Zoek op de site van VVA:  
 Powered by freefind

Werkgroepen

Werkgroep ad hoc Toekomst van de VVA
 

De Werkgroep Toekomst VVA vergaderde op 26 januari 2016 op het VVA-secretariaat in Berchem. Aanwezig waren: Paul Becue (Antwerpen), Julien Bulcke (Antwerpen), Frank Judo (Brussel), Stijn Valgaeren (Kempen), Michel Vanbuul (Limburg). Hans Verboven was verontschuldigd. Tijdens de Centrale Raad van 20 februari 2016 in Dilbeek bracht Paul Becue verslag uit. Er wordt gedacht aan een naamswijziging van de vereniging, aan meer publieke zichtbaarheid, aan samenwerking met andere Vlaamse verenigingen, aan publicatie van opiniestukken, aan verruiming van de toetredingsmogelijkheden en verjonging e.a.

Voor het verslag van de vergadering klik hier

 
Taal en onderwijs
 
Relaas van de actie rond de taalregeling in het hoger onderwijs - 6 oktober 2012
Actueel. Nota voor HB en CR van zaterdag 2 februari 2013 – Dilbeek
Kroniek van Taal en Onderwijs (1) 14 oktober 2017
Kroniek van Taal en Onderwijs 2 - 18 maart 2018
Kroniek van Taal en Onderwijs 3 - 27 oktober 2018
 

De werkgroep omvat elf betrokkenen, die samen een correspondentiegroep vormen, die ideeën uitwisselt via e-mail in functie van standpuntbepalingen en actie over aangelegenheden rond taal en onderwijs. Sinds maart 2010 wil de werkgroep nog meer actiegericht optreden. Daartoe worden soms vergaderingen belegd.

Tot de Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA behoren:

- Lic. Ghislain Duchâteau, coördinator - verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs, vicevoorzitter VVA
- Prof. dr. Frank Fleerackers, pro-voorzitter VVA, hoofdbestuurslid VVA
- Prof. emeritus dr. Eric Ponette, pro-voorzitter VVA
- Prof. dr. Matthias Storme, pro-voorzitter VVA
- Lic. Paul Becue, voorzitter VVA
- Prof. emeritus dr. Jos Devreese
- Prof. emeritus dr. Stijn Verrept
- Lic. Peter Debrabandere
- Lic. An De Moor
- Dr. Jan Roukens, oud-medewerker Europese Commissie
- Prof. dr. Els Ruijsendaal

Stijn Verrept - Jan Roukens -
Leo Derynck - An De Moor - Eric Ponette

Werkgroepvergadering 20-3-2010

An De Moor aan het woord
Leo Derynck en Eric Ponette beluisteren haar aandachtig
Werkgroepvergadering 20-3-2010

De werkgroep heeft sinds zowat 2000 heel sterk geijverd voor een redelijke beregeling van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Haar intens lobbywerk heeft er mede voor gezorgd, dat die regeling vervat werd in het taalartikel 91 [1]van het structuurdecreet op het hoger onderwijs (4 april 2003) [2]

Sinds september 2008 zet de werkgroep zich opnieuw in voor de ondersteuning en verdediging van het Nederlands als onderwijstaal in het hoger ongerwijs. Vanuit de leiding van dat hoger onderwijs wordt erop aangedrongen dat er een versoepeling komt van de bestaande regeling. De Vlaamse regering wil in beperkte mate daaraan toegeven. De werkgroep heeft tijdens de vorige legislatuur al tegenover de minister-president en de onderwijsminister haar ongerustheid daarover uitgesproken. De status van het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal zou door een ondoordachte verruiming van het gebruik van het Engels in het gedrang komen. Inzake de taalregeling in het hoger onderwijs wenste de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA een inbreng te doen in de op stapel staande hervorming van het hoger onderwijs (2010-2012) [4].

Op 20 maart 2010 vergaderde de werkgroep in Berchem rond de VLIR-nota aan minister Smet van 15-1-2010 met de voorstellen van dat adviesorgaan voor verruiming van het gebruik van een andere taal dan het Nederlands als onderwijstaal. De werkgroep nam gedetailleerde standpunten in daartegenover. Op woensdag 5 mei 2010 nam ons lid Frank Fleerackers deel aan een hoorzitting voor de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs rond internationalisering en het taalregime in het hoger onderwijs in het Vlaamse Parlement - en dat binnen het raam van komende decretale ontwerpteksten waarbij de bacheloropleidingen van de hogescholen indalen in de universiteiten. Wij benaderden de betrokken Vlaamse parlementsleden daarover en hebben dec. 2010-januari 2011 aan alle politieke partijen tekstuele en beleidsaanbevelingen overgemaakt.

De groep heeft de ontstaansgeschiedenis van dichtbij gevolgd van het nieuwe decreet op de lerarenopleiding [3], dat in het hoger onderwijs werd geïmplementeerd.

Tijdens de vorige legislatuur volgde de werkgroep ook van dichtbij het talenbeleid van de Vlaamse onderwijsminister en de implementatie van dat talenbeleid in het hele Vlaamse onderwijs in Vlaanderen en Brussel.
Op 25 april 2007 stuurde het VVA in overleg met het Hoofdbestuur, de Centrale Raad en met de Werkgroep Taal en Onderwijs een adhesiebrief naar Minister Vandenbroucke. Die brief kunt u raadplegen door hier te klikken.

De zorg voor de status van het Standaardnederlands in het Nederlandse taalgebied is al een tijd ook voorwerp van de inzet van de Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA. De werkgroep is bezorgd over het mondeling taalgebruik in Vlaanderen. Vanuit wetenschappelijke hoek meent men dat de tussentaal, meer bepaald het Verkavelingsvlaams uit Brabant-Antwerpen uitdeint en dat beïnvloedt sterk bij het algemeen publiek de perceptie over het mondelinge taalgebruik. Vooral in het onderwijs is onzekerheid ontstaan over de status van het Standaardnederlands. Functieverlies van het Algemeen Nederlands dreigt en er is sterke behoefte aan bevestiging van de verankering van de standaardtaal in het onderwijs en aan normgeving daarover. In dat verband wil de werkgroep de beleids- en onderwijsverantwoordelijken wijzen op die behoefte en wenst zij de betekenis en waarde van het Algemeen Nederlands te bevestigen en te onderstrepen. Tijdens de onderwijscarrière van een leerling krijgt hij een unieke kans om zich de Nederlandse standaardtaal eigen te maken. Hij moet daarvan gebruik maken maar ook kunnen maken door een ruim en rijk taalaanbod. Leraren moeten zich daarvan bewust zijn. De taal in de klas in alle leersituaties hoort het Standaardnederlands te zijn.

Actueel

Tijdens de laatste jaren 2013-2018 is de Werkgroep Taal en Onderwijs actief gebleven. De contacten werden in hoofdzaak via e-mailcorrespondentie gevoerd. Bij alle vergaderingen van de Centrale Raad en het Hoofdbestuur van de VVA heeft verantwoordelijke Ghislain Duchâteau verslag uitgebracht van de activiteiten van de Werkgroep.
Bij de officiële verslagen van de Centrale Raad werden de notities van de Werkgroep als bijlage gevoegd. Op verzoek kunnen zij aan geïnteresseerden worden overgemaakt.

Nota voor HB en CR van zaterdag 2 februari 2013 – Dilbeek

Het Structuurdecreet in juli 2012 goedgekeurd heeft een taalregeling voor het gebruik van het Engels opgeleverd in het hoger onderwijs dat een ruime verdringing van het Nederlands in zich houdt. Het is wat het is. Opvolging van de toepassing van die taalregeling vanaf het Academiejaar 2013-2014 blijft heel erg gewenst.

Voor het overige moeten we aan de zijlijn toekijken hoe het met de status van het Nederlands via de taalkundigen, de beleidsmensen en de media gesteld is en welke informatie en berichten daarover verspreid worden. We stappen dus over van actie naar observatie en aansluitend daarbij naar informering of communicatie daarover.

In dat verband signaleren we toch een aantal constateringen.

Voor het taalgebruik op de VRT had ik een informeel gesprek met taaladviseur Ruud Hendrickx. Een nieuw taalcharter wordt toegepast en het wordt geheim gehouden tot na een toetsperiode. Naar mijn oordeel is het gebruik van het Standaardnederlands voor de informatieve programma’s volkomen in orde. Het gebruik van tussentaal wordt hoe langer hoe meer in de ontspanningsprogramma’s toegelaten. In de soaps, in de voorstellingen van stand-upcomedians, in quizzen e.d. wordt de tussentaalvorm steeds meer toegelaten. Dat tast de Standaardtaalnorm aan en het publiek raakt er hoe langer hoe meer vertrouwd mee. Het wordt blijkbaar niet meer belangrijk geacht dat de norm gehandhaafd wordt in ontspanningsprogramma’s. Dat betekent ook dat er in de dagelijkse omgang nog nauwelijks erop gewezen kan worden. Voor mij persoonlijk betekent dat in onze gemeenschap een stuk achteruitgang in taalgebruik vanuit de steeds minder normerende voorbeeldfunctie van de VRT.

Een belangrijk moment is ook de publicatie geweest van “De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams” van 3 Antwerpse sociolinguïsten. Het heeft een resem artikelen in de pers veroorzaakt in De Standaard en in De Morgen voor of tegen de tolerantie van allerlei taalvarianten. Daarbij wordt weer de status van het Standaardnederlands in het gedrang gebracht of gerelativeerd. Dat heeft zijn gevolgen voor de perceptie van leraren in scholen, waar de norm van het Standaardnederlands door de relativering vanuit sociolinguïstische hoek aan sterke druk onderhevig is. Van overheidswege binnen het Onderwijsministerie handhaaft men zijn standpunt van de blijvende waarde en betekenis van het Standaardnederlands in de scholen. Aandacht voor deze gang van zaken blijft geboden. De Vlaamse verenigingen moeten alert blijven om op het gepaste moment als het nodig zou zijn een gezaghebbende stem te laten horen voor de verdediging van de standaardtaalnorm in het taalgebruik in de scholen.

Toch moeten we begrip opbrengen voor de opwaardering in de scholen van de perceptie van de thuistaal van het hele contingent van allochtone leerlingen. Dat heeft zijn positief effect op de motivatie van die leerlingen, voor wie het verwerven daarbij van het Nederlands van levensbelang is voor hun toekomst.

Toenemende aandacht ook op het beleidsniveau is de thematiek van de meertaligheid op school. Het Nederlands is voor heel veel leerlingen een nieuw aan te leren tweede taal. Daarbij krijgen ze ook nog andere vreemde talen te leren als Engels, Frans, Duits. De wetgeving in Vlaanderen wordt aangepast om in beperkte mate tweetalig onderwijs toe te laten, het zogenaamde CLIL-onderwijs – Content and Language Integrated Learning, waarin enkele vakken direct in een vreemde taal worden onderwezen. Aandacht voor de Werkgroep Taal en Onderwijs voor deze evolutie is dan ook aangewezen.

Hierbij moet worden gevoegd dat in de wereld van de didactiek en de taaldidactiek enorm wordt gewerkt aan methodieken om de efficiëntie van het taalonderwijs bij de lerenden te verhogen: taalontwikkelend lesgeven, taalgericht vakonderwijs, genredidactiek zijn begrippen die in de onderwijswereld op het gebied van taalonderwijs dagelijks aan de orde zijn.

Ten slotte wil ik nog wijzen op de enorme inbreng ten voordele van het onderwijs Nederlands van de Nederlandse Taalunie. Dat is in talloze voorbeelden na te kijken op de portaalwebsite van de Nederlandse Taalunie: Taalunieversum. Zie bijvoorbeeld: http://taalunieversum.org/sectie/nederlands-op-school/onderwijsthemas .


Toch twee feiten daarbij:
1. de aanstelling na lange tijd van een vorige algemene secretaris van de NTU, de Vlaming Geert Joris, die vanuit de boekenwereld overkomt. Wij keken uit naar zijn beleid. Dat kon van grote invloed zijn op de werking van de Taalunie naar het onderwijs toe. Bijzonder positief is dat hij de middenveldgroepen intensief bij de werking van de Taalunie heeft betrokken. Hij is nu opgevolgd door de Nederlandse em. prof. dr. Hans Bennis, werkzaam aan de V.U. en bij het Meertens Instituut. Hij is een variatielinguïst en lijkt dan ook bijzonder belang te hechten aan de variatielinguïstiek.
2. een Meerjarenbeleidsplan van de NTU 2013-2017 Anker voor het Nederlands. Baken voor wie Nederlands gebruikt of leert. Op Taalunieversum is het te raadplegen in pdf-formaat: http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/meerjarenbeleidsplan-2013-2017.pdf
Het telt 74 pagina’s. Communicatie is het belangrijkste instrument om het Nederlands als taal te verankeren en een baken te zijn voor wie Nederlands gebruikt of leert.

Citaat uit de inleiding:

Nederlands, wereldtaal zo stelden we in 2010. Om dit motto op termijn te kunnen blijven voeren,
zet de Taalunie in op een stevig anker voor de taal, en wel in de vorm van een gedegen,
eigentijdse infrastructuur. Dan gaat het bijvoorbeeld om woordenlijsten, de beschrijving van de
grammatica en bestanden van gesproken en geschreven teksten. Uiteraard moet die
infrastructuur alle variëteiten van het Standaardnederlands omvatten: het Nederlands op Aruba,
Curaçao en Sint-Maarten en in Nederland, Suriname en Vlaanderen (België). En natuurlijk is die
infrastructuur óók digitaal. Een taal zal snel aan kracht inboeten als die niet alom vertegenwoordigd
is in de digitale wereld. Daarnaast zal de Taalunie zich krachtig inspannen om de positie van het
Nederlands te verstevigen, zowel binnen als buiten het taalgebied.

Gebruikers van het Nederlands hebben behoefte aan houvast. Hoe moeten bepaalde woorden
geschreven worden? Wat is passend taalgebruik in een bepaalde situatie? Dergelijke vragen
worden letterlijk honderden malen per dag gesteld. De Taalunie wil daarom een baken zijn.
Ze wil de normen voor taalgebruik nadrukkelijk uitdragen voor wie daar behoefte aan heeft, met
name voor het onderwijs en de overheid. Ze zal dit natuurlijk doen met respect voor de variatie in
het Nederlands. Om de koers te kunnen uitzetten, zijn deskundigen nodig die het Standaardnederlands
beschrijven en die de taal doorgeven. Investeren in taal betekent dus ook investeren
in mensen die professioneel met taal bezig zijn. Zij ‘dragen’ het Nederlands en fungeren voor
anderen als bakens.

Communicatie, ten slotte, is een belangrijk instrument om het beleid te realiseren. De Taalunie
wil dé referentie zijn voor de Nederlandse taal. Wie op zoek is naar informatie of advies, moet die
van de Taalunie kunnen krijgen of moet door de Taalunie goed worden doorverwezen. Ook is de
Taalunie een instantie die beleid maakt en daarmee reageert op problemen in de samenleving.
Daarom zal zij attent zijn op maatschappelijke vraagstukken die met het Nederlands te maken
hebben en partijen uitnodigen om hierover in debat te treden.

Voor de realisering daarvan is een jaarlijks budget voorzien van 11,6 miljoen euro.

Intussen is de termijn voorbij voor dat Meerjarenbeleidsplan.
Over het meerjarenbeleid van de Nederlandse Taalunie.
__________________

De Werkgroep Taal en Onderwijs blijft rekenen op de ondersteuning van zijn werking zowel van het Hoofdbestuur als van de Centrale Raad en van de afdelingen en de leden.

Ghislain Duchateau, coördinator-verantwoordelijke Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA.



In de periode oktober-november-december 2011 is de Werkgroep heel actief geweest op drie domeinen:

1. We werden uitgenodigd op de hoorzitting van de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen van het Vlaams Parlement op dinsdag 18 oktober 2011 rond de conceptnota “Samen taalgrenzen verleggen” van onderwijsminister Pascal Smet. Namens het VVA gaf voorzitter Frank Fleerackers onze visie weer over de talennota van 22 juli 2011. Hij loofde het signaal van de minister daarin dat er in het onderwijs prioriteit gegeven wordt aan het Standaardnederlands, dat de laatste tijd onder druk is komen te staan. Onze voorzitter werd bijgestaan door werkgroeplid An De Moor, die het belang beklemtoonde van het behoud binnen de beleidsnota van ‘taalontwikkelend lesgeven’. Ghislain Duchâteau stond het tweetal ter zijde om na de uiteenzetting mee te helpen de vragen van de volksvertegenwoordigers te beantwoorden. De uiteenzettingen vanwege de deelnemers aan de hoorzitting zijn bereikbaar op de website van het VVA in de rubriek Teksten: http://vva.vvb.org/teksten.html#HOORZITTINGACHTTIENOKTOBER  Het verslag van de hoorzitting, stuk 1346 nr. 2  en de Beleidsbrief Onderwijs, stuk 1317 nr. 1 kunnen worden gelezen op de website van het Vlaamse Parlement. De verenigingen Nederlands in Vlaanderen, VON, LOPON² en NDN schreven een visietekst over de talennota met daarbij een aanbod tot ondersteuning van de actiepunten rond het onderwijs Nederlands. Die werd gericht aan het Kabinet Smet, de Onderwijsadministratie en de leden van de Onderwijscommissie van het Vlaamse Parlement.

2. Tijdens de Taaldag van de VRT op 25 oktober 2011 werd gesteld dat de openbare omroep op advies van een Taaladviescommissie binnen de VRT meer taalvariatie zou toelaten in zijn uitzendingen.
Naar de mening van de Werkgroep Taal en Onderwijs ondersteund door het OVV, de Marnixring, de Orde vanden Prince, De Vereniging Vlaanderen-Europa, Ons Erfdeel, De Warande vzw e.a. brengt deze intentie het risico mee dat de openbare omroep zijn modelfunctie voor de Nederlandse standaardtaal in het gedrang brengt. De verglijding van standaardtaligheid naar tussentaal en dialect is voor de hand liggend. Daarom heeft de Werkgroep Taal en Onderwijs op 15 november 2011 aan de VRT een Open brief verstuurd met protest en met het verzoek zijn voorbeeldfunctie voor het Standaardnederlands te vrijwaren en binnen de standaardtaal geen verruiming in de variatie door te voeren. De Open brief van 15-11-2011 met het VRT-antwoord staat op de pagina Artikels over taal… van onze website: http://vva.vvb.org/artikels.html#OPENBRIEFVRT
Inmiddels heeft de VRT daarover een persmededeling verspreid en ons op 13 december 2011 een antwoord gestuurd. Daarin bevestigt de VRT uitdrukkelijk de standaardtaalnorm te handhaven, maar uit het antwoord blijkt ook impliciet dat de VRT zijn intentie tot verruiming van de taalvariatie ook handhaaft. Tijdens de vergadering van de Werkgroep op donderdag 29 december 2011 werd de intentie uitgesproken om de VRT om nog meer opheldering te vragen naar het gebruik van de verschillende registers binnen het Standaardnederlands en gewezen op het belang van het handhaven van de Nederlandse standaardtaal in zoveel mogelijk programma’s. De zorg om het Standaardnederlands zullen wij ook in een algemeen schrijven bepleiten bij zowel de openbare of publieke omroepen in Nederland en in Vlaanderen als bij de commerciële zenders in de beide Nederlandstalige gebieden.

Jan Roukens
Werkgroepvergadering 29-12-2011

Els Ruijsendaal
Werkgroepvergadering 29-12-2011

Stijn Verrept
Werkgroepvergadering 29-12-2011

Eric Ponette
Werkgroepvergadering 29-12-2011

 

3. Betreffende de komende verruiming van de taalregeling in het hoger onderwijs heeft de Werkgroep kennis gekregen van een ontwerpversie van decreet voor art. 91 rond de onderwijstaal in het hoger onderwijs (Structuurdecreet 3-4-2003). Eric Ponette en Ghislain Duchâteau hebben gezamenlijk een grondige analyse van de tekst uitgevoerd. Zij menen dat het niet voorziene invoeren bij de initiële opleidingen van het begrip “Anderstalige opleidingen” tot verstrekkende verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs zou kunnen leiden. Voorzitter Frank Fleerackers struikelt meer over de bepalingen rond de equivalentieregel die in het voorstel vervat liggen.
Op donderdag 29 december 2011 vergadert de Werkgroep Taal en Onderwijs in het administratief secretariaat van het VVA in Berchem rond de tot dusver bekende versie (oktober 2011) van het ontwerpdecreet. Intussen werkt de Interkabinettenwerkgroep van de Vlaamse regering aan een volgende tekstversie. Parlementaire behandeling wordt voorzien in het voorjaar 2012.

Tijdens de vergadering van donderdag 29 december 2011 bleek dat de aanwezige leden van de Werkgroep ontzet waren over het algemene concept en de onduidelijkheid van begrippen in de tekst en van onbegrip bij de opstellers over het mogelijk impact van de daaruit volgende decretale tekst op de steeds maar toenemende reële verengelsing van het hoger onderwijs onder druk van de opportunistisch ingestelde verantwoordelijke leidinggevenden van onze universiteiten en hogescholen. Het besef van verdringing van het Nederlands als onderwijstaal en als wetenschapstaal en als taal voor het afnemend veld van de afgestudeerden ontgaat zowel de onderwijsinstanties als de politieke verantwoordelijken voor het onderwijsbeleid voor het hoger onderwijs. De Werkgroep heeft daarom de intentie een document op te stellen vooral voor de beslissers in het Vlaamse Parlement over de komende taalregeling, bepaald de volksvertegenwoordigers van de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen en de plenaire zitting van het Vlaamse Parlement. Dat document beoogt de onderliggende negatieve beleidsideologie aan de oppervlakte te brengen in de ontworpen regelgeving en ook op enkele punten aan te tonen hoe weinig zinnig bepaalde beleidsopties vanuit de tekst blijken te zijn. 

Het structuurdecreet met daarin hoofdstuk 3 over de taalregeling in het hoger onderwijs werd in het Vlaamse Parlement definitief goedgekeurd op donderdag 5 juli 2012. Lees hieronder wat wij in de aanloop daarvan hebben ondernomen.

TOP

***

Relaas van de actie van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen m.b.t. verengelsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen - voorgelegd en behandeld in de CR op 6 oktober 2012.


Beste leden van de Centrale Raad van het VVA,


1. In de aanloop van de behandeling en stemming in het Vlaams Parlement van het integratiedecreet waarin de academische bacheloropleidingen worden overgeheveld naar de universiteiten is er een behoorlijk langdurig en intensief lobbywerk gebeurd in verband met de taalregeling in het hoger onderwijs. Die taalregeling maakt als hoofdstuk 3 deel uit van het genoemde integratiedecreet.

Na aanvankelijke consultatie van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA is op initiatief van het Dagelijks Bestuur van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen aan Eric Ponette en aan mijzelf het mandaat verleend om voor het dossier hoger onderwijs dat lobbywerk te organiseren en te voltrekken.

Wij hebben daartoe gewapend met een goed overwogen document met onze visie over het ontwerpdecreet bezoeken afgelegd bij de politieke partijen:
- NV-A, CD&V, Vlaams Belang en aan andere partijen hebben wij schriftelijk onze visie overgemaakt.
In ons document hebben wij ten gepaste tijde bij de ontwerptekst over de taalregeling vijf amendementen gevoegd. In de periode dat de discussie in de Onderwijscommissie en de plenaire zitting in het Vlaams Parlement ging plaats grijpen, hebben wij expliciet aan de politieke partijen gevraagd onze vijf amendementen formeel in te dienen (15 juni 2012). Toen daarop geen reactie kwam van de meerderheidspartijen heeft als signaal het Vlaams Belang onze amendementen zelf ingediend zonder succes uiteraard.

Ik kopieer onze aspiraties:

° In de bachelors zullen tot 18,33 % van de vakken per opleidingsjaar, en in de masters zelfs tot 50 % van de vakken, kunnen worden verengelst. Het nog steeds geldende decreet van 2003 voorziet als limieten voor de bachelors 10 % en voor de masters “in beperkte mate”.
Dat 25 % van de vakken in de masters in het Engels zou gedoceerd worden, is aanvaardbaar: daardoor kan de doelstelling om de studenten vertrouwd te maken met de internationalisering even goed bereikt worden als met 50 %.

° Studenten, die hun opleiding voortaan volledig in het Nederlands willen krijgen, worden verwezen naar slechts één plaats binnen de Vlaamse Gemeenschap. Dat is antidemocratisch.
Studenten moeten het recht behouden om in elke instelling hun curriculum in het Nederlands te doorlopen.

° Vakken kunnen volgens de tekst in het Engels gedoceerd worden vanaf het eerste bachelorjaar. Dat is een bijkomende hindernis voor de sociaal zwakste groepen en vele allochtonen, bij wie de verwerving van een voldoende hoog niveau van het Nederlands voor hogere studies al een eerste obstakel vormt.
De verwijzing van Engelstalige vakken  naar het derde bachelorjaar is aanvaardbaar.

° Het recht om examen af te leggen in het Nederlands wordt verder ingeperkt dan in het huidige decreet van 2003, waarin slechts een uitzondering wordt gemaakt voor vakken die een andere taal tot voorwerp hebben en vakken die worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs.
Wij wensen dat dit recht, zoals in het decreet van 2003, behouden blijft.

° Ook voor de postinitiële opleidingen (“bachelor na bachelor”, “master na master”, postgraduaat, permanente vorming, nascholing en bijscholing) moet het principe gelden dat het Nederlands de onderwijstaal is. Anderstaligheid is slechts aanvaardbaar als de meerwaarde daarvan en de functionaliteit voor de opleiding blijkt uit de expliciet gemotiveerde beslissing van de inrichtende hogere onderwijsinstelling.


De implementatie van “anderstalige opleidingen” in het decreet hebben wij bewust niet bij onze actie betrokken, maar wij weten wel dat hier het grote risico ontstaat dat de hogere onderwijsinstellingen hun curricula zullen oriënteren naar die anderstalige opleidingen wat meebrengt dat de verengelsing zich daar verder het sterkst zal opdringen in het hoger onderwijs.

Bij het bezoek van Eric Ponette en mijzelf aan de ruime en representatieve delegatie van de NV-A bleek dat in het laatste trimester van 2011 een meerderheidsakkoord samen met de VLD, die de vereiste 2/3e meerderheid moest leveren, werd afgesloten wat geleid heeft tot de ontwerptekst van de regering. Op donderdag 5 juli 2012 werd dan het Integratiedecreet met de verruiming van de taalregeling nagenoeg ongewijzigd door de plenaire zitting van het Vlaams Parlement goedgekeurd.

De NV-A verantwoordde tegenover ons en de buitenwereld haar goedkeuring van het ontwerp van decreet door te stellen dat zij in de onderhandelingen ervoor gezorgd heeft dat er ruime grendels in de tekst van hoofdstuk 3 werden ingebouwd.

Noch Eric Ponette, noch ikzelf of OVV-Voorzitter Robrecht Vermeulen hebben geloofd dat die drempels (percentagebeperking van anderstalige opleidingen, Erkenningscommissie, goedkeuring door Vlaamse Regering…) afdoende zouden werken. Wij willen daarom de actie op een planmatige en doordachte wijze voortzetten door eventueel in samenwerking met politici controle uit te oefenen op de correcte toepassing van de nieuwe tekst van de verruimde taalregeling.

In heel de actie die de facto van weinig invloed is kunnen zijn op de uiteindelijke decretale tekst hebben wij steeds onze achterban zo volledig mogelijk op de hoogte gehouden van wat wij deden en van de documenten die wij bij onze actie hebben gehanteerd. Dat was uiteraard zo van het Dagelijks Bestuur van het OVV en zijn voorzitter. Dat was ook zo voor de Werkgroep Taal van het OVV en van de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA.
Voor de toekomst durven wij een verderzetting verhopen vanwege het Dagelijks Bestuur van het OVV van ons mandaat voor het hoger onderwijs met de heel gewaardeerde steun van de beide taalwerkgroepen. Dit is naar de Centrale Raad van het VVA toe dan ook een appel om het vertrouwen in onze gevoerde en te voeren actie te bevestigen.

Op deze website onder de rubriek Teksten – subrubriek Documenten vindt u alle informatie rond het gebeuren over de taalregeling hoger onderwijs.

***

Op 22 april 2006 tijdens de Algemene Ledendag van het VVA in Oostende stelde de werkgroep de Taalgedragscode op van de Vlaamse academicus, die u op deze website aantreft.

***

Ghislain Duchâteau, verantwoordelijke voor de Werkgroep Taal en Onderwijs van het VVA, is ook lid van de Werkgroep Taal van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV). Hij is verbindingsman vanuit de Werkgroep van het VVA naar de Werkgroep Taal van het OVV en zo naar het OVV toe. Hij zorgt voor een effectieve doorstroming van de ideeën.

Werkgroep Taal van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen - Gent 28 september 2010
V.l.n.r.
Wim De Wit, Lieve Van Onckelen, Mieke Delanghe, Herman Gevaert, Jan Roukens, Hilde Heyvaerts, Anny Dierick

 

____________________
[1] Taalregeling universiteiten en hogescholen art. 90 en 91
[2] Decreet op de herstructurering van het hoger onderwijs (B.S., 14 juli 2003)
[3] Het decreet op de lerarenopleiding is goedgekeurd op 6 december 2006. De vernieuwde lerarenopleiding gaat in bij het begin van het academiejaar 2007-2008.
Alle documenten over het ontstaan van dit decreet zijn hier bereikbaar.
[4]Maatschappelijke beleidsnota over de hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen 25 juni 2010
Lees hier de volledige tekst
_____________________
 

Wat leraren moeten kennen en kunnen

Kunnen omgaan met verscheidenheid in de klas, kunnen werken met de computer en aandacht hebben voor taalvaardigheid van leerlingen. Dat zijn enkele verwachtingen waaraan leraren volgens de Vlaamse overheid moeten voldoen. Alles wat ze moeten kennen en kunnen, is nu vastgelegd in een besluit over de basiscompetenties en beroepsprofielen van leraren.

Basiscompetenties omschrijven welke kennis, vaardigheden en attitudes van een startende leraar verwacht worden. Er zijn basiscompetenties voor de leraar kleuteronderwijs, de leraar basisonderwijs en de leraar secundair onderwijs.
Lees http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13952

Beroepsprofielen omschrijven welke kennis, vaardigheden en attitudes worden verwacht van leraren die al een tijdje in de onderwijspraktijk staan. Ze beschrijven hun taak als opvoeder, inhoudelijk expert, begeleider van leerprocessen… In tegenstelling tot vroeger is er nu één gemeenschappelijk beroepsprofiel voor leraren basis- en secundair onderwijs.
Download het beroepsprofiel van de leraar http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13942

 
Politiek
 

Marc Van Dongen van het VVA-hoofdbestuur zetelt namens het VVA in het Algemeen Bestuur van het Overlegcenrum van Vlaamse Verenigingen (OVV). Hij brengt naar het VVA toe in het Hoofdbestuur en in de Centrale Raad verslag uit van de vergaderingen van het OVV.

 

 
Thuispagina | Omhoog