak - maart 2013

- Universiteitsstudenten krijgen niet genoeg algemene vorming, zegt vicerector Melis - Nieuw vak leert studenten over muur kijken
- De nieuwe universiteit volgens de nieuwe emeriti van de VUB
- Dankwoord van Leonard Nolens bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren
op 30-11-2012

- Van oorlog naar vrede - H. Van Rompuy en J.M. Barroso n.a.v. de Nobelprijs voor de EU
- Redenen waarom wiskunde zo geweldig is. Ode aan een berucht schoolvak 8-9-2012
- Anna Enquist schrijfster en psychotherapeut
- Economie is een voortzetting van de literatuur.
Interview met schrijver Arnold Grunberg 7-11-2012

- Martin Jacques: Understanding the Rise of China - De opkomst van China begrijpen (podcast 24-1-2011)
- De toekomst die wij willen - red. commentaar Alma De Walsche in MO juni 2012
- Het overheersende Vlaamse discours volgens Hugo De Ridder - 30 mei 2012
- Ligt publicatiedruk aan wetenschapsfraude ten grondslag?
- Reflectie en onderzoek over het concept "multiversum" - 23 mei 2012
- Digitale bibliotheek wordt nieuw leven ingeblazen 9 mei 2012
- Historia docet - Mattias Storme in 'Doorbraak' mei 2012
- 'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50
- Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin
- Dit is een opinieartikel - kijk maar even - Jochem van den Berg en Diederik Smit

- Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012
- Een waardecodex voor Europa - uit het essay van hoofdredacteur Hans Verboven uit het Jaarboek 2011 van het VVA
- Meertaligheid in het onderwijs - een Nederlandse invalshoek
- De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme
- Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste
- Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain
- Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms
- De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers
- Intellectuelen en de politiek - Ludo Abicht


- Grendel is een monster in Beowulf - 11-juli-toespraak van Jean-Pierre Rondas in het Stadhuis in Brugge op 10 juli 2011
- In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011
- Filosofie en maatschappelijk engagement - Herman De Dijn 3-2011
- Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)
- De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010
- Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010
- De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum
- Suïcidale dialoog en rotte compromissen. Een politiek pamflet van Jean-Pierre Rondas - 8 juli 2010
- De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de 93-jarige Jan Verroken)
- Een Vlaming bestaat wel. - Over Vlaamse identieit
- Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

-Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit (20/7/2010)
- "Samen grenzen verleggen voor elk talent" - de beleidsnota 2009-2014 van minister Pascal Smet van onderwijs
- Uitdagingen voor hoger onderwijs. - Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel 1 oktober 2009
- Mensen doen schitteren - Eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs (14 september 2010)
- De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen
- Dossier hervorming middelbaar onderwijs - maart 2009
-De internationalisering van de Universiteit Maastricht is al lang begonnen

-Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten(sept. 2009)
-De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009

-
Onderwijsomkadering vanuit het Ministerie van Onderwijs - Werp een blik achter de schermen van Klasse TV Klasse (24-6-2009)

-
Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie
Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009

-
De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans
-
Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

-
Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme

-
De inauguratietoespraak van Barack Obama
-
De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex7-1-09
-
Vlaanderen en Wallonië op TV Nederland 2 reportage
- Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen? Herman Pleij - Pacificatielezing 2008

- Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk
-
Solidariteit - Eric Ponette
- Een foute visie op taal.
TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT 3-4 mei 2008

- Keulen op spokenjacht
MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET 6 mei 2008

- Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008
- De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
- Vlaams Witboek als inspiratiebron voor communautair debat "Waarom meer Vlaanderen?" Thuispagina website Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Het Vlaamse taallandschap verschraalt - Essay van prof. em. dr. Johan Taeldeman, taalkundige + commentaar Ghislain Duchâteau
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: De macht van het getal
- Financieringsmodel hoger onderwijs ter discussie: Een beetje gemakzuchtig
- Gewoon de 'file' blijven 'saven' - interview met prof. em. A. de Swaan over het wereldtalensysteem, het Engels, de integriteit van het Nederlands
- De pagina Boekbesprekingen op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
- Andere actuele teksten en initiatieven op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV)


Naar boven


- II Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs

-Taalgebruik in het Hoger Onderwijs

Een moedertaalcharter voor het Nederlands - KANTL

- Voor u gelezen: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’
29 juni 2015 door An De Moor

- I have there no words for... - naar het groot Manifest der Nederlandse Taal
artikel van Jurriaan Huskens tegen de totalitaire verengelsing 22-6-2015


- Stuit de opmars van het Engels. Pleidooi voor het Nederlands in het universitair onderwijs - Piet Gerbrandy - januari 2015

- Geen Engels maar Nederlands bij Geesteswetenschappen - manifest en petitie

- Verengelsing van het onderwijs: symptoom van vermarkting - V-SB-Nieuwsbrief 37 – juni-juli 2014

- Rector De Paepe spreekt, maar niet over het Nederlands als onderwijstaal
- Engelse pletwals - Kaat Teerlinck en Hendrik Vos UGent - juni 2014
- Het internationale symposium
‘National Languages in Higher Education, Science and Technology’
te Athene, 7 november 2013 - Kort verslag van dr. Jan Roukens

- Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012
- Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie 28 november 2011
- 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011
- Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klaassen in De Groene Amgerstammer 25-10-2011
-
Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011
-
Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats!
- De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen
- Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands - Arno Schrauwers 13-7-2011
- De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels.

- Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er een kritische nabeschOUWing aan toe
-
August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent - openingsdebat op dinsdag 23 november 2011: verengelsing van het hoger onderwijs
- De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
Gita Deneckere 22-11-2010

- Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010
- Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010
- Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese
- Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens
- De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement
- Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs 15-9-2009
- Herinvoering Nederlands aan de universiteiten
- Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs
- Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs
- Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince
- Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
- Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

- Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008

- Leuven Engels ?
- Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld.

- Uitdaging, fait accompli of blessing?
-
Een vals dilemma
- Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs
-
De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008
- Het neoliberalisme spreekt Engels - DE TAAL IS GANS DE WETENSCHAP, Marc Reynebeau 19-1-2008
- Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese .12-2010
- De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG
- Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief, Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs.
- Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

- Ananasengels
- 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…

- "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"

Naar boven



Referentiële teksten


 

Hoe de ideale leraar worden? Interview met twee heel ervaren leerkrachten 15-6-2016

'Als elke leerkracht gewoon zijn les komt geven, draait een school voor geen meter.' Vraag Mireille Van Craenenbroeck en Lotte Selders, beiden prijswinnende leerkrachten, naar de eigenschappen van een ideale leraar, en er volgt een hele waslijst. Maar zonder bevlogenheid hoef je er niet aan te beginnen, daarover zijn ze het roerend eens. Een klasgesprek over roepingen, samenwerking en de onzin van een vak burgerschapsideeën.

Lees het hele interview

Naar boven



Interview met de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2016 Lukáš Vondrácek
'Muziek is alles: hemel en hel' 30-5-2016

Bescheiden, zo reageerde de Tsjech Lukáš Vondrácek op zijn overwinning. Donderdagavond pakte hij de jury van de Elisabethwedstrijd in met een adem-benemende vertolking van het derde concerto van Sergej Rachmaninov. ‘Muziek is de enige weg.’

Lees het hele interview

Naar boven



Dr. in de filosofie en leerkracht basisonderwijs Hester Ijsseling

Hester IJsseling op Radio Klara in Berg en Dal bij Pat Donnez op zondag 24 april 2016

Roep via de website van Klara het programma Berg en dal op.
http://www.klara.be/filosoof-hester-ijsseling-berg-en-dal

Ga dan naar herbeluister en klik links bovenaan Berg en dal 10:00 tot 11:00 aan en neem je tijd om te luisteren.

Hester IJsseling is een apart geval onder de filosofen. Ze geeft les in het basisonderwijs. Bewust. Ze initieerde Het Socratisch Lokaal, waar leraren met elkaar de dialoog over goed onderwijs voeren. Leren filosoferen, vindt Hester, bij manier van spreken levensnoodzakelijk.

Meer over Hester IJsseling
http://hesterij.blogspot.be/p/over-mij.html

Haar blogspot
http://hesterij.blogspot.be/

Hannah Arendt schrijft: 
"De opvoeding is het punt waar we besluiten of wij genoeg van de wereld houden om er verantwoordelijkheid voor te aanvaarden en haar meteen ook te redden van de ondergang die zonder die vernieuwing, zonder de komst van de nieuwen en de jongeren, onvermijdelijk zou zijn. In de opvoeding besluiten wij ook of we genoeg van onze kinderen houden om hen niet uit onze wereld te verbannen en hen aan hun lot over te laten, noch hun de kans te ontnemen om iets nieuws - iets dat we niet kunnen voorzien - te ondernemen, maar hen integendeel voor te bereiden op hun opdracht: het vernieuwen van een gemeenschappelijke wereld."

Uit: De crisis in de opvoeding (1954)
Geciteerd door Hester IJsseling


Naar boven



Drie vitamines in de opvoedkunde van ouders

Dat zijn: verbondenheid, autonomie en het gevoel competent te zijn.
Veerle Beel haalt die aan in haar artikel “Weg met het perfecte kind” in DS van 5 april 2016.
Ze werden geformuleerd in het geciteerde boek “Vitamines voor groei” van de ontwikkelingspsychologen van de UGent Maarten Vansteenkiste en Bart Soenens.

In haar artikel omschrijft journaliste Veerle Beel hoe kinderen en tieners zich voelen en hoe daarop ingespeeld kan worden.

Lees het artikel

Naar boven


EEN EIGENTIJDSE VISIE OP VERRIJZENIS

De Leuvense rector Rik Torfs is toch in de eerste plaats kerkjurist. Vanuit die functie volgt hij de vakliteratuur en aanverwante domeinen. Zo bespreekt hij tijdens het paasweekend in DS de pas verschenen biografie van Tine Halkes, een bekende katholieke feministische theologe die leefde van 1920 tot 2011. Hij laat daarbij het licht schijnen op die persoonlijkheid, die de feministische theologie gedurende een hele tijd prominent heeft gemaakt in het discours en die ze ook onderwezen heeft aan de universiteit van Nijmegen.


Verder speelt Torfs ook in op het paasgebeuren vanuit christelijke zin. Daarbij staat het thema van de verrijzenis manifest voorop. Hij bekijkt dat thema als concept, onafhankelijk van haar concrete vorm.

Uit zijn artikel ‘Cultuur, religie en feminisme: een evenwichtsoefening door de eeuwen heen – Geloof doet hopen’ (DS 26/27-3-2016) nemen we ter overdenking zijn slotgedeelte over.

Verrijzenis

“Wat mij bij Tine Halkes echter het meest fascineert, is dit. Het heden, de alledaagsheid, bleef voor haar altijd iets dat veranderd moest worden. ‘Zij leefde meer vanuit de verwachting dan vanuit het hier en nu en hield haar blik op de toekomst gericht.’ Dat suggereert ook een deel van de titel van het boek: ‘Ik verwacht iets groots’. Toen Tine die woorden uitsprak, had ze het over de viering van haar negentigste verjaardag in 2010. Maar in existentiële zin heeft die gerichtheid op verwachting ook betekenis. Ze brengt hoop in het leven, enthousiasme. Misschien vloeit de verzwakking van het verrijzenisgeloof in West-Europa voort uit de veranderde cultuur, die het heden verkiest boven de verwachting. Zeker, er zijn ondertussen ook mensen die het hiernamaals verwerpen om praktische redenen, omdat ze ruimtegebrek vrezen en met een staanplaats geen genoegen nemen. Voor alle duidelijkheid: over zo’n primitieve, letterlijke geloofsopvatting heb ik het niet.

Het gaat mij om de verrijzenis als concept, onafhankelijk van haar concrete vorm. Zij is noodzakelijk verbonden met hoop en verlangen. Dat Amerikanen er meer in geloven dan wij is geen toeval, omdat zij ook op andere punten, bijvoorbeeld op economisch vlak, hoopvoller zijn dan Europeanen, die zich vooral vastklampen aan wat ze nu hebben. Anders uitgedrukt: verrijzenis is aantrekkelijker in een cultuur van verlangen dan in de wereld van het status quo.

Toegegeven, Tine Halkes is een beetje passée. Omdat iedereen dat vroeg of laat zal zijn. Maar ook omdat de culturele context is veranderd. Die is grimmiger, minder verdraagzaam dan in Tines hoogdagen.
Ondertussen geeft de fraaie biografie van Tine Halkes, met al het dubbele dat haar kenmerkt, de lezer te denken over het eigen leven. Dat is geen geringe verdienste. Tine schuwde de controverse niet. ‘Ze was liever omstreden dan onbenoemd.’ Dat lukt haar een laatste keer in haar biografie. Een laatste keer? In afwachting van iets groots natuurlijk.”

Annelies van Heijst en Marjet Derks, Catharina Halkes. ‘Ik verwacht iets groots’. Levenswerk van een feministisch theologe – Uitg. Vantilt

Fragment uit de biografie

Naar boven



LERARENOPLEIDINGEN ZIJN AAN HERVORMING TOE - 25-3-2016

Wij zijn nog niet goed bekomen van de gebeurtenissen deze week in Brussel.
Toch gaat het leven zijn gang en andere thema’s komen aan de orde.
Zo is er de conceptnota van Onderwijsminister Hilde Crevits die vandaag in de Vlaamse regering wordt besproken. Ik geef hieronder het bericht dat daarover vandaag in De Standaard is verschenen.

"Onderwijs

Leraaropleiding alleen aan universiteit of hogeschool

25 maart 2016 | lc

Alle lerarenopleidingen worden bachelor- of masteropleidingen aan een hogeschool of universiteit.
Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft een conceptnota klaar om de lerarenopleiding te hervormen. Die is op 25-3-2016 besproken en goedgekeurd door de Vlaamse regering. De centra voor volwassenenonderwijs zullen vanaf eind augustus 2019 stoppen met hun lerarenopleiding.
Alle lerarenopleidingen worden vanaf september 2019 bachelor- of masteropleidingen die onder de verantwoordelijkheid vallen van een hogeschool of een universiteit. Voor wie al gestart is met zijn opleiding in een CVO, komt er een overgangsmaatregel.

Een leraar zal een van de volgende diploma’s moeten hebben: een professionele bachelor in het kleuter-, lager- of secundair onderwijs, een educatieve master in het secundair onderwijs, een professionele bachelor of educatieve master voor leraar in de kunsten. Voor praktijkleraars die alleen maar een diploma secundair hebben – zoals bijvoorbeeld bakkers, slagers, schrijnwerkers – wordt een apart tijdelijk traject uitgewerkt.

In de nota staat ook dat wie leraar wil worden, een instapproef moet afleggen, al maakt het niet uit hoe je daarop scoort."

Het onderwijsbeleid is niet alles. De onderwijsrealiteit is nog wat anders.
Er dreigt een lerarentekort in de nabije toekomst. Heel wat jonge docenten verlaten na heel korte tijd het onderwijs en zoeken een andere baan. Dat gebeurt in Vlaanderen, dat gebeurt in Nederland.

Een lang artikel in Vrij Nederland van gisteren (24-3-2016) geeft de opinie weer van jonge docenten die heel vlug het onderwijs verlaten en die hun onderwijservaringen op een schrijnende wijze aan het licht brengen. Onze onderwijsminister zou moeten doordringen in die onderwijsrealiteit om zich te laten inspireren voor haar plannen over de hervorming van de lerarenopleidingen.

Lees hier het artikel over Docentenuitval

Naar boven



Verruwing van het maatschappelijk debat is echt nefast - 15 januari 2016

Het gaat om meer dan een verschuiving in stijl en omgangsvormen. Het is geen kwestie van goede of slechte smaak. De doelstelling van het debat is veranderd. Confrontatie is de nieuwe basisstrategie. Laat het maar eens goed botsen. Niet in het samenbrengen ligt het antwoord, maar in het uiteendrijven, het verdelen. De winst ligt niet in het verbindende midden, maar in de verhelderende polarisering. Dat neigt eerder naar een destructieve dan een constructieve evolutie van het publieke debat. En is het dat wat we wensen?

Boeiende tijden - Het geloof in het overstijgen van tegenstellingen deemstert weg

Laat het maar eens goed botsen

 

Lees de hele journalistieke tekst

 

Naar boven


 

Wurggreep op taal - Debat over de status van het Afrikaans W.Carstens / Max du Preez 25 en 20 november 2015

As Engels die verstektaal aan universiteite word, sal dit die proses aan die gang sit om Afrikaans die doodsteek te gee, skryf Wannie Carstens

 

Wurggreep op taal

Deur Wannie Carstens. - 25 November 2015 00:01

Journalist Max du Preez heeft het voorbije weekend gevraagd dat de “reboot”-knoppen* ingedrukt moeten worden in het debat over Afrikaans als universiteitstaal. Du Preez heeft geldige vragen gesteld en gepleit voor heel wat minder emotie en meer rede. Ik probeer hem hier te antwoorden.

Max du Preez, joernalis, het die ­afgelope naweek gevra dat die ­“reboot”-knoppie gedruk moet word in die debat oor Afrikaans as universiteitstaal. Du Preez het geldige vrae gevra en gepleit vir heelwat minder emosie en meer rede. Ek probeer hom hier antwoord.

Max du Preez (MdP) zegt: “Hoeveel van onze emoties gaan over taal, onderricht en het belang van studenten en hoeveel over identiteit en ons gevoel van vervreemding in het huidige bestel?”

Max du Preez (MdP) sê: “Hoeveel van ons emosie gaan oor taal, onderrig en die belang van studente en hoeveel oor identiteit en ons gevoel van vervreemding in die huidige bestel?”

---------

  • ‘reboot’-knop: de knop die toelaat een computersysteem van het begin af te herstarten.

---------

As Engels die verstektaal aan universiteite word, sal dit die proses aan die gang sit om Afrikaans die doodsteek te gee, skryf Wannie Carstens.

---------

  • Verstektaal: taal wat nie verdedig word nie; waarby een party afwesig is.

--------

U kunt de beide artikels in het Afrikaans lezen door hier door te klikken met voorang voor het artikel van prof. W. Carstens.

Naar boven


 

Het televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky uit 1971 over de menselijke natuur een waardevol historisch document

Het volledige televisiedebat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky (1:10:02) over de vraag van de menselijke natuur. Fragmenten uit het historische debat tussen Michel Foucault en Noam Chomsky zijn de nodige keren de revue gepasseerd de afgelopen jaren. En er wordt regelmatig aan deze twee denkers gerefereerd. Hier zullen we het gehele fascinerend debat over filosofie en politiek vertonen dat in 1971 werd opgenomen voor de Nederlandse televisie.

Noam Chomsky (1928): linguïst, historicus, filosoof, politiek criticus en activist. Als de 'vader van de moderne linguïstiek' (taalkunde) richtte hij zich op het vraagstuk van het aangeborene vs. het aangeleerde. In zijn latere carrière heeft zich verder ontwikkeld als een belangrijke criticus van buitenlands beleid van de Verenigde Staten (van Vietnam tot Zuid-Amerika en het Midden-Oosten) en propaganda in de moderne media met als een van zijn belangrijkste werken "Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media".

Michel Foucault (1926 - 1984 ): Franse filosoof, sociaal theoreticus, historicus en literair criticus. In zijn werk behandeld hij was macht is en hoe dit werkt, de manier waarop ze kennis beïnvloedt en hoe ze gebruikt wordt als een vorm van sociale controle. Hij is het meest bekend van zijn kritische studies van sociale instituten als de psychiatrie, sociale antropologie, het gevangenissysteem en de geschiedenis van de menselijke seksualiteit. Een van zijn belangrijke werken is "Naissance de la prison, Surveiller et punir" (Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis) over de veranderingen in het strafmodel van het straffen van het lichaam (lijfstraffen) naar straffen van de geest.

Deze video bevat de volledige TV-uitzending (1 uur 10 minuten 2 seconden)

Naar boven


SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR

T.T. Cloete

Die bekroonde Suid-Afrikaanse digter prof. TT Cloete is Woensdagoggend 29 juli 2015, kort ná sy 91ste verjaardag op 31 Mei, aan natuurlike oorsake in ʼn private hospitaal in Potchefstroom oorlede.

Een document over hem vindt u
op de NDN-site
.

Op 21 december 2014 publiceert hij een merkwaardig arikel over DIVERSITEIT.
Hier volgt zijn tekst in het Afrikaans.

SONDER DIVERSE KULTURE G’N KLEUR

Die Europese immigrante wat hulle in 1652 in Suid-Afrika kom vestig het, het Suider-Afrika uit sy isolasie kom bevry.
Daar is tans ‘n woord, of eintlik ‘n ideologie, wat soos ‘n eggo deur almal se koppe loop: diversiteit.
Daar is ‘n eindelose diverse diversiteit. Van party diversiteite hou ons nie. Een daarvan is die diversiteit wat sowat 130 000 jaar gelede ontstaan het deur die migrasie “uit Afrika” na die noorde, ooste en weste toe, terwyl daar in Afrika n gebrek aan diversiteit was suid van die Sahara, ‘n geografies-kulturele skeidslyn.
Daar het in onheuglike tye ‘n mito-chondriale Eva iewers in die omgewing van die Groot Skeurvallei in Afrika ontstaan, en almal op aarde vandag is haar nakomelinge. Party van haar kinders het Egipte bereik en die manjifieke paramides en die sfinks opgerig, nog ander het verder noord migreer en kultuur om die vrugbare Middellandse See gestig, nog ander het nog verder noord, oos en wes migreer en ‘n verstommende diversiteit gestig: in menslike voorkoms, in tale, in kuns en kultuur. Die diversiteit wat ons vandag ken, het ontstaan deur hierdie migrasie uit Afrika.
Intussen het Eva se kinders wat suid migreer het ‘n soort status quo bewaar. Dit het niks met ras of velkleur te make nie, dit het alles te make met isolasie, met gene, met nuuskierigheid en waagmoed of gebrek daaraan, met ondernemingsgees soos van ‘n Da Gama en Dias. Die natuurlike agterstand van die suidwaartse migrante en die voorsprong van die migrante in die ander drie windrigtings is ‘n fenomeen waarvoor daar nie ‘n enkelvoudige verklaring is nie.
Daar is vandag nêrens op aarde nog outogtone (oorspronklike bewonders) nie, daar is net allogtone. Die migrante uit Afrika het die Neanderdallers en Denisovans verdring, en die eintlike outogtone in die huidige Suid-Afrika was die Khoi en San, wat verdring is deur die suidwaartse migrante.
Toe Van Riebeeck aan die suidpunt van Suid-Afrika geland het, was die huidige oorwig mense in hierdie land nog baie, baie ver weg van die Kaap af.

Ek haal maar ‘n willekeurige bron aan: “The San include the indigenous inhabitants of Southern Africa before the south-ward Bantu migrations from Central and East Africa reached their region.” Na die verdwyning van die Khoi en San is almal in hierdie land allogtone.
‘n Sinchroniese of vergelykende geskiedenis gee ons perspektief op diversiteit.
Daar is geen teenhanger in Suidelike Afrika, suid van die Sahara, vir die Chinees Confucius (551-479 v.C) in die verste Verre Ooste nie. Toe was daar al formele onderwys in China en van die oudste koerante op aarde. Daar was geen teenhanger in Suidelike Afrika vir die geniale kunstenaars van die duisende indrukwekkende terracotta-beelde vir die Chinese keiser Qin Shi Huang (wat van 247 tot 220 v.C geheers het) se mausoleum nie, van die verstommendste kuns wat die mens nog voortgebring het.
Daar was geen teenhangers in Suidelike Afrika vir die geniale kunstenaars in Kambodja wat Angkor Wat en Angkor Thom (12de eeu) opgerig het nie, met hul haas onvergelyklike beeldhou- en argitektoniese wonders.
Daar kom ons Weste toe. Turkye word beskou as die grens tussen die Ooste en Weste. Daar was in Suidelike Afrika geen teenhanger vir Instanbul se Hagia Sophia (587-1453) nie, geen suidelike teenhangers van die wiskundige skrywers van die Babiloniese “Plimpton 322” (1800 v.C) of die Egiptiese “Rhindpapirus” (1650 v.C) nie, geen teenhangers vir Pythagoras, Plato, Aristoteles, Sophokles, Dante, en nog later vir Michelangelo of Da Vinci nie.
Die oudste universiteite kom uit Italië, Salerno (9de eeu) en Bologna (11de eeu), maar formele skole het al in klassieke Griekeland en antieke China bestaan, en eintlik begin die akademiese opvoeding al by Plato. Oxford is in 1115 gestig en Cambridge in 1209.
Wat het toe in Suidelike Afrika aangegaan?
Silkaats (ong. 1790-1868) is ‘n goeie historiese vergelykingspunt. Toe Goethe (1749-1832) Faust geskryf het, het Silkaats in Suid-Afrika geleef, sonder dat hy geweet het van die tekstielbedryf wat met die nywerheidsomwentelings presies in sy leeftyd ontwikkel het (1760-1868). Toe was die uitvinders van die boekdrukkuns, Coster (ong. 1370-1439) en Gutenberg (ong. 1398-1468) al lankal dood, en die eerste Europese koerant, die Duitse Relation, het in 1605 verskyn, meer as ‘n eeu voor Silkaats se lewe. Toe het Silkaats niks geweet van sy tydgenoot Beethoven (1770-1827) nie. Toe Silkaats gebore is, was Rembrandt (1606-1669) pas meer as ‘n eeu gelede oorlede.
Wat is in Suidelike Afrika gebou toe die Gotiese katedrale in Europa ontstaan het?
Ek noem maar ‘n paar voorbeelde uit die onoorsigtelike diversiteit.
Wat van taaldiversiteit? Vandag wil party mense in ons land Shakespeare uit die skoolleerplanne haal. Wat het in Suidelike Afrika gebeur toe Shakespeare (1564-1616) sy dramas en gedigte geskryf het?
Ek is hart en siel vir diversiteit, en daarom vir die behoud van Afrikaans.
Ek is nie vir nivellering nie. Van Wyk-Louw was ‘n versiende man. Wat hy as Dertiger-digter geskryf het in LOJALE VERSET en BERIGTE TE VELDE, is vandag geldiger as ooit. Toe al het hy hom verset teen nivellering, die groot, dodelike gelykmaking.
Die ganse skepping getuig vir diversiteit en teen nivellering. Daar is nie net een soort gras, een soort boom, een soort dinosourus, een soort mens, een taal nie. Dié spesies is so uiteenlopend as kan kom. Stel jou voor ‘n skepping waar net een ster was, net een planeet, begroei met net een soort gras, byvoorbeeld klitsgras wat net aan klitsgras kon klou.
Die Psalms en ou Egiptiese gedigte, waat geen teenhangers in Suidelike Afrika gehad het nie, juig oor die diversiteit in die skepping, oor diverse diere of emosies, ensovoorts. Hoe vervelig sou dit gewees het as daar net een soort mens met net een taal was en almal se gesigte het eenders gelyk.
‘n Belangrike aspek van die Europese Renaissance (nie Mbeki se mislukte een nie) was die gebruik van die volkstaal vir die diepste roersels in die siel, en selfs vir wetenskaplike ontdekkings.
Indertyd was Latyn die lingua franca, en terwyl iemand soos die Nederlander Erasmus (1466-1536) nog in Latyn geskryf het, het Dante (1265-1321) lank voor Erasmus, in Italiaans geskryf – sy volkstaal. Erasmus is maklik vertaalbaar, Dante kan deur geen vertaling werklik toeganklik gemaak word nie. Niemand kan aan sy DIVINA COMMEDIA werklik reg laat geskied deur vertaling nie.

Ons denke sit so vas in taal dat selfs sekere filosowe na reg nie vertaal kan word nie. Ek lees Kant se beskrywing van die kunswerk of Freud se siening van Michelangelo se MOSES liefs in Duits, soos ek Satre of Derrida liefs in Frans lees. Ek wil digters in hul taal lees.
Vir baie mense is taal bloot ‘n gebruiksartikel wat , soos Heidegger gesê het, soos brandstof in ‘n motor verbruik word, maar in literêre werke is taal ‘n versterkwater wat die taal nie verbruik nie, maar inlê en bewaar, verseël, sonder vervaldatum.
Daarvoor gee die nivelleerders (wat soms voorgee hulle is vir diversiteit) niks om nie. Hulle wil alles tot ‘n lingua franca of soort Esperanto verengels, tot niks meer nie as ‘n verbruikerstaal.
Alle kultuur hang van taal af, dus ook alle wetenskap. As ons nie taal gehad het nie, kon ons nie op die maan land nie.
Wat ons vandag in Suid-Afrika het en is, is te danke aan diversiteit, ook deur die ontstaan van Afrikaans, met ‘n Europese herkoms, maar inheems omvorm tot wat dit vandag is.
Die historiese feite wat ek vergelykenderwys hierbo genoem het, het hulself geskryf. Hulle is nie te ontken of dood te swyg nie, en dit moet almal in hierdie land tot dankbaarheid en nederigheid stem, want dit is vandag ons kulturele gebruiksgoedere. Ons moet nie die geskiedenis wil herskryf na die politiek van die dag nie. Het ons vandag ‘n punt bereik waar ons die geskiedenis so na die land se omstandighede wil herskryf dat ons huiwer om kultureel kosbare dele daarvan weg te prober dink?
“Niks is suiwer nie,” maar niemand in hierdie land behoort 1652 uit die geskiedenis te probeer wegskryf nie, want van toe af eers is Suid-Afrika uit sy isolasie bevry, deur in te voer wat tot dan toe ontbreek het. Van toe af het ons die natuurlike agterstand begin inhaal danksy die “uit Afrika”-migrasie, en van toe af is ons almal Afropeërs en/of Eurokane.
En Eurokaners, wat ‘n inheemse taal gestig het, waarin literêre werke geskryf is wat kan meeding met die beste in die ooste, noorde en weste en wat nie mag verval nie.
Die mensdom besit vandag ‘n indrukwekkende literêre voorraad, omdat daar diversiteit is, omdat daar dus verskillende perpektiewe op die mens en die kosmos is, waarvan Afrikaans een is. Marais, Leipoldt en die Louws kon in Engels skryf, maar hulle was vir diversiteit pleks daarvan om die reeds ryk Engelse letterkunde verder te verryk. In watter ander taal kon “Oom Gert vertel” geskryf gewees het? Lank gelede het ek daarop gewys dat Bosman in Engels geskryf het, maar sy verhale klink na Afrikaans!
Die literatuur is die kosbaarste besit van enige volk. Wat bly oor as jy Chaucer, Shakespeare en Eliot uit Engels haal, Goethe uit Duits, Baudelaire of Rimbaud uit Frans, Dante uit Italiaans, Sophokles uit Grieks, Vergillius uit Latyn?
Een taal alleen, soos Engels, ten spyte van al sy rykdom, kan nie die diversiteit en rykdom van die skepping vir ons oopmaak nie.

Ek is vir diversiteit.

(ARTIKEL SOOS VERSKYN IN RAPPORT WEEKLIKS - 21 Desember 2014)

Geskryf deur + Prof TT Cloete: digter en afgetrede dosent in Afrikaans en Nederlands


Naar boven


 

“Verdwaald in al onze talen. Babel in de Lage Landen”
lezing Luc Devoldere

Op zaterdag 9 november 2013 te 15 u in de Grote Kerk in Breda hield Luc Devoldere, hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder van Ons Erfdeel vzw, de 30ste Pacificatielezing met de bovenstaande titel. Hij sprak die lezing ook uit tijdens de Academische Zitting in Antwerpen op zaterdag 21 maart 2014 tijdens de Algemene Ledendag van het Verbond der Vlaamse Academici. Hij werd toen de laureaat van de VVA-prijs 2015.

Zijn pacificatielezing werd na zijn optreden in Breda als hoofdstuk gepubliceerd in zijn recente boek ‘Tegen de Kruideniers. Over talen, Europa en geheugen’ (De Bezige Bij Antwerpen). Op  vrijdag 17 oktober 2014 gaf Tineke Beekman de openingslezing van de boekvoorstelling. Twee dagen later publiceerde zij haar tekst op haar blog onder de titel 
Bij de Boekvoorstelling van ‘Tegen de Kruideniers’, door Luc Devoldere
.

Wij danken Luc Devoldere voor zijn bereidwilligheid de tekst van zijn lezing aan ons over te maken om hem in de 4e editie van Vivat Academia toegankelijk te maken voor alle VVA-leden.

De eerste alinea’s wijzen al duidelijk aan dat zijn lezing handelt over taal:

‘Het is met taal zoals met de tijd bij Augustinus: je weet wat het is zolang niemand het je vraagt. Maar als iemand je vraagt uit te leggen wat taal nu eigenlijk is, dan geraak je in grote verlegenheid. We zijn allemaal experten en allemaal even onwetend als het over taal gaat. Dat is omdat we er midden in zitten. Niet alleen de filosoof is gevangen in de netten van de taal, zoals Nietzsche zei: we zitten allemaal verstrikt in dat net.

Taal is alledaags, misschien het meest alledaagse en tegelijk het vreemdste dat ons is overkomen. Niemand van ons bezit de taal, niemand beheerst haar volledig. Als ik sterf, zal de taal, zullen de talen waarin ik heb geleefd, mij overleven. Je zou ons levenslange proberen om de taal de baas te worden kunnen vergelijken met het opslaan van een kamp bij een gletsjer op weg naar een top, die men nooit bereikt.’

Lees de volledige tekst van de lezing van VVA-laureaat 2015 Luc Devoldere

Luc Devoldere (Kortrijk, 1956) studeerde oude talen en wijsbegeerte in Kortrijk en Leuven. Hij was leraar aan het Sint-Barbaracollege in Gent en is nu hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder van de Vlaams-Nederlandse culturele instelling Ons Erfdeel vzw. Hij is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde en publiceerde o.a.
Wachtend op de barbaren. Essays (Lannoo, Tielt, 2002);
De verloren weg. Van Canterbury naar Rome (Atlas, Amsterdam, 2002);
Mijn Italië (Atlas, Amsterdam, 2006);
Lucifers bij de brand. Notities (Atlas, Amsterdam, 2009).

Meer over Luc Devoldere leest u in de vorige editie van Vivat Academia


Naar boven


‘Willem Elsschot en de kracht van het grootouderschap -
Goede kaas moet rijpen’
Elsschotlezing van 24 februari 2015
door Vlaams minister-president Geert Bourgeois

Hoe Geert Bourgeois gestrikt werd voor de lezing en hoe hij zijn keuze voor het onderwerp maakte kunt u lezen in de aanloop van zijn lezing.


Ja die keuze, dat formuleert hij zo:

“Finaal inspireerde de kerstperiode mijn keuze.
Met kerst verzeilt politiek en actualiteit naar de achtergrond. Tenminste, dat maak ik mezelf elk jaar wijs. De warmte van gezin, familie en vrienden staat centraal.
Zo kwam ik op een wat onderbelicht thema: Elsschot als grootvader en als auteur van het onvolprezen dubbel-werk “Tsjip-De Leeuwentemmer”.
Zelf de trotse en gelukkige grootvader van vijf kleinkinderen leek mij dit een mooi aanknopingspunt voor een lezing.” (blz. 4)

Wijzelf zijn bijzonder blij dat de minister-president zijn hele tekst ter beschikking stelt voor publicatie in de vierde editie van Vivat Academia. We veronderstellen dat onze lezers dat ook op prijs stellen en dat ze de hele toespraak met veel genoegen zullen lezen.

Lees de volledige tekst van de Elsschot-Benefietlezing

 

Naar boven



Taal en cultuur in de marge van de macht - Els Ruijsendaal
(in Europa en de Wereld, 2014)

'In weerwil van de oorspronkelijke boodschap − in vrede en welvaart samenleven in ons continent − is de EU voor de burger inmiddels een economisch en technocratisch geheel in het werelddorp geworden. De vervreemding wordt nog eens versterkt door de migratie naar én binnen Europa, waardoor ook de staten zelf een integratieprobleem hebben. Als we hierbij bedenken dat de taal en cultuur de eenheid en eigenheid van de lidstaten en hun cultuurgemeenschappen hebben gevormd, is het logisch dat het taalculturele belang toeneemt, nu de Unie zó omvangrijk is geworden dat de grote verscheidenheid de eigenheid van diezelfde Unie lijkt te verdringen. Een goed taal- en cultuurbeleid kan Europa dus, zoals
Couwenberg (1994, p. 120) het zo kernachtig heeft geformuleerd, “een zeker Europees identiteitsbesef als complement van nationale en regionale identiteit” helpen geven.

Maar vooralsnog verkeren taal en cultuur enigszins in de marge van de Europese ontwikkelingen en lijken zij slechts een kleine rol te spelen in politiek Europa. Dat is gevaarlijker dan men geneigd is te denken. Men zal nu keuzes moeten maken en de consequenties moeten trekken uit het aloude gegeven dat wij als Unie niet bij economie alleen kunnen bestaan.'

Lees de volledige tekst van het essay van prof. Ruijsendaal
uit EUROPA EN DE WERELD - red. Ernst John Kaars Sijpesteijn

Uitgegeven door: Vereniging Democratisch Europa - Europese Beweging Nederland
Amsterdam-Den Haag 2014 pp. 151-162

Els Ruijsendaal is historisch taalkundige, promoveerde op geschiedenis van de grammatica, was studieleider op lerarenopleidingen, universitair docent en is nu als bijzonder hoogleraar verbonden aan het BeNeLux-Universitair Centrum. Ze doet onderzoek op het terrein van terminologie en naamkunde.

 

Naar boven



Bij het overlijden van de Leuvense filosoof Samuel Ijsseling
(+14 mei 2015)

Samuel Ijsseling werd 82 jaar oud.

Hij introduceerde in de Nederlandstalige filosofiewereld de postmoderne Franse denkers,
in het bijzonder de constructivist Jacques Derrida.

IJsseling trad begin jaren vijftig in bij de Paters Augustijnen, waar hij filosofie en theologie studeerde en werd gewijd tot priester. Later maakte hij zich los van zijn katholieke achtergrond en raakte hij gefascineerd door de Griekse godenwereld.

Hij was van 1969 tot 1997 hoogleraar filosofie aan de KU Leuven.

Schreef onder meer de klassieker Mimesis: over schijn en zijn (Ambo, 1990).
Publiceerde in 2007 (samen met Ann Van Sevenant) Wat zou de wereld zijn zonder filosofie? (Klement/Pelckmans).

Zijn overlijdensbericht in NRC

Zijn laatste Knack-interview op 6 juli 2011 met Joël De Ceulaer begint zo:

Nee, internet heeft hij niet. 'Niet omdat ik mij per se tegen de moderniteit wil verzetten, hoor', zegt Samuel IJsseling. 'Ik was destijds een van de eersten die met een elektrische schrijfmachine werkten. Maar dat internet, ach, ik wilde niet meer mee, denk ik. Ik mis het ook niet. Het blijft mij bespaard, zou ik zeggen. Doordat ik niet voortdurend hoef te surfen of te mailen, heb ik een zee van tijd. En ik merk ook dat mensen het fijn vinden om een met de hand geschreven brief te krijgen.'

Het Knack-interview

In 2014 verscheen ‘Dankbaar en aandachtig’ dat Ijsseling samen met zijn filosofische discipel Ger Groot publiceerde. In Liberales schreef Claude Nijs daarover een recensie.

Moeten we dankbaar zijn?

Samuel IJsseling ‘de ideale filosoof’, deed wat de groten kunnen: uitleggen
‘auseinandersetzen’ Bert Bultinck

_________________________________


Naar boven



"Universiteiten verminderen publicatiedruk" - Nederland

Naschrift – van Willy Martin

‘Zes jaar nadat ik deze lezing hield, verscheen in VU-zine, het elektronische nieuwsmagazine van de VU (jaargang 2014, nr. 15), het bericht “Universiteiten verminderen publicatiedruk’. Hierin wordt melding gemaakt van het feit dat de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) op 3 december 2014 de zogeheten San Francisco Declaration on Research Assesment ondertekende. De Nederlandse universiteiten beloven hierin dat ze in hun beleid minder waarde gaan hechten aan de hoeveelheid wetenschappelijke artikelen en de reputatie van het tijdschrift waarin die verschijnen. Karl Dittrich, voorzitter van de VSNU, stelt dat de universiteiten in Nederland de cultuur van publish or perish willen doorbreken en dat het “in de verklaring gaat om de terugkeer naar normaal zuiver gedrag”. Een en ander kan er misschien toe bijdragen dat het publiceren in de eigen moedertaal niet langer als abnormaal/onzuiver gedrag beschouwd wordt.’

Dit naschrift komt na de tweede gepubliceerde lezing van prof. dr. W. Martin “Het Nederlands als vaktaal” blz. 33 in zijn net gepubliceerde boekje ”Nadenken over terminologie. Zeven opstellen over terminologiebeleid” (redactie Els Ruijsendaal en Cornelia Wermuth) – Reeks: NL-Term Cahiers-2

Over de overdreven publicatiedruk aan de universiteiten in Vlaanderen verscheen er in augustus 2013 hier te lande een “mediastorm”. Het VVA schaart zich aan de kant van de critici in de polemiek tegen deze academische anomalie. Daarom publiceert het VVA op deze pagina een samenvatting van de reacties op de Open brief en de Petitie die uitgaat van de Actiegroep Hoger Onderwijs en die de problematiek in de media bracht.

Publicatiedruk aan de universiteiten - dossier van het huidige discours (klik aan in de index bovenaan)


In 2014 is het publieke discours daarover in Vlaanderen blijkbaar verstomd.

In Nederland werd de druk ook sterk aangevoeld, ontstaat er eveneens een reactie daartegen en maken de universiteiten blijkbaar het voornemen om “terug te keren naar normaal zuiver gedrag”. Wij kijken inderdaad uit naar publicaties in het Nederlands op universitair niveau.

Dank aan Willy Martin voor de attendering in zijn boekje.


Naar boven



Metamoderniteit of maken we een afscheid mee van het historisch besef?

Hieronder staat een van de slotalinea’s van ‘Nawoord bij het heden - Metamoderniteit voor beginners [Een filosofische nieuwjaarsbrief]’ van Lieven De Cauter* van 2 januari 2015 in De Wereld Morgen – een bijzonder passende tekst bij deze digitale periodiek.


Is het filosofische spielerei of geeft de tekst een overzicht van de westerse wereldgeschiedenis, overzicht dat uitmondt in een onoverzienbare chaos de auteur dan toch de naam geeft van metamoderniteit.

“Misschien ligt daar wel een van de grote malaises van deze tijd. Het verlies aan historisch besef leidt misschien tot een globalisering van de verwarring. Metamoderniteit is het tijdperk van de verwarring en van de catastrofe, van de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige, maar dan niet als moderne afstand tussen de primitiviteit van de kolonies en de beschaving van het moederland (de koloniale machten), maar als Entropisch Imperium waarin neo-middeleeuws fundamentalisme en hypertechnologie naadloos samenkomen. Wij zijn meer en meer ‘ontijdgenoten’. Ontijgenoten worden we zo goed als zeker.”  

Lees de hele tekst

* Lieven De Cauter:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Lieven_De_Cauter

 

Naar boven


 

Politieke emoties – Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan

Recensie van het boek van Martha Nussbaum door Walter Lootens
in De Wereld Morgen 8-9-2014



Martha Nussbaum, Amerikaans hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago, is een zeer productieve auteur. Ze is gespecialiseerd in de Oudheid en in politieke filosofie en ethiek. Haar nieuwe boek heet 'Politieke emoties' en is nu in een Nederlands vertaling verschenen. Nussbaum houdt daarin een warm pleidooi voor meer empathie in het politieke denken.


Walter Lotens

Zoals zo vaak zegt de ondertitel meer dan de titel van een boek. Dat is ook hier het geval. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan geeft goed weer hoe Nussbaum haar theorie van sociale rechtvaardigheid in verband brengt met haar denken over het belang van emoties en het aanwenden ervan.

Volgens Nussbaum zijn emoties geen wilde, irrationele lichamelijke veranderingen, maar cognitieve oordelen. Daarmee plaatst ze zich in de traditie van de Stoïcijnen, die emoties ook als vormen van cognitie begrepen. Maar in tegenstelling tot de Stoïcijnen, die meenden dat we ons moeten losmaken van externe zaken en ons door de rede laten leiden, vindt Nussbaum nu net dat emoties ons iets zeggen over wat en wie we belangrijk vinden.

Lees de hele recensie

Naar boven



'De democratie voorbij' van Luc Huyse

Luc Huyse (1937) toont met ‘De democratie voorbij’ dat hij nog niets van zijn scherp inzicht heeft verloren. Zijn maatschappelijke analyses blijven pertinent.

Recensie van Walter Lotens in De Wereld Morgen
vrijdag 9 mei 2014

Het woord 'voorbij’ komt regelmatig terug in het werk van Luc Huyse. Eerder schreef hij onder meer De verzuiling voorbij (1987), De politiek voorbij (1994), Alles gaat voorbij, behalve het verleden (2006).



Nu verscheen De democratie voorbij.







Huyse analyseerde de voorbije veertig jaar met zijn scherpe sociologische blik de maatschappelijke ontwikkelingen in België. ‘De uiterste houdbaarheidsdatum voor de democratie zoals we die nu kennen, komt nabij,’ waarschuwt hij. De houdbaarheidsdatum van deze auteur is gelukkig nog lang niet bereikt. Dat bewijst dit boek waarin geleerdheid wijkt voor wijsheid.

Lees de hele recensie

Persoonlijk heb ik het boek met veel belangstelling bijna in één trek uitgelezen. Van harte kan ik het aanbevelen.

G.D.

Luc Huyse in Touché op radio 1 – 1 juni 2014

Het programma met het interview met de Leuvense socioloog wordt in twee delen weergegeven telkens van zowat één uur.

In de aanloop wordt verwezen naar Luc Huyses laatste boek ‘De democratie voorbij’. Lang wordt er niet bij het boek stilgestaan. Wel overduidelijk blijven de ideeën van het boek doorklinken in de opvattingen die van Luc Huyse komen in de antwoorden op de vragen over politiek die hem worden gesteld. Toch interessant zijn zijn reacties in het eerste kwartier van deel 1 op de verkiezingen die nauwelijks een week voordien hebben plaats gegrepen.

Ook de andere thema’s van het uitvoerig interview blijven boeiend. Je moet er wél je tijd voor nemen.

Kans om Touché met Luc Huyse te beluisteren krijg je via de volgende koppeling: http://www.radio1.be/programmas/touc/luc-huyse

Naar boven


Interview met prof. C. Van Broeckhoven 21/22-6-2014

Braindrain alert! Dementieprof Christine Van Broeckhoven
‘Voor België ben ik te oud. De deur naar het buitenland staat open’
21/06/2014 | Ann-Sofie Dekeyser - Foto’s Marco Mertens

De Belgische Stichting Alzheimer Onderzoek moet het vanaf nu zonder haar stellen. Ze stopt ook als meter van de Alzheimer Liga. En dan beginnen al snel de geruchten: Belgisch bekendste prof houdt het voor bekeken. Uitbollen? Christine Van Broeckhoven peinst er nog niet over. ‘We moeten in de Premier League kunnen spelen.’

We noemen haar de dementieprof, maar officieel heet haar functie prof. dr. in de moleculaire biologie en genetica aan de Universiteit Antwerpen, het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en het Instituut Born-Bunge. Veel om te onthouden. Ze identificeerde begin de jaren 90 het eerste gen dat een cruciale rol speelt bij alzheimer. Met haar verdere onderzoek naar de genetische basis van dementie, manisch-depressieve stoornissen en andere zenuwziektes behoort ze tot de wereldtop. Op de universiteit staat het Departement voor Moleculaire Genetica onder haar leiding.

Lees het interview met Christine Van Broeckhoven

 

Naar boven



Brussel in Vlaanderen - Vlaanderen in Brussel

Besluiten van de studiedag van 15 februari 2014

Vlaanderen kan Brussel niet loslaten omdat Brussel in Vlaanderen ligt. De Brusselse en Vlaamse bevolking en economie zijn onlosmakelijk verstrengeld. Vlaanderen en Brussel moeten samenwerken aan een schitterende toekomst. Brussel is een veeltalige, kosmopolitische stad. Dit stelt grote problemen en maar biedt tevens enorme kansen. Het migratieprobleem overschrijdt de draagkracht van Brussel en vloeit over naar de Vlaamse rand. Brussel en Vlaanderen moeten dit samen oplossen.

Het is de taak van de Vlaamse en Brusselse overheid een optimaal inburgeringsbeleid te voeren zodat migranten zich kunnen integreren tot volwaardige burgers, in Brussel en in Vlaanderen. Degelijk onderwijs is de sleutel tot integratie.

Vlaanderen moet nog meer investeren in het Nederlandstalig onderwijs en moet het aandeel van het Nederlandstalig onderwijs verhogen. Tevens moet Vlaanderen de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs hooghouden en erover waken dat alle Nederlandstalige kinderen een plaats vinden in het Nederlandstalig onderwijs. Vlaanderen moet ervoor zorgen dat de Brusselse Vlamingen evengoed als alle Vlamingen daadwerkelijk toegang hebben tot degelijk Nederlandstalig onderwijs.

Te veel leerkrachten ontvluchten het Nederlandstalig onderwijs te Brussel. Deze evolutie moet Vlaanderen tegengaan door financiële en logistieke stimulansen, door voldoende te investeren in kwalitatief onderwijs en door op assertieve wijze de naleving van taalwetten af te dwingen. Brussel is een kosmopolitische veeltalige stad. Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap moeten investeren in de Vlaamse aanwezigheid in Brussel, een noodzaak om Brussel en Vlaanderen welvarend en leefbaar te houden. Dit vormt voor Brussel de garantie dat het zijn rol als hoofdstad kan blijven uitoefenen, dat Vlaanderen zal blijven investeren in Brussel en is de weg naar een harmonieuze samenwerking over de gewestgrenzen heen.

De Vlaamse regering moet de Brussel-norm van 30% niet alleen in theorie laten bestaan, maar daadwerkelijk ook toepassen in het onderwijs, in cultuur en welzijnszorg. Daarvoor zijn ziekenhuizen, bejaardentehuizen en instellingen voor kinderopvang onder Vlaams beheer en met Vlaamse middelen noodzakelijk.

Door de talrijke Nederlandstalige pendelaars die er werken is Brussel vijf dagen op zeven in belangrijke mate Nederlandstalig. Wie werkt in Brussel heeft er ook de verantwoordelijkheid Nederlands te spreken. De economische regio Brussel reikt verder dan het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. Dit vereist een samenwerking over de gewestgrenzen heen, die echter geen wetswijziging, staatshervorming of nieuwe structuren rechtvaardigen. Ondernemers stelden een samenwerkingsplan op, dat door politici werd gekaapt om de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap op te richten en deze met een speciale wet te vergrendelen. Dit is geen blijk van goede wil en wekt alleen maar wantrouwen.

Vruchtbare samenwerking tussen Brussel en Vlaanderen kan enkel in een sfeer van vertrouwen, dat echter wordt ondermijnd zolang meerdere Brusselse politici aanspraak maken op Vlaamse gemeenten.

Het VKB en de 40 verenigingen die lid zijn van het OVV, willen dat Vlaanderen aanwezig blijft in Brussel om er bij te dragen tot de welvaart, om er mee te werken aan een harmonieus en leefbaar Brussel en aan de verdere opbouw van Brussel als een kosmopolitische hoofdstad die geïntegreerd is in en samenwerkt met haar natuurlijke omgeving.

Robrecht Vermeulen, Voorzitter Overlegcentreum van Vlaamse Verenigingen (OVV)
Joost Rampelberg, Voorzitter Vlaams Komitee Brussel (VKB)

 

Naar boven


 

Essayprijs 2013 van het tijdschrift Streven

Beste VVA-vrienden,

Zeker loont het de moeite jullie aandacht te vestigen op de toekenning door het toonaangevende tijdschrift Streven van de Frans Van Bladel Essayprijs aan de nog jonge doctorandus Benjamin De Mesel.  Hij won de prijs met het essay “Wordt het morgen beter? Over wijsheid en vergrijzing”.

PERSBERICHT                                                                                                  28 januari 2014

BENJAMIN DE MESEL (°1982) WINT FRANS VAN BLADEL ESSAYPRIJS 2013

MET ZIJN ESSAY ‘WORDT HET MORGEN BETER? OVER WIJSHEID EN VERGRIJZING’

De jury van de Frans Van Bladel Essayprijs, uitgeloofd door het tijdschrift Streven, schrijft over het winnende essay: “Gewoonlijk wordt de toenemende vergrijzing van de samenleving in politiek en media slechts als een onoverkomelijk en lastenverzwarend probleem afgeschilderd. Tegenover deze communis opinio ontwikkelt de auteur een genuanceerde en evenwichtige argumentatie ten gunste van een mogelijke (hoewel niet vanzelfsprekende) positieve, persoonlijke en maatschappelijke waardering van het ouder worden. Het essay is vlot geschreven, in een rustige, reflexieve toon die goed bij het onderwerp past en die ook stilistisch van rijpheid getuigt. Hoewel de auteur overtuigd is van zijn stellingname en zowaar ‘moed tot waarheid’ aan de dag legt, wordt het betoog nooit moraliserend. De auteur blijkt niet alleen een woordkunstenaar te zijn, maar ook een filosofisch stilist in de trant van een Cornelis Verhoeven, en de jury wil hem beslist aanmoedigen om op deze weg verder te gaan”.

Achtergrond:
De redactie van het cultureel maatschappelijk tijdschrift Streven organiseert deze schrijfwedstrijd jaarlijks om de essayistiek te bevorderen en om jonge auteurs aan te moedigen te publiceren in het blad. Streven staat al tachtig jaar voor kritische reflectie op ontwikkelingen in diverse gebieden: van filosofie tot film, van recht tot kunst, van theologie tot economie. Elke maand verschijnt een honderdtal bladzijden stevige lectuur van deskundige auteurs uit binnen- en buitenland. De jury bestond dit jaar uit de externe leden Elke Brems en Ger Groot en uit de leden van de redactie(raad) van Streven Tinneke Beeckman, Jean-Pierre Rondas en Willie van der Merwe.

Praktisch:
Het winnende essay van Benjamin De Mesel is te lezen in het februarinummer dat vandaag verschijnt. Het nummer is te bestellen via streven@skynet.be.

Op 13 februari 2014 zet Streven de kersverse winnaar van de Frans Van Bladel Essayprijs 2013 in het zonnetje. Streven organiseert dan in samenwerking met de Leerstoel Rector Dhanis en Calamartes een discussieavond over het thema van de essayprijs: ‘Wordt het morgen beter?’. Benjamin De Mesel wordt geïnterviewd door Jean-Pierre Rondas, filosofen Tinneke Beeckman en Maarten Boudry gaan in debat, en Calamartes zorgt voor jazzmuziek. Meer informatie op www.streventijdschrift.be, daar kunt u direct inschrijven. 

Personalia winnaar:

Benjamin De Mesel (°1982) studeerde Slavische Talen met een specialisatie in Russische literatuur en volgde een master na master Nederlandse Taal en Cultuur. Was vijf jaar leraar Russisch en Nederlands voor anderstaligen en studeerde vervolgens filosofie. Momenteel bereidt hij als aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek aan de KU Leuven een proefschrift voor over Wittgenstein en ethiek.





Daarnaast doet hij ook onderzoek naar het statuut van de filosofie. Vorig jaar was hij in dat verband met zijn masterscriptie Inkompetenzkompensationskompetenz. Odo Marquard over filosofie genomineerd voor de Geert Grote Pen 2013. De scriptie is samen met de andere genomineerde scripties gepubliceerd. Een andere literair-filosofische interesse is het werk van Vladimir Nabokov. Dit jaar verschijnt in het Tijdschrift voor Filosofie het artikel ‘Nabokov, Sartre en de triomf van de domheid’.

 

Naar boven


 

‘Eresaluut aan Mark Grammens’

Op 16 november 2013 organiseerden vrienden een hulde aan Marc Grammens bij het einde van zijn unieke uitgave “ Journaal”.

De organisatoren wilden vele sympathisanten betrekken bij deze viering.



Mark Grammens heeft 55 jaar met hart en ziel gewerkt, geijverd, vernieuwd in de Vlaamse journalistiek. Hij leerde het vak in Londen, was redacteur van het excellente jezuïetenblad De Linie, de ster van de Nieuwe, de stichter van het Tijdschrift voor Diplomatie, de bedenker van een boekenblad, de uitgever van de essayreeks Aktueel en gedurende een kwarteeuw, de uitgever en journalist van het eenmansblad Journaal.

 

Huldezitting Mark Grammens

‘Journaal voor Vlaanderen’

16 november 2013 - 10.00 uur
‘Aula Rector Dhanis’ - Stadscampus Universiteit Antwerpen
Kleine Kauwenberg 14-22, 2000

Initiatiefnemers: Richard Celis, Frans Crols, Mathias Danneels,
Wim Merckx, Herman Suykerbuyk, dr. Mia Uytterhoeven-weduwe Rudi Van der Paal.

*
Programma

Inleiding door professor Dirk De Bièvre
*
Wat moet/doet Vlaanderen met zijn identiteit, Nederland en de Europese Unie?
Uitdager: Nelly Maes, Spreker: Axel Buyse.
*
Is een zelfstandiger Vlaanderen de motor van een sociaal-economisch gezonder/meer toekomstgericht Vlaanderen?
Uitdager: Peter De Roover, Spreker: Karel Van Eetvelt
*
De Vlaamse media: goede vierde of foute eerste macht?
Uitdager: Mathias Danneels, Spreker: Rik Van Cauwelaert
*
Slottoespraak Mark Grammens

 

Zaterdag liep de grote Aula Rector Dhanis zo goed als vol voor “Journaal voor Vlaanderen”, waar hulde werd gebracht aan Mark Grammens. Dat honderden aanwezigen op een mistige zaterdagochtend naar de huldezitting kwamen afgezakt, zal Grammens deugd hebben gedaan. Toch zal volgens ’t Pallieterke de politieke relevantie van zijn emotionele slottoespraak minder groot zijn dan wat Unizo-voorzitter Karel van Eetvelt kwam vertellen. Is een zelfstandiger Vlaanderen de motor van een sociaal-economisch gezonder/meer toekomstgericht Vlaanderen? was het thema.

Verslag onder Actueel in ’t Pallieterke van 20 november 2013 bladzijde 5
van Anja Pieters


Daarin valt op dat de eerste spreker, diplomaat Axel Buyse, stelde dat Vlaanderen zijn autonomie en bevoegdheden meer moet benutten en meer investeren in zijn relatie met Nederland, met Europa, met het buitenland. OOK toonde hij zich ongerust over de zorg voor het Nederlands als standaardtaal.

’t Pallieterke titelt zijn verslag met “UNIZO had geen goed nieuws mee voor gevierde Grammens”. Anja Pieters ruimt veel plaats in haar verslag voor de ideeën die Karel van Eetvelt van UNIZO naar voren bracht. De vraag was: “Kan Vlaanderen met zijn kluwen van overlappende overheden en bestuurlijke filevorming wel een goed beleid voeren?”

Een illusie

‘ Van Eetvelt vond van wel. Dat was meteen het belangrijkste signaal van de bijeenkomst. Dat de zelfstandigen en de bedrijfsleiders het territorium van CD&V (en in mindere mate Open Vld?) voorgoed zouden hebben verlaten is een illusie, die de UNIZO-voorzitter beminnelijk, maar bikkelhard de grond inboorde.

In 2009 werden leden van UNIZO, Voka en VKW bevraagd over hun mening over de nood aan meer autonomie voor Vlaanderen. Het “plafond” waartegen Vlaanderen toen telkens weer stootte, was inderdaad te laag, zei Van Eetvelt. Zeventig tot tachtig procent van de bevraagden was toen inderdaad voorstander van meer autonomie. Vrij vertaald, van een copernicaanse omwenteling. “Ze zaten toen niet te wachten op het uiteentrekken van het land, wel op een homogenisering van de bevoegdheidspakketten, van het arbeidsmarktbeleid, het vennootschapsbeleid, het economisch beleid, het energiebeleid…” Voormannen van de ondernemerswereld (Van Eetvelt zelf, maar ook Philippe Muyters, Johan van Overveldt e.a.) zorgden er mee voor dat ook de vraag naar meer Vlaamse autonomie centraal stond.

Prioriteit

Het beeld is vandaag drastisch gewijzigd. Dat streven is geen prioriteit meer. Dezelfde vragen van 2009 werden bij een nieuwe bevraging van de ondernemers in september dit jaar compleet anders beantwoord. Voor de ondernemers is het institutionele kader verre van hun eerste zorg. Nog amper zeven procent vraagt naar nog meer staatshervorming. “De economische context is veranderd. Ondernemers willen in crisistijd dat vooral hun problemen worden opgelost: ze kijken vooral naar de competitiviteit en het rendement op hun vermogen.”

Van Eetvelt richtte zich rechtstreeks tot minister Geert Bourgeois (N-V), aanwezig in de zaal: “Geert weet dat het debat van vandaag moet gaan over de zesde staatshervorming en over wat Vlaanderen daar vandaag mee moet aanvangen.” De uitspraak van Gaston Geens – “wat we zelf doen, doen we beter” – corrigeerde hij in “wat we zelf doen moeten we beter doen”. Geen onbelangrijke nuance. De eerste uitspraak omvat meer autonomie als doelstelling, de tweede veel minder of niet.

Conclusie

Is het plafond nu te laag? Ja en nee. “Volledige autonomie bestaat niet en wie die wil, botst op muren”, relativeerde de UNIZO-man. Een zevende staatshervorming zal er ooit wel komen, en een achtste ook, maar val ons daar nu niet mee lastig”, is de boodschap van onze ondernemers vandaag, en “ze hebben gelijk”, besloot Van Eetvelt. Over transfers moeten we niet klagen. We moeten werken aan “responsabilisering”. Geldstromen zullen altijd blijven bestaan en nodig zijn. Het plafond is wel te laag als we niet verder gaan naar homogenisering van de bevoegdheden. ‘

Het dankwoord van Mark Grammens zelf was volgens de verslaggeefster een emotioneel verhaal. Hij kreeg “een welverdiend lang applaus voor de “hondse job” die hij 25 jaar lang heel moedig heeft uitgeoefend.”


______________________________

Naar boven


  • Journaal voor Vlaanderen


    Het essaybundel “Journaal voor Vlaanderen” met bijdragen van Mark Grammens, Ludo Beheydt, Axel Buyse, Jean-Marie Dedecker, Jacques de Visscher, Carl Devos, Wilfried Dewachter, Jürgen Mettepenningen, Rik Van Cauwelaert, Ivan Van de Cloot, Luckas Vander Taelen, Karel Van Eetvelt werd ter beschikking gesteld op de Huldezitting voor Mark Grammens op 16 november 2013.

    Een staaltje uit ' Journaal voor Vlaanderen'

    pp 98-102 MARK GRAMMENS EN DE STRIJD TEGEN DE VERKLEUTERING EN DE VERLEUGENING VAN DE MEDIA

    Rik Van Cauwelaert

    Begin van de tekst p. 98

    Tien jaar geleden overleed Neil Postman, de Amerikaanse communicatiewetenschapper die in 1985 zijn voor de media onheilspellende boek 'Amusing Ourselves to Death' publiceerde.
    Postman vergistte zich niet. Sommige media naderen stilaan hun stervensuur. Anderen hebben het tijdelijke al voor het eeuwige gewisseld, als gevolg van een overdosis infotainment.
    'Als het public wordt afgeleid door trivia, wanneer het cultuurleven neerkomt op amusement en de ernstige maatschappelijke conversatie in een kleutertaaltje wordt gevoerd, wanneer, kortom, de burgers tot toehoorders en de publieke zaak tot een vaudeville worden herleid, dan komt de natie in gevaar, want dan derigt de cultruurdood.'
    Zo klonk, kort samengevat, de waarschuwing van Postman.

    Inhoud

    - Frans Crols, Journaal voor Vlaanderen
    - Mark Grammens, Geen compromis
    - Ludo Beheydt, Cultuur in Vlaanderen of Vlaamse cultuur
    - Axel Buyse, Nog altijd de beste leerling van de klas? Vlaanderen, de Europese Unie en Nederland
    - Jean Marie De Decker, Over het multiculturele drama in Vlaanderen 'Het laten ontstaan van grote groepen vervreemde migranten is het recept voor een sociale en politieke catastrofe'
    - Jacques De Visscher, Aporieën van het nationalisme
    - Jürgen Mettepenningen, Naar authenticiteit als autoriteit: 1968-2013 denken
    - Rik Van Cauwelaert, Mark Grammens en de strijd tegen de verkleutering en de verleugening van de media
    - Ivan Van de Cloot, Een snedig concurrentiebeleid is een dwingende noodzaak
    - Luckas Vander Talen, Brief aan Mark Grammens
    - Karel Van Eetvelt,
    UNIZO-voorman Karel Van Eetvelt over de opeenvolgende maar onvolmaakte staatshervormingen. 'Laat elke regio toe om een efficiënt en doeltreffend beleid te voeren'

    Meer dan lezenswaard!! (Red. website)

    Bestel het boek: 15 euro met verzendkosten, op journaalvoorvlaanderen@hotmail.com  
    Betaling met overschrijving: Wim Merckx voor “Journaal voor Vlaanderen” BE 97 7330 1824 7649

    Naar boven




  • Academici in de politiek - Getuigenis Michaël Ignatieff - Hendrik Vuye (jan. 2014)



    Proffen in parlement en regering. Soms lukt het, soms niet. De Canadese professor-politicus Michaël Ignatieff schreef er een ontluisterend boekje over. Lessen van overzee en bedenkingen voor het binnenland.

    - Hendrik Vuye (14.01.2014)
    Iedereen kent academici die na een korte carrière in de politiek er de brui aan geven. Zo Paul De Grauwe, ooit de diep-donker-donkerstblauwe ideoloog van VLD. Maar ook Christine Van Broeckhoven (Sp.a), Rik Torfs (CD&V), Eva Brems (Groen), Marleen Temmerman (Sp.a) en Danny Pieters (N-VA). Anderen hebben de politiek verlaten na een verkiezingsnederlaag van hun partij, zo Bea Cantillon (CD&V). Mislukt in de politiek, maar als een vis in het academische water. Elk op hun manier gerespecteerde hoogleraren.

    Maar er zijn ook vele tegenvoorbeelden, namelijk academici die wel een succesvol politicus werden, zo bijvoorbeeld Johan Vande Lanotte (vicepremier Sp.a), Hugo Vandenberghe (fractieleider CD&V), Francis Delpérée (fractieleider cdH en op 72 jaar nog lijsttrekker voor de Kamer), Lode Vereeck (fractieleider LDD), Paul Magnette (voorzitter PS) ... Hoe het Koen Geens (CD&V) zal vergaan, zullen we binnen enkele jaren weten. ...

    In Doorbraak

    Lees het hele artikel

    Naar boven




  • 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert': een boeiende zoektocht - recensie Walter Lootens 1-1-2014

Dirk Geldof is een productief publicist. Na 'Onthaasting', 'Niet meer maar beter' en 'We consumeren ons kapot' en 'Onzekerheid, Over leven in een risicomaatschappij' verschijnt nu 'Superdiversiteit, hoe migratie onze samenleving verandert'.

Ook in zijn nieuwe boek is het denken van Ulrich Beck en dat van stadsocioloog Eric Corijn duidelijk aanwezig. Het gaat tegenwoordig in de grote steden op deze planeet niet meer over diversiteit tout court, maar over ‘superdiversiteit’, een term die in 2007 voor het eerst werd gelanceerd door de Engelse onderzoeker Steven Vertovec.

Lees de volledige recensie


Naar boven


  • Dat heet dan gelovig zijn - Mark Van de Voorde - 23-11-2013

De meewarige blikken ten spijt is Mark Van de Voorde er trots op dat hij katholiek is. In God geloven is niet alleen goed voor de gezondheid, het brengt ook een vertrouwen schenkende attitude met zich mee.

Mark Van de Voorde

God maakt gelukkig. Onder die intrigerende kop stond een bespreking van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas (DS 21 november). Ik geef het toe, die kop kan boven mijn hoofd worden geplaatst. Ik ben gelukkig en dat zou wel eens met God te maken kunnen hebben. Ik beken: ik geloof. Meer nog, ik ben christen, zelfs katholiek.

Gelovigen hebben meer vertrouwen in de samenleving, de instellingen en de medemensen


Lees verder

Naar boven



  • “Onderwijshervormingen de verborgen agenda”
    Symposium van Pro Flandria – Brussel 9 november 2013


    Verslag door PAN in ’t Pallieterke van 20 november 2011 blz. 11

    Pro Flandria, het netwerk voor ondernemers en academici organiseerde vorige week een heus onderwijssymposium met als titel “Onderwijshervormingen – de verborgen agenda blootgelegd.”

    Voorzitter Kurt Moons gaf in zijn inleiding aan dat er twee fundamentele onderwijshervormingen in de pijplijn zitten. Enerzijds is er het “masterplan” voor het secundair onderwijs en anderzijds het onschuldig lijkend plan om vanaf 2017 “scholengroepen” in te richten. Een grondige analyse van die twee hervormingen deed Moons en de zijnen vrezen dat ze het vooropgestelde doel niet zullen halen, wat zeer nefast zal zijn voor de onderwijskwaliteit.

    Wat stellen de vijf uitgenodigde onderwijsspecialisten daartegenover?

    Lees het hele verslag

    Naar boven



  • Actief pluralisme haalt ons uit de seculiere kramp…en moslims uit het religieuze getto




Mark Van de Voorde


2 november 2013







Ik heb ooit met de Kerstman gesproken. Dat viel dik tegen, want hij had geen mening. Juister gezegd, hij wou geen mening hebben. Of anders nog, hij meende geen mening te mogen hebben. De ontmoeting met de Kerstman had plaats waar hij verondersteld wordt te wonen: op de noordpoolcirkel. Even buiten Rovaniemi, de hoofdplaats van het Finse Lapland, ligt pal op de poolcirkel Santapark. Elke dag wurmt een reusachtige dikke acteur er zich in het rode Kerstmanpak om in een enorme blokhut kinderen een handje te geven en “Ho ho ho” te zeggen. Daar was het dat ik de Kerstman heb ontmoet en ook even kon spreken. Dat viel dus dik tegen. Ik vroeg hem immers hoe hij aankeek tegen religie, in het bijzonder tegen de kerstboodschap van het evangelie. De man keek vanonder de opgeplakte grote witte wenkbrauwen me verwonderd aan en zei dat “hij zich niet inlaat met religie, want neutraal moet zijn”.

Op het eerste gezicht een begrijpelijke, vanzelfsprekende reactie van de geseculariseerde versie van Kerstmis. Bij nader toezien toch een beetje gek, want de Kerstman zou er vandaag niet geweest zijn, alvast niet onder de naam Father Christmas, die verwijst naar Jezus Christus (Christ in het Engels), was er geen religieus Xmas. De Kerstman, aangezien hij een areligieus fenomeen is, kan zich wel distantiëren van het Bijbelse kerstverhaal, maar hij kan eigenlijk niet doen alsof dat religieuze gegeven geen rol speelt in de cultuur die hem mogelijk heeft gemaakt om vandaag zijn acteursrol te spelen.

Lees verder

(Deze tekst verscheen als eerste essay in het boek ‘Hoofddoek Hoofdzonde. Pluralisme en neutraliteit in de seculiere samenleving’. De andere auteurs zijn Ludo Abicht, Marc Van Den Bossche, Alicja Gescinska en Guido Vanheeswijck. - Boekbespreking in Doorbraak, in Kerknet)

Naar boven



  • Surfen tegen lichtsnelheid

    Nieuwe technologie maakt deeltjesversneller kleiner

    Door elektronen te laten ‘surfen’ op een golf, kunnen ze in een compact apparaatje opgejaagd worden tot een energie waar vroeger een tientallen meters grote installatie voor nodig was.

    Deeltjesversnellers zijn groot. De versneller waarmee Europese fysici vorig jaar het Higgs-deeltje ontdekten, de LHC in Genève, is een ring met een omtrek van 27 kilometer. En door die grote omvang zijn ze ook verschrikkelijk duur. Deeltjesfysici maken zich er zorgen over of de volgende generatie versnellers, die nog groter en krachtiger moeten worden, nog wel te betalen zal zijn.

Maar een nieuwe technologie kan misschien een oplossing bieden. Amerikaanse fysici melden in het vakblad Nature Communications dat ze elektronen (deeltjes van atomen) hebben kunnen versnellen tot een energie van 2 gigaelektronvolt over een afstand van slechts één inch (2,54 centimeter). In een klassieke versneller hebben elektronen zowat zestig meter nodig om dezelfde energie te bereiken.

Lees het volledige artikel van Steven Stroeykens


Naar boven



Wetenschappelijke fraude?

‘Het volstaat niet de oppervlakkige fenomenen aan te pakken, we moeten ook naar de oorzaken durven te gaan. De publicatiedruk is criminogeen, hij werkt fraude in de hand.’ Rik Torfs in DS 12-8-2013 p. 6.

Al bij zijn verkiezing tot nieuwe rector uitte Rik Torfs zijn intentie om in te gaan tegen de overdreven publicatiedruk die rust op onderzoekers aan de universiteiten. Een brief van drie jonge onderzoekers in het tijdschrift Nature kreeg zijn neerslag in De Standaard van 3 augustus 2013. In een schrijven gericht aan de drie jonge wetenschappers adviseren wij vanuit de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA om in overleg te gaan daarover met de beleidsinstanties van hun universiteit en ook om in dat verband een beroep te doen op de beleidsverantwoordelijken voor het onderwijs in Vlaanderen. Op 5 augustus reageert rector Torfs in DS op deze publicatie met de opiniebijdrage "De waarde van wetenschap". Hij treedt de jonge vorsers voor een goed deel bij en oppert de idee om de criteria aan te passen. Em. prof. Jos Devreese publiceert in overleg met onze Werkgroep op 6 augustus 2013 zijn eigen visie in een opinieartikel in DS van 6 augustus “Wat de universiteiten zelf doen, doen ze beter”, waarin hij de academische vrijheid van de universiteiten inzake beoordeling en benoemingen verdedigt en waarin hij ook stelt dat de onderzoeksfondsen meer en ruimere criteria hanteren dan de betwiste ‘impactfactor’. Ook aan de jonge onderzoekers zelf richt prof. Devreese op woensdag 7 augustus 2013 een gelijkaardig schrijven. Op dezelfde pagina in DS van 6 augustus in zijn opiniebijdrage “De politiek moet de wedloop stoppen” klaagt sociolinguïst Jurgen Jaspers eveneens krachtig de overmatige publicatiedruk aan en wenst vanwege de onderwijsverantwoordelijken een verandering van het huidige systeem, dat nog voortspruit uit het betreffende decreet van 2007.

Open brief en Petitie (5022 handtekeningen op 27-8-2013 te 16 u.)

Een goed gerichte actie tegen de overmatige publicatiedruk komt echt los vanaf 19 augustus 2013.
Een Actiegroep Hoger Onderwijs publiceert een open brief in de toonaangevende media en begint een petitie bij de betrokken academici. Binnen de drie dagen is de petitie gericht aan de minister van Onderwijs, de rectoren van de universiteiten, de betreffende wetenschappelijke instanties die de subsidiëreing en de beoordeling van het wetenschappelijk werk onder hun bevoegdheid hebben ondertekend door ruim 2.000 personen. De berichtgeving verschijnt in De Tijd, De Morgen en De Standaard en gaat in die laatste kranten gepaard met artikels van geëngageerde wetenschappers. In De Morgen publiceert de Brusselse filosoof Philippe Van Parijs zijn tekst "Alle onderzoekers bedriegers?" Het meest opvallend is wel het artikel in De Standaard "Rijmt 'universiteit' nog op 'kwaliteit'?" door Bruno De Wever (Universiteit Gent), Nicolas Standaert (KU Leuven), Guy Vanheeswijck (Universiteit Antwerpen) en Frank Willaert (Universiteit Antwerpen). Zij hekelen vooral dat door de excessieve publicatiedruk "onderzoeksactiviteiten gericht op onmiddellijke dienstverlening aan de gemeenschap in dit systeem meestal niet meetellen: organisatie van tentoonstellingen, kunstcatalogi, tekstedities van cultureel erfgoed, artikels en boeken in het Nederlands bestemd voor een breed publiek." Ook Rik Van De Walle, decaan faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur Universiteit Gent, die de petitie in persoonlijke naam ondertekent, krijgt hier zijn stem.

Het thema van de overdreven publicatiedruk en de beoordeling van jonge onderzoekers in functie van een loopbaanontwikkeling blijft op donderdag 22 augustus 2013 doorwerken in de media. Jan Blommaert hekelt in zijn artikel "Publicatiedruk maakt academische publicaties nauwelijks lezenswaardig" in 'De Wereld morgen' de bittere realiteit van onderzoek en publicatiedruk aan de universiteiten. De reden van de kwaal is volgens hem de losmaking van de organische band tussen onderzoek en publiceren. In zijn artikel "University Inc" in DS van 24 augustus 2013 schrijft Marc Reynebeau de huidige malaise toe aan de Bologna-hervorming in het Europees onderwijs van 2003 toen een concurrentieel wetenschapsmodel de klassieke coöperatieve universiteit verving.

Een onvoorwaardelijke acceptatie van de visie van de Actiegroep Hoger Onderwijs heeft dan plaats gemaakt voor een ruimere interpretatie van de thematiek. Daarbij komen meer objectieve gegevens naar voren, die evenwel worden gehanteerd in de richting van niet enkel grotere nuancering van de benadering van de thematiek, maar evenzeer van kritische opmerkingen tegenover de basisaspiraties van de Actiegroep en de haalbaarheid van hun strevingen. Als beleidspersoonlijkheden aan het woord gelaten worden zowel die uit de politiek als die verantwoordelijkheid droegen of dragen van het universiteitsbeleid, dan zit impliciet in de teksten soms onder de oppervlakte op het interpretatieniveau een verdediging van hun vroeger beleid waartegen nu opstand wordt gepleegd. In dat verband ontbreekt b.v. bij Fientje Moerman elke verwijzing naar het kwalitatief aspect van wetenschappelijk onderzoek en de output daarvan in publicaties. In de opiniëring van de beleidsverantwoordelijken van de universiteiten komen ook wel concrete zakelijke cijfermatige elementen naar voren, waarmee bij veranderingsintenties van de huidige systematiek beslist rekening moet worden gehouden.

Op vrijdag 23 augustus 2013 verscheen nog het opinietstuk 'Zijn er niet teveel doctoraten?' van prof. Bart de Strooper, KU Leuven, directeur VIB en alzheimonderzoeker. Ook hij biedt weerstand tegen de aanklacht van overdreven publicatiedruk en kwantitatieve beoordeling, maar hij geeft wel toe dat er een malaise bestaat voor jonge onderzoekers die carrière willen maken.

Wij blijven het discours in de media volgen, maar we vermoeden dat de opiniëring rond de thematiek van de publicatiedruk en de beoordeling zal uitdoven. Dan wordt het des te meer belangrijk dat de Actiegroep zich goed voorbereidt op hun ontmoetingen met de minister en het Vlaams Parlement en met de vijf rectoren van de Vlaamse universiteiten. De Actiegroep kan zeker constructieve ideeën aanleveren voor wegwerking van anomalieën, voor meer kwalitatieve beoordelingscriteria en voor vermenselijking in het algemeen van het systeem.

Zie hun reactie:

Meer is niet altijd beter: Actiegroep Hoger Onderwijs reageert na mediastorm


De oogst van de artikels van donderdag, vrijdag en zaterdag 22/23/24-8-2013 werd toegevoegd.

Wij bundelen dit discours in een worddocument, dat u hier op uw scherm kunt oproepen.


Naar boven


  • De hele werking van de universiteit staat nu stevig ter discussie

    Het debat breidt zich uit naar de volledige functionering van de universiteit. De kritiek blijft gehandhaafd. Ideeën en voorstellen voor een aanpak, voor ingrijpende verbeteringen worden gelanceerd. Voor Eric Corijn in zijn opiniestuk “Voor een grondig debat over de universiteit" (De Wereld Morgen 24-8-2013) gaat het over veel meer dan over de overmatige publicatiedruk. Het gaat evenzeer over werkdruk, personeel, financiering, structuren en over welke wetenschap en universiteit de gemeenschap feitelijk wil. Voor Jan Blommaert in zijn opinietekst “Nodig. Een syndicaat van academici” (De Wereld Morgen 24-8-2013) kan een syndicaat van academici een constructieve tegenkracht betekenen tegen alles wat nu schots en scheef gaat in de universiteiten.


    Beide artikels kunt u hier op het scherm oproepen.


    Naar boven




  • De noodzaak van verbeelding, droom en symboliek -
    Ideeën van Marc Colpaert


    ONDERWIJS IS OOK EEN OPVOEDINGSPROJECT


    Goed onderwijs brengt jonge mensen vaardigheden en kennis bij die hen later goed van pas zullen komen. Maar in die levensfase van opgroeiende tiener zijn ze ook op zoek naar hun identiteit. In een multiculturele wereld is die zoektocht niet eenvoudig. Daarom moeten leerkrachten meer dan ooit oog hebben voor het aanscherpen van het symbolisch bewustzijn, vindt Marc Colpaert, die zelf vele jaren in het middelbaar en hoger onderwijs lesgaf, als journalist vertrouwd raakte met de culturen van Zuid-Oost-Azië en later het Centrum Intercultureel Management en Internationale Communicatie (CIMIC) oprichtte. In een zeer lezenswaardig boek pleitte hij in 2007 voor de herwaardering van de verbeelding als sleutel tot intercultureel opvoeden en voor het opbouwen van een meervoudige identiteit.

 

Lees de uitspraken van Marc Colpaert in het interview van Chris Dutry met hem

Naar boven


  • Oproep aan Vlaanderen om niet in het verleden te leven


    Die oproep kwam in augustus 2009 van prof. dr. Eric Defoort in zijn column Aanstekelijk Vlaams van Omtrent, cultuurmagazine van het Davidsfonds. Deze vroegere beroepshistoricus is Vlaamsgezind progressief.

  •  



  • Het verhaal van de Vlaamse Beweging ging van start in de 19de eeuw en loopt nog door tot in onze 21ste eeuw. Het gaat dus om een lang verhaal dat bewondering opwekt, omdat het getuigt van een zeldzame volharding bij nu al zovele opeenvolgende generaties. Wat in de romantische 19de eeuw als een taalstrijd, als een inzet voor culturele ontvoogding, van start ging, met de onafhankelijkheid hooguit als een verre droom, is meer dan een eeuw later aangekomen in de (eind?)fase van Vlaamse staatsvorming. We naderen het bevrijdende eindpunt waarop niet het nationale, maar wel het nationale als kwestie wordt opgeheven. Uiteraard kan, na zo’n lang verhaal, een overdreven neiging groeien om te memoreren, te herdenken, onder te gaan in de geschiedenis.

    Zoiets is remmend en zelfs schadelijk. Er is een soort wetmatigheid die ik – voorlopig nog als werkhypothese – heb bedacht: hoe sterker de natie* als een soort evidentie wordt beleefd, hoe meer het terugplooien op de geschiedenis uit het nationale wordt geëvacueerd. Een natie mobiliseert alsmaar minder de geschiedenis naarmate zij alsmaar meer een erkende incarnatie van een geschiedenis (of van geschiedenissen) is. Uiteraard worden naties opgebouwd én afgebroken in de geschiedenis en door de geschiedenis. Dat geldt ook voor de Vlaamse natie. In die zin raken zij dan ook nooit los van geschiedenis.

    Maar zij kunnen wel op een heel verschillende manier ermee omgaan. Het is een dwingende opdracht om te verhinderen dat Vlaanderen als natie slechts aan de toekomst zou kunnen werken vanuit een heden dat volledig is opgevuld met verleden; dat het hierbij niets en nooit vergeet en aldus opgezadeld zit met herinnering die overweldigend en dwingend is voor het heden. Wie zich in deze 21ste eeuw inschrijft in het lange verhaal van de Vlaamse Beweging, ziet Vlaanderen als een natie die in staat is om haar geschiedenis te koesteren, maar zonder dat haar heden en toekomst door die geschiedenis kunnen worden opgeëist. Een Vlaanderen ver weg van niet verwerkt verleden, ver weg van verslaving aan underdogsituaties van weleer.

    Erik Defoort

    * Natie: alle mensen die oorsprong, taal, zeden… gemeen hebben (Bron: Van Dale)


    Naar boven




  • Recensie van 'Teksten voor de toekomst': het geëngageerde denken van Jaap Kruithof door Walter Lotens 27-5-2013

Jaap Kruithof overleed in 2009 en liet een oeuvre na waarvan een groot aantal werken door EPO werd uitgegeven. Drie jaar later stelden Rik Pinxten, Ronald Commers en Luc Desmedt een reader samen met teksten uit het werk van Jaap Kruithof door hen geselecteerd en ingeleid. Het gaat om teksten die grosso modo verschenen zijn tussen 1968 en 2007. Volgens de samenstellers, oud-studenten van hem, zijn het om drie redenen ‘teksten voor de toekomst’. Ten eerste omdat het geëngageerde denken van de ‘passionele rationalist’ Kruithof inspiratie kan bezorgen aan de huidige generatie, ten tweede omdat vele van zijn teksten op een of andere manier visionair zijn en ten derde omdat een aantal uitspraken en analyses nog best aansluiten bij de actualiteit.

‘Teksten voor de toekomst’ is een kanjer van meer dan 500 pagina’s, die bestaat uit vier delen die telkens ingaan op een belangrijk aspect van het denken van de moraalfilosoof. In het eerste en zeker niet toevallig zeer uitgebreide hoofdstuk, ingeleid door Francine Mestrum, werden teksten over politieke filosofie bij elkaar gebracht. In het tweede deel, ingeleid door Kruithofs opvolger Ronald Commers, werden teksten rond ethische kwesties verzameld.

Teksten omtrent ‘Muziek en cultuur’, ook een zeer belangrijke aanwezigheid in het werk van Kruithof, werden ingeleid door Ine Pisters en de teksten rond filosofische en antropologische kwesties werden geduid door Hubert Dethier. In een epiloog, ingeleid door Eric Goeman, werden nog enkele teksten van Kruithof die nooit een definitieve vorm hebben gekregen, opgenomen. Het readerachtige karakter van deze publicatie maakt dat de lezer zijn eigen weg kan zoeken in de denkwereld van Kruithof. De samenstellers en enkele speciale gastschrijvers hebben er echter voor gezorgd dat de teksten op een problematiserende manier in toekomstperspectief werden geplaatst.

Bron: De Wereld Morgen


Lees de hele recensie


Naar boven


  • Kan de school de wereld redden? - Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak - 21-4-2013

    Onder die titel publiceert Daniël Walraeve in het tijdschrift Doorbraak een bijzonder leesbaar artikel over de verwachtingen die van buiten uit naar het onderwijs toe worden geschoven.
    Daarmee karakteriseert hij heel goed de verhouding tussen het maatschappelijk-ideologisch discours en de reële situatie zoals die observeerbaar is in het onderwijs.


    Zijn conclusie is dan ook:

    “We mogen niet langer alle heil van de school verwachten. Het onderwijs zal nooit iedereen gelukkig maken. De ene wil dat scholen pacifistische kosmopolieten afleveren, terwijl een andere lobbygroep toch vooral aandringt op perfect klaargestoomde arbeidskrachten, klaar om de knelpuntberoepen in te vullen. Verdient het onderwijs niet beter dan telkens weer gebruikt te worden als vehikel in een ideologisch discours?

    Diep vanbinnen wensen we allemaal dat pijnlijke problemen één antwoord kennen. Het zou mooi zijn als we de wereld zouden kunnen veranderen door een leerplan aan te passen. Maar als problemen vele kantjes hebben – en dat ligt in de aard van problemen – dan zal ook de eventuele oplossing vele facetten moeten kennen. Zo hebben ze het mij ooit op school geleerd.”

    Lees het hele artikel


    Naar boven



  • Grenzen aan de groei. Interview met Robert Skidelsky. Hij stelt vragen bij de ratrace - 30 maart 2013

    De economie moet groeien. De welvaart moet omhoog. We moeten langer werken. Het zijn wetmatigheden waar niemand aan twijfelt. Behalve de Britse econoom Robert Skidelsky. Hij schreef er een baanbrekend boek over.

    ‘Ja, ik werk waarschijnlijk te hard', laat econoom Robert Skidelsky zich halverwege het interview ontvallen. Merkwaardig. Want zijn boek Hoeveel is genoeg, geschreven samen met zijn zoon, de filosoof Edward Skidelsky, is juist een pleidooi tégen hard werken. Het stelt vragen bij de ratrace waarin we terechtgekomen zijn. Waarom werken we niet minder? Waarom doen we niet vaker wat we graag doen? Waarom consumeren we steeds meer? Wat hebben we eigenlijk écht nodig? En wat niet? Waarom is iedereen gefocust op groei? Wat maakt een leven tot een goed leven? Het boek is geen zelfhulpgids om de levenskwaliteit te verbeteren. Wel een filosofisch-economisch tractaat dat, zonder pasklare antwoorden te bieden, het denken over ons leven en onze samenleving aanscherpt.

    Lees het volledige interview


    Naar boven



 

  • Rond het discours over kennis en vaardigheden in het onderwijs -
    de stem van Frank Furedi voor meer waardering van kennis - 3 april 2013




    ....Frank Furedi....


     

    The philistines have taken over the classroom

    De filistijnen hebben de klas ingepalmd


    ESSAY: How did we get to a situation where teachers are even more cavalier about knowledge and serious schooling than politicians are?

    Hoe komen we tot een situatie waarbij leraren zich meer bekommeren om kennis en ernstige schooling dan politici?



    “In essence, the main mission of education is to preserve the past so that the young have the cultural and intellectual resources they need to deal with the challenges of the future.”

    “In wezen is de belangrijkste opdracht van onderwijs het verleden in stand te houden opdat de jongeren kunnen beschikken over de culturele en intellectuele bronnen die zij nodig hebben om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan.”

    Frank Furedi



    Aanduiding van de inhoud:

    Engelse leraren verzetten zich bij de hervorming van de onderwijscurricula tegen een verminderen van de aandacht voor vaardigheden ten voordele van kennis.
    De auteur houdt een pleidooi voor waardering in het onderwijs van de verworvenheden uit het verleden als garantie voor de beheersing van de toekomst.

    Bijzonder lezenswaardig artikel in het Engels van een behoudsgezinde intellectuele denker uit de Angelsaksische wereld.


    Naar boven



  • “Ik ben een beetje de weg kwijt” - 'Rigtingbedonnerd' - een interview en twee recensies over Fred de Vries' boek 'Afrikaners. Een volk op drift' - april 2013

    Het boek is in het Nederlands en in het Afrikaans gepubliceerd in 2012. De titel in het Afrikaans is "Rigtingbedonnerd", in het Nederlands "Afrikaners. Een volk op drift".


    Nederlandse versie
    Versie in het Afrikaans


    Samenvatting

    `Wat neuk ons so met die Hollanders?' schreef Afrikaner Max Du Preez geërgerd. Behalve dat de taal overeenkomsten vertoont lijken Afrikaners in weinig meer op hun verre Europese neven en nichten.

    Afrikaners: ze delen een land, een cultuur en een taal, maar de diversiteit is groot, hun problemen zo mogelijk nog groter. Meer en meer worden ze verdrongen uit de Zuid-Afrikaanse maatschappij.
    Vanuit zijn fascinatie voor het land voerde Fred de Vries gesprekken met de meest uiteenlopende Afrikaners. Over de Boerenoorlog, politiek en racisme maar ook over de taal, muziek en literatuur. Hij bezocht blanke sloppenwijken en Afrikaander-emigranten in Australië. Het resultaat is een rijk portret van een volk dat is gehavend door het apartheidsverleden. Uiteindelijk belandt De Vries bij de hamvraag: Is er een plek voor blank in Zuid-Afrika?

    Interview

    In het Afrikaanse e-zine LitNet van 4 april lezen we een lang interview van Annemarié van Niekerk, een Afrikaanse academica en schrijfster, die in Den Haag woont met de Nederlandse auteur Fred de Vries, die dan weer in Zuid-Afrika gevestigd is.


       


    Het is getiteld "Annemarié van Niekerk gesels met Fred De Vries" Het begint zo.

    Fred, jou boek oor die Afrikaner vaar besonder goed in Nederland – jy is selfs vir twee belangrike pryse genomineer. Maar die Afrikaanse uitgawe is net so suksesvol. Ek was nogal nuuskierig oor hoe die boek deur die Afrikaanse gemeenskap ontvang sou word, en was verras oor die positiewe reaksies. My verrastheid was nie omdat ek dink die boek verdien nie ’n goeie ontvangs nie, maar omdat dit so ’n riskante ding was wat jy gedoen het – dit kon so maklik gebackfire het. Eerstens hou mense of volke of in groepe nie daarvan as buitestanders (of mense wat as buitestanders beskou word) hulself as sogenaamde kenners van so ’n groep “aanstel” nie. Dat buitestanders hoegenaamd waag om ’n mening oor so ’n groep uit te spreek, is soms selfs te veel om te verduur. Boonop was ons Afrikaner-volkie wat hierdie saak betref nog altyd hipersensitief. Was jy bewus daarvan dat die skryf van hierdie boek die betreding van ’n gevaarsone was?

    Ek het self ’n enorme hekel aan boeke van buitelanders oor Nederlanders, soos The UnDutchables; an observation of the Netherlands, its culture and its inhabitants van Colin White en Laurie Boucke. Toe ek buiteland toe gegaan het, het ek twee eksemplare daarvan by vriende gekry. Ek het daarin begin lees en onmiddellik kwaad geword. Waarmee bemoei hulle hulle? Wat weet hulle nou eintlik van Nederlanders, van die verskille tussen Rotterdammers en Amsterdammers en Eindhovenaars? Hoe kan hulle sonder om te blik of te bloos sulke algemeenhede oor ’n hele volk kwytraak?

    Ek dink nou ook aan daardie boek van Marcia Luyten wat onlangs verskyn het, Dag Afrika. Ek het, net soos jy, onmiddellik kwaad geword, eintlik ineengekrimp oor die meerderwaardigheid en beterweterigheid waarmee sy oor Afrika skryf. Miskien goed dat jy White en Boucke se boek gelees het voordat jy met jou eie Afrikaner-projek begin het.

    Ja, só ’n boek wou ek nie skryf nie. My idee was om so genuanseerd moontlik te kyk na die Afrikaners en wat met hulle gebeur het na 1990-1994. Daardie vroeë negentigerjare was sonder twyfel traumatiese jare vir die Afrikaner, om so in één klap alle politieke mag te verloor. Boonop het Afrikaners dit natuurlik nie al te maklik in die wêreld gehad nie. Apartheid was die laaste ideologie waaroor jy nog lekker in eenvoudige terme kon dink: swart was goed, blank was sleg. Daardie cliché wou ek afskiet. En ek wou Afrikaners self laat praat.

    Lees verder

    Een eerste recensie

    Afrikaners zijn de weg kwijt - of toch niet?

    Correspondent Fred de Vries over 20 jaar Zuid-Afrika 

    in KaapstadMagazine.nl


    Een tweede recensie

    Afrikaners. Een volk op drift – Fred de Vries

    4 februari 2013

    Het verleden poets je niet zomaar weg
    Recensie door Rein Swart

    in Literair Nederland


    Naar boven



  • De Woutertje Pieterselezing 2013
    n.a.v. de gelijknamige prijs voor het jeugdboek ‘Kelderleven’ 7-3-2013


Op donderdag 7 maart 2013 in Amsterdam kreeg tijdens een plechtige zitting Kristien Dieltiens de Woutertje Pieterseprijs toegekend voor haar opmerkelijk knappe jeugdboek ‘Kelderleven’. Over het boek en de schrijfster kunt u uitvoerig lezen, luisteren en kijken op de website van het Netwerk Didactiek Nederlands.

Majo De Saedeleer, zelf jeugdauteur en heel actief in de wereld van de jeugdliteratuur
hield er de Woutertje Pieterselezing 2013
‘Onder het donker de kleuren. Vetkrijtjes voor cultuuroptimisten.’
 
Wie even de tijd neemt om de volledige tekst te lezen, zal er achteraf zeker geen spijt van hebben, want de lezing bevat originele en zinvolle informatie

'Geachte dames en heren,

Omdat kinderboekenmensen en leesbevorderaars niet alleen maar jeugdliteratuur lezen, mag u de titel van mijn lezing zien als een kleine hulde aan A.F.Th. vander Heijden: 'Onder het plaveisel het moeras'. Maar jeugdliteratuurmensen en leesbevorderaars zijn het aan zichzelf verplicht optimistischer in het leven te staan dan de beoefenaars van de grote literatuur.
Daarom 'Onder het donker de kleuren'.

U kent de techniek die men vooral in kindertekeningen aantreft: hij bestaat eruit dat je twee lagen krijt en verf boven elkaar aanbrengt. De onderste laag breng je aan met vetkrijtjes en ze bestaat uit veelkleurige vlakken. Daarboven komt een laag zwarte verf die alle kleuren bedekt. In die zwarte laag wordt de tekening gekrast zodat de kleur weer te voorschijn komt. Het zwart versterkt de felheid van de kleur. Om kleur te zien heb je licht nodig, maar om kleur te waarderen heb je donker nodig.

Toen de Vlaamse Stichting Lezen nog jong was, zo'n goede 10 jaar geleden, voelden we de behoefte aan een soort charter voor onze vereniging, een geloofsbrief. Wat waren onze beweegredenen, waarop zouden we onze acties baseren, waaraan zouden we plannen toetsen, waaraan zou men de acties van Stichting Lezen kunnen herkennen? Het moet 2004 geweest zijn toen ik onze Gouden Regels voor het eerst aan een publiek presenteerde. Het waren er 11. Ongeveer evenveel als er toehoorders in de zaal zaten. Gaandeweg kregen we meer toehoorders en minder Gouden Regels. In onze brochure van 2006 waren ze gereduceerd tot 5.
Een charter is geen wet. We zouden wel een heel starre vereniging zijn als we onze uitgangspunten niet af en toe opnieuw toetsten. (Het is wel eens gebeurd dat ik in plaats van 'vereniging' 'verenging' typte. Daar moet een mens mee oppassen)'

Lees verder


Naar boven



  • Dit lifestyle-project kan de massa niet overtuigen - Kevin Absillis (UA) over België - interview in Doorbraak - maart 2013

    Peter De Roover en Dirk Rochtus interiewen Kevin Absillis, literatuurwetenschapper UAntwerpen, over de relatie tussen schrijvers en de natie waarvan ze deel uitmaken.

Doorbraak: Hendrik Conscience werd geboren op 3 december 1812 en dus vierden we vorig jaar zijn 200ste geboortedag. Was dat de aanleiding voor het schrijven van het essay? Of zat er meer achter?

Kevin Absillis: 'De heisa in oktober rond het eventuele herdopen van het Pieter De Coninckplein in Antwerpen zette me aan het denken. Ongetwijfeld wilde de culturele wereld een goedbedoelde hulde brengen aan de dichter Herman De Coninck maar evengoed hoopte men natuurlijk om Bart De Wever als aanstaande burgemeester van Antwerpen uit zijn tent te lokken. Dat dit voorstel een hoofdpersonage uit Consciences De leeuw van Vlaenderen (1838) naar de vergeetput zou verwijzen, getuigt volgens mij van de krampachtige manier waarop een links-progressieve bovenlaag omgaat met haar eigen culturele erfgoed. Ik heb familiaal geen enkele band met het Vlaams-nationalisme, en heb er als burger weinig affiniteit mee. Als literatuurwetenschapper bestudeer ik echter hoe literatuur een belangrijke rol speelt in het verbeelden van naties. De manier waarop vele kunstenaars en opiniemakers zich tegenwoordig uitlaten over Conscience – "we hebben het wel gehad met die onleesbare auteur" – vind ik op zijn zachtst gezegd intellectueel weinig stimulerend.'


Lees verder…


Naar boven



  • Universiteitsstudenten krijgen niet genoeg algemene vorming, zegt vicerector Melis - Nieuw vak leert studenten over muur kijken -
    Veto 3913 - 11 februari 2013

De KU Leuven werkt aan een nieuw universiteitsbreed vak dat de voorlopige naam Mens- en Wereldbeelden draagt. In dat vak zullen studenten over de muurtjes tussen de universitaire disciplines leren kijken. In eerste instantie zou het gaan om een keuzevak, maar de bedoeling is dat op termijn elke universiteitsstudent het vak volgt.

Jelle Mampaey

De Leuvense universiteit denkt na over een vak waarin studenten in aanraking komen met kennis uit andere studierichtingen. De voorlopige naam van het vak is Mens- en Wereldbeelden. Het vak zou in eerste instantie een keuzevak zijn, maar het lijkt de bedoeling te evolueren naar een universiteitsbreed plichtvak dat complementair is met de bestaande vakken Religie, Zingeving & Levensbeschouwing (RZL) en Wijsbegeerte. Ludo Melis, vicerector Onderwijsbeleid: "Het is de bedoeling dat het vak op termijn een vanzelfsprekend onderdeel van een opleiding vormt."

“We willen studenten leren om over de muren tussen verschillende disciplines te kijken,” zegt Melis. “Er wordt al lang gezegd dat universitaire studies in zekere mate te kort schieten op het vlak van algemene vorming. Ook in de middelbare school is er vaak niet genoeg aandacht voor algemene vorming.”

Lees verder

Naar boven


  • De nieuwe universiteit volgens de nieuwe emeriti van de VUB

    De profesoren Eric Corijn, Marc Elchardus, Benjamin Van Camp en Jef Vuchelen, allen geboren in 1946 of 1947 gaan begin 2013 met emeritaat. "Gouden generatie, gouden pensioen," titelt De Standaard in een interview in de krant van 7-8 januari 2013. En nog: "Zij kijken om in verwondering". Hun kijk op de universiteit van nu is voor onze websitebezoekers wellicht interessant.

    Zeker is: de universiteit is lang niet meer de autoritaire antiquiteit waar de babyboomers hun opwachting maakten. 'Benoemingen gebeuren nu veel kritischer', zegt Jef Vuchelen. 'Professoren worden geëvalueerd, de transparantie is veel groter, studenten krijgen veel meer te zeggen.'

    Maar alle vier zijn ze het er ook over eens dat de universiteit nu een bureaucratische machine is geworden, die aanstuurt op een zo groot mogelijk kwantitatieve productie. 'Dat zie ik ook aan het personeel dat daarin gedijt,' stelt Eric Corijn vast, 'dat zijn veeleer vakexperts dan intellectuelen.' Kwantiteit boven kwaliteit, beaamt ook Ben Van Camp.

    'Academici moeten zoveel mogelijk artikels produceren,' zegt Vuchelen, 'maar of dat dan relevante publicaties zijn, vraagt niemand zich nog af. Een risico nemen om een nieuwe idee te ontwikkelen, doet niemand nog, want dat wordt toch niet beloond. Tegelijk is aan de universiteit iedereen een concurrent van elkaar geworden, wat het interne gesprek en de uitwisseling van ideeën in de weg staat.'

    'En dat is zelfs geen voorwerp van discussie,' gaat Van Camp verder. 'Door de massificatie gaat het onafhankelijke en zelfstandige denken erop achteruit. De opleidingen zijn goed, maar de diploma's zijn in waarde genivelleerd. En dan is er nog de toenemende reglementering door de overheid, wat de autonomie van de universiteiten aantast.'

    Mark Elchardus nuanceert: luie professoren krijgen nu, anders dan vroeger, geen kans meer, en 'dat was niet mogelijk zonder een zekere bureaucratisering en competitie. Maar die zijn misschien doorgeslagen. De evaluatiesystemen dreigen de intellectuele functie van de universiteit te versmachten en jagen jong talent weg.'

    'Doorgeslagen' - het woord valt ook bij Vuchelen en Van Camp. Ook als het over studenten gaat, die nu over veel duidelijkere rechten beschikken, maar, zo luidt de kritiek, zich erdoor te veel als contractant en consument gedragen. Vuchelen vraagt zich af of studenten zich wel genoeg bezinnen over hun plichten, 'want tenslotte is het de gemeenschap die hun opleiding betaalt.' Van Camp ziet dat ze nu, door de spreiding van de examens, continu moeten studeren en minder tijd hebben voor het oude studentenbestaan - en voor politiek engagement, aldus Corijn.

    Diezelfde spreiding doet Van Camp eraan twijfelen of studenten nog wel greep kunnen krijgen op de samenhang van de kennis. Corijn wijst ook op de individualisering: elke student kan zijn eigen pakket samenstellen en die vakken in een eigen tempo volgen. 'Dat maakt de universiteit tot een supermarkt, waar elke student zijn credits op een spaarkaart verzamelt.' Hij gelooft ook niet echt dat de universiteit is gedemocratiseerd; ze is veeleer 'gemassificeerd'. Jef Vuchelen deelt die analyse: studenten komen nog altijd overwegend uit de middenklasse.

    Elchardus wanhoopt niet. 'Studenten werken nu harder, zijn opener, en drukken zich beter uit, al schrijven ze wel wat meer dt-fouten. Ik had elk jaar een duizendtal studenten en heb ze mettertijd zien verbeteren. Ik werkte graag met deze veelal open, kordate en enthousiaste mensen.'

    (Interview Marc Reynebeau)

  • Naar boven


  • Dankwoord van Leonard Nolens bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren op 30-11-2012

    Dank voor dank

 ‘Wij vieren vandaag in u het meest sublieme dat de Nederlandse taal voortbrengt: een groot dichter', zo prees minister Pascal Smet Leonard Nolens op de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren op 30 november in Amsterdam. Wij sluiten samen met DSL 2012 af met het dankwoord dat de dichter uitsprak voor die prestigieuze bekroning van zijn hele œuvre.

Lang geleden, een bliksemflits, maar lang geleden hebben mensen spelenderwijs en streng hun best gedaan om mij te leren spreken, en als ik aandachtig luister doen zij dat nog steeds. Ik vond het als kind blijkbaar de moeite waard hun woorden in de mond te nemen en zo verstaanbaar mogelijk aan hen terug te geven. Ik kreeg woorden en hele zinnen cadeau, en door mijn al dan niet aangeboren verlangen om te leren spreken schonk ik die woorden en zinnen terug. Dat is, als ik daar even bij stilsta, als ik daar een leven lang bij stilsta, een wonderlijke handeling, want zo bekeken is ieder woord formeel een dankwoord.
Danken is overigens etymologisch afgeleid van denken. Er vindt in alle spreken spontaan of bewust en gewild of ongewild een dankzegging plaats.

Lees verder


Naar boven



 

  • Van oorlog naar vrede - H. Van Rompuy en J.M. Barroso n.a.v. de Nobelprijs voor de EU

    Bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo legden EU-kopstukken Herman Van Rompuy en José Manuel Barroso uit waarom ze fier zijn Europeaan te zijn.

    Oorlog is zo oud als Europa. Ons continent draagt de littekens van speren en zwaarden, kanonnen en geweren, loopgraven en tanks. In 1940 moest mijn vader, toen zeventien jaar oud, zijn eigen graf graven. Hij is eraan ontsnapt. Anders was ik hier niet vandaag. Na twee verschrikkelijke oorlogen die ons continent en de hele wereld hebben overspoeld, is Europa tot duurzame vrede gekomen.

    In de grauwe dagen na de oorlog voelden velen hun hart beklemd door rouw en wrok. Het was dus een gewaagde stap voor de initiatiefnemers van Europa om te zeggen: ja, wij kunnen deze eindeloze cyclus van geweld doorbreken, wij kunnen een einde maken aan de logica van vergelding.Verzoening is wat deze vrede zo bijzonder maakt. Verzoening gaat verder dan vergeten en vergeven, of simpelweg een bladzijde omslaan. ...

    Lees verder


    Naar boven




  • Redenen waarom wiskunde zo geweldig is.
    Ode aan een berucht schoolvak 8-9-2012


    Terwijl het debat over de kwaliteit van ons wiskunde-onderwijs weer volop woedt, vertellen kenners en liefhebbers wat hen zo aanspreekt in het vak waar velen gillend van weglopen. ‘Een mooi bewijs is als een grap die goed wordt verteld.' Joël De Ceulaer

    Je wordt er blij van

    Ze worden er soms lyrisch van, zo mooi is hun vak, zo elegant de bewijzen. De Amerikaanse wiskundige John Allen Paulos vergelijkt een goed bewijs met een goede grap. ‘De schoonheid van een wiskundig bewijs berust er tot op zekere hoogte op hoe elegant en beknopt het is', schrijft hij in Wiskunde en humor. ‘Een stuntelig bewijs voert allerlei overwegingen van buitenaf ten tonele en is wijdlopig of omslachtig. Zo is een grap ook niet leuk meer als hij niet goed wordt verteld, er te veel overbodige details aan worden toegevoegd of op een beeld berust dat veel te ver is doorgevoerd.'
    ‘Ik kan blij worden van een mooi bewijs', zegt Ionica Smeets, het Nederlandse wiskundemeisje dat samen met Jeanine Daems een boek schreef dat wiskunde sexy wil maken: Ik was altijd heel slecht in wiskunde. ‘Als je een tekst schrijft, zoek je naar het juiste woord, maar je kunt altijd nog een beter woord vinden. Als je een wiskundig bewijs ziet, weet je meteen dat het perfect is, dat het nooit zal veranderen. Het bewijs dat de vierkantswortel van twee niet kan worden geschreven als een breuk van gehele getallen, bijvoorbeeld, is van een zuiverheid waar ik heel enthousiast van word.'



    Fractalen

    De sterke verhalen zijn talrijk

    Aan die vierkantswortel van twee kleeft een leuke anekdote. Pythagoras, bekend van de gelijknamige stelling, was in het oude Griekenland een ware sekteleider. ‘Hij ging ervan uit dat het hele universum bestaat uit getallen en de verhouding tussen gehele getallen', vertelt oud-leraar Rik Verhulst, die met In de ban van wiskunde een prachtig geschiedenisboek schreef over zijn vak. ‘Nu wist Pythagoras zelf wel dat de vierkantswortel van twee niet kan geschreven worden als een breuk van gehele getallen – dat kon hij afleiden uit zijn eigen stelling. Maar dat moest geheim blijven, anders zou zijn hele wereldbeeld gekelderd worden. Toen een van zijn volgelingen ermee dreigde het geheim te onthullen, werd die uit een boot gegooid en verdronken.'
    Aan sterke verhalen geen gebrek. Neem nu dat over het 19de-eeuwse genie Carl Friedrich Gauss. Als tienjarig jongetje kreeg hij van zijn leraar de vraag of hij alle getallen van 1 tot en met 100 kon optellen. Het kostte hem, tot verbijstering van die leraar, maar een paar seconden: 5050, wist hij. Gauss had in gedachten alle getallen van 1 tot en met 50 boven de getallen van 100 tot en met 51 gezet. De som is dan telkens 101 (1 + 100, 2 + 99, enzovoort), en 101 maal 50 is 5050.
    Of denk aan de Britse wiskundige G.H. Hardy die op bezoek ging bij zijn leerling Srinivasa Ramanujan. Om het ijs te breken zei Hardy dat hij een taxi had genomen met een bijzonder saai nummer: 1729. ‘Dat is helemaal geen saai nummer', riep Ramanujan meteen. 'Het is het enige getal dat op twee verschillende manieren kan worden geschreven als een som van twee derdemachten.' Voor de liefhebbers: 1729 = 1³ + 12³ en 9³ + 10³.

    Het wapent je tegen denkfouten

    John Allen Paulos heeft er een boek over geschreven: Ongecijferdheid, de wiskundige tegenhanger van analfabetisme. Volgens hem worden ongecijferde mensen ‘gekenmerkt door de neiging om alles heel subjectief te beleven – te worden misleid door hun eigen ervaringen of door de media, die zich meestal richten op mensen en sensatie'.
    Filosoof en wiskundige Jean Paul Van Bendegem geeft een voorbeeld. ‘Onlangs las ik in de krant dat Mohammed tegenwoordig de meest voorkomende naam is in Gent. De spontane reactie van veel mensen zal zijn: oei, de islamisering rukt op. Tot je beseft dat de naamgeving in de islamitische cultuur veel uniformer is dan bij ons. Wij sloven ons uit om onze kinderen een zo origineel mogelijke naam te geven, hoe zeldzamer hoe liever. Uit die ranglijst van populaire namen kun je dus niet besluiten dat er in absolute getallen meer moslims worden geboren. Dat is toch een fundamenteel inzicht.'
    Wie een minimum aan wiskundig inzicht heeft, wordt minder snel voor de gek gehouden, weet ook Ionica Smeets. ‘Mensen, ook journalisten, hebben snel de neiging om van een correlatie een causaal verband te maken. Als twee fenomenen zich tegelijk voordoen, is de verleiding groot om te denken dat het ene veroorzaakt wordt door het andere. Maar meestal is dat niet zo. Er zijn bijvoorbeeld mensen die geloven dat kindervaccins autisme veroorzaken, omdat de opmars van de vaccinatie gelijke tred houdt met het toenemende aantal diagnoses van autisme. Maar dat verband is puur toeval, het ene heeft niets met het andere te maken.

    Het is goed voor je burgerschap

    Peilingen zijn nog zo'n probleem. Journalisten, vinden zowat alle kenners, hechten te veel belang aan kleine verschuivingen, en laten de foutenmarge buiten beschouwing. En die is essentieel. In plaats van elke partij een percentage toe te kennen, zou het beter zijn om elke partij een procentuele vork te geven: partij X haalt in deze peiling tussen de 10 en de 14 procent van de stemmen. Dat zou correcter zijn.
    Een beetje wiskundig inzicht is gezond voor het burgerschap, vindt Van Bendegem. ‘Zo is het interessant om te weten dat geen enkele stemprocedure perfect is. Als je dezelfde mensen met dezelfde voorkeur laat stemmen volgens een andere procedure, zal de uitslag niet dezelfde zijn. Er is zelfs een principieel probleem met collectieve besluitvorming. Als drie mensen (1, 2 en 3) drie partijen moeten rangschikken in volgorde van voorkeur (A, B en C) en 1 verkiest A boven B boven C, en 2 verkiest B boven C boven A en 3 verkiest C boven A boven B, dan verkiest de groep dus A boven B boven C boven A.'
    ‘Wiskunde is de discipline bij uitstek waarbij je leert om correct te redeneren', zegt hoogleraar Paul Igodt, voorzitter van de Vlaamse Wiskunde Olympiade. ‘Een bewijs is een manier om uit bekende uitgangspunten via geijkte regels een geldige conclusie te trekken. Dat is ook in andere domeinen erg belangrijk, bijvoorbeeld in politieke debatten. Wiskunde traint je daarin.'

    Het kan je geld besparen

    Econoom Geert Noels gebruikt graag de oneliner dat de Lotto een belasting op domheid is. En die oneliner klopt, zal elke wiskundige bevestigen. ‘Ik gebruik het voorbeeld vaak in mijn lessen', zegt Van Bendegem. ‘Stel u voor dat u één bepaalde persoon zoekt in Brussel, waar een miljoen mensen wonen. En dat u, om die persoon te vinden, laten we hem Jean Van de Velde noemen, zomaar wat in het wilde weg door de stad begint te wandelen en dan ineens halt houdt voor een deur, aanbelt en verwacht dat Jean Van de Velde opendoet. Toch is de kans dat dat lukt vijf keer groter dan de kans dat je de Lotto wint.'

    Je kunt er rijk mee worden

    Nee, dan kunt u beter wiskunde gaan studeren en uw tanden zetten in een van de beroemde en beruchte Millenniumproblemen: grote, eeuwenoude vraagstukken uit de wiskunde waarop nog niemand een antwoord heeft gevonden. Het Amerikaanse Clay Mathematics Institute heeft voor elk van die problemen een miljoen dollar uitgeloofd. Twee jaar geleden werd dat bedrag vrijgemaakt voor de Rus Grigori Perelman, die de wiskundige wereld met verstomming had geslagen door het legendarische Vermoeden van Poincaré te bewijzen. Alleen was Perelman niet geïnteresseerd in het geld, waarmee hij het cliché van het wereldvreemde, ietwat zonderling wiskundegenie vlot bevestigt. Men vermoedt dat Perelman, die momenteel spoorloos is, ondertussen al broedt op een van de overblijvende problemen.
    ‘Het lijkt allemaal vrij esoterisch', zegt Van Bendegem. ‘Maar ik durf de uitdaging aan om uit te leggen aan een breed publiek waar die problemen over gaan en wat we eraan kunnen hebben. Een van de problemen, de zogenaamde Riemannhypothese, heeft bijvoorbeeld te maken met de verdeling van priemgetallen over de totale verzameling: hoe groter de priemgetallen, hoe zeldzamer ze worden. Als iemand die Riemann-hypothese ooit bewijst, zal dat een grote impact hebben op de codes die vandaag worden gebruikt op het internet.'

    Zelfs het nutteloze is nuttig

    Zelfs pure schoonheid vindt vroeg of laat een toepassing. Eeuwenlang waren die priemgetallen bijvoorbeeld het wiskundige equivalent van l'art pour l'art. Prachtig en elegant en om blij van te worden, maar: nutteloos. Tot men erachter kwam dat ze uitermate geschikt zijn om boodschappen veilig te coderen. Het principe berust op het feit dat elk getal maar op één manier kan worden ontbonden in priemfactoren: elk getal kan op precies één manier geschreven worden als het product van priemgetallen. Als men extreem grote getallen neemt die het product zijn van slechts twee extreem grote priemgetallen, is het quasi onmogelijk om te achterhalen wat die priemgetallen zijn. Ideaal om een boodschap te coderen, dus: het grote getal kent iedereen, die twee priemgetallen kent alleen de ontvanger van de boodschap, bijvoorbeeld de bank.
    ‘En er zijn nog wiskundige fenomenen die vandaag een toepassing hebben gevonden die niemand ooit had kunnen vermoeden', zegt Van Bendegem. ‘Denk aan fractalen of wavelets: die zijn ook al veel langer bekend, maar worden pas sinds kort gebruikt om beelden te comprimeren.'

    De hele wereld verwiskundigt

    Wiskunde duikt overal op. ‘Onze wereld is aan het mathematiseren', zegt Paul Igodt. ‘In steeds meer sectoren speelt wiskunde een steeds grotere rol. Daarom is het zo belangrijk dat wij onze jongeren blijven uitdagen om zich erin te bekwamen. Vandaag investeren vooral China en India in hun knapste koppen. Europa mag niet op zijn lauweren rusten. Het is een nogal mercantiel argument, daarvan ben ik mij bewust, maar dat telt toch ook.'

    Je kunt er mensen mee vermaken

    Een doorsnee familiefeest met een dikke twintig man, meer hebt u niet nodig. Vraag uw publiek hoe groot de kans is dat in die groep minstens twee mensen op dezelfde dag jarig zijn. Klein, zal iedereen denken. Maar in een groep van 23 mensen is die kans al groter dan één op twee. Probeer het eens: vraag aan iedereen om zijn of haar verjaardagsdatum luidop prijs te geven en wacht tot iemand roept: ‘Dan verjaar ik ook.' ‘Vanaf groepen met zestig man is de kans bijna honderd procent', zegt Rik Verhulst. ‘Dat is tegenintuïtief, maar toch klopt het.'

    God is zelf een wiskundige

    Niet alleen de wereld, het hele universum gehoorzaamt aan wiskundige formules. Vreemd, want wiskunde is een menselijke uitvinding en het heelal niet. Wiskunde, vond de Hongaars-Amerikaanse fysicus Eugene Wigner, is ‘onredelijk effectief' om te verklaren hoe de werkelijkheid in elkaar zit. ‘En dat klopt', bevestigt Verhulst. ‘Het Higgsdeeltje, om een recent voorbeeld te geven, werd in de jaren zestig al voorspeld, het kwam toen al tevoorschijn uit de wiskundige formules van de natuurkunde. Zo zijn er in de loop der eeuwen veel theoretische voorspellingen gedaan op basis van louter wiskunde, die later natuurkundig bleken te kloppen.'
    Vreemd is dat eigenlijk niet, vindt Verhulst. ‘De mens is het product van de evolutie', zegt hij. ‘Ook ons brein. Het is niet zo verwonderlijk dat redeneerpatronen die gedeeltelijk aangeboren zijn, overeenstemmen met de manier waarop de wereld in elkaar zit. De wiskunde toont aan dat wij de diepe kenmerken van het universum in ons dragen.'


    Naar boven


 

  • Anna Enquist schrijfster en psychotherapeut

    Thuis was er respect voor het verstand

    Mijn vader was hoogleraar natuurkunde. Ik groeide op tijdens de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Over de bezetting werd nooit gepraat, maar het was wel duidelijk dat iedereen fanatiek toekomstgericht was. Al zit het in mijn natuur alles wat ik doe degelijk te willen doen, mijn jeugd in de jaren vijftig is daar toch ook erg bepalend in geweest.

    Als je hersens had, moest je naar de universiteit

    Dat zeiden mijn ouders en mijn leraren. Hoewel ik eigenlijk pianist wou worden, liet ik mijn oren daar maar naar hangen. En dus deed ik eerst psychologiestudies voor ik naar het conservatorium ging. Toen ik aan de slag kon bij het Nederlands Psychoanalytisch Instituut, dacht ik: word eens volwassen en klapte de piano dicht. Niet veel later begon ik, door het gemis van die uitlaatklep, gedichten te schrijven.

    Die combinatie van jobs hoort bij mij

    Als ik voor een boek zoals Het geheim of Contrapunt piano moet studeren, vind ik dat heel prettig. Wat al mijn bezigheden gemeen hebben, is het oor. Je moet goed kunnen luisteren als je met een patiënt praat, als je piano speelt én als je het ritme van je zinnen wilt doen kloppen.

    Pas na de dood van mijn dochter ging ik weer pianospelen

    Dat was het enige wat ik op dat moment kon; ik ben toen even met mijn psychotherapiepraktijk gestopt. Een aantal jaren na het verlies kwam het verlangen om over mijn dochter te schrijven. De directe emoties had ik al kwijt gekund in de dichtbundel De tussentijd, maar voor dit verhaal wou ik een goede vorm vinden. Toen ik de Goldbergvariaties van Bach instudeerde, een verzameling van korte stukken, bleek dat het ideale vehikel. Het mocht niet sentimenteel of larmoyant worden. Als je je houdt aan de structuur van zo’n heel hecht muziekwerk, kun je niet uit de bocht vliegen.

    De schoonheid van kunst zit in het evenwicht tussen inhoud en vorm

    Bach en Mozart kun je blijven spelen, dat verveelt nooit. Komt omdat de structuur bij hen zo mooi is. De gevoelens zijn ingekaderd.

    Mijn patiënten willen genezen, maar daar draait het helaas niet om

    De therapie dient om de pijn te erkennen en te kijken hoe je er op een gezonde manier mee verder kan. Tegenslagen worden makkelijker om dragen als je beseft dat ze bij het leven horen. Dat is de realiteit.

    Tijd heelt de wonden niet

    Als je een kind verliest, merk je dat je na verloop van tijd toch weer een leven opbouwt en aan dingen plezier beleeft. Toch ben je er niet op uit om de pijn te helen. Het verdriet is immers wat je bindt met dat kind.

    Vroeger had ik met elk boek een plan

    Tegenwoordig rem ik mezelf meteen af als ik een idee krijg. Er is een soort vermoeidheid ingeslopen. We krijgen binnenkort een kleinkindje. Laat ik daar maar wat ruimte voor maken. We zien wel wat er komt.
    Traditie is een houvast

    Kinderen vinden alles wat terugkeert leuk: de vaste feestdagen, altijd dezelfde taart op verjaardagen… Die tradities geven hun een gevoel van overzicht in het warrige tijdsverloop. Tradities houden ook het verleden bij. Als je de band met de geschiedenis verliest, ben je zonder wortels.

    Tekst Peter Van Dyck

    Knack Weekend april 2012.


    Naar boven



  • 'Economie is een voortzetting van de literatuur'. Interview met Arnon Grunberg

Ter gelegenheid van het eerste lustrum van het Tilburgse departement van de menswetenschappen  gaf Arnon Grunberg op 7 november een lezing in de aula van het Cobbenhagengebouw. Univers stelde de beroemdste schrijver van Nederland een paar vragen na afloop.

In zijn lezing, getiteld Het Noodlot, vraagt Grunberg zich af wat de ethiek van Spinoza nog kan betekenen voor de moderne mens. Spinoza was een kind van de Verlichting en geloofde er heilig in dat mensen in staat zijn om een gelukkig en deugdzaam leven te leiden. Dan moeten we wel even onze hartstochten onder controle krijgen en ons bevrijden van alle onware ideeën. ‘Kunnen we dat, en willen we dat?’ vraagt Grunberg zich af.
Grunberg vergelijkt in zijn lezing de moderne mens met Swann, een personage van de Franse schrijver Marcel Proust. Swann laat zich in de liefde vooral leiden door gevoelens als jaloezie en wantrouwen, en bouwt zo hele fantasiewerelden op. De moderne mens lijkt verdacht veel op dit personage, vindt Grunberg. ‘Wij vrezen voortdurend bedrogen te worden en geloven heilig in onze verbeelding. Wij zijn allemaal producenten van fictie.’ De moderne mens verheerlijkt volgens Grunberg het sentiment. Het is te laat om nog terug te keren naar het Spinozistische geloof in dé waarheid.  ‘Het lachwekkende is ons noodloot,’  besloot Grunberg zijn lezing.

Een van de aanwezigen op uw lezing twitterde na afloop: ‘Als Grunberg een serieuze voordracht houdt, klinkt hij als Beatrix tijdens de troonrede, lijkt het wel.’ Is onze Koningin een voorbeeld voor u?

“Ik heb nog nooit geen serieuze voordrachten gehouden. Ik vermoed dat de twitteraar het over mijn dictie had, ik praat inderdaad geen Limburgs. Maar zoals W.F. Hermans al zei is het Nederlands feitelijk een dialect van het Duits, zoals het Zwitserduits dat ook is. Er is veel voor te zeggen de troonrede vanaf nu in het Duits te houden. En Nederland zou wat mij betreft net als Noordrijn-Westfalen een deelstaat van Duitsland mogen worden. Dat is voor alle betrokkenen het beste. Hiermee heb ik uw vraag over de koningin ook beantwoord denk ik.”

Na de lezing ging u in debat met een aantal studenten filosofie. Er heerste nogal wat spraakverwarring. Literatuur en filosofie hebben veel met elkaar gemeen, maar zijn de verschillen niet groter?

Ik meen dat ik dat ook in mijn lezing heb gezegd. Maar ik geloof dat we geen verregaande conclusies moeten verbinden aan de milde spraakverwarring die af en toe leek te heersen. Volgens de Zuid-Afrikaanse schrijver Coetzee hebben de filosofie en de literatuur elkaar nodig, maar waarschijnlijk is een huwelijk zonder spraakverwarring onmogelijk.”

U wantrouwt de rede, zei u in uw lezing. Betekent dit ook dat u de wetenschap wantrouwt?

“Ik geloof dat de wetenschap niet altijd kritisch genoeg is tegenover zichzelf.”

De geesteswetenschappen staan tegenwoordig onder druk. Wat is het nut ervan, vragen sommigen zich af. Wat denkt u ervan, kunnen we de hele handel niet beter opdoeken?

“O nee, laat ze vooral voortbestaan. Ze zijn nuttig om kennis te nemen van de traditie en die voort te zetten. Ik vrees dat hun zwakte ligt in een halfslachtige poging wetenschappelijker te lijken dan ze zijn, of zich onder druk van managers te moderniseren.”

U zei in uw lezing dat het maar de vraag is of Economie, en andere wetenschappelijke disciplines, wel zo wetenschappelijk zijn. De vraag rijst of ze niet eerder een voortzetting van de literatuur zijn via andere middelen. Kunt u dit nader toelichten?

“Economen als Krugman zetten zelf vraagtekens bij de wetenschappelijkheid van hun wetenschap. We kunnen en moeten ons dan afvragen wat dat gedeelte van de economie is dat niet wetenschappelijk is. Indachtig de woorden van Socrates dat schrijvers op waarzeggers lijken, leek me de economie de voortzetting van de literatuur.”

Zijn wetenschappers eigenlijk niet de meest tragische figuren van onze tijd? Druk zoekend naar dé waarheid, die al sinds een paar decennia is afgeschaft?

“Is de waarheid echt afgeschaft? Volgens mij zijn wetenschappers vooral bezig met hun carrière. Gingen ze maar op zoek naar de waarheid, zou ik bijna zeggen.”

‘Het lachwekkende is ons noodlot,’ besloot u de lezing. Is het bestaan voor u één grote, goddeloze komedie?

“‘Goddeloosheid’ is in de context van Spinoza ingewikkeld, want het ‘goddelijke’, als ik hem goed begrijp, is immers alles. Een komedie wel degelijk, maar daarmee ook een tragedie.”

Bron: Univers online – Onafhankelijke website van de Universiteit van Tilburg



Naar boven



  • Martin Jacques: Understanding the Rise of China - De opkomst van China begrijpen (podcast 24-1-2011)

    De economist Martin Jacques gaf een redevoering in het TED Salon in Londen. Hij vraagt zich af: Hoe geven we in het Westen betekenis aan de fenomenale opkomst van China? De auteur van “When China Rules the World” (Als China de wereld overheerst), onderzoekt waarom het Westen dikwijls onbegrip heeft voor de groeiende macht van de Chinese economie. Hij presenteert drie bouwstenen om te begrijpen wat China is en wat het zal worden.

    TEDTalks is een dagelijke video podcast van de beste toespraken en optredens van de TEDConference, waar de leidende denkers en doeners van de wereld in 18 minuten hun allerbeste redevoering brengen.


    http://www.youtube.com/watch?v=imhUmLtlZpw 24'


    Naar boven



  • De toekomst die wij willen - red. commentaar Alma De Walsche in MO juni 2012

Het mondiaal magazine MO besteedt in zijn juni-nummer 2012 ruime aandacht aan de VN-top van 20 tot 22 juni in Rio de Janeiro over duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Die conferentie staat volkomen in het teken van de groene economie.
Het redactioneel commentaar op pagina 4 van journaliste Alma De Walsche geeft een samenvattende en beklijvende kijk op de huidige wereldsituatie en de mogelijke evolutie in de komende decennia.

 

Precies veertig jaar geleden, in 1972, publiceerde de Club van Rome Grenzen aan de groei.
Kort samengevat kwam de boodschap erop neer dat als we zo doorgaan met groeien en als landen als China onze levensstandaard overnemen, de natuurlijke hulpbronnen snel uitgeput zullen zijn en de industriële groei zal stilvallen; 2030 werd naar voor geschoven als het keerpunt. Vandaag stevenen we af op het geschetste scenario. De schaarste aan grondstoffen drijft de prijzen de hoogte in en de klimaatopwarming zet zich door. We hebben een punt bereikt in de geschiedenis waarop de voorwaarden voor ontwikkeling – namelijk het functioneren van het systeem aarde zoals we dat tot nu toe gekend hebben – in gevaar is, zo waarschuwt de International Council for Science. Het financiële systeem kraakt, de economie stagneert en we zinken dieper en dieper weg in de crisis.

Ook in Europa snijdt die diep, in Griekenland, Spanje, Portugal en ook bij ons. Het is een crisis die onze welvaart bedreigt en onze levenskwaliteit aantast. In minder dan vijf jaar is dit oude continent in de greep gekomen van werkloosheid, armoede en sociale onrust en willen ontelbare getalenteerde jonge mensen hun thuisland verlaten, op zoek naar betere oorden.

Economen voorspellen dat het een decennium of drie kan duren voor we hier doorheen gesparteld zijn. Dertig jaar. Dan zullen mijn kinderen mijn leeftijd heben. Het zijn voor hen de jaren die algemeen beschouwd worden als “de schoonste jaren van je leven”, de jaren die je leven vormgeven en op de sporen zetten. Ze zullen het niet makkelijk hebben, hoezeer we hen ook alle kansen hebben willen geven om zich te ontwikkelen en om gelukkig te zijn. Het is helemaal niet zeker dat ze een vaste baan vinden, betaalbaar kunnen wonen, kunnen terugvallen op de sociale zekerheid die wij genoten, dat ze kunnen leven in een democratische samenleving waarin het goed toeven is.

Hoewel het besef van die veelvoudige crisis stilaan doorsijpelt, valt te betwijfelen dat we snel genoeg reageren, aldus Jorgen Randers, wetenschapper van de Club van Rome in zijn recente rapport Een globale vooruitblik voor de komende veertig jaar. De conclusies waar Randers toe komt, zijn niet meteen geruststellend: ‘Onze consumptiedrang en ons kortetermijndenken verhinderen ons krachtdadig te reageren en diepgaande veranderingen te realiseren. De voorbije veertig jaar zijn er meer dan 900 milieuverdragen opgesteld, maar de aftakeling van de planeet gaat door. Het ziet er niet naar uit dat regeringen de nodige regelgeving zullen doorvoeren om de markten te dwingen meer geld te investeren in klimaatvriendelijke oplossingen. En regeringen moeten vooral niet denken dat de markten zullen werken in het belang van de mensheid’, aldus Randers.

Op de conferentie Rio+20 van 20 tot 22 juni is het thema ‘groene economie in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding’. Het VN-ontwikkelingsprogramma UNEP hoopt een manier te vinden om uit de economische crisis te geraken. In de aanloop naar de conferentie is gebleken dat de overheden helemaal niet wakker liggen van de bijeenkomst en dat de VN vooral vertrouwen op de privésector en op marktmechanismen om uit de crisis te geraken. Het is een gevaarlijke piste.

De Braziliaanse econoom Marcos Arruda verwoordt het zo: ‘De globale economie, die een ontwikkelingsmodel volgt dat gebaseerd is op onbegrensde groei, de vrije markt, de maximalisatie van winst en concentratie van macht en middelen, heeft een structureel probleem om “groen” te worden. Wat bedrijven ook beslissen om te doen op het vlak van sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid kan heel belangrijk zijn, maar het volstaat niet. De logica van de markt laat geen ruimte voor eerlijkheid, rechtvaardigheidsprincipes en de draagkracht van de aarde.’

De verschillende initiatieven in de aanloop naar Rio komen tot de gemeenschappelijke vaststelling dat wat we nodig hebben een nieuwe vorm van mondiaal beheer is. Rio+20 is een unieke kans om daar nieuwe grondvesten voor te leggen, zo klinkt het. Om werk te maken van een “herstichting” van het mondiale bestuur en om een langetermijnvisie te ontwikkelen, om de wereldgemeenschap te coachen bij de noodzakelijke transities die ons te wachten staan. Laat Rio+20 een nieuw begin zijn, het lang verhoopte kantelmoment.

Alma De Walsche

Naar boven



  • Het overheersende Vlaamse discours volgens Hugo De Ridder

    Het culturele moest de plaats inruimen voor het mercantiele

    De bekende Vlaamse journalist Hugo De Ridder, auteur van belangwekkende boeken over de recente politieke geschiedenis in België, is 80 jaar geworden. Hij selecteerde uit zijn vroegere
    publicaties die passages die voor jongeren interessant kunnen zijn: hoe het politieke bedrijf werkt, hoe de symbiose tussen politici en journalisten zich ontwikkelt, en allerlei sociale en economische beschouwingen. Het boek werd een “Brief aan mijn kleinkinderen”*.
    N.a.v. de publicatie verscheen in Knack 42e jg. nr. 22 van 30 mei 2012 een interview met Hugo De Ridder onder de titel “De middenklasse kaapt de politiek”. De passage waar het gaat over de Vlaamse gentleman, die overal respect zou afdwingen is zo relevant dat we ze hier voluit overnemen.


    “Vraag: U schrijft dat ‘Eigen Volk Eerst’ de natuurlijke voortzetting is van de slogan ‘Wat we zelf doen, doen we beter’. Is dat een waarschuwing aan het nieuwe Vlaanderen?

    De Ridder: In mijn boek heb ik het daar heel duidelijk over. Wij streden voor een grotere autonomie van Vlaanderen om in hoofdzaak culturele redenen: veralgemening van de beschaafde omgangstaal, volksverheffing, de verankering in Vlaanderen van bedrijven en banken, meer Vlamingen aan de top van de administratie en financiële groepen. Het einddoel was de keurige Nederlandssprekende Vlaming met een brede culturele belangstelling, kortom: de Vlaamse gentleman die door zijn optreden overal respect zou afdwingen. Wij zagen die ook onder ons: Manu Ruys beantwoordde aan dat type, Vic Anciaux, Hugo Schiltz natuurlijk.

Daarvan is nauwelijks nog iets terug te vinden in het overheersende Vlaamse discours. Het culturele moest de plaats inruimen voor het mercantiele. Wat we nu horen, is een permanente hetze tegen de Walen, die ons 2 à 3 miljard zouden kosten. We moeten die transfer zo snel mogelijk stopzetten met als einddoel de splitsing van België in twee of drie onafhankelijke staten. Mij is het niet duidelijk hoe dat kan gebeuren zonder jarenlange conflicten, veel internationaal prestigeverlies en onvermijdelijke verarming. Om wat te bereiken? Een Vlaamse dialectenstaat met vijandige buren.”

Tot zover Hugo De Ridder.

* Hugo De Ridder, Brief aan mijn kleinkinderen. De overvraagde generatie. Lannoo, 264 blz., 19,99 euro.

Naar boven


  • Ligt publicatiedruk aan wetenschapsfraude ten grondslag?

    Eind juni 2012 kwam het ontslag van de Rotterdamse psycholoog D. Smeesters in de media.
    De jonge prof Uri Simonsohn van de Universiteit van Pennsylvania heeft de strijd tegen de wetenschapsfraude bij sociaalpsychologen aangebonden en onthult het gesjoemel in psychologisch onderzoek.

    Dit is nog maar het begin, beweert de Amerikaanse vorser. Ook professor Jozef  Colpaert van de Universiteit Antwerpen publiceerde vroeger al over academisch wangedrag en bij hem zit het blijkbaar nu ook hoog. Colpaert, die al 26 jaar werkzaam is aan de UA, geeft het tijdschrift Computer-Assisted Language Learning: an International Journal’ uit.

    Hij ziet een verband tussen de steeds toenemende publicatiedruk en wetenschapsfraude.
    “Onderzoekers en docenten worden onder steeds grotere druk gezet om een groot aantal publicaties te halen in gerenommeerde internationale tijdschriften. Kwantiteit is het allerbelangrijkste. De manier waarop universiteiten de druk opdrijven is contraproductief en demotiverend. Professoren moeten contractueel een groot aantal publicaties beloven. Ook het geld dat ze met hun projecten in het laatje van de universiteit moeten brengen, staat vast. Aan het essentiële, de ware kennisbijdrage, wordt voorbijgegaan. Professoren dreigen te verworden tot ambtenaren die louter uitvoerend werk verrichten. Dossiers vreten om de concurrentie voor te zijn, strategieën ontwikkelen en netwerking behoren tot de dagelijkse bezigheden. Op kosten van de eigen gezondheid. De toenemende druk op onderzoekers en docenten leidt tot fenomenen waarvan ik vermoed dat ze maar het topje van de ijsberg zijn. Denk aan slapeloosheid, depressie en burn-out. Als uitgever kreeg ik al dreigmails: ‘Als je nu mijn paper niet publiceert, ruïneer je mijn carrière’. Een ander kwalijk gevolg is natuurlijk gesjoemel met gegevens, plagiaat en ander wangedrag. Ik voorspel dat dat alleen maar zal toenemen.” (Citaat uit “Creatief met statistiek” Ann-Sofie Dekeyser DS 30-6/1-7-2012)

    Zou een ‘Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit’ wetenschapsfraude aan banden kunnen leggen? Zou dat ook de redeloze publicatiedruk kunnen tegengaan? Met o.m. kwaliteit boven kwantiteit? Rectoren en decanen, neem uw verantwoordelijkheid op.

    G.D.

Naar boven



Reflectie en onderzoek over het concept "multiversum" - 23 mei 2012

Het concept van het multiversum is een van de meest besproken onderwerpen binnen de fysica. Sommigen geloven dat het een nieuwe stap is richting de ultieme kennis van de kosmische realiteit, anderen vinden het pure onzin. “Het concept kan fout zijn, maar ik vind het de moeite om het verder te onderzoeken”, zegt de fysicus en wiskundige Brian Greene in het nieuwsblad Newsweek.

Lees het hele artikel

Naar boven




  • Digitale bibliotheek wordt nieuw leven ingeblazen - 9 mei 2012

    Europeana, de 'Wikipedia voor de Europese cultuur' dreigt weg te zakken in de vergetelheid, maar vandaag moet daar verandering in komen.

De Mona Lisa van Da Vinci, de bladmuziek van Mozarts Requiem en de eerste druk van Darwins On the Origin of Species samen in één collectie voor alle Europeanen - dat was het idee, vier jaar geleden toen de digitale bibliotheek 'Europeana' werd gelanceerd. Ging de website de eerste dag meteen plat door de massale belangstelling (10 miljoen bezoekers per uur); inmiddels dreigt Europeana weg te zakken in de vergetelheid. Een 'fun event' met onder andere Herman van Rompuy (voorzitter Europese Raad), Neelie Kroes (Europees Commissaris) en de 27 Europese ministers voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet daar vandaag verandering in brengen.

Lees het hele artikel

Naar boven




  • Historia docet - Matthias Storme in 'Doorbraak' mei 2012

Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over ‘De conjunctuur van het historisch besef’ hoe het bewustzijn van de geschiedenis veranderde doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen. Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen.
Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo? En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën?

Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling was van de auteur van een tekst, of van een handeling. Men kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling heeft gehad in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit, beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven, bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan heeft gegeven aan de Vlaamse Beweging in de negentiende en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad [ook al moeten we die daarom niet minimaliseren]. Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag en dat is voor juristen natuurlijk het belangrijkste. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn.
Bovendien ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen?
Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan worden geleerd. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan ‘historiquement correct’ [met de titel van een boek van Jean Sevillia]. Tu quoque?

Matthias Storme

Doorbraak, vrijmoedig maandblad, mei 2012 – Sprekershoek blz. 15.

Naar boven



'Geloven in de toekomst' uitg. Pelckmans - 144 blz. € 14,50

Op dinsdag 17 april 2012 werd in de KVS in Brussel Geloven in de toekomst voorgesteld, een boek onder redactie van Hans Geybels, oud-woordvoeder van kardinaal Danneels.
Bekende mensen schreven eraan mee, onder anderen Geert Noels, Michel D'Hooghe en Herman Van Rompuy. Het boek bevat een dertigtal diverse bijdragen. De rode draad door het boek is waarom zingeving in deze onzekere tijden (nog) nodig is.
Voormalig CD&V-minister Wivina Demeester leidde het boek in.

In voorpublicatie schreef Hans Geybels "De tijden zijn slecht. Alweer?"
Volgens hem zijn er in ons leven zoveel 'dringende zaken', dat we geen tijd meer hebben om stil te staan bij het essentiële... en dat is zonde.

Lees zijn tekst

"De Islam die Breivik niet kende" is één van de teksten in het boek.

De kerk zou even duidelijk moeten zijn over de Noorse terrorist als de Turkse islamgeleerde Fetullah Gülen over Bin Laden was, vindt Ides Nicaise (1955). Nicaise is onderzoeker bij het HIVA en docent onderwijs en samenleving aan de KU Leuven. Zijn bijdrage staat in de bundel Geloven in de toekomst (Pelckmans)...

Lees die tekst

Naar boven


 

Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit - David Dessin in 'Streven'

OOK WIJ ZIJN DE ANDER

Het cultureel-maatschappelijke maandblad Streven bekroonde de tekst 'Ook wij zijn de ander' van David Dessin met de Frans Van Bladel-essayprijs 2011 en publiceerde die in zijn januarinummer.
Het werkstuk van David Dessin gaat stevig in de clinch met de 'vorige generatie' die hij in briefvorm wil uitleggen waarom de jonge generatie maatschappelijk onverschillig oogt én zeker wat daarachter schuil gaat.
Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Herman Brusselmans in navolging van Hugo Claus beweren dat vrijheid er maar in kan bestaan zich los te maken van alle vormen van identiteit inbegrepen de Vlaamse. Maar dat postmodernisme ontwikkelde zich paradoxaal genoeg tot een nieuwe soort traditie, die 'elke twijfel die uw tegenstanders zouden kunnen hebben bij voorbaat uitsluit'. Verder roept Dessin: 'Wat u als fundamentele en verlichte kritiek beschouwt, is in werkelijkheid al lang een smakeloze vorm van entertainment geworden, een saai opwindingsproduct dat op de smal geworden markt van de publieke aandacht steeds minder mensen kan bekoren'. Als de vorige generatie de identiteit heeft afgeschaft, waarmee moet de jonge generatie dan nog worstelen? Voor die heldenloze wereld van Claus enz. heeft de jonge generatie amper nog belangstelling en daaruit volgt gelatenheid. 'In een wereld waar officieel geen identiteit of verhaal meer bestaat, valt voor ons niets méér te doen dan te beginnen met een leven van vrij consumentisme.' 'Wij leven in een World of
warcraft
en brengen onze nachten door verwikkeld in een schitterende strijd tussen goed en kwaad'. 'Is de "identiteitsloze" cultuur niet een identiteitshonger aan het creëren die ze uiteindelijk zelf niet meer zal kunnen stillen? En wat dan?'

LLees de hele tekst in Streven

Naar boven




  • Dit is een opinieartikel – kijk maar even
    Sommige stukken kun je overslaan
    Illustratie - Agnes Loon

    Deze tekst sluit op een of andere wijze aan bij de vorige
    "Honger van de jongere generatie naar een te herwinnen identiteit"

    Door Jochem van den Berg en Diederik Smit • donderdag 8 maart 2012, 09:30 - Bron: De speld.

    Internet, digitale cultuur, de consumptiemaatschappij, de open samenleving, globalisering, populisme, individualisering, revolutie en ontvrienden. Het zijn bijna allemaal woorden die iets zeggen. We gaan nu verder met nog meer woorden. Gaat u mee?

    We staan voor een voldongen feit. De meningencultuur in het internettijdperk raast zo hard over de digitale snelweg dat het publieke discours het ondergeschoven kindje dreigt te worden. Verharding, verhuftering en infantilisering zijn het gevolg, met alle nadelige effecten van dien. Dit hebben de afgelopen jaren zojuist aangetoond.

    Lees verder

    Naar boven




  • Is dit nou de stem van Nederland? Taal vertelt wie je bent en waar je vandaan komt. Nederlanders gebruiken steeds meer Engels en maken zich zorgen over hun identiteit - Marcia Luyten NRC 15-1-2012

Shop twice this weekend’, adviseert een sticker naast de kassa van de WE. Eronder de tekst: ‘Shop till you drop’ en op de ruit ‘Discover yourself as everybody else is already taken’. Ik haast me naar huis, langs ESPRIT-posters met een jonge vrouw: “I wish for a puppy, verderop een meisje: “I wish for a brother”. Dan staat langs de ring reclameborden: Shurgard Self-Storage en ‘Dress less to impress’. Bart Smit verkoopt Toys and Games.

Het winkeldomein waar ik het meest kom is het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord. Dat heeft niet echt de internationale allure van een PC Hooft. Het publiek verdient beneden modaal. Er is veel kleur, blank ziet vaak grauw. Een groot deel van de klanten op het Buikslotermeerplein is laagopgeleid. Zij spreken volgens mij matig Engels. En toch toont het Buikslotermeerplein verachting voor de Nederlandse taal.

Lees verder

Naar boven



  • Een waardecodex voor Europa - uit het essay van hoofdredacteur Hans Verboven uit het Jaarboek 2011 van het VVA

Uit het prachtige essay van hoodredacteur Hans Verboven “Grenzen aan tolerantie? Anatomie van de open samenleving” (pp. 75-89) lichten we enkele fundamentele ideeën in citaatvorm.

Over “De idee ‘Europa’”

Wat is nu onze traditie, wat is onze identiteit? Wat is de idee ‘Europa’? (p. 82) …

De roeping van het westen werd een eerste keer duidelijk in Hellas. Het zelfbewustzijn van de mens, de heldere logische gedachtebouw, de scheppingsdrang in kunst en wetenschap en de Attische levensvreugde komen uit Hellas en werden door de Romeinen, de Duitsers van de Oudheid, institutioneel omkaderd. Op het zelfde ogenblik is er het wonder van het christendom, dat de westerse mens uit de starre oudtestamentische waarheden verlost. Het Godsbeeld van de christenen past niet bij de literaire godenwereld der Grieken, maar was wel filosofisch door de laatsten al bepaald. (p.83)

Samen met het verlichtingsdenken en het humanisme is het christendom kern van onze westerse identiteit, ook voor hen die zich niet tot het christelijke geloof bekennen. (p. 83)

Lees meer


Naar boven




  • Meertaligheid in het onderwijs - een Nederlandse invalshoek

Over meertaligheid bestaan hardnekkige misverstanden. Zo prijzen politici, leerkrachten en buurtbewoners Marokkaanse ouders wanneer ze thuis met hun kinderen Nederlands spreken. Taalachterstanden in het Nederlands van meertalige kinderen zijn volgens velen terug te voeren op de andere thuistaal. Maar in tegenstelling tot wat publiek en politici roepen, kunnen Marokkaanse ouders hun kinderen veel beter een goede basis in de Berberse taal meegeven dan gebroken Nederlands met hun kinderen spreken.

Taalwetenschappers zijn het daar allang met elkaar over eens. Hoe komt het dan dat deze kloof tussen wetenschappelijke kennis en publieke opinie zo groot is?

Vanuit verscheidene invalshoeken wordt deze thematiek benaderd aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Voor alle informatie: klik hier

Naar boven


 

De taak van de intellectueel in de hedendaagse maatschappij - Matthias Storme

Op 8 maart jl. (1998) bezon het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) zich over de taak van de intellectueel c.q. academicus (d.i. de universitair gevormde) in de hedendaagse maatschappij, met boeiende lezingen van de professoren A. Burms, L. Abicht en F. Van Neste over de intellectuelen tegenover respectievelijk traditie en cultuur, politiek en beroepsethiek en een levendig debat. Graag wil ik hier ook mijn persoonlijke gedachten over dit onderwerp samenvatten.

In onze postmoderne maatschappij waar eenieder meer en meer zijn idealen kiest als in een supermarkt, is het moeilijk nog over gemeenschappelijke idealen te spreken, zelfs onder academici. Toch durf ik een aantal waarden vooropstellen die m.i. in de huidige toestand in ons land moeten worden benadrukt en uitgedragen

Lees verder

Naar boven




 

  • Op zoek naar het ethische gehalte van ons beroep - Fernand Van Neste

    Om eerlijk te zijn, deze titel is een tweede keuze. Eerst luidde het: is het ethische gehalte van ons beroep zoek geraakt? Of, zijn we het ethische gehalte van ons beroep kwijt? Of nog, hoe zullen we het ethische gehalte van ons beroep terugvinden ?

Jacques Ellul schrijft in een van zijn boeken : "Dans une société donnée, plus on parle d'une valeur, d'une vertu, d'un projet collectif, plus c'est le signe de son absence".
         
Men spreekt zo dikwijls van 'ethiek': beroepsethiek, bio-ethiek, Business Ethics, de ethiek van de journalist... Zou het kunnen dat dit er op wijst dat we het ethisch besef, de ethische oriëntatie kwijt zijn?

Lees verder

Naar boven



  • Werken in de 21ste eeuw - Pleidooi voor een culturele revolutie - Roger Blanpain

    Naar aanleiding van het onderwerp van vandaag, de tewerkstelling van de jonge Vlamingen, is de vraag steeds opnieuw: waar gaan we naartoe op het stuk van tewerkstelling? Wat zijn daarvan de gevolgen in het algemeen en voor onze jonge academici in het bijzonder?

    Werkgelegenheid houdt vele mensen vandaag gaande. We zijn er “leeg” van.  Niet dat het aan initiatieven inzake “aanzwengeling” van werk ontbreekt.  Integendeel.  Verklaringen dat werk politiek absoluut prioritair op de agenda staat, stapelen zich op, zoals uit talrijke overheidsinitiatieven blijkt : aldus o.m. de jongste top van de G7 te Rijsel, het vertrouwenspact van Jacques Santer en het toekomstcontract van Jean Luc Dehaene; Helmut Kohl heeft voor Duitsland niet minder dan 50 maatregelen op het getouw gezet en zopas 70 miljard DM sociale besparingen aangekondigd.
    Toch blijven we op onze honger.  Dit is ongetwijfeld existentiëler nog meer het geval voor de werkzoekenden, voor de duizenden, die weldra werkloos zullen worden, de gepre-pensioneerden en “steuntrekkers” aller aard, die in de marginaliteit verkeren of geduwd worden.

Lost paradise

Lees verder

Naar boven



  • Rationele kritiek en intellectuele verdwazing – Arnold Burms

    Wie de taak van de intellectueel in onze tijd wil omschrijven, heeft met een speciale moeilijkheid af te rekenen. De intellectueel werd altijd gezien als iemand die in staat is om een kritische afstand te bewaren tegenover de opinies en vooroordelen van de cultuur waartoe hij behoort: van hem werd verwacht dat hij zich zou laten leiden door zijn eigen kritisch oordeel en niet door de heersende denkpatronen. Het probleem is nu dat in onze cultuur de overtuiging heerst dat iedereen de opdracht en de bekwaamheid heeft om zich tegenover de gangbare opvattingen kritisch op te stellen en over allerlei essentiële zaken een zeer eigen mening te hebben. Binnen de huidige common sense geldt het als een soort dogma dat het ideaal van het kritisch oordeel binnen het bereik van elk individu ligt en dat we bovendien de heilige plicht hebben de mening van eender wie onvoorwaardelijk te respecteren. Vandaar dat bijvoorbeeld door de voorstanders van de ‘rechten van het kind’ met een absurde ernst gesproken wordt over de meningen van kinderen. Zo meldt De Standaard van 28 oktober 1996 dat Unicef-België het verontrustend vindt dat nog altijd een kwart van de Belgische gemeenten geen kindergemeenteraad wil of serieuze twijfels heeft over het nut ervan. Wat mij vooral ‘verontrustend’ lijkt is dat een belangrijke organisatie dergelijke onzin in alle ernst kan verdedigen. Kinderen hebben nood aan bescherming en aandacht, maar ze hebben er geen belang bij dat we hen (en ook onszelf) bedriegen door voor te wenden dat we een bijzondere interesse voelen voor hun visie op het gemeentebeleid of andere gelijkaardige kwesties. De vraag die we ons naar aanleiding hiervan moeten stellen is welke inhoud we nog kunnen geven aan de opdracht van de intellectueel in een context waarin de cultus van de kritische afstand en van de eigen mening met kritiekloze vanzelfsprekendheid wordt beoefend.


Lees verder

Naar boven



  • De rol van de intellectueel - een reactie - Mathieu Snijkers

De discussie omtrent de rol van de intellectueel in onze samenleving ging helemaal uit naar onderwerpen als moraal, criticiteit en ethische regels. Niet verwonderlijk in een tijd waarin de mens zich vragen stelt en waarin hij het gevoel heeft dat de bestaande waarden wegglijden. Maar zoals het meestal gaat als de bespreking naar die onderwerpen uitgaat, beperkte ze zich nu ook tot het detail en de korte termijnhistoriek. De kleine en grote problemen waarmee we nu worden geconfronteerd, werden ten tonele gevoerd, met ondermeer de seksuele agressie en de fel toegenomen economische concurrentie. De geschiedenis ging amper terug tot aan de breuk die de verlichting met zich meebracht.

De analyse op korte termijn is nodig, maar aan de problemen die zich nu voordoen zal de mens geen duurzame oplossing geven als hij zijn perspectief niet verwijdt. De toestand die wij nu beleven is niet nieuw. Zolang de mens geschiedenis heeft geschreven, heeft hij ons gelijksoortige verhalen doorgespeeld. Telkens de mens door een periode van recessie ging heeft hij zich dezelfde vragen gesteld. Indien er ruimte is voor groei en de mens aan zichzelf en aan zijn kinderen een toekomst kan geven zoals hij het wenst, stelt hij zich die vragen niet.

Maar wat als het probleem zich telkens opnieuw, telkens met dezelfde kenmerken herhaalt? Is het dan niet mogelijk dat het gestuurd wordt vanuit een dieperliggende oorzaak en zouden we dan niet beter daar onze aandacht op richten.  

Die dieperliggende oorzaak is bekend, maar we moeten haar durven onder ogen zien. De hoofdoorzaak is overbevolking. ...

Lees verder


Naar boven




  • Intellectuelen en politiek - Ludo Abicht

VAN DE INTERNATIONALE NAAR DE INTERNETIONALE -
IS ER NOG PLAATS VOOR INTELLECTUELEN ?

1. In Biedermann und die Brandstifter  van Max Frisch, een moraliteit over de medeplichtigheid van de doorsneeburger met een stel misdadigers, speelt een zekere Herr Doktor Phil., een typische intellectueel, een cruciale en nefaste rol: hoewel hij wist of kon weten wat die gangsters van plan waren, heeft hij hen tot op het laatste moment gesteund en daarmee de catastrofe mogelijk gemaakt. Wanneer dan de hel losbarst, leest hij een plechtige verklaring af, waarin hij zich uitdrukkelijk en veel te laat van de misdadigers distantieert, maar zijn welgevormde zinnen gaan verloren in het lawaai van de ondergang. Het stuk werd geïnspireerd door de stalinistische putsch van 1948 in Praag, maar kan zonder moeite worden toegepast op de ontelbare intellectuelen die zich in de twintigste eeuw links of rechts geëngageerd hebben en daardoor onmenselijke regimes logistieke steun of minstens legitimiteit bezorgd hebben.

Lees verder

Naar boven


  • Grendel is een monster in Beowulf - 11-juli-toespraak van Jean-Pierre Rondas in het Stadhuis in Brugge op 10 juli 2011

    J.P. Rondas was producer bij VRT Radio Klara.

    Ik wil het vanavond met u hebben over grendels en vergrendeling, beton en betonnering in de Belgische politiek. Ik moet u mijn naïviteit bekennen betreffende de werkelijke verhoudingen in de Belgische staat sinds 1970, het jaar van de grendelgrondwet van Vader Eyskens.


    Lees verder

    Naar boven






  • In Vlaanderen Engels? - Koenraad Elst 26-5-2011

    In een recent stuk over de Vlaamse identiteit stelde ik, tot ontevredenheid van sommige lezers, dat af en toe hele volkeren hun taal afzweren om er een andere over te nemen die hen en hun kinderen meer toekomst belooft. Dat is gebeurd met de meeste Schotten en Ieren, die desondanks hun etnische identiteit behouden hebben. Het is ook gebeurd met wellicht anderhalf miljoen geboren Vlamingen die sedert 1830 in Wallonië, Brussel of zelfs Vlaanderen voor het Frans gekozen hebben. Zij hebben tegelijk ook hun Vlaamse identiteit overboord gegooid, soms (bv.Jacques Brel) heel nadrukkelijk. Acht ik die stap, zo daagt een woordvoerder van de Marnixring mij uit, voor herhaling vatbaar, nu richting Engels?

    Lees verder

    Naar boven





  • Filosofie en maatschappelijk engagement

    De situatie ziet er op dit ogenblik voor de filosofie niet zo slecht uit. Er is de blijvende aantrekkingskracht bij steeds nieuwe generaties studenten; de filosofie slaagt er tot op zekere hoogte in  relevant te zijn in en voor de bredere maatschappij. Er zijn echter factoren die minder goeds voorspellen voor de toekomst: de gevolgen van de ‘vermarkting’ van de universiteit voor de humane wetenschappen en speciaal voor de filosofie, met daaraan gekoppeld de interne, exclusivistische drang naar meer wetenschappelijkheid in de filosofie zelf. Het zal niet eenvoudig zijn tegen deze tendensen in te gaan omdat ze zich voordoen als rationeel en vanzelfsprekend. Is het echter niet juist de taak, ook en vooral van de filosofie, deze rationaliteit en vanzelfsprekendheid in vraag te stellen?

    Het gaat hier natuurlijk niet om een veto uit te spreken tegen bepaalde vormen van filosoferen omdat die een grote exactheid of techniciteit vereisen of nastreven. Dergelijke vormen van filosoferen kunnen zelfs een brede relevantie hebben. Waar het om gaat is in te gaan tegen een verenging van het filosofisch onderzoek om oneigenlijke redenen: omwille van prestige en institutionele aanvaarding.  Wat daarbij dreigt verloren te gaan is in de woorden van Raimond Gaita, “the meditative, critical reflectiviness that is essential to many disciplines in the humanities and certainly to philosophy”(1). Om dat meditatieve en kritische karakter van het filosofisch denken als totaliteit te bewaren moeten filosofen als groep ook in voeling blijven met de eigen culturele en maatschappelijke context. Dat betekent dat de filosofie naast een conversatie wereldwijd met andere filosofen ook de conversatie moet blijven aangaan met de eigen cultuur en maatschappij en wel in de eigen taal.*  Filosofie moet tegelijk local knowledge blijven. Dat precies dergelijke local knowledge van grote relevantie kan zijn, ook internationaal gesproken, wordt niet alleen bewezen in de literatuur, maar ook in de filosofie.

    Misschien is het niet aangewezen de huidige ontwikkelingen te counteren met een beroep op hooggestemde idealen uit het verleden, zoals het belang van de vorming van een maatschappelijke elite, of dat van de filosofie als onontbeerlijk centrum van de universiteit, of dat van een abstracte academische vrijheid. Misschien moeten we als groep zo eerlijk en ernstig mogelijk ingaan op de vele sollicitaties die vanuit de maatschappij in turbulentie op ons afkomen. Zeker moeten we een aantal mantra’s die de geesten beheksen in vraag stellen. Een daarvan is de idee dat concurrentie tussen personen en instellingen ook in de non-profitsectoren de beste of enige manier is om datgene waarover het daar gaat, zoals onderwijs en onderzoek, te promoveren. Een ander is het idee dat zonder vast paradigma geen goed werk geleverd kan worden in de menswetenschappen. Nog een ander mantra is de gedachte dat efficiëntie en productiviteit intrinsiek goed zijn. Die kritische functie van de filosofie lijkt volledig in de verdrukking te komen binnen een ‘vermarkte’ universiteit en een puur wetenschappelijke filosofie. Filosofen (en andere kritische stemmen) moeten hun rol van ‘luis in de pels’ blijven waarmaken, precies ook binnen het heersende universitaire bestel. Dat is hun verantwoordelijkheid als filosoof, ook tegenover hun eigen discipline en universiteit. Dus laten we maar het zoveelste internationaal artikel even uitstellen om kritisch te reflecteren over de toekomst van de eigen discipline en van de (eigen) universiteit in de huidige maatschappelijke context.

    Volgens Raimond Gaita is het in stand houden van een meditatieve en kritische reflectiviteit nauw verbonden met het bewaren van een filosofische levenshouding die onvermijdelijk een soort ethische attitude impliceert, “a spiritual orientation towards truth”. Dat de filosofie als maatschappelijk relevant wordt gewaardeerd zou wel eens kunnen te maken hebben met het feit dat studenten en publiek de aanwezigheid van die attitude ervaren bij vele docenten filosofie. Een dergelijke attitude kan er niet zijn zonder een persoonlijk engagement in de filosofie, een engagement dat zich tegelijk toont in de stijl van filosoferen en doceren (zoals dat ook gebeurt in de literatuur). Ruimte voor een dergelijk filosoferen kan er uiteindelijk alleen maar zijn in een niet-vermarkte universiteit die authentiek onderzoek en reflectie toelaat.*  Indien dat niet meer binnen de universiteit mogelijk is, zal het buiten de universiteit moeten gebeuren.

Herman De Dijn

De tekst is een uittreksel  uit De Dijns artikel ‘De rol van de filosofie in de samenleving’ in Ethische Perspectieven, maart 2011 -  21e jg.  nr. 1, blz.  24-36.

(1) Raimond Gaita in een interview over de noodzaak van een ‘chair of philosophy’ in de Catholic University of Australia.

* Cursivering in vette letter door de redactie van deze site.

Naar boven



  • Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop - Roger Scruton (boekpublicatie)

    Het ergste is valse hoop

  • Roger Scruton
    Zijn nieuwste publicatie


    Traditie is beter dan revolutie, betoogt de Britse filosoof Roger Scruton. In zijn jongste boek zijn de wereldverbeteraars de echte schurken.

    Vergis u niet, ook in conservatieven schuilt wel eens een rebel. Roger Scruton beleefde zijn uur van de opstand in mei '68 in Parijs, toen hij zijn vrienden uit de middenklasse auto's en winkels zag slopen en op de vuist zag gaan met de politie. ‘Met die onnozele maoïstische hooligans wilde ik niets te maken hebben', herinnert hij zich graag in interviews. ‘In één klap werd ik een conservatief. Ik realiseerde me dat ik de dingen liever wilde behouden dan ze aan stukken te slaan.'

    Lees verder

    Naar boven




    De opkomst van de millenniumstudent - 3 november 2010

    De K.U. Leuven onderzoekt hoe docenten het best omgaan met zogenaamde millenniumstudenten. Ook op andere universiteiten zijn lawaaierige, veeleisende en ‘multitaskende’ studenten een groeiend probleem.

Ongegeneerd zitten de studenten vandaag in overvolle auditoria te eten en drinken, te sms’en, gamen, chatten of filmpjes te bekijken.

Op verzoek van verontruste docenten werd daarom nu aan de K.U.Leuven een werkgroep opgericht die moet onderzoeken hoe ze het best omgaan met hun millenniumstudenten. Want zo worden de jongeren genoemd die vanaf de eeuwwisseling aarzelend hun intrede deden in de universiteiten. Millenniumstudenten zijn veeleisend, snel verveeld en voorzien van een laptop, iPod en smartphone.

Lees verder

Naar boven




  • Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010

    Robert Dorsman en Riet de Jong-Goossens zijn de meest eminente vertalers van Zuid-Afrikaanse literatuur in het Nederlands. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de Martinus Nijhoff Prijs / Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Vertalingen 2010 trouwens toegekend aan Riet de Jong-Goossens. Zij krijgt hem uitgereikt op 6 maart 2011.

    Welke Zuid-Afrikaanse romans zijn ten onrechte nog niet vertaald in het Nederlands? En wat zijn de toppers onder Zuid-Afrikaanse romans die onlangs wél vertaald zijn? Boekverkoper Jan Vinck geeft het antwoord op deze twee prangende vragen.

    Het lijstje vind je hier




    Naar boven

  • De Vlaamse media en de Belgische ziekte - 11-julitoespraak van Johan Sanctorum

  • Beste vrienden,
     
    Het verhaal van de Gulden Sporen is een schoon verhaal, 11 juli is een tof feest, de leeuw is een edel dier, Vlaanderen is een fijn land met een "prachtvolk", zoals ik ooit eens een politicus hoorde jubelen.
    Het is misschien allemaal té schoon om waar te zijn. Dat van die gulden sporen is door ons aller Hendrik Conscience verzonnen, er schijnt niets van te kloppen.  De leeuw schijnt in die tijd een luipaard geweest te zijn.
    11 juli is niet eens een officiële feestdag. En Vlaanderen, tja, wat is dat voor iets? Een Noord-Belgische regio? Een deelstaat zonder bevoegdheden behalve voor het schilderen van de verkeerspalen? Een land op zoek naar zichzelf, naar echte autonomie? Of houden we het toch maar bij de Lamme Goedzak die wel droomt van een onafhankelijk Vlaanderen, maar die, bij het wakker worden, verschrikt naar zijn portefeuille tast?
     
    Ik zal u vandaag een kort relaas brengen over de vrije, onafhankelijke pers die wij niét hebben, en de Belgische ziekte, die jammer genoeg wél bestaat, en springlevend is. En over de manier hoe dat schrale Vlaamse medialandschap liever de ziekte dan de remedie verspreidt.

    Lees de volledige toespraak

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie

    Naar boven





  • Suïcidale dialoog en rotte compromissen. Een politiek pamflet van Jean-Pierre Rondas - 8 juli 2010


11 juli-feestrede 2010
door Jean-Pierre Rondas
in radiostijl verkort uitgesproken in De Warande te Brussel op
donderdag 8 juli 2010






Zo begint Jean-Pierre Rondas zijn toespraak:

"Mijn 11-julirede wordt een homeopathisch middel. Ik wil aantonen dat
er een einde moet komen aan de suïcidale dialogen en de rotte compromissen
waarvan we de afgelopen drie jaar in de politieke verhoudingen
tussen de gemeenschappen in de staat België getuigen zijn geweest.
Daarom ga ik u een kleine dosis toedienen van dit verwerpelijk soort
van dialoog en van dit slechte soort van compromis. Uw communautair
organisme zal des te beter bestand zijn tegen de collectieve aanvallen
van compromisitis en dialogitis die we dit jaar kunnen verwachten.
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de heilzame immuniteitswerking
van mijn homeopathisch discours ongeveer een jaar
duurt, met name tot de volgende elfde juli. Dan zullen we zien of mijn
therapie gewerkt heeft of niet."

Lees de volledige toespraak

Deze tekst is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging

Naar boven



  • De taalgrens is geen Vlaamse schepping (gesprek met de 93-jarige Jan Verroken)



De Waalse socialisten hebben sinds het begin van de 20e eeuw altijd de eentaligheid van hun grondgebied verdedigd. Dat brengt gewezen CVP-volksvertegenwoordiger Jan Verroken (93) in herinnering.





  • Na de mislukte B-H-V-onderhandelingen is het nuttig om zich de besluiten van het socialistische taalcongres van 1929 nog eens voor de geest te halen – ‘een kantelmoment voor de communautaire dialoog’, aldus Jan Verroken, een van de architecten van de taalgrens.

    De taalgrens is geen Vlaamse schepping, zoals Franstalige politici hun achterban plegen voor te houden. Al sinds 1929 zijn de Waalse socialisten pleitbezorgers van het territorialiteitsbeginsel. ‘De Walen wilden niet weten van tweetaligheid in Wallonië’, vertelt Verroken. ‘Alleen al in de streek rond Charleroi woonden meer dan 30.000 Vlamingen – meer dan de totale bevolking van het toenmalige Charleroi. De Walen waren bang dat een legertje Vlaamse kapelaans in het hart van Wallonië een taalstrijd zou komen voeren.’

    In het huidige gespannen communautaire klimaat kan het geen kwaad ‘het geheugen van de socialisten een beetje op te frissen’.

    Op het beroemde taalcongres van 1929 werd het zogenaamde Compromis des Belges van Camille Huysmans en Jules Destrée fundamenteel bijgestuurd. Socialistisch richtsnoer werd nu dat het Frans de taal was van Wallonië, het Nederlands de taal van Vlaanderen.

    ‘De Franstalige bourgeoisie in Vlaanderen moest de taal van het volk maar leren’, aldus Verroken. Ook in het Harmelcentrum en tijdens de debatten over de taalgrenswet begin jaren 1960 toonden de Waalse socialisten zich voorstanders van de zuivere lijn.

    ‘Meermaals pleitten ze voor het afschaffen van de taalfaciliteiten’ zegt Verroken, die parlementair verslaggever was voor de taalgrenswet. Het wetsontwerp over de taalgrens werd uiteindelijk ‘rechtstaand goedgekeurd, in een commissie geleid door twee Franstalige ministers en waarin de Franstaligen in de meerderheid waren’.

    Het enthousiasme van de Walen was zo groot, herinnert Verroken zich, dat hij in een tweede lezing Spiere opnieuw bij West-Vlaanderen mocht voegen. ‘De sfeer was uitstekend, tot onder druk van bepaalde Brusselse kringen de leugenachtige campagne over de Voerstreek op gang kwam.’

    ‘Waar halen de Waalse socialisten, na 180 jaar extreem territoriaal beleid, het morele recht vandaan om in Halle-Vilvoorde zaken te eisen die zij, in soortgelijke omstandigheden, nooit zouden aanvaarden?’ Dat is voor Verroken de echte vraag vandaag.

    ‘Hopelijk wordt het B-H-V-voorstel van Jean-Luc Dehaene snel onbruikbaar gemaakt,’ besluit hij, ‘want dat is een communautaire clusterbom die op termijn veel nieuwe conflicten kan veroorzaken.’

    Han Renard

    Knack – Nieuws 12-5-2010




    Naar boven

  • Een Vlaming bestaat wel - over Vlaamse identiteit

    Het debat over identeit kan en mag weer gevoerd worden. Identiteit was in de postmoderniteit lang een vies woord. Er bestond alleen zoiets als een wereldburger. Maar dat bleek al vlug een hol begrip. Daarenboven leidde de identiteitsontkenning tot heel wat samenlevingsproblemen. Je mag weer zeggen dat een Vlaming wel bestaat. Bart De Wever geeft een omschrijving daarvan.

    Is er een sluitende definitie van wat een Vlaming eigenlijk is?
    Eenvoudig is dat niet, maar je kunt het wel omschrijven. Er zijn immers objectieve elmenten die ons tot Vlaming maken. De Vlamingen zijn een lotsgemeenschap van zes miljoen mensen, die elkaar kunnen herkennen als spelers van dezelfde ploeg omdat ze een naam hebben. Wij zijn 'De Vlamingen'. We weten dan precies over wie we spreken. De Vlamingen hebben een welomlijnd grondgebied, een gemeenschappelijk verleden en een cultureel patroon. Dat bindt ons aan elkaar op een niveau dat we gemakkelijker met elkaar kunnen communiceren en ageren dan met buitenstaanders.

    Idenditeit is de basis van onze democratie. Volkssoevereiniteit dwingt ons immers te zeggen wie er behoort tot het volk en wie niet. Identiteit creëert een democratische gemeenschap die invulling geeft aan burgerschap. Het behoren tot de club heeft een vanzelfsprekende ethische dimensie, men is immers als individu verbonden met alle anderen en vice versa.

    Er is ook een subjectief element. Je moet het ook willen. Als je het niet wil ga je ook de objectieve factoren niet erkennen. Voor ons is het debat over identiteit veel moeilijker dan in Frankrijk omdat we in een problematische situatie zitten tussen de Belgische identiteit - het oude vaderland - en de nieuwe natie, Vlaanderen, die tegen België opkomt.
    ...
    Het mag niet de bedoeling zijn mensen uit te sluiten door de culturele invulling van identiteit zo te gaan definiëren dat ze de vrijheid van denken of expressie aantast. Maar als minimum mag men het verwerven van de taal vooropstellen. En ook het aanvaarden van de basiswaarden - vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, pluralisme en respect - die wij als verlichte samenleving steeds verder tracthen te verdiepen. ...

    Het kostbare weefsel - Bart De Wever

    Naar boven




  • Hervorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen! Maar ook een herwaardering van het Standaardnederlands op school?

    De hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen staat op stapel. Midden september 2010 heeft Onderwijsminister P. Smet een eerste oriëntatienota gepubliceerd daarover: 'Mensen doen schitteren.'
    Alle betrokkenen worden daarin uitgenodigd om te reflecteren op de voorgenomen hervorming. Dat doet ook de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten (VVL) samen met een hele serie pedagogische vakverenigingen. Naar aanleiding daarvan publiceert de VVL het themanummer HERVORMING SECUNDAIR ONDERWIJS 42 3 - februari-maart-april 2011.

    De VVL samen met de 9 vakgebonden verenigingen (waaronder geen vakvereniging Nederlands) heeft de redactie opgenomen van 'Gedachten en Aanbevelingen', een uitgebreid document over de LERARES & LERAAR secundair onderwijs, dat op 16 februari 2011 aan onderwijsminister Smet werd overhandigd. Het document telt 42 bladzijden met als onderdelen rond de pijnpunten uit de oriëntatienota: de lerarenopleiding, de verhouding master - bachelor, de ManaMa - de acadmische lerarenopleiding na de academische vakstudie, de gelijke onderwijskansen, de eindterm burgerschapsvorming, vakken en vakgebieden, de clustering van vakken, de eindtermen en tenslotte het taalbeleid Nederlands.

    Het VVA spitst zich nog steeds toe op de hervorming van het hoger onderwijs met daarin speciaal de komende taalregeling. Daarnaast houden we nauwlettend de evolutie van het taalgebruik in het onderwijs in het algemeen in het oog en specifiek het gebruik van onze eigen taal het Nederlands. Steeds maar komen verontrustende signalen onder onze aandacht. Sociolinguïsten en linguïsten constateren een evolutie weg van de standaardtaal, leraren ondergaan de massale invloed van televisie en radio en twijfelen aan de zin van een onderwijs in het Standaardnederlands. Persoonlijk meen ik dat het goed is dat wij tegenwind geven en de betekenis en de waarde van het aanleren van het Algemeen Nederlands ten volle in het licht moeten stellen en het onderwijs in het Standaardnederlands in de mate van het mogelijke moeten ondersteunen.

    Daartoe wil ik het onderdeel Taalbeleid uit het document van de VVL en de 9 vakverenigingen onder uw aandacht brengen. U vindt de tekst van dit onderdeel door onder het citaat in het groen op de koppeling te te klikken. Het document komt heel scherp op voor een revalorisering in het onderwijs van het Standaardnederlands ten overstaan van tussentaal en dialect. Om uw belangstelling op te wekken kopieer ik uit dat document het onderdeeltje:

    "OFFICIELE ONDERWIJSTAAL – LERARENOPLEIDING

    De onderwijstaal van de beginnende leraar moet in orde zijn. Ondanks allerlei
    stellingnamen, geruchten en vergoelijkingen van laksheid is het Algemeen Nederlands
    de officiële, verplichte werktaal van de leraar. Dat Nederlands moet de standaardtaal
    zijn die in Vlaanderen dagelijks te beluisteren is, onder meer op de nieuwsdienst van
    de VRT. Het gaat dus niet op dat, om zogezegd opvoedkundige redenen, vanaf het
    eerste leerjaar het streekeigen Verkavelingsvlaams, laat staan het lokale dialect wordt
    gesproken. Als daarmee de autochtone leerling ‘bij de les gehouden wordt’, hoeveel
    talen moet de leraar dan bovendien nog spreken om de immigranten van verschillende
    afkomst voor zijn onderwijs te winnen?

    Het is jammer dat het moet vastgesteld worden: heel wat studenten in de
    lerarenopleidingen hebben een taalbad nodig van Nederlands taaleigen. Woordkeuze,
    woordgroepen, vaste verbindingen, uitdrukkingen, zegswijzen, enz. verschillen vaak
    van die in de regiolecten en dialecten en de daaruit bijeengeraapte vormen van
    Verkavelingsvlaams. Wie zijn dialectische spraak meent ‘op te trekken’ tot
    Algemeen Nederlands door de klanken wat aan te passen, vergist zich.

    De mens wordt geboren met het vermogen om taal te leren. Maar elke mens moet een
    / zijn taal wel echt léren: dat vraagt niet alleen een goed gehoor en een geschikte stem.
    Dat vraagt evenzeer oplettendheid, leergierigheid, oefening, discipline, zelfkritiek en
    -respect. Het denken aanscherpen en verdiepen en de communicatie verbeteren is ook
    de eerste opdracht van levenslang leren.

    Hier wringt nog te vaak het schoentje. De (kandidaat-)leraar is niet zelden
    ongemotiveerd om het algemeen Nederlands consequent met de leerlingen te spreken.
    Dit kan niet langer aanvaard worden.

    Elke vakleraar is ook leraar Nederlands. Het leren van een leraar is een aanbod.
    Overdracht van kennis en kunde en standaardtaal biedt hij geïntegreerd aan. Voor
    jongeren is taalverwerving in se gemakkelijk. In het verleden is de klemtoon gelegd op de schrijftaal,
    en vaak nog bijzonder op de spelling "


    Klik hier voor het volledige document over het Taalbeleid

    Naar boven



  • Vlaamse regering hervormt hoger onderwijs: hogeschoolopleidingen lange type vanaf 2013 aan universiteit, 20 000 studenten meer naar universiteit

De Vlaamse regering heeft haar fiat gegeven aan een grondige hervorming van het hoger onderwijs. De hervorming is het gevolg van een al jaren aan de gang zijnde evolutie in het onderwijs. Als gevolg van de Europese 'Bologna'-hervorming werd het hogeronderwijslandschap in 2003 al op een nieuwe leest geschoeid. Zo werd de bachelor/masterstructuur opgezet. Opleidingen werden ook ingedeeld in professioneel gerichte opleidingen en academisch gerichte opleidingen. 'Academisch' slaat op het feit dat er een grote verwevenheid is tussen onderwijs en onderzoek in het onderwijscurriculum. Vandaag bieden universiteiten alleen maar academische opleidingen aan. Hogescholen bieden 'professionele' opleidingen én 'opleidingen van academisch niveau'. Maar die laatste categorie is moeilijk houdbaar. Zo werden de opleidingen niet als gelijkwaardig beoordeeld in het buitenland. De vraag rees of die academisch gerichte opleidingen niet beter werden ondergebracht bij universiteiten. Ze leiden immers ook naar een 'masterdiploma' zoals de universitaire opleidingen. De hervorming moet de diplomering veel transparanter maken.

De voorbije maanden werden voorbereidende studies en aanbevelingen gemaakt, onder andere door een werkgroep onder leiding van Peter Leyman (SERV/Voka) en door een speciale commissie in het Vlaams Parlement onder leiding van Fientje Moerman (Open VLD). Vanaf het academiejaar 2013-2014 wordt de integratie 'uitgerold'. “De hele operatie zal zo'n tien jaar in beslag nemen en is hopelijk tegen 2024 afgerond”, zei minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a). De komende maanden worden de noodzakelijke decreten geschreven. Die moeten worden goedgekeurd door de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement.

De details op een rijtje

De tweecycli-opleidingen 'van academisch niveau' aan de hogescholen worden, op enkele uitzonderingen na (zie verder), geïntegreerd in de universiteiten. Die laatste worden bevoegd voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid, de kwaliteitszorg, het personeelsbeleid en de diploma-uitreiking. Het gaat concreet om opleidingen van het lange type uit zeven studiegebieden die zullen leiden tot een universitair diploma: architectuur, gezondheidszorg (bijvoorbeeld kinesitherapie), industriële wetenschappen en technologie (bijvoorbeeld industrieel ingenieur), biotechniek, productontwikkeling, toegepaste taalkunde (bijvoorbeeld vertaler-tolk) en handelswetenschappen & bedrijfskunde (handelsingenieur). Grofweg zullen zo'n 20 000 studenten de overstap maken van hogeschool naar universiteit. De helft zou onder dak komen bij de K.U.Leuven.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de nautische wetenschappen. Die blijven door de Hogere Zeevaartschool in Antwerpen georganiseerd worden. Ook voor de muziek- en podiumkunsten verandert er niet veel. Er was te veel discussie over een verhuizing naar de universiteiten. De audiovisuele en beeldende kunstopleidingen blijven in principe ook bij de hogescholen. Daarvoor worden wel - met medebestuur van de universiteiten - 'schools of arts' opgericht. “Aan de eigenheid van de opleidingen wordt niet getornd”, benadrukt Smet. Onder andere de technologiefederatie Agoria vreest dat de opleiding tot industrieel ingenieur bij een overgang naar de universiteiten te veel op de opleiding tot burgerlijk ingenieur gaat lijken. Dat zal niet het geval zijn, luidt het.

De integratie van het gros van de academische hogeschoolopleidingen betekent niet dat de studenten ook fysiek naar de universiteitscampussen moeten verhuizen. De opleidingen kunnen gewoon voort worden georganiseerd op de huidige locaties.

Op financieel vlak wil de overheid zowel de professionele bachelors bij de hogescholen als de academische masteropleidingen ondersteunen. Tegen 2014 wordt bovenop de voorziene verhoging van de onderwijsenveloppe (volgend jaar bijvoorbeeld 60 miljoen euro), 42 miljoen extra voorzien. Daarvan komt 12,9 miljoen euro van het budget van minister van Innovatie Ingrid Lieten (sp.a). Tegen 2024 moet de extra injectie in het hoger onderwijs 225,9 miljoen bedragen.

20-07-2010

Naar boven



  • "Samen grenzen verleggen voor elk talent" - de beleidsnota 2009-2014 van minister Pascal Smet van onderwijs

    'Samen grenzen verleggen voor elk talent'. Dat is de hoofddoelstelling in de beleidsnota 2009-2014 van onderwijsminister Pascal Smet. Hij wil elk kind, elke jongere, elke volwassene gelijke kansen bieden in onderwijs, opleiding en vorming. Om dat te realiseren moeten vier fenomenen aangepakt worden: de ongekwalificeerde uitstroom, de prestaties van zwakkere leerlingen, de sociale erfelijkheid van lage scholing en de prestaties van sterkere leerlingen en studenten. Dat doet hij door acht strategische doelstellingen uit te zetten, met telkens een aantal concrete acties.

Lees verder
Lees de volledige beleidsnota 2009-2014

Wij mogen binnenkort een actieplan verwachten die de beleidsuitvoering moet zijn van de nota. (30-3-2012)




Naar boven
  • Uitdagingen voor hoger onderwijs.
    Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Geljke Kansen en Brussel - 1 oktober 2009

    Opening Academiejaar 2009-2010


    Aan de Universiteit Gent is het academiejaar 2009-2010 vandaag definitief van start gegaan. In zijn toespraak op de academische zitting schetste Minister Smet een aantal uitdagingen voor het hoger onderwijs. “We hebben hier in Vlaanderen uitstekend hoger onderwijs,” aldus Pascal Smet, “maar om aan de top te blijven, zullen we samen een aantal grenzen moeten verleggen.” Hij gaf o.a. de noodzaak aan van een verdere democratisering en internationalisering van het hoger onderwijs. En hoewel er momenteel geen financiële extra’s te verwachten zijn, stelde hij tegen het einde van de regeerperiode toch 10% meer middelen voor de universiteiten en de hogescholen in het vooruitzicht.

    Lees verder

    Naar boven




  • Mensen doen schitteren

    Nota hervorming secundair onderwijs voorgesteld 14 september 2010
  • Ik stelde vandaag een eerste oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs voor. Die ligt nu ter discussie voor aan alle onderwijspartners. Deze nota is opgebouwd rond 2 pijlers. De eerste daarvan betreft het inhoudelijke aspect van ons middelbaar onderwijs (eindtermen die de overheid vastlegt), de tweede de structuur van het secundair onderwijs.

    Vlaanderen heeft een sterk secundair onderwijs, dat blijkt uit vele internationale rapporten. Maar toch werden er in diverse onderzoeken ook al een aantal werkpunten blootgelegd. De Vlaamse Regering stelde in haar regeerakkoord dat ze in deze legislatuur een decreet tot de reorganisatie van het secundair onderwijs zou uitwerken dat aan deze pijnpunten zou tegemoetkomen en dat de bestaande sterke aspecten nog verder zou uitdiepen.

    De nota vertrekt vanuit een aantal zeer concrete analyses en probleemstellingen. Zo moet deze hervorming er allereerst voor zorgen dat de sociale ongelijkheid in onze samenleving niet langer wordt bestendigd en zelfs gereproduceerd door ons onderwijssyteem. Concreet moeten daarom de resultaten van de zwakst presterende leerlingen opgetrokken. Daarnaast moet ze ook de ongekwalificeerde uitstroom, die momenteel op 15% ligt, terugdringen. Ten derde moet de reorganisatie remediërend zijn voor de problemen die er vandaag worden ervaren rond studiekeuze en schoolloopbaan. Vooral de overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs verdient daarbij bijzondere aandacht. Een vierde werkpunt is het opkrikken van het welbevinden van leerlingen. De nota vraagt ook bijkomende aandacht voor het opleiden van leerlingen tot kritische en verantwoorde burgers. Tot slot wil de nota ook een plaats geven aan nieuwe vormen van leren. Digitalisering en beeldcultuur hebben een grote impact op het maatschappelijk leven. Minister Smet wil dat het onderwijs de mogelijkheden van de nieuwe leervormen benut.

    Er zijn ook elementen die in deze nota nog niet werden behandeld maar die wel worden opgenomen in het volgende rapport over de hervorming van het secundair onderwijs. Zo is er allereerst de reorganisatie van het onderwijslandschap (studieaanbod scholen, scholengemeenschappen en vrije keuze) en de personeelsmateries.

    >> Download hier het volledige persbericht

    >> Download hier de oriënteringsnota rond de hervorming van het secundair onderwijs (versie 14/09/2010)

    Naar boven

  • De nakende ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen

    De Commissie-Monard heeft in ongeveer een jaar tijd op vraag van toenmalig onderwijsminister Vandenbroucke een heel uitgebreide visienota geschreven over de hervorming van het secundair onderwijs: 84 pagina’s met nog eens 83 pagina’s bijlagen. Hier zoemen we alleen in op enkele cruciale aspecten.
    De nota zelf is te lezen op http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2009/bijlagen/0424-visienota-SO.pdf .


    Naar boven


  • Dossier hervorming van het middelbaar onderwijs - maart 2009

    Er was nogal wat media-aandacht (b.v. DS 21 maart) voor een rapport dat (maart 2009) nog in ontwikkeling is over de hervorming in de komende jaren van het middelbaar onderwijs.
    Minister Frank Vandenbroucke reageert op het lek naar de pers. Hij doet dat wel in SchoolDirect (nieuwsbrief voor de schooldirecties).
    De gelekte nota over secundair onderwijs: waarover gaat het echt?

    Katrien De Paepe en Rita Bollaert, beiden leraressen in het middelbaar onderwijs, zijn niet gerust in de 'update' van het secundair onderwijs zoals zij menen dat de minister het wenst. ‘Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat u de intellectuele lat naar omlaag wil halen'
    Opnieuw meer aandacht voor kennisverwerving gewenst, stellen ze.

    Daarop reageert minister F. Vandenbroucke met zijn lezersbrief Kennis op 25-3-2009.

    Een aanzienlijke groep onderwijsonderzoekers van de KU Leuven geeft haar visie in "Wondermiddelen in het onderwijs bestaan niet" - 25-3-2009

    Leraar Nederlands en Russisch Benjamin De Mesel pleit voor
    'Doceer verbeelding'. - 25-3-2009


    Naar boven





  • De internationalisering van de Universiteit Maastricht is al lang begonnen (okt. 2003)

    Wie meende dat de slogan uit de advertenties (UM: internationaal en innovatief!) inderdaad niet meer dan een slogan was en bijgevolg onzin, die heeft de laatste tijd niet goed opgelet. Inmiddels krioelt het hier van de buitenlandse studenten en docenten, en is er zelfs al een faculteit die nagenoeg haar hele programma in het Engels draait. De vraag is dus al lang niet meer of de Universiteit Maastricht internationaal moet worden, maar hoe. Daarover verschillen de meningen. Duidelijk is wel dat de ambities hoog zijn en dat er in het komende jaar sprake is van extra activiteit op dit terrein.

    Tussentiteltjes

    - Wat is dat eigenlijk, internationalisering?
    - Waarvoor is het nodig?
    - Hoe doet de UM het tot nu toe?
    - Waar moet het heen?
    - Wat gaat er gebeuren?

    Kadertekst in cursief onder deze titel:
    Luc Soete: "Doe kennistechnologie in het Engels, dan komen de studenten wel"

    Lees de tekst van Wammes Bos (Observant)

    Naar boven




  • Het effect van de taal op de rangschikking van Europese universiteiten (sept. 2009)

    In Ethische Perspectieven  van juni 2009 brengt Philippe Van Parijs uitvoerig verslag uit over het zevende Ethisch Forum van de Universitaire Stichting, dat in november 2008 in Brussel bijeenkwam. De deelnemers boven zich over de vraag of de evaluatie en de rangschikking (‘ranking’) van onze universiteiten afgewezen moeten worden, aangeklaagd, gesaboteerd, en of we dergelijke lijsten en de eraan ten gronde liggende normen eerder moeten gebruiken, herwerken en uitbreiden, zodat onze universiteiten hun taken beter gaan vervullen zonder het leven van de deelnemers, van hoogleraar tot student, te verzuren. Deze klassering van universiteiten zullen we immers nooit meer kwijtraken.Prof. Van Parijs staat onder meer stil bij twee erg belangrijke kwesties: de mate waarin de klassering van universiteiten beïnvloed wordt door een taalvoordeel of –nadeel, en de mate waarin ze de maatschappelijke ongelijkheid vergroot. De eerste kwestie stelt ons voor de vraag hoe de invloed van de taal, als die niet het Engels is, gecompenseerd kan worden bij de ‘ranking’. Hoe krijgt de ‘klant’, de overheid, het eigen universiteitsbeleid een correct idee van de mate waarin een universiteit het ideaal van de universiteit of de eigen invulling ervan benadert? Het meten van de hoeveelheid en de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties is maar een fractie van het werk, en het is duidelijk dat daarin al zeer veel misloopt ten voordele van Angelsaksische universiteiten en van wetenschap enkel in het Engels. De thans gevolgde onderzoeksmethodes, die tot een rangschikking leiden, lijken de drang naar een podiumplaats te stimuleren, eerder dan een intrinsieke versterking in te luiden van de universiteit en van haar plaats in onderzoek, vorming en in het maatschappelijk netwerk.Het in Londen gevestigde adviesbureau voor hoger onderwijs Quacquarelli Symonds zou ernaar streven zeven bijkomende talen te gebruiken, naast het Engels. Van Parijs: ten eerste zullen daarmee de meeste talen waarin de universiteiten functioneren nog steeds niet opgenomen zij. Ten tweede en meer fundamenteel zorgt de wereldwijde verspreiding van het Engels als tweede taal, vooral onder hoog opgeleiden, voor een blijvende verhoging van de relatieve bekendheid van Angelsaksische instellingen, ver boven hun relatieve kwaliteit. Dit taalvoordeel alleen al maakt het hopeloos om een eerlijke en zinnige megaranking (en dus ook de overeenkomstige multirankings) op te stellen op basis van wereldwijde collegiale beoordeling of een gelijkaardige goedkope methodologie. Professor Van Parijs besluit dat we de classificatie van de universiteiten zullen moeten hertekenen, zodat ze zowel instellingen als beleidsmakers aanzetten om de intellectuele en de sociale waarden te eren die we associëren met het beste van onze universiteitstraditie.
    Anders vernielt dit vergelijken datgene waar het om te doen was.

    Vanuit de EU-commissie kwam de aankondiging op 28 november 2008 dat een openbare aanbesteding uitgeschreven is in verband met het ontwerpen en het testen van de haalbaarheid van een multidimensionale classificatie van universiteiten op wereldschaal. ZE heeft als doel soortgelijke instellingen op wereldschaal te vergelijken en te standaardiseren, zowel in hun geheel als op verschillende studiegebieden. De gedachte is dat de toegenomen transparantie tot betere ontwikkelingsstrategieën leidt, tot betere kwaliteit en tot gemakkelijker keuze voor studenten. Over de twee hiervoor aangestipte kwesties zwijgt de beschrijving van de opdracht (document 318523-2008).

    Bron: Nieuwsbrief ANV vzw – nr. 2 – september 2009 blz. 3.

    Naar boven


 

  • De Sociale Zekerheid moet een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap - Eric Ponette - Lier 11 juli 2009

Inleiding

De Europese Unie telt 27 lidstaten; daarvan zijn er 11 met een kleiner aantal inwoners dan Vlaanderen. Dat zijn: Denemarken, Ierland, Finland, Luxemburg, Slowakije, Slovenië, Litouwen, Letland, Estland, Cyprus en Malta. Die zijn dus allemaal bevoegd voor hun eigen SZ.
Doc er is meer: in verschillende federale landen zijn ook de deelstaten gedeeltelijk bevoegd voor hun eigen SZ. Dat is zo in de Verenigde Staten en Canada, doch ook dichter bij huis, namelijk in de Zwitserse kantons, in Baskenland en Catalonië, in Schotland en in mindere mate in de Duitse Länder.
De SZ, dat is de betaling van uw geneeskundige verzorging, dat zijn de kinderbijslagen voor uw kinderen of kleinkinderen, dat zijn de vergoedingen wanneer u werkloos wordt of met brugpensioen gaat, en dat zijn uw pensioenen. Daar komt nog bij: de vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid bij ziekte en moederschap, bij beroepsziekten en bij arbeidsongevallen.

Stelling

Mijn stelling is dat de SZ, die nu een bevoegdheid is van de federale Belgische overheid, moet overgedragen worden aan de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
De inwoners van Brussel moeten dan de keuze krijgen tussen het SZ-stelsel van die beide gemeenschappen.
Tegelijkertijd stel ik aan de Franse Gemeenschap een onderhandelde, en dus voorwaardelijke, financiële solidariteit voor.

Lees verder

Naar boven




  • Onderwijsomkadering vanuit het Ministerie van Onderwijs
    - Werp een blik achter de schermen van Klasse TV Klasse (24-6-2009)




    Wat Klasse is en doet, dat krijg je niet in één zin uitgelegd. Lukt het wel met beelden en geluid? Zet je schrap en reis in enkele minuten met TV.Klasse door de wereld van Klasse.



    Bekijk het filmpje over Klasse
    (10'47")

    Naar boven



  • Elke Vlaming een ambassadeur voor Vlaanderen? Symposium over Vlaamse publieksdiplomatie - Lessius Hogeschool Antwerpen - 5 mei 2009

    Experts op het vlak van diplomatie en journalistiek debatteerden op dinsdag 5 mei in de Antwerpse Lessius Hogeschool over de internationale identiteit en beeldvorming van Vlaanderen en de rol die de Vlaamse burger daarin kan spelen. De bijeenkomst vond plaats op initiatief van de Beweging Vlaanderen-Europa vzw en heeft de ambitie om vanuit de referaten, het debat en de interactie met het publiek een aantal voorstellen op de tafel te brengen voor de beleidsnota 2009-2014 van de toekomstige Vlaamse minister voor buitenlands beleid in de nieuwe Vlaamse regering.


  • De mogelijkheden tot publieksdiplomatie voor regio’s met wetgevende bevoegdheid: welke lessen voor Vlaanderen? - Dr. David Criekemans

    David Criekemans (van de UAntwerpen) ging dieper in op de mogelijkheden van publieksdiplomatie voor regio's met wetgevende bevoegdheid zoals Vlaanderen.

    Lees zijn referaat van op het symposium van 5 mei 2009

  • Publieksdiplomatie van Quebec als inspiratiebron. Een pleidooi voor institutionalisering van Vlaamse publieksdiplomatie - Ellen Huijgh

    Ellen Huijgh (die verbonden is aan het gerenommeerde Clingendael Instituut) lichtte de publieksdiplomatie van Quebec toe als inspiratiebron voor Vlaanderen.

    Lees haar referaat van op het symposium van 5 mei 2009

Naar boven



 

  • Boekpublicatie: "Greep naar de markt - De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum" Olivier Boehme

Van Lodewijk De Raet naar Gaston Eyskens

Vlaamse zoektocht naar eigen "markt"

Interview Marc Platel

't Pallieterke - 25 maart 2009

Bibliotheken vol over de Vlaamse politieke geschiedenis, over het Vlaamse denken over zichzelf, over Vlaanderen en zijn culturele ontwikkeling en nog veel andere grote en kleine kanten van het Vlaamse zijn en doen, we weten wie onze "grote figuren" zijn, over dat alles zijn we stilaan meer dan grondig geïnformeerd. Over wat de geschiedenis van de Vlaamse zoektocht naar Vlaamse welvaart moet voorstellen, over het economisch denken en doen in Vlaanderen was het tot gisteren grotendeels tasten in het duister. Daarover moest het eerste wetenschappelijke overzicht nog altijd geschreven worden. Alsof de Vlaamse beweging dan toch "maar" een culturele taalbeweging wilde zijn, alsof Vlamingen geen interesse durfden hebben voor hun eigen welvaart.

Uit die wetenschappelijke historische duisternis heeft de Antwerpse historicus Olivier Boehme ons nu verlost. Laat het meteen duidelijk zijn, hij doet dat op een meer dan boeiende en voor niet "deskundige" lezers op een behoorlijk vlotte manier. Het is wel een kanjer van net geen duizend dichtbedrukte bladzijden over wat de Vlaamse "Greep naar de markt" zou moeten geweest zijn - de allusie op dat andere historische standaardwerk van Bruno De Wever over de geschiedenis van het VNV, de "Greep naar de macht" ligt voor de hand - over de "sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging" in de periode tussen de twee wereldoorlogen.(1) Veertien hoofdstukken waarvan de meeste naar nog meer verhelderend studiewerk vragen. Een boek dat ook een bijsturing van onze eigen kijk op de communautaire geschiedenis van dit apenland veronderstelt. (2)

Lees verder


 

  • De inauguratietoespraak van Barack Obama 20-1-2009

Mijn medeburgers,

Ik sta hier vandaag, nederig door de taak die voor ons ligt, dankbaar voor het vertrouwen dat jullie mij hebben gegeven, denkend aan de offers die onze voorouders hebben gebracht... Vandaag zeg ik u dat de uitdagingen reëel zijn, ernstig en veelvuldig. Ze zullen niet gemakkelijk snel worden aangegaan. Maar weet dit, Amerika, ze zullen worden aangegaan...

Wij blijven een jonge natie, maar - in de woorden van de Schrift - de tijd is gekomen om kinderachtige zaken opzij te zetten. De tijd is gekomen om onze volhoudende geest opnieuw te tonen, om een betere geschiedenis te kiezen, om de kostbare gift over te brengen, dat nobel idee dat van generatie op generatie is doorgegeven, de belofte van God dat iedereen gelijk is, dat iedereen vrij is en dat iedereen de mogelijkheid moet krijgen om het hoogste geluk na te streven...

Beluister de verkozen president

Naar boven




De taalgraaicultuur en de Belgische loftreflex 7-1-09

Luc van Doorslaer over het belang van taal in de Belgische politiek en samenleving. Van Doorslaer is als docent-onderzoeker in de vertaalwetenschap en journalism studies verbonden aan Lessius Antwerpen en de KU Leuven. Hij werkt ook als zelfstandig tv-journalist.


'Vanuit ons postmoderne, progressieve en internationalistische wereldbeeld ontkennen we graag dat vandaag de dag het taalgegeven nog een doorslaggevende rol speelt', schrijft taalwetenschapper Luc van Doorslaer. 'Wij associëren taalgrenzen met belemmeringen die niet passen bij een mondiale burger.' Met twee recente, hedendaagse voorbeelden wijst hij er echter op dat we ons vaak bezondigen aan wishful thinking als we er van uitgaan dat taal en cultuur in onze mondiale 21ste eeuw verwaarloosbare categorieën geworden zijn.

Lees verder

Naar boven




  • Vlaanderen en Wallonië op TV Nederland 2 - reportage 12-12-08

    Prem Radhakishun trekt weer door het land om problemen aan te kaarten en waar mogelijk op te lossen. Een unieke excursie naar buurland België. Prem Radhakishun en Jalal Bouzamour onderzoeken hoe het mogelijk is dat de Walen en de Vlamingen, die uiterlijk nauwelijks van elkaar verschillen, elkaar toch het leven zuur maken.

    Lees verder
    Bekijk de reportage




  • Hoe Belgisch is Nederland, hoe Hollands Vlaanderen?

    OVER DE MENTALE BOEDELSCHEIDING TUSSEN NOORD EN ZUID
    Wat hebben Vlaanderen en Nederland nog met elkaar gemeen?
    Dat was het thema van de 25ste Pacificatielezing die HERMAN PLEIJ op zaterdag 8 november 2008 gaf in het Stadhuis van Gent. 'De Hollandse gezelligheid komt uit Vlaanderen. En het is niet bij gezelligheid gebleven.'

    Lees verder

Naar boven



  • Tussenstand: De taal is nooit meer gansch het volk

    Zijn fenomenen in 'de rand' ook alleen maar randfenomenen? Moeten we ons echt zo druk maken over vijftien woningen in Vilvoorde waarvan de drempel verhoogd wordt middels een taaltest? Of over 91 kavels in Zaventem, een handvol kinderen in Liedekerke, een paar tientallen leefloners in Geraardsbergen, 300 handelaars in Overijse die de openingsuren al eens eentalig Frans afficheren? Ja dus, onrust is op zijn plaats. Zeker nu de rand een offensieve rol opeist in het gevoelige debat over hoe we de Vlaamse identiteit definiëren.

    Lees meer





  • Solidariteit - Eric Ponette

    Solidariteit met zwakkeren en minderbedeelden in de samenleving is een belangrijke menselijke waarde.
    Maatschappelijke solidariteit is echter geen absoluut begrip: ze heeft bepaalde kenmerken en is aan randvoorwaarden verbonden.
    Wanneer de Vlamingen een gebrek aan solidariteit verweten wordt door te pleiten voor een eigen Sociale Zekerheid (SZ), moet onderzocht worden of die beschuldiging terecht is: ze moet getoetst worden aan die kenmerken en randvoorwaarden.

    Lees meer

    Naar boven




  • Een foute visie op taal.
    TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT
    3-4 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet hebben een boek geschreven 'taal, onderwijs en de samenleving'. 'Kennis van het Nederlands dreigt meer dan ooit het hedendaagse 'Schild en Vriend' geworden', schrijven ze in een bewerkte versie van hun voorwoord. En: het beleid van de ministers Keulen en Vandenbroucke mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten.

    Lees meer


  • Keulen op spokenjacht
    MINISTERS ANTWOORDEN BLOMMAERT EN VAN AVERMAET
    6 mei 2008

    Marino Keulen en Frank Vandenbroucke begrijpen de kritiek niet die Jan Blommaert en Piet Van Avermaet dit weekeinde formuleerden op hun beleid. 'In het parallelle universum van Blommaert en Van Avermaet kan je wellicht les geven in 180 talen tegelijk.'

    Lees meer

  • Taal is cruciaal voor gelijke kansen 6 mei 2008

    Jan Blommaert en Piet Van Avermaet schrijven over mijn taalbeleid: 'Het mist alle relevantie want het gaat over spoken en geesten, niet over feiten, en de concentratie op zogeheten taalachterstanden trekt de aandacht weg van de diepere, structurele oorzaken van ongelijkheid.' Mijn visie zou 'gepolitiseerd' zijn en 'taalideologie verwarren met taalrealiteit'. Frank Vandenbroucke

    Lees meer

    Recensie: zie NDN-website - rubriek Publicaties:
    Een academisch pamflet tegen de "Beleidsbrief"

    Naar boven





  • De vijf resoluties van het Vlaams Parlement op 3 maart 1999
    • betreffende de algemene uitgangspunten en doelstellingen van Vlaanderen inzake de volgende staatshervorming (Stuk 1339)
    • betreffende de uitbouw van de financiële en fiscale autonomie in de volgende staatshervorming (Stuk 1340)
    • betreffende Brussel in de volgende staatshervorming (Stuk 1341)
    • betreffende het tot stand brengen van meer coherente bevoegdheidspakketten in de volgende staatshervorming (Stuk 1342)
    • betreffende een aantal specifieke aandachtspunten voor de volgende staatshervorming (stuk 1343) 
      Bron: OVV - Woord houden!

      Naar boven




  • Vlaams Witboek als inspiratiebron voor communautair debat "Waarom meer Vlaanderen?" Thuispagina website Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen -
    Publicatie: 4 mei 2007


  • Het Vlaamse taallandschap verschraalt - Essay van prof. em. dr. Johan Taeldeman, taalkundige + commentaar Ghislain Duchâteau


  • Gewoon de 'file' blijven 'saven' - interview met prof. em. A. de Swaan over het wereldtalensysteem, het Engels, de integriteit van het Nederlands - de Volkskrant van 19-01-2002


    Naar boven


  • De pagina Boekbesprekingen op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen
    - een aantal teksten over relevante recente publicaties


  • Andere actuele teksten en initiatieven op de website van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV)

    Naar boven


    _________________________


    Al dan niet meer Engels in het hoger onderwijs


  • Taalgebruik in het Hoger Onderwijs
    Een moedertaalcharter voor het Nederlands - KANTL

    standpunt sinds oktober 2010 van de

    KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR
    NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE

    Koningstraat 18 - 9000 GENT
    www.kantl.be

    Situering

    Op 16 juli 2010 besliste de Vlaamse regering de wetgeving i.v.m. het taalgebruik in het Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen) te versoepelen. Met het oog op de internationalisering van dit H.O. zal het Engels een ruimere plaats toebedeeld krijgen: een bacheloropleiding kan haar aanbod tot één derde in het Engels verzorgen, en het aandeel van het Engels kan oplopen tot 50 % in de aansluitende master. Bij ‘speerpunt’masters (het voorbeeld van materiaalkunde wordt gegeven) en excellentiecentra – waar hoogwaardig onderzoek op internationaal niveau wordt verricht - moet dat tot 100% kunnen oplopen. De vroegere voorwaarde, nl. dat deze opleiding binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands moet worden aangeboden, wordt nu versoepeld tot een verplicht aanbod binnen Vlaanderen.

    De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) heeft van de overheid de zorg voor het Nederlands en de studie van de Nederlandse taal en cultuur als opdracht gekregen. Zij wil garanties dat de wetgeving het Nederlands in alle domeinen van de samenleving beschermt. ...

    Lees verder

     

    Naar boven

     



  • Voor u gelezen: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’ 29 juni 2015 door An De Moor

    Naar boven


    _________________________


  • I have there no words for…


    Geplaatst: 22 juni 2015, 10:09
    Door: Jurriaan Huskens



    In de NRC van afgelopen weekend stond een opiniestuk van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge, getiteld: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’ (via Blendle, via NRC). Hij houdt hier een pleidooi voor het behoud van het Nederlands als de voornaamste voertaal in het hoger onderwijs. Dat lijkt roeien tegen de stroom in, want de meeste universiteiten – inclusief de UT (Universiteit Twente) – stevenen af op invoering van het Engels als voertaal in alle opleidingen, zelfs al op bachelor-niveau. Ik vind zijn argumenten zeer de moeite waard, en iedereen die deze discussie voert zou zich zijn argumenten aan moeten trekken.

    Echt diepgaand taalbegrip

    De crux zit hem m.i. in de taalbeheersing van studenten en docenten, en daarmee uiteindelijk in de kwaliteit die we studenten kunnen bieden in het onderwijs dat ze hier komen volgen. Ongeacht hoe goed iemands Engels is, een echt diepgaand taalbegrip, goede argumentatie, nuancering, etc. kunnen en moeten vanuit de moederstaal ontstaan en gevoed worden. Verbrugge merkt op dat die ontwikkeling primair in de ouderlijke omgeving en het voorbereidend onderwijs plaatsvindt. De hamvraag is of we er daarmee zijn, dat wil zeggen, zijn studenten dan voldoende taalkundig onderlegd om succesvol een opleiding af te ronden en de hen voorgespiegelde maatschappelijke rol naar behoren te kunnen spelen?

    Abstractievermogen

    Verbrugge merkt op dat er in het hoger onderwijs weinig gestructureerd vervolg meer gegeven wordt aan de taalontwikkeling van studenten. Deze is echter zeker ook voor de natuurwetenschappelijke en technische opleidingen van belang! Niet alleen omdat heel veel aspecten in de toekomstige banen van afgestudeerden draaien om communicatie, goede rapporten, overtuigingskracht, maar juist ook omdat inhoudelijke verdieping en ontwikkeling van het abstractievermogen gepaard gaan met de mate waarmee we over die inhoud kunnen praten, denken, concepten onder woorden kunnen brengen, etc. Natuurlijk zijn er verslagen en tentamens, maar hoe vaak corrigeren, bespreken en beoordelen we de taalvaardigheid, de kwaliteit van een betoog, de structuur van een verhaal? Als docent betrokken bij natuurwetenschappelijke opleidingen zie ik dat we dat wellicht een beetje doen bij het bachelorverslag, niet of nauwelijks daarvoor. Is dat erg?

    Extra horde

    Zolang het onderwijs in de moerstaal plaatsvindt gaat die ontwikkeling impliciet wél verder: docenten kunnen hun eigen, rijker ontwikkelde taal gebruiken, gevarieerder uitleggen, duidelijker nuanceren. Studenten pikken dat op, leren spelenderwijs net zo formuleren en kunnen in hun producten beter focussen op de inhoud en meer op de structuur en opbouw letten van hun verhaal. En daarmee kan ook de feedback erop door docenten weer sneller en gedetailleerder gegeven worden. Ik weet uit eigen ervaring dat een taalkundig gezien slecht verhaal vaak ook qua opbouw en structuur slecht is. Dat komt lang niet altijd omdat de betreffende persoon niet in staat is een goed verhaal te produceren, maar de extra horde die er bovenop komt als de taal niet de eigen taal is, blijkt voor velen een dusdanig complicerende factor te zijn dat ook de andere aspecten van het product eronder lijden.

    Fingerspitzengefühl

    Erger nog, en dat is misschien wel het belangrijkste argument: door jaren lang onderwezen te worden in een taalarmere omgeving – en dat is de situatie die we met een Engelstalige bachelor nu bewust dreigen op te zoeken ! – staat de eigen taalontwikkeling van de studenten al die tijd stil. We praten hier dus duidelijk niet over de kwaliteit van het Engels van docenten en studenten, zoals dat bijvoorbeeld gepeild wordt bij de beoordeling Engelsvaardigheid zoals die nu onder de UT-docenten gehouden wordt. Het gaat om ‘Fingerspitzengefühl’ of dat ‘gewisses Etwas’, om het maar in goed Nederlands te houden, datgene wat een docent extra mee kan geven dat maakt dat het begrip bij studenten zich verdiept, detailleert, nuanceert... De zeer weinige docenten voor wie het Engels de moerstaal is kunnen dit tekort nooit opvangen. Daardoor zullen de producten die studenten moeten leveren tijdens hun opleiding – en daarna! – niet meer de kwaliteit kunnen hebben als die van de huidige Nederlandstalige opleidingen. En daarmee wordt de Engelstalig afgestudeerde een taal- én kansarmere afgestudeerde.
    Kortom: moeten de bachelor-opleidingen allemaal Engelstalig worden? I have there no words for…

    Jurriaan Huskens

    Bron: UT-Nieuws

    Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish
    Ad Verbrugge keert zich tegen de haast totalitaire wijze waarop het Engels in ons hoger onderwijs wordt doorgevoerd.

    Be proud
    Spreek Dutch

    In het hoger onderwijs wordt het Nederlands vervangen door uitgekleed Engels.
    Ongelooflijk dom, vindt Ad Verbrugge

    Ad Verbrugge

    Laatst was ik op Tilburg University waar ik zitting mocht nemen in een paneldiscussie over de onrust aan de Nederlandse universiteiten. Op de gevel van het gebouw waar ik die middag moest zijn, prijkten de naam Dante Building. Binnen hingen er bordjes met Ground Floor, Lecture Hall etc. Op de Vrije Universiteit te Amsterdam staat bovenaan zulke bordjes ook nog eens ‘you are at’; alsof je zo’n bordje ooit zou kunnen lezen zonder je op die plaats te bevinden.

    Deze bordjes zijn dan ook vooral een statement. Men wil ermee laten zien dat alles op deze universiteiten is gericht op de internationale wereld van de wetenschap: je hoeft je hier echt geen zorgen te maken dat je je ook maar enigszins zou moeten verdiepen in de nationale taal of cultuur. Ook de paneldiscussie vond plaats in het Engels. Gezien de achtergrond van de deelnemers was Nederengels het hoogst haalbare – ook voor mijzelf trouwens.

    Dit is een illustratie van de stille revolutie die zich momenteel voltrekt op onze universiteiten, ja in ons hoger onderwijs als zodanig. Die zijn namelijk massaal aan het verengelsen. Hoewel dit een grote weerslag heeft op de praktijk van onderzoek en onderwijs – en direct raakt aan de maatschappelijke rol en betekenis van de universiteit – vindt er vrijwel geen discussie over plaats.

    Lees de hele tekst

    HET GROOT MANIFEST DER NEDERLANDSE TAAL                             27 juni2015
     
    MANIFEST VAN HET TAALCOLLECTIEF                                                                       
    Een pleidooi voor een taalrenaissance in het hoger onderwijs van de 21e eeuw – te beginnen met Nederlands

     De talen hebben het zwaar te verduren in ons hoger onderwijs. Kleine talenstudies aan universiteiten worden opgeheven, studierichtingen als Duits en Frans verdwijnen of worden geïntegreerd in algemene letterenstudies en veel lerarenopleidingen in de talen staan onder druk, zeker in het hbo. De kennis van talen als Duits en Frans is onder studenten in enkele decennia dramatisch afgenomen en het is in de meeste opleidingen een zeldzaamheid geworden om gebruik te maken van Duitse of Franse boeken. Ondertussen laat ook de beheersing van het Nederlands te wensen over.

    Lees de hele tekst en ondersteun:

    Het groot manifest der Nederlandse taal


Naar boven


_________________________




  • Stuit de opmars van het Engels. Pleidooi voor het Nederlands in het universitair onderwijs - Piet Gerbrandy - januari 2015

    Piet Gerbrandy is een van de auteurs van het manifest en de petitie, waarover we het in het volgende artikel hebben. Nu publiceert hij in het tijdschrift Onze Taal 1 – 2015 pp. 4-6
    (MAANDBLAD VAN HET GENOOTSCHAP ONZE TAAL) een daarbij aansluitend artikel met nog eens heel keurig en vlot geformuleerd de argumenten die pleiten tegen de verengelsing van het hoger onderwijs in Nederland. Hij licht daarmee de actie toe.

    In een raak geformuleerde eerste alinea beschrijft hij de ideale taalbeheersing van de intellectueel. Dan onderstreept hij het belang van de beheersing van het Nederlands en stelt dat het hoger onderwijs tegen de huidige tendens in in beginsel in het Nederlands moet worden gegeven.

    'Ofschoon het niet gemakkelijk is de essentie van intellect en beschaving te omschrijven, hebben we er doorgaans weinig moeite mee die eigenschappen aan te wijzen bij iemand die erover beschikt. Je herkent de beschaafde intellectueel aan zijn of haar taalgebruik, dat niet alleen foutloos en adequaat is, maar in nuancering en wendbaarheid getuigt van scherpte en eruditie. De intellectueel beheerst zijn moedertaal in al haar finesses en is, waar het om lezen en schrijven gaat, gevoelig voor stilistische variatie, subtiele allusies en fijnzinnige ironie. Helder, grondig en origineel denken vindt zijn uitdrukking in vlekkeloos proza dat esprit ademt. Niemand beheerst die vorm van taalgebruik van nature. De combinatie van lezen, denken en schrijven vergt een intellectuele vorming die vele jaren in beslag neemt. Het zijn de middelbare scholen, maar ook de universiteiten die daarvoor de verantwoordelijkheid op zich zouden moeten nemen.

    Er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, maar het komt niet vaak voor dat iemand een vreemde taal even goed leert spreken, begrijpen en schrijven als zijn moedertaal. Wil je een voortreffelijk spreker, lezer of schrijver worden, dan leer je dat in de taal waarin je bent grootgebracht. Pas wanneer je die tot in alle hoeken en gaten aanvoelt en doorgrondt, zul je de stap kunnen maken naar een vergelijkbare competentie in een later verworven code. Wie in ons land op het hoogste niveau wil meedraaien, zowel in de wetenschap als op maatschappelijke posities, dient zich in de allereerste plaats toe te leggen op een volkomen beheersing van het Nederlands.

    Aan de Nederlandse universiteiten valt reeds geruime tijd een ontwikkeling waar te nemen waarbij het Engels het Nederlands dreigt te overvleugelen. Hoewel ik het belang van Engels als lingua franca van de wetenschap geenszins wil bagatelliseren, pleit ik ervoor dat het onderwijs aan onze instellingen van hoger onderwijs in beginsel in het Nederlands plaatsvindt. Voor de geesteswetenschappen geldt dat in verhevigde mate. Het wordt tijd om in te grijpen en het roer om te gooien, voordat het te laat is. Vandaar dat ik met enkele collega’s van beide Amsterdamse universiteiten een manifest heb geschreven waarin wij onze zorgen uiten. Daarnaast hebben we een petitie op touw gezet, die we binnenkort hopen aan te bieden aan de colleges van bestuur van die universiteiten waar geesteswetenschappen worden beoefend. Dat wij niet de enigen zijn die bezwaar maken tegen de toenemende rol van het Engels, blijkt bijvoorbeeld uit een interview met filosoof Ger Groot in Trouw, eind november.'

    Lees de hele tekst

    Naar boven


    _________________________



  • Geen Engels, maar Nederlands bij Geesteswetenschappen - manifest en petitie

    MANIFEST

    ‘Engelstalig onderwijs kan funest zijn voor intellectuele vorming’

    Door Dirk Wolthekker
    Onderwijs 27 oktober 2014 18:18 |

    Een aantal medewerkers van het Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology (Acasa) van UvA en VU hebben een manifest opgesteld waarin ze pleiten voor het behoud van het Nederlands binnen hun instituut.
    Lucinda Dirven (UvA, oude geschiedenis), Emilie van Opstall (archeologie, VU), Mieke Koenen (klassieke talen, VU) en Piet Gerbrandy (klassieke talen, UvA) hebben een manifest opgesteld waarin ze hun faculteitsbesturen en de colleges van bestuur van UvA en VU oproepen een halt toe te roepen aan de dominante positie van het Engels in het onderwijs.
    Het viertal schrijft dat iemand die toegang heeft of wil hebben tot de intellectuele voorhoede van de samenleving weliswaar vlekkeloos het Engels onder de knie moet hebben en ook Frans en Duits moet kunnen lezen, maar dat ‘de perfecte beheersing van hun moedertaal bepaalt of ze in eigen land kunnen meedraaien op het hoogste niveau’.
    ‘Al een aantal jaren zien we dat Nederlandse universiteiten het gebruik van Engels in het onderwijs stimuleren. Deze trend komt enerzijds voort uit de correcte constatering dat in een globaliserende academie de beheersing van het Engels onontbeerlijk is geworden, anderzijds spelen financiële factoren een rol: door Engelstalig onderwijs aan te bieden hoopt men buitenlandse studenten aan te trekken.’
    Volgens de wetenschappers nemen de geesteswetenschappen binnen de universiteit een speciale positie in als het gaat om het gebruik van het Engels, juist omdat binnen de geesteswetenschappen ook het vreemdetalenonderwijs plaatsvindt. Engelstalig onderwijs kan volgens de vier ‘funest zijn voor de intellectuele vorming van onze Nederlandse studenten’, het kan er bovendien toe leiden ‘dat andere talen in het gedrang komen’ en bovendien zouden er volgens hen ‘cultuurpolitieke redenen zijn om het gebruik van de moedertaal te koesteren’.
    De vier willen trouwens het Engels niet per se uitbannen. Sterker nog: aan masterstudenten die worden voorbereid op een academische carrière zou de universiteit een cursus academisch Engels moeten aanbieden.

    ENGELSTALIG ONDERWIJS BINNEN ACASA?
    Een manifest tot behoud van het Nederlands
    Amsterdam, 27 oktober 2014
    Lucinda Dirven, Emilie van Opstall, Mieke Koenen, Piet Gerbrandy

    Zie hier voor het hele manifest. (6 bladzijden in pdf)

    PETITIE

    Geen Engels, maar Nederlands bij Geesteswetenschappen

    De petitie gaat uit van dezelfde docenten en wetenschappelijke medewerkers van de Universiteit van Amsterdam en van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    "Uitsluitend in het Engels college geven devalueert Geesteswetenschappen: teken voor het behoud van de Nederlandse taal.
    Engels is niet meer weg te denken uit het academische onderzoek. Internationalisering is prima, maar moeten onze colleges van begin tot eind Engelstalig zijn? En moet dat bij iedere opleiding?
     
    Wij vinden van niet: 

    Zoals een student geneeskunde het beste mensen leert opereren met een scherp mes, zo leert een student in de Geesteswetenschappen het beste analyseren, argumenteren en schrijven in zijn eigen moedertaal. Bovendien leiden wij de meesten van onze studenten op voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Het Nederlands van academici moet dus gewoon heel goed zijn: dat geldt voor de leraar, de journalist, de advocaat, de communicatiedeskundige, enzovoorts.

    De taak van de universiteiten is zorg te dragen voor onderwijs van kwaliteit. Toch willen steeds meer Colleges van Bestuur van Nederlandse universiteiten Engels overal als voertaal opleggen. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van veel opleidingen.

    Daarom stellen wij: 

    Colleges binnen de Geesteswetenschappen moeten Nederlandstalig zijn, tenzij opleidingen zelf anders beslissen.

    Beperk het Engels tot Mastervakken die opleiden voor academisch onderzoek."

    Lucinda Dirven, Piet Gerbrandy, Mieke Koenen, Emilie van Opstall  

    Onderteken de petitie:  
    http://www.petities24.com/geen_engels_maar_nederlands_bij_geesteswetenschappen


    Naar boven


    _________________________



  • Verengelsing van het onderwijs: symptoom van vermarkting

    donderdag 3 juli 2014

    V-SB-Nieuwsbrief 37 – juni-juli 2014
    e-nieuwsbrief van de Vlaams-Socialistische Beweging

    Het lijkt bijna traditie te worden: wanneer het school- of academiejaar begint of eindigt, staat er altijd wel iemand (politicus, 'onderwijsmens', ondernemer, expert,...) op om ervoor te pleiten dat we eindelijk de enggeestige, Vlaamse benadering inzake de onderwijstaal zouden moeten laten varen. De vervlaamsing van de Gentse hoogeschool, Leuven Vlaams,... dat was allemaal wel nuttig in de geest van de tijd, zo luidt het (als er al de moeite gedaan wordt dieper in te gaan op de historische context), maar de tijden zijn nu eenmaal veranderd. Ditmaal was het de beurt aan Anne de Paepe, rector van de Universiteit Gent, om de discussie aan te zwengelen, daarin onmiddellijk gevolgd door het Verbond van Belgische Ondernemingen.

    Wij hebben toch onze bedenkingen bij deze evolutie, en niet alleen vanuit een 'traditionele' Vlaamsgezinde taalreflex maar vooral vanuit onze linkse achtergrond. Zoals onderzoeker Frank van Splunder opmerkt (DS 17/06/2014), zonder er evenwel ook maar een klein geluidje van verzet bij te laten horen: “Overigens wordt het onderwijs niet alleen steeds internationaler georganiseerd, maar ook marktgerichter. Het is niet toevallig dat het Engels meestal gepropageerd wordt vanuit (neo)liberale hoek: het Engels is de taal van de 'onderwijsmarkt'.” Dat is trouwens ook waar De Paepe's argumenten op neer komen: “Alleen zo kunnen we internationaal meetellen!” Het gegeven dat buitenlands (en ander) personeel dat aan door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde universiteiten komt doceren, het Nederlands moet beheersen, zou teveel talent ervan weerhouden voor een carrière(stukje) in Vlaanderen te kiezen, zo luidt het. Daaraan wordt dan al gauw een ander argument verbonden, namelijk dat dit de zoektocht naar buitenlandse studenten zou verhinderen.

    Volgens ons is het niet de primaire taak van het Vlaamse onderwijs om te concurreren op een geïnternationaliseerde markt, maar om Vlaanderen te voorzien van kwaliteitsvol onderwijs, die de Vlaamse jeugd opleidt om zelfstandige en kritische burgers te worden. …

    Verder:
    Ten slotte, en allicht belangrijker, dreigt een verengelsing ook te leiden tot een verschraling op het niveau van de kwaliteit van het onderwijs. Hoe je het draait of keert, zowel les geven als les krijgen in een andere taal dan je moedertaal leidt er hoe dan ook toe dat je je uitdrukkingsmogelijkheden beperkt: wie als Nederlandstalige in het Engels les krijgt van een andere Nederlandstalige, krijgt informatie die reeds tweemaal door een 'taalfilter' is verarmd. Sowieso leidt de overgang van middelbaar naar universitair onderwijs tot een taalsprong (van 'normaal' naar academisch taalgebruik en vakjargon); de verengelsing van het hoger onderwijs zou daar nog een extra hindernis aan toevoegen.

    Lees de hele tekst - de tekst in pdf-formaat

    Naar boven


    _________________________


  • Rector De Paepe spreekt, maar niet over het Nederlands als onderwijstaal

    Een grote kop op pagina 6 van De Standaard van zat.14 – zond. 15 juni 2014 dringt zich op: “Er moeten meer opleidingen in het Engels kunnen.”  De rector beroept zich zoals haar collega’s aan andere universiteiten en haar voorgangers op de klassieke ‘dooddoener’ internationalisering. Universiteiten in Vlaanderen geloven alleen maar daarin en zetten alles in om hun streven naar internationalisering toch maar publiek aan de man of de vrouw te brengen.

    Moeten we alle heil verwachten van die internationalisering? Moet dat blijvend de dominerende factor zijn die alle beleid aan onze hogere onderwijsinstellingen stuurt? En moet de onderwijstaal, het Nederlands, het daardoor blijvend ontgelden? Nog meer cursussen in het Engels betekent nog meer verdringing van het Nederlands als onderwijstaal. Leiden we talentrijke jongeren die naar de universiteit trekken enkel op om internationaal te functioneren? Zijn universiteiten dan geen instellingen die uit onze eigen maatschappij zijn gegroeid en die voor die eigen maatschappij zijn ingesteld? Mogen onze jongeren die later een positie verwerven in onze eigen maatschappij dan geen hoger onderwijs meer krijgen in de eigen taal?

    De druk om het Nederlands uit onze universiteiten te weren was in het begin van de jaren 2000 al manifest. Die druk heeft een taalregeling voor het hoger onderwijs uitgelokt met het structuurdecreet van juli 2012 die een onvoorstelbare verruiming heeft tot stand gebracht voor anderstalig onderwijs, hoewel bovenaan de taalregeling nog steeds staat dat het Nederlands de onderwijstaal is. In die regeling werd inderdaad bepaald dat in de initiële opleidingen voor de bachelors een verruiming werd voorzien tot 18,33 procent, één derde. Door datzelfde decreet wordt toegestaan dat voor de initiële masteropleidingen afgeweken mag worden van het principe dat Nederlands de onderwijstaal is in 50 % van de opleidingen. In datzelfde decreet wordt het begrip anderstalige opleidingen opgenomen waardoor de ruimte voor Engelstaligheid nogmaals enorm wordt vergroot ondanks de beperkende regels daarvoor. In datzelfde decreet wordt bevestigd dat voor onderwijs in de bachelor-na-bachelor en master-na-masteropleidingen geen enkele taalbeperking bestaat. Handhaving en controle van die wetgeving zijn in de regeling voorzien, maar betekenen in werkelijkheid nagenoeg niets, omdat ze grotendeels enkel in het jaarrapport van de universiteiten moeten worden voorzien en die geven de indruk dat met de toepassing van de taalregeling in die hogere onderwijsinstellingen alles in orde is.

    Dat alles betekent dat in de universiteiten nauwelijks nog enig bewustzijn aanwezig is over het bestaan van die taalregeling en dat ze op het gebied van het taalgebruik voor hun opleidingen gewoon hun gang kunnen blijven gaan en maar steeds meer gaan verengelsen. Toelating voor de zogenaamde ‘anderstalige opleidingen’ blijft wel nodig, maar de beoordeling van de toelatingsaanvragen ligt in handen van commissies die enkel de Engelstaligheid gunstig gezind zijn,  die pro forma vergaderen en die zowat alle aanvragen gunstig adviseren naar de Vlaamse overheid toe die dan ook geen rem wil zetten op die goedkeuring.

    Heel de bewust gecreëerde sfeer naar het Engels toe aan de Vlaamse universiteiten betekent druk om enkel in het Engels te publiceren met als gevolg de degradatie tot nagenoeg nul van de wetenschapsbeoefening in het Nederlands. Tweetalige of Engelstalige opschriften en mededelingen binnen de universitaire gebouwen doen een taalbewuste bezoeker opkijken. Er zijn doctoraatsverdedigingen die volledig in het Engels verlopen aan sommige faculteiten van Vlaamse universiteiten, waar in Nederland enkel de doctoraatsscriptie in het Engels gesteld is maar de verdediging adequaat in het Nederlands gebeurt.

    Het is meer dan nodig dat tegenover die onversaagde verengelsing ten koste van het eigen Nederlands als onderwijstaal een luide publieke kreet wordt gelanceerd. Het is nodig dat de Vlaamse politici zich ervan bewust moeten zijn, dat ze weer niet gaan toegeven door nog meer ‘versoepeling’ van een al te zeer verruimde taalregeling voor het hoger onderwijs met nog meer verdringing van de eigen taal in de decretale regelgeving in Vlaanderen. De roep naar verengelsing zal blijven aanhouden. De roep van de huidige Gentse rector zal blijven galmen en weerklank vinden in de media om de druk kracht te blijven geven. Vanuit het bewustzijn dat hier een grens ruim wordt overschreden en dat er nu al een overdreven en onnodige verengelsing ons hoger onderwijs teistert, moeten we vastberaden een hand opsteken en stellen: Niet meer, niet verder, niet langer die verengelsing! Stop ermee. Het is meer dan genoeg. Laat onze kinderen als ze naar de universiteit trekken, ook nog studeren in het Nederlands!

    Ghislain Duchâteau
    Vicevoorzitter Verbond der Vlaamse Academici,
    Verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs.

    ghislain.duchateau@telenet.be


    Naar boven


    _________________________




  • Engelse pletwals - Kaat Teerlinck en Hendrik Vos UGent juni 2014

    De verschuiving van het Nederlands naar het Engels aan de universiteiten is volop aan de gang. In het eerste nummer van Neerlandia/Nederlands van Nu van 2014 pleitten zowel Rik Torfs, rector van de Katholieke Universiteit Leuven, als Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden, voor een serene, redelijke en pragmatische aanpak. Beiden gaan ervan uit dat het Nederlands nog wel een toekomst heeft aan de universiteiten, maar dat we zeker niet krampachtig en defensief mogen vasthouden aan dat Nederlands als onderwijstaal.

    Hun pleidooien klinken overtuigend, gematigd en gebalanceerd. Universiteiten moeten zelf de keuze hebben om, zeker voor de masteropleidingen, over te schakelen naar het Engels. De vraag is hoe groot die keuzevrijheid in de realiteit nog is. In vele faculteiten, zeker in de menswetenschappen, leeft het gevoel dat er eigenlijk niet veel andere opties meer zijn. Er is op relatief korte termijn een klimaat ontstaan waarin de geleidelijke verengelsing als een noodzaak wordt ervaren. En ‘geleidelijk’ is dan wellicht een understatement: ieder jaar groeit de lijst met vakken die niet meer in het Nederlands worden aangeboden. Waar deze beweging ophoudt, en of ze ooit zal ophouden, is niet duidelijk. Stolker is wat dat betreft wel duidelijk in zijn bijdrage: “Verengelsing van de academie is niet te stoppen.”

    Er is een sfeer gegroeid van hoe meer Engels in het onderwijs, hoe beter. Wie zich daartegen verzet, wordt al snel weggezet als ofwel een sukkelaar die zelf het Engels niet goed machtig is, ofwel een Vlaams-nationalist met heimwee naar Bokrijk. Er klinkt bijgevolg niet veel protest.

    Die dominante sfeer heeft alles te maken met het belang van internationalisering voor de universiteiten. Geen rector geeft tegenwoordig nog een speech zonder dat het woord internationalisering een paar keer valt. Ook Torfs geeft het aan: “Met het Nederlands en het Frans […] als universitaire talen, raken wij […] achterop in de wereldwijde concurrentiestrijd.”.

    Het is stilaan een mantra geworden: onderwijs moet in het Engels, want anders verdwijnen onze universiteiten in de marge. “Deelnemen is een voorwaarde om te winnen”, aldus Torfs. Maar wat valt er eigenlijk te winnen? Ligt er ergens een meer?

    Veel aspecten van het universitaire leven verlopen vandaag in heel belangrijke mate in het Engels. Aan onze universiteiten wordt er graag en gretig Engels gesproken. In de wandelgangen, met buitenlandse collega’s. In de publicaties, omdat toonaangevende tijdschriften slechts manuscripten in het Engels aanvaarden. Het zou dom zijn om daar niet aan mee te doen, ondanks het risico dat het kan leiden tot een verschraling van de wetenschappelijke debatten. Maar haast automatisch wordt er nu van uitgegaan dat ook in de auditoria de lessen meer en meer in het Engels moeten worden gedoceerd.

    En dat gebeurt nu dus volop. Soms is dat knullig, maar we stand our little man. In het heetst van het betoog loopt het soms een beetje fout. Dat is niet zo erg.

    Er is een ander probleem. Professoren staan voor auditoria om te begeesteren. Om de dingen uit te leggen zodat ze blijven plakken, tot aan het examen en graag ook daarna. Taal is daarbij het wapen. Lesgeven gaat niet zozeer om de correcte woorden. Die staan al in de leerboeken. Als onderwijs het aflezen is van leerboeken, dan stoppen we er beter mee. Dat spaart iedereen tijd en de moeite van het komen. Een leerboek leest nog zo vlot in je studeerkamer of op het terras bij twee biertjes.

    Lesgeven, zeker in de menswetenschappen, is zoeken naar de fraaie formulering, naar de zin die mooi valt en perfect raakt. De anekdote komt omdat het er het goed moment voor is, en niet omdat ze de avond voordien is ingeoefend met Google Translate. De woorden moeten de juiste kleur hebben en de juiste klank, op dat moment en voor dat publiek. En het mag nijg zijn, en ook chill of cool. Het Nederlands is rekbaar. Als het verhaal daarmee aan kracht wint, mogen er vele woorden in de zinnen worden gesmokkeld.

    Schreef Hugo Claus zijn boeken in het Nederlands omdat hij in Engels niet verder raakte dan live, laugh, love? Zou het kunnen dat Tom Lanoye het Engels niet beheerst? Of zouden zij in het Nederlands schrijven omdat je een verhaal met al zijn gedoe en emoties het best kunt brengen in de taal die je het best beheerst? En is dat nu per se verspilling van talent?

    Aan de universiteiten is de trend anders. Daar wordt het betoog, waarin nuance nochtans erg belangrijk is, steeds vaker gebracht in een taal die we minder goed vast hebben. Een taal waarvan we het woordenrepertoire per definitie minder goed beheersen, taaltesten ten spijt. Dat is dapper en we doppen onze eigen boontjes. Maar de verhalen worden schraler, het onderwijs banaler.
    De voorbije jaren fnuikte een bepaalde onderzoekscultuur al heel wat creativiteit, althans in de disciplines die wij het best kennen. Met Engels onderwijs is de volgende pletwals vertrokken. Geen honderd jaar na de vernederlandsing van onze Gentse universiteit vordert de verengelsing hier snel.

    Zoals gezegd zijn daar wel een aantal goede argumenten voor te verzinnen. Torfs en Stolker geven er voldoende. Maar ze gaan eraan voorbij dat er eigenlijk op het terrein, in de faculteiten, in de departementen en in de vakgroepen, niet veel keuzevrijheid meer is. Er is een dominante sfeer die maar in één richting werkt, namelijk méér Engels, en wel zo snel mogelijk. Dat er aan dat Engelse onderwijs ook nadelen verbonden zijn, wordt niet ter sprake gebracht. Universiteiten verlenen hun bestaansrecht grotendeels aan het lef dat ze hebben, aan de brutaliteit om alles te durven problematiseren, om vaste waarheden ter discussie te stellen. Maar als het gaat over het onderwijs in het Engels wordt er helemaal niets geproblematiseerd. Internationalisering is immers een boot die we niet mogen missen. Zij die hem wel missen, zijn studenten die minder vertrouwd zijn met andere talen. Degenen die nog geen buitenlandse reizen maakten omdat dat buiten het gezinsbudget viel. Jongens en meisjes die niet al citytrippend met de mama en de papa van de ene plek naar de andere hopten of van wie de ouders geen Amerikaanse vrienden hebben die Engelse kranten laten slingeren.

    Natuurlijk is internationalisering geweldig. Taalkennis is ontzettend belangrijk en als het beste leerboek in het Engels is geschreven, moeten we dat vooral gebruiken. We wensen het iedereen toe om een semester in Berlijn te studeren, Zweeds te leren in Göteborg of een jaar te feesten op de Ramblas. Iedereen pikt er wel iets op wat de moeite waard is, al is het een lief of wat meer inzicht in het leven.

    Wie echt bekommerd is om internationalisering, wil iedereen die ervaring gunnen en niet alleen wie het vandaag kan betalen. Het loslaten van Nederlands als onderwijstaal heeft daar weinig mee te maken. Lesgeven in het Nederlands heeft ook niets te maken met vendelgezwaai of nationalistische kramp. Het heeft alles te maken met goed, geëngageerd en democratisch onderwijs.

    Kaat Teerlinck is als stagiaire verbonden aan het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent. Contact: kaat.teerlinck@ugent.be. Hendrik Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij doceert Europese Politieke Integratie, het Beleid van de Europese Unie, Besluitvorming in de Europese Unie en Actuele Vraagstukken van de Europese Politiek. Contact: hendrik.vos@ugent.be


    In Neerlandia/Nederlands van Nu, Nederlands-Vlaams tijdschrift voor taal, cultuur en maatschappij, jg. 118, nr. 2 | 2014 blz. 6-7.


    Naar boven


    _________________________


  • Het internationale symposium
    ‘National Languages in Higher Education, Science and Technology’
    te Athene, 7 november 2013 - Kort verslag van dr. Jan Roukens


    Organisatoren van dit symposium waren de Europese Vereniging voor Terminologie (EVT) en de Griekse Vereniging voor Terminologie (ELETO). Medebegunstigers waren de Délégation Général à la langue française et aux langues de France (DGLFLF) en de stichting Nederlands (sN). Het symposium vond plaats in het historische Kostis Palamas gebouw op de campus van de universiteit van Athene. De gebruikte talen waren Grieks, Frans en Engels, waartussen werd vertolkt.

    Het symposium in Athene kadert in een reeks die gedeeltelijk door de EVT werd geïnitieerd (Ljubljana, 2009), maar ook door de universiteit van Tallinn (2011) en de stichting Nederlands i.s.m. anderen (Brussel, 2008). De reeks zal worden voortgezet in andere Europese landen, met als doel de bewustwording in geheel Europa en de ontwikkeling van actiekernen te bevorderen.

    De problematiek is welbekend, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Steeds meer schakelen instellingen voor hoger onderwijs, in het bijzonder universiteiten, over van het Nederlands als taal van onderwijs en onderzoek, naar het Engels. Dit proces wordt ontnederlandsing respectievelijk verengelsing genoemd. Deze ontwikkeling is vooral op initiatief van de bestuurders van universiteiten in gang gezet, in Nederland midden jaren ’90 van de vorige eeuw. De opvolgende Nederlandse regeringen hebben zich vanaf die periode warme voorstanders getoond van deze verengelsing. Sinds enkele jaren is deze tendens overgeslagen naar de Vlaamse regering, die in juli 2012 een decreet liet goedkeuren dat een verruiming van het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs beoogde. In Nederland heeft een parlementair debat te gronde over deze kwestie nooit plaatsgehad.

    In Athene werd geconstateerd dat de verengelsing van de universiteiten in Nederland bijna een eindpunt heeft bereikt met de volledige verengelsing van de tweede cyclus (zog. Masters) en een groot deel van de eerste cyclus (Bachelor). Nederland loopt hiermee ver ‘voorop’ in Europa. Ook werd geconstateerd dat de Nederlandse wetenschapstaal in feite is opgehouden te bestaan, dood is, omdat Nederlandse wetenschappers zich niet meer in het Nederlands uitdrukken en dat ook niet meer blijken te kunnen, en omdat aan de Nederlandse wetenschappelijke terminologie al bijna een decennium geen aandacht wordt besteed. Voor Vlaanderen betekent dit niet veel goeds, het lijkt niet waarschijnlijk dat Vlaamse wetenschappers buiten de Nederlanders om de Nederlandse wetenschapstaal overeind kunnen houden, zelfs als zij dat zouden willen.

    De Noordse landen (Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken) volgen Nederland op ruime afstand. De tendens daar is te streven naar een 50-50 verhouding tussen de nationale taal (talen) en het Engels. Een onnadenkend streven, dat ook in Vlaanderen opgeld doet en de kenmerken vertoont van de soort compromissen die tussen handelaren wordt gesloten. Ook het grote Duitsland blijkt gevoelig voor de oprukkende verengelsing, terwijl centraal Europa en de romaans- en Griekstalige landen minder gevoelig zijn. Deze schijnbaar gunstige ontwikkeling kan echter tegen vallen: uit onderzoek van de evolutie van de laatste drie jaar blijkt immers dat de universiteiten in Frankrijk, Italië en Spanje in absolute zin nog niet erg onder de verengelsing lijden, maar daarentegen aan een grote inhaalslag lijken te zijn begonnen met toenames over deze periode van honderden procenten.

    De achtergronden voor de verengelsing zijn nogal divers en in hun samenhang complex. In dit verband kunnen wij daar niet op ingaan. Maar kennis daarvan is erg belangrijk voor wie het kwaad van de verengelsing te gronde wil bestrijden.
    De Europese Unie is in deze kwestie principieel correct (eenheid in verscheidenheid) maar praktisch niet steeds consequent.

    De Aanbevelingen van Athene

    Door de deelnemers van het symposium in Athene werd een aantal aanbevelingen aangenomen, met de bemerking dat deze nader moeten worden uitgewerkt en van commentaar voorzien. Het is de bedoeling dat zij worden aangeboden aan de verantwoordelijke nationale, regionale en Europese autoriteiten met het verzoek daar rekening mee te houden bij de besluitvorming. Ook zullen deze aanbevelingen voortdurend worden geëvalueerd, verbeterd en uitgebreid.

    I
    Burgers hebben het recht op alle relevante niveaus onderwezen te worden in de officiële talen van het land of de regio waar zij wonen. Om het burgers mogelijk te maken te functioneren in internationale verbanden, zullen zij geschoold worden in het gebruik van meer talen.
    II
    Het gebruik van een bepaalde onderwijstaal in publieke scholen is een zaak van algemeen maatschappelijk belang en daarom onderhevig aan democratische besluitvorming. Het is niet een kwestie die besloten wordt door de scholen zelf.
    III
    De geschreven en de gesproken taal zijn beide essentieel voor de overdracht van kennis op alle opleidingsniveaus. Het is de uiteindelijke verantwoordelijkheid van overheden te verzekeren dat deze vitale instrumenten die taak optimaal kunnen vervullen.
    IV
    De gangbare praktijk om kwaliteit in het hoger onderwijs uitsluitend vast te stellen op grond van de aantallen publicaties en verwijzingen, en de voorkeur die gegeven wordt aan de Engelse taal voor deze publicaties, dient te worden afgeschaft als zijnde discriminerend, ontoereikend en onnauwkeurig.
    V
    Wetenschappelijke vooruitgang is van belang voor elke cultuur en is een integraal deel van elke cultuur. Vastlegging daarvan in de verschillende cultuurtalen is normaal en noodzakelijk.

    Jan Roukens, Brussel, 24 november 2013


  • Moedertaal - column van Luc Bonneux - 9 maart 2012


    In de rubriek “Pinnekesdraad”  van het Nederlandse tijdschrift “Medisch contact” publiceert  de Vlaamse epidemioloog Luc Bonneux, werkzaam in Nederland, een kort artikel met als titel “Moedertaal” (9 maart 2012 | 67 nr. 10). “Hoewel het nogal provocatief geschreven is, klinkt het verfrissend op een ogenblik dat Vlaamse politieke partijen het hoger onderwijs verregaand willen verengelsen.” ( em. prof. dr. Eric Ponette)



    Begin

    Het Engels wordt de voertaal aan de Nederlandse onderzoeksinstellingen. Of toch een variant op klompen, een voertaal te vergelijken met het vulgair Latijn in de Middeleeuwen. Uit dit volkslatijn zijn veel grote cultuurtalen ontstaan, maar dat heeft wel een duizend jaar geduurd. Het klompenengels is een gedegenereerd pidgin van enige honderden woorden. Dat gaat prima om bijvoorbeeld uit te leggen hoe je een bepaald vaccin moet maken. Om te kunnen communiceren heb je maar een paar honderd woorden nodig, de technische details zijn bestemd voor een paar experts. Maar zo gauw je wat zegt over de complexiteit van het leven, gezondheid en ziekte, heb je een echte taal nodig, met fijn gevoelen voor detail en nuance.

    Slot

    De deskundigencultuur die zich hult in een vreemde taal is een erfgenaam van de inquisitie.
    De triomf van de Verlichting was minder de wetenschap, dan het delen van kennis met het volk. Scientia vincerit tenebras, kennis verdrijft het duister. Dat kan slechts als de mensen je begrijpen. De taal van ware kennis is niet het Engels, maar de taal van je moeder.

    Lees de hele tekst


    Naar boven

  • Een mild geformuleerde waarschuwing van de Nederlandse Taalunie - 28 november 2011



    Engels is geen probleem voor student, correct Nederlands wel


    VAN ONZE REDACTIE ONDERWIJS − 28/11/11, 00:00

    Het is natuurlijk prachtig dat een groeiend aantal hogescholen en universiteiten Engelstalig onderwijs geeft. Zo kweken zij mondige wereldburgers, die zich later prima kunnen redden op een internationaal kantoor in Singapore of Berlijn. (aldus Trouw!)

    Toch zet de Nederlandse Taalunie twee kanttekeningen bij deze trend. De eerste is: meer dan 90 procent van de studenten belandt gewoon achter een bureau in Rotterdam of Amersfoort. Daar is de voertaal hoofdzakelijk Nederlands. En die taal leren ze op zo'n Engelstalige opleiding nauwelijks meer beheersen, aldus de tweede kanttekening.

    Volgens de wet moet onderwijs in het Nederlands gegeven worden. "Daar kan onder voorwaarden van afgeweken worden", zei Linda van den Bosch, secretaris van de Taalunie, dinsdag op een symposium van Avans Hogeschool in Breda. "Maar het lijkt erop dat die uitzondering steeds meer regel wordt."

    In 2010 waren er ongeveer 1300 Engelstalige opleidingen en cursussen in Nederland, een groei van acht procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Van den Bosch vermoedt dat de onderwijsinstellingen met dit aanbod extra buitenlandse studenten willen trekken. Daar lopen er zo'n 50.000 van rond; de overgrote meerderheid (600.000) is echter nog altijd Nederlander.

    Moet die meerderheid per se colleges in het Engels volgen? Voor de kleine groep die als onderzoeker gaat
    werken is een Engelstalige opleiding evident, benadrukt Van den Bosch. Zij adviseert hogescholen en universiteiten om hun beleid af te stemmen op de taalvaardigheid die de studenten op de werkvloer moeten beheersen. Dat betekent: meer investeren in beter Nederlands.mailIcon

    Noot:
    Het is onvoorstelbaar hoeveel de Nederlandse Taalunie (NTU) doet voor het onderwijs van het Nederlands.
    Laten we daar onze bewondering en dankbaarheid voor uitspreken. Een voorbeeld daarvan is de Implementatieconferentie die de NTU origaniseerde op 8 en 9 december 2011 in Hoeven (Nederland). Klik even de koppeling aan naar het verslag van die conferentie waar onder didactici uit Nederland, Vlaanderen en Suriname de vernieuwingen in het onderwijs Nederlands aan elkaar werden voorgesteld.


    Linde Van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, kreeg net de LOF-prijs voor de bevordering van het Nederlands toegekend vanwege de Stichting Nederlands en het ANV vzw. Dat is een terechte honorering van haar werk en dat van de NTU.

    Naar boven


  • 'Laten we nu eens ophouden met dat rare Engels van ons' - Rik Smits 29-12-2011



    We bedienen de buitenlandse studenten beter met goed Nederlands dan met krom Engels. Dat stelt taalkundige en publicist Rik Smits.




    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...',  
    Of er een Nederlandse volksaard bestaat of niet, één karaktertrek hebben bijna alle welopgevoede en hoogopgeleide Nederlanders gemeen: een kleinerende blik op de eigen cultuur. Uitdrukkingen als 'we zijn maar een klein landje' en het weinig complimenteuze 'op zijn Hollands' getuigen daarvan, maar ook onze buitensporige bewondering voor dominante buitenlandse culturen. Omstreeks 1900 domineerde Frankrijk, dus wilde elke kunstenaar naar Parijs, kwam er facultatief Franse les op de lagere school en adverteerde bijvoorbeeld magazijn de Bijenkorf met lange lappen geheel in het Frans gestelde tekst.

    Katzwijm
    Sinds de Tweede Wereldoorlog ligt Nederland kritiekloos in katzwijm voor de Engels-Amerikaanse cultuur: Populaire radiostations brengen vrijwel uitsluitend Engelstalige muziek ten gehore, bioscopen tonen vrijwel uitsluitend films uit de Hollywoodstal en we volgen de Amerikaanse presidentsverkiezingen alsof het om de president van Nederland gaat. Maar ook onze politici kijken in het algemeen vooral over het water en staan meer dan in welk ander continentaal Europees land ook met de rug naar Europa.

    Heel bijzonder is hoe we ons van onszelf vervreemden en ons daarover ook nog eens vol zelfoverschatting op de borst kloppen met onze mythische talenkennis. Pardon: onze kennis van het Engels, want iemand die een woordje Duits of Frans spreekt, moet je tegenwoordig met een lantaarntje zoeken. Maar ook dat Engels bestaat vooral in onze verbeelding, het niveau ervan overstijgt lang niet altijd dat van een automatisch vertaalde Koreaanse gebruiksaanwijzing.

    Tekenend is hoe het Amsterdamse GVB zich al jaren onsterfelijk belachelijk maakt met 'leaving the vehicle, don't forget to check out...', maar meer nog dat dat de NCRV in de opvoedende jeugdserie Spangas een lerares Engels doodleuk het tenenkrommende 'I think I will go soon to bed' laat uitbraken (22 december 2011).

    Onverstaanbaar Dutchglish
    Ook onze hogescholen en universiteiten laten zich niet onbetuigd. Al decennia koeterwaalsen daar hele congreszalen in onverstaanbaar Dutchglish omdat er mogelijk een buitenlander in de zaal zit (dat mag dan best een Italiaan, Argentijn of Algerijn zijn, daar zijn we ruimhartig in). Erger is dat ze grote delen van hun onderwijs ook zo aanbieden - malligheid als Engelstalige colleges Turks aan Nederlandse studenten. In Maastricht zijn zelfs de inschrijvingsformulieren alleen nog in het Engels verkrijgbaar. Dit alles ter wille van de 'internationale uitstraling' en het aantrekken van buitenlandse studenten. Tja.

    Geen ander land benadeelt de eigen bloem der natie moedwillig zo ernstig. Dat Engels is een handicap omdat studenten, ook als hun Engels zo goed zou zijn als ze zelf denken (quod non), nodeloos moeten meehobbelen in een taal die niet de hunne is. Bovendien is het Engels van het collegegevend personeel doorgaans van het niveau kolenhok.

    Sprinkhanen
    En nu ontdekte het Nuffic ook nog dat die felbegeerde buitenlanders zich als sprinkhanen gedragen: ze komen, vreten de collegeruif leeg en hoppen verder. Geen wonder, want we trekken precies de verkeerden aan. 'Onze sterke kant is onze Engelstaligheid', zei Nuffic-directeur Van den Eijnden in de Volkskrant van 23 december. Maar dan toch alleen voor studenten die niets met Nederland hebben maar te arm zijn voor de draconische collegegelden van Engeland en Amerika. Daartegenover maken we het buitenlanders die gemotiveerd naar Nederland komen zo onaantrekkelijk mogelijk door ze geen toegang te geven tot onze taal.

    Zo'n twintig jaar geleden ontwierp de Rotterdamse hoogleraar Sciarone cursussen Nederlands voor studenten uit China waarbij onder meer veel woordjes geleerd moesten worden. De Nederlandse onderwijswereld, waar men toen al op kennis neerkeek, verguisde hem, maar zijn Chinezen waren er dolblij mee en leerden de taal vlot. Het is tijd om eindelijk de waarheid onder ogen te zien en op te houden met dat rare Engels. Tijd om te investeren in goede voorzieningen voor buitenlandse studenten om Nederlands te leren en onze cultuur te leren kennen.

    Rik Smits is taalkundige en publicist.

    Bron: De Volkskrant Opinie 29-12-2011


    Naar boven


  • Engels in het hoger onderwijs (in Nederland) - Maarten Klassen in De Groene Amsterdammer 25-10-2011

    De hoogleraar wil aan zijn college beginnen. Hij heeft een laptop in zijn hand, kijkt wat verongelijkt om zich heen: 'I'm searching for a stekkerdoos, have somebody seen it?' Dit is de Nederlandse universitaire onderwijspraktijk anno 2011. Toen minister van onderwijs Jo Ritzen eind jaren tachtig opriep Engels voertaal te maken aan de Nederlandse universiteiten kreeg hij nog een storm van verontwaardiging over zich heen. Inmiddels lijkt het erop dat het gebruik van Engels usual business is aan de Nederlandse universiteit.

     Masteropleidingen zijn overwegend Engelstalig, alle universiteiten bieden bachelorvakken aan in het Engels en de Radboud Universiteit Nijmegen heeft onlangs twee en een half miljoen uitgetrokken om het hele onderwijs tweetalig te maken.  De commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) heeft in 2007 een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar het Engels als onderwijstaal. De cijfers zijn onduidelijk en beleid varieert van faculteit tot faculteit. De kernvraag blijft onbeantwoord. Voor wie internationaliseren we eigenlijk?

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Hou toch op met dat Engels! - Ger Groot in Trouw 22-10-2011



    Hoe slim is het eigenlijk, om buitenlandse studenten Engelstalig onderwijs te bieden? Volgens Ger Groot, die in Parijs studeerde, onthouden we hun zo iets heel wezenlijks: "De ontdekking van een andere cultuur en dus vrijwel altijd een andere taal."

    Ik koesterde weinig tedere gevoelens voor Frankrijk toen ik ruim dertig jaar geleden in Parijs een jaar lang filosofie ging studeren. Mijn wereldkaart was overwegend angelsaksisch ingekleurd: daarin verschilde ik niet van het gros van mijn landgenoten. Maar Parijs lag relatief dichtbij, leek het niet aan charmes te ontbreken en filosofisch was er in die tijd inderdaad één en ander te beleven.
    Een jaar later lag de situatie er heel anders voor. Met mijn Frans, bij aankomst nog nauwelijks meer dan rudimentair, kon ik na een maandje bijles al heel best uit de voeten.
    Het Parijse leven had me bevrijd uit de vanzelfsprekendheid van de Hollandse manier van doen. Niet alles wat uit Frankrijk kwam bleek als 'chauvinisme' te kunnen worden afgedaan. Qua ideeënrijkdom moest het land in ieder geval heel serieus worden genomen. Het publieke debat had er een niveau waar Nederland een voorbeeld aan kon nemen.
    Daarnaast bleek de Franse levensstijl één van de prettigste samenlevingen te hebben voortgebracht die de wereld kent - al waren de rankings van de internationale organisaties daar nog niet helemaal achter.

    Dankzij mijn studiejaar in Frankrijk was dat land, kortom, voor mij pas begonnen te bestaan. En in weerwil van mijn latere omzwervingen door Europa is dat in dertig jaar niet veranderd. Nog altijd weiger ik te geloven dat Frankrijk, bij een internationaal conflict, bij voorbaat ongelijk moet hebben - zoals in Nederland al snel wordt gedacht. ...

    Lees het hele artikel

    Naar boven



  • Engels, mode of noodzaak? Frans en Duits, verguisd? Enkele caveats! Alex Vanneste U.A

    Samenvatting

    In deze bijdrage behandelen wij een aantal positieve effecten en potentiële bedreigingen van de invoering van Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen (en Nederland).
    Onderwijs in het Engels is eigenlijk een verplichting geworden in de huidige geglobaliseerde academische
    wereld. Het invoeren van Engels kan een negatieve impact hebben op de onderwijskwaliteit en op de meertaligheid, zeker indien Engels te snel wordt geïntroduceerd en zonder oog te hebben voor alle mogelijke gevolgen. Alle universiteiten moeten eigenlijk zo snel mogelijk een coherent en realistisch beleidsplan ontwikkelen inzake academisch onderwijs, met eerbied voor de studenten, de professoren, de Nederlandstalige
    maatschappij en, vooral, academische excellentie.

    Artikel in het tijdschrift TORP (ts. voor Onderwijsrecht en -Beleid) jg. 2011-2012 nr. 1

    Het artikel is heel informatief, overtuigend en sterk inzichtverrijkend (G.D.)

    Lees het hele artikel

    Naar boven

  • De verengelsing van het hoger onderwijs - invalshoeken vanuit de Rijksuniversiteit Groningen

    De Groningse professoren zijn het niet eens of de verengelsing zinvol is.
    Engelstalige scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland worden steeds meer bezocht door van huis uit eentalige Nederlandse kinderen. En in het hoger onderwijs moeten meer en meer Nederlandstalige studies plaatsmaken voor Engelse varianten. Wat heeft dit voor gevolgen?

    Het debat kunt u hier volgen.

    Naar boven



  • Een pijnlijke vaststelling, de verdringing van het Nederlands

    Arno Schrauwers uit zijn teleurstelling bij zijn afscheid als voorzitter van de
    Stichting Nederlands


    Ergens tussen 14 april 2002 (sN-nieuwsbrief nr.8) en 16 januari 2003 (sN-nieuwsbrief nr. 9) ben ik voorzitter geworden als opvolger van Wim Jansen, aanvankelijk als a.i., maar dat adjectief is er gaandeweg vanaf gesleten. Nu juli 2011 houd ik het voor gezien. Dat betekent niet dat ik geen hart meer heb voor de Nederlandse taal, maar dat ik tot de slotsom heb moeten komen dat ik er niet in geslaagd ben het Nederlands als belangrijk thema op de Nederlands(talig)e kaart te zetten. Individueel zeggenNederlanders dat ze het bezit van de eigen taal op hoge prijs stellen, maar in de praktijk blijkt daar er weinig van. Het Nederlands staat onder druk. Op steeds meer plaatsen moet het Nederlands wijken voor het Engels. Dat gebeurt soms met toestemming van de controlerende macht, maar vaker nog door weg te kijken. Het volk laat zich weinig horen.

    Lees de hele tekst op de pagina Artikels rond taal, taalgebruik, taalpolitiek

    Naar boven

  • De Nederlandse Taalunie peilt naar de mening van jongeren over "Engels in het hoger onderwijs"
    Ze publiceert daarover op de jongerensite betekenisvolle artikels


    “Engels in het hoger onderwijs”

    Op steeds meer hogescholen en universiteiten wordt een belangrijk deel van het onderwijs in het Engels gegeven. De meningen daarover zijn verdeeld. Wat vind jij ervan?
    Vul de online enquête in en discussieer mee door je opmerking hieronder te plaatsen.

    Eerst meer over het onderwerp lezen?

    Aanvullende leessuggesties?
    Mail de redactie: dwvdnt@taalunie.org

    Naar boven


  • Ons Erfdeel 1 - 54ste jaargang februari 2011 publiceert als openingsartikels twee teksten over de verengelsing van het hoger onderwijs. Wij voegen er wat kritische nabeschouwingen aan toe

    Het eerste is getiteld “Geen haan die ernaar kraait – August Vermeylen en de verengelsing van het hoger onderwijs" blz. 4-13. van Gita Deneckere en Ruben Mantels beiden verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de UGent.

    Het tweede is van de hand van prof. Jozef T. Devreese, actief lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het Verbond der Vlaamse Academici en draagt als titel “Meer Engels? Neen, meer excellentie” blz. 14-19.

    Inleiding tot het eerste artikel:

    “Dames en heren, wij zijn de drie kraaiende hanen die ons volk wakker zullen maken.”
    In het najaar van 1910 trokken de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van
    Cauwelaert en de liberaal Louis Franck eensgezind de hort op voor de vernederlandsing
    van de Gentse universiteit. Van het afgeladen volle Nieuw Circus in Gent tot het
    kleinste wijkcafé in de Antwerpse Kiel spraken deze “schitterende redenaars” over het
    “levensbelang” van hoger onderwijs in de eigen taal. Driehonderdtwintig meetings
    later hadden ze 100.000 handtekeningen verzameld op een monsterpetitie die ook de
    steun kreeg van 500 gemeentebesturen. In maart 1911 werd het wetsvoorstel ingediend
    dat de geleidelijke invoering van het Nederlands aan de Gentse universiteit in
    het vooruitzicht stelde.
    Honderd jaar later schiet Vlaanderen niet wakker als de Vlaamse regering, waar de
    N-VA deel van uitmaakt, een consensus bereikt over de versoepeling van de taalwetgeving
    op het hoger onderwijs. …

    Lees het artikel in pdf-formaat vanaf de website van Ons Erfdeel

    Na een kritische lectuur voegen wij bij beide artikels enkele nabeschouwingen toe

    Artikel 1 hinkt afwisselend op een linker en op een rechter voet. Enerzijds wordt de verengelsing van het hoger onderwijs verantwoord en opgehemeld en anderzijds worden er de nadelen van in het licht gesteld. Uiteindelijk is het een tweeslachtig artikel geworden waarbij men de positie van de beide auteurs niet achterhaalt: zijn ze voor of tegen?

    Het artikel is wel gestoffeerd met een aantal ideeën die tot reflectie aanzetten. De titel verwijst alvast naar de vanzelfsprekendheid waarmee de verruiming van de mogelijkheden tot Engelstalig hoger onderwijs wordt bejegend. De perceptie van de noodzaak van de internationalisering in een dominante kenniseconomie verklaart die vanzelfsprekendheid tot op grote hoogte. Internationalisering blijkt in dergelijke discussies als een doorslaggevend argument te worden gehanteerd. Internationalisering is gezaghebbend en verantwoordt blijkbaar een beleid tot verdere verruiming van het gebruik van het Engels als onderwijstaal ondanks de beginformulering van art. 91 van het Structuurdecreet van 4 april 2003 dat het Nederlands de onderwijstaal is in het hoger onderwijs. Hier blijkt een overmatig gebruik van het begrip ‘internationalisering’ om die verruiming te verantwoorden. Er zijn beslist tegenargumenten om die slokop in de discussie te relativeren.

    Opvallend is ook weer in het artikel 1 dat het hier zou gaan om een evidente grote verruiming van de toelaatbaarheid tot Engelstalig hoger onderwijs in afwijking van het principe van art. 91. De grondprincipes van het huidige artikel blijven in de nieuwe regeling behouden en als de hogere onderwijsinstellingen een ernstig taalbeleid willen voeren voor hun onderwijs, dan beperken zij Engelstalige opleidingen of opleidingsonderdelen tot het strikt noodzakelijke en bevorderen ze de taalbekwaamheid van docenten en studenten in het Nederlands en in het Engels.

    Omdat artikel 1 ook verslag uitbrengt van het panelgesprek dat gevoerd werd bij de opening van het August Vermeylenjaar aan de UGent op 23 november 2011 worden ook de opinies weergegeven van de panelleden in dat debat. Het is ontstellend hoe lichtzinnig en echt onoordeelkundig opinies van nochtans competent verwachte sprekers overkomen voor wie zich reëel om de status van het Nederlands als onderwijstaal bekommert. De uitbundigste voorstander van verengelsing blijkt in die groep panelleden toch wel de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet die zich zonder bekommernis voor de eigen taal uitlaat voor een gemeenschappelijke Europese taal. Ook Siegfried Bracke roept onbewimpeld uit: “Hoe kun je hier tegen zijn”. Volgens hem is de verengelsing een opportuniteit die we pragmatisch moeten aangrijpen en waarvoor een té knellende taalwetgeving moet worden aangepast. Als beleidsvoerders uit het hoger onderwijs roepen dat de huidige regeling te  knéllend is, dan is het niet moeilijk dat met lichtzinnige overtuiging over te nemen en uit te galmen.

    Aanleiding tot de tweevoetigheid of tweeslachtigheid van artikel 1 zijn wel de citaten van August Vermeylen zelf die tot leidraad in het debat moesten dienen. Wie kent niet zijn kreet “Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn om Europeeërs te worden”? Hij zei dat in een totaal andere context en met duidelijk als gezaghebbende universiteitsrector en politicus de prioriteit van de eigen taal voor het hoger onderwijs voor ogen. Niets belet ons Europees te denken en tezelfdertijd de eigen taal en cultuur als een hoogst belangrijk gegeven van de eigen identiteit te beleven. Studeren in het Nederlands geeft uitermate meer kans tot studierendement en kan voeren tot een maatschappelijke functie die ten dienste kan worden gesteld van de eigen gemeenschap.

    Artikel 2 van prof. Devreese wekt voor de lectuur het vermoeden dat hier een tegengewicht wordt aangereikt voor de zogenaamde onomkeerbaarheid van de verengelsing in het hoger onderwijs. Het artikel is korter, geen verslag, maar een argumentatie voor een redelijker attitude ten overstaan van de besproken thematiek. Het staat ook preciezer en veel concreter bij de beperkte verruimingsmogelijkheden die het Vlaamse Parlement voorziet goed te keuren in zijn hervorming van het hoger onderwijs in de komende maanden. Zijn standpunt is bijzonder genuanceerd en moet matigend en redelijk overkomen bij een weldenkende kritische lezer: “Het decreet van 4 april 2003 over het taalgebruik in het universitair en hoger onderwijs biedt ruimte voor een evenwicht waarbij aan de eigen landstaal onverminderd de plaats wordt verzekerd die haar toekomt, terwijl eveneens ruimte wordt geschapen voor deelcurricula in vreemde talen, veelal in het Engels, zowel voor onze eigen studenten als voor gaststudenten”.  In het licht daarvan moet de voorziene verruiming klein zijn en moeten de politieke en academische beleidsvoerders hun verantwoordelijkheid opnemen om het Nederlands zijn plaats in wetenschap en onderwijs te laten behouden als de studies gericht zijn op een functionaliteit binnen de eigen gemeenschap. In veruit de meeste professionele bacheloropleidingen is dat zo en zouden Engelstalige cursussen volkomen misplaatst zijn. Ook vele masteropleidingen kunnen gericht zijn op de eigen taalgemeenschap en behoeven geen verengelsing als dusdanig.

    Van groot gewicht lijkt mij ook het pleidooi van de auteur van artikel 2 voor excellentie in universitaire seminaries en laboratoria. Hij besluit terecht zijn tekst met de volgende treffende zin: “De enige manier om onze universiteiten grotere internationale uitstraling te bezorgen is het versterken van de excellentie van het wetenschappelijke onderzoek.” Het taalgebruik is daar niet zo relevant: ook buitenlandse studenten kunnen hieraan in het Nederlands participeren en Vlaamse studenten kunnen dat met hun buitenlandse studiegenoten in het Engels beleven.

    Tot besluit kunnen we stellen dat hier een intellectueel eerlijke reflectie over de problematiek van het taalgebruik in het hoger onderwijs meer dan wenselijk is en dat meehuilen met de wolven in het bos hoogst ongepast en onwenselijk is. Wat is er mooier en efficiënter dan te kunnen communiceren in de eigen taal? en dat is toevallig volgens de 30-jarige Nederlandse Taalunie toch ook een wereldtaal. Laat die taal, dat Nederlands, dan gedijen in het intellectuele universum die het hoger onderwijs biedt.

    Ghislain Duchâteau

    Hasselt, 8 februari 2011

    Naar boven


  • August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent -
    openingsdebat op dinsdag 23 november 2010:
    verengelsing van het hoger onderwijs

    ‘Om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden’

    Openingsdebat van het August Vermeylenjaar over de verengelsing van het hoger onderwijs met:

    • Pascal Smet (minister van Onderwijs)
    • Fientje Moerman (Vlaams parlementslid)
    • Siegfried Bracke (federaal Kamerlid)
    • Kris Versluys (directeur onderwijsaangelegenheden UGent)
    • Tom Demeyer (VVS-studentenvertegenwoordiger)

    Rector Paul Van Cauwenberge en prof. dr. Gita Deneckere leiden het debat in.
    Moderator: Marc Reynebeau

    23 november 2010, 20 uur, Aula van de UGent, Voldersstraat 9, Gent.

    Organisatie: UNIVERSITEIT GENT – VAKGROEP GESCHIEDENIS – INSTITUUT VOOR PUBLIEKSRECHT

    Informatie over het August Vermeylenjaar aan de Universiteit Gent: klik hier

    Zie de tekst: De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK Gita Deneckere 22-11-2010

    De dreiging van het omgekeerd provincialisme - EEN DUALE UNIVERSITEIT IS NIET WENSELIJK
    Gita Deneckere 22-11-2010

    De auteur vreest dat de nakende versoepeling van de taalwetgeving een dualiteit zal creëren in het hoger onderwijs in Vlaanderen, met aan de ene kant de ‘topstudent' die internationaal gerekruteerd wordt en aan de andere kant de gemiddelde millenniumstudent.

    Lees die tekst

    Naar boven


  • Engels en vals kosmopolitisme - In het hoger onderwijs wordt Nederlands weggeduwd - Guido Vanheeswijck 30-9-2010


    Ik heb niets tegen het Engels, zegt GUIDO VANHEESWIJCK, wel tegen de onnadenkende manier waarop het in het hoger onderwijs wordt ingevoerd. Voorts wekt het bij hem verbazing dat voetstoots wordt aangenomen dat het zo het beste is.




    De heisa rond de voorstellen van Pascal Smet om het Engels als tweede taal in te voeren heeft tenminste het voordeel dat de discussie rond het talenbeleid in het Vlaamse onderwijs wordt aangezwengeld. Die is tot dusver immers nagenoeg helemaal afwezig, hoewel er de laatste maanden belangrijke beslissingen in dat verband zijn genomen. Eigenlijk is het paradoxaal. Terwijl het gekrakeel rond Brussel en de zoveelste staatshervorming elke dag wordt becommentarieerd, worden er in de marge van die aandacht minstens even belangrijke beslissingen genomen over de groei van het Engels en de teloorgang van het Nederlands (en andere talen) in het hoger onderwijs.

    Lees verder


    Naar boven


  • Ban het Nederlands niet uit de masteropleidingen - Prof. Jozef Deveese 27-8-2010

    De internationalisering en het taalregime in het hoger onderwijs zijn opnieuw aan de orde. De Vlaamse regering besliste onlangs een ‘versoepeling’ van de wetgeving op de onderwijstaal voor te stellen aan het Vlaams Parlement. Maar waarom onderwijs geven in een vreemde taal?

    Door Jozef T. Devreese, professor emeritus in de fysica van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven

    Het Vlaams decreet van 4 april 2003 bepaalt dat het Nederlands de onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is. Het decreet geeft tevens aan in welke mate en voor welke onderdelen van de bachelor- en masteropleidingen een andere taal kan worden gebruikt.

    Over een aantal algemene doelstellingen van het taalbeleid voor het universitair en het hoger onderwijs bestaat een ruime consensus: een evenwicht realiseren tussen het gebruik van het Nederlands en van vreemde talen (in het bijzonder het Engels) als onderwijstaal; de studenten optimaal internationaal onderdompelen, afhankelijk van de finaliteit van hun studie; en de maximale internationale uitstraling van onze universiteiten en laboratoria stimuleren.

    Wanneer het over de modaliteiten gaat om die doelstellingen te realiseren, lopen de meningen echter uiteen. Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van de onderwijstaal is dat Engelstalig onderwijs nodig is om buitenlandse topstudenten aan te trekken en onze internationale uitstraling te vergroten.

    Tot voor kort trokken we buitenlandse studenten en vorsers aan door geselecteerde specialisatieopleidingen in het Engels aan te bieden, met een apart getuigschrift en gesteund door excellentiepolen in het onderzoek. Dit waren de eenjarige ManaMa-opleidingen, master na master. Via wetenschappelijke samenwerkingsverbanden leidde dit tot een levendige internationale uitwisseling van studenten. De getuigschriften van die opleidingen waren niet gelijk aan, maar hoger dan een masterdiploma.

    Spanningsveld

    Die opleidingen zijn recentelijk echter ‘ingedaald’ in de Nederlandstalige masteropleidingen, in een poging tot rationalisatie. Daardoor ontstaat een spanningsveld omdat Nederlandsonkundige studenten zullen afhaken. Dat was een van de argumenten om de Nederlandstalige masteropleidingen te verengelsen en het taaldecreet aan te passen.

    Er bestonden evenwel alternatieven. Het was niet het taaldecreet dat aangepast moest worden. Belangrijker is de rationalisatie die kan worden doorgevoerd via het financieringsdecreet voor het hoger onderwijs. Op die manier kunnen de specialisaties gericht op buitenlandse studenten opnieuw ontkoppeld worden van het masterdiploma. Andere landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië organiseren dergelijke internationale opleidingen als een ‘doctoral school’. Voorbeelden uit de wetenschappen zijn de Les Houches-school in Frankrijk en het Abdus Salam Centre in het Italiaanse Triëst.

    Ook na het nieuwe voorstel van de Vlaamse regering aan het Vlaams Parlement blijft de inrichting van specialisatiecursussen, los van het masterdiploma, een vruchtbare optie die daarenboven toelaat de basismasteropleiding verder overwegend in het Nederlands in te richten.

    Een veelgehoord argument voor verdere verengelsing van het hoger onderwijs is dat het Engels de taal van de wetenschap is. Deze stelling is fout. Veeleer geldt dat wiskunde de taal van de wetenschap is. En een nieuwe taal leer je toch het best vertrekkend vanuit je eigen moedertaal? De Franse grammatica leren we ook niet in het Engels.

    Onze studenten komen nu al evenwichtig in contact met vreemde talen, vooral met het Engels. Tijdens de bachelor- en masteropleiding verloopt de basisopleiding in het Nederlands, met een zinvol aantal lessen in het Engels. De studenten volgen (vooral vanaf de masteropleiding) seminaries in het Engels en zij gebruiken, afhankelijk van de discipline, ook anderstalige handboeken.

    Lat

    Doctorandi, de meest relevante deelgroep voor internationalisering in sommige studierichtingen, komen via werkbesprekingen in het laboratorium, seminaries en (internationale) symposia ruim in contact met het Engels. Het blijkt dat de Vlaamse afgestudeerden op internationale congressen, na de alumni van bijvoorbeeld Cambridge en Oxford, het Engels, de ‘lingua franca’ van vandaag, nu reeds het best beheersen. Dat illustreert hoe het evenwicht Nederlands-Engels voor onze studenten kan worden bereikt binnen het decreet van 2003.
    De masteropleiding is trouwens niet de ideale omgeving ter bevordering van onze internationale uitstraling. Dat niveau legt de lat niet voldoende hoog voor het aantrekken van de betere buitenlandse studenten op basis van de excellentie van onze laboratoria en onderzoekers. In de praktijk zien we, op het masterniveau, buitenlandse studenten met soms relatief beperkte capaciteiten en vaardigheden die toch een diploma behalen en dan meteen gerechtigd zijn leraar te worden in ons secundair onderwijs. Zij kennen meestal weinig of geen Nederlands.

    Een veel meer geschikt niveau voor internationalisering ligt hoger dan dat van het regulier mastercurriculum: de oprichting van internationaal toegankelijke doctorale scholen geassocieerd aan de excellentiecentra van onze universiteiten. De lat ligt dan eveneens hoger voor buitenlandse studenten die willen studeren aan onze universiteiten. Wat hier wordt voorgesteld, is consistent met wat in landen zoals Duitsland en Frankrijk in de praktijk wordt gebracht.

    Met dank aan prof. Devreese die ons het artikel heeft doorgestuurd


    Naar boven

  • Pleidooi tegen meer verengelsing in het hoger onderwijs - interview in Knack 25-8-2010 met prof. Jozef Devreese

    woensdag 25 augustus 2010

    Meer Engels in het Vlaamse hoger onderwijs zal leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal, vreest hoogleraar fysica Jos Devreese.



    Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies

    Recent besliste de Vlaamse regering om (met uitzondering van de kunstopleidingen) alle academische opleidingen van de hogescholen over te hevelen naar de universiteiten. Die gelegenheid wordt ook aangegrepen om het taalregime in het hoger onderwijs te versoepelen. Het Nederlands blijft dé onderwijstaal, maar de niet-taalopleidingen zullen ook meer in een andere taal mogen worden gegeven. Concreet: het Engels wordt dan de lingua franca.

    Een decreet van 4 april 2003 laat al toe dat voor 10 procent van het programma van een bacheloropleiding (of 18 studiepunten) een andere taal wordt gebruikt. Ook voor een masteropleiding mag dat, als ze binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands wordt aangeboden. De nieuwe regeling trekt het aandeel in een andere onderwijstaal voor een bacheloropleiding op tot 30 studiepunten en eist nog steeds dat een anderstalige masteropleiding een Nederlandstalig equivalent krijgt, maar dan binnen Vlaanderen. Dat studenten door deze regeling meer in het Engels les moeten volgen en blokken, stuit op kritiek van Vlaamse academici.

    Een van hen is Jos Devreese, fysicus en emeritus hoogleraar van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is ook actief binnen het Verbond van Vlaamse Academici (VVA), maar is daarom niet principieel tegen het gebruik van een andere taal in het hoger onderwijs. “Zeker niet”, zegt Devreese. “In mijn academische loopbaan heb ik talrijke internationale onderzoeksprojecten, verenigingen en congressen geleid. Voorts ben ik auteur of medeauteur van honderden wetenschappelijke artikels. Ik weet dus dat in mijn domein het Engels de werktaal is, ook al is het vaak gebroken Engels.”


    Een sleutelwoord in de taalregeling van 2003 voor het hoger onderwijs is “evenwicht”.

    Jos Devreese: “In de context van internationalisering en mondialisering heeft het decreet van 2003 een goede balans gecreëerd tussen het principe van het Nederlands als onderwijstaal en het gebruik van andere talen in de opleidingen. Zo merk ik ook dat buitenlandse vorsers in onze onderzoeksgroepen eveneens voor contacten in het Engels zorgen met de studenten in de masteropleidingen. Mijn bezorgdheid is dat een soepeler regeling nadelig zal zijn voor de onderwijstaal Nederlands.”

    U geeft de voorkeur aan “meer excellentie in plaats van meer Engels”?

    Devreese: “De output van ons hoger onderwijs bevestigt die stelling. Vlaamse doctorandi en afgestudeerden komen op internationale congressen en in onderzoeksgroepen in het buitenland na de alumni van Cambridge en Oxford het best uit hun woorden in het Engels. Ze kennen bovendien vaak nog andere talen. Door het decreet van 2003 komen Vlaamse studenten nu al met het Engels in contact in de bachelor- en masteropleidingen en dat is heel goed. Ook voor hun proefschriften moeten ze veel Engelstalige bronnen raadplegen. Maar om goede buitenlandse studenten aan te trekken, hoeft dat niet verder uitgebreid te worden. Specialisatie- of master-na-masteropleidingen in het Engels zijn veel geschikter. Ze sluiten aan bij onze wetenschappelijke excellentiecentra en dragen bij tot een levendige internationale uitwisseling. Belangrijk is ook de factor diversiteit. In de theoretische fysica bijvoorbeeld beschouw ik de afleidingen van de Franse school met Pierre-Simon Laplace en Joseph Louis Lagrange als poëzie. De Duitse school brengt meer doorwrochte bewijsvoeringen. Die veelheid van stijlen is vruchtbaarder voor de wetenschapsontwikkeling dan een beperking tot bijvoorbeeld enkel de Angelsaksische benadering.”

    Vooral de rectoren van de universiteiten hebben aangedrongen op meer Engels in de opleidingen. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) somt drie redenen op: de nood aan vakspecifieke kennis in sommige wetenschapsdomeinen, meer buitenlandse studie-ervaring voor Vlaamse studenten en de internationale profilering van de Vlaamse universiteiten.

    Devreese: “Die valabele doelstellingen kunnen ook perfect worden bereikt met het decreet van 2003. En nogmaals: internationale uitstraling kan volgens mij vooral tot stand worden gebracht via specialisatieopleidingen. De aantrekkingskracht voor buitenlandse studenten hangt dan niet alleen af van de onderwijstaal, maar veel meer van de kwaliteit van die opleidingen en de daarmee geassocieerde excellentiecentra. Op het niveau van de masteropleidingen zal meer Engels daartoe niet veel bijdragen. Uit eigen ervaring weet ik dat de gemiddelde buitenlandse student die zich voor een masterprogramma in Vlaanderen meldt, relatief zwak is en dat ook een opleiding in het Engels dat niet rechtzet. Elders ziet men dat anders. Aan de Technische Universiteit van Berlijn bijvoorbeeld wordt aan buitenlandse studenten voor een masteropleiding gevraagd dat ze minstens een passieve kennis van het Duits hebben.”

    De universiteitsrectoren stuurden erop aan een derde van de bacheloropleidingen in een andere taal te geven en dat aandeel voor de masteropleidingen op te trekken naar 50 of 100 procent. Een meerderheid in het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse regering heeft die ambities toch nog aanzienlijk teruggeschroefd?

    Devreese: “Desondanks vind ik dat die politieke consensus het evenwicht in het decreet van 2003 onnodig verstoort. Het grootste gevaar is dat de deur op een kier wordt gezet voor steeds meer en uitsluitend Engelstalige masteropleidingen en dat we naar Nederlandse toestanden verglijden. Een cruciale vraag is of onze universiteiten worden gefinancierd om op de eerste plaats Vlaamse jongeren optimaal of te leiden of om – ook minder uitmuntende – studenten uit het buitenland aan te trekken.”

    De geplande versoepeling zal volgens u vooral leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal?

    Devreese: “Ja. Als masteropleidingen in het Engels worden gegeven, zullen gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal verloren gaan. Het loont dan ook steeds minder de moeite om Nederlandstalige handboeken te maken. Dat zal zich zelfs doorzetten tot op het niveau van het secundair onderwijs. Denkt u dat Italië, Duitsland of Frankrijk in hun hoger onderwijs niet zullen vasthouden aan de eigen taal? Afstappen van de regeling van 2003 getuigt volgens mij van een Vlaams gebrek aan zelfrespect.”

    Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zegt dat alleen de relevantie voor een opleiding het gebruik van een andere taal kan motiveren. Voor Europees en internationaal recht bijvoorbeeld is het Engels aangewezen, maar niet voor wie hier advocaat aan de balie wil worden. Smet zegt dat het Vlaamse hoger onderwijs niet mag doorslaan zoals in Nederland.

    Devreese: “Ik hoor het hem graag zeggen, want ongeveer 90 procent van de afgestudeerden van de Vlaamse universiteiten en hogescholen heeft een loopbaan in Vlaanderen. In Nederland verlopen naar schatting al 20 tot 30 procent van alle hogere opleidingen in het Engels. In Vlaanderen is dat 2 tot 3 procent en in Frankrijk nog minder. Een taal kent veel subtiliteiten en nuances. Dat sijpelt door in het onderwijs. Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies op drie vlakken. Veel docenten beheersen het Engels zelf onvoldoende. Vlaamse studenten krijgen het moeilijker om de leerstof goed op te nemen. En zoals gezegd, zijn te veel buitenlandse studenten die zich bij ons voor een masteropleiding inschrijven, relatief zwak.”

    Frank Fleerackers, decaan van de Rechtenfaculteit van de Hogeschool-Universiteit Brussel en VVA-voorzitter, waarschuwt dat achttienjarigen kunnen struikelen door een “dubbele taalsprong”: ze moeten het vakjargon van een opleiding leren en dat tegelijk in het Engels doen.

    Devreese: “Zijn bekommernis is heel terecht.”

    De versoepeling van het decreet van 2003 komt er net op een moment dat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering. Betreurt u dat?

    Devreese: “Mijn kritische houding is louter cultureel geïnspireerd. Ze staat los van politieke strekkingen of partijen.”

    Maar u vindt wel dat de Vlaamse regering op haar stappen moet terugkeren?

    Devreese: “Uit debatten met verantwoordelijken van het hoger onderwijs en de bedrijfswereld heb ik geleerd dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen als het gaat over het belang van het Nederlands als onderwijstaal en van het evenwicht dat er moet zijn wanneer voor opleidingen ook een andere taal wordt gebruikt. Maar de voorgestelde versoepeling dreigt vooral een hefboom te worden voor een verregaande en moeilijk omkeerbare verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. Daarom pleit ik voor het behoud van het decreet van 2003. Misschien vinden sommigen dat conservatief. Maar als iets goed is, moet je het niet veranderen.”

    Patrick Martens
    Uit: Knack
    25 augustus 2010

    Knack.be Nieuws, duiding en discussie

    Naar boven

  • Pleidooi tegen de afbreuk van het Nederlands in de collegezalen - Dr. Jan Roukens

    geschreven in de aanloop van het Congres van 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement

    In Nederland voltrekt zich stilletjes een taalrevolutie: als voertaal wordt het Nederlands steeds vaker vervangen door het Engels. Meer dan de helft van de masteropleidingen wordt in het Engels gegeven. Jan Roukens, bestuurslid van de Stichting Nederlands, houdt in De Kwestie een pleidooi tegen de afbreuk van het academische Nederlands en wijst op de risico’s. “Men stelt geen vragen bij de kwaliteit van het onderwijs dat onder druk staat, als vrijwel alle betrokkenen een taal gebruiken die de hunne niet is”.

    ___________________

“Met de bedienden spraken wij Vlaams,” vertelt de Brusselse elite die het nog heeft meegemaakt. Bedienden sliepen onder de nok en werkten in het souterrain. Da­mes en heren woonden tussen zolder en kelder, en spraken Frans onder elkaar.

Vlamingen die wilden meetellen in dat goede België konden stude­ren, in het Frans. Nederlands was immers niet geschikt voor hoger onderwijs of wetenschapsbeoefe­ning.

Nederlandstalig onderwijs werd pas in 1932 toegelaten in de juridische faculteit van de Gentse universiteit.
Gevolg was dat de elites in België, ook de Vlamingen onder hen, tot na de Tweede Wereldoorlog Franstalig waren of werden. De gevolgen van deze nu onvoorstel­bare taal­discriminatie laten zich nog steeds voelen, in sociale ver­houdingen en in de politiek.
De Nederlandse taalrechten die de Vlamingen ruim een halve eeuw geleden na veel strijd ver­worven hebben, laten zij zich niet gauw afnemen.

Aan de Nederlandse universiteiten heerste een halve eeuw geleden onbedreigd het Nederlands.

Iedereen sprak Nederlands, ook docenten en studenten uit het buitenland, al waren dat er weinig. Nederlanders telden internationaal mee in de academische discipli­nes en het bedrijfsleven, zij ken­den drie andere moderne talen en werden daarvoor gewaardeerd. Na 5 eeuwen stapsgewijze ont­wikkeling van het Nederlands tot cultuur- en wetenschapstaal die zich kon meten met andere Euro­pese talen, werd eind vorige eeuw vrij plotseling een andere weg in­geslagen. Niet terug naar het La­tijn, maar vooruit naar het Engels.
Wat waren de motieven van de­genen die deze omslag bewerkten en waaraan ontleenden zij hun in­zichten? Waren het de managers, vaak oud-bedrijfsleiders of be­drijfseconomen, die de universi­taire colleges van bestuur gingen bemannen en de traditionele auto­riteit van de hoogleraren verdron­gen? De tijdgeesten heetten glo­balisering en privatisering, ook van het onderwijs. Neoliberalen spraken van het in de markt zetten van de universiteit die het product ingenieurs, artsen, juristen en doctorandussen leverde voor de wereldmarkt.
Een meerderheid van de politieke klasse gedoogde dit beleid, ook al was het in strijd met de wet en ook al moesten de banden met de Ne­derlandse samenleving losser worden.
Extreem voorbeeld is de universi­teit Maastricht. Maastricht hanteert de slagzin ‘En­gels, tenzij …’ en bagatelliseert het rapport ‘Neder­lands, tenzij …’ van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akade­mie van Wetenschappen). De uni­versiteit schrijft “op weg naar een internati­onale academie” te zijn: bestuur en beheer spreken er En­gels en ook docenten en studen­ten wor­den verondersteld Engels te spre­ken.

Men stelt geen vragen bij de kwa­liteit van het onderwijs dat onder druk staat als vrijwel alle betrok­kenen een taal gebruiken die de hunne niet is. Voor welke markt deze universiteit de vooral Ne­derlandse studenten klaarstoomt, is niet duidelijk. De meesten zullen in Nederland werk zoeken, en daar moeite hebben zich aan de taal aan te passen.

Steeds meer Nederlandse en Vlaamse culturele en weten­schappelijke organisaties maken zich zorgen en wensen dat het Nederlands helemaal terugkeert in de collegezalen.

Het is niet wenselijk dat Neder­landse universiteiten de toekom­stige intellectuelen opleiden in het Engels, om in Nederland in gebro­ken Engels of gebroken Neder­lands te functioneren. Help!... de dokter, de rechter of zelfs de mi­nister spreken een soort Engels, dat willen Nederlanders toch niet meemaken?

Studenten moeten daarom in ei­gen land in de eigen taal kunnen studeren en examens doen, ook al is dat anno 2008 niet meer het geval voor de meeste studierich­tingen in Nederland.

Ook ‘Europa’ moet zich zorgen maken over de voortvarendheid waarmee in Nederland het aca­demische Nederlands wordt afge­broken. Die ontwikkeling leidt tot culturele eenvormigheid en eenta­ligheid en staat haaks op het poli­tieke project ‘Europa’, en het soci­aal-culturele model dat Europa voor ogen staat met de nadruk op culturele en taaldiversiteit en meertaligheid. Als het Neder­landse voorbeeld in meer Euro­pese landen zou worden gevolgd, leidt dat tot voortschrijdende poli­tieke onlust en onrust.
(auteur: Jan Roukens)

Jan Roukens is bestuurslid van de stichting Ne­derlands. Hij is coördi­nator van het congres over ‘Ne­derlands in het hoger onderwijs en in de we­tenschap’, dat de stichting Neder­lands en de verenigingen NL-Term en Algemeen Neder­lands Verbond (ANV) op 10 okto­ber organiseren in het Vlaams Parlement in Brussel.

Deze opiniebijdrage werd eerder gepubliceerd in Transfer (www.transfermagazine.nl), het vakblad over de internationalisering van het hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Uit een inventariserend onderzoek dat Albert Oosterhof (UGent) vorig jaar uitvoerde in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland blijkt dat in Nederland in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven wordt. Aan de Vlaamse universiteiten is het aan­deel van het Engels (doorgaans) beperkter en het is over de voor­bije jaren ook hooguit in (relatief) beperkte mate toegenomen.

Bron: De Taalsector.be


Naar boven

  • De congresbundel "Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap?" - Congres 10 oktober 2008 Vlaams Parlement

    Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap?

    Albert Oosterhof, Willy Martin, Jan Roukens & Els Ruijsendaal (red.). (2010).
    Gent: Academia Press. X + 180 pagina’s -17 euro.

    De bundel behandelt de vraag hoe we om moeten gaan met de voertaal in ons hoger onderwijs. Moet de onderwijstaal zo veel mogelijk Nederlands blijven, mogen er ook andere talen een rol spelen, of moeten instellingen voor hoger onderwijs massaal overschakelen op het Engels? Welke keuzen moeten gemaakt worden ten overstaan van de taal waarin wetenschappelijke publicaties worden gesteld?

    Op 10 oktober 2008 werd over de onderwijstaal in het hoger onderwijs en in de wetenschap een congres gehouden in het Vlaamse Parlement in Brussel. De deelnemers werden verzocht hun bijdragen te publiceren en van de meesten kon een artikel worden opgenomen in deze bundel. Omwille van een totaalbeeld rond deze problematiek kregen in de loop van 2009 een aantal academici en anderen de gelegenheid bepaalde aspecten van de problematiek bijkomend  toe te lichten. Enkele bijdragen in dit boek zijn (bewerkte) versies van artikelen die al elders verschenen zijn. Bijdragen werden verzameld zowel uit Vlaanderen en Nederland als van buiten het Nederlandse taalgebied.

    De bundel omvat vier delen. In het eerste deel (De voertaal in ons hoger onderwijs: Stand van zaken en achtergronden) zitten twee artikelen waarin de resultaten worden besproken van recente kwantitatieve studies naar het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Vandenbussche bespreekt de studie van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, waarin een beeld wordt gegeven van de situatie in ons taalgebied. Oosterhof gaat in op de algemene relevantie van enquêteresultaten, waarbij hij ook enkele gegevens uit de ACA-studie die English-Taught Programmes in European Higher Education (Wächter & Maiworm 2008) presenteert.

    Het tweede deel (Nederlands of Engels?) bevat artikelen die antwoord geven op de vraag of ons hoger onderwijs en de wetenschap het Nederlands en/of het Engels als onderwijstaal moet gebruiken. Hierin zijn teksten opgenomen die vooral ook een bijdrage leveren aan de opinievorming over de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. In de eerste bijdrage, van Van Marle, worden de gevolgen van de ‘verengelsing’ besproken voor (de positie van) de Nederlandse taal in het algemeen en in het bijzonder onze standaardtaal. De wat kortere bijdragen van Devreese (wetenschapper) en De Cock (politicus) zijn in andere vorm eerder verschenen als opiniestukken in landelijke kranten. Beiden presenteren argumenten tegen de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. Ook in het essay van Von der Dunk staan kritische kanttekeningen bij deze ontwikkelingen. Hij brengt als nuancering aan dat er bepaalde vakken zijn waarvoor het begrijpelijker is dat cursussen in het Engels worden gegeven. Het gaat dan om vakgebieden die inderdaad in groten getale buitenlandse studenten trekken, of die uit de aard der zaak bij uitstek internationaal zijn.

    De bijdragen in het derde deel van de bundel  (De internationale context) plaatsen deze discussie over de onderwijstaal in een internationaal/Europees of intercultureel perspectief. Peeters bespreekt een aantal ontwikkelingen op het internationale toneel die illustratief zijn voor de invloed die het Engels heeft op andere talen, taalgebieden en culturen in Europa en de wereld. Zijn artikel biedt ook een overzicht van relevante internationale literatuur en onderzoeksprojecten ter zake. Arntz bekijkt de ontwikkelingen die internationaal leiden tot de verengelsing van het hoger onderwijs vanuit een Duits perspectief en bespreekt een aantal voorstellen en projecten die er juist voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Duitsers en Nederlanders hun eigen talen kunnen blijven gebruiken in communicatie op internationaal niveau. Van Keymeulen (taalkundige) betoogt dat internationalisering van de wetenschap en de dominantie van het Engels kunnen leiden tot verschraling en verlies aan internationale culturele diversiteit. Draaisma (psycholoog) en Celens (ingenieur) bespreken een aantal internationale ontwikkelingen in hun specifieke vakgebieden en de (deels) nadelige gevolgen van de opkomst van het Engels als voertaal.

    In het vierde deel van de bundel wordt de discussie toegespitst op maatregelen die in verschillende contexten genomen (moeten) worden als reactie op de ‘verengelsing’ en op verschillende scenario’s die zich in de toekomst voor kunnen doen. Martin bekijkt de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse wetenschappelijke vaktalen en brengt deze gevolgen in verband met functie- en domeinverlies van het Nederlands in het algemeen. Een aantal maatregelen worden voorgesteld die ons dichter kunnen brengen bij een ideale situatie voor het Nederlands als cultuurtaal in relatie tot wetenschappelijke vaktalen. Van der Horst gaat in op de vraag in hoeverre een taalsituatie beïnvloed kan worden door de inspanningen van taalverzorgers en taalpolitici. Zijn stelling is dat het wetenschappelijk gezien nog maar de vraag is of taalpolitiek effect heeft, een stelling die uiteraard relevant is voor de discussie over wat er moet gebeuren als reactie op de aanwezigheid  van het Engels in het hoger onderwijs. Vanneste presenteert in zijn bijdrage een discussie over het beleid dat aan een specifieke instelling, de Universiteit Antwerpen, gevoerd wordt in verband met de onderwijstaal. Sercu denkt na over de implicaties van een ruimer gebruik van het Engels als onderwijstaal op het niveau van het hoger onderwijs voor het secundair onderwijs. Els Ruijsendaal brengt een afsluitende bijdrage vanuit het perspectief dat de organisatoren van het congres in 2008 hadden. Vanuit die doelstellingen wordt een samenvattend overzicht gegeven van verschillende facetten die tijdens het congres in oktober 2008 en nu ook in deze bundel aan de orde zijn gekomen.

    Zie het Woord vooraf  tot  de bundel VII tot IX

    Deze bundel verscheen nagenoeg gelijktijdig met het Symposium in de Aula Jan Fabre U.A.
    op zaterdag 13 maart 2010 “Beter Engels of beter Nederlands? Taal in het hoger onderwijs”.


    Naar boven

  • Open brief van het Verbond der Vlaamse Academici aan de rectoren van de Vlaamse universiteiten en de algemene directeurs van de Vlaamse hogescholen met de visie van het VVA over de taalregeling in het hoger onderwijs - 15-9-2009

    Open brief

    Antwerpen, 15 september 2009.


    Aan de Rectoren van de Vlaamse Universiteiten
    Aan de Algemene Directeurs van de Vlaamse Hogescholen

    Ter kennisgeving aan

    de Voorzitter van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitter van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement
    de Voorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen
    de Fractievoorzitters van de Vlaamse Politieke Partijen in het Vlaamse Parlement


    Hooggeachte heer Rector,
    Hooggeachte heer/mevrouw Algemene Directeur,


    Het Verbond der Vlaamse Academici (VVA) volgt al jarenlang de evolutie van het taalgebruik aan de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse hogescholen. Het was intensief betrokken bij de totstandkoming van het Structuurdecreet op het hoger onderwijs van 4 april 2003. Het kent de regelgeving van het hoofdstuk Taal en de artikels 90 over de bestuurstaal en 91 over de onderwijstaal.

    Daarbij heeft het VVA geconstateerd dat de regelgeving van art. 91 voor het gebruik als onderwijstaal in de hogere onderwijsinstellingen ruimschoots ruimte biedt voor internationalisering en tegelijkertijd het Nederlands honoreert als onderwijstaal.

    Sinds de toepassing van het decreet zijn er vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen stemmen opgegaan om die regeling van art. 91 zoals dat genoemd wordt te ‘versoepelen’. Om gehoor te geven aan die aspiraties heeft de onderwijsminister een informatieronde belegd om zeker van de normale adviesorganen voor het hoger onderwijs daarover een opinie en een advies te ontvangen. Wij kennen de adviesrapporten van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad. De onderwijsminister heeft wegens het einde van de legislatuur daaraan geen decretaal gevolg gegeven.

    Wij constateren dat vanuit de besturen van de hogere onderwijsinstellingen verder aangedrongen wordt op veranderingen in de huidige regelgeving van artikel 91 van het structuurdecreet.

    Wij verklaren hierbij met stelligheid dat wij de huidige regeling willen behouden en dat wij menen dat een verruiming van de regelgeving naar nog meer verengelsing toe in de initiële opleidingen in het hoger onderwijs geenszins de belangen van de universiteiten en hogescholen, noch die van de studenten noch die van de Vlaamse gemeenschap dienen.

    Wij menen dat de argumentatie zoals vervat in de adviezen van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid en van de Vlaamse Onderwijsraad onvoldoende overtuigend zijn om aan de huidige regelgeving veranderingen aan te brengen.

    Wij willen daartegenover de constructieve argumentatie aanreiken zoals die vervat ligt in het  artikel van prof. emeritus dr. Erik Ponette TAAL HOGER ONDERWIJS EN INTERNATIONALISERING in de ‘Periodiek’
    van het Vlaams Geneeskundigen Verbond, jan-feb 2009 http://www.vgv.be/pdf/nper/Periodiek%20jan%20feb%20maa%202009.pdf
    Wij voegen de tekst van dit artikel als bijlage bij deze brief als intrinsiek deel uitmakend van ons schrijven.

    Opportunistische redenen om een regelgeving te bedingen naar meer verengelsing van de initiële bachelor- en mastersopleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs achten wij onaanvaardbaar. Wij verzoeken u daarom met aandrang de thematiek die hier aan de orde is opnieuw zorgvuldig te overwegen en dan daaruit de passende conclusies te trekken ten bate van het Vlaamse hoger onderwijs, zijn studenten en potentiële studenten en ten bate van de toekomst van onze Vlaamse volksgemeenschap. Het Nederlands heeft daarbij een veel hogere waarde dan wat u nu als dusdanig inschat.

    Wij houden ons aanbevolen voor verdere gedachtewisselingen en contacten rond deze voor ons bijzonder belangrijke thematiek.

    Wij richten dit schrijven aan u met de volledige steun van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV).

    Wij groeten u met onze bijzondere hoogachting

    Frank Fleerackers, Voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici,

    Ghislain Duchâteau, Ondervoorzitter en verantwoordelijke voor de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.

    namens het Hoofdbestuur en de Centrale Raad van het VVA

    Contact: Ghislain Duchâteau, Eendrachtlaan 3 – 3500 Hasselt
    Tel.: 011 22 86 25
    E-post: ghislain.duchateau@telenet.be

    Herinvoering Nederlands aan de universiteiten

    In de tekst worden enkele thema's aangeduid die tijdens het hierboven vermelde congres zullen worden ingeleid en bediscussieerd. Het congres zal worden besloten met een rondetafeldiscussie over stellingen, die aan het slot aan politici en beleidsfunctionarissen zullen worden voorgelegd.

    In veel studierichtingen is het in 2008 niet meer mogelijk aan een Nederlandse universiteit in het Nederlands af te studeren. Wie dat toch wil, studeert af in Vlaanderen. Enkele universiteiten zijn wat de latere studiejaren betreft volledig op Engels overgeschakeld, zoals de Landbouwuniversiteit en de
    technische universiteiten. De andere volgen op steeds kleinere afstand.

    De geleidelijke vernederlandsing van het hoger onderwijs in Nederland dat na drie eeuwen in de 19e eeuw vrijwel voltooid was, is in twee decennia teruggeploegd. Niet naar het Latijn maar naar het Engels. In Vlaanderen verliep het anders. Tot de emancipatie in het begin van de 20e eeuw werd het
    Nederlands in Vlaanderen niet toegelaten tot het hoger onderwijs. De overgang van Franstalig naar Nederlandstalig hoger onderwijs in 1930, ligt veel Vlamingen nog vers in het geheugen. Het prijsgeven van het Nederlands voor een andere taal ligt daarom gevoelig. Hoewel de argumenten voor verengelsing in Vlaanderen dezelfde zijn als in Nederland, zorgt deze gevoeligheid ervoor dat de verengelsing via regelgeving maar ook in de praktijk wordt weerstaan.
    Lees meer

    Naar boven

  • Open brief d.d. 22-2-2008 vanwege het Verbond der Vlaamse Academici aan Minister Frank Vandenbroucke e.a. over zijn beleid over art. 91 uit het Structuurdecreet van 4 febr. 2003 rond de taalregeling in het hoger onderwijs

  • Antwoord van Minister Frank Vandenbroucke van 7 april op de open brief aan hem d.d. 22-2-2008 over taal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • Nieuwsbrief 27/5 - mei-juni 2008 van de Orde van den Prince

    Daarin staan o.m. als bijdragen: Woord vooraf De Verengelsing van het hoger onderwijs (red.), CVN-rapport over het Engels in het hoger onderwijs (Wim Vandenbussche), Waarom zou Nederlandstalig onderwijs niet goed zijn? (Ger Groot), Een kans met Nederlands. Engels doceren is helemaal niet progressief (Dirk De Cock), Meer Engels? Nee, meer Excellentie (Jozef T. Devreese), De taal is gans de wetenschap. Het neoliberalisme spreekt Engels (Marc Reynebeau), De lat hoog voor talen, ook in het hoger onderwijs (Frank Vandenbroucke) ...

    Naar boven

  • Meer Engels is geen zaligmakende oplossing
    NV-A persbericht van 9-4-2008 - Politiek.net

    Een drietal maanden geleden kondigde Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) aan dat hij het onderwijsveld zou vragen om te onderzoeken of de taalregeling in ons hoger onderwijs aangepast moet worden. Zowel de VLOR als de VRWB gaven recent een omstandig advies. Beide organisaties pleiten voor een (beperkte) versoepeling van de huidige taalregeling. De studentenvertegenwoordigers (VVS) zijn op hun beurt erg voorzichtig in hun advies en namen dan ook een opmerkelijk minderheidsstandpunt in bij het VLOR-advies. Vlaams parlementslid Piet De Bruyn (N-VA) vraagt een parlementaire hoorzitting aan over deze gevoelige kwestie.
    Lees meer

    Naar boven

  • Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Advies 117
    Taalregelgeving in het Hoger Onderwijs (14 maart 2008)

    pdf-document



  • Vlaamse Onderwijsraad - Raad Hoger Onderwijs
    Advies over de taalregeling hoger onderwijs 11/3/2008
    Samenvatting, de volledige tekst (in pdf) en persbericht d.d. 9/4/2008


  • Leuven Engels ?

    ma, 10/03/2008 - 20:18 — Frank Fleerackers
    Vier decennia na Leuven Vlaams, veertig jaar na mei ’68, staat een Leuvens minister op de barricaden om de Engelse taal een breder forum te bieden in onze universiteiten. Vraag is hoever een gemeenschap in haar belangrijkste educatieve context afstand mag nemen van haar moedertaal? Dat de meeste Vlaamse docenten de Engelse taal onvoldoende machtig zijn, werd reeds meermaals geduid. Laat docenten goed Nederlands hanteren, geen dialect doch evenmin overwegend Engels of Frans, zodat ze studenten tot voorbeeld dienen. Eerst dus beter Nederlands, dan pas beter Engels, honni soit qui mal y pense.

    Bron: Nieuw Pierke - Forum over democratie - Onderwijs

    Naar boven

  • Wetenschappers willen af van de terreur van het Engels.
    De dominantie van het Engels versterkt de klassenverdeling in de wereld

    26-2-2008

    Wetenschappers wereldwijd hebben de keuze: publiceren in het Engels of genegeerd worden. Het werk van onderzoekers die niet vloeiend Engels spreken wordt niet erkend, zeggen wetenschappers die oproepen tot een ander beleid.

    De meeste wetenschappelijke publicaties waarin wetenschappers hun onderzoek delen, zijn alleen in het Engels en eisen dat alle artikelen in het Engels worden aangeleverd. Ook tijdens wetenschappelijke bijeenkomsten is de voertaal meestal Engels. (JS/JPS)

    Daartegen rijst nu verzet...

    Naar boven

  • Uitdaging, fait accompli of blessing? De 4 auteurs melden zich aan als leden van de interparlementaire commissie Taalunie - twee Nederlandse parlementsleden en twee leden van het Vlaamse Parlement o.w. M. van Kerrebroeck, die voorzitter is van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement - 31-1-2008

  • Een vals dilemma, Ludo Abicht 24-1-2008

  • Reactie van de Taalwerkgroep van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in verband met de hernieuwde discussie over het gebruik van het Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs

    Naar boven

  • De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs, Minister Frank Vandenbroucke 21-1-2008

  • Het neoliberalisme spreekt Engels Marc Reynebeau 19-1-2008

  • Meer Engels? Neen, meer excellentie, Jozef Devreese 21-12-2010

    Naar boven

  • De volledige tekst van het debat in de plenaire zitting van het Vlaams
    Parlement rond de taalregeling in het hoger onderwijs van woensdag 16 januari 2008. Klik op VERSLAG

  • Een kans met Nederlands - Engels doceren is helemaal niet progressief,
    Dirk De Cock, Vlaams volksvertegenwoordiger op 16-1-2008 n.a.v. de intenties van Min. Vandenbroucke voor verruiming van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Ook een koppeling van de bundeling van de (media)berichten op de OVV-website rond dit thema

    Naar boven

  • Ananasengels

    Het kan toch niet de bedoeling zijn om voor Vlaamse studenten het Engels als doceertaal te moeten kiezen om een paar buitenlandse Erasmusstudenten ter wille te zijn. Buitenlandse studenten of vorsers die langere tijd bij ons verblijven zijn overigens vaak vragende partij voor een opleiding in het Nederlands. Als ze de leszaal verlaten, staan ze immers in Vlaanderen en daar spreekt men Nederlands.
    Jacques Van Keymeulen,
    docent Nederlandse taalkunde UGent

    Lees meer

    Naar boven

  • 46 argumenten waarom het Engels niet de enige taal is die je moet leren
    L’anglais n’est pas la seule langue qu’il faut savoir parler…


    De positie van het Engels in de wereld wordt met de dag sterker.
    Sommige mensen denken daarom dat het genoeg is om alleen die taal als
    vreemde taal te leren: binnenkort kun je dan met bijna de hele wereld
    communiceren. Op de weblog ESL worden 46 argumenten gegeven waarom
    we toch ook nog andere talen zouden moeten leren: omdat er nog altijd
    vijf miljard mensen zijn die geen Engels spreken bijvoorbeeld, om
    concurrerend te kunnen zijn op de arbeidsmarkt, om je geestelijke
    universum uit te breiden, of om de kans te vergroten een zielsverwant
    te vinden. Geheel toepasselijk zijn alle 46 argumenten overigens in
    het Frans gesteld.
    Lees meer

  • "Petitie aan het Vlaamse Parlement tot behoud van het Nederlandstalig karakter van het hoger onderwijs"

    Naar boven



    ACTUALITEIT

    Problemen waarvoor de universiteiten nu staan

    - de integratie van de academische opleidingen van hogescholen in de universiteiten
    - de toenemende studentenaantallen
    - de introductie van nieuwe vooral digitale werkvormen
    - de hoge werklast en de grote publicatiedruk op het academisch personeel
    - de voortschrijdende internationalisering

    Tom Ysebaert in DS van donderdag 28 maart 2013 blz. 4

    Beproevingen en uitdagingen voor de generatie van de twintigers

    - de drastische klimaatveranderingen
    - de exponentieel groeiende overbevolking
    - de nakende crash van de euro en de dollar
    - de uitputting van de grondstoffen
    - de dematerialisering bij een generatie die enkel maar deugt als consument en belastingbetaler
    - de ontbossing

    Pieter Cortebeeck in DS van woensdag 27 maart 2013 blz. 37




 
 
Thuispagina | Naar boven